Adriaan van Dis, Andrei Ruse, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: In het buitengebied

“Wie had ooit kunnen denken dat ik met een Japanse vrouw zou wonen. Japan was voor mijn familie een vloekwoord en stond voor oorlog, kamp en marteling. Japanse techniek was bij ons thuis taboe. En nu kniel ik voor een Japanse, leg ik mijn hoofd in haar schoot en streelt ze mijn kale kruin. Zo lief. En ze zegt de aardigste dingen – zinnetjes die ik haar zelf heb ingefluisterd. O, ze leert zo snel. Toen ik haar een week of wat geleden over de drempel droeg was ze verlegen en knikte ze hooguit ja en nee en nu wil ze mij optillen en begint ze de dag met een gedicht.

The poem refreshes life so that we share, For a moment, the first idea… It satisfies Belief in an immaculate beginning

Een vlekkeloos begin van de dag. Wallace Stevens. ‘Hoe kom je daaraan?’ vroeg ik haar.
Ze had naar iets Dutch gezocht – Stevens was Pennsylvania Dutch. Zo goedbedoeld. En knap. Ze doet haar best het mij naar de zin te maken: ‘I want to understand the Dutch.’ Het werd nog een heel gedoe om onze wederzijdse clichés uit te schakelen. Zo had ik een kimono voor haar gekocht – als welkomstgeschenk, naar Japans gebruik wonderschoon verpakt. Maar zij wilde liever klompen en een Delfts blauwe-tegeltjes-bh van Marlies Dekkers (een wens ingefluisterd door haar vader). Bh? Droegen Japanse vrouwen die dan? Hield een dagelijkse portie rauwe vis hun borsten niet klein en strak?
Ze bloosde. Niet dat ik het zag, maar zo voelde haar afgewend zwijgen.
Na lang bladeren vonden we elkaar in de Home and Garden-countrylook: groene laarsjes, een mantelpakje (niets opwindender dan een mantelpakje) en een stoere waxcoat. Je woont buiten of niet.
O, onze eerste keer in de moestuin. Zij op een stoel in haar laarsjes en waxcoat, starend naar een bed radijsjes, en ik geknield in de aarde woelend en bosje voor bosje – met de dauw nog op de witte wortels – in haar schoot leggend. En bloemen plukkend. Klaver, klaproos, guichelheil. Een hele vracht. Het rubber en het katoen kraakten als sneeuw in april.”


Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Roemeense dichter, schrijver en filmmaker Andrei Ruse werd geboren in Boekarest op 16 december 1985. Zie ook alle tags voor Andrei Ruse op dit blog.

I once saw an angel in Colentina

it was about 4 o’clock in the morning
I had been running out of battery, of money and of cigarettes
I was playing on a bench with my own breathe
I kept blasting from my mouth into my nose the acute smell of jack

then you came along

you weren’t aware of anything
you were proud that you had made 18 years old, that you were wearing D on your bra
and that you had graduated highschool with seven

you tell me that you are about to became a successful woman
and you would be leaving to befar away in africa and live
the rest of your life in a straw hutch
alongside a black man with whom you would
stroll into the jungle on an elephant.

your dream was to teach the baboons to play tig among the lianas

then you told me something about
a well-known case of murder from our neighbourhood
you were frightened
but were amusing yourself at the same time by the fact that it could be me.

 

Vertaald door Nigel Walker en Loredana Matei


Andrei Ruse (Boekarest, 16 december 1985)

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook alle tags voor Jane Austen op dit blog.

Uit: Pride And Prejudice

“MR. Bennet was among the earliest of those who waited on Mr. Bingley. He had always intended to visit him, though to the last always assuring his wife that he should not go; and till the evening after the visit was paid, she had no knowledge of it. It was then disclosed in the following manner. Observing his second daughter employed in trimming a hat, he suddenly addressed her with,
“I hope Mr. Bingley will like it, Lizzy.”
“We are not in a way to know what Mr. Bingley likes,” said her mother resentfully, “since we are not to visit.”
“But you forget, mama,” said Elizabeth, “that we shall meet him at the assemblies, and that Mrs. Long has promised to introduce him.”
“I do not believe Mrs. Long will do any such thing. She has two nieces of her own. She is a selfish, hypocritical woman, and I have no opinion of her.”
“No more have I,” said Mr. Bennet; “and I am glad to find that you do not depend on her serving you.”
Mrs. Bennet deigned not to make any reply; but unable to contain herself, began scolding one of her daughters.
“Don’t keep coughing so, Kitty, for heaven’s sake! Have a little compassion on my nerves. You tear them to pieces.”
“Kitty has no discretion in her coughs,” said her father; “she times them ill.”
“I do not cough for my own amusement,” replied Kitty fretfully.
“When is your next ball to be, Lizzy?”
“To-morrow fortnight.”
“Aye, so it is,” cried her mother, “and Mrs. Long does not come back till the day before; so it will be impossible for her to introduce him, for she will not know him herself.”
“Then, my dear, you may have the advantage of your friend, and introduce Mr. Bingley to her.”
“Impossible, Mr. Bennet, impossible, when I am not acquainted with him myself; how can you be so teazing?”
“I honour your circumspection. A fortnight’s acquaintance is certainly very little. One cannot know what a man really is by the end of a fortnight. But if we do not venture, somebody else will; and after all, Mrs. Long and her nieces must stand their chance; and therefore, as she will think it an act of kindness, if you decline the office, I will take it on myself.”
The girls stared at their father. Mrs. Bennet said only, “Nonsense, nonsense!”

 
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)
Keira Knightley als Elizabeth en Matthew Macfadyen als Mr. Darcy in de gelijknamige film uit 2005

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook alle tags voor Adriaan van der Veen op dit blog.

Uit: De man met de zilveren hoed

“Maar goed, daar gaat het nu niet om. Nu moet je niet lachen. Dat heb ik ook niet gedaan toen Hans het me vertelde. Trouwens, diep binnen in me zelf was ik veel te boos om die aanstellerij, maar daarvan heb ik niets laten merken. Kortom, ze stonden bij de receptie, dat was nog in het hotel in Zürich, waar ze een nacht overbleven. Hans had eigenlijk al alles in orde gemaakt, Nina stond naast hem. Wat doet ze plotseling? Achter haar naam vult ze in het gastenboek onder beroepen nog in ‘Tänzerin’. Ja, ik wist wel dat je het gek zou vinden. Hans had het gezien, maar zei er niets van. Tegen haar zal hij nooit een opmerking maken. Al zijn moeilijkheden komen op de schouders van zijn moeder terecht.
Later die avond gingen ze in de stad een glaasje wijn drinken. Hans verzint altijd iets gezelligs, ook wel eens voor mij. Hij neemt me soms mee als hij voor een zaak in Amsterdam moet zijn, om samen te eten. Ik zit hier altijd zo alleen, dat weet je. Goed, daar zaten ze dus rustig en toen kon hij toch niet nalaten erover te beginnen. Nina begon te lachen en zei, dat ze helemaal geen danseres wilde zijn. Nee, dat kan ik best geloven, met twee kinderen en haar figuur is ook niet zo geweldig. Enfin, ze maakte er een grapje van. ‘Hausfrau’ te zijn vond ze veel interessanter. En dat was veel moeilijker, zei Hans, die het ook allemaal maar luchtig hield. Ze hadden er toen alletwee om gelachen.
De volgende morgen had ze dat ‘Tänzerin’ in elk geval doorgestreept. Maar intussen was er alweer een en ander voorgevallen. Hans is een echte goeierd, maar als advocaat, en dat hij dat is daar ben ik wat trots op, want hij is onze enige, en hij moest en hij zou studeren, daar hebben mijn arme man en ik heel wat voor opgeofferd, maar zonder mopperen – Hans dan is door zijn beroep gewend om alles tot en met uit te redeneren, al is hij later met Nina erg voorzichtig geworden. Hij was er dus die avond nog op doorgegaan, het had hem natuurlijk meer gehinderd dan hij zichzelf wilde toegeven. Hij is zo’n door en door gezonde en gewone jongen.”


Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)
Schiedam, de Grote Markt in kerstsfeer

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook alle tags voor Noël Coward op dit blog.

Uit: Blithe Spirit

“The SCENE is the living-room of the Condomines’ house in Kent. The room is light, attractive and comfortably furnished. On the L there are french windows opening on to the garden. On the R. there is an open fireplace. At the back there are double doors leading to the hall, the dining-room, the stairs, and the servants’ quarters. When the CURTAIN rises it is about eight o’clock on a summer evening. There is a wood fire burning because it is an English summer evening. The doors are open, the windows are closed. The curtains are partially closed. EDITH COMES in from the hall carrying, rather uneasily, a large tray of cocktail things. She comes to the c table with the tray of drinks. She sees there is no room, so puts it on the drinks table up stage R with a sigh of relief. RUTH enters c briskly. She is a smart-looking woman in the middle thirties. She is dressed for dinner, but not elaborately. RUTH. That’s right, Edith.
EDITH. Yes’m.
RUTH. Now you’d better fetch the ice-bucket.
EDITH. Yes’m. Rum (arranging the ornaments on the piano) Did you manage to get the ice out of those little tin trays?
EDITH. Yes’m—I ‘ad a bit of a struggle though—but it’s all right.
RUTH. And you filled the little trays up again with water?
EDITH. Yes’m.
RUTH. (moving to the window and arranging the curtains) Very good, Edith—you’re making giant strides.
EDITH. Yes’m.
RUTH. Madame Arcati, Mrs Bradman and I will have our coffee in here after dinner, and Mr Condomine and Doctor Brad-man will have theirs in the dining-room—is that quite clear?
EDITH. Yes’m. Rum. And when you’re serving dinner, Edith, try to remember to do it calmly and methodically.
EDITH. Yes’m.”

 
Noël Coward (16 december 1899 – 26 maart 1973)
Scene uit een opvoering in Londen met Angela Lansbury als Madame Arcati (midden), 2014

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook alle tags voor Tip Marugg op dit blog.

zoonlief, ik heb je jeugd een jobsgezicht gegeven

zoonlief, ik heb je jeugd een jobsgezicht gegeven,
het is in de roes tussen nacht en volle dag
dat ik de dronken oorsprong word van je leven
je diktongig voorlieg wat je allemaal vermag

woord wordt vlees, de daad niet te overtreffen
als onder het floers van broedend morgenrood
ik je bestemd en manbaar tot mij zal opheffen
met een feller vuur dan mijn tijdzang ontbloot

doch zonlicht weet mijn lustgevoel verzonnen
verstikt verlangen voltrokken door de strop
nachtboeket van gedroogde bloemen en grassen

minder man geef ik mij dan droog gewonnen
aan een perverse pracht die ik niet verkrop
tegen dit vaderschap ben ik niet opgewassen

 
Tip Marugg (16 december 1923 – 22 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit:In het buitengebied

“Ik dring haar niks op, dat hebben we afgesproken. Ze moet aan zoveel wennen. De buitenwereld kan even de pot op. Geduld is ons wachtwoord.
Neem alleen al onze stemmen, we konden elkaar in het begin slecht verstaan. Het was als zoeken naar de juiste golflengte. Ze is per slot Japans en wist nauwelijks waar Nederland lag. We spreken Engels met elkaar, maar ze heeft een zwaar accent. Rare klemtonen, ze slikt lettergrepen in. Ik moest keer op keer vragen: ‘Wat zeg je, herhaal die zin alsjeblieft?’ Ze dacht dat ik doof was. Ik probeerde haar uitspraak te verbeteren – professor Higgins teaching Eliza Doolittle – maar betrapte me erop dat ik telkens mijn stem verhief en dan imiteerde ze mijn ergernis en schreeuwde ze net zo hard terug. Na weken vonden we allebei een goede toon en woordkeus. (Al moet ik nu wel oppassen dat ik niet met volle mond praat anders verstaat ze me nog niet.)
Er valt voor haar nog zoveel te ontdekken: mijn volle huis, een verwilderde tuin, met rozenstruiken waar je je aan kan openhalen. Wel even wennen voor een meisje dat uit een bonsaiwereld komt. Ze is Japanser dan ik dacht. Zeer gesteld op rituelen, vooral op het ritueel van de herhaling. En ik pas me aan. Moet je me thee zien drinken. Daar hebben we nu een kleine ceremonie van gemaakt. Buiten op het terras: ik met mijn kont op een kussen en zij in kleermakerszit tegenover mij. In kimono. Ik drink uit een porseleinen kom met gouden binnenkant en klop mijn groene thee met een bamboekwastje op. En dan kijkt ze zeer tevreden. Eén keer vroeg ik haar een lied te zingen, een theelied uit haar jeugd. Ze knikte, rechtte haar rug en zette een kinderstem op – snerpend als een krekel. Ik vroeg haar naar de betekenis, maar ze kende alleen de woorden.
Ze is weliswaar in Tokio grootgebracht, maar haar vader, die haar gemaakt heeft tot wie zij is, heeft haar internationaal opgevoed. Akiko omarmt de wereld zonder zich te hechten. Ze weet meer dan ze kent. Haar woordenschat verbaast me elke dag. De Mini Crossword lost ze binnen één minuut op. Ze verslaat me keer op keer. Maar ze houdt me lenig.
Het is 23 tegen 70. En ze is waanzinnig mooi. Ook daarom verstop ik haar een beetje. Ze is zo volmaakt als een perzik. Ik kan uren naar haar kijken en zuig haar schoonheid op.”

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg, Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Nathan Sid

‘Nathan lag, terwijl zijn moeder bij het aanrecht rommelde, op zijn rug op de keukenvloer. Hij soesde met zijn ogen dicht in de zon. Hij kon veel met zijn ogen dicht. Hij bladerde dagdromend door de mooiste albums en schreef blind verhalen met een tien voor spelling. Achter zijn oogvel zweefde een wereld zonder fouten.’ Hij kijkt naar zijn moeder, hij sluit zijn ogen en ‘zag een Indische tuin waar vogels vlogen, zoals op de postzegels van tante Una uit Nieuw-Guinea. Hij zag wilde kembang sepatoe en water met verse groene sprietjes en, zoals altijd, bergen die op duinen leken, maar nu met een pluimpje rook eruit. Net zoals op het schilderij schuin boven het dressoir. Zijn vader liep er ook, met een geweer en oranje medailles op zijn borst. Nu keek hij hem strak aan. Nathan deed zijn ogen weer open. Hij wilde zijn strenge vader helemaal niet zien. Stiekem dacht hij hoe fijn het was een halve wees te zijn, nooit meer slaag en veel meer knuffels.’ Maar zijn moeder vertelt Nathan hoe beroerd de jeugd van Pa Sid is geweest; de roos van Soerabaja, Pa Sids moeder, was een gemeen type, dat haar kinderen sloeg en in het weeshuis plaatste. Nathan besluit de vader te verdedigen. Maar de vrees bekruipt hem net zo te zijn of te worden als zijn vader, want hem is gezegd dat hij even driftig en gulzig is als Pa Sid, spilziek en onbeheerst: ‘Nathan wilde niet verder alleen op de wereld. Het liefst bleef hij klein en kroop hij voor altijd weg onder zijn moeders jurk. Bij dat witte, waar het was zoals achter zijn gesloten wimpers, een veilige wereld waarin hij niets fout kon doen.’
(…)

“Niemand wist waar die bramen bloeiden, want niemand was lid van Nathans club. Daarvoor waren er te weinig bramen. Wel stuurde hij veel briefjes. Daar schreef hij vieze woorden op. Nathan zei dan dat hij zo’n briefje in het duin gevonden had en las ze thuis hard op voor. Op één van de uit zijn vaders la gepikte bruine kartonnetjes had hij met een mengsel van bloed en bramensap “lulkak je word vermoord” gekrast.
Voor de grap had Nathan het bij zijn vaders bord gelegd, onder een pitriet tafelmatje waar het wit ge-
bloemde zeil altijd wat bobbelde van de warme schotels. Pa Sid zag het liggen, las het vluchtig, zei niets en keek streng voor zich uit. Nathan had geen honger meer en zijn dijen kleefden erger dan ooit aan de houten stoel.
Toen hij eindelijk van tafel mocht, gaf zijn vader hem in het voorbijgaan plotseling een harde pets. Zijn vingers kleurden wit op Nathans wangen. “Wordt schrijf je met dt”, zij hij. Voortaan moest Nathan zalf en pleisters op zijn korstjes.”


Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg, Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht.‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.
(…)

“… Een vreemde taal was in haar strot gekropen, een mannenstem. Mōshiwake gozaimasen! Tennõheika no meirei deshita! Mōshiwake gozaimasen! De stem zong en snauwde tegelijk. Mijn moeder boog voorover tot haar voorhoofd de tafel raakte. De dames hesen haar op. Maar ze sloeg ze van zich af. De Russin peuterde de banderol van de dop van de wodkafles. Ik sloop beschaamd weg. De vreemde stem vulde de gang, de trap, mijn kamer, tot een hoge gil hem overtrof. Ik werd naar beneden geroepen. Mijn moeder lag half onder de tafel, ze was in trance van haar stoel gegleden. De handoplegster zat geknield naast haar en jammerde met haar mee. De stem had Japans gesproken…”.

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Stadsliefde

“Straks haal ik haar op: de vrouw met wie ik het liefst door Parijs wandel. Dan gaan we al die dingen doen die we altijd doen: eerst het glas champagne thuis, de toastjes zalm, en dan lopen naar ons ‘meneertje’, een Vietnamees in de Marais waar we al twintig jaar komen. Alleen de eerste dag. Heen over een andere brug dan terug – beide routes liggen bezaaid met herinneringen. We kennen de eigenaar, zijn wel en wee en familie. We krijgen geen menukaart; we eten altijd hetzelfde. Straks zullen we onze kleren thuis voor een open raam moeten luchten, omdat de hele tent naar frituur stinkt. Hindert niet. Terug lopen we altijd door de rue de Bièvre, een kromme steeg waar Mitterrand vroeger woonde. We zien lampen branden in het appartement waar ik als student op andermans poezen paste. We denken aan doden, aan scheidingen. Hebben we geen woorden voor nodig. Hooguit een miauwtje.
De volgende morgen haal ik een tradition bij de bakker en eten we ons gekookte eitje – ik vier minuten, zij vijf. De Pariscope ligt klaar. We strepen de films aan, de tentoonstellingen, ook al weten we dat het er niet van zal komen. We hebben er tien jaar over gedaan Musée d’Orsay daadwerkelijk binnen te gaan. De buitenkant was al zo mooi. O, de duizend gebouwen die ons nog wachten. Wij wandelen door ons eigen museum. Inspecteren de pleintjes en geheime tuinen. Kijken of de duiven nog uit de geheime kom tussen twee wortels van de ginkgoboom drinken. Zij laat haar jurk opwaaien bij het metrorooster op Carrefour de la Croix-Rouge, ik aai er de hoef van het paard van César. We delen de geuren. De gezichten van voorbijgangers. Kleine sensaties. Parijs als tableau vivant. Alles is van ons. We hebben de stad gemerkt met onzichtbare sporen. Ons wandelen is een ritueel van de herhaling. Niet dat we ons geen onbekende buurten gunnen, o nee, we verkennen en lijven in, maar na het nieuwe keren we toch telkens weer naar onze oude sporen terug, als een meanderende rivier die zijn bedding zoekt.”

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Buitenlandse literatuur. De onverslijtbare boeken van mijn jeugd

“Mijn klasgenoten verheugden zich op de vrijheid na het diploma: brommers, banen bij de gemeente of de chemische fabriek, en een liste de mariage bij ‘Au bon gout’. Een vriend van mijn toen al dode vader zag mij graag op zijn handelsbureau. Brieven schrijven: ‘Veuillez agréer, Monsieur, l’expression de mes sentiments distingués.’ ‘Looking forward to your early reply, I remain.’ Ik keek er niet naar uit en op de mulo wilde ik niet blijven.
Met Bordewijk kwam de breuk. Karakter. Ik moest het lezen voor mijn lijst. Na een paar bladzijden was het geen moeten meer, of toch, ik moest in het boek strepen, ik moest het herlezen, ik moest erover vertellen, ik moest het hebben. Ik kocht het in de Zakboekenreeks en ik bezit het nog, met een streep op bladzijde 276: ‘Hij moest kunnen meespreken over alles, niet met de boekengeleerdheid van een lexicon, maar schertsenderwijs. Hij moest een vlotte conversatie kunnen ontwikkelen onder mannen, en op een andere wijze weer, bij vrouwen, zijn litteratuur kennen, vreemde talen spreken met het juiste accent, hún litteraturen kennen, – hij moest op de hoogte zijn van plastische kunsten, van muziek, – hij moest vlot leren reizen in vreemde landen, hij moest kunnen vertellen van steden, landschappen, volkeren, gebruiken en eigen ondervindingen, – hij moest geestig kunnen zijn…’ En zoveel meer moest Jacob Willem Katadreuffe kunnen. Want Jacob wilde advocaat worden, hij wilde een koperen plaat met zijn naam erop. Hij zou meester in de rechten worden, zijn milieu ontvluchten, breken met zijn moeder die zo zuinig was met haar emoties, zich afzetten tegen zijn onredelijk strenge vader. Jacob Katadreuffe was een onwettig kind, hij moest hard werken, harder dan alle andere jongens, maar hij zou ze allemaal voorbijstreven. Hij zou er komen. Eén ding wist hij zeker: ‘niet dit’, niet het benauwde leventje van winkeliers en kleine ambtenaren. Hij zou laag beginnen, hoog zou hij klimmen.”

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Derde Advent, Edwin Muir, Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

Bij de Derde Advent

 

De Annunciatie, Fra Angelico, rond 1430

 

The Annunciation

The angel and the girl are met.
Earth was the only meeting place.
For the embodied never yet
Travelled beyond the shore of space.

The eternal spirits in freedom go.
See, they have come together, see,
While the destroying minutes flow,
Each reflects the other’s face
Till heaven in hers and earth in his
Shine steady there. He’s come to her
From far beyond the farthest star,
Feathered through time. Immediacy
Of strangest strangeness is the bliss
That from their limbs all movement takes.
Yet the increasing rapture brings
So great a wonder that it makes
Each feather tremble on his wings.

Outside the window footsteps fall
Into the ordinary day
And with the sun along the wall
Pursue their unreturning way.
Sound’s perpetual roundabout
Rolls its numbered octaves out
And hoarsely grinds its battered tune.

But through the endless afternoon
These neither speak nor movement make,
But stare into their deepening trance
As if their gaze would never break.

 

Edwin Muir (15 mei 1887 -3 januari 1959)

Doorgaan met het lezen van “Derde Advent, Edwin Muir, Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog. Adriaan van Dis viert vandaag zijn 65e verjaardag.

Uit: Doppelliebe (Vertaald door Marlene Müller-Haas)

Es war still auf der Straße und trotz der Morgensonne kühl. Ich klopfte mir die Asche vom Blazer, rieb einen Kotzefleck vom Schuh und versuchte mir den Anschein zu geben, als wäre es ganz selbstverständlich, so früh am Morgen durch Amsterdam zu laufen. Meine Muskeln taten weh, innen und außen. Wenn man mir nur nichts ansah. Bald würde ich diese Stadt, und diese Nacht, von mir abwaschen und ich würde eifrig lernen, Laurence Olivier hören, mich auf meine Aufnahmeprüfung für die Schauspielschule konzentrieren – schöne Sätze, schöne Worte, die Schönheit war meine einzige Rettung.
Wo lag wohl der Bahnhof? Hinter den Häusern kreischte eine Straßenbahn. Ich folgte meinen Ohren und kam zu einer breiten Straße mit zwei Schienen im Asphalt; denen folgte ich auf gut Glück. Kurz darauf roch ich die salzige Luft des Wassers vom IJ und sah das Schieferdach des Bahnhofs vor dem blauen Himmel glänzen.
In den Bäumen vor dem Eingang sangen die Stare. Aus einer Straßenbahn stiegen die ersten Fahrgäste. An der Fassade lehnten zwei Stadtstreicher in der Sonne. Sie tranken Bier aus der Flasche und schrieen den Passanten Zoten nach: »He, ihr da, dort läuft ’ne Hure, die hat die ganze Nacht nix verdient, die kannste ficken für ’nen Fünfer.« Auch ich mußte dran glauben. »He, du da, haste was Bares?» Ich ließ sie links liegen.
»Kannste nich höflich grüßen?«
»Guten Morgen, meine Herren.« Gespreizter ging’s nicht.
Ein Mann kam mit einer Flasche in der Hand auf mich zu. Hatte ich vielleicht was zum Rauchen? Ohne zu reagieren, steuerte ich in die Halle zu den Schaltern, aber der Mann folgte mir bettelnd. Der Schalterbeamte pulte Gulden aus einer Geldrolle. Ich klopfte gehetzt an die Scheibe. Das Schild »Geschlossen« klappte vor meiner Nase herunter.
Der Penner zog an meiner Jacke. »Bestimmt Student?« Mein Schweigen gefiel ihm nicht. »Entschuldigen Sie«, sagte ich und wollte zu den Zügen rennen. Er hielt mich fest. Ein Schubs, seine Bierflasche fiel zu Boden – Schaum und Fluchen. Auf den Lärm hin eilten seine Kumpane herbei. »Hast se wohl nich mehr alle, du Arschloch!« Ich hastete zum letzten Bahnsteig, dem festen Abfahrtsgleis für Halfstad. Eine Bierflasche flog mir zwischen die Beine. Schritte hallten in der Unterführung wider.

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

Uit: Tikkop

“Het snoer van de laptop was te kort. De voorkamer moest het met twee stopcontacten doen en het dichtstbijzijnde was bezet. Er kropen honderden mieren in en uit. Kleine, rooie sjouwers die elkaar in het voorbijgaan keurig groetten. Hij ging op zijn knieën zitten en blies ze weg. Ze vielen om, klampten zich vast, hernamen zich en kropen een voor een weer richting stopcontact. Het parcours lag vast. Ook al versperde hij de twee gaten met zijn vingers, dan nog verzamelden de mieren zich op de brug van zijn hand. Ze beten niet, ze verkenden zijn knokkels, een litteken tussen duim en wijsvinger, de plooien, ze waagden zich op zijn pols, proefden aan zijn haartjes, zijn horlogebandje. Ze kropen in de tunnel van zijn mouw. Er lag een kruimel op de vloer. Mulder legde hem voorzichtig tussen de mieren. De mieren keurden de gift, tilden hem op en torsten hem dwars door het gedrang tot aan de gestremde poorten van het stopcontact. Minuten tikten voorbij, vol verbazing, liefde en wrede gedachten: hij plette een mier tussen zijn nagels, eentje maar, voor het sap, voor het zien. Ook het lijk verdween in de file. De wijzerplaat verried niet hoeveel minuten verstreken — het glas zag rood van de mieren. Er zat niets anders op dan de tafel naar het enige andere stopcontact in de kamer te verschuiven, tot tegen de bank, dicht bij het raam. Nu kon hij vanachter zijn toetsenbord een boot zien uitvaren.” 


Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg”

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg, Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Mary Russell Mitford, Olavo Bilac

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008.

Uit: De wandelaar

“Mulder wandelde met zijn hond en stond stil onder het lichtgroene dak van een tot parasol gesnoeide plataan. Wat met de mensen niet lukte, leefde de stad uit op haar parken. De voorstad mocht branden, op het gazon werd niet gelopen. Niets werd er beter bewaakt, omheind en verzorgd dan dat. Mulder zag alleen de netheid.

En zijn hond?

Die sprong op de heuphoge muur die het park omringt om zijn baas recht in de ogen te kunnen kijken. Ze liepen even hoog met elkaar op. Wang tegen wang. Het leek of de hond hem iets wou zeggen. Maar Mulder keerde zich van hem af. En ook ’s avonds op bed ontweek hij die sprekende ogen aan het voeteneind en gooide hij een deken over zijn kop. De hond schudde zijn blinddoek telkens af en bleef kijken. Mulder kon er niet van slapen. Hij verborg zich achter een boek, maar kon geen letter lezen door het gehijg achter de kaft; hij trok een fles wijn open, smeerde toastjes, dacht aan zijn cholesterol en voerde de helft op aan zijn hond. Daar werden ze allebei zo wakker van, dat er een tweede fles aan moest geloven – een loodzware bordeaux. En de nacht bleef maar duren.    

‘Wat wil je van me?’ riep hij ten einde raad.

De hond zweeg.”

VanDis

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007   en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Lesley Castle

 

“MY Brother has just left us. “Matilda” (said he at parting) “you and Margaret will, I am certain, take all the care of my dear little one, that she might have received from an indulgent, an affectionate, an amiable Mother.” Tears rolled down his cheeks as he spoke these words — the remembrance of her, who had so wantonly disgraced the Maternal character and so openly violated the conjugal Duties, prevented his adding anything farther; he embraced his sweet Child and after saluting Matilda & Me, hastily broke from us and seating himself in his Chaise, pursued the road to Aberdeen. Never was there a better young Man! Ah! how little did he deserve the misfortunes he has experienced in the Marriage state. So good a Husband to so bad a Wife! for you know, my dear Charlotte, that the Worthless Louisa left him, her Child & reputation a few weeks ago in company with Danvers & dishonour.* Never was there a sweeter face, a finer form, or a less amiable Heart than Louisa owned! Her child already possesses the personal charms of her unhappy Mother! May she inherit from her Father all his mental ones! Lesley is at present but five and twenty, and has already given himself up to melancholy and Despair.

…Matilda and I continue secluded from Mankind in our old and Mouldering Castle, which is situated two miles from Perth on a bold projecting Rock, and commands an extensive view of the Town and its delightful Environs. But tho’ retired from almost all the World (for we visit no one but the M’Leods, the M’Kenzies, the M’Phersons, the M’Cartneys, the M’donalds, The M’Kinnons, the M’lellans, the M’Kays, the Macbeths and the Macduffs), we are neither dull nor unhappy; on the contrary there never were two more lively, more agreable, or more witty Girls than we are; not an hour in the Day hangs heavy on our hands. We read, we work, we walk and when fatigued with these Employments releive our spirits, either by a lively song, a graceful Dance, or by some smart bon-mot, and witty repartée. We are handsome, my dear Charlotte, very handsome and the greatest of our Perfections is, that we are entirely insensible of them ourselves. But why do I thus dwell on myself? Let me rather repeat the praise of our dear little Neice, the innocent Louisa, who is at present sweetly smiling in a gentle Nap, as she reposes on the Sofa. The dear Creature is just turned of two years old; as handsome as tho’ 2 & 20, as sensible as tho’ 2 & 30, and as prudent as tho’ 2 & 40. To convince you of this, I must inform you that she has a very fine complexion and very pretty features, that she already knows the two first letters in the Alphabet, and that she never tears her frocks. — If I have not now convinced you of her Beauty, Sense, & Prudence, I have nothing more to urge in support of my assertion, and you will therefore have no way of deciding the Affair but by coming to Lesley Castle, and by a personal acquaintance with Louisa, determine for yourself.“

 

youngjane

Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)
Geschilderd op 14-jarige leeftijd

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Wennen aan vrijheid

 

“Het was niet helemaal waar. Ik had aan boord wel de
gelijk onderscheid gevoeld. Onschuld is ook afwezigheid van elke richtlijn. Daardoor was ik heen en weer geslingerd, maar zonder te kiezen, boven de partijen uit, alleen waarnemend, aanvaardend wat ik kon gebruiken zonder ooit verband te leggen. Dat is mij nu pas duidelijk geworden. Ik hoor hen weer door de afstand van de tijd met zware brouwgeluiden elkaar in het Engels aanspreken, bewust hun moedertaal verloochenend om dan af en toe met gedempte stem toch in het Duits terug te vallen. Ik zie hen weer aan het begin van hun lange tocht naar de vrijheid, geduldig opschuivend naar hun beurt in de tochtige paspoortkantoren. Uren hadden zij gezeten in de koude gangen te Parijs, Londen, Luxemburg, Antwerpen, Rotterdam, de ogen gericht op het loket, glimlachend, buigend, dank mompelend als zij weg gingen. Er werd verteld over stadjes in neutrale landen waar zulke goede vluchtelingenkampen waren. Kleine kinderen spraken Duits, Engels, Frans door elkaar, zij hadden al met Duitsland afgerekend.

Een schip topzwaar van uitgestotenen, waar de vluchtelingen met alle neerbuigendheid van Hollanders die een rijk en onafhankelijk land achter zich wisten, door de stewards werden bediend. Zij stalden bij de maaltijden grote stukken vlees uit voor een oude vrouw met een haviksneus en verschrikt dichtgeknepen ogen. Velen liepen tijdens het eten weg, anderen bleven dagen in hun hut. De saus, het vet, de kip, het vlees, voor de welgedane Hollander een achtergrond voor zijn dikke sigaar, deden hen in elkaar krimpen. De schoolmeester met halve brillenglazen en een bescheiden kuif van gladgestreken dof haar, Duits gebleven tot in zijn bevelende kraakstem die men alleen per vergissing nog een enkele keer hoorde uitschieten, lachte schuldig tegen de bediende over zijn gebrek aan eetlust. En de jongen, die de eerste dagen aan tafel verscheen met zijn jas aan en zijn ronde hoedje op, alsof hij elk ogenblik met een homp brood in zijn hand wilde wegrennen, hield het hoedje, dat de hofmeester hem verontwaardigd van het hoofd had gerukt, nu verborgen op zijn knieën. ’s Avonds overhoorden zij elkaar uit Englisch in Tausend Worten en zij luisterden met sentimenteel gesloten ogen naar iemand aan de piano die alle Duitse liedjes van Rhein und Wein zong. Maar toen een steward een ogenblik het Horst Wessellied liet klinken, bestormden zij de radio en mokten uren in een hoek na.

Eerst hield ik mij afzijdig, mij voorzichtig wennend aan de vrijheid, die ik in de beslotenheid van het schip van uur tot uur proefde. Ik wijdde geen ogenblik aandacht aan het verleden, dat opgeheven scheen, evenmin aan de toekomst, maar genoot van het moment, dat ik toch nog door een waas onderging, zodat toen bij de Engelse kust een vliegtuig plotseling laag overvloog en de mensen ontsteld wegdoken, ik alleen maar, zittend in de zon, mijn ogen een ogenblik dichtkneep, luisterend naar het gegons dat in de verte verdween.“

 

adriaan-van-der-veen

Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)
Portret door Siegfried Woldhek

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Mad about the boy

 

I’m mad about the boy

And I know it’s stupid to be mad about the boy

I’m so ashamed of it but must admit the sleepless nights I’ve had

About the boy

 

Mmmm on the silverscreen

He melts my foolish heart in every single scene

Although I’m quite aware that here and there are traces of the kid

About the boy

 

Lord knows I’m not a fool-girl

I really shouldn’t care

Lord knows I’m not a school-girl

Who’s in the flurry of her first affair

 

Will it ever cloy

This odoversity of misery and joy

I’m feeling quite insane and young again

And all because I’m mad about the boy

 

I’m feeling quite insane and young again

And all because I’m mad..

 

About the boy!

 

noel-coward

Noël Coward (16 december 1899 – 26 maart 1973)

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Weekendpelgrimage

 

„Van de tamboer- en oogstdansen; van de opoffering van zwarte, mannelijke dieren aan de aard- en brongeesten; van de grote scholen kleine vissen aan de kust die het begin van de regentijd aankondigen; van slaapwandelaars, die alleen bij volle maan hun bed verlaten en ronddolen; van de huishonden die, wanneer iemand gaat sterven, tot diep in de nacht blijven janken tegen de wassende maan; van de kinderachtige vertellingen van de idiote spin; van de vreemde nachten van een heldere sterrenhemel, waarbij de sterren niet twinkelen; van de grote zwartgrauwe vogel die er zijn specialiteit van maakt kleine kinderen op de achtste dag na de geboorte te ontvoeren.“

(…)

 

Een neger van de oude stempel, wiens vertrouwen je hebt weten te winnen, kan je in eenvoudige doch ernstige woorden vertellen op welke dag en op welke plek je het best kunt vissen, welk aftreksel of afkooksel van geneeskrachtige kruiden je tegen allerlei kwalen moet innemen, en nog andere dingen, fantastisch soms, waar je nimmer van gehoord hebt. Hij kan je vertellen van de vele voortekens van de naderende dood en hij kan je uitleg geven van de betekenis van het eentonige, lelijke gefluit van de spichtige, grauwe vogels. Hij kan je verhalen van de boze geesten die in de vasten in het vage licht van de opkomende maan ronddwalen.

(…)

Wanneer je een gesprek voert met een oude neger van het platteland, dan merk je meteen dat hij dom en simpel is. Dom en simpel naar de begrippen van je schoolkennis, van de boeken die je hebt gelezen, van de moderne gemeenschap waarin je woont. Maar eenvoudig, goed en wijs naar de begrippen van een andere wereld; een oude wereld, toebehorend aan een rijk, primitief, vernuftig oervolk, dat thans bedreigd wordt door de oppervlakkigheid en de kunstmatigheid van het eigen opgroeiend negergeslacht.”

 

marugg

Tip Marugg (16 december 1923 – 22 april 2006)
Getekend door Peter van Dongen

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Aufforderung

 

Im Erlenschatten, Liebste,
im Erlenschatten, nicht.

Unter der Pappel, ja,
dem Weiß und Grün der Pappel.

Weißes Blatt du,
grünes Blatt ich.

 

 

Die Quellen waren aus Wein

 

Die Quellen waren aus Wein.
Die Meere, aus lila Trauben.

Du wolltest Wasser.

Die Hitze stieg zum Bach
herab. Der Bach war aus Most.

Du wolltest Wasser.

Es fröstelte der Stier. Das Feuer
war aus schwarzem Muskateller.

Du wolltest Wasser.

(Zwei Strahlen von süßem Wein
sprangen aus deinen Brüsten.)

 

 

Vertaald door Erwin Walter Palm

 

alberti

Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

De Franse fabeldichter Pierre Lachambeaudie werd geboren op 16 december 1807 bij Sarlat. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

La Goutte d’Eau

 

Un orage grondait à l’horizon lointain,

Lorsqu’une goutte d’eau, s’échappant de la nue,

Tombe au sein de la mer et pleure son destin.

« Me voilà dans les flots, inutile, inconnue,

Ainsi qu’un grain de sable au milieu des déserts.

Quand sur Faite du vent je roulais dans les airs.

Un plus bel avenir s’offrait à ma pensée :

J’espérais sur la terre avoir pour oreiller

L’aile du papillon ou la fleur nuancée,

Ou sur le gazon vert et m’asseoir et briller…

Elle pariait encore : une huître, à son passage.

S’entr’ouvre, la reçoit, se referme soudain.

Celle qui supportait la vie avec dédain

Durcit, se cristallise au fond du coquillage,

Devient perle bientôt, et la main du plongeur

La délivre de l’onde et de sa prison noire,

Et depuis, on l’a vue, éclatante de gloire,

Sur la couronne d’or d’un puissant empereur.

0 toi, vierge sans nom, fille du prolétaire,

Qui retrempes ton ûme au creuset du malheur,

Un travail incessant fut ton lot sur la terre;

Prends courage ! ici-bas chacun aura son tour :

Dans les flots de ce monde, où tu vis solitaire,

Comme la goutte d’eau tu seras perle un jour…

 

Lachambeaudie

Pierre Lachambeaudie (16 december 1807 – 7 juli 1872)
Borstbeeld op Père-Lachaise, Parijs

 

De Britse schrijver en criticus (Victor Sawdon) V. S. Pritchett werd geboren op 16 december 1900 in Ipswich, Suffolk. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: London

 

London is prolific in its casualties, its human waste and eccentrics. We see that blowsy red-haired woman with the gray beard who dances and skips about in the Haymarket. A well-known trial to bus conductors, the woman always carries a spare hat concealed in a brown-paper bag for traveling by bus. She changes her hat and then sings out:

He called me his Popsy Wopsy

But I don’t care.

And drops into a few unprintable words. We are very fond of her. There is the pavement artist who conducts a war with other street entertainers, especially those who use an animal to beg from the thousands of dog lovers, cat strokers, pigeon and duck feeders, the chronic animal lovers who swarm in London. “Worship God not animals,” he scrawls in angry chalk on the pavement. There is the Negro bird warbler, ecstatic in his compulsion, and the King of Poland in his long golden hair and his long crimson robe. There are those solitaires with imaginary military careers and the frightening dry monotonous gramophone record of their battles and wounds. They are compelled, they utter, they click their heels, salute and depart. A pretty addled neighbor of mine used to mix up the washing of the tenants in her house when it hung on the line in her garden. She was getting her own back on the Pope, who had broken up her marriage to the Duke of Windsor. One has to distinguish between the divine mad and the people pursuing a stern, individual course. The elderly lady who arrives in white shorts on a racing bicycle at the British Museum every morning, winter and summer, is simply a student whom we shall see working under the gilded dome of the Reading Room. The taxi driver who answers you in the Latin he has picked up from the bishops he has been taking to and fro from the Athenaeum Club all his life is not consciously doing a comic turn. He is simply living his private life in public. As Jung says, we are dreaming all the time; consciousness merely interrupts. It was what Dickens noticed in Londoners a hundred years before.”

 

pritchett

V.S. Pritchett ( 16 december 1900 – 20 maart 1997)

 

De Engelse schrijfster Mary Russell Mitford werd geboren op 16 december 1787 in Alresford,  Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Our Village

 

Of all situations for a constant residence, that which appears to me most delightful is a little village far in the country; a small neighbourhood, not of fine mansions finely peopled, but of cottages and

cottage-like houses, ‘messuages or tenements,’ as a friend of mine calls such ignoble and nondescript dwellings, with inhabitants whose faces are as familiar to us as the flowers in our garden; a lit
tle world of our own, close-packed and insulated like ants in an ant-hill, or bees in a hive, or sheep in a fold, or nuns in a convent, or sailors in a ship; where we know every one, are known to every one, interested in every one, and authorised to hope that every one feels an interest in us. How pleasant it is to slide into these true-hearted feelings from the kindly and unconscious influence of habit, and to learn to know and to love the people about us, with all their peculiarities, just as we learn to know and to love the nooks and turns of the shady lanes and sunny commons that we pass every day. Even in books I like a confined locality, and so do the critics when they talk of the unities. Nothing is so tiresome as to be whirled half over Europe at the chariot-wheels of a hero, to go to sleep at Vienna, and awaken at Madrid; it produces a real fatigue, a weariness of spirit. On the other hand, nothing is so delightful as to sit down in a country village in one of Miss Austen’s delicious novels, quite sure before we leave it to become intimate with every spot and every person it contains; or to ramble with Mr. White* over his own parish of Selborne, and form a friendship with the fields and coppices, as well as with the birds, mice, and squirrels, who inhabit them; or to sail with Robinson Crusoe to his island, and live there with him and his goats and his man Friday;–how much we dread any new comers, any fresh importation of savage or sailor! we never sympathise for a moment in our hero’s want of company, and are quite grieved when he gets away;–or to be shipwrecked with Ferdinand on that other lovelier island–the island of Prospero, and Miranda, and Caliban, and Ariel, and nobody else, none of Dryden’s exotic inventions:–that is best of all. And a small neighbourhood is as good in sober waking reality as in poetry or prose; a village neighbourhood, such as this Berkshire hamlet in which I write, a long, straggling, winding street at the bottom of a fine eminence, with a road through it, always abounding in carts, horsemen, and carriages, and lately enlivened by a stage-coach from B—- to S—-, which passed through about ten days ago, and will I suppose return some time or other. There are coaches of all varieties nowadays; perhaps this may be intended for a monthly diligence, or a fortnight fly. Will you walk with me through our village, courteous reader? The journey is not long. We will begin at the lower end, and proceed up the hill.“

 

Mary_Russell_Mitford_by_Benjamin_Robert_Haydon

Mary Russell Mitford (16 dcember 1787 – 10 januari 1855)
Portret door Benjamin Robert Haydon

 

De Braziliaanse dichter Olavo Bilac werd geboren op 16 december 1865 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Brazilian Flag Anthem

 

Hail, precious banner of hope!

Hail, august symbol of peace!

Thy noble presence to our minds

The greatness of our motherland does bring.

Chorus

Take the affection enclosed

in our manly chest, (*)

Dear symbol of the land,

Of the beloved land of Brazil!

 

In thy beauteous bosom portraits

This sky of purest blue,

The impaired greenness of these forests,

And the splendor of the South Cross Constellation.

(Chorus)

 

Beholding thy sacred shadow,

We understand our duty,

And Brazil loved by its sons,

powerful and happy shall be!

(Chorus)

 

Over the great Brazilian Nation,

In times of happiness or grief,

Hover always sacred flag,

Pavilion of justice and love!

(Chorus)

 

bilac

Olavo Bilac (16 december 1865 – 28 december 1918)