Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook alle tags voor Penelope Fitzgerald op dit blog.

Uit: Worlds Apart

“Ernst paid the rent punctiliously. He cleaned the room and took his washing to the launderette, where Hester glimpsed him once or twice, sitting in quiet correctness, watching the shirts and a recurrent two pairs of dark socks as they whirled round in foaming circles before him. He always had a book in his hand. It wasn’t as though he had no friends, or nothing to do. He appeared to have both, and went out often in the evenings, and always on Sundays, as he told her to “gatherings”. These gatherings seemed to be at the place where he worked, and to consist of the people he worked with, which struck Hester almost as a definition of loneliness. She showed him the shelf in the passage where Rod used to keep a few things. In fact there were probably one or two of them left. It would have been ludicrous to clear everything away, as though there’d been a death in the house. “You can use that if you like, Ernst. There isn’t much space upstairs, I know, if you’ve got a lot of books.” He had to stretch to reach the shelf. It was summer, he had taken off hisjacket and, as he reached up, a little of his white shirt pulled out of his trousers, but was replaced so neatly that it was almost magical, as though he had the gift of never making an awkward gesture. “Your husband must have been taller than I am,” he said, with the rueful smile of the less tall. Tilly came through the passage, walking as though in a dream, with each foot exactly in line, the toe of one trackshoe touching the heel of the other. She was singing to herself as she passed on into the kitchen. “What is she doing?” Ernst asked. “Oh, they’re all walking about like that at her school.You know how it is, it’ll be something else in a week or so. Do you have a family?” But that struck her as not quite the right question. “I mean, back in Poland?” That was worse. Where else, after all, could his family be? “If I had had a family, I should not have left them behind me,” he said. If that’s meant as a reproach I shan’t like it, Hester thought. But it could hardly have been one, because he was still smiling. “I was only wondering if you had any plans.., that’s to say, if you had any idea how long you will be staying here?” “I’m afraid I can’t say. It is possible that I may be able to arrange a re-entry permit.” “And then you’ll go home?” He looked puzzled. “I shall go back.”

 
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 – 28 april 2000)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo”

John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Zie ook alle tags voor John Kennedy Toole op dit blog.

Uit: Een samenzwering van idioten (Vertaald door Paul Syrier)

“Een grote jagerspet zat om de bovenkant van een vlezig, ballonrond hoofd geklemd. De groene oorkleppen, gevuld met grote oren en ongeknipt haar en met de fijne borstels die uit de oren zelf groeiden, staken aan weerszijden uit als richtingaanwijzers die beide kanten tegelijk op wezen. Volle,
opeengeknepen lippen stulpten uit onder de struikachtige zwarte snor en verzonken in de hoeken in kleine plooien die overstroomden van misprijzen en kruimels chips. In de schaduw onder de groene klep van de pet keken de hooghartige blauw-met-gele ogen van Ignatius]. Reilly aflandere wachtenden onder de klok van D.H. Holmes-warenhuis en bestudeerden de menigte mensen, speurend naar tekenen van slechte smaak in kleding. Enkele van de uitmonsteringen, zo merkte Ignatius op, waren nieuw en duur genoeg om in alle redelijkheid als een aanslag op de goede smaak en het fatsoen te worden beschouwd. Het bezit van iets nieuws of duurs was slechts een weerspiegeling van het gebrek aan theologie en geometrie bij de betreffende. Het deed zelfs twijfel rijzen met betrekking tot diens ziel.
Ignatius zelf was comfortabel en verstandig gekleed. De jagerspet behoedde hem voor verkoudheid. De volumineuze tweed broek was duurzaam en bood een ongewone bewegingsvrijheid. De plooien en hoekjes herbergden bellen warme, bedorven lucht, die Ignatius op zijn gemak stelden. Het flanellen
plaidhemd maakte een jasje overbodig, terwijl de shawl het stuk blootliggende Reilly-huid tussen de oorkleppen en de boord beschermde. De uitmonstering was aanvaardbaar volgens iedere theologische en geometrische maatstaf, hoe duister ook, en suggereerde een rijk innerlijk leven.
Door zijn gewicht op zijn logge, olifanteske manier van de ene heup op de andere te verplaatsen stuurde Ignatius golven vlees op en neer onder het tweed en flanel, golven die kapotsloegen op knopen en zomen. Aldus herschikt overwoog hij hoe lang hij nu al op zijn moeder stond te wachten.”
In de eerste plaats besteedde hij aandacht aan het ongemak dat hij begon te voelen. Het leek of zijn hele wezen op het punt stond uit zijn met wol gevoerde, suède woestijnlaarzen te barsten, en, als om dit te controleren, richtte Ignatius zijn merkwaardige ogen op zijn voeten. Deze zagen er inderdaad gezwollen uit. Hij nam zich vo or zijn moeder de aanblik van deze uitpuilende laarzen te bieden
als bewijs van haar onnadenkendheid.”

 
John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)

Doorgaan met het lezen van “John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo”

Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Das große Protokoll gegen Zwetschkenbaum

 

„In dem sehr zweifelhaften Schatten eines sogenannten Zwetschkenbaumes saß ein Mann, der hieß auch Zwetschkenbaum, aber er war es nicht. Diese Familienbezeichnung gibt nämlich allerdings einen guten Namen für die damit gemeinte Pflanze mit verholztem Stengel oder Stamm ab.

Denn sie ist gebräuchlich für alle Gewächse solcher Art, welche hinwiederum nützlich und beliebt sind. Dagegen hält man erwähnten Namen für schlecht, wenn er einen Menschen betrifft, und der Verruf, in dem er steht, hat seine Begründung nicht etwa darin, daß einmal ein großer philosophischer Dichter behauptet hat, vieles im Menschen sei noch Pflanze und Gespenst; sondern vielmehr ist man zu einer absprechenden Ansicht deshalb gelangt, weil die Benennung besagten Vegetationsteiles auch noch häufig von einer Spezies Kreatur (Gattung Lebewesen) für sich in Anspruch genommen wird, die man gemeinhin Juden nennt. Und so ist es auch kein Zufall, daß es einmal einen Juden namens Zwetschkenbaum gab, von dem hier die Rede ist.

Dafür, daß er an einem eingangs bezogenen Tage unter einer Pflanze gelegen sei (habe), deren Namen einer seiner Stammesvorgänger sich angeeignet hat, gibt Genannter die folgende Begründung an. Er heiße Schmul Leib Zwetschkenbaum, sei gebürtig in Brody (Ostgalizien), wo sich auch seine Eltern befunden hätten, zu der Zeit nämlich, als dieselben noch am Leben gewesen wären. Sie seien nach Hinterlassung von sieben Kindern arm gestorben. Vorher hätten sie mit allem möglichen gehandelt, angeblich ohne bleibenden Nutzen. Von den sieben Kindern seien zwei in Amerika, und zwar einer in einer Wäscherei, der andere in einer Färberei tätig gewesen. Diese hätten früher ab und zu Geld für die Familie geschickt, seit Ausbruch des Weltkriegs aber nichts mehr.“

 

 

Albert Drach (17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski”

John Kennedy Toole, Penelope Fitzgerald, Albert Drach, Érico Veríssimo, Thomas Haliburton, Alphonse Boudard, Władysław Broniewski

De 17e december is weer een zeer vruchtbare geboortedag gebleken voor schrijvers. Vandaar dat er na deze posting nog een tweede volgt. Kom gerust nog eens kijken later vandaag

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Hij studeerde aan de New Yorkse Columbia University en doceerde later Engels aan het Hunter College. In 1961 moest hij in militaire dienst. Gedurende deze tijd leerde hij Spaanstalige soldaten in Puerto Rico Engels. Na zijn diensttijd bracht hij het grootste gedeelte van zijn tijd door in het French quarter van New Orleans. Het manuscript van A Confederacy of Dunces werd door geen enkele uitgeverij aangenomen. Toole zelf was wel overtuigd van de kwaliteit ervan en verviel door de afwijzingen in depressies en begon te drinken. In 1969 pleegde hij zelfmoord door zich te vergassen. Na zijn dood vond zijn moeder de schrijver Walker Percy bereid het manuscript te lezen. Die was verrast door de kwaliteit en vond een uitgever. In 1980 kreeg Toole voor het boek postuum de Pulitze prijs voor de beste roman van het jaar.

 

Uit: A Confederacy of Dunces

 

A green hunting cap squeezed the top of the fleshy balloon of a head. The green earflaps, full of large ears and uncut hair and the fine bristles that grew in the ears themselves, stuck out on either side like turn signals indicating two directions at once. Full, pursed lips protruded beneath the bushy black moustache and, at their corners, sank into little folds filled with disapproval and potato chip crumbs. In the shadow under the green visor of the cap Ignatius J. Reilly’s supercilious blue and yellow eyes looked down upon the other people waiting under the clock at the D. H. Holmes department store, studying the crowd of people for signs of bad taste in dress. Several of the outfits, Ignatius noticed, were new enough and expensive enough to be properly considered offenses against taste and decency. Possession of anything new or expensive only reflected a person’s lack of theology and geometry; it could even cast doubts upon one’s soul.

Ignatius himself was dressed comfortably and sensibly. The hunting cap prevented head colds. The voluminous tweed trousers were durable and permitted unusually free locomotion. Their pleats and nooks contained pockets of warm, stale air that soothed Ignatius. The plaid flannel shirt made a jacket unnecessary while the muffler guarded exposed Reilly skin between earflap and collar. The outfit was acceptable by any theological and geometrical standards, however abstruse, and suggested a rich inner life.“

 

Kennedy_Toole

John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Gedurende WO II werkte zij voor de BBC. Daarna was zij o.a. docente aan een toneelschool en boekhandelaar. Haar literaire loopbaam begon pas in 1975, toen zij 58 jaar oud was, met een biografie over Edward Burne-Jones (1833-1898). Twee jaar later publiceerde zij een biografie over haar vader en ooms, The Knox Brothers. In 1977 verscheen ook haar eerste roman The Golden Child. In 1979 won zij de Booker Prize met Offshore.

 

Uit: The Means of Escape

 

„If it had been ten years ago, when she was still a schoolgirl, she  might have shrieked out, because at that time there were said to be  bolters and
escaped convicts from Port Arthur on the loose everywhere.  The constabulary hadn’t been put on to them. Now there were only a few  names of runaways, perhaps twenty, posted on the notice boards outside  Government House.

“I did not know that anyone was in the church,” she said. “It is  kept locked. I am the organist. Perhaps I can assist you?”

A rancid stench, not likely from someone who wanted to be shown round  the church, came towards her up the aisle. The shape, too, seemed  wrong. But that, she saw, was because the head was hidden in some kind  of sack like a butchered animal, or, since it had eye holes, more like  a man about to be hanged.

“Yes,” he said, “you can be of assistance to me.”

“I think now that I can’t be,” she said, picking up her music  case. “No nearer,” she added distinctly.

He stood still, but said, “We shall have to get to know one another  better.” And then, “I am an educated man. You may try me out if you  like, in Latin and some Greek. I have come from Port Arthur. I was a  poisoner.”

“I should not have thought you were old enough to be married.”

“I never said I poisoned my wife!” he cried.

“Were you innocent, then?”

“You women think that everyone in jail is innocent. No, I’m not  innocent, but I was wrongly incriminated. I never lifted a hand. They  criminated me on false witness.”

“I don’t know about lifting a hand,” she said. “You mentioned that  you were a poisoner.”

“My aim in saying that was to frighten you,” he said. “But that is  no longer my aim at the moment.”

It had been her intention to walk straight out of the church,  managing the doors as quickly as she could, and on no account looking  back at him, since she believed that with a man of bad character, as  with a horse, the best thing was to show no emotion whatever. He,  however, moved round through the pews in such a manner as to block her  way.“

 

Fitzgerald

Penelope Fitzgerald (17 december 1916 – 28 april 2000)

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren als zoon van een hoogleraar wiskunde. Hij studeerde rechten en promoveerde in 1926. Daarna werkte hij als advocaat. In 1938 vluchtte hij via Parijs naar Nice en ontkwam hij met moeite aan een uitlevering. In 1947 keerde hij terug naar Wenen. Na de Tweede Wereldoorlog verwoordde Albert Drach de traumatische ervaringen van de joodse vluchteling Peter Kucku in de roman Unsentimentale Reise (1966).

 

Uit: Das Beileid

 

„Am 23. 8. kaufte ich eine neue Zahnpaste. Dies hinderte mich nicht am späteren Onanieren. In der Nacht holte mich der Holländer aus dem Bett und er wollte mit mir in ein Nachtlokal gehen. Dort benahm er sich ausgelassen und lächerlich, tanzte auch mit Kokotten, was ich nicht tat. Dann hatte er kein Geld, die Zeche zu bezahlen, und ich mußte es für ihn tun. Den Morgen darauf ging ich zeitig schwimmen. Dann kam seine Frau zu mir, um ihn abzuholen. Sie war übrigens selbst eine Kokotte gewesen, bevor er sie geheiratet hatte. Er hätte mir das Geld wieder bringen sollen, das ich für ihn ausgelegt hatte, war aber am Treffpunkt nicht eingelangt. Dagegen traf ich Sybillens Mutter, die meinen Rat angeblich brauchte. Später ging der Maler Vigny an mir vorbei. Er hatte früher als Sohn von Französischlehrern in Ottakring oder Hernals gelebt, dort Kinder geschändet und sich an Einbrüchen beteiligt, doch nach Verbüßung der Strafen sich wieder in sein Vaterland begeben, dessen Sprache er mit dem Zungenschlag des von ihm missbrauchten Gastlandes versah. Auch fand er die südfranzösischen Kinder nicht so begabt wie die hernalserischen und war schließlich in seinem nunmehrigen Wirkungskreis ein bekannter Maler geworden. An diesem Tage hatte ich keine Lust, mit ihm zu sprechen, er erzählte mir meistens dasselbe von vergangenen schönen Tagen. Am Abend war ich im Kino, in dem ich die Frau eines jüdischen Emigranten, der gleichfalls malte, getroffen hatte. Sie war selbst im KZ gewesen und ist genötigt worden, nackt im Winter, ihr Kind auf dem Arm, bei Tiefsttemperaturen im Freien zu stehen. Das Kind ist gestorben und sie konnte keines mehr bekommen. Ihre Schönheit blieb.”

 

Drach_kleur

Albert Drach (17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul. Hij werkte in een apotheek voordat hij een baan kreeg bij uitgeverij Editora Globo, waar hij werk vertaalde en uitgaf van schrijvers als Aldous Huxley. Tijdens WO II trok hij naar de VS. Deze periode van zijn leven keert terug in romans als Gato Preto em Campo de Neve (“Black Cat in a Snow Field”), A Volta do Gato Preto (“The Return of the Black Cat”). Zijn epische roman O Tempo e o Vento (“The Time and the Wind'”) werd een van de meesterwerken van de Braziliaanse literatuur. Érico Veríssimo is de vader van een andere beroemde schrijver uit Rio Grande do Sul, Luis Fernando Veríssimo.

 

Uit: Mexico (Vertaald door Linton Barrett)

 

We are in the Zócalo. In this plaza of monumental dimensions that was in times past the heart of Tenochtitlán and later of the Spanish colonial city, is found the great cathedral the Conquistadores built with the very stones of the Great Temple of the Aztecs. In its façade are combined varied architectural elements, and even a layman like me can see in it vestiges of the Corinthian, the Ionic and the Doric. The result of this mixture is something that could be called neo-classic. This great cathedral has a sombre, imposing quality, as if it had retained in its stones not only the mark of age and weather but also the accumulated memory and matured patina of all the suffering and violence it has witnessed. At its side rises the Metropolitan Sagrario, a beautiful example of the Churrigueresque, which an earth tremor shook out of plumb, adding to its aspect, already severe in itself, one more element of drama. Constructed in the form of a Greek cross, it consists of two naves crossing each other, with a cupola in the centre.“

 

erico_verissimo

Érico Veríssimo (17 december 1905 – 28 november 1975)

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia. Hij studeerde rechten aan de University of King’s College en werd advocaat en uiteindelijk rechter. Beroemd werd Haliburton echter door het schrijven. Behalve over politiek en geschiedenis schreef hij ook verhalen in de stijl van Mark Twain die in hele Britse imperium succesvol waren.

 

Uit: The Attache; Or Sam Slick in England

 

„ I love brevity–I am a man of few words, and, therefore, constitutionally economical of them; but brevity is apt to degenerate into obscurity. Writing a book, however, and book-making, are two very different things: “spinning a yarn” is mechanical, and book-making savours of trade, and is the employment of a manufacturer. The author by profession, weaves his web by the piece, and as there is much competition in this branch of trade, extends it over the greatest possible surface, so as to make the most of his raw material. Hence every work of fancy is made to reach to three volumes, otherwise it will not pay, and a manufacture that does not requite the cost of production, invariably and inevitably terminates in bankruptcy. A thought, therefore, like a pound of cotton, must be well spun out to be valuable. It is very contemptuous to say of a man, that he has but one idea, but it is the highest meed of praise that can be bestowed on a book. A man, who writes thus, can write for ever.

Now, it is not only not my intention to write for ever, or as Mr. Slick would say “for everlastinly;” but to make my bow and retire very soon from the press altogether. I might assign many reasons for this modest course, all of them plausible, and some of them indeed quite dignified. I like dignity: any man who has lived the greater part of his life in a colony is so accustomed to it, that he becomes quite enamoured of it, and wrapping himself up in it as a cloak, stalks abroad the “observed of all observers.”

 

Haliburton

Thomas Haliburton (17 december 1796 – 27 augustus 1865)

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Als kind van een prostituee en een onbekende vader werd hij meteen na de geboorte overgedragen aan Blanche en Auguste, een oorlogveteraan en zijn vrouw die woonden in een landelijke omgeving in de buurt van Orléans. Toen hij zeven jaar was ontfermde zich zijn grootmoeder in Parijs over hem. Met 15 jaar begon hij te werken in een drukkerij te werken. WO II bracht een ommekeer in zijn leven.  Hij sloot zich aan bij de Résistance. Na de oorlog kon hij als zovelen maar moeilijk de weg naar een geregeld leven terugvinden. Hij zwalkte heen en weer tussen ziekenhuisopnames wegens tbc, kleine baantjes en kleine criminaliteit. Twee keer werd hij tot gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens het uitzitten van de tweede straf begon hij verhalen te schrijven, daarbij ook gebruik makend van het argot, het Franse boevenjargon. Na zijn vrijlating voltooide hij in 1958 La métamorphose des cloportes, waarmee hij in 1962 debuteerde en dat meteen een bestseller werd. Voor La cerise kreeg hij in 1969 de Prix Sainte Beuve. In 1978 volgde voor Les combattants du petit bonheur de „Prix Renaudot“.

 

Uit: Chère visiteuse

 

„Avant d’être reçue par M. Amor, elle avait tout de même tournicoté dans sa tête les conséquences de son acte. En confession à l’abbé Bouillon, elle s’était simplement accusée d’avoir péché par intention… qu’elle n’avait pas su résister à certaines mauvaises pensées. Ça restait vague ses aveux… et d’ailleurs elle ne se sentait pas encore coupable. Simplement dans le courant de son apostolat, elle avait un peu succombé… juste quelques frissons… devant un bandit de grand chemin. De toute façon elle se disculpait en se disant qu’elle se mettait dans une situation trouble, sinon dangereuse, pour le salut d’un misérable. Tempête sous un crâne tandis qu’elle se faisait faire

une couleur chez Antoine son coiffeur préféré… Après tout Dieu ne lui demandait pas de se négliger la tignasse… ni le visage qu’elle améliorait d’un maquillage plus accentué… et les ongles chez sa manucure… et le bec… alouette ! On connaît la chanson… gentille alouette !

Son mari, au passage, lui a fait la remarque.

– Je vous trouve en beauté, Hortense…

Un compliment tout à fait platonique. Je ne sais comment il avait pris l’évolution de son épouse vers les bondieuseries. Une lubie comme une autre… une façon de conjurer les atteintes de l’âge pas si idiote et qui rehaussait le blason de la famille. On en avait parlé dans Le Figaro… Un article élogieux d’un plumitif de l’Académie titré lui aussi depuis Saint Louis.

En contrepartie leur fille Geneviève avait pris le relais de sa dabuche dans les courses d’obstacles sexuels.“

 

alphonse_boudard

Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

De Poolse dichter en militair Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock. Na het gymnasium sloot hij zich in 1915 aan bij het legioen van de politicus Józef Piłsudskis. In 1919/1920 streed hij in de oorlog tegen het Rusland van de bolsjewieken. Oorspronkelijk zich zelf beschouwend als socialist stapte hij na de moord op president Gabriel Narutowicz over naar revolutionair links en werkte hij mee aan linkse literaire bladen en tijdschriften. Gedurende WO II streed hij met het Poolse leger in het Midden Oosten. Na de oorlog werd hij een van de belangrijkste dichters van de nieuwe, communistische, staat. Zijn uit 1939 stammende gedicht Bagnet na broń (Bayonets ready) was een invloedrijk appel tot verdediging van de Poolse staat en is nog steeds schoollectuur.

 

Bayonets ready

 

When they come to set your house on fire,

The one in which you live – Poland,

When they hurl at you thunder, and kindle the pyre

Of iron-clad monsters of war,

And they stand before your gate at night,

And their rifle butts pound on your door,

Rouse yourself from sleep – fight.

Stem the flood.

Bayonets ready!

There is need for blood.

 

 

There are accounts of wrongs in our land

Not to be erased by a foreign hand.

But none share spare his blood;

We shall draw it from our hearts and song.

No matter that our prison bread

Not once did have a bitter taste.

For this hand now over Poland raised

A bullet in the head!

 

 

O Firemaster of words and hearts,

O poet, the song is not your only stand.

Today the poem is a soldier’s trench,

A shout and a command:

 

 

“Bayonets ready!

Bayonets ready!”

And should we die with our swords,

We shall recall what Cambronne said.

And on the Vistula repeat his words.

 

 

Vertaald door Adam Gillon en Ludwik Krzyżanowski

 

Broniewski

Władysław Broniewski (17 december 1897 – 10 februari 1962)