Willy Vlautin, Wim Noordhoek, Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra, Vladimir Volkoff

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. Zie ook alle tags voor Willy Vlautin op dit blog.

Uit: Don’t Skip Out on Me

“Horace Hopper opened his eyes and looked at the clock: five a.m. The first thought that came to him that morning was his mother, whom he hadn’t seen in nearly three years. Then he thought about how in a little more than a week’s time he’d be alone on a bus heading to Tucson. Awake less than a minute and already there was a pit in his stomach.
He got up and dressed in jeans and a plaid long-sleeve western shirt. He put on his boots and then tried to wake himself. He drank a glass of water and stared at the boxers’ photographs he’d taped to the wall of the camping trailer.
The cutouts were from issues of The Ring magazine and the fighters were Mexican. The largest image was from the fight between Israel Vázquez and Rafael Márquez. It was the third round of their fourth fight, and Vázquez was hitting Márquez with a brutal left hook. To the right of that photo was Rafael Márquez’s brother, the great Juan Manuel Márquez, and to the left of him the legend, Julio César Chávez, wearing a sombrero. Below them was a picture of Horace’s favorite boxer, Érik Morales. To the left of Morales was Juan Díaz, and on that one Horace had written with a black marker: “The Scholar.” Beside The Scholar was Antonio Margarito. A black marker had crossed out his face. “The Cheater.”
He grabbed a worn and frayed notebook from a shelf next to the bed and opened it. The first page read “Log of Bad Dreams,” handwritten with a blue pen. He flipped through a half dozen filled pages until he came to “Getting Left in Tonopah.” Underneath it were thirty-two marks. He added another, making it thirty-three. He then thumbed to the back pages of the notebook, and near the bottom of a nearly full page he put down the date and wrote the same thing he had written the day before and the day before that, “I will be somebody.”


Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)

 

De Nederlandse schrijver, radiomaker en journalist Willem Johannes Noordhoek werd geboren in Steenwijk op 7 november 1943. Zie ook alle tags voor Wim Noordhoek op dit blog.

Uit: Alle trams rijden naar de hemel

“In slaap gevallen in de tram was ik. De conducteur maakte me wakker.
Om me heen kijkend bemerkte ik dat ik de enige overgebleven passagier was. Op de tegenoverliggende bank stonden mijn rugzak en plastic tassen. Ik was bijna thuis, twee maanden had ik rondgezworven.
Ik kon altijd bij mijn ouders slapen.
De tram zag eruit als een café, bekleed met gevernist hout. Het verlichte spiegelpaleis stond stil te wachten tussen donkere gebouwen.
Ik kon mezelf onderscheiden, maar in contour, mijn gezicht lag in het donker. Het was een heel oude tram. De gloeilampen, in porseleinen armaturen, brandden op halve sterkte.
Heeft u een slaapadres? vroeg de conducteur en hij keek mij vorsend aan van onder zijn pet.
Ja, zei ik.
De conducteur legde een hand op mijn schouder.
Mijn verantwoordelijkheid, zei de conducteur. U denkt misschien waar bemoeit hij zich mee. Ik ben verantwoordelijk voor mijn passagiers, daarom weet ik graag de bestemmingen.
De tram, het was alleen een motorwagen, reed nu de Torenstraat in. Alleen een enkele etalage wierp hel licht op een stuk trottoir.
Junghans, in den klokkenwinkel, las ik. Verderop onderscheidde ik de uitschroefbare houten schedel in de hoedenwinkel en het bordje uw oude herenhoed weer nieuw. De tram reed hard. Het geluid ketste tegen de gevels. Haltes werden bruusk overgeslagen. Achter de ruiten reden nog oneindig veel trams.
Naar huis, dat willen we allemaal om deze tijd, zei de conducteur. Maar dit is de laatste rit. En je weet hopelijk wat dat betekent. Hierna gaan we alleen nog naar de remise. Je kunt zover mee, als je wilt. Je kunt ook hier ergens afstappen, maar in de stad is alles dicht en treinen gaan er niet meer. We stonden nu stil bij de vaste halte Conradkade.
Ik ken u, zei ik. Van vroeger. Van het eindpunt, het tramhuisje bij Meer en Bos. Mijn ouders wonen daar om de hoek. Kan zijn, zei de conducteur. Wij rijden op verschillende lijnen, het ene eindpunt of het andere maakt ons weinig uit. Je ziet er slecht uit. Wat heb je uitgespookt?
Terwijl hij me aankeek wreef de conducteur steeds de duim van zijn rechterhand tegen zijn wijs- en middelvinger. Oplettend, als luisterde hij naar muziek.
Ik ga bij mijn ouders slapen. Ik kom net terug van vakantie.”

 
Wim Noordhoek (Steenwijk, 7 november 1943)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook alle tags voor Albert Helman op dit blog.

Uit:Van pij en burnous

“Water is hier iets heel anders dan in de Noordelijke landen. Werkelijk iets anders. Ik heb dit al, bewonderend, gezien in kleine bergdorpjes van Italië, waar iedere straathoek zijn waterbekken heeft, en ieder pleintje zijn min of meer bouwvallige fontein. In Assisi staat nog een fontein, waarop een oude pauselijke verordening is gebeeldhouwd, dat ieder die zijn goed waschte in het bekken, een boete opliep van één scudo (een oude munt in de pauselijke staten) èn zijn waschgoed verbeurde. In Castelgandolfo is een fonteintje, waar een engeltje zóó speelsch de straaltjes over het mos laat spartelen, dat ik ernstig denk, dat dit onze eenigste erfenis is uit het Verloren Paradijs.
Maar in Rome eerst hoort men de brillante première van deze lyrische klankentuimel, ziet men het steeds herhaalde, snelle waterballet.
* * *

De wandelaar die op een zonnige morgen (welke morgen is hier niet zonnig?) zijn weg neemt op toeval’s kompas, zal niet de minste lust in zich voelen, het bonte rumoerige leven van straat en plein te verwisselen voor de koele, àl te ernstige atmospheer van musea en beeldenkabinetten. Hij wandelt langzaam, en weet aan de palmen, die ruischen, de scherpe segmenten van de bladgroencirkels schuivend naar elkander, dat het Zuiden de blijdschap van altijd af bewaart. Hij ziet aan de hooge witheid van huizen, die blokkend neerstaan langs de breede straten de eeuwigoude zon, die statig en kalm de vaste schaduwen uitschuift van hoeken en portieken. Hij ruikt de kruidige geur van mimosa en het zoete aroma van voorjaarsrozen; hij ziet de rappe sprongen van de kinderen, die de springende bal volgen over de scheidslijn van schaduw en licht.
Totdat om de hoek van de straat het heldere zingen van water een doel wordt van zijn kalmen gang. Hij luistert naar het spetteren van water, dat hij blauw vermoedt als een morgenlucht, zóó leerde hem het Zuiden reeds de waarheid van zijn onbesnoeiden droom, en naar het zakkend openploffen van waterkringen op de stabiele stroom van het bekken.”

 
Albert Helman (7 november 1903 – 7 oktober 1996)
Portret door Jan van der Loo, 1976

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog.

Uit: A Distant Father (Vertaald door John Cullen)

“I devote most of my time to smoking and sharpening my Faber No. 2 pencils. I use them to correct my pupils’ compositions, and if there’s something I don’t like, I rub it out with the eraser on the pencil’s other end and suggest a better phrase. The Remington’s actually a loan from the mayor, who let me have it so that I could make fair copies of my translations. The children’s compositions are quite optimistic. Most of them begin by saying something like, “The day opens with the sun, which spreads its kind fingers over the field,” or “When the cock crows, dawn breaks and the shadows put on yellow robes.” Only Augusto Gutiérrez stands outside the norm. For example, he writes, “The sun’s crowing bursts the cock’s eardrums.” In math he’s a disaster. He’s repeating the previous year, and he’s the only boy in the class with a hint of mustache on his upper lip. He has two sisters. On Sundays I go to the village square, buy some candied peanuts and a Bilz soda, and sit on a stone bench. When the sisters pass close to the bench, they burst into mocking laughter and I turn red. Augusto Gutiérrez has thick eyeglasses and thin lips. He’ll be fifteen next Friday. He walks through the square carrying a volume by Rubén Dario. He knows by heart “The sea is lovely, Margarita, and a subtle scent of orange blossoms rides upon the breeze,” but he’s not so much interested in the Nicaraguan poet’s verses as he is in carrying on a man-to-man conversation with me. He wants to know, he declares, if I’ve been to the whorehouse in Angol and how much it costs to spend a night there with one of the girls. I brush crushed peanuts off my blue trousers and say that such a conversation between a pupil and a teacher is improper. He says that if I don’t want to tell him about life, he’ll ask advice from the priest in the confessional.
He adds that his birthday party next Friday will offer more than just cake and candles; there’s also going to be romantic North American music that people can dance and make out to. His sisters asked him to invite me. Teresa’s seventeen and Elena’s nineteen. I’m twenty-one. Everybody around here is very respectable, and I have no doubt that Teresa and Elena come from a good family, but every time they go to Santiago, they buy dresses with plunging necklines and tight jeans that cling to their hips and squeeze the air out of my lungs.”


Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook alle tags voor Albert Camus op dit blog.

Uit: Mens in opstand (Vertaald door Martine Woudt)

“Er bestaan impulsieve misdaden en beredeneerde misdaden. Het Wetboek van Strafrecht onderscheidt ze, vrij praktisch, met de voorbedachte raad.Wij leven in de tijd van de voorbedachte raad en de perfecte misdaad. Onze misdadigers zijn niet meer die machteloze kinderen die de liefde als excuus aanvoerden. Integendeel, ze zijn volwassen en hun alibi is onweerlegbaar: filosofie kan overal toe dienen, zelfs om moordenaars in rechters te veranderen.
Heathcliff, in Wuthering Heights, zou de hele wereld kunnen vermoorden om Cathy te bezitten, maar het zou niet in hem opkomen die moorden redelijk te noemen, of gerechtvaardigd door een systeem.
Hij zou ze plegen en verder zou zijn overtuiging niet strekken.
Dat veronderstelt liefdeskracht, en karakter. Omdat liefdeskracht zeldzaam is, blijft moord een uitzondering en behoudt hij dus het aanzien van een inbreuk. Maar vanaf het moment dat we ons, bij gebrek aan karakter, haastig een doctrine aanmeten, zodra de misdaad wordt beredeneerd, ontwikkelt deze zich net zo vlot als de rede zelf en neemt hij alle vormen van het syllogisme aan. Hij was eenzaam als de schreeuw, nu wordt hij algemeen als de wetenschap.
Gisteren nog veroordeeld, bepaalt hij vandaag de wet.
We zullen ons daar op deze plaats niet over verontwaardigen.
Het doel van dit essay is andermaal de werkelijkheid van het moment, de beredeneerde misdaad, te accepteren en er juist de rechtvaardigingen van te onderzoeken: het is een poging om mijn tijd te begrijpen.Misschien vindt men dat een tijdperk dat in vijftig jaar tijd zeventig miljoen mensen van hun wortels rukt, onderwerpt of doodt, alleen en vooral moet worden veroordeeld. Toch moet ook dan zijn schuld worden begrepen. In primitieve tijden, toen een tiran ter meerdere eer en glorie van zichzelf hele steden met de grond gelijkmaakte, een slaaf geketend aan de wagen van zijn overwinnaar door feestende steden moest trekken en de vijand voor de ogen van het verzamelde volk voor de wilde dieren werd gegooid, kon het geweten tegenover zulke argeloze misdaden vastberaden zijn, en het oordeel helder.”


Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)
Cover

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

Uit: Het huis ten einde

Van de palen

De palen zijn geheid.
Een tekening op aarde.
Het eerste teken van herkenning voor
mijn dood uit Teheran
vertrokken met een karavaan.

De zomerevening was
een grote poort van de herfst.
Zo verdicht is de tijd.
Mijn weemoed is de zachte rivier
die los van haar oorsprong vliet.
Zovele woorden zijn achtergebleven.
De dorre takken zijn doorweekt.

Ik heb nog altijd schimmen lief
die niet door een engel zijn belicht.
Maar de schaduw van de palen
wordt reeds opgezogen.

Het beloofde bos wordt wilder
dan het ooit verlaten was.

Nu worden de muren gebouwd
om in te krimpen tot een graf.

 

Van de bouwers

Zij die de stenen en het hout
hanteren kennen de sterren:
zij scheiden de Poolster niet van
de Grote Beer door
de feilloze lenzen van Palomar
te ontglanzen. Zij
ontwrichten de dauwzuigers niet
zoals zij die worden verblind
door luchtkristallen.

Ze vertellen wel van ganser harte
hoe kikvorsmannen lekken vonden
in onderzeese kabels toen kooplieden
hadden geklaagd over verloren woorden
(achteraf is gebleken dat deze
bij Amerikaans opbod waren verkocht
voor luchtig zwevende roebels).
En over de klimatologen die
met naalden van kompassen
rozen graveren in tegenwinden.

Ze hebben me verzekerd dat ze
geregeld ebbe en vloed aanpassen aan
de omgezette zwaartekracht en
dat veilig verkeer van ionen en
elektronen zorgvuldig is
voorgenomen tussen hart en steen.

Kortom dat voor mijn dood
geen hindernissen te vrezen zijn.
We kunnen dus de weg opgraven
die voor de zondvloed bestond.

 
Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)
Portret door Marc Neels, z. j.

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

Uit: L’empire des livres

“L’après-midi touchait à sa fin.
Une jeune femme entra nonchalamment dans la librairie.
M. Dufourcq était assis derrière son bureau. Il n’allait pas tarder à fermer boutique. Il avait rangé crayons et stylos, il avait bouclé fichiers et classeurs, il avait fermé ses livres de comptes. Il était assis, là, sans rien faire, ses deux mains posées à plat devant lui. C’étaient d’assez vieilles mains, marquées d’assez récentes tavelures. A l’annulaire de la main gauche, M. Dufourcq portait, superposées, deux alliances d’or terni, la plus large au ras de la paume, la plus étroite mordant la première phalange (où un petit cal rouge sombre s’était, à la longue, formé), ce qui indiquait, selon les usages de la région, qu’il était veuf.
Les mains du libraire étaient vieilles, mais la librairie avait été récemment modernisée. Elle mesurait six mètres sur quatre. Des rayonnages couvraient les murs. Des échelles nickelées, coulissant sur des tringles fixées à hauteur d’homme, permettaient d’accéder aux rangées supérieures. Les livres étaient classés par catégories. De petites pancartes, soigneusement calligraphiées, en écriture anglaise, de la main même du libraire, permettaient au client de trouver sa voie dans cet amoncellement de textes imprimés. « Romans ». « Poésie ». « Théâtre ». « Histoire ». « Sciences humaines ». « Sciences exactes ». « Livres d’art ». « Nouveautés »… La librairie était visiblement ouverte à tous les genres. Certains libraires voient d’un mauvais œil la poésie. D’autres se méfient des romans. M. Dufourcq aimait tous les livres par le seul fait qu’ils étaient des livres, et il avait toujours fait l’impossible pour qu’on trouvât chez lui tout ce qui venait d’être publié. Il était particulièrement épris des nouveautés. Chaque livre récent lui semblait une merveille. Il accordait à ces ouvrages un traitement particulier. Ils étaient exposés au centre de la pièce, sur des présentoirs de bois blanc. Ils y formaient un ensemble coloré. Naguère assez ternes, les livres, par bonheur, étaient aujourd’hui recouverts de brillantes jaquettes plastifiées, qui luisaient sous le feu d’une triple suspension de néon.”

 
Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)
Cover

 

De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

Sermon (Fragment)

They roared like animals:
Grrr-grrr-grrr. Hura.
Cha-cha-cha, cha-cha-cha.
They stole window shutters.
They took everything in the church.
The candelabra. The curtains. The carpets.
The silverware. And the statues covered with jewels.
Cha-cha-cha, they sang:
Cha-cha-cha over and over again
They smashed the whole church
Cha-cha-cha
Like wet panting animals
running to-and-fro.
Cha-cha-cha, cha-cha-cha.
Then suddenly the shrill voice of an old woman was heard:
“I am hungry. Hungrry. Hu-u-unggrryyy.”
And suddenly everyone felt hungry.
Their eyes burned.
And they kept shouting cha-cha-cha.

“Because we are hungry
let us disperse.
Go home. Everyone stop.”

Cha-cha-cha, they said
and their eyes burned.

“Go home.
The mass and the sermon are over.”

Cha-cha-cha, they said.
They didn’t stop.
They pressed forward.
The church was smashed. And their eyes flashed.

 

Vertaald door Harry Aveling

 
W. S. Rendra (7 november 1935 – 6 augustus 2009)

 

De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932. Zie ook alle tags voor Vladimir Volkoff op dit blog.

Uit: Le retournement

“J’en ai pleuré. Je n’ai pas honte.
Il redevint grave, tira sur ta cigarette :
– Bolchevik, cela ne veut pas dire celui qui a la majorité, mais celui qui en veut toujours plus. De majorité et d’autre chose. Quand il atteint B, il vise C, et ainsi de suite. Les imbéciles nous accusent de changer de visage comme eux de chemise ; ils ne comprennent pas que notre visage, c’est précisément cela : le changement. Le bolchak, c’est la grand-route, et le bolchevik, c’est celui qui a enfilé la grand-route. On nous accuse d’opportunisme, c’est accuser le soleil de briller. Quand on avance, le paysage est bien forcé de changer. C’est pour cela que Lénine est le plus grand génie de tous les temps : c’est parce qu’en réalité il n’y a pas de léninisme. Marx est encapsulé dans le marxisme, Engels dans la dialectique ; ils peuvent être dépassés ; Lénine souffle où il veut. Il a écrit Etat et Révolutionn, mais il a aussi organisé la terreur, et il a aussi organisé la NEF. La vérité, c’est qu’il n’y a pas de vérité. C’est difficile à comprendre, c’est quelquefois amer à digérer, mais une fois qu’on a accepté, c’est magnifique. La vérité, c’est ce que je trouve dans mon journal d’aujourd’hui. Celui d’hier ment, toujours. Celui d’au­jourd’hui dit la vérité, toujours. C’est pour cela que la Pravda s’appelle la Pravda. La vérité est notre pain quotidien a nous autres bolcheviks, et de même que vous ne vous nourrissez pas des croûtons d’hier, nous refusons nous aussi le pain perdu de l’histoire. S’il n’y a pas de vérité, nous pouvons poser la nôtre. C’est exprès que je ne dis pas « la mienne ». Le moi existe peine, le nous se fait sentir, le nous, c’est déjà une majoration, c’est déjà un bolchevisme. On a eu tort d’ôter le flot bolchevik de l’étiquette du Parti : cela fait croire à certains que le bolchevisme est une forme de marxisme, alors que c’est le contraire.
« On ne peut devenir bolchevik qu’après avoir enrichi sa mémoire de tous les biens élaborés par l’humanité. » Lénine. La seule vérité, c’est l’addition. Pas ce qu’on ajoute, l’action d’ajouter. Quiconque se soustrait à l’histoire est soustrait de l’histoire. Parce que la seule vérité, c’est l’histoire, cette addition permanente. A chaque nouvel échelon gravi, on se trouve un peu plus grand. C’est cela, être bolchevik : c’est devenir plus grand.”

 
Vladimir Volkoff (7 november 1932 – 14 september 2005)

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2017 en ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.

Willy Vlautin

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. is Hij was leadzanger, gitarist en songwriter van de rockband Richmond Fontaine (1994-2016) en is momenteel lid van The Delines. Hij heeft sinds het midden van de jaren negentig elf studioalbums uitgebracht met Richmond Fontaine, terwijl hij vijf romans schreef. Het werken als zowel songwriter als romanschrijver biedt Vlautin een mechanisme om dezelfde personages en situaties te ontwikkelen in zowel zijn songs als in zijn boeken. De hoofdrolspeler in Northline (zelf een nummer van het Winnemucca-album van Richmond Fontaine) is Allison Johnson. “Allison Johnson” was de titel van een nummer op hun album “Post to Wire”. Vlautins eerste boek “The Motel Life” werd in 2005 uitgegeven en is sindsdien in elf talen vertaald. In “The Motel Life” vertelt Vlautin het verhaal van twee broers die in een hotel in Reno wonen. Hij verwierf de titel van “Dylan of the dislocated “(The Independent). “The Motel Life” werd verfilmd in 2012. “Northline” was het tweede boek van Vlautin. De serveerster Allison Johnson vertrekt vanuit Las Vegas naar Reno om een ​​nieuw leven te beginnen. Een CD met instrumentale en droevige liedjes van Richmond Fontaine is opgenomen in de eerste editie van het boek. In 2008 bracht Vlautin zijn eerste CD met gesproken woord uit, A Jockey’s Christmas, een zwarte komedie over een te zware, alcoholische jockey die voor de feestdagen naar huis gaat in Reno. De derde roman van Vlautin, “Lean on Pete”, is het verhaal van een 15-jarige jongen die werkt en leeft op een vervallen racecircuit in Portland, Oregon, en bevriend raakt met een mislukt racepaard genaamd “Lean on Pete”. Voor het boek ontving de schrijver in 2010 de Ken Kesey Award voor fictie en literaire kunst en de Oregonian People’s Choice Award. In zijn vierde roman “The Free” vertelt Vlautin over Leroy Kervan, een suïcidale Irak-veteraan.

Uit: The Motel Life

“The night it happened I was drunk, almost passed out, and I swear to God a bird came flying through my motel room window. It was maybe five degrees out and the bird, some sorta duck, was suddenly on my floor surrounded in glass. The window must have killed it. It would have scared me to death if I hadn’t been so drunk. All I could do was get up, turn on the light, and throw it back out the window. It fell three stories and landed on the sidewalk below. I turned my electric blanket up to ten, got back in bed, and fell asleep. A few hours later I woke again to my brother standing over me, crying uncontrollably. He had a key to my room. I could barely see straight and I knew then I was going to be sick. It was snowing out and the wind would flurry snow through the broken window and into my room. The streets were empty, frozen with ice. He stood at the foot of the bed dressed in underwear, a black coat, and a pair of old work shoes. You could see the straps where the prosthetic foot connected to the remaining part of his calf. The thing is, my brother would never even wear shorts. He was too nervous about it, how it happened, the way he looked with a fake shin, with a fake calf and foot. He thought of himself as a real failure with only one leg. A cripple. His skin was blue. He had half-frozen spit on his chin and snot leaking from his nose. `Frank,’ he muttered, ‘Frank, my life, I’ve ruined it.’ `What?’ I said and tried to wake. `Something happened.’ `What?’
`I’m freezing my ass off. You break the window?’ `No, a duck smashed into it.’ `You kidding?’ `I wouldn’t joke about something like that.’ `Where’s the duck then?’ `I threw it back out the window.’ `Why would you do that?’ `It gave me the creeps.’ `I don’t even want to tell you, Frank. I don’t even want to say it. I don’t even want to say what happened.’ `You drunk?’ ‘ Sorta.’ `Where are your clothes?’ `They’re gone.’ I took the top blanket off my bed and gave it to him. He wrapped it around himself then plugged in the box heater and looked outside. He stuck his head out the broken window and looked down. `I don’t see a duck.’ `Someone probably stole it.’ He began crying again. `What?’ I said. `You know Polly Flynn, right?’
`Sure.’ I leaned over and grabbed a shirt on the floor and threw up into it. `Jesus, you okay?’ `I don’t know.’ `You want a glass of water?’ `No, I think I feel a little better now.’ I lay back in bed and closed my eyes. The cold air felt good. I was sweating, but my stomach began to settle. `I’m glad I don’t puke at the sight of puke.’ `Me too,’ I said and tried to smile. ‘What happened?’ `Tonight she got mad at me,’ he said in a voice as shaky as I’ve ever heard. ‘I don’t remember what I said, but she yelled at me so hard that I got up to get dressed but she got up first and took my pants and wouldn’t give them back. She ran outside and set fire to them with lighter fluid.”

 
Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)