Griet Op de Beeck, Jeroen Theunissen, Annie Proulx, Krijn Peter Hesselink, Willem Arondeus, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Gorch Fock, Gustaf Fröding

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Vele hemels boven de zevende

“Zo had ik mijn leven gemaakt. Zekerder dan het leven kan zijn. Alles is een kwestie van kiezen, daar was ik van overtuigd. Of beter: van beslissingen nemen, die als een stevige paal de grond in kloppen, en daar aan vasthouden. Als wapen tegen een wankele wereld. Als manier om te blijven staan, ook als het stormt en waait en woest tekeergaat, vanbinnen en daarbuiten.
En dan gaat Eva dood. Ze is gesprongen. Zij kon ook goed kiezen. Geen half werk. Geen truttig gedoe met pillen en gevonden worden, en dan opnieuw. Zij wilde dood omdat het leven haar niet bracht wat ze droomde. Omdat ze heel diep kon voelen. Omdat ze niet meer kon. Ik geloof nog altijd: zij wilde niet per se dood, zij wilde niet dit leven, niet dit hoofd, niet dit gehavende hart. Dat is echt iets anders. Er viel nog zoveel te proberen. Ik ben daar eerder verdrietig om dan kwaad, tegenwoordig.
Ik heb gedacht, na haar: het gaat om wendbaar blijven. Om blijven kijken naar wat is. Om nu en dan een kwartslag draaien en nog eens kijken. Mogelijkheden durven zien. Had zij dat maar gedaan. Ik had het haar moeten zeggen, maar toen kon ik dat niet. Het was pas na haar dat ik langzaamaan ben gaan beseffen: het gaat om voelen. Om openstaan. Om trouw zijn aan en eerlijk zijn met jezelf. Zij heeft het mij gezegd: dat ik mijn kop in het zand stak, zoals onze ouders altijd deden. Ik heb het weggewuifd, zo deed ik dat. Zij had niks om naar te kijken, bij mij stond het voor mijn neus. Dat was het verschil.
Casper ging niet weg. Wie zo diep in je hart kruipt, die blijft altijd minstens een beetje. Ik was van hem weggegaan. Op het scherp van de snee niet vertrokken maar thuisgebleven. Ik koos voor Walter, omdat ik niet wou kiezen. Omdat ik dacht dat ik alleen zo recht kon blijven staan. Ik zag de afspraak die ik met mezelf had gemaakt. Ik zag onze jaren samen. Ik zag onze kinderen. Ik noemde dat liefde, en dat was het ook. Maar was het de beste liefde voor mij? Was het die weldadige warmte die totaal kan vervullen? Was het die gedeelde kwetsbaarheid van elkaar graag te zien tot in de lelijke hoekjes toe? Was het die diepe connectie die alles in het leven dat cruciale tikje beter maakt? Was het dat prikkelen van alle zinnen dat je wonderlijk dicht bij elkaar kan brengen? Was het dat wederzijdse stimuleren en dat elkaar vinden in bijna alles wat belangrijk is? Was het dat dichtbij willen zijn dat nooit verstikt? Was het die ongelooflijk grote fun met elkaar? Eigenlijk durfde ik niet naar Walter te kijken. Naar Walter en mij te kijken. Naar wat onder en achter de constructie zat. Niet echt. Schrik voor wat doet wankelen, waarschijnlijk. Schrik om uit de rol te vallen. Om niet te zijn wie anderen wilden dat ik was, wie ik dacht dat ze wilden dat ik was, wie ik vond dat ik moest zijn. Maar als je bang bent om iets in vraag te stellen, hoe kan dat dan het goeie zijn?
Eva zei een keer: ‘Het leven is kort, zeggen ze, ik vind het lang, maar da’s een reden om nog meer voluit te gaan.’

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)
Cover

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jeroen Theunissen werd geboren in Gent op 22 augustus 1977. Zie ook alle tags voor Jeroen Theunissen op dit blog.

Uit: Jouw huid

“Je zoekt de fles, voelt hoe het hete honfrnlijf van Napoleon tegen je schuurt, om aandacht fleemt, je hebt nu even geen tijd, hebt eigenlijk toch best wel tijd, zet de fles neer en liefkoost en streelt die harige massa, en wast achteraf je handen, de straal van warm water op je huid, je houdt ervan, of gewoon de handen te laten zakken, voorzichtig te dopen in het meestal lauwe maar soms toch nog hete afwassop. Die tintelende sensatie. In een hoekje zit de man op de oude cinemastoel onder de purperen bloempot met de hangplant waarvan de onderste bladeren als hij zijn rug recht zijn haren raken. Hij opent een laptop, legt naast die laptop een smartphone. Haalt een verfrommelde pet uit zijn jas, legt die daar weer naast. Lijkt even weg te dromen. Probeert zich een houding aan te meten maar slaagt er niet in. En je ziet dat hij acteert, ongetwijfeld met talent. Zijn maatpak glimt. Hij heeft de stropdas losgemaakt en voor zich bij de pet gelegd. Grijze pet, met ruitpatroon. Er nog naast die fietshelm. Hij stopt een bierviltje onder een poot om de tafel te stabiliseren. Behalve Pierre, die hem in de gaten houdt, let geen van de stamgasten meer op hem, aanvaard is hij niet maar hij ziet eruit alsof hij niemand kwaad doet, en na de regen, denkt men, verdwijnt hij. Hij vraagt of er hier wifi is, een code voor de internettoegang, maar dit is niet zo’n hipsterkroeg, hier komen alleen mensen zonder werk of alleszins zonder laptop. Waarop hij je ongelovig aanstaart. En je lacht dus opnieuw, en haalt je schouders op, vervolgens lijkt ook hij te lachen, in een vertrouwelijk gebaar leg je een hand op zijn arm, omdat je hem gerust wilt stellen dat het oké is. Dat ook jij hier vreemd bent. Dat we hier allemaal vreemd zijn. Dat het zo is, in deze stad, dat het zo moet zijn, dat het goed is. En misschien omdat je hem mag. Je denkt aan hoe je hier passeerde, aan deze hoek. Maanden geleden, hoe je hier nog niet lang was, werk zocht in deze nerveuze stad, moeilijke dagen waren het, en dan dat lieve en eenzame dier liggend aan de deur, hoe je er een band mee opbouwde.”

Jeroen Theunissen (Gent, 22 augustus 1977)
Cover


De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Annie Proulx op dit blog.

Uit: Brokeback Mountain

.”Right,” said Jack, and they shook hands, hit each other on the shoulder, then there was forty feet of distance between them and nothing to do but drive away in opposite directions. Within a mile Ennis felt like someone was pulling his guts out hand over hand a yard at a time. He stopped at the side of the road and, in the whirling new snow, tried to puke but nothing came up. He felt about as bad as he ever had and it took a long time for the feeling to wear off.
In December Ennis married Alma Beers and had her pregnant by mid-January. He picked up a few short-lived ranch jobs, then settled in as a wrangler on the old Elwood Hi-Top place north of Lost Cabin in Washakie County. He was still working there in Sep-tember when Alma Jr., as he called his daughter, was born and their bedroom was full of the smell of old blood and milk and baby shit, and the sounds were of squalling and sucking and Alma’s sleepy groans, reassuring of fecundity and life’s continuance to one who worked with livestock. When the Hi-Top folded they moved to a small apartment in Riverton up over a laundry. Ennis got on the highway crew, tolerating it but working weekends at the Rafter B in exchange for keeping his horses out there. The second girl was born and Alma wanted to stay in town near the clinic because the child had an asthmatic wheeze. “Ennis, please, no more damn lonesome ranches for us,” she said, sitting on his lap, wrapping her thin, freckled arms around him. “Let’s get a place here in town?” “I guess,” said Ennis, slipping his hand up her blouse sleeve and stirring the silky armpit hair, then easing her down, fingers moving up her ribs to the jelly breast, over the round belly and knee and up into the wet gap all the way to the north pole or the equator depending which way you thought you were sailing, working at it until she shuddered and bucked against his hand and he rolled her over, did quickly what she hated. They stayed in the little apartment which he favored because it could be left at any time. “

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)
Scène uit de film Brokeback Mountain uit 2005

 

De Nederlandse dichter en schrijver Krijn Peter Hesselink werd op 22 augustus 1976 geboren in Utrecht. Zie ook alle tags voor Willem Krijn Peter Hesselink op dit blog.

Uit: Moederziel

“De kinderen in mijn klas moesten altijd lachen als ik weer eens zoiets had verzonnen. Volgens de juf lachten ze me niet uit, ze lachten me toe, dus ik trok me er niets van aan, maar het ?jne van mijn zandbak was dat er niemand was om me toe te lachen, dat ik niet bang hoefde te zijn dat iemand het op me voorzien zou kunnen hebben, dat ik me ongestoord kon verbeelden hoe ik samen met het zand en mijn plastic schep en soms zelfs de balken werd meegesleurd, de lucht in.
Eerst schampten we rakelings langs het dak van de buren. Door het zolderraam keek ik naar binnen. Spinnenwebben, vleermuizen, een uitgedoofde kaars. Een week geleden waren ze in een grote verhuiswagen de straat uit gereden. Geen idee waar ze naartoe waren gegaan. Geen idee wat ze hadden achtergelaten. Maar we woeien alweer verder. Ik zag nog net een muis rondscharrelen over de houten planken van de vloer. Toen scheurde ik mijn blik los en keek om me heen, naar onze esdoorn die woest met zijn takken zwiepte, naar de berk in de tuin van de buren, naar de meeuwen die rondcirkelden door het eindeloze luchtruim. Beneden waren de huizen in stipjes veranderd, de straten in rag?jne lijntjes. We gingen steeds hoger, door een mist?ard, en nog een, de zon tegemoet, tot we ten slotte neerstreken in de woestijn, bij een oase. Mijn schep plofte naast me neer. Onder een palmboom stond een Arabier. Hij knikte me toe. ‘Heel goed,’ zei hij. ‘Welkom, Jonathan. Hier ligt inderdaad de schat. Graaf jij hem even op?’
Dromen kon overal, maar het ging toch het beste in de zandbak, daar wilde ik heen, maar het regende en volgens mijn moeder kon je niet buitenspelen als het regende. Zelf zag ik het probleem niet. Ik had laarzen, een regenjas, ik redde me wel. In de zandbak zouden complete zeeën ontstaan, dat was alleen maar leuk. Als het uit de hand liep, maakte ik van een van de balken een vlot en dan peddelde ik met mijn schep naar een onbewoond eiland. Daar was het altijd zonnig en hoefde je nooit je kamer op te ruimen.
Ineens was mijn moeder aan het krijsen. Ze had een vaatdoek in de hand waarmee ze woest in het rond zwiepte, als was het een zweep waarmee ze de stoel tuchtigde, de muur, de deur, alles wat maar bij haar in de buurt kwam, net zolang tot er een mok omging. ‘Haal een doekje,’ hijgde ze, terwijl ze als versteend neerkeek op de plas die zich dampend over het tafelblad verspreidde. ‘Werk nou eens mee. Haal een doekje!’ Toen begon ze de thee op te dweilen met haar vaatdoek. ‘Alsof we niet al genoeg vuile was hebben,’ foeterde ze. ‘En dat allemaal omdat jij… omdat jij…’ Zonder haar zin af te maken verdween ze naar de keuken.”

Krijn Peter Hesselink (Utrecht, 22 augustus 1976)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren. Zie ook alle tags voor Willem Arondéus op dit blog.

Uit: Matthijs Maris’ jeugdjaren

“Het décor dezer herinnering is vriendelijk, en listig opgesteld: een zomerdag buiten, een groene wei met boterbloemen. En langs de boterwei een sloot vol kroos, een ‘groen tapijt’ zooals het in kinderliedjes gezongen wordt. Het scheen, dit groen tapijt, geen diepte te zijn, en geen gevaar daaronder, heelemaal niet – tot je, voorover, met een voorzichtige hand het kroos van-een schoof. Dan gleed het zonlicht een verzonken wereld binnen, grotten van het wonder gingen weer open waarin het traag bewoog, heel traag. Maar wat er bewoog bleef een geheim van het wonder..
Ik zit aan de rand van het liedjes-tapijt. Er is een hooge, blauwe hemel, er is zon en een rondom groen geluk – en wat of er nu plotseling verschenen is, een kever of een kikker, en wat of ik nu plotseling grijpen wou, welk drogbeeld van het wonder blind en roekeloos grijpen wou, weet ik niet meer, maar ergens is het toen misgegaan, ik grijp in het groen en eensklaps gaat de diepte open en draait de wereld om. Ja, draait de wereld om; dit is het wat ik van het verraad der diepte zonderling fel onthouden heb, het draait om, de zon en de hemel zwaaien over…. en ontzet, druipnat en huilend werd ik na deze ramp van den ondergang uit de sloot getrokken.
Hoe verschillend ook beide herinneringen in de verte zijn: ergens in mijn gedachten worden zij één. Ergens bezitten zij elkander – misschien in een soort moraliseerend instinct, dat als een symbolisch ‘weest op uw hoede’ waarschuwt hoe tusschen de verbeelding en de werkelijkheid een groen tapijt ligt; tusschen een kinderliedje en een ondergang; een groene, gevaarlijke diepte die men nooit en nimmer beroeren zal: het onbereikbare in het wonder, de tragiek van den droom.
Geen schilder in Holland heeft, wat ik hierboven het geluk der verbeelding noemde – dit zeldzame, grandioze dwalen in een ruimte voorbij de werkelijkheid – zóó groot bezeten en zóó groot verloren als Matthijs Maris. In geen schilder is zóó vol, zoo synthetisch bijna, in zijn leven en zijn werk de verbeelding tot werkelijkheid opgejaagd geworden, maar ook in geen is de grens, de groene diepte van den ondergang die tusschen droom en waken ligt, zóó stil en gevaarlijk opengegaan als in dezen zeer grooten, wellicht grootsten schilder van het Holland der negentiende eeuw. De grootste, en welhaast symbolisch eenzame. In een eenzaamheid die, door de verbeelding ondermijnd, langzaam de levende werkelijkheid verloor, langzaam de grens der zintuigen losliet en geen antwoord meer hoorde, niet meer hooren wilde, tot zij in de giganten-stilte van een omgezwaaide wereld zelve als stilte uitvloeide en verdween.”

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)
Matthijs Maris, De Oorsprong te Oosterbeek, 1860.

 

De Amerikaanse dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook alle tags voor Dorothy Parker op dit blog.

The Passionate Freudian To His Love

Only name the day, and we’ll fly away
In the face of old traditions,
To a sheltered spot, by the world forgot,
Where we’ll park our inhibitions.
Come and gaze in eyes where the lovelight lies
As it psychoanalyzes,
And when once you glean what your fantasies mean
Life will hold no more surprises.
When you’ve told your love what you’re thinking of
Things will be much more informal;
Through a sunlit land we’ll go hand-in-hand,
Drifting gently back to normal.

While the pale moon gleams, we will dream sweet dreams,
And I’ll win your admiration,
For it’s only fair to admit I’m there
With a mean interpretation.
In the sunrise glow we will whisper low
Of the scenes our dreams have painted,
And when you’re advised what they symbolized
We’ll begin to feel acquainted.
So we’ll gaily float in a slumber boat
Where subconscious waves dash wildly;
In the stars’ soft light, we will say good-night—
And “good-night!” will put it mildly.

Our desires shall be from repressions free—
As it’s only right to treat them.
To your ego’s whims I will sing sweet hymns,
And ad libido repeat them.
With your hand in mine, idly we’ll recline
Amid bowers of neuroses,
While the sun seeks rest in the great red west
We will sit and match psychoses.
So come dwell a while on that distant isle
In the brilliant tropic weather;
Where a Freud in need is a Freud indeed,
We’ll always be Jung together.

 

Poem In The American Manner

I dunno yer highfalutin’ words, but here’s th’ way it seems
When I’m peekin’ out th’ winder o’ my little House o Dreams;
I’ve been lookin’ ‘roun’ this big ol’ world, as bizzy as a hive,
An’ I want t’ tell ye, neighbor mine, it’s good t’ be alive.
I’ve ben settin’ here, a-thinkin’ hard, an’ say, it seems t’ me
That this big ol’ world is jest about as good as it kin be,
With its starvin’ little babies, an’ its battles, an’ its strikes,
An’ its profiteers, an’ hold-up men—th’ dawggone little tykes!
An’ its hungry men that fought fer us, that nobody employs.
An’ I think, ‘Why, shucks, we’re jest a lot o’ grown-up little boys!’
An’ I settle back, an’ light my pipe, an’ reach fer Mother’s hand,
An’ I wouldn’t swap my peace o’ mind fer nothin’ in the land;
Fer this world uv ours, that jest was made fer folks like me an’ you
Is a purty good ol’ place t’ live—say, neighbor, ain’t it true?

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)
Cover


De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 inFrankfurt am Main. Zie ook alle tags voor wolfdietrich Schnurre op dit blog.

Uit: Begegnung mit der Zeit

„Ich glaube, dass ich für alle spreche, wenn ich euch die folgenden Worte, mit Freudentränen in den Augen, anvertraue:
„Während meiner Kindheit bin ich, wie jeder andere sicherlich auch, der Zeit begegnet. Geglänzt und gestrahlt hat sie. Sie war so hell, dass man die Augen kaum offen halten konnte. Man wurde regelrecht geblendet. Und in was für prächtige Kleider sie gehüllt war. Stoffe so edel, dass selbst der reichte Mensch der Welt sie nicht hätte bezahlen können.
Sie reichte mir ihre Hand. Diese Berührung weckte in mir das intensivste Gefühl, das ich bis dahin kannte und noch heute kenne. Es ist das Gefühl der absoluten und grenzenlosen Freiheit.“
Ich glaube, dass ich für alle spreche, wenn ich euch die folgenden Worte, voller Furcht, ins Ohr flüstre:
„ Ich bin kürzlich erst, wie jeder andere sicherlich auch, wiedereinmal der Zeit begegnet. Ich glaube zumindest, dass die Zeit war. Schrecklich sah sie aus. Verblasst der Glanz, der mich einst als Kind geblendet hat. Zerfetzt die edlen Stoffe, die ihren Körper zierten. Das Gesicht, abgemagert. Nein, nicht abgemagert, es war das Gesicht eines Toten. Vor mir war ein Schädel, über den jemand eine dünne Haut gespannt hat. Furchtbar!
Ich musste die Augen schließen, mich wegdrehen, einfach davonrennen. Es gab keinen anderen Ausweg. Ihr Anblick war nicht zu ertragen.“
Ich weis, dass ich nicht für alle spreche, wenn euch die folgenden Worte, vom höchsten Punkt der Welt aus, so dass ein jeder sie hören wird, schreie:
„Lange ist es her, dass ich beim Anblick der Zeit davongerannt bin. Schrecklich war ihr Äußeres und doch besaß ich fortwähren den Wunsch, sie wiederzusehen. Ich hatte vor, mich auf die Suche nach der Zeit zu begeben. Die Suche sollte nicht von langer Dauer sein, denn plötzlich stand die Zeit vor mir. Im alten Glanz und in neuen, weit aus prächtigeren Kleidern.
Sie wusste die Ketten, in die mich der Alltag gelegt hatte, zu sprengen, meine Neugeburt einzuleiten und das vergangene Sterben zu verhindern.
Mir fiel auf, dass das Gefühl der absoluten und grenzenlosen Freiheit niemals verschwunden war. Es umgab mich seit meiner Geburt. Ich hatte lediglich verlernt es zu sehen.“
Ich glaube, dass alle den folgenden Satz verstehen werden, da sie meine Worte schließlich gehört haben müssen:
„Nachdem ich nun die Zeit wiedergefunden habe, ist mir etwas an ihr aufgefallen. Sie besitzt eine austergewöhnliche Eigenschaft. Sie nutzt sich ab, wenn man sie nicht nutzt.“

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)



De Duitse schrijver Gorch Fock (pseudoniem van Johann Wilhelm Kinau) werd geboren op 22 augustus 1880 in Finkenwerder. Zie ook alle tags voor Gorch Fock op dit blog.

Uit:Seefahrt ist not!

Endlich – ein erlösendes Husten unten im Schiff, ein befreiendes Scharren oben auf dem Chor, ein dreistes Sperlingsgeschrei draußen in den Erlen und Eschen. Da vergingen Gespenster und Gedanken, die Sonnenstrahlen fingen wieder an zu spielen, und Alt-Bodemann bekam seine Sprache zurück. Und als er dann bei seinem Herrgott um den Hausstand anhielt und alle, die dazugehörten, um gottesfürchtige Eheleute, Eltern und Herren, gehorsame Kinder und frommes und getreues Gesinde, da war die große Stille vorüber; die Konfirmanden machten wieder ihre verstohlenen Zeichen, die Mädchen kicherten und stießen einander im geheimen an, Gesine Külper dachte an den ersten Schnellwalzer, Thees Segelmacher stützte die Ellbogen auf die Brüstung und hörte so genau zu, als wenn er noch Pastor werden wollte, und die Fahrensleute rollten die Prüntjer geruhig wieder hinter die Kusen.
Klaus Mewes, der junge Seefischer, der in der Nähe der Orgel auf dem Chor saß, war von der Erinnerung an seinen Vater freigekommen, die ihn jäh befallen hatte, und konnte sich wieder seines guten Platzes freuen. Denn er hatte sich so zu Anker gehen lassen, daß er nicht allein recht in der Sonne saß, sondern auch aus dem Fenster sehen konnte. Hinter den Wischen und Gräben sah er den hohen Deich aufragen, und über den Stroh- und Pfannendächern der Häuser gewahrte er die Masten der Fischerfahrzeuge, die auf den Schallen und am Bollwerk lagen, und die Rauchwolken der Dampfer, die im Fahrwasser, hart am holsteinischen Elbufer, auf und ab fuhren: Dinge, die ihm Hirn und Herz mit Mut und Freude füllten.
Wenn er dieses Mal gleichwohl nicht sonderlich darauf achtete, so konnte nur sein Junge schuld daran sein, der unter seinen Augen unermüdlich neben der Kirche im Gras auf und ab ging. Er freute sich wie ein Stint, daß er ihn nicht mit hereingenommen hatte, wie es eigentlich seine Absicht gewesen war, als der Junge ihm mit dem Hund nachgekommen war und gesagt hatte, sie wollten das Gesangbuch tragen und ihn bis an die Kirchentür bringen. Denn hätte der Vogel Bunt so lange ruhig gesessen und geschwiegen? Sicherlich nicht – er wäre bald aufgestanden und umhergelaufen und hätte geguckt und gezeigt und gefragt und getan; beim stillen Eingangsgebet in der Fensternische hätte er gesagt, was jener Bauernjunge vom Osterende gesagt hatte, als er seinen Vater in den Hut gucken sah.“

Gorch Fock (22 augustus 1880 – 31 mei 1916)
Finkenwerder, haven


De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters herregård bij Karlstad. Zie ook alle tags voor Gustaf Fröding op dit blog.

Renaissance

“Mit herrlichem Zierat, bei Pluto,
ist der Knauf deines Degens belegt,
verrät deine Kunst, Benvenuto.
–  laß sehn, wie die Klinge schlägt.”

So riefen die Freunde entgegen
dem Meister Cellini im Chor.
“Heraus mit dem stolzen Degen!”
Und lachend rief er: “D’accord!

Seht her: die Klinge der Klingen!
Ihresgleichen ist nicht in der Welt,
mit ihr wird Cellini zwingen
sich vorwärts, wie ’s ihm gefällt

Und Spott aus schamlosen Kehlen
macht diese Klinge zu Schand;
mit ihr will im Streit ich nicht fehlen,
alleine, Rücken an Wand!

Mit ihr will mein Mädchen ich schützen,
meine Kunst, mit der ich vereint,
auf sie beim Trunke mich stützen,
wenn ich trink auf den einzigen Freund.”

Doch sie, die trug Weine und Speise,
sinnierte, wen er gemeint.
“Cellini”, flüstert sie leise,
“wie heißt dein einziger Freund?”

Er sagte: “Freundschaft vergehet!
Doch der, der mich nie läßt im Stich,
dessen Freundschaft immer bestehet,
–  mein einziger Freund, das bin ich!”

Und er nahm den Becher vom Brettchen,
in der Scheide der Degen versank,
und er schlang den Arm um das Mädchen
und küßte sie lachend und trank.

Gustaf Fröding (22 augustus 1860 – 8 februari 1911)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2018 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

Griet Op de Beeck, Jeroen Theunissen, Annie Proulx, Krijn Peter Hesselink, Willem Arondeus, Alfred Wellm, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Gorch Fock

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Gij nu

‘Er moet betere ellende bestaan dan deze,’ zei ze, en ze lachte. Marcel kon er de humor niet van inzien. Colette was degene die al twintig jaar zeurde om een cruise. Hij had altijd stil verzet gepleegd, maar nu hadden hun drie kinderen deze reis geboekt als cadeau voor hun vijftigste huwelijksdag, en was er dus geen ontkomen meer aan. Hun jongste dochter had met glimmende ogen uit de folder zitten voorlezen: een vijfsterrenschip, genoemd naar een koningin, met tweeënzestig hutten en vier suites, een groot restaurant, een luxe lounge, een bar, een discotheek, een cadeauwinkel, een minigym, een wasserette, een bibliotheek met reading room, een zwembad met bar en grote zonneterrassen. En, o ja, er was in hun arrangement vierentwintig uur per dag gratis champagne.
Elke nieuwe toevoeging had hem nog wat droefgeestiger gestemd. En hoe dichter de datum van afreis kwam, hoe hartstochtelijker hij ertegen op had gezien. Maar nu ze er eenmaal waren, deed hij zijn best om zich zo glimlachend mogelijk te schikken in zijn lot. Wat waren twee weken als je al eenentachtig jaar achter de rug had, tenslotte? En wat was er anders, in dit leven, dan je best doen? Hij deed het al zolang hij zich kon herinneren. Van toen hij probeerde de liefde te winnen van zijn moeilijk te vermurwen juf in het tweede leerjaar, het was hem nooit gelukt.
En toch had juist Colette commentaar. Het was al begonnen toen ze nog maar net arriveerden: dat er wel heel veel tapijt gebruikt was, overal, en dat ze niet wilde weten wat voor vuiligheid daar allemaal in kroop die geen stofzuiger er ooit nog uit zou krijgen. Dat het schilderij in hun kajuit evenveel met kunst te maken had als haar gebit met echte tanden. En dat ze nog liever ter plekke zand at dan naar de muzikale revue te moeten die ’s avonds geprogrammeerd stond.
En nu liet ze zich zelfs gaan terwijl de ober erbij stond. Ook al begreep die vriendelijke man niet wat ze had gezegd, haar gezicht sprak eeuwig boekdelen. Onkreukbaar herhaalde de ober in voorzichtig Engels, dit keer met iets joligs in de stem, alsof hij iets leuks te melden had, dat er helaas geen tafels voor twee meer beschikbaar waren. Zonder een volgende reactie van Colette af te wachten, draaide hij zich om en liep in de richting van de grote tafels die centraal in het restaurant stonden. Zonder te fluisteren zei Marcels vrouw: ‘Let op, nu gaan ze ons ook nog bij de bejaarden pleuren.’ Ze naderden een tafel voor tien, waar al zes gasten zaten, en zijn vrouw kreeg, zoals meestal, gelijk: allemaal verkreukelde koppen.
In principe had Marcel niks tegen oudjes, alleen was het zo jammer dat ze altijd over vroeger wilden praten, en als je echt pech had: over de oorlog. Nog erger waren de details over kinderen en kleinkinderen die je nooit zou ontmoeten, en de omstandige verslagen van fysieke kwalen.

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)


De Vlaamse dichter en schrijver Jeroen Theunissen werd geboren in Gent op 22 augustus 1977. Zie ook alle tags voor Jeroen Theunissen op dit blog.

Uit: Jouw huid

“Een windstoot, druppels komen binnen, en een lange man die je hier nog niet hebt gezien, met een overjas en een zwart rugzakje, verschijnt. Hij duwt een opgevouwen fiets voor zich uit, draagt een fietshelm. Je ziet dat hij niet past in deze verloren stadsplooi, aan dit plein zonder toekomst en zonder duidelijk verleden, met schilferende bomen, verveelde hangjongeren en wat verderop de drukke doorgangsweg. Hij past in een ander, beter en netter deel van de stad. Een man van veertig, denk je. De man is doorweekt, en hij oogt verbouwereerd, alsof de regen hem persoonlijk beledigd heeft. Je glimlacht naar hem omdat het van jou verwacht wordt, maar ook vanwege de situatie, onhandig en vreemd. Hij wordt door de stamgasten gemonsterd. Je probeert Napoleon nog tegen te houden, die
opspringt, naar de natte bezoeker holt, hem uit zijn evenwicht brengt. Maar de man herstelt zich, kijkt rond, knikt iedereen afzonderlijk toe. Wanneer hij zijn overjas uittrekt, verschijnt een maatpak. De man aait Napoleon. Niet veertig, zie je nu, eerder dertig. Een man van dertig. Vijfendertig. Een man van vijfendertig.
Je sust Napoleon. Terwijl je de hond wegleidt, kijk je naar de man, die tussen de tafels en de puinzooi en de rariteiten een vrije plek zoekt. Man en hond lijken dezelfde ogen te hebben. Is hij een man die van honden houdt? Wanneer hij zijn jas over de stoel heeft gevouwen, zijn rugzakje naast de tafel op de grond heeft geplaatst en zijn platte haren heeft losgeschud, komt hij naar je toe en bestelt in het Engels een glas witte wijn. Zijn bleke hoofd, de mond als een streep en de rode vlekken op de wangen alsof hij urenlang geravot heeft. Borstelige wenkbrauwen, zelfde kleur als het hoofdhaar, ze lijken er door een kleuter opgeplakt. Er gaat kracht van hem uit, of misschien is het alleen zijn lengte. De man heeft een iets te nasale stem en loopt gebogen, alsof hij nog groter is dan hij is.

Jeroen Theunissen (Gent, 22 augustus 1977)


De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Annie Proulx op dit blog.

Uit: Brokeback Mountain

“As it did go. They never talked about the sex, let it happen, at first only in the tent at night, then in the full daylight with the hot sun striking down, and at evening in the fire glow, quick, rough, laughing and snorting, no lack of noises, but saying not a goddam word except once Ennis said, “I’m not no queer,” and Jack jumped in with “Me neither. A one-shot thing. Nobody’s business but ours.” There were only the two of them on the mountain, flying in the euphoric, bitter air, looking down on the hawk’s back and the crawling lights of vehicles on the plain below, suspended above ordinary affairs and distant from tame ranch dogs barking in the dark hours. They believed themselves invisible, not knowing Joe Aguirre had watched them through his 10×42 binoculars for ten minutes one day, waiting until they’d buttoned up their jeans, waiting until Ennis rode back to the sheep, before bringing up the message that Jack’s people had sent word that his uncle Harold was in the hospital with pneumonia and expected not to make it. Though he did, and Aguirre came up again to say so, fixing Jack with his bold stare, not bothering to dismount.
In August Ennis spent the whole night with Jack in the main camp, and in a blowy hailstorm the sheep took off west and got among a herd in another allotment. There was a damn miserable time for five days, Ennis and a Chilean herder with no English trying to sort them out, the task almost impossible as the paint brands were worn and faint at this late season. Even when the numbers were right Ennis knew the sheep were mixed. In a disquieting way everything seemed mixed.
The first snow came early, on August 13th, piling up a foot, but was followed by a quick melt. The next week Joe Aguirre sent word to bring them down, another, bigger storm was moving in from the Pacific, and they packed in the game and moved off the mountain with the sheep, stones rolling at their heels, purple cloud crowding in from the west and the metal smell of coming snow pressing them on. The mountain boiled with demonic energy, glazed with flickering broken-cloud light; the wind combed the grass and drew from the damaged krummholz and slit rock a bestial drone. As they descended the slope Ennis felt he was in a slow-motion, but headlong, irreversible fall.
Joe Aguirre paid them, said little. He had looked at the milling sheep with a sour expression, said, “Some a these never went up there with you.” The count was not what he’d hoped for, either. Ranch stiffs never did much of a job.
“You goin a do this next summer?” said Jack to Ennis in the street, one leg already up in his green pickup. The wind was gusting hard and cold.”

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)
Scène uit de film Brokeback Mountain uit 2005


De Nederlandse dichter en schrijver Krijn Peter Hesselink werd op 22 augustus 1976 geboren in Utrecht. Zie ook alle tags voor Willem Krijn Peter Hesselink op dit blog.

Man van God

De muren die ik als mijn huid verkies
zijn stevig als je ingevallen wangen
nu je tot hier je kruis hebt meegesleept
en buiten eindeloos blijft weifelen
of je wel aan mag kloppen

als ik mijn oor tegen de stenen leg
hoor ik het suizen van je ademhaling
als ik mijn ogen sluit zie ik in jou
het kind dat wachtte voor de deur waarachter
mijn vader zat te denken

ik wist wat me te doen stond, eerst aankloppen
dan op de drempel zeggen wat ik wilde
de blokkendoos, waarmee ik zijn werkkamer
straks na zou bouwen om die tempel dan
met vaste hand van God in puin te slaan

 

Thuiskomst

Nestel je tussen mijn schouders, hoofd.
Sla je vleugels rond je oren. Je hebt
genoeg gehoord. En te veel. Onderweg
overstemt het geklapwiek de eigen ademtocht.

En prompt weet het niet beter. Likt het links, likt het rechts
een schouder, een hand, dan likt het zichzelf. Geen
haar dat nog piekert. Geen oog dat nog blikt.
Geen hoofd dat nog opvliegt. Denkt het.

Krijn Peter Hesselink (Utrecht, 22 augustus 1976)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren. Zie ook alle tags voor Willem Arondéus op dit blog.

Wel zijn er woorden om dit leed gesproken

Wel zijn er woorden om dit leed gesproken,
– Getuigen van de opvaart onzer waan –
Wier klank niet door de veege tijd gebroken,
De val der toekomst zingend zal bestaan –

Zij groeiden uit het warm verbond der monden,
Uit rijke harten van den waan genood,
Die in dit witte leven niet bevonden
Den schaduw voor hun nacht-bestemd kleinood –

Zoo deze woorden: – van het boek, verloren,
Dat ons vervreemd ontkennen niet vermocht
Met een zacht hart aanbiddend toebehooren
Tot ander bidden hun getuigen zocht -:

‘Hoe ligt de held der hoogten in zijn wonden;
Zijn doode lippen wonderlijker dan
De liefde aller vrouwen roode monden;
Ik ben benauwd om uwentwil – o Jonathan!’

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)
Willem Arondeus – Bloesems belofte wordt nu in oogsten vervuld, september, aquarel, 1930-31


De Duitse schrijver Alfred Wellm werd geboren op 22 augustus 1927 in Neukrug/Elbing. Zie ook alle tags voor Alfred Wellm op dit blog.

Uit: Pugowitza oder Die silberne Schlüsseluhr

„Und Beine hat er! Hat er Beine!”
„Es ist ein belgisches Pferd”, sagte der Mann.
Nun, da der Wallach genug getrunken hatte, war er willig, und Heinrich führte ihn im Hof umher. Dieser alte Komarek, als habe er es zeitlebens mit Pferden zu tun gehabt. Er ging herum und hob die Hufe an, er rüttelte an den schweren Eisen.
Der Junge sagte: „Was meinen Sie, ob er einen großen Ackerwagen ziehen würde?”
Ho, ein ganzes Fuder würde er wohl fortziehen, sagte der Mann, nicht nur den Ackerwagen. Denn es wäre ein belgisches Pferd.
Sie standen und redeten so in ihrer Trunkenheit.
Sie hatten die Handwagen und Fahrräder stehenlassen und luden die Koffer und die Bündel in den hohen Kastenwagen. Und Frau Kirsch streichelte viel den Pferdekopf. „Es ist nämlich ein belgisches Pferd”, erklärte Heinrich, und er überlegte, ob er jetzt Frau Kirsch die Bluse schenken sollte. Aber es waren so viele Menschen herum. Der Wallach klappte mit der großen Lippe und hielt die Augen geschlossen, während Frau Kirsch ihn streichelte. „Mein Prinz”, sagte Frau Kirsch. „Mein Prinz.” — „Er wäre verdurstet, Frau Kirsch, wenn ich ihn nicht gefunden hätte”, sagte der Junge.
Dann trugen sie alte Teppiche herbei und bauten ein Dach über den Kastenwagen. Aber es war kaum noch Platz geblieben, und sie konnten nur wenig Heu für das Pferd mitnehmen. Der alte Komarek hatte dem Jungen die Pferdeleine anvertraut, und hinter dem Jungen, im warmen Heu, saßen die Kinder der Puwalewski.“

Alfred Wellm (22 augustus 1927 – 17 december 2001)

 

De Amerikaanse dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook alle tags voor Dorothy Parker op dit blog.

A Certain Lady

Oh, I can smile for you, and tilt my head,
And drink your rushing words with eager lips,
And paint my mouth for you a fragrant red,
And trace your brows with tutored finger-tips.
When you rehearse your list of loves to me,
Oh, I can laugh and marvel, rapturous-eyed.
And you laugh back, nor can you ever see
The thousand little deaths my heart has died.
And you believe, so well I know my part,
That I am gay as morning, light as snow,
And all the straining things within my heart
You’ll never know.

Oh, I can laugh and listen, when we meet,
And you bring tales of fresh adventurings, —
Of ladies delicately indiscreet,
Of lingering hands, and gently whispered things.
And you are pleased with me, and strive anew
To sing me sagas of your late delights.
Thus do you want me — marveling, gay, and true,
Nor do you see my staring eyes of nights.
And when, in search of novelty, you stray,
Oh, I can kiss you blithely as you go ….
And what goes on, my love, while you’re away,
You’ll never know.

 

But Not Forgotten

I think, no matter where you stray,
That I shall go with you a way.
Though you may wander sweeter lands,
You will not soon forget my hands,
Nor yet the way I held my head,
Nor all the tremulous things I said.
You still will see me, small and white
And smiling, in the secret night,
And feel my arms about you when
The day comes fluttering back again.
I think, no matter where you be,
You’ll hold me in your memory
And keep my image, there without me,
By telling later loves about me.

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 inFrankfurt am Main. Zie ook alle tags voor wolfdietrich Schnurre op dit blog.

Uit: Dreimal zur Welt gekommen

„Ich bin 1920 in Frankfurt am Main geboren worden. Mein Erinnerungsvermögen setzt mit drei Jahren ein. Es hat aus dieser Zeit einen Teich festgehalten, in dem gelbe Trauerweidenblätter schwammen. Am Rand stand, unter einem schwarzen Tuch verborgen, ein Fotoapparat. Er hatte manchmal drei, manchmal fünf dürre Beine. Hatte er fünf, war der Fotograf mit unter dem Tuch. Ich schlief in einem Gitterbett, das aufregend nach rostigem Eisen und öligem Werg roch. Neben mir saß ein Teddybär. Er hatte eine Schelle um den Hals, und waren Männer mit Elchgeweihen und Katzen mit brennenden Augen in meinen Träumen gewesen, schüttelte ich den Bären; dann kam mein Vater auf das Klingeln herein und beruhigte mich wieder. Er war sehr viel jünger als ich heute bin, hatte gerade seinen naturwissenschaftlichen Doktor gemacht und fuhr jeden Morgen, eine längs gefaltete Aktentasche, in der die Kaffeeflasche gluckerte, auf dem Gepäcksitz des Fahrrads, in eine Fabrik, die Glühbirnen machte. (…)
Ich war häufig krank damals und sehr oft in Heimen. In Hirschhorn am Neckar umsorgten mich Nonnen. Sie hängten mir ein Laken über den Kopf, in das ich hineingemacht hatte und ließen mich von den anderen Kindern verhöhnen. Im Allgäu später war es dann schöner. Dort lebte ein geistesschwacher Mann mit im Heim, der fallsüchtig war und wunderbar Ziehharmonika spielte. Wir weinten immer, wenn er seine Krämpfe bekam. Als mich dort mein Vater besuchte, wurde ihm zu Ehren die Kapellenglocke geläutet. Er war Bibliothekar geworden inzwischen, aber es gefiel ihm nicht mehr in Frankfurt; mit einer neuen Freundin zusammen, die Malerin war, zogen wir um nach Berlin.
In Berlin kam ich 1928 ein zweites Mal auf die Welt. Wir wohnten ganz im Nordosten, in Weißensee, einem Arbeiterviertel. Es gab viele Mauersegler am Himmel und fast ständig politische Unruhen auf den Straßen. Im Haus arbeitete ein jüdischer Glaser. Wenn er einen Spiegel reparierte, setzte er sich immer erst eine dunkle Brille auf, wegen der fremden Blicke, die den Spiegel unrein gemacht hatten. Es war ein Eckhaus mit einer Kneipe darin. Alle paar Tage kehrten vom nahegelegenen Friedhof die Trauergemeinden zum Totengedenkessen dort ein. Es gab immer dasselbe: Eisbein mit Sauerkraut, und dazwischen tauchten die Frauen ihre verweinten Gesichter in die großen besänftigend kühlen Weiße-Gläser hinein. (…)
Ein Jahr später zog man mich ein. Ich musste in Ostpreußen Flugplätze planieren. Während des deutschen Angriffskrieges auf Polen hatten wir die Schlachtfelder von den Toten zu säubern. Auf dem Kasernenhof in Potsdam lernten wir dann, mit aufgepflanztem Bajonett in einen Sandsack zu stechen. Auf dem Sack prankte ein waagrechter Kreidestrich, der die Gürtellinie markierte. Einige numerierte Kreise unterhalb der Gürtellinie bezeichneten die für den Einstich anatomisch wirksamsten Stellen.“

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)
Cover

 

De Duitse schrijver Gorch Fock (pseudoniem van Johann Wilhelm Kinau) werd geboren op 22 augustus 1880 in Finkenwerder. Zie ook alle tags voor Gorch Fock op dit blog.

Uit:Seefahrt ist not!

„Von den mittleren Bänken kam ein Weinen und Schluchzen. Dort saßen die Seefischerwitwen, in ihren schwarzen Kleidern und mit den dunklen Kopftüchern wie morgenländische Klageweiber anzusehen. Der letzte Jahrgang hatte die Stirnen auf der harten Holzlehne liegen, als sei kein Leben mehr in ihm: So wollten es die Sitte und der Schmerz. Zuhinterst saß die greise Geeschen Witten, tiefe Runen im Gesicht, das einer Landkarte ähnlicher sah als einem Menschenantlitz. Sie konnte nur noch für Tote beten, denn alles Leben hatte sie der See gegeben: ihren Vater, der 1843 vor der holländischen Küste über Bord gegangen war, ihren Mann, der in den sechziger Jahren während der Äquinoktien untergegangen war, ihren Bruder, den sich die See fünf Jahre später bei Amrum geholt hatte, ihre beiden Söhne, die vor neun Jahren mit ihrem neuen Ewer verschollen waren. Sie wohnte ganz allein in ihrem großen, leeren Dachhaus, zwischen Netzen und Segeln, die die Gebliebenen zurückgelassen hatten, und wunderte sich, daß sie immer noch lebte und daß auf ihrem Kirchenplatz nicht schon lange eine andere saß.
Einer aber war da, der hatte den Kopf nicht gesenkt und die Augen nicht zugemacht: Thees to Baben, der Segelmacher und Spökenkieker, der Blut stillen, Krankheiten besprechen, Hexen bannen und Schweine zum Fressen bringen konnte und die Gabe des Vorsehens und Vorhörens besaß. Er beobachtete den Pastor scharf, und als Bodemann die Augen schloß, machte Thees seine weit auf und starrte durch das verbleite Fenster, bis er ihn kommen sah, den langen, heimlichen Zug, der vom Deich stieg und über die Äcker, Gräben und Wischen wallte, ohne eines Weges oder Steges zu bedürfen, der durch die von selbst sperrweit aufgehenden Türen drängte und die Kirche füllte. Lautlos und gespenstisch besetzte er alle leeren Plätze und alle Gänge. Kopf an Kopf standen sie, die gekommen waren, die gebliebenen Fahrensleute, die alten und die jungen, die Schiffer und die Knechte. Mit weitgeöffneten, wasserleeren Augen sah der Segelmacher sie an. Wie sie über Bord gespült worden waren, standen und gingen sie, das Wasser leckte ihnen von den Südwestern, glänzte auf den Ölröcken und quoll aus den Seestiefeln. Der Spökenkieker sah sie und lugte, ob sie einen unter sich hatten, dessen Untergang am Deich noch nicht bekanntgeworden war. Dabei blieb er ruhig, denn er war an Spuk gewöhnt; nur wenn einer der Toten ihn ansah, schüttelte er den Kopf, als wenn er sagen wollte: An den Segeln hat es nicht gelegen, daß ihr geblieben seid, die Segel waren gut! Wobei er allerdings voraussetzte, daß er sie auch wirklich gemacht hatte.“

Gorch Fock (22 augustus 1880 – 31 mei 1916)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

Gustaf Fröding, Panait Istrati, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry, Jean Regnault de Segrais

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad. Zie ook alle tags voor Gustaf Fröding op dit blog en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

Es war Tanz Samstagnacht

Es war Tanz Samstagnacht, ein Lachen und Lärmen,
und es hallte weithin von den lustigen Schwärmen,
ein Juhu! und ein Hopp! und und ein Hej!
Nils Utterman sah man, den Spielmann und Narren,
wie er saß mit der Pfeife am Weg auf dem Karren,
spielte dudeli! dudeli! dej!

Da war Bolla, das prächtige Takene-Täubchen,
sie ist arm, aber hübsch mit dem reizenden Häubchen
und lustig und geckig und keck.
Da war Kersti, die trotzige, wandernde, wilde,
da war Finnbacka Britta und Kajsa und Tilde
und die stattliche Marja von Bäck.

Da war Petter von Toppsta und Gustaf von Backen,
das sind Jungs, die verstehn sich aufs Holzen und Hacken
und auf Mädchen im Tanz, holla hü!
Man sah Flaxman vom Torp und Niklas von Swängen
und Pistol, den Rekruten, im Tanze sich drängen  –
und Kall-Johan von Skräddareby.

Und als hätten sie Wespen in Hosen und Röcken,
so hüpften im Rejland die Gören und Gecken
und klickten und klackten wie toll,
und Rockschöße flatterten, Schürzelein flogen,
und Blondzöpfe schwangen und schwirrten im Bogen,
und die Pfeife, die schallte und scholl.

In dem Dickicht von Birken und Erlen und Hasel
war Geflüster, Getuschel, Gelärm und Gefasel
im schummrigen Schattenrevier,
es war Spiel und Geras’ über Steine und Stöcke,
es rauschten die Zweige und raschelten Röcke: 
– Wenn du willst, so hast du mich hier!

Es glommen die Sterne, den Platz zu erhellen,
und es lag ihr Schein auf den plätschernden Wellen,
auf dem laubwaldumkränzten See.
Und ein Duft lag schwer auf den blühenden Triften
von den harzigen Zapfen der Föhren und Fichten,
von Sträuchern und Blumen und Klee.

Und ein Fuchs stimmte ein in die lustigen Laute,
und ein Kauz schrie uhu! aus dem Brombeerkraute,
und sie hörten es nicht, was da schrie;
doch uhu! kam vom Getberg das Echo der Schreie
und als Antwort Nils Uttermans Dudelideie!
und ein dudeli di! dudeli!

 

Vertaald door Klaus-Rüdiger Utschick

 
Gustaf Fröding (22 augustus 1860 – 8 februari 1911)
Gustaf Fröding in de ziekenkamer door Richard Bergh 1909 

Doorgaan met het lezen van “Gustaf Fröding, Panait Istrati, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry, Jean Regnault de Segrais”

Jeroen Theunissen, Gustaf Fröding, Panait Istrati, Jean Regnault de Segrais, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry

De Vlaamse dichter en schrijver Jeroen Theunissen werd geboren in Gent op 22 augustus 1977. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 en ook mijn blog van 1 juni 2010 en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid

 

Wij zouden gaan wonen in schoonheid
van augustus, surfend op het net vonden
we de plek, spraken zacht, medelijden
zouden we met die anderen hebben.
Die dwazen, die maar werkten. En er
zou ook regen zijn maar vooral veel zon.
En we zouden weten welke maand
in augustusland past.
Zwerven zouden wij door wat ons langzaam
en dagelijks overstijgt, seizoenen,
de ochtend eten, drinken, jeugdig en rijp.
En ten slotte zouden we de boel
kort en klein slaan, we zouden spelend
na de vernieling terugkeren.

 

 

Jeroen Theunissen (Gent, 22 augustus 1977)

 

Doorgaan met het lezen van “Jeroen Theunissen, Gustaf Fröding, Panait Istrati, Jean Regnault de Segrais, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry”

Annie Proulx, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Willem Arondéus,Krijn Peter Hesselink, Irmtraud Morgner, Gustaf Fröding, Georges de Scudéry, Panait Istrati, Jean Regnault de Segrais

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Uit: Brokeback Mountain

 “Ennis Del Mar wakes before five, wind rocking the trailer, hissing in around the aluminum door and window frames. The shirts hanging on a nail shudder slightly in the draft. He gets up, scratching the grey wedge of belly and pubic hair, shuffles to the gas burner, pours leftover coffee in a chipped enamel pan; the flame swathes it in blue. He turns on the tap and urinates in the sink, pulls on his shirt and jeans, his worn boots, stamping the heels against the floor to get them full on. The wind booms down the curved length of the trailer and under its roaring passage he can hear the scratching of fine gravel and sand. It could be bad on the highway with the horse trailer. He has to be packed and away from the place that morning. Again the ranch is on the market and they’ve shipped out the last of the horses, paid everybody off the day before, the owner saying, “Give em to the real estate shark, I’m out a here,” dropping the keys in Ennis’s hand. He might have to stay with his married daughter until he picks up another job, yet he is suffused with a sense of pleasure because Jack Twist was in his dream.

The stale coffee is boiling up but he catches it before it goes over the side, pours it into a stained cup and blows on the black liquid, lets a panel of the dream slide forward. If he does not force his attention on it, it might stoke the day, rewarm that old, cold time on the mountain when they owned the world and nothing seemed wrong. The wind strikes the trailer like a load of dirt coming off a dump truck, eases, dies, leaves a temporary silence.”

brokeback

Scène uit de film Brokeback Mountain

 

They were raised on small, poor ranches in opposite corners of the state, Jack Twist in Lightning Flat up on the Montana border, Ennis del Mar from around Sage, near the Utah line, both high school dropout country boys with no prospects, brought up to hard work and privation, both rough-mannered, rough-spoken, inured to the stoic life. Ennis, reared by his older brother and sister after their parents drove off the only curve on Dead Horse Road leaving them twenty-four dollars in cash and a two-mortgage ranch, applied at age fourteen for a hardship license that let him make the hour-long trip from the ranch to the high school. The pickup was old, no heater, one windshield wiper and bad tires; when the transmission went there was no money to fix it. He had wanted to be a sophomore, felt the word carried a kind of distinction, but the truck broke down short of it, pitching him directly into ranch work.

 proulx

 Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Afternoon

When I am old, and comforted,
And done with this desire,
With Memory to share my bed
And Peace to share my fire,

I’ll comb my hair in scalloped bands
Beneath my laundered cap,
And watch my cool and fragile hands
Lie light upon my lap.

And I will have a sprigged gown
With lace to kiss my throat;
I’ll draw my curtain to the town,
And hum a purring note.

And I’ll forget the way of tears,
And rock, and stir my tea.
But oh, I wish those blessed years
Were further than they be!

 

Daylight Saving

My answers are inadequate
To those demanding day and date
And ever set a tiny shock
Through strangers asking what’s o’clock;
Whose days are spent in whittling rhyme-
What’s time to her, or she to Time?

 

Garden-Spot

God’s acre was her garden-spot, she said;
She sat there often, of the Summer days,
Little and slim and sweet, among the dead,
Her hair a fable in the leveled rays.

She turned the fading wreath, the rusted cross,
And knelt to coax about the wiry stem.
I see her gentle fingers on the moss
Now it is anguish to remember them.

And once I saw her weeping, when she rose
And walked a way and turned to look around-
The quick and envious tears of one that knows
She shall not lie in consecrated ground.

 parker

 Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2006. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Wahrheit

Ich war vierzehn, da sah ich,
im Holunder aß eine Amsel
von den Beeren der Dolde.

Gesättigt flog sie zur Mauer
und strich sich an dem Gestein
einen Samen vom Schnabel.

Ich war vierzig, da sah ich,
auf der geborstenen Betonschicht
wuchs ein Holunder. Die Wurzeln

hatten die Mauer gesprengt.
Ein Riss klaffte in ihr,
bequem zu durchschreiten.

Mit splitterndem Mörtel
schrieb ich daneben: “Die Tat
einer Amsel.”

schnurre

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren. Zie en ook Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Uit: In memoriam W. Arondéus door Martinus Nijhoff

„Van aanleg was Arondéus schilder. Geleid – misleid, zou hij later zeggen – door zijn vereerde oudere vriend R.N. Roland Holst, ontwikkelde zich zijn werk in de richting van monumentaal-decoratieve kunst. Grote, peinzende gestalten schiep zijn hand, omlijst door symbolische siermotieven, dikwijls toegelicht door versregels van Leopold en anderen. Hij bleek veel talent te bezitten. Geen prijsvraag die hij niet won als hij meedong. De ramen van het stadhuis te Rotterdam, de muren van andere openbare gebouwen, bewaren blijvende getuigenissen van zijn artistiek vermogen. Maar hij zelf bleef onbevredigd. Hij was, in tegenstelling tot Roland Holst, een anti-maatschappelijk wezen, geladen met ironie, waarmee hij zichzelf in bedwang en de buitenwereld op een afstand hield. De decoratieve kunst, zoveel aanpassing vergend, was niet het gebied waarin hij zijn eigenmachtig gevoelsleven op den duur uit kon drukken. Hij verliet de figuurlijke ‘tekens’ en wendde zich tot de levende ‘taal’. Hij ging schrijven, romans, novellen, een studie genaamd ‘Monumentale schilderkunst in Nederland’, in wezen een felle, partijdige afrekening met Roland Holst. Hiermede ontdeed hij zich van een obsessie: de kunst om de kunst. Ten slotte schreef hij dit boek over Matthijs Maris, het schoonste en persoonlijkste werk dat hij voortbracht. In Matthijs Maris, de dromer die ongebaande wegen insloeg, de schilder die geen schilder was, maar zich van de schilderkunst bediende om zijn verbeelding een telkens weer voorlopige vorm te geven, herkende hij zichzelf, neen, ontmoette hij voor het eerst de grotere, zielsverwante broeder, naar wie hij zijn leven lang had gehunkerd. De winter dat hij in het Amsterdamse museum – waar hij Sandberg leerde kennen – gebogen zat in een doodstille zaal over de uit honderden onbeduidende briefjes bestaande correspondentie van Matthijs Maris, was, naast de laatste maanden, de gelukkigste tijd van zijn leven. Hoe graag, zei hij mij eens, had ik één van Thijs’ ontelbare kattebelletjes, die voor de historie toch geen waarde hebben, meegenomen en voor mijzelf behouden, om zijn handschrift altijd bij mij te hebben… Arondéus had lief gekregen.“

arondeus

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)
Temidden van Urker vissers

 

De Nederlandse dichter Krijn Peter Hesselink werd op 22 augustus 1976 geboren in Utrecht. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Grootmoeder op haar ziekbed

‘Ja ik zie je wel kijken, maar ik fietste toch echt
de Amstel af, gister nog, jij rende met
mij op, riep kijk daar, zon, meeuw, wind die mij opstuwde
met jou in mijn kielzog, werd ik even moe
ik ging gewoon liggen op een bed in de V&D
ja raar was het wel, maar het ging zo en niemand
die iets merkte, ook niet toen ik wakker werd, een zwiep
aan dit rotbeen gaf, verder liep, daar lag het pontje
naar Amsterdam-Noord, een agent nam mijn hand
en bracht mij naar moeder – uw zoon, mevrouw? – tss
alsof alleen jongens in bomen klommen, zo
zag ik ons aan, op de voorplecht, de achterplecht
heen en weer, de mensen stroomden
voorbij en niemand die mij aanzag, zelfs jij niet.’

hesselink

Krijn Peter Hesselink (Utrecht, 22 augustus 1976)

 

De Duitse schrijfster Irmtraud Morgner werd geboren op 22 augustus 1933 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2008 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Uit: Leben und Abenteuer der Trobadora Beatriz

“Natürlich ist das Land ein Ort des Wunderbaren. Mir fiel es auf, als mir eine Frau entgegentrat. In meiner Straße. Eines Morgens im April. Die fremde Frau fragte, ob ich Geld hätte. Da ich nüchtern Gesprächen abgeneigt bin, grüßte ich zurück. War auch in Eile, auf dem Weg zum Kindergarten. Die Frau, an deren linker Hand ebenfalls ein Junge zerrte, holte mich ein, nötigte mir mit der rechten Hand ein Paket auf und sagte: »Fünftausend.

« Wir starrten einander an. Die Jungen rissen sich los. Ich hörte der Zahl nach. Als sie mir bewußt wurde, versuchte ich, die Last loszuwerden. Aber die Frau wich zurück und grub ihre Hände in die Taschen ihres Mantels. Seine reichliche Weite war gefüllt. Das kurze Kleidungsstück ließ keineswegs Knie sehen, kaum Waden. Obgleich ich allen Grund hatte, der aufdringlichen Frau eine Entschuldigung abzugewinnen, entschuldigte ich mich. Ließ mir von ihren braunen Knopfaugen das

Gesicht durchmustern. Duldete, wer weiß, warum, das unverlangte Gewicht. Erst als ich spürte, daß die Paketverschnürung meine Fingerkuppen abgebunden hatte, schickte ich mich an, das Heck eines parkenden Personenwagens als Ablageplatz zu benutzen. »Dreitausend«, sagte die Frau. Dann zog sie ein Zellstofftaschentuch aus der Manteltasche und rieb ihre Augen. Bald die Nase. Meine kitzelte Regenwasser. Es floß vom Scheitel ab. Die Kunstlocken der Frau waren bereits in ein Stadium

demoliert, das Wolle einer aufgetrennten braunen Socke vermuten ließ. Drei Schluchzer.”

morgner

Irmtraud Morgner (22 augustus 1933 – 6 mei 1990)

 

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

Der Ball. Ein Heldengedicht (Fragment)

1.
Es war einmal, ein Jüngling war ich noch,
da jede Müh mir schien ein schweres Joch,
und auf den Wogen der Bohème trieb ich,
Childe-Harold-Dichtung schrieb ich und zerrieb mich,
manchmal im Freundeskreis im Punsch ertrank ich,
manchmal in dumpfer Lethargie versank ich,
erträumte Gold und Lorbeer unermeßlich,
bis ich war gelb und mager, krank und häßlich.

Es war einmal, es war beim Oskarsball
im Winter in der Stadt im Festlokal,
ich stand im Fracke zwischen lauter Fracken,
er war geliehn, zu lang, zu hoch im Nacken,
mein Hemd war steif und bräunlich von der Plätte,
weiß kontrastierend meine Halsrosette,
ein Knopf war ab, der eine Absatz schief,
die Seele war erstickt in Muff und Mief.

Und ringsherum gedrängt des Städtchens Crème
in ihrer Pracht provinziell vornehm,
mit Tressengold bestückte Staatsgewalt
rings um des Landrats stattliche Gestalt,
die Vasaritter aus den Salzkontoren
rings um den werten Branntweinmatadoren.
In einem Eck stand Major Gyldenstorm
mit Hauptmann Adelfeldt in Uniform,
und hier und da ein Leutnant aus dem Stab
ging Schnurrbart zwirbelnd wandernd auf und ab.
Und hier und da ein Rudel Zivilisten,
die steif zum Gruße ihre Hüte hißten,
und Tante neben Tante an der Wand,
in Gredelin mit buntem Seidenband,
und tüllumrauscht und knisternd farbenfroh
die holden Edelfräulein comme il faut
mit Wedeln kühlend sich ihr junges Blut,
ganz edelfräuleinhaft und hochgemut.

 

Vertaald door Klaus-Rüdiger Utschick

fröding

Gustaf Fröding (22 augustus 1860 – 8 februari 1911)

 

De Franse dichter en schrijver Georges de Scudéry werd geboren op 22 augustus 1601 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2009.

L’hiver

L’Air paraît tout obscur ; la clarté diminue ;
Les arbres sont tous nus ; les ruisseaux tous glacés ;
Et les rochers affreux, sur leurs fronts hérissés,
Reçoivent cet amas, qui tombe de la Nue.

Tout le Ciel fond en eau ; la grêle continue ;
Des vents impétueux, les toits sont renversés ;
Et Neptune en fureur, aux Vaisseaux dispersés,
Fait sentir du Trident, la force trop connue :

Un froid âpre et cuisant, a saisi tous les corps ;
Le Soleil contre lui, fait de faibles efforts ;
Et cet Astre blafard, n’a chaleur, ni lumière :

L’Univers désolé, n’a plus herbes ni fleurs ;
Mais on le doit revoir, dans sa beauté première,
Et l’orage éternel, ne se voit qu’en mes pleurs.

 scudery

 Georges de Scudéry (22 augustus 1601 – 14 mei 1667)

 

De Franstalige Roemeense schrijver Panait Istrati werd geboren op 10 augustus 1884 in Brăila, Roemenië. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2009.

 Uit: Codine

« Il tira de sa poche une de ces bourses en canevas avec des fausses perles et des franges, que les prisonniers fabriquent dans les maisons centrales ; il m’offrit une pièce en cuivre.
Je dis :
– Merci, monsieur : je n’accepte pas…
Très étonné, il laissa tomber sa main :
– Tu n’acceptes pas ? Pourquoi ?
– Parce que ma mère me dit qu’il ne faut rien accepter quand on rend un service…
– Tiens ! Ça, c’est pas mal… »
[…]
« – Sais-tu ce que c’est : faire mal à quelqu’un ?
– C’est le faire souffrir, dis-je.
– Non mon bonhomme… Tu n’y es pas. Le mal, le seul mal, c’est l’injustice : tu attrapes un oiseau et tu le mets en cage ; ou bien, au lieu de donner de l’avoine à ton cheval, tu lui fous un coup de fouet. »

(…)

 « – Alors, tu ne crois pas en la patrie, Kir Nicolas ? demandait Adrien.
– Mais si, pédakimou (mon petit enfant), j’y crois : la nuit, quand je travaille seul. Je me rappelle que je suis ici un « sale Albanais ». Alors je pense aux belles montagnes où je suis né et où j’ai passé une enfance douce et paisible… Et dans ces moments-là, je chante, ou je pleure ; mais jamais l’envie ne me prend d’égorger un homme en pensant à ma patrie. »

 istrati

Panait Istrati (22 augustus 1884 – 16 april 1935)

 

 Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 22 augustus 2007

De Franse dichter, schrijver en vertaler Jean Regnault de Segrais werd geboren op 22 augustus 1624 in Caen.

Annie Proulx, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Willem Arondéus

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut.

Uit: The Shipping News

 

„Quoyle shambled, a head taller than any child around him, was soft. He knew it. “Ah, you lout,” said the father. But no pygmy himself. And brother Dick, the father’s favorite, pretended to throw up when Quoyle came into a room, hissed, “Lardass, Snotface, Ugly Pig, Warthog, Stupid, Stinkbomb, Fart-tub, Greasebag,” pummeled and kicked until Quoyle curled, hands over head, sniveling on the linoleum. All stemmed from Quoyle’s chief failure, a failure of normal appearance.

A great damp loaf of a body. At six he weighed eighty pounds. At sixteen he was buried under a casement of flesh. Head shaped like a crenshaw, no neck, reddish hair ruched back. Features as bunched as kissed fingertips. Eyes the color of plastic. The monstrous chin, a freakish shelf jutting from the lower face.

Some anomalous gene had fired up at the moment of his begetting as a single spark sometimes leaps from banked coals, had given him a giant’s chin. As a child he invented stratagems to deflect stares: a smile, downcast gaze, the right hand darting up to cover the chin.

His earliest sense of self was as a distant figure: there in the foreground was his family; here, at the limit of the far view, was he. Until he was fourteen he cherished the idea that he had been given to the wrong family, that somewhere his real people, saddled with the changeling of the Quoyles, longed for him. Then, foraging in a box of excursion momentoes, he found photographs of his father beside brothers and sisters at a ship’s rail. A girl, somewhat apart from the others, looked toward the sea, eyes squinted, as though she could see the port of destination a thousand miles south. Quoyle recognized himself in their hair, their legs and arms. That sly-looking lump in the shrunken sweater, hand at his crotch, his father. On the back, scribbled in blue pencil, “Leaving Home, 1946.”

At the university he took courses he couldn’t understand, humped back and forth without speaking to anyone, went home for weekends of excoriation. At last he dropped out of school and looked for a job, kept his hand over his chin.

Nothing was clear to lonesome Quoyle. His thoughts churned like the amorphous thing that ancient sailors, drifting into arctic half-light, called the Sea Lung; a heaving sludge of ice under fog where air blurred into water, where liquid was solid, where solids dissolved, where the sky froze and light and dark muddled.“

 

Proulx

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

 

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2006. 

 

 

A Dream Lies Dead 

 

A dream lies dead here. May you softly go

Before this place, and turn away your eyes,

Nor seek to know the look of that which dies

Importuning Life for life. Walk not in woe,

But, for a little, let your step be slow.

And, of your mercy, be not sweetly wise

With words of hope and Spring and tenderer skies.

A dream lies dead; and this all mourners know:

 

Whenever one drifted petal leaves the tree-

Though white of bloom as it had been before

And proudly waitful of fecundity-

One little loveliness can be no more;

And so must Beauty bow her imperfect head

Because a dream has joined the wistful dead!

 

 

 

Bohemia 

 

Authors and actors and artists and such

Never know nothing, and never know much.

Sculptors and singers and those of their kidney

Tell their affairs from Seattle to Sydney.

Playwrights and poets and such horses’ necks

Start off from anywhere, end up at sex.

Diarists, critics, and similar roe

Never say nothing, and never say no.

People Who Do Things exceed my endurance;

God, for a man that solicits insurance!

 

 

 

Experience 

 

Some men break your heart in two,

Some men fawn and flatter,

Some men never look at you;

And that cleans up the matter.

 

dorothy_parker

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2006

 

 

Geschenkt

 

Schöne Schippe.
Nich, findste auch?
Wo hast n die her?
Geburtztach.
Is ne Gebrauchsanweisung mit bei?
Wofür n das?
Na, wo willst n buddeln mit der?
Vielleicht auf m Hof.
Is Spieln verboten.
Geh ich auffe Wiese im Park.
Darfste nich rauf.
Denn im Sandkasten eben.
Biste zu groß für.
Denn auf m Sportplatz.
Biste in n Verein?
Schipp ich eben die Hundeknödel weg vonne Straße.
Haste da ne Arbeitsbewilligung für?
Mensch, aber ich hab se doch nu mal, die Scippe!
Das isses ja, das Problem.

 

 

 

Kulisse

 

Regen-
Regen rauscht auf den Rummel.
Das Glücksrad verliert seine Farbe,
der Würfelbecher wird klebrig;
in der Schießbude schlafen die Schüsse.
Wills keiner mehr wagen?
Will keiner mehr würfeln?
Will keiner mehr drehn?
Regen-
Regen rauscht auf den Rummel.

 

Schnurre

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren.

 

 

Gedicht XVI (Fragment)

 

“Waar schemers-wegen keeren tot de nacht,
Daar doolt ons wachten op zijn paden,
Naar hunner monden zachte daden,
Waartoe hun lach ons dwalen bracht;

Doch keert dezelfde voetstap weer; alleen
Daalt het zijn ledig woonhuis tegen,
Om waar een stem, ver als een avondregen:
‘Vergeefs, vergeefs, u wacht er geen.'”

 

arondeus

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 augustus 2007 en ook mijn blog van 22 augustus 2008.

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Annie Proulx, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Krijn Peter Hesselink, Willem Arondéus, Irmtraud Morgner, Gustaf Fröding, Jean Regnault de Segrais, Georges de Scudéry

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007.

Uit: Brokeback Mountain

 

“What Jack remembered and craved in a way he could neither help nor understand was the time that distant summer on Brokeback when Ennis had come up behind him and pulled him close, the silent embrace satisfying some shared and sexless hunger.

They had stood that way for a long time in front of the fire, its burning tossing ruddy chunks of light, the shadow of their bodies a single column against the rock. The minutes ticked by from the round watch in Ennis’s pocket, from the sticks in the fire settling into coals. Stars bit through the wavy heat layers above the fire. Ennis’s breath came slow and quiet, he hummed, rocked a little in the sparklight and Jack leaned against the steady heartbeat, the vibrations of the humming like faint electricity and, standing, he fell into sleep that was not sleep but something else drowsy and tranced until Ennis, dredging up a rusty but still useable phrase from the childhood time before his mother died, said, “Time to hit the hay, cowboy. I got a go. Come on, you’re sleepin on your feet like a horse,” and gave Jack a shake, a push, and went off in the darkness. Jack heard his spurs tremble as he mounted, the words “see you tomorrow,” and the horse’s shuddering snort, grind of hoof on stone.

Later, that dozy embrace solidified in his memory as the single moment of artless, charmed happiness in their separate and difficult lives. Nothing married it, even the knowledge that Ennis would not then embrace him face to face because he did not want to see nor feel that it was Jack he held. And maybe, he thought, they’d never got much farther than that. Let be, let be.”

 

 

brokeback_mountain

Scène uit de film Brokeback Mountain

 

proulx

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook het blog van 7 juni 2006 en van 22 augustus 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

“Star Light, Star Bright–“

Star, that gives a gracious dole,
What am I to choose?
Oh, will it be a shriven soul,
Or little buckled shoes?

Shall I wish a wedding-ring,
Bright and thin and round,
Or plead you send me covering-
A newly spaded mound?

Gentle beam, shall I implore
Gold, or sailing-ships,
Or beg I hate forevermore
A pair of lying lips?

Swing you low or high away,
Burn you hot or dim;
My only wish I dare not say-
Lest you should grant me him.

 

 

Indian Summer

In youth, it was a way I had
To do my best to please,
And change, with every passing lad,
To suit his theories.

But now I know the things I know,
And do the things I do;
And if you do not like me so,
To hell, my love, with you!

 

 

 

Little Words

 

When you are gone, there is nor bloom nor leaf,
Nor singing sea at night, nor silver birds;
And I can only stare, and shape my grief
In little words.

I cannot conjure loveliness, to drown
The bitter woe that racks my cords apart.
The weary pen that sets my sorrow down
Feeds at my heart.

There is no mercy in the shifting year,
No beauty wraps me tenderly about.
I turn to little words- so you, my dear,
Can spell them out.

 

dorothy_parker

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: DIE WEIHNACHTSMANNAFFÄRE

 

…«Typisch für euch», sagte Frieda nur und zog die Decke vom Türeingang weg. «Beeilt euch gefälligst, hier drin ist geheizt.»

Es war ein riesiger kahler Raum, den wir betraten: Die Wände unverputzt, der Boden bröckelnder Lehm und rostige Eisenstreben dazwischen.

«Gemütlich», sagte Ewald knapp und schluckte.

Ich fand, so unrecht hatte er gar nicht. Zwar waren die Fenster noch nicht verglast, doch es hingen ja Decken und Elses Sommerkleider und Ottos Sonntagshose davor. Else selber war auch gut untergebracht; sie lag in der Mitte des Raumes im Bett, und daneben hockte vor einer glühenden Teertonne der Baustellenwächter und schob ein neues Scheit in die Glut, die die hartfaserplattengemusterte Decke mit waberndem Rot übergoss. Es gab ausweglosere Situationen…

 

schnurre

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

 

De Nederlandse dichter Krijn Peter Hesselink werd op 22 augustus 1976 geboren in Utrecht. Hesselink is tevens voordrachtskunstenaar en vertaler. Hij debuteerde in 2008 met de bundel “Als geen ander” bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. In 2007 verschenen zijn vertalingen van Breyten Breytenbach bij uitgeverij Podium. In 2006 werd hij Nederlands Slamkampioen.

 

Stadscompositie

Het begint met een vrouw, zingt

een verjaardagsliedje, zachtjes, voor

het jongetje bij haar op de fiets, verrast

kijkt ze opzij als een fietser naast haar

mee begint te zingen, zachtjes, achter

langs rijdt een bus vrolijk toeterend voorbij

kraaiend van plezier rekt het jongetje zijn nek en

dirigeert de bus de gracht in, laat

een gat in het kroos slaan, onthult hoe de stad

op zijn kop uit het lood hangt, niets dat nog weet

hoe geolied de stad ooit de tijd aftikte

tot zijn vijfde verjaardag, op de kop af, hoe

het alarm afging, hoe het mechaniek in het honderd

 

Hesselink

Krijn Peter Hesselink (Utrecht, 22 augustus 1976)

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: Rudi van Dantzig, Het leven van Willem Arondeus 1894 – 1943

 

“Dinsdagavond 25 Febr.1941

 

Mevr. H.v.d. Wal Spakler

‘De Stove’

Mr Enschede weg

Aerdenhout 

 

Beste Hets, 

 

Het was vanochtend een allerongelukkigsten samenloop: moeders ziekte en de staking, waardoor je vergeefs gekomen bent (…)

De stad is hier met deze stad, een heel vreemde stad geworden. Maar iedereen is er vol van en iedereen leeft mee. Het breidt zich steeds uit, vanmiddag zijn ook de scheepswerven in staking gegaan, welk een prachtige, spontane daad is dit van ons volk! Je voelt zoo, hoe iedereen er trots op is, hoe iedereen in deze daad iets van zijn eigen wil en verlangen herkent en uitleeft. Hoe zal het aflopen? Lang kan het natuurlijk niet duren en er zullen erna wel weer bittere dingen gebeuren Maar in elk geval is het een daad die ons zelfgevoel versterkt en die, geestelijk, een diepe en grote waarde heeft – hoe het resultaat ook mag worden. (…)je T. “

 

ARONDEUS

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)

 

De Duitse schrijfster Irmtraud Morgner werd geboren op 22 augustus 1933 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: Amanda

 

In alten Zeiten, als das Wünschen noch geholfen hat, gab es überhaupt keine halbierten Frauen.

Dann kam der Fortschritt mit seinen Kriegen. Die grossen Krie­ge waren eine Fortsetzung der kleinen Kriege mit anderen Mit­teln. In den alltäglichen kleinen Kriegen zwischen Mann und Frau siegte gewöhnlich der Mann. In den grossen Kriegen hatten beide die Chance zu verrecken.

Als in der Mitte des zwanzigsten Jahrhunderts der zweite Welt­krieg zu Ende war, glaubten viele Überlebende: Das war der letzte auf Erden. Besonders junge Überlebende glaubten es. Das Wunder, dem Inferno heil entronnen zu sein, begünstigte Wun­derglauben. Zudem verschafft die Pubertät jedem Menschen die schöne Illusion, der zu sein, mit dem die Welt erst wirklich an­fängt.

Laura Salman, Tochter des Lokführers Johann Salman und sei­ner Hausfrau Olga, war zwölf Jahre, als der zweite Weltkrieg zu Ende kam. Der Anfang nach dem Ende muss ihr als Ereignis na­türlicher Zauberei erschienen sein, weshalb ihr Gedanken an künstliche zunächst überflüssig erschienen.

Ich eröffne mein Lebenswerk mit einer Erinnerung aus dem Jah­re 1971. »Das Ende war der Anfang meiner grössten Illusion«, gestand mir Laura damals frank auf freier Strasse.

Ich hatte die Frau eben als Spielfrau angestellt. Die Strasse führte auf den Platz der Akademie, vormals Gendarmenmarkt.

»Komischer Anfang«, sagte Laura lachend. Sie lachte nur bei ernsten Gelegenheiten, das hatte ich bald heraus. Aber vom Geheimnis ihres Lebens habe ich bis zu meiner Beerdigung nichts erfahren. Erst der Roman dieser Morgner hat geplaudert. Aus Dummheit? Aus Naivität?

Das Geständnis Lauras fand jedenfalls in Berlin statt. Am Abend eines Herbstäquinoktiums. Wir bevorzugten Berlin-Mitte für intime Gespräche, da die City zu abendlicher Stunde Qualitäten einer abgelegenen Gegend erreicht. Während solcher Gesprä­che wurde reichlich spaziert und knapp geredet. »Die ersten Ta­ge nach dem 8. Mai – schlaraffig«, behauptete Laura. »Rundweg schlaraffig – natürlich nicht fürn Bauch. Der knurrte. Aber der Kopf und die anderen Schamteile alle Art. Wer sich die in seinem Leben mal hat wirklich füllen können, bleibt für Dressuren un­geeignet. Weil ich nämlich eine Pause erlebte: Die Welt stand dir sage und schreibe ein Weilchen auf dem Kopf. Kennstudas?«

 

Morgner

Irmtraud Morgner (22 augustus 1933 – 6 mei 1990)

 

 

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad.

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Jean Regnault de Segrais werd geboren op 22 augustus 1624 in Caen.

 

De Franse dichter en schrijver Georges de Scudéry werd geboren op 22 augustus 1601 in Le Havre.

 

Annie Proulx, Dorothy Parker, Gustaf Fröding, Jean Regnault de Segrais, Georges de Scudéry, Willem Arondéus, Irmtraud Morgner, Wolfdietrich Schnurre

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Haar tweede roman, The Shipping News uit 1993 (Scheepsberichten) won de Pulitzer Prize for Fiction en de National Book Award voor fictie in 1994. Verder won ze de PEN/Faulkner Award for Fiction voor haar eerste roman, Postcards (Ansichten). Annie Proulx begon na haar studie haar carrière als journaliste, en ging pas op latere leeftijd romans schrijven. Haar verhalen gaan vaak over het harde leven op het platteland, en worden gekenmerkt door een compact, maar buitengewoon beeldend en vaak komisch spraakgebruik. In 2005 verfilmde Ang Lee haar verhaal Brokeback Mountain dat voor het eerst in 1997 in The New Yorker verscheen. In 1998 ontving zij er de O. Henry Award en de National Magazine Award voor.

 

Uit The Old Ace in The Hole

 

“In late March Bob Dollar, a young, curly-headed man of twenty-five with the broad face of a cat, pale innocent eyes fringed with sooty lashes, drove east along Texas State Highway 15 in the panhandle, down from Denver the day before, over the Raton Pass and through the dead volcano country of northeast New Mexico to the Oklahoma pistol barrel, then a wrong turn north and wasted hours before he regained the way. It was a roaring spring morning with green in the sky, the air spiced with sand sagebrush and aromatic sumac. NPR faded from the radio in a string of announcements of corporate supporters, replaced by a Christian station that alternated pabulum preaching and punchy music. He switched to shit-kicker airwaves and listened to songs about staying home, going home, being home and the errors of leaving home.

The road ran along a railroad track. He thought the bend of the rails unutterably sad, those cold and gleaming strips of metal turning away into the distance made him think of the morning he was left on Uncle Tam’s doorstep listening for the inside clatter of coffee pot and cups although there had been no train nor tracks there. He did not know how the rails had gotten into his head as symbols of sadness.

Gradually the ancient thrill of moving against the horizon into the great yellow distance heated him, for even fenced and cut with roads the overwhelming presence of grassland persisted, though nothing of the original prairie remained. It was all flat expanse and wide sky. Two coyotes looking for afterbirths trotted through a pasture to the east, moving through fluid grass, the sun backlighting their fur in such a way that they appeared to have silver linings.”

 

 

AnnieProulx

Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook het blog van 7 juni 2006 en van 22 augustus 2006.

 

Ballade at Thirty-five

 

This, no song of an ingénue,
This, no
ballad of innocence;
This, the rhyme of a lady who
Followed ever her natural bents.
This, a solo of sapience,
This, a chantey of sophistry,
This, the sum of experiments, —
I loved them until they loved me.

Decked in garments of sable hue,
Daubed with ashes of myriad Lents,
Wearing shower bouquets of rue,
Walk I ever in penitence.
Oft I roam, as my heart repents,
Through God’s acre of memory,
Marking stones, in my reverence,
“I loved them until they loved me.”

Pictures pass me in long review,–
Marching columns of dead events.
I was tender, and, often, true;
Ever a prey to coincidence.
Always knew I the consequence;
Always saw what the end would be.
We’re as Nature has made us — hence
I loved them until they loved me.

Parker

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad. Na zijn eindexamen gymnasium begon hij met studies aan de universiteit van Uppsala, maar die maakte hij niet af. Wel kwam hij tijdens zijn studie in aanraking met radicaal liberale kringen die invloed hadden op zijn politieke overtuigingen. Hij werkte een tijd bij de radicale krant Karlstads-Tidningen totdat een erfenis hem in staat stelde zich aan het schrijven te wijden. In 1889/90 moest hij echter voor het eerst opgenomen worden in een psychiatrische inrichting wegens een psychische aandoening. Daar voltooide hij zijn eerste bundel Guitarr och dragharmonika (Guitaar en trekharmonica) die in 1891 werd gepubliceerd. Het boek had meteen succes, maar Fröding maakte het niet mee, omdat hij zich ten tijde van de publicatie in een Noors verpleegtehuis bevond om zich tegen alcoholisme te laten behandelen. Tegelijkertijd werkte hij aan zijn tweede bundel Nya dikter (nieuwe gedichten) die in 1894 verscheen. Deze bundel had nog meer succes. Ook daarvan kon de dichter zelf niet genieten omdat hij aan een psychose leed. De rest van zijn leven zou hij in diverse instellingen opgenomen worden. Toch bleef hij schrijven.

Atlantis

 

Hark to the city-life roaring!

Dull is the boom of the rolling fray:

Sometimes a cry goes soaring

Shrill from the torrent spray.

Here all is quiet,

Quiet the water

Sleeps in the silent bay.

 

Here is all desolate seeming —

Far are we now from reality’s strand:

Only the City of Dreaming

Woven on water and land.

Let your head rest now

Here on my shoulder —

Look o’er the taffrail’s rand.

 

These are no rock-reefs that glimmer

Under our keel in the misty light:

Seest thou not castles that shimmer,

Seest thou the palaces bright?

That is Atlantis,

Dreamland’s Atlantis,

The world that was sunk in night!

 

Look on the white walls shining

There where the ways by the citadel meet

Godlike statues are lining

Garden and market and street.

All is deserted,

Memories only

Wander with joyless feet.

 

Gold gat the power for oppression:

Lordlings of Mammon the empire seized,

Stole all the millions’ possession,

Squandered in riot and feast.

Luxury’s conquests

Won they, and Ruin

Grew as the tale increased.

 

Then, as the high Gods fated,

Vanished and sank in the gulfing waves

A people to death dedicated —

Sank to their ocean graves:

Splendidly gifted,

Sunken and perished,

Whelmed in the sunless caves.

 

Thick-set corals are gleaming,

Paving the city of dreams and of sleep:

Sunrays like starlight seeming

Fall on the soundless deep:

Weeds of old ocean,

Twining their fibres,

Over the columns creep.

 

Some day, ah some day for us too

Dawneth our hour for the quenching of light

Some day descends upon us too

Sleep and eternal night —

Waves rolling o’er us,

Sunlight that filters

Dim through the waters bright.

 

Over our city out yonder,

Reared on foundations of slime and sand,

Some day the sea-waves shall wander,

Flooding our shore and strand:

Over us swirling,

Over us swinging,

Folk from an alien land.

 

 

Vertaald door  C.D. Locock 1925

 

Froding

Gustaf Fröding (22 augustus 1860 – 8 februari 1911)

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Jean Regnault de Segrais werd geboren op 22 augustus 1624 in Caen. Vanwege zijn knappe kop werd hij bij Anne Marie Louise d’Orléans aanbevolen als geheime secretaris. Hij had als taak haar geschriften te corrigeren en te publiceren. Een soortgelijke functie kreeg hij ook bij de schrijfster Marie-Madeleine de La Fayette zodat Zaïde (1669) en La princesse de Clèves (1678) onder zijn naam verschenen. Sinds 1662 was hij lid van de Académie française. Grote roem verwierf hij met zijn eclogen en pastoralen.

 

Stances

Doux ruisseaux coulez sans violence,
Rossignols modérez votre voix ;
Taisez-vous, Zéphyrs, faites silence,
C’est Iris qui chante dans ces bois.

Je l’entends et mon cœur qu’elle attire
La connaît à ses divins accents,
Aux transports que sa douceur m’inspire,
Mais bien mieux aux peines que je sens.

Que ses yeux ont d’attraits et de charmes !
Que mon cœur a pour eux de tourment !
J’ai payé mille fois de mes larmes
Le plaisir de les voir un moment.

 

segrais

Jean Regnault de Segrais (22 augustus 1624 – 15 maart 1701)

 

De Franse dichter en schrijver Georges de Scudéry werd geboren op 22 augustus 1601 in Le Havre. Hij diende een tijd in het leger, maar rond zijn dertigste vatte hij liefde op voor de literatuur en rond het midden van de zeventiende eeuw was hij een prominente figuur in Parijs. Zijn verzet tegen Corneille leverde hem de gunst op van Richelieu. Van de verschillende tragikomedies en pastorelen is alleen L’Amour tyrannique aan de vergetelheid ontsnapt. Toch kan een zeker poëtisch talent hem niet ontzegd worden.

 

L’automne

Ô Saison bienfaisante, aimable et douce Automne,
Toi que le Soleil voit d’un regard tempéré ;
Toi qui par les présents, que ta faveur nous donne,
Fais arriver un bien, qu’on a tant espéré.

Ce riche amas de fruits, dont ton front se couronne,
Rend par tous nos Hameaux, ton Autel révéré ;
L’Abondance te suit ; le Plaisir t’environne ;
Mais un plaisir tranquille, aussi bien qu’assuré.

Bacchus te suit partout ; et Cérès t’accompagne ;
Les Côteaux élevés, et la vaste Campagne,
Leurs raisins et leurs blés, te montrent tour à tour :

Chacun dans l’Univers, a
le fruit de ses peines ;
Moi seul, hélas moi seul, abusé par l’Amour,
N’ai qu’un espoir trompeur, et des promesses vaines.

 

scudery

Georges de Scudéry (22 augustus 1601 – 14 mei 1667)

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren.Hij groeide op in Amsterdam. Op dertienjarige leeftijd werd hij toegelaten tot de Quellinusschool, de latere Rietveld Academie, waar hij zich toelegde op het decoratief schilderen. Hij kwam met andere kunstenaars in aanraking en raakte goed bevriend met de dichter Adriaan Roland Holst. In 1923 kreeg hij de opdracht een wandschildering te maken in het stadhuis van Rotterdam. Dat betekende een doorbraak als beeldend kunstenaar. Algemeen wordt in dit werk de invloed gezien van de beeldend kunstenaar Richard Roland Holst, een man die hij bewonderde en die hem beïnvloedde.Voor het gedicht ‘De Stervende’ van zijn andere steun en inspiratiebron Adriaan Roland Holst maakt hij een gravure.

 

ArondeusHoutsnede

Houtsnede voor ‘De Stervende’

 

Omstreeks 1935 wendde hij zich af van de beeldende kunst en wijdde hij zich aan het schrijven. In 1938 debuteerde hij met de roman Het uilenhuis. Zijn volgende roman In de Bloeiende Ramenas kreeg evenals de eerste een redelijk goede ontvangst, al waren er kritische geluiden over zijn stijl. In 1939 verscheen zijn eerste kunsthistorische boek, een biografie van Matthijs Maris. Arondéus was een bijzondere en eigenzinnige Noord-Hollander die dwars tegen de tijdgeest in al rond 1914, op twintigjarige leeftijd, openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Toen in de loop van 1941 Arondéus’ boek over de monumentale schilderkunst in Nederland werd gepubliceerd, bevond hij zich al midden in het verzetswerk. Hij falsificeerde met Willem Sandberg en Gerrit van der Veen persoonsbewijzen en schreef de Brandarisbrieven. In deze brieven signaleerde hij gevallen van culturele collaboratie en riep hij op tot verzet als de bezetter het vrije kunstleven bedreigde zoals met de oprichting van de Kultuurkamer. Hij werd opgepakt en met een aantal vrienden uit het verzet na een schijnproces ter dood veroordeeld. In de gevangenis schreef in zijn afscheidsbrief:

 

“Het is zoo licht om heen te gaan; er is geen enkele droefheid meer of angst; als je eenmaal zóó dicht bij den dood gekomen bent als wij nu zijn, dan verliest het alle verschrikking. Er is alleen nog maar verwondering omdat het zoo licht is om in liefde van het leven te scheiden, zoo blij is om wat je achterlaat zonder bitterheid te kunnen gedenken. Ik heb veel verbittering gekend, maar dat is alles voorbij. Het is goed en mooi geweest.”

 

 

Arondeus

Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)

 

De Duitse schrijfster Irmtraud Morgner werd geboren op 22 augustus 1933 in Chemnitz. Na wat prozawerk in de stijl van het socialistische realisme kwam in 1968 voor haar de doorbraak bij het lezerspubliek van de DDR met de roman „Hochzeit in Konstantinopel“. De mix van fantasie en realistische beschrijving van het alledaagse leven vanuit feministisch perspectief zou haar handelsmerk worden. Met de romans die er op volgden zoals „Leben und Abenteuer der Trobadora Beatriz“ en „Amanda“ vierde zij vanaf 1974 ook grote successen in de BRD.

 

Uit: Die wundersamen Reisen Gustavs des Weltfahrers (1972)

 

Mein Vater starb, als ich noch ein Kind war. Er hinterließ mir weder Besitz noch Geld, sondern Talent. Damit bewarb ich mich, als ich das vierzehnte Lebensjahr vollendet hatte, repräsentiert durch meinen Rechtsvertreter Emil Hädler, bei der Königlich-Sächsischen Staatseisenbahn. Ich wurde als Schlosserlehrling eingestellt, lernte aus, wurde Geselle, später Hilfsheizer, Heizer, Reservelokomotivführer und erreichte im Mannesalter, wozu ich berufen war. Ich zeugte v
ierzehn Kinder und fuhr große Lokomotiven, in meinen besten Jahren nur D-Zug-Lokomotiven. Alle Haupt- und viele Nebenstrecken meiner Reichsbahndirektion kannte ich. Wenn ich vom Dienst kam und die Küche betrat, wo man sein Wort schlechter verstand als auf steifachsigen Lokomotiven, begaben sich die großen Kinder auf die großen Bänke, die um den großen Tisch standen, und die kleinen auf die kleinen Bänke, die um den kleinen Tisch standen. In unserer Küche standen damals nur Tische und Bänke und ein gemauerter Herd. Auf dem kochte meine Frau Klara Kartoffelsuppe, Kaffee und Windeln in großen Töpfen. Über dem Herd hing ein Wandbord. Dort standen ein Dutzend zwiebelgemusterte Gewürzdosen, die nicht enthielten, was ihre Aufschriften besagten, sondern: Thymian, Estragon, Basilikum, Sellerie, Liebstöckel, Kümmel, Majoran, Beifuß, Dill, Pfeffer, Leberwurstgewürz, Blutwurstgewürz.”

 

Morgner

Irmtraud Morgner (22 augustus 1933 – 6 mei 1990)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2006.

 

Uit: Als Vaters Bart noch rot war

 

“Mit einem Schlage war es Frühling. Auf der abgestorbenen Ulme im Hof sang eine frühe Drossel, die Spatzen verschwanden mit ellenlangen Strohhalmen hinter der Dachrinne, und in den Schaufenstern der Papierhandlungen waren rotgelbe Triesel und stumpf glänzende Murmeln zu sehen.
Vater stand jetzt wieder früher auf, und wir gingen morgens immer in den Tiergarten, wo wir uns auf eine Bank in der Sonne setzten und dösten oder uns Geschichten erzählten, in denen Leute vorkamen, die Arbeit hatten und jeden Tag satt wurden.
War die Sonne mal weg, oder es regnete, gingen wir in den Zoo. Wir kamen umsonst rein; Vater war mit dem Mann an der Kasse befreundet.
Am häufigsten gingen wir zu den Affen; wir nahmen ihnen meist, wenn niemand hinsah, die Erdnüsse weg; die Affen hatten genug zu essen, sie hatten bestimmt viel mehr als wir.
Manche Affen kannten uns schon; ein Gibbon war da, der reichte uns jedesmal alles, was er an Eßbarem hatte, durch das Gitter. Nahmen wir es ihm ab, klatschte er über dem Kopf in seine langen Hände, fletschte die Zähne und torkelte wie betrunken im Käfig umher. Wir dachten zuerst, er machte sich über uns lustig; aber allmählich kamen wir dahinter, er verstellte sich nur, er wollte uns der Peinlichkeit des Almosenempfanges entheben.”

 

Schnurre

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

Wolfdietrich Schnurre en Dorothy Parker

Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. In 1928 verhuisde hij met zijn familie naar berlijn, waar hij bleef wonen. Daar ook begon hij, nadat hij als soldaat uit de Tweede Wereldoog was teruggekeerd, in 1946 zijn loopbaan als schrijver. Hij was medeoprichter van de “ Gruppe 47” . Zijn werk werd verschillende malen bekroond, onder andere met de Georg-Büchner-Preis van 1983. Behalve romans, verhalen en gedichten schreef Schnurre ook hoor – en televisiespelen. Wolfdietrich Schnurre stierf op 9 juni 1989 in Kiel.

 

Ich roch Hyänenbrunst in den Bars.
Ich traf in den Kneipen Schakale.
Ich hörte den Brüllaffenschrei auf den Rängen.
Geier sah ich, die Drähte zerrissen,
Skorpione, die sich füllten mit farbigem Gift.
Ich sah Leguane in den Anlagen wüten,
Heuschreckenschwärme ihr Blut
einem lüsternen Himmel aufdrängen;
doch ich sah keinen Menschen.

Uit: Kassiber       

Karl. Er erhielt den goldenen Ohrring, als er den Einsteigdiebstahl beherrschte. Sein schnelles Lächeln. Die Bronzehaut getarnt mit fleckigem Grau. “Zigeuner” sei ein Schimpfwort; seine Sippe gehörte zur Sinte; er sei ein Manusch, ein Mensch. Immer zustimmend. Nie sich daran haltend. Immer anbiedernd. Nie unterwürfig. Vierzehnjährig wie ich. Kettenraucher. Meister im Igelstechen, im Hufeisenwerfen. Schreibkundig; mir die Vokalbelhefte mit Romani und Rotwelsch gefüllt: Weit vornübergebeugt, so dass das Halbinseldreieck des filzigen Haaransatzes wie ein breites Ausrufezeichen auf der argwöhnischen Kerbe stand, die sich zwischen den Brauen eingefäst hatte. Ständig nach Pferde-Urin, ranzigen Igelfett und kalter Asche gerochen. Das Fichtennadelbad, das wir ihm richteten, blieb unangerührt: Ihre ärgsten Feinde seien Wasser und Wind. Für die greifbareren war das Rasiermesser bestimmt. Ich bestand darauf, dass er uns mit ihm den Oberarm rizte. Doch er glaubte nicht an Blutsbrüderschaft. Zu Recht.“

 

Uit: Der Schattenfotograf

 

 

Werk: O.a  Der Schattenfotograf, München 1978,  Erfülltes Dasein, Düsseldorf 1979, Kassiber und neue Gedichte, München 1979, Mein Leben als Zeitgenosse, Stuttgart 1987.

 

 

Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook het blog van 7 juni 2006.

 

A Fairly Sad Tale

I think that I shall never know
Why I am thus, and I am so.
Around me, other girls inspire
In men the rush and roar of fire,
The sweet transparency of glass,
The tenderness of April grass,
The durability of granite;
But me- I don’t know how to plan it.
The lads I’ve met in Cupid’s deadlock
Were- shall we say?- born out of wedlock.
They broke my heart, they stilled my song,
And said they had to run along,
Explaining, so to sop my tears,
First came their parents or careers.
But ever does experience
Deny me wisdom, calm, and sense!
Though she’s a fool who seeks to capture
The twenty-first fine, careless rapture,
I must go on, till ends my rope,
Who from my birth was cursed with hope.
A heart in half is chaste, archaic;
But mine resembles a mosaic-
The thing’s become ridiculous!
Why am I so? Why am I thus?

 

 

 

August

 

When my eyes are weeds,
And my lips are petals, spinning
Down the wind that has beginning
Where the crumpled beeches start
In a fringe of salty reeds;
When my arms are elder-bushes,
And the rangy lilac pushes
Upward, upward through my heart;

Summer, do your worst!
Light your tinsel moon, and call on
Your performing stars to fall on
Headlong through your paper sky;
Nevermore shall I be cursed
By a flushed and amorous slattern,
With her dusty laces’ pattern
Trailing, as she straggles by.

 

 

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)