Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Teju Cole, Paul Laurence Dunbar, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, João Guimarães Rosa, Zsuzsanna Gahse

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Lorena

it lay in my palm soft and trembled
as a new bird and i thought about
authority and how it always insisted
on itself, how it was master
of the man, how it measured him, never
was ignored or denied, and how it promised
there would be sweetness if it was obeyed
just like the saints do, like the angels
and I opened the window and held out my
uncupped hand; I swear to god
I thought it could fly

 

sorrow song

for the eyes of the children,
the last to melt,
the last to vaporize,
for the lingering
eyes of the children, staring,
the eyes of the children of
buchenwald,
of viet nam and johannesburg,
for the eyes of the children
of nagasaki,
for the eyes of the children
of middle passage,
for cherokee eyes, ethiopian eyes,
russian eyes, american eyes,
for all that remains of the children,
their eyes,
staring at us, amazed to see
the extraordinary evil in
ordinary men.

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)
Cover


De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook alle tags voor Rafael Chirbes op dit blog

Uit: París-Austerlitz (Vertaald door Eugenie Schoolderman)

“Laat op de avond ging ik naar de Marokkanenbar. Ik was daar vaak samen met hem geweest. Maar nu bevond Michel zich niet meer onder de schaarse gasten die er op dat uur nog bleven drinken. Hij was verhuisd naar een parallelle stad. Vanuit de keuken van mijn woning kon ik de slecht verlichte binnenplaats zien met aan de andere kant, in duisternis gehuld, het raam van de kamer die we hadden gedeeld. Ik probeerde niet aan hem te denken, hoe hij op dat tijdstip in zijn ziekenhuiskamer lag, de naald van het infuus in zijn hand en het zuurstofmasker over zijn gezicht. Ondanks de pijnstillers die hij kreeg – of juist daardoor – had hij last van nachtmerries. Hij zei dat hij werd vastgebonden op zijn bed en werd gedwongen gruwelijke beelden te bekijken op een scherm dat ’s nachts in zijn kamer werd gezet. Hij leed aan hallucinaties. Wat konden ze hem nou laten zien, hij klaagde immers steeds dat hij amper meer iets zag, al heb ik altijd het gevoel gehad dat er wel iets van waarheid school in dat vastbinden. Ik kan me zo voorstellen dat het, zeker in het begin, niet eenvoudig zal zijn geweest om zijn woedeaanvallen in te tomen, en daar komt nog eens bij dat slachtoff ers van de plaag door artsen en verpleegkundigen vaak worden behandeld met een mengeling van afk eer, wreedheid en minachting. We raken allemaal ondersteboven van het raadselachtige verloop van de ziekte, van de heft igheid ervan. We raken allemaal van slag.
Ondanks mijn pogingen om een praatje aan te knopen zei niemand ooit een stom woord. Ze keken wantrouwig naar me, misschien omdat ik daar altijd in spijkerbroek, leren jack of donsjas kwam, terwijl ze me overdag op straat, op de terugweg van mijn werk of in de rij bij de bakker of de groenteboer, altijd in keurige blauwe jas, colbert en stropdas zagen. Zo’n kerel aan wie te horen was dat hij zijn Frans had geleerd op het Lycée français in Madrid, ondersteund door privéles van moedertaalsprekers, en het nog eens had geperfectioneerd op talenscholen in Bordeaux en Lausanne: ze konden het vast niet erg waarderen dat zo iemand in hun café kwam. Ze waren ervan overtuigd dat ik van de narcoticabrigade of van de vreemdelingenpolitie was, een bemoeial die zijn neus graag in stinkende zaakjes stak, waar ze die ook verborgen hielden, of in het gunstigste geval dachten ze dat ik een journalist was of zoiets, iemand die ver van hun wereld af stond, of – nog erger – uit een wereld die op voet van oorlog stond met de hunne.”

Rafael Chirbes (27 juni 194915 augustus 2015)
Cover Italiaanse uitgave


De Nigeriaans-Amerikaanse schrijver, fotograaf en kunsthistoricus Teju Cole werd geboren op 27 juni 1975 in Kalamazoo, Michigan. Zie ook alle tags voor Teju Cole op dit blog.

Uit: Every Day Is for the Thief

There is a wheedling tone in his voice, and the feeling of desperation one senses about him isn’t helped by his dowdy appearance, brown polyester sweater and brown trousers. A stressed-­out man in stressed-­out clothes. Abdul speaks into the microphone:
—­What can I do? The person who is supposed to sign it is not here. That’s why I said come back at three.
—­Look, look, that’s my ticket. Abdul, come on now, just look at it. It says five o’clock. I can’t miss that flight. I just can’t miss it.
The man continues to plead, thrusting a piece of paper under the glass. Abdul looks at the ticket with showy reluctance and, exasperated, speaks in low tones into the microphone.
—­What can I do? The person is not here. Okay, please go and sit down. I’ll see what can be done. But I can’t promise anything.
The man slinks away, and immediately several others rise from their seats and jostle in front of the window, forms in hand.
—­Please, I need mine quickly too. Abeg, just put it next to his.
Abdul ignores them and calls out the next number in the sequence. Some continue to pace near the window. Others retake their seats. One of them, a young man with a sky-­blue cap, rubs his eye repeatedly. An older man, seated a few rows ahead of me, puts his head into his hands and says out loud, to no one in particular:
—­This should be a time of joy. You know? Going home should be a thing of joy.
Another man, sitting to my right, fills out forms for his children. He informs me that he recently had his passport reissued. I ask him how long it took.
—­Well, normally, it’s four weeks.”

Teju Cole (Kalamazoo, 27 juni 1975)


De Amerikaanse dichter en schrijver Paul Laurence Dunbar werd geboren op 27 juni 1872 in Dayton, Ohio. Zie ook alle tags voor Paul Laurence Dunbar op dit blog.

The Masters

OH, who is the Lord of the land of life,
When hotly goes the fray?
When, fierce we smile in the midst of strife
Then whom shall we obey?
Oh, Love is the Lord of the land of life
Who holds a monarch’s sway;
He wends with wish of maid and wife,
And him you must obey.
Then who is the Lord of the land of life,
At setting of the sun?
Whose word shall sway when Peace is rife
And all the fray is done?
Then Death is the Lord of the land of life,
When your hot race is run.
Meet then his scythe and pruning-knife
When the fray is lost or won.

 

The Poet And The Baby

How’s a man to write a sonnet, can you tell,–
How’s he going to weave the dim, poetic spell,–
When a-toddling on the floor
Is the muse he must adore,
And this muse he loves, not wisely, but too well?

Now, to write a sonnet, every one allows,
One must always be as quiet as a mouse;
But to write one seems to me
Quite superfluous to be,
When you ‘ve got a little sonnet in the house.

Just a dainty little poem, true and fine,
That is full of love and life in every line,
Earnest, delicate, and sweet,
Altogether so complete
That I wonder what’s the use of writing mine.

 

The Pool

By the pool that I see in my dreams, dear love,
I have sat with you time and again;
And listened beneath the dank leaves, dear love,
To the sibilant sound of the rain.

And the pool, it is silvery bright, dear love,
And as pure as the heart of a maid,
As sparkling and dimpling, it darkles and shines
In the depths of the heart of the glade.

But, oh, I ‘ve a wish in my soul, dear love,
(The wish of a dreamer, it seems,)
That I might wash free of my sins, dear love,
In the pool that I see in my dreams.

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Standbeeld in Chicago


De Nederlandse schrijver en dichter Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook alle tags voor Potgieter op dit blog.

Heugenis van Zandvoort (Fragment)

Het vurig tweespan, dat de wagen
voor ’t badhuis uit het stof deed dagen,
stond nauw onwillig stil
of hoff’lijk voerde van de trede
de jonge man zijn gade mede,
gedost naar modes laatste gril;
had zich de schone les zien geven
een trap bevallig op te zweven?
Het viel niet sierlijker te doen;
hoe jammer dat tot prettig praten
noch hem noch haar lectuur mocht baten!
Toen op het klein terras zij zaten,
van zoete kout zelfs geen vermoên.
’t Was ’t alledaagse: ‘Hebt ge ook hinder
van tocht?’ ‘Heel weinig, hier nog minder.’
En straks: ‘Hoe lastig is die zon!’
Een pauze… Jan brak ze af. ‘Niet helder,’
was ’t water, en ‘niet koel de kelder,’
‘Fi donc! coupé,’ bleek haar bouillon.

Al wand’lend aan de voet der duinen
verdroten hen de witte kruinen
dier ‘lege, lege zee!’
Noch in de scheem’ring van die kolken,
noch op de lichte zoom dier wolken
ging hun verbeelding mijm’rend mee!
In schrik bezweem ’t verveelziek staren,
daar rees een hoofd, met blonde haren,
eens jonglings borstbeeld uit de baren:
hoe fier die worst’laar overwon!
En toch door breder reeks van golven
met blinkend schuim al was bedolven,
eer kiesheid zelve blozen kon!
Nee, vraag niet of zij zich vermeiden
de tinten-grenslijn te onderscheiden
van hemel en van oceaan,
om in een stip een schip te ontdekken,
dat zoete fantasie zal wekken,
reeds zijn ze ’t huis weer doorgegaan.

Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)
Cover


De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook alle tags voor Kees Ouwens op dit blog.

De ontdekking

Op een zomeravond, dat ik onder oude eiken liep,
de handen genoeglijk in de zakken genesteld had,
wierp ik de voeten naar voren, ten teken
dat ik liep.
Ik liep onder oud gebladerte en, hoewel alleen,
ik voelde mij niet eenzaam.

Want, klein dier, gij liept immers met mij, de warmte uit
uw zachte pels steeg tot mij op, en gij waart,
ik zag het overduidelijk, tevreden met het verloop
van mijn voetenwerk over deze weerbarstige aarde.

En van vreugde dit ontdekt te hebben, kneep ik
mijn roede – want liefde is niet blind – en
toonde mij uitgelaten.

 

Het poesje

Op deze stille zomeravond, dat de zon in modieuze kleuren onderging,
dat ik naar een trage rivier verlangde
waarover zich nederig twijghout buigt,
en aan welks oever een zuiver loofwoud zich verheft,
sprong een speels en breekbaar poesje op mijn gulp
en ik dacht:
Heden kwam zij thuis in een glanzende automobiel
en haar gelaat was lijnwaad.
Toen zij lachte zag ik dat haar tanden wit waren.
Zó wit, dacht ik, zó wit zijn haar tanden.

 

Een mondvol kersen

Na het veld der zelfbevrediging verlaten te hebben, begaf ik
mij in een vervallen woning.
Hoewel het er donker was, wist ik mij omringd door voor-
werpen.
Ik noemde ze alle bij de naam en noemde dat Informatie.
Vervolgens begaf ik mij naar buiten, tot aan een oude wa-
terput,
waarboven ik, met een mondvol kersen, schreide over de
ontmoedigende waarschijnlijkheid van mijn Verhouding tot
de Dingen.

Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)


De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Zie ook alle tags voor Dawud Wharnsby op dit blog.

A Whisper of Peace (Reprise)

In the name of God, the Most Gracious, the Most Merciful
By (the Token of) Time (through the ages),
Verily Mankind is in loss,
Except those who have Faith, and do righteous deeds,
And (join together) in the mutual teaching of Truth,
And of Patience and Constancy.

A whisper of peace
Moving through the land,
Allah will surely run to us
If we hold out our hand.
A word of hope,
A call to every woman and man,
A light until the end of time,
This is our Islam.

A whisper of peace
Moving through the land,
Allah will surely run to us
But do we understand?
A word of hope,
A call to every woman and man,
A light until the end of time,
Is this our Islam?

A whisper of peace
Moving through the land,
Allah will surely run to us
But do we understand?
A word of hope,
A call to every woman and man,
A light until the end of time,
Is this our Islam?

A whisper of peace
Moving through the land,
Allah will surely run to us
But do we understand?
A word of hope,
A call to every woman and man,
A light until the end of time,
Is this just a waste of rhyme?
What if we run out of time?
Is this our Islam?

Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)


De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Zie ook alle tags voor João Guimarães Rosa op dit blog.

Uit: The Devil To Pay In The Backlands (Vertaald door James L. Taylor en Harriet de Onís)

“I thank you again. All right, then, there is no devil. And no spirits. I never saw any. And if anybody was to see one, it should be me, your humble servant. If I was to tell you… So, the devil rules his black kingdom, in animals, in men, in women. Even in children, I say. For isn’t there a saying: “A child – spawn of the devil?” And in things, in plants, in waters, in the earth, in the wind… “The devil in the street, in the middle of the whirlwind.”
What? Ah, yes. Just an idea of mine, memories of things worse than bad. It’s not that it hurts me to talk about them. It’s better, it relieves me. Look here: in the same ground, and with branches and leaves of the same shape, doesn’t the sweet cassava, which we eat, grow and the bitter cassava, which kills? Now the strange thing is that the sweet cassava can turn poisonous – why, I don’t know. Some say it is from being replanted over in the same soil, from cuttings – it grows more and more bitter and then poisonous. But the other, the bitter cassava, sometimes changes too, and for no reason turns sweet and edible. How do you account for that? And have you ever seen the ugliness of glaring hate in the eyes of a rattlesnake? Or a fat hog, happier every day in its brutishness, that would gladly swallow the whole world if it could, for its filthy satisfaction? And some hawks and crows – just the look of them shows their need to slash and tear with that beak honed sharp by evil desire. There are even breeds of twisted, horrible, rocks, that poison the water in a well, if they lie at the bottom of it. The devil sleeps in them. Did you know that? And the devil – which is the only way you can call a malign spirit – by whose orders and by what right does he goes around doing as he damn well pleases? Mixed up in everything, he is.
What wears him out, little by little, the devil inside folks, is suffering wisely. Also the joy of love – so say my compadre Quelemém. The family. Is that the thing? It is and it isn´t. Everything is and isn´t . The most ferocious criminal, of the worst kind, is often a good husband, a good son, a god father, a good friend of his friends. I´ve known some like that. Only, there is the hereafter – and God too. Many´s the cloud I´ve seen.”

João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)


De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook alle tags voor Zsuzsanna Gahse op dit blog.

Höhenmeter

Der Berghang, der jetzt auf mich zukommt, könnte meine
Stimme entweder verschlucken oder sie zurückschlagen. Wenn
er sie zurückschlägt, wird mehr aus der Stimme, doppelt oder
viermal so viel, und weil der Hang jetzt immer näher rückt,
schweige ich sicherheitshalber eine Weile.

Seit einigen Jahren möchte ich alles so sehen, wie es ist, so dass
ich nicht versuche, jedes Ding mit etwas Bekanntem zu
vergleichen.

Das Gebirge ist wirklich das Gebirge, der Berg ist der Berg, der
Hügel ein Hügel und nichts sonst, niemand braucht rot zu
werden, Hintergründiges ist nicht gemeint.

Das Tal ist in der Tat das Tal, schön hinzuschauen. Jetzt fahre
ich seit fast einer Stunde in einer Gondel von Celerina nach
Marguns hinauf, wieder zurück, schaue mich um und sehe, dass
ich fahre.

Bisher habe ich nie versucht, so zu hören, wie ich zu sehen
versuche. Sicher kam es zwischendurch vor, dass ich richtig
hingehört habe, aber versucht habe ich das nicht, manchmal

ist es mir zufällig gelungen, ohne zu merken, dass es mir
gelungen war, und jetzt, in der Gondel, hier bin ich
einigermaßen abgeschottet, höre nur die lauten Kuhglocken
unter mir

am Hang, hier frage ich mich in einer mir nach wie vor
fremden Landschaft, was mit der Stimme in den Bergen
passiert.

Der Berghang, der jetzt auf mich zukommt, könnte die Stimme
verschlucken. Falls er sie aber zurückwirft, verdoppelt sich die
Stimme vielleicht.

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Miss Rosie

when I watch you
wrapped up like garbage
sitting, surrounded by the smell
of too old potato peels
or
when I watch you
in your old man’s shoes
with the little toe cut out
sitting, waiting for your mind
like next week’s grocery
I say
when I watch you
you wet brown bag of a woman
who used to be the best looking gal in Georgia
used to be called the Georgia Rose
I stand up
through your destruction
I stand up

 

Wishes For Sons

i wish them cramps.
i wish them a strange town
and the last tampon.
I wish them no 7-11.

i wish them one week early
and wearing a white skirt.
i wish them one week late.

later i wish them hot flashes
and clots like you
wouldn’t believe. let the
flashes come when they
meet someone special.
let the clots come
when they want to.

let them think they have accepted
arrogance in the universe,
then bring them to gynecologists
not unlike themselves.

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

Doorgaan met het lezen van “Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa”

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

I Am Accused Of Tending To The Past

i am accused of tending to the past
as if i made it,
as if i sculpted it
with my own hands. i did not.
this past was waiting for me
when i came,
a monstrous unnamed baby,
and i with my mother’s itch
took it to breast
and named it
History.
she is more human now,
learning languages everyday,
remembering faces, names and dates.
when she is strong enough to travel
on her own, beware, she will.

 

Homage To My Hips

these hips are big hips.
they need space to
move around in.
they don’t fit into little
petty places. these hips
are free hips.
they don’t like to be held back.
these hips have never been enslaved,
they go where they want to go
they do what they want to do.
these hips are mighty hips.
these hips are magic hips.
i have known them
to put a spell on a man and
spin him like a top

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

Doorgaan met het lezen van “Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse”

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

the lost baby poem

the time i dropped your almost body down
down to meet the waters under the city
and run one with the sewage to the sea
what did i know about waters rushing back
what did i know about drowning
or being drowned

you would have been born in winter
in the year of the disconnected gas
and no car
we would have made the thin walk
over the genecy hill into the canada winds
to let you slip into a stranger’s hands
if you were here i could tell you
these and some other things

and if i am ever less than a mountain
for your definite brothers and sisters
let the rivers wash over my head
let the sea take me for a spiller of seas
let black men call me stranger always
for your never named sake

 

won’t you celebrate with me

won’t you celebrate with me
what i have shaped into
a kind of life? i had no model.
born in babylon
both nonwhite and woman
what did i see to be except myself?
i made it up
here on this bridge between
starshine and clay,
my one hand holding tight
my one hand; come celebrate
with me that everyday
something has tried to kill me
and has failed.

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)
Hier met collega dichteres  Rita Dove (rechts)

Doorgaan met het lezen van “Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse”

Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

 De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009 en ook mijn blog van 27 juni 2010.

 

DRITTER WÜRFEL

1.
Schon mit Siebzehn war er auf dem Schiff, fing
als Schiffsjunge an, war bald braun gebrannt,
auf dem Kopf eine Schildmütze, und die
Uniformhose trug er ohne Hemd,
sobald es warm war, im Sommer immer.
Am Landungssteg – wobei das Schiff ständig
zu halten hatte – warf er die Taue,
und man sah seinen Rücken, den schönen
glatten Rücken, die Schulterblätter in
Bewegung. Gleich darauf drehte er sich

2.
um, schaute einen mit braunen Augen
an und sagte, aussteigen bitte. Den
Sommer lang jede Viertelstunde die
dicken Taue werfen, ziehen, um die
Poller wickeln, warten, weiterfahren,
in die Sonne schauen oder tief ins
Wasser und unabhängig bleiben. Die
älteren Matrosen mochten ihn auch.
Der Stefan, sagten sie, der Junge bringt
es noch weit, und er kam bis zum Schwarzen

3.
Meer, dann war er verschollen

 

Uit: Instabile Texte. zu zweit

Gestern: Licht, heute: Licht, morgen: Licht. Eine ganz eindeutige Zugehörigkeit hat das Licht,
es gehört dem Tag.
Alle Augen glänzen, alle Leute haben Haut am Sommerabend, und die Hauswände,
die Markisen, die Tische, die Gläser, die künstlichen Kakteen haben sich
vollgetrunken mit dem rotorangenen Abend, der flach und groß aus dem See steigt.
Es ist gleich neunzehn Uhr, und ich weiß, dass die Leute, die auf der Straße und am
Seeufer in Richtung Westen gehen, ein auffallendes Liebeslicht in ihren Gesichtern
haben, bis weit nach neun Uhr abends.

 

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

Doorgaan met het lezen van “Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller”

Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008 en ook mijn blog van 27 juni 2009.

Uit: Nachher klappt es aber

 

„Die viel gerühmten guten und schlechten Nachrichten betreffen auch die Sprache, vielleicht sogar sie am ehesten (da doch solche Nachrichten nur mit Hilfe der Sprache mitgeteilt werden können).

Zuerst die schlechte Nachricht: Keine einzige Sprache kann alles ausdrücken.

Immer wieder verzweifelt man schier, weil man etwas Besonderes sagen möchte, aber es klappt nicht. Wörter fehlen, der richtige Satz fehlt, und nun geht die Suche los, die Untersuchung aller Wörter, die Versuchung, den erwünschten Satz einfach wieder aufzugeben, aber zum Schluss fällt einem (hoffentlich) ein halbwegs gutes neues Wort ein.

Damit ist schon gesagt, dass selbst die schlechte Nachricht positiv ist, denn die Sprache ist klug, erfinderisch, sie nähert sich gerne den Ideen der Redenden und lässt sich verändern. Und die von vornherein gute Nachricht ist, dass unsere oft als spröd bezeichnete deutsche Sprache, der man Kopflastigkeit und Kälte nachsagt, in Wirklichkeit elastisch ist, zudem ist sie lautmalerisch, bis hinein in ihre Welt der Buchstaben.

Das Wort kahl ist wirklich kahl, öd ist wirklich öd, rot ist rot und hängt mit rösten zusammen, das spürt jeder, auch wenn er nicht daran denkt.

Wimmern, winseln, quieken sind einleuchtende Beispiele für die Lautmalerei; drei Beispiele aus einer endlos langen Reihe. Auch stur ist ein gutes Wort, weil da förmlich zu sehen ist, wie sich jemand bockig sträubt, um nicht viel denken zu müssen.

Stur also. Und stehen, stecken, starren, Stock, Stapel, stellen, stumm; bei jedem einzelnen ST-Wort stolpert und stockt die Bewegung, man hört es, spürt es auch im Mund. Dieses ST ist ein gelungener alter Doppellaut, der nie korrigiert werden musste und der ein uraltes indogermanisches (indoeuropäisches) Grundgefühl transportiert. Er taucht auch im italienischen stare auf, im englischen to stay, im russischen stajatj.“

 

 

gahse

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Zie ook mijn blog van 27 juni 2009.

 

Uit: The Audacious Mariner (Vertaald door J.L. Taylor en Harriet De Onis)

 

„The Aldacious Mariner, he did infirmly go off to discover the other places. He went in a ship, and skulduggery, too. He went on his own. The places were far-off, and the sea. The Aldacious Mariner at first missed his mother, his brothers and sisters, his father. He didn’t cry. He did duly have to go. He said: — ‘Will you forget me?’ His ship, the day came for it to leave. The Aldacious Mariner stood waving his white handkerchief, extrinsically, from inside the ship’s going away. The ship went from being near to being far off, but the Aldacious Mariner didn’t turn his back on the people, away from them. The people were actually waving white handkerchieves too. In the end, there was no more ship to be seen, there was only the sea that was left. Then one of them thought and said: — ‘He’s going to discover the places that we’re never going to discover…’ Then, so then, another person said: — ‘He’s going to discover the places, then he’s never going to come back…’ Then yet another one thought and thought, spherically, and said: — ‘So, he must be a bit angry with us, deep down, without knowing it…’ Then they all cried, ever so much, and went home sadly to have their dinner…“

 

Rosa

João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)

 

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en en ook mijn blog van 27 juni 2009.

 

Uit: Kate Hannigan’s Girl

 

„Annie stood gripping her bicycle and staring wide-eyed at the tall, auburn-haired boy leaning nonchalantly across his saddle.
‘What did Cathleen Davidson tell you?’ she asked.
‘Well, if I tell you you’ll jump down my throat.’
‘No I won’t.’ Without taking her eyes from his she flicked her head from side to side, throwing the long silvery plaits over her shoulders.
‘Your hair’s marvellous,’ he said.
‘What did Cathleen say about me?’ Annie asked again, a nervous tremor passing over her face.
‘Well, if I tell you, will you promise to go with me?’
‘Go with you? Oh, I can’t.’ Annie stared at him, aghast. ‘You’re nearly sixteen. And…and there’s Cathleen.’
‘Oh, very well.’ He shrugged his shoulders and ran his hand through his wavy hair.
‘Yes I will. All right, then, Brian.’ The words came with a rush.
‘Well…’ His eyes moving over her face, from the fringe above the wide green eyes to the large, curving mouth, Brian was savouring the effect of his coming words: ‘Well, she said your mother and stepfather aren’t really married.’
‘What!’ This was new; she hadn’t expected to hear this.
‘That’s what she said.’
‘Oh, the wicked thing. They are married; I was there when they were married. It was the day after New Year’s Day, nearly four months ago.’
‘Were you really there?’
‘Yes, I was!’ she said with emphasis.“

 

cookson

Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en en ook mijn blog van 27 juni 2009.

 

Uit: Le Droit de rêver

 

“Pour un philosophe, les premières pages de son livre sont difficiles et graves, car elles l’engagent trop. Le lecteur les veut pleines, claires, rapides, faute de quoi il les taxe de littérature. Le lecteur veut aussi qu’elles lui paraissent directes, c’est-à-dire rattachées à ses propres problèmes, ce qui suppose un accord des esprits, accord que la tâche du philosophe est précisé- ment de mettre en question. La première page est à peine achevée, et voici le fil en filière. On n’a plus le temps de se reprendre, de rectifier, de recommencer. Et, pourtant, si la philosophie est l’étude des commen- cements, comment s’enseignera-t-elle sans de patients recommencements ? Dans l’ordre de l’esprit, com- mencer, c’est avoir la conscience du droit de recom- mencer. La philosophie est une science des origines voulues. A cette condition, la philosophie cesse d’être descriptive pour devenir un acte intime.”

 

Bachelard

Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

De Engelse dagboekschrijver en geestelijke James Woodforde werd geboren in Ansford op 27 juni 1740. Zie en ook mijn blog van 27 juni 2009.

 

Uit: The Diary of a Country Parson 1758 – 1802

 

„I walked up to the White Hart with Mr. Lewis and Bill to see a famous Woman in Men’s Cloaths, by name Hannah Snell, who was 21 years as a common soldier in the Army, and not discovered by any as a woman. Cousin Lewis has mounted guard with her abroad. She went in the Army by the name of John Gray. She has a pension from the Crown now of 18. 5. 0 per annum and the liberty of wearing Men’s Cloaths and also a Cockade in her Hat, which she still wears. She has laid in a room with 70 soldiers and not discovered by any of them. The forefinger of her right hand was cut of by a Sword at the taking of Pondicherry. She is now about 60 yrs of age and talks very sensible and well, and travels the country with a Basket at her back, selling Buttons, Garters, laces etc. I took 4 Pr of 4d Buttons and gave her 0. 2. 6. (21 May 1778).“

 

woodforde

James Woodforde (27 juni 1740 – 1803)

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2009.

Uit: The Story of My Life

 

It is with a kind of fear that I begin to write the history of my life. I have, as it were, a superstitious hesitation in lifting the veil that clings about my childhood like a golden mist. The task of writing an autobiography is a difficult one. When I try to classify my earliest impressions, I find that fact and fancy look alike across the years that link the past with the present. The woman paints the child’s experiences in her own fantasy. A few impressions stand out vividly from the first years of my life; but “the shadows of the prison-house are on the rest.” Besides, many of the joys and sorrows of childhood have lost their poignancy; and many incidents of vital importance in my early education have been forgotten in the excitement of great discoveries. In order, therefore, not to be tedious I shall try to present in a series of sketches only the episodes that seem to me to be the most interesting and important.
I was born on June 27, 1880, in Tuscumbia, a little town of northern Alabama.
The family on my father’s side is descended from Caspar Keller, a native of Switzerland, who settled in Maryland. One of my Swiss ancestors was the first teacher of the deaf in Zurich and wrote a book on the subject of their education-rather a singular coincidence; though it is true that there is no king who has not had a slave among his ancestors, and no slave who has not had a king among his.
My grandfather, Caspar Keller’s son, “entered” large tracts of land in Alabama and finally settled there. I have been told that once a year he went from Tuscumbia to Philadelphia on horseback to purchase supplies for the plantation, and my aunt has in her possession many of the letters to his family, which give charming and vivid accounts of these trips.
My Grandmother Keller was a daughter of one of Lafayette’s aides, Alexander Moore, and granddaughter of Alexander Spotswood, an early Colonial Governor of Virginia. She was also second cousin to Robert E. Lee.”

 

keller

Helen Keller (27 juni 1880 – 1 juni 1968)

 

 

Rafael Chirbes, Marcus Jensen, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse, Lucille Clifton, João Guimarães Rosa, E. J. Potgieter, Catherine Cookson, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 Uit: Der lange Marsch (Vertaald door Antje Kunstmann)

 „Es war vier Uhr morgens an einem Tag im Februar. Trotz der geschlossenen Fensterläden war der Wildbach hinter dem Haus zu hören. Mehrere Tage hintereinander hatte es geschneit, dann war die Sonne durchgebrochen, danach hatte es geregnet, und jetzt führte der Bach viel Schmelzwasser und riß unter großem Getöse verdorrte Äste und Steine mit sich. Im Haus war eine besondere Aufregung zu spüren. Die Frauen kamen in die Küche und verließen sie mit dampfenden Töpfen, und im Kamin loderte ein mächtiges Feuer, das die Szene rötlich einfärbte, das Licht der Deckenlampe und auch der Lampe über dem Tisch übertönte, auf den, schweigsam und bewegungslos, ein gut dreißigjähriger
Mann die Ellbogen stützte. Um die Schultern hatte er eine gestreifte Decke gelegt. Er saß auf der langen Holzbank, die zwei der vier Wände des Raumes säumte und einen Winkel bildete, in den sich der Tisch einfügte. Zu seiner Rechten rauchte ein anderer Mann eine Zigarette. Er war doppelt so alt, beider Gesichter aber waren – abgesehen von den Unterschieden, die das Alter mit sich brachte – fast identisch: so nebeneinander gesehen, hätten die beiden als Modell dienen können für einen der im Barock so beliebten moralisierenden Stiche, auf denen mit den Lebensaltern das Vergehen der Zeit am Körper der Menschen symbolisch dargestellt wurde. Wo sich die Züge des Sohnes noch der Linie des Kiefers und der Backenknochen anschlossen, verbreiterten sich die des Vaters, wurden in ihrer Zeich-nung verschwommen und dadurch eher formlos; auch die Nase des Vaters sah aus, als hätte die des Sohnes gewissermaßen an Halt verloren und wäre zusammensinkend in die Breite gegangen. Die rosig gesunde Farbe der Wangen des Jüngeren war auf dem Gesicht des Alten ins Purpurne übergegangen und wies, vor allem seitlich der stumpfen Nase, Flecken von geplatzten Äderchen auf.“

 

Chirbes

Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

Glasstaub

 

Der Lastwagen nimmt den vollen Gla
scontainer auf seinen Haken, die oberste Lage Flaschen purzelt in die Schräge, die anderen fallen hinterher, vor Verzweiflung scheppern alle durcheinander, aber eine kurzhalsige Likörflasche ruft aus: “Keine Angst, keine Panik! Wir werden doch wiedergeboren!” Es gibt einen Ruck, der Lastwagen fährt los, dann tritt Stille ein. Die Likörflasche redet weiter: “Das müsst ihr positiv sehen! Ich zum Beispiel: Ganz früher war ich Pfand, ein Sklavendasein, danach wurde ich zu Einweg, Bier und Saft, schon besser, und meine zahllosen Wiedereinschmelzungen haben mich wunderschön gebräunt. Jetzt bin ich zwar eine nullsiebener Likör, aber in mir spüre ich auch noch eine schwarze Blumenvase, drei Glühbirnen und ein Marmeladentöpfchen!” Der Lastwagen legt sich in eine scharfe Kurve. Alle Flaschen applaudieren klirrend und fangen an zu singen: “Likör, Likör, wir glauben dir, gesichert sei nun unser Erbe, ein ganzes Glas in jeder Scherbe, welch Glück, welch Glück erwarten wir!” Der Lastwagen bremst. Ein gesprungener Aschenbecher kichert dazwischen: “Ach Quatsch. Wir werden alle puderfein zermahlen und kommen zur Straßenbaukolonne.” Den mögen die anderen nicht.

 

Jensen

Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook mijn blog van 27 juni 2006 en ook mijn blog van 27 juni 2007  en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

 

Narcisme

 

Wat, in godsnaam, heb je uitgevoerd? Heb je – ten

minste – je dag geboekstaafd? Heb je alsnog

 

geboekstaafd – de volgende dag – de niet geboekstaafde

vorige onder vermelding? Ben je tekortgeschoten (in

 

gebreke gebleven, nalatig geweest, laakbaar) op stuk

van plicht, regelmaat, tucht, zelfverachting? Heb je – met

 

niet aflatende verwerping – in het werk gesteld alles

om de beperkingen van milieu, erfelijkheid, voor-

 

land, noodlot die aan het daglicht traden klemmender

naar de mate van je verzuim

 

en die je mes

op de keel zetten in een slop, te overwinnen?

 

 

Ik word ouder

en dat is op zich niet verwonderlijk.

Maar wanneer ik op een canapé lig,

die ik zelf niet bezit en

een sigaret neem uit een dure, ivoren doos, die niet bij mij

past,

besef ik, dat ik al veel tijd verknoeid heb

en dat het in de toekomst net zo gaat

al kan ik dat niet zien.

 

 

Ouwens

Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Hij treedt vaak op scholen en universiteiten op, waarbij hij zich inzet voor tolerantie, diversiteit en sociale cohesie.

 

 

Preacher


She quoted you as saying,
you hated arrogant men.
But there you go again,
upon your pulpit to condemn.
Calling from the spire,
cursing hypocrite and a liar –
It’s only you,
that you admire.

The bed of coals that waits
for all the sinners at the gates,
will also be
the pompous preachers resting place of fire.

 

 

Dawud

Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

Uit: September (Müllheim an der Thur)

 „Wir waren am Seerücken, dem Bergrücken zwischen Müllheim und dem Bodensee, wo die Ortschaften Lanzenneunforn, Klingendorf und Klingenberg heissen und einzelne Hochebenen stockwerkweise übereinander liegen, weil der alte Meeresboden einmal Stufe für Stufe hochgeschoben wurde. An den Hängen zwischen den unterschiedlichen Ebenen liegt der ehemalige Meeresboden beinahe offen, man kann sich in die Geschichte hineinwühlen.
Auf der Rückfahrt gab es am östlichen Rand von Müllheim Rauchwolken, die in dünnen Streifen aufstiegen, und kurz darauf flog der Brandgeruch bis in den Wagen hinein. Eine Scheune stand in Flammen. Als ich hinzukam, war die Feuerwehr mit acht Wasserschläuchen an der Arbeit, die Flammen waren hell, in der Mitte gelb, gleich neben dem Gelb das sommerliche Rot von Karotten und Mohnblumen, und die windigen Flammenränder hatten verschiedene Farben. Es war ein warmer Septembertag, möglicherweise hätte das Feuer im Winter anders ausgeschaut, und genauer gesagt, waren die Flammen auch jetzt nur in der rechten Scheunenhälfte hell, dort, wo sie gerade in das benachbarte, angebaute Wohngebäude einbrechen wollten, in der linken Scheunenhälfte hatten sie dunkle Ränder, schwarze Flanken. Links dunkel, rechts ein freies Rot, hinter dessen Flackern noch eine Ziegelwand sichtbar war, und zwischen dem breiten Feuer und den Feuerwehrleuten lag ein wackliger Regenbogen.“

 

Zsuzsanna_Gahse

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936.  Haar eerste gedichtenbundel Good Times verscheen in 1969 en werd door The New York Times tot de 10 beste boeken van dat jaar gerekend. In 1971 gaf zij haar werk als ambtenaar op en werd zij  writer in residence aan het Coppin State College. Tijdens haar verblijf daar publiceerde zij de volgende twee bundels Good News About the Earth (1972) en An Ordinary Woman (1974). Clifton schrijft ook boeken voor kinderen.

 

 

moonchild 

 

whatever slid into my mother’s room that

late june night, tapping her great belly,

summoned me out roundheaded and unsmiling.

is this the moon, my father used to grin.

cradling me? it was the moon

but nobody knew it then.

 

the moon understands dark places.

the moon has secrets of her own.

she holds what light she can.

 

we girls were ten years old and giggling

in our hand-me-downs. we wanted breasts,

pretended that we had them, tissued

our undershirts. jay johnson is teaching

me to french kiss, ella bragged, who

is teaching you? how do you say; my father?

 

the moon is queen of everything.

she rules the oceans, rivers, rain.

when I am asked whose tears these are

I always blame the moon.

 

 

 

blessing the boats    

 

(at St. Mary’s)

 

may the tide

that is entering even now

the lip of our understanding

carry you out

beyond the face of fear

may you kiss

the wind then turn from it

certain that it will

love your back    may you

open your eyes to water

water waving forever

and may you in your innocence

sail through this to that

 

 

lucille_clifton

Lucille Clifton (New York, 27 juni 1936)

 

De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Hij werkte als arts en was actief als diplomaat. Zijn opus magnum is Diepe Wildernis: de Wegen, een vuistdikke roman die zich afspeelt in de sartão, het dorre binnenland van Brazilië dat in de negentiende eeuw werd geteisterd door niet aflatende oorlogen tussen lokale krijgsheren. Rosa’s taal is een combinatie van orale uitdrukkingen uit de sertão, maar vermengd met neologismen van archaïsche woorden, vreemde talen en onomatopeeën (klankwoorden). August Willemsen vertaalde het boek in het Nederlands. Rose schreef naast dit boek zes verhalenbundels, waarvan er twee postuum verschenen.

Uit: Diadorim (Vertaald door Maryvonne Lapouge-Petorelli)

« Je vous raconte, et il faut que je vous donne une explication. Penser de travers est facile, parce que cette vie vire au marécage. On vit, je crois, pour vraiment se défaire de ses illusions et de la foi dans les gens. Le manque de scrupules règne, si insinueux, insinueusement présent, qu’au début on n’ose prêter foi à la sincérité sans méchanceté. C’est ce qu’il faut, je sais. Mais je vous donne ma parole : homme très homme commej’ai été, et un homme aimant les femmes ! – jamais je n’ai eu de penchant pour les vices aberrants. ce qui est hors de préceptes me répugne. Alors – vous allez me demander – cela, qu’est-ce que c’était ? Ah, loi brigande, que le pouvoir de la vie.
(…)

Mon compère Quelemém, bien des années après, m’enseigna qu’il est toujours possible de réaliser un désir quel qu’il soit – pour peu que nous ayons, sept jours de suite, l’énergie et la patience soutenue pour faire uniquement ce qui nous répugne, nous est odieux, nous épuise et fatigue, et pour rejeter toute espèce de plaisir. C’est ce qu’il me dit ; je crois. Mais il m’enseigna que, mieux encore et meilleur, c’est, à la fin, de rejeter toute espèce de plaisir. C’est ce qu’il me dit ; je crois. Mais il m’enseigna que, mieux encore et meilleur, c’est, à la fin, de rejeter même jusqu’à ce désir initial qui a servi à nous donner le courage de cette glorieuse pénitence.»

rosa

João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007 en ook mijn blog van 27 juni 2008.

 

Uit: Blaauw bes, blaauw bes!

 „Een studiebeeld uit ons volksleven.
Bilderdijk wenschte, in een zijner veelvuldige verzuchtingen om den dood, in het stille graf te liggen, ten einde voor den Haagschen straatkreet doof te zijn. Ik ben te zeer van muzijkalen zin misdeeld, om te durven beslissen, of de schreeuwers der hoofdstad het van die, welke onze hofstad doorkrijschen, in welluidendheid winnen; maar ik mag de Amsterdamsche keelklanken wel, en verbaas er mij over, hoe het gehoor van onzen eersten dichter zijner verbeelding zoo zeer de wieken knotten kon. Verrees er dan, als zijn trommelvlies de pijnlijke aandoening had doorgestaan, verrees er dan, ten gevolge van dat met weêrzin opgevangen woord, niet een geheel an
der tooneel voor zijnen geest, dan zijn studeercel aanbood? bragt het hem niet naar buiten, niet over in beemd of bosch? Ik wil mij eerst op eenen der minst behagelijke kreten beroepen, om later van diegene te gewagen, welke streelender gedachten opwekken; Bilderdijk zelf, verbeelde ik mij, zou dien zin voor climax hebben gewaardeerd. Daar klinkt het: ‘Elft as zalm!’ bij voorbeeld, waaruit de Jordaner in het middelwoord de l weglaat, om u die in de beide andere zooveel te zwaarder toe te wegen. Het rijst raauw genoeg op de lucht, – het is eene onwaarheid bovendien, want de eene soort van visch evenaart de andere nooit, – en echter heb ik er nimmer het voorhoofd om gefronsd, laat staan er om dood willen zijn; een geheel ander verlangen wordt er bij mij levendig door.“

 

potgieter

E. J. Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

 

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

Uit: A House Divided

 

„Elizabeth Ducksworth walked quickly and quietly along the dimly lit corridor. She had passed four closed doors and was making for the last of the seven when it was thrust open quickly and there came to meet her a figure in a dressing gown. The head was bandaged, covering one eye; the lid of the other was blinking rapidly, and the patient turned his head to one side as he addressed her, saying, ‘I was just coming for you, Ducks — I mean, Nurse. I think the captain needs attention. Well, what I mean is…’

‘Yes…yes.’ The night nurse turned him gently about, saying, ‘You should have rung the bell, Lieutenant.’

But the answer she got was, ‘He always seems to know when I do that and starts his growling.’

‘Has he spoken?’

‘No; no…not a word. Just those sounds.’

She opened the door of the end room, at the same time taking his arm and steadying him as she said, ‘You shouldn’t get out of bed; I’ve told you.’

‘I’m all right. I only wish he felt half as good.’

‘Get back into bed; I’ll see to him. Would you like a drink?’

‘Later. Later, thank you.’

 

Cookson

Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

Uit: Poétique de l’espace

„Pour Gaston Paris, la clef de la légende du Petit Poucet – comme de tant de légendes ! – est dans le ciel : c’est le Poucet qui conduit la constellation du Grand Chariot. En effet, Gaston Paris a noté que dans de nombreux pays, on désigne une petite étoile qui se trouve au-dessus du chariot, du nom de Poucet.
Nous n’avons pas à suivre toutes les preuves convergentes que le lecteur pourra trouver dans l’ouvrage de Gaston Paris. Insistons seulement sur une légende suisse qui va nous donner une belle mesure d’une oreille qui sait rêver. Dans cette légende rapportée par Gaston Paris, le chariot se renverse à minuit avec un grand fracas. Une telle légende ne nous apprend-elle pas à écouter la nuit ? Le temps de la nuit ? Le temps du ciel étoilé ?
Où ai-je lu qu’un ermite qui regardait sans prier son sablier de prière entendit des bruits qui déchiraient les oreilles ? Dans le sablier il entendait soudain la catastrophe du temps. Le tic-tac de nos montres est si grossier, si mécaniquement saccadé que nous n’avons plus l’oreille assez fine pour entendre le temps qui coule.“

Bachelard

Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

De Engelse dagboekschrijver en geestelijke James Woodforde werd geboren in Ansford op 27 juni 1740. Zijn complete dagboek omvat 72 aantekenboeken en ongeveer 100 losse vellen en bevindt zich momenteel in de Bodleian Library in Oxford. Tot kort na de Eerste Wereldoorlog was het bestaan van de dagboeken compleet onbekend. Een arts in Hertfordshire vroeg aan zijn buurman John Beresford de manuscripten, die afkomstig waren van een van zijn voorouders, eens in te kijken. Beresford was zeer gecharmeerd van het werk, vooral door de vele details die een uniek inkijkje gaven in het plattelandsleven in de 18e eeuw, van evenveel historisch belang als het dagboek van Samuel Pepys. Hij redigeerde het werk en kortte het in, waarna de dagboeken in vijf delen werden gepubliceerd in de jaren 1924 tot 1931 onder de titel The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.

 

Uit: The Diary of a Country Parson 1758 – 1802

“April 14th, 1767
I read Prayers this morning again at C. Cary Church
I prayed for poor James Burge this morning,
out of my own head, hearing he was just gone of almost in a Consumption,
It occasioned a great tremulation in my voice at the time,
I went after Prayers and saw him, & he was but just alive,
He was a very good sort of young man & much respected,
It was the Evil which was stopped & then fell upon his Lungs,
Grant O Almighty God, that he may be eternally happy hereafter,
I dined, supped and spent the Evening at Parsonage.”

Parson_woodforde

James Woodforde (27 juni 1740 – 1803)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880.

 

 

 

 

 

Rafael Chirbes, Marcus Jensen, Potgieter, Kees Ouwens, Zsuzsanna Gahse, Catherine Cookson, Helen Keller, Gaston Bachelard

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: Die Entdeckung der Stadt

 

„Fotos von Paris in dem Französischbuch meines Vetters. Auf der Leinwand die funkelnden Lichter der New Yorker Wolkenkratzer, und ein Kind sitzt gebannt davor. Die Zerstörung von Atlanta aus der Sicht einer Kamera, die sich immer weiter vom Boden entfernt; auch Rom und Moskau brennen: Das Feuer verschlingt die aus Holz erbauten Häuser der Zarenstadt, verschlingt auch die Vororte des imperialen Roms. Ich lese die Jugendausgaben von Krieg und Frieden, Vom Winde verweht, Quo vadis?, und ich sehe die Verfilmungen. Mir gerät durcheinander, was ich in den Büchern gelesen und auf der Leinwand gesehen habe. Ich meine Städte zu kennen, die Bilder auf einem Stück Zelluloid sind. Und ich bereise Städte aus Papier. London ist aus Nebelfetzen gemacht, sie entweichen einem Buch, das mich zum Weinen bringt: Oliver Twist. Ich bin mir nicht einmal sicher, ob das, an was ich mich heute erinnere, wirklich aus jenen Filmen und Büchern stammt; und dennoch, schließe ich die Augen, kehren die Bilder meiner Kindheitsstädte zurück. „Jetzt, da ich dies niederschreibe, erscheint alles vor meinen Augen, als sei es erst gestern gewesen“, notiert der vierundachtzigjährige Bernal Díaz del Castillo sich der Dörfer erinnernd, die er als Vierundzwanzigjähriger gesehen und erobert hatte: Sechzig Jahre waren vergangen, doch der alte Soldat der Conquista erinnerte sich an die Türme von Cholula (aus der Ferne hielt er sie für die von Valladolid, die wenige Kilometer von seinem Geburtsort Medina del Campo aufragten) und beschrieb detailgenau wie ein Journalist die Märkte von Mexiko.

Die ersten Städte, die ich kennenlernte, waren Filmstädte oder Bücherstädte, aus dem erstanden, was Walter Benjamin in dem Erinnerungsband Kindheit in Berlin um Neunzehnhundert „die laue Schmökerluft“ nannte. Wenn es draußen schneite, führten die Geschichten aus der Ferne den späteren Philosophen nicht mehr ins Weite, sondern ins Innere, und „so lagen Babylon und Bagdad, Akko und Alaska, Tromsö und Transvaal in meinem Innern“. Auch in meiner Kindheit gibt es einsame Stadtlandschaften aus Büchern und Filmen: Städte, die sich übereinanderschichten, sich zuweilen sogar selbst zu negieren scheinen. So ist Rom einmal die grandiose Stadt mit dem Circus, wo die Löwen Christen verschlingen, die mir ein bisschen einfältig erscheinen; dazu gehören die Hippodrome, die Triumphbögen, durch die metallisch eingekleidete Krieger schreiten, Statuen und Imperatoren, die ein wenig verrückt sind; Rom ist aber auch die Touristenstadt, in die amerikanische Frauen unbedingt zurückkehren wollen und deshalb Münzen in einen spektakulären Brunnen werfen. Und es gibt ein drittes Rom, das mir die neorealistischen Filme zeigen: eine Welt in Schwarzweiß, sie besteht aus schäbigen Werkstätten, Hinterhöfen und ärmlichen Zimmern, in denen Männer wohnen, die Trägerunterhemden tragen – wie meine Nachbarn, wie ich selbst. Jene Figuren im Dorfkino zu sehen, heißt uns sehen. Lachen und weinen wir über sie, lachen und weinen wir über uns. Es verunsichert mich, dass alle diese unterschiedlichen Städte Rom sein sollen.

Inzwischen weiß ich, dass ein großer Teil der Städte, die mir das Kino darbot, nur in einem Studio aufgebaute Bühnenbilder aus Pappmaché waren, und dass viele von denen, die mich in Büchern faszinierten, auch aus Mauerwerk bestanden.”

   

 

Chirbes

Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juli 1949)

 

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: Red Rain

 

“Do you have TV in reservation, Rothaut?”
“Junger Mann, kommen Sie ihm nicht zu nahe!”
“Oha, oha, ‘n hohes Tier, was? Pff – ein Arsch ist der!”
War der Weg nicht lang genug, der Pfad, alles? Natürlich, meine Jahre im Dreck: nichts als Abhärtung, ein steiniger Rückzug, aber:
“In rreservation, many of my brrotherrs and sisterrs sufferr frrom yourr TV-Soaps. Betterr brring me out herre to Drehbusch.”
“Okay, Chief, but this name was not very, äh …”
“Drehbusch?! Ey, hört mal, die sind von der Regierung!!”
“Kann nicht wahr sein! Der Senat traut sich hier rein!”
“Die alles verbockt haben!”
“Die Regierung! Weitersagen! Kommt alle mal her!”
“Leisten sich auf unsere Steuergelder einen eigenen Indianer!”
“Chief, this direction, please, keep bewtween us. Rückzug, Jungs!”
“Wenn mir nit aufpasse, haue die ab!”
“Laßt sie nicht weg! Allen Bescheid sagen! Roter Alarm!”
“Meeep-meeep-meeep!”
“Oh mei, halt die Gosch’n!”
“Traktorstrahl, Alder! Das wär’s doch jetzt.”

 

 

jensen

Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: Het Rijks-Museum te Amsterdam

 

Er was een tijd, waarin de weegschaal der volkeren van Europa door hare vorsten niet ter hand werd genomen, of de hollandsche maagd, aan hunne zijde op het regtsgestoelte gezeten, wierp er mede haar oorlogszwaard of haren olijftak in, en deed door deze bijwijlen den evenaar overhellen; – gij, die het leest, als ik, die het schrijf, wij waren er getuigen van, hoe zij, vóór luttel jaren, met hare partij voor de vijfschaar gedaagd, vonnis ontving van wie haars gelijken, hare minderen zijn geweest. – Er was een tijd, dat de hollandsche vlag werd begroet als de meesteresse der zee, waar ook ochtend- of middag- of avondlicht de oceanen van beide wereldhalfronden verguldde; een tijd, waarin hare vlootvoogden den bezem op den mast mogten voeren, dewijl zij, naar de krachtige uitdrukking dier dagen, de zee hadden schoongeveegd van gespuis; – in eene der jongste vergaderingen Hunner Edelmogenden, hebben welsprekende stemmen de roemlooze ruste van Janmaat beklaagd. – Er was een tijd, waarin de hollandsche handel den moed had, de boeijen te verbreken, hem door den beheerscher der beide Indiën aangelegd, en, stouter nog, de ongenade van ’s aardrijks uithoeken braveerde, om eenen doortogt te vinden, ‘door natuur ontzegd;’ een tijd, waarin de winzucht een’ adelbrief verwierf, door hare verzustering met de wetenschap; – stel u voor, God verhoede, dat het ooit gebeure! – stel u voor, dat Java ons niet langer zijne schatten in den schoot stortte, en zeg mij, werwaarts de dienstbare vloot der Handel-maatschappij dan hare zeilen hijschen zou; waar de ondernemingslust harer reeders, in Noord- of in Zuid-Amerika, betrekkingen heeft aangehouden; waar men zich onzer in China nog herinnert; wie ons in Australië kent? – Er was een tijd, dat Holland naar kennis dorstte, kennis waardeerde, kennis liefhad en in menig vak van studie de vraagbaak der beschaafde wereld werd, – waarin het de beoefenaren der wetenschap huldigde, zonder ander aanzien des persoons, – blond van lokken of grijs van haren, – landzaat, en dus het voorwerp van zijnen regtmatigen trots, of balling, en dus het voorwerp van zijnen edelaardiger eerbied, – handhaver van het oude, en daardoor wachter bij den reeds verworvenen schat, of kampvechter voor het nieuwe, en daardoor borg voor zijn deel in de aanstaande verovering; – thans, o het zij verre van mij, oningewijde in haren tempel, uitspraak te doen, als de blinde over de kleuren!

 

potgieter

Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

 

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook mijn blog van 27 juni 2006 en ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Tegen het raam

 

Het was een grijze dag, de regen viel.

Achter een ruit was mijn verhit gezicht te zien.

Mijn hand wees dreigend naar de lucht, mijn ogen

gluurden door de straat.

 

Daar zag ik, wat ik had verwacht.

Aan de overkant stond een man met de rug

naar zijn vrouw, die thee inschonk in

wit en kostbaar porselein.

Onder het licht van een schemerlamp speelde

hun kind.

 

Ik zag het geslacht van dat kind door

twee volwassen handen gehanteerd

worden.

 

In feite zag ik niets.

De regen kletterde tegen het raam.

 

 

 

Rustpoos aan de rivier met vlottende spiegel

Laat mij dat zien: de wateren met vocht, lucht met wind

reik weide aan en kam het gras

 

dat opstaat ’s ochtends

plet ook de weg totdat het vlak bereidt de reiziger een

doortocht

 

al herhalend het vertrekpunt stap voor stap

en til vrucht uit aarde, beroof dan wie niet zien zal van

gezicht

 

leidt de dorst naar wateren, scherp de onwetende het zien

in dat niet kijkt, maar laat mij wel

 

de letter in het vacuüm dat niet volgaat

waarmee de naam begint van de verscheidene.

 

 

Gave

 

Soms is mijn lijf uw heilige die in de wind uit het westen over

zijn veld kijkt in het doorborend licht.

Uw lucht is kaal als de steppe, genadeloos is uw greep van

daglicht

plat als de taal van de streek is uw geest, uw stem blijft bij

geknars ten achter.

 

Elk voorwerp van de zichtbaarheid bergt uw bevriezing, ja,

uw licht is een bevuiling.

Niets dan een aanblik is uw doodsheid in het onterend licht

waarin het ding zijn bloot beweent

en uit zijn naam gehesen is, ja, verbijsterend obsceen is zijn

aanblik.

 

Uw stem is als een flard geschreeuw in het beklemmend

avondlicht, ja, nacht verhongert.

Soms is het lijf de eindigheid die zich wringt in uw leegte en

uw verlatenheid belijdt

aan het rood in het westen, ja, als een blind oog is uw

voornaamste gave.

 

 

ouwens 
Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)
© Chris van Houts, Amsterdam
 
 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

Uit: O.R.

 

Vor allem aber fahren die Betten herum, am Putzpersonal vorbei, die mit grünen Gummihandschuhen den rollenden Möbeln nachschauen und sich fragen, ob sie auch die Rollen bald waschen und trocknen müssen oder sie ganz erneuern, die Gummiräder abschrauben, neue anschrauben, oder ob sie nun das Bettgestell, nachdem sie die Matratzen abgenommen hatten, in den automatischen Waschraum stellen müssen, wo von beiden Seiten große, weiche Bürsten auf das Bett zufahren, dabei richtig losschwingen, so daß sich ihre langen Waschzotteln zu drehen beginnen und das Gestell von allen Seiten, von unten und oben, gründlich einseifen, dann abspülen, anschließend wird das Bett in einen Nebenraum gefahren, wo sich Heizarme über die Unter- und Oberseiten des Gestells beugen und das stählerne Ding trocken pusten. Irgendwann wird das Bett verkauft, mit oder ohne Matratze. Es ist dann ein billiges Möbelstück, in jeder wirklichen Notlage empfehlenswert, weil es mit einem netten Bettüberwurf und zwei, drei bunten Kissen das Gesicht schnell verändert, das Bett läßt sich schnell verändern, dann sieht man seine Vergangenheit nicht mehr genau, sie wird unbekannt und das kann Vorteile haben, es kann wohltuend sein, von manchen Vergangenheiten nichts zu wissen, dachte ich, während sich Auerbach seinem Tablett zuwandte. Ich soll mich nicht stören lassen, sagte er und bat mich, ruhig weiter zum Fenster hinauszuschauen, das tue er den ganzen Tag über.”

 

 

Gahse

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 27 juni 2007.

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906.

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube.

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880.

Rafael Chirbes, Marcus Jensen, Gaston Bachelard, Potgieter, Catherine Cookson, Helen Keller, Kees Ouwens, Zsuzsanna Gahse

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. In zijn eerste romans hield hij zich bezig met het tijdperk van Franco. In zijn roman De lange mars  beschrijft hij – generatieoverschrijdend – het lot van zeven families tussen 1940 en 1970. La Caída de Madrid (De val van Madrid) speelt op de sterfdag van Franco, 19 november 1975.

Uit: Der Fall von Madrid (La Caída de Madrid, vertaald door Antje Kunstmann)

 

“Sie sind in einem schwierigen Alter. Beide haben ihre Ideale und halten sie für die einzig wahren. So ist die Jugend. Mit der Zeit werden sie ruhiger. Das einzige, was mir Sorgen macht, ist, dass sie gewalttätig werden könnten. Dass sie wie Katze und Hund sind, ist normal. Sie sind fast gleichaltrig, sie bilden gerade ihre Persönlichkeit aus, du weißt ja, Brüder sind die schlimmsten Rivalen, Kain und Abel, diese Jungs in dem James-Dean-Film. Du solltest die Dinge nicht so ernst nehmen.” Er sollte das alles nicht so ernst nehmen. Für Josemari war er ein Feigling, ein Weichling. Für Quini ein Sklavenhalter. Für seinen Vater ein Trottel, der nicht bemerkte, dass sich alles verändert hatte. Für seine Frau ein Rohling, dem es an Sensibilität für ein gutes Konzert, eine Kunstausstellung, einen Roman mangelte. Er tröstete sich mit dem Gedanken, dass sie ihm zumindest die Wahl der Zigarren und der Getränke für das Fest überlassen hatte. Wenig genug, aber besser als nichts. Olga und er. Seiner Überzeugung nach machten die jungen Leute wie auch die Frauen den Fehler, nicht wahrhaben zu wollen, dass nie etwas Außerordentliches geschah, zumindest nicht in der Hinsicht, in der sie es erwarteten. Die jungen Leute und die Frauen standen jeden Morgen in der Überzeugung auf, dass ihnen etwas Erstaunliches widerfahren würde, egal ob schön oder tragisch, und sie wollten nicht wahrhaben, dass selbst das wahrhaft Überraschende sich immer nur im Rahmen der Monotonie einstellte. Sein Vater hatte recht, wenn er sagte: “Zum Glück nutzt sich die Einbildungskraft allmählich ab und lässt uns in Frieden.” Olga dachte anders, für sie war ein Leben ohne Einbildungskraft nicht lebenswert. “Die Einbildungskraft ist das Salz des Lebens” sagte sie.“

 

 

rchirbes

Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. In de jaren 1986/87 vervulde hij zijn dienstplicht. Van 1987 tot 1998 studeerde hij germanistiek, filosofie, pedagogie en politieke wetenschappen aan de universiteit van Hamburg. Sinds 1994 vormt hij een stel met de schrijfster Silke Andrea Schuemmer. Sinds 2002 woont hij in Berlijn. Hij is mederedacteur van het tijdschrift Am Erker. In 1999 debuteerde hij met de verhalenbundel Red Rain.

 

Uit: Oberland (2004)

 

Sprühregen schüttet gegen fetten Schiffslack. Ein Zwinkern in der Zeit, nur einen Augenblick später, die Szene bleibt dran, aber schon bin ich durchnässt. Der Anorak glänzt schwarz, der Stoff beginnt um meine Arme festzuschrumpfen, eine Böe wischt mir Schwärme zersprengter Tropfen ins Gesicht, ich taste mit gesenktem Kopf nach der Reling und fuchtele herum, schlage einmal daneben, zweimal, rutsche fast aus, dann schließe ich alle Finger um den Handlauf, der so kalt ist, dass ich kreische. Klingt nach einer Möwe. Ich schreie und schreie, kann dabei bloß den Donner hören, kneife die Augen zu. Nach oben gepresste Gischt wird vom Wind krumm abgelenkt und wendet wie von einer Schippe geschleudert, rattert an die Fenster. Wenige Meter unter mir prallen die Wasserfronten aufeinander, zerhacken die Nordsee in Risse, in die Kriegsmaserung, grüner Schaum über scharfkantigen Graten, Wellenheere steigen gehorsam aus ihrer Tiefenschwere, schaukeln sich gegenseitig hoch, spitzen die Kämme so zu, dass sie mit einem Zischen vor meinen Schuhen niederprasseln. Das Schiff bäumt sich auf, stampft zurück ins gezackte Meer, der Himmel hängt voller tiefgrauer Feudel, lauter letzte Vorhänge bis zum Horizont. Ich klammere mich noch fester ans Holz, bis meine Knöchel weiß werden. Langgezogene Nebelfahnen huschen durch die Linien, stumme Späher zwischen den Gräben, ein violetter Blitz fällt aus einem Wolkenspalt, findet kein Ziel und zerplatzt. Verspätet kracht es, und endlich schaue ich hin.”

 

 

Jensen_Marcus_1

Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)


De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Hij hield zich evenveel met wetenschap als met literatuur bezig. In de wetenschap en in de artistieke verbeelding zag hij twee verschillende, maar gelijkwaardige mogelijkheden om zich tegenover het nieuwe open te stellen en als mens te groeien.

Maison de vent

Longtemps je t’ai construite, ô maison!
A chaque souvenir je transportais des pierres
Du rivage au sommet de tes murs
Et je voyais, chaume couvé par les saisons
Ton toit changeant comme la mer
Danser sur le fond des nuages
Auxquels il mêlait ses fumées

Maison de vent demeure qu’un souffle effaçait.

 

bachelard

Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Hij richtte in 1835 het progressief-liberale De Gids op. Potgieter leidde een weinig avontuurlijk leven. Hij woonde in Amsterdam samen met zijn zuster. Een lange periode was Potgieter de belangrijkste redacteur van De Gids. Vooral in de jaren zestig wijdde hij zich aan de internationale literatuur. Potgieter had de overtuiging dat de suffe 19de-eeuwse Nederlander moest wakker worden geschut en een voorbeeld moest nemen aan de daadkracht en vernieuwingsdrang van zijn 17de-eeuwse voorvaderen. Het bekendste werk van Potgieter is “Jan, Jannetje en hun jongste kind” uit 1842.

 

Uit: Jan, Jannetje en hun jongste kind

“Oudejaars-avond heeft in ons Vaderland het eigenaardige behouden, dat weleer alles wat Hollandsch was onderscheidde: hij is huiselijk en degelijk. Ik mag JAN en JANNETJE wèl, op den laatsten December, bij het invallen der schemering vóór een groot vuur gezeten, in een vertrek, welks voorkomen ietwat feestelijk is; – ik mag het paar, dat met een opgeruimd gelaat de komst van hunne kinderen en kleinkinderen verbeidt, ten einde te zamen uitgang en ingang te vieren. Het pleegt een vrolijk uur te zijn, maar dat een ernstig doel heeft. Laat vreemdelingen beweren, dat er slechts halve vreugde heerscht, waar de lach uit tranen schemert; als zij een beetje meer zin hadden voor onzen volksaard, zouden zij er verstandelijke levensbeschouwing in zien, die over de zwakheden des harten zegeviert. Om echter mijn doel te bereiken, om u eene schets van zulk eenen avond te geven, laat ik dien verdedigenden toon varen, hij strookt kwalijk met de stemming van het paar.

”Wat brui ik me er om, wat ze van mij zeggen?” zou mijn hoofdpersoon mij toeroepen; immers JAN is in den laatsten tijd voor lof en voor laster zoo onverschillig geworden, dat zij hem niet eens aan zijne koude kleêren meer raken, – laat staan aan zijne onderziel.”

 

Potgieter

Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

 

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zij schreef ook onder de pseudoniemen Catherine Marchant en Katie McMullen. Geboren in armoede, verkeerde ze lang in de mening dat haar biologische moeder haar oudere zus was. Ze werd opgevoed door haar grootmoeder. Ze begon pas op latere lee
ftijd te schrijven – ruim na haar veertigste. Ze is twee decennia lang, tot 2004, de meest uitgeleende auteur geweest in Engelse bibliotheken. Van haar boeken zijn meer dan honderd miljoen exemplaren verkocht en ze zijn in meer dan twintig talen vertaald.

 

Uit: The Glass Virgin

Redford Hall was situated in the County of Durham, six miles from Newcastle and five miles from South Shields, or Jarrow, depending on which path you took at the crossroads. Its grounds extended to sixty acres, ten of which were given over to pleasure gardens, the remainder to the home farm.

The Hall itself was comprised of two separate houses, the Old Hall and the House. The Old Hall had been built in 1640 of blocks of quarried stone and contained only twelve rooms. The House was built in 1780 of red bricks and timber. It had twenty-six rooms spread over three floors. A long, broad gallery connected the two buildings, its west wall being made up of six arched windows set in deep bays. These overlooked the west drive and gave a panoramic view of the gardens beyond. Below the gallery was a small chapel that had been attached to the Hall.

On wet or cold days Annabella was allowed to play in the gallery. Her favorite game was to run the length of it, from the door which led out of the House to that which led into the Old Hall. When she reached this door, she would throw herself against its black oak face, her arms spread wide as if in an embrace, and like that she would listen for as long as she dared, for she was never alone in the gallery—Watford or old Alice was always present. Sometimes she heard her father’s voice calling loudly to Constantine. Sometimes she heard him laughing. She loved to hear him laughing. Once she had fallen on her back when the door was pulled open and the half-caste valet, with his negroid features set on pale skin, had come through balancing a great silver tray laden with breakfast dishes”

 

Cookson

Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880. Toen zij 19 maanden oud was, werd zij ten gevolge van een hersenvliesontsteking doof en blind. Toch wist zij gebarentaal én braille te leren, en als eerste doofblinde een middelbare schoolopleiding te voltooien. In 1904 promoveerde zij in Boston cum laude in de taalwetenschap. Zij schreef talrijke boeken, waaronder haar autobiografie “The Story of My Life”, aanvankelijk in afleveringen gepubliceerd in het “Ladies’ Home Journal”. Dankzij het verfilmde toneelstuk The miracle worker werd zij wereldberoemd. Tijdens haar leven hield zij over de gehele wereld talrijke lezingen over het onderwijs aan blinden en doofstommen. Zij beheerste zeven talen en bezat verscheidene eredoctoraten.

 

Uit: The Story of My Life

 

“The most important day I remember in all my life is the one on which my teacher, Anne Mansfield Sullivan, came to me. I am filled with wonder when I consider the immeasurable contrasts between the two lives which it connects. It was the third of March, 1887, three months before I was seven years old.

On the afternoon of that eventful day, I stood on the porch, dumb, expectant, I guessed vaguely from my mother’s signs and from the hurrying to and fro in the house that something unusual was about to happen, so I went to the door and waited on the steps. The afternoon sun penetrated the mass of honeysuckle that covered the porch, and fell on my upturned face. My fingers lingered almost unconsciously on the familiar leaves and blossoms which had just come forth to greet the sweet southern spring. I did not know what the future held of marvel or surprise for me. Anger and bitterness had preyed upon me continually for weeks and a deep languor had succeeded this passionate struggle.

Have you ever been at sea in a dense fog, when it seemed as if a tangible white darkness shut you in, and the great ship, tense and anxious, groped her way toward the shore with plummet and sounding-line, and you waited with beating heart for something to happen? I was like that ship before my education began, only I was without compass or sounding-line, and had no way of knowing how near the harbour I was. “Light! give me light!” was the wordless cry of my soul, and the light of love shone on me in that very hour.”

 

 

HelenKellerOscar

Helen Keller (27 juni 1880 – 1 juni 1968)

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook mijn blog van 27 juni 2006.

 

De Omstandigheden

Langzaam maar zeker werd het donker.
En stil. Ik bevond mij in een ruimte.
Ik stond. Daarn
a lag ik.
Vervolgens sloot ik de ogen.
Nu werd ik slaperig.

Toen het geheel donker was, ontwaakte ik,
waarna ik opstond.
Doelloos trad ik in de buitenlucht.
Daar hoorde ik een stem, die toevallig de mijne was.
Onwillekeurig sprak ik.
Van plezier daarom kletste ik mij met de vlakke hand
op de dijen.
Vervolgens besloot ik te gaan huilen.
De nacht gaf mijn tranen een verrassend aspect.
In het maanlicht werden zij als parels.
Bovendien maakte de stilte mijn snikken goed verstaanbaar.
De omstandigheden waren dus gunstig.
Dat maakte mij gelukkig.

 

 

beukenaanplanting wijst op het horen tot een goed

 

beukenaanplanting wijst op het horen tot een goed

de groepen bomen, groepen van een vormend, groeperen
hun onderscheidloosheid en stellen hun enigheid

hun plaats is het dat tussen hen, door hun omspreiding
genodigd, in die de grond zacht is van zoveel herfsten

als haar jarental en voelt als zwichtend, voorbijgegaan
worden tegelijk twee en vele, als zich begeeft in een schrede,

als met een gang, hem te kwijten zoekend, de steltbenige
(gestaltegevende).

 

ouwens

Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Haar moedertaal is het Hongaars. Na de Hongaarse opstand in 1956 vluchtte haar familie naar het westen en verstigde zich in Wenen. Gahse bezocht daar het gymnasium en leerde er Duits. Vanaf 1969 publiceert zij literaire teksten. Vanaf 1978 werd zij door haar mentor, de schrijver Helmut Heißenbüttel aangemoedigd om te schrijven. Tegenwoordig woont zij in het Zwitserse Müllheim.

 

Uit: durch und durch

 

Aber das Bedeutende und worüber das Dorf nicht hinwegkommt, ist die Straße, eine alte Straße, die durch die Ortschaft führt, von Westen nach Osten, von Osten nach Westen, die halbe Welt fährt hier durch, Lastwagen, Lieferwagen, landwirtschaftliche Maschinen, Tiertransporter, Panzer, Reisebusse, Postbusse, und dass jemand einmal anhält, fällt kaum ins Gewicht. Sie halten so gut wie nie an, das ist kennzeichnend für einen Durchfahrtsort, unentwegt ziehen sie zwischen dem Platz mit der Linde und unserem Haus vorbei. Zwischendurch gibt es Pausen, zwei oder sogar drei ruhige Minuten, dann rollen drei Wagen hintereinander über die Straße, oder es sind acht, schnell kommen wieder zehn in die eine, zwölf in die andere Richtung, nach einer halbminütigen Pause dann sieben nach Osten und fünf nach Westen, manche können ihren Vorsprung ausbauen, den Hintermann um einige Meter abhängen, während ich zuschaue, und sie hören nicht auf zu fahren, mal schneller, mal langsamer, was auch den Ton verändert. Der Verkehr rauscht nicht, Rauschen ist etwas anderes, Sausen wäre auch falsch, es geht eher um ein immer wieder neu einsetzendes Forroror und Sösössös, eine Komposition mit Zufallstönen.”

 

 

Gahse

Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)