Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Jonathan Lethem, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: Exit

“Ze onderging de gedaanteverwisseling in een fractie van een seconde. Haar gebruikelijke, frivole gefladder sloeg als een bromvlieg tegen het raam te pletter, en terwijl ik me afvroeg wie ik het beste kon bellen om een terrasje mee te pakken, gooide ze het eerste voorwerp naar mijn hoofd. Het was de donkerblauwe koffiemok die ik om de een of andere reden nooit had weggegooid. Ik overwoog het iedere verhuizing, maar het lukte me niet. De mok was een cadeautje van mijn vader. Een ruim twintig jaar oud souvenir. De mok miste mijn hoofd en viel vier verdiepingen lager in de tuin van het kinderdagverblijf in honderdduizend doodsoorzaken voor kruipende baby’s uit elkaar. De mok was het enige object in het appartement dat echt van mij was. Alle mierzoete Ikea-confectiemeuk waarmee het is ingericht heeft ze zorgvuldig bij elkaar gezocht. Alsof de reclamefolder bij ons op de vloer een miskraam heeft gehad. Merkstoelen die nagebraakt zijn door talentloze ontwerpers en gemaakt door incomplete kinderhandjes uit Bangladesh. Het was me niet eerder opgevallen dat ik ruim vier jaar in BARBIE’S DREAMHOUSE © voor amateurvolwassenen heb gewoond. Eigenlijk was ik meer een bezoeker. Verlaat de gevangenis zonder te betalen.
Ze zocht de mok bewust uit, en daarom weet ik zeker dat de waanzin gespeeld was. En omdat ik wel van een spelletje houd, leek het me leuk om nog wat olie op het vuur te gooien. `Gefeliciteerd,’ zei ik zo kalm mogelijk. ‘Nu ben je dus eindelijk echt krankzinnig geworden.’ Lizes geestesgesteldheid is haar achilleshiel. Ze loopt al jaren bij een psycholoog, en daar mogen geen grapjes over worden gemaakt. Maar nu was het nodig, ze had tenslotte mijn lievelingsmok kapotgegooid. En ik presenteerde de woorden — mijn rode lap — als een matador: met een kleine buiging. Respecteer je tegenstander alleen als je zeker weet dat je gaat winnen. Voor nieuwe ammunitie stampte ze naar de keuken. Ik was hem helemaal vergeten, maar de inboedel herbergde inderdaad nog een item dat mij toebehoorde: een oude stereotoren. Een tijdje terug had ik die nog willen weggooien, maar hij was zo vet en stoffig dat ik me direct bedacht.
Omdat ruziemaken een gezamenlijke activiteit is, liep ik gemoedelijk achter Lize aan. Ik hield mijn handen bewust in de zakken van mijn trainingsbroek, omdat dat de lusteloze uitstraling die ze zo haat versterkt. Terwijl ze de micro-stereotoren oppakte, ontdekte ze dat de stekker nog in het stopcontact zat. Met veel gevoel voor drama rukte ze die los en liet in één moeite door de nooit-gelezen Jamie Olivers op de plastic zwart-wit geblokte keukenvloer vallen. De vettige stereotoren boven haar hoofd gaf haar even iets vertederends. Lizes bovenkamer heeft het niet makkelijk. Er wonen drie puppy’s, die het zelden met elkaar eens zijn. Ze kunnen nooit alle drie tegelijkertijd rustig zijn, en als ze elkaar totaal hebben opgefokt, is ze helemaal een ongeleid projectiel.”


Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: A Woman Looking at Men Looking at Women

“A woman novelist, on the other hand, is in double trouble. If she writes imaginary stories, such soft stuff is made all the softer by her female identity, and if she writes about her own experience in a memoir of domestic life, about the trials of having and caring for babies and children, about boring encounters with fellow parents at the daycare center or nursery school, about her peevish irritations and grievously lost independence, she may well vanish without a trace or be relegated to the ghetto that is woman’s writing. Then again, she may not. The reception of fiction is fickle. If publishers could recognize success in manuscript form, publishing would be a very different business. Because I write fiction and nonfiction and have an abiding interest in neurobiology and philosophy (still mostly male disciplines), I embody the masculine/feminine, serious/not-so-serious, hard/soft divide in my own work. When I publish a paper in a science journal or lecture at a conference in the sciences, I find myself on male terrain, but when I publish a novel, I stay squarely in female land. The audiences at public events vary accordingly, from about 80 percent male in the sciences and philosophy to exactly the reverse at a literary reading or event. This gendered geography becomes the context for one’s work and for its perception. Where exactly does competition come in? Undisguised competition in the form of verbal sparring, one-upmanship, and the blow-by-blow dismantling of a paper are common in the sciences and philosophy, and they are certainly not unheard of in the humanities. I once gave a lecture on trauma and literature at the Sorbonne in Paris, and the questions came hard and fast once I had finished speaking. I loved it. For one thing, in these worlds, knowledge counts. The more you know, the better off you are, and I revel in the lively combat of ideas that takes place in these sequestered but intense worlds of the intellect. Further, I have learned a lot from such robust encounters. I have had my mind changed by them. Fighting about ideas is fun, and if you really know your stuff, instant respect may be granted and offers to share papers and perhaps engage in an email dialogue soon follow.”


Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Allen Lethem werd geboren op 19 februari 1964 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Lethem op dit blog.

Uit: A Gambler’s Anatomy

“It was there when he woke up. Presumably also when he slept. The blot. Standing alone at the back of the sparsely populated ferry to Kladow, mercifully sheltered behind safety glass against the chill of the lake at evening, Alexander Bruno could no longer deny the blot that had swollen in his vision and was with him always, the vacancy now deforming his view of the receding shore. It forced him to peer around its edges for glimpses of the mansions and biergartens, the strip of sand at the century-­old lido, the tarpaulined sailboats. He’d come to Berlin, half the circumference of the world, two weeks ago, whether to elude his fate or to embrace it he couldn’t know.
He’d been biding his time in Charlottenburg, breakfasting at the quiet cafés, watching the days grow steadily longer, overhearing more spoken English than he’d have preferred, running through his last funds. His tuxedo had remained in its hanging bag, his backgammon case latched. All the while the blot had been with him, unacknowledged. Bruno its carrier, its host. He’d passed through customs with the innocence of the accidental smuggler: Nothing to declare. It was only after having at last called the number provided him by Edgar Falk and consenting to visit the rich man’s house in Kladow, only upon his waking, this very day on which he’d dusted off tuxedo and backgammon case, that the blot had insisted he grant its existence. An old friend he’d never met but recognized nevertheless.
Why get too fancy about it? He might be dying.
Under the circumstances of Bruno’s dread, the slide of the S-­Bahn through the endless roster of stations from Westend to Wannsee had seemed as long as his voyage from Singapore to Berlin. The German city, with its graffiti and construction sites, its desultory strips of parkland and naked pink water pipes, had its own sprawl and circumference. Berlin wended through time. On the S-­Bahn toward Wannsee the tall girls in black leggings with bicycles and earbuds, so prevalent in Charlottenburg and Mitte, had thinned out, replaced by dour Prussian businessmen and staring grandmother types, slouching home with briefcases and shopping bags. By the time of the ferry there was little to defeat the irresistible illusion that the city was newly vanquished and carved into sectors, that the prevailing silence and gloom derived from remorse and privations not seventy years past but fresh as smoldering rubble.”

 
Jonathan Lethem (New York, 19 februari 1964) 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit: Bridget Jones’ baby, de dagboeken (Vertaald door Titia Ram)

“Maandag 13 november
10.15 uur.
Studio van Sit Up Britain. Net op mijn werk gearriveerd. Ik kan dit niet. Ik kan absoluut geen
hele dag werken met de volgende dingen in mijn lijf:
1) Steeds groter wordende baby die gebakken aard-ppels, kaas, augurken en – ineens – wodka wil.
2) Volledig verward en gebroken hart. Waarom heeft Mark me die brief geschreven? Terwijl het
er juist allemaal zo lieflijk aan toeging toen we in de auto terug van Grafton Underwood zaten?
Waarom? Wat is er gebeurd? Waarom reageert hij niet op mijn sms’jes? Misschien vindt hij me
echt een ordinaire slet en herinnert Daniel hem aan het deel van mij dat hij niet leuk vindt.
Onder mijn bureau stiekem Tom gefacetimed.
‘Je bent niet ordinair en je bent geen slet,’ zei Tom op FaceTime. ‘Je bent een succesvolle nieuwsproducer en je leeft zo ongeveer als een non. Je moet even een spelletje Maar… tenminste doen. Weet je nog? Wat je hebt voorgedaan toen ik werd gekweld door Pretentieuze Jerome? Maar… tenminste? Maar… ik heb tenminste nog dit of dat. Voelt dat beter?’
‘Ja! Ja!’ zei ik, en ik voelde me helemaal opgefleurd.
‘Dank je, Tom.’
Klikte FaceTime uit.
FaceTime sprong weer tevoorschijn: Tom.
‘Bridge, dat je het even weet: je kunt beter geen mensen facetimen vanuit die hoek.’
Tom verdween en plopte vervolgens weer in beeld:
‘Ben ik een vreselijk mens?’
‘Bridget, ga eens wat doen,’ zei Richard Finch, die langs mijn bureau kwam lopen en naar mijn borsten gluurde.
Stuurde snel een sms naar Tom: ‘Nee, goed mens,’ waarna ik als een bezetene begon te typen en geconcentreerd naar het beeldscherm tuurde. Het leek net of ik heel hard aan het werk was.”


Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
Cover

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit: Tussen drie plagen (Vertaald door Frans van Nes en Jesse Niemeijer)

“Komt dat zien! Komt dat zien! Een mirakel zoals u nog nooit gezien hebt. Een mirakel dat u maar één keer in uw leven kunt aanschouwen!’ Een knaap met wat dons op de kin, een kwajongen nog met zijn neus nat van het zweet en met felle grote ronde ogen, rukte een vuurrode hoed met een vergulde band van zijn warrige haardos. In één beweging veegde hij met zijn gerafelde mouw de zweetdruppels van zijn neus en liet hij zijn rood-gouden hoed een machtige boog door de blauwe lucht maken. `Ein ersam rad! Schiine frawn! Tichtig junkfer!3 Metselaars en schoenmakers! Haast u! Komt het zien!’ Eigenlijk hoefde de heraut niet langer zo schril in drie talen te schreeuwen en met zijn hoed omhoog te wijzen. Want al het volk dat zich door de Grote Zeepoort in de richting van de Lijnbaansheuvel wurmde, staarde toch al met halftoegeknepen ogen naar de wolkeloze voorjaarshemel. Midden in de drom mensen die uit de Zeepoort stroomde, liep raadsheer Vegesack met rode wangen, die in zijn haast zijn waardigheid vergat, en zelfs zijn verlepte vrouw naast hem had blosjes op haar wangen. Er liepen nog meer raadsheren met hun vrouwen, kooplieden en winkeliers, ambachtslieden met bierbuiken en hun sproetige gezellen, opgewonden burgermeisjes en hun voorname moeders, flinke dienstmaagden, raadssoldaten in blauwe wambuizen en grijs werkvolk. En alle mensen staarden voortdurend omhoog, ze draaiden hun halzen naar links. Verder naar rechts denderde een troep matrozen uit Lbeck met zo veel geweld over een loopplank dat die ervan kraakte. Ook voor de matrozen was dit een eenmalig gebeuren. Aan de linkerkant haastte het volk uit Kalamaja zich in groepjes de Lijnbaansheuvel omhoog met een gigantische stofwolk op hun hielen. En toen het volk uit de poort ver genoeg over de brug over de gracht was om de puntgevels van de buitenste stadshuizen boven de stadsmuur te kunnen zien, zagen ze dat alle dakluiken openstonden en dat daarvandaan talloze wijd opengesperde ogen naar de hemel staarden. De knechten van één koopmanshuis waren zelfs met z’n drieën op een hijsbalk geklauterd en zaten daar op een rijtje als dorpsjongens op een hek. Ze keken zelf naar de lucht terwijl ze met hun benen boven de peilloze diepte schommelden; op ieder ander moment was het doodeng geweest om ze zo te zien zitten.


Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Bungalow

“Ich war siebzehn, wir durften das Haus nicht verlassen wegen Ozonwarnung, Hitzefrei für Erwachsene, mir gefiel das immer, obwohl die Strahlung uns draußen nach fünf Minuten mit blauer Haut und Tränen in den Augen in die Knie gezwungen hätte. Den ganzen Tag rummachen bei geschlossenen Vorhängen und »University Challenge« streamen, eine Sendung, in der die besten Studenten britischer Eliteuniversitäten Fragen zu antiker Architektur oder dem Aufbau des endo plasmatischen Retikulums oder der Sonatenhauptsatzform beantworten müssen und die vor zehn Jahren abgesetzt wurde, alles wie immer, aber an diesen Tag erinnere ich mich besser als an andere. Mein Oberkörper liegt auf der Waschmaschine, Georg steht hinter mir, ich trage die horizontal gestreifte Strickjacke, in der Maria normalerweise den Müll wegbringt, und muss an das Blut und die Hautfetzen denken, die nach dem Scheren der Merinoschafe in ihrer Wolle hängen bleiben, daran, wie man Schafe ins Gesicht schlägt, um ihren Widerstand zu brechen. Maria hängt zu dem Zeitpunkt kiffend auf dem Sofa, die Tür steht offen. Ihr ist langweilig. Mir auch. Ihm auch, obwohl er kurz davor ist, zu kommen. Ich drehe mich um und schubse ihn weg, das ist weder Intuition noch ein klarsichtig gesteuerter Akt sexuellen Einfallsreichtums, einfach was Überlebenswichtiges, zu dem ich mich überwinden muss. Er stolpert über seine Hose, anthrazitgrau, die doppelt paspelierte Arschtaschen hat und ihm in den Kniekehlen hängt. Dann knallt er mit dem Hinterkopf an die Holzregale. Ich lege meine Hände um seinen Hals und meine Daumen auf die Stelle zwischen den Schlüsselbeinen, dorthin, wo die Kehle beginnt. Für zwei Sekunden ist er ohnmächtig. Ich knie auf seinen Oberschenkeln. Vielleicht habe ich ihn umgebracht. Als er die Augen wieder öffnet, sieht er mich genauso an wie früher, ganz früher, als ich ihm mit elf zum ersten Mal »Guten Tag« gesagt und an seinem Ausdruck festgestellt habe, dass er irgendwas interessant an mir findet. Ich ging nicht davon aus, dass er es mochte, keine Luft mehr zu kriegen. Ich habe das auch nie wieder gemacht. Also, ihn würgen. Wäre vergleichbar mit einem Stück Schwarzwälder Kirschtorte gewesen, von dem er seiner Tante irgendwann mal höflichkeitshalber gesagt hat, es würde ihm schmecken, und dann kriegt er das sein Leben lang bei jedem Besuch serviert. Es ging da nicht um die Abwandlung irgendeiner Routine, nur darum, dass Maria wegen uns den Fernseher ausmachen sollte. Sie machte ihn aus. Wir waren zufrieden.”


Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

Uit: Die Sprache von Gibraltar

Prolog des Affen

Churchill hat uns nachgeholt
wir sind legal, Großbritanniens Garantie
meine Herkunft: von der anderen
Seite, ich bin für keinen Feind
eroberbar, ich bin der Weltschmerz
auf dem Fels, ich bin, woraus ihr
kommt, ich laufe über eure Autos
ich bin der Spott, der Hohn, und hocke
auf dem Fels, ich sehe die Schmuggler
Flugzeuge starten und landen, das Geld
das sich allein bewegt, ich bin euch
Zumutung, das Wrack, das ihr streichelt
ich sitze auf dem Fels und seh Besitz
und hör die Kontinente driften.

1
Am Tag, an dem die ersten Blütenblätter
der Lilien auf den Wohnzimmertisch fallen
an einem Montag der Unruhe
fliege ich an die Grenze Europas
mit 520 km/h in 4000 Meter Höhe
überquere ich um siebzehn Uhr fünfzehn
in einem nicht fassbaren Zustand
mit einer Erkältung, die eine Angst ist
den 36. Breitengrad, die Sonne ballert

das Ende Europas, Europas Ende
die Möwen mit ihren Möwenhirnen
die Affen mit ihren Affenhirnen
wissen nichts davon, wir sind die Minderheit
die Lebenden, das Ende Europas ist da
wo der Anfang Afrikas ist, dort draußen
auf dem Wasser, in Sichtweite

 
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

“Robert schob ihm das Kissen unter den Kopf und deckte ihn zu. Dann ging er zur Tür.
Ich kann ihm auch nicht helfen. Warum sollte ich dableiben. Irgendwo muß dieser verdammte Fahrstuhl gewesen sein.
Suchen Sie jemand, hörte Robert hinter sich eine Stimme.
Die grauhaarige Frau stand in der Wohnungstür und trocknete sich die Hände an einem Geschirrtuch ab.
Ich wollte zu Herrn Werner.
Von dort kommen Sie doch gerade, oder?
Ich habe vielleicht das Schild übersehen. Vielleicht habe ich den Namen falsch gelesen.
Die Frau schob das Geschirrtuch unter ihre Schürze.
Was wollen Sie denn von Herrn Werner.
Ich soll ihm was bringen, von seiner Schwester.
Sie trat einen Schritt auf ihn zu.
Was denn, eine Schwester hat der? Das kann doch nicht wahr sein. Das ist der Gipfel. Die sollte lieber mal selber kommen, statt jemanden herzuschicken. Ihr Bruder machts nicht mehr lange, das können Sie ihr sagen. Der ist schon jetzt nicht mehr ganz bei sich. Hier oben, meine ich. Den ganzen Tag marschiert er im Stechschritt durchs Zimmer. Oder er holt fremde Leute in die Wohnung. Jetzt hat er auch noch angefangen, nachts zu singen. Singen, was sage ich. Er krächzt. Und plötzlich stellt sich heraus, er hat eine Schwester. Sagen Sie ihr mal, sie soll … Robert drehte sich um und ging zurück.“


Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)
Scene uit een opvoering van het gelijknamige theaterstuk in Dessau, 2013

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: Léonid doit mourir (Vertaald door Raphaëlle Pache)

“Au vingt-sixième jour, le coeur se mit à battre.
Le petit amas de cellules, accroché Dieu sait comment à la chair, palpitait déjà en continu, prêt à se décrocher d’un instant à l’autre pour être emporté par un flot de liquides dans le Tartare. Et voilà que le coeur, cette pompe puissante qui envoyait on ne savait trop quoi ni où pour le moment, rendait encore plus problématique le développement futur de l’embryon.
Toutefois, ce n’était qu’un danger abstrait perçu de manière floue, d’autant que seul l’embryon avait connaissance de sa propre existence. Comment quelques centaines de cellules pouvaient-elle détenir cette information ? Pas moyen de l’expliquer de manière humaine, rationnel le. Pourtant, les opposants à l’avortement affirment que dès sa première seconde d’existence, le foetus est capable de pressentir très nettement l’approche de son exécution – son évacuation forcée de l’utérus -et qu’il en éprouve une souffrance insupportable. Mais comment est-ce possible sans matière grise, autrement dit sans vecteur de la pensée et par conséquent de la peur ? Voilà qui échappe à l’entendement. Pourtant les faits sont irréfutables : la souffrance éprouvée par le produit d’un accouplement récent est bel et bien insupportable, de même que le fruit de cet accouplement peut parfois s’avérer monstrueux, réduisant à néant la pâte divine dont l’homme est issu. Les sceptiques ne voient là que des sornettes, à quoi leurs adversaires – des femmes pour la plupart – exigent qu’on leur explique alors comment s’engendre la vie. C’est une question sans réponse, et tous comprennent qu’elle le restera jusqu’à la fin des temps, si bien qu’ennemies et partisans de l’avortement se séparent toujours fâchés à mort.
Cela étant, les premières ont raison, même s’il y a parmi elles nombre de créatures extrêmement désagréables et même pas mères, virulentes jusqu’à rechercher le coup de poing et perdant souvent toute féminité dans la bagarre. Mais que va-t-on se soucier des apparences ? Le principal n’est-il pas de lutter pour une juste cause ?
Donc au vingt-sixième jour, son coeur se mit à battre et naquit chez lui un semblant de pensée. Qui consistait en ceci : s’il y a une première pensée, il y en a une dernière.
Ce premier raisonnement ne suscita pas d’émotion, parce qu’il entraîna aussitôt une deuxième pensée : nul ne sait si sa fin est proche ou lointaine, et si la dernière pensée n’est pas en fait le début d’un nouvel être doté d’une faculté de pensée alternative. »


Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)
Cover Russische uitgave

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: De notaris en het meisje

“Voor Anna was het de vijfde keer dat ze het begrafenisritueel aanschouwde. Bij de vorige processie mocht ze voor het eerst met de vrouwen meelopen. Ze droeg toen een zwarte overrok die ze bij iedere stap tot aan haar enkels de kleigrond in trapte. Nu zat ze gehurkt achter de kruiwagen met het zware gevoel in haar keel en kon ze zich niet eens meer voorstellen hoe licht het leven was toen ze met de kinderen mee mocht huppelen, achter de bellen en de fakkels aan.
De stoet trok langs het ondiep en zou nog eenmaal in de richting van het dorp komen voor hij afboog naar het droogveld. De dikke mist die over het laagland dreef, leek er altijd te zijn als er dingen gebeurden die God niet mocht zien. Nu zorgde Hij ervoor dat Anna alleen de kop, het midden en de staart van de meanderende rouwstoet zag.
‘Het lijkt op een aal.’ De krassende mannenstem kwam van achteren, naast de schuur. ‘Hij kronkelt het moeras in.’ De man was niet van het laagland. Hij droeg een zwarte overjas over een donker pak, en onder de hoed die tot aan zijn wenkbrauwen over zijn voorhoofd was getrokken, staarden twee kraalogen haar onafgebroken aan. Onder zijn linkeroog liep een litteken, als een traan, langs zijn neus tot aan zijn mondhoek.
Het duurde even voor Anna de man vanuit hurkzit durfde aan te spreken.
‘Wie bent u, meneer? Bent u soms familie?’ Anna stond op en wilde een stap naar achteren zetten, maar stootte tegen de kruiwagen aan.
‘Je bent mooi. Geen kleikop, je hebt een fijn gezicht. Hoe oud ben je, meisje?’
‘Ik ben zeventien, bijna achttien. Ik heet Anna. Wie bent u?’
De glimlach van de man drukte het litteken schuin omhoog.
‘Bijna achttien, toe maar. Waar zijn je ouders, meisje?’
‘Mijn vader en moeder lopen mee. Ze lopen naar het droogveld.
Ze zijn pas rond de middag weer terug.’
‘Werkt je vader aan het veen of op het veld?’

 
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

Doorgaan met het lezen van “Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:What I Loved

« Yesterday, I found Violets letters to Bill. They were hidden between the pages of one of his books and came tumbling out and fell to the floor. I had known about the letters for years, but neither Bill nor Violet had ever told me what was in them. What they did tell me was that minutes after reading the fifth and last letter, Bill changed his mind about his marriage to Lucille, walked out the door of the building on Greene Street, and headed straight for Violet’s apartment in the East Village. When I held the letters in my hands, I felt they had the uncanny weight of things enchanted bystories that are told and retold and then told again. My eyes are bad now, and it took me a long time to read them, but in the end I managed to make out every word. When I put the letters down, I knew that I would start writing this book today.
“While I was lying on the floor in the studio,” she wrote in the fourth letter, “I watched you while you painted me. I looked at your arms and your shoulders and especially at your hands while you worked on the canvas. I wanted you to turn around and walk over to me and rub my skin the way you rubbed the painting. I wanted you to press hard on me with your thumb the way you pressed on the picture, and I thought that if you didn’t, I would go crazy, but I didn’t go crazy, and you never touched me then, not once. You didn’t even shake my hand.”
I first saw the painting Violet was writing about twenty-five years ago in a gallery on Prince Street in SoHo. I didn’t know either Bill or Violet at the time. Most of the canvases in the group show were thin minimalist works that didn’t interest me. Bill’s painting hung alone on a wall. It was a large picture, about six feet high and eight feet long, that showed a young woman lying on the floor in an empty room. She was propped up on one elbow, and she seemed to be looking at something beyond the edge of the painting. Brilliant light streamed into the room from that side of the canvas and illuminated her face and chest.”

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer”

Björn Kuhligk, Amy Tan, Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Während des Freitagsgebetes

                                                            (für Katja Krauß)

 

 

WÄHREND DES FREITAGSGEBETES

die kopftuchgebückten Frauen

auf den Feldern, von den Minaretten

fallen die Worte wie Ringe um die Häuser, abends

stellen sich Sprenger an, die zerfallenen

Gewächshäuser, eine Ansammlung

Zelte, vor denen zwei Kinder am Feuer

bei Nacht der Swimmingpool, pauschal-beleuchtet

bis ins Hellblau, das Anschlagen der Zikaden 

in den Dörfern stehen Häuser leer, auf den Dächern

rostende Wassertonnen, LADIES

AND GENTLEMEN: MR. GERMANY, dann

der Clubtanz, Hände hoch und rechts und links

und Beine breit, IHR NAME AUF EINEM REISKORN

die Sonne seilt sich, das kennt man hier, wie jeden Abend

hinter den Bergen ab, SIE WERDEN ES NICHT VERGESSEN

die Fotoserie, in der ein Pärchen am Meer

und freundlich auf das Wasser blickt

über den nackten Oberkörpern am Morgen

drei Kampfjets Richtung Osten

dann der Clubtanz, Hände hoch und rechts

und links, irgendjemand macht das Foto

 

 

Horizontbetrachter

 

Hier ist ein Wald

da sind die Bäume

darin sind die Ringe

darin schläft die Angst

 

du schlägst zu mit der Axt

und trinkst den Harzstein mit

 

und das Lieblingstier

das ist der Affe im Zoo

den kannst du besuchen

und er dich nicht

 


Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

Doorgaan met het lezen van “Björn Kuhligk, Amy Tan, Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch”

Amy Tan, Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch, Björn Kuhligk

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook alle tags voor Amy Tan op dit blog.

 

Uit: Two Kinds

„My mother believed you could be anything you wanted to be in America. You could open a restaurant. You could work for the government and get good retirement. You could buy a house with almost no money down. You could become rich. You could become instantly famous.
“Of course, you can be a prodigy, too,” my mother told me when I was nine. “You can be best anything. What does Auntie Lindo know? Her daughter, she is only best tricky.”
America was where all my mother’s hopes lay. She had come to San Francisco in 1949 after losing everything in China: her mother and father, her home, her first husband, and two daughters, twin baby girls. But she never looked back with regret. Things could get better in so many ways.

We didn’t immediately pick the right kind of prodigy. At first my mother thought I could be a Chinese Shirley Temple. We’d watch Shirley’s old movies on TV as though they were training films. My mother would poke my arm and say, “Ni kan.You watch.” And I would see Shirley tapping her feet, or singing a sailor song, or pursing her lips into a very round O while saying “Oh, my goodness.”
Ni kan,” my mother said, as Shirley’s eyes flooded with tears. “You already know how. Don’t need talent for crying!”
Soon after my mother got this idea about Shirley Temple, she took me to the beauty training school in the Mission District and put me in the hands of a student who could barely hold the scissors without shaking. Instead of getting big fat curls, I emerged with an uneven mass of crinkly black fuzz. My mother dragged me off to the bathroom and tried to wet down my hair.
“You look like a Negro Chinese,” she lamented, as if I had done this on purpose.“

 


Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

Doorgaan met het lezen van “Amy Tan, Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch, Björn Kuhligk”

Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch, Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Björn Kuhligk

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009 en ook mijn blog van 19 februari 2010.

 

Uit: Le Dernier Rêve de la Raison

 

„Ilya disposait aussi d’un petit local supplémentaire, où l’on entreposait toutes sortes d’outils pour travailler les différentes espèces de poissons — des couteaux pour racler les écailles les plus résistantes, des crochets en fer forgé où l’on suspendait des poissons aux dimensions particulièrement imposantes, qui avaient été légèrement salés par le Tatare sur toute leur longueur, selon une recette unique, une recette qu’il avait inventée lui-même dans sa jeunesse, désormais bien lointaine, dans la Crimée couverte de pêchers, au bord de la mer Noire… Si l’on ouvrait le ventre d’un tel colosse avec une lame tranchante, les yeux du client enthousiasmé voyaient apparaître une chair d’un rouge très tendre, plutôt grasse, et de ce fait, d’un jaune translucide sur les bords, accrochée à de molles arêtes blanches. Il était rare, le client qui restait indifférent à un tel spectacle ; en général, il se mettait aussitôt à saliver et achetait un morceau de la délicatesse pour ses bambins, tout en se représentant la chair fine et tendre, étalée tel un drapeau rouge sur une tranche de pain de mie français enduite de beurre fondu. Au-delà, son imagination lui promettait une tasse de café crème et le mélange de sensations gustatives, sucrées et légèrement salées, si agréables pour commencer un dimanche ensoleillé.

Ilya le Tatare n’était pas propriétaire, même s’il travaillait dans une coopérative, mais il gérait son affaire en patron, prenait soin de son comptoir comme s’il lui avait appartenu, et le lavait à la fin du service au moyen d’un chiffon propre, veillant tout particulièrement à ce que l’odeur de poisson n’empire pas et n’effraie pas le client, le lendemain matin, en lui donnant l’impression que les

produits étaient avariés.“

 

 

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Dmitri Lipskerov, Thomas Brasch, Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Björn Kuhligk”

Thomas Brasch, Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz, Kay Boyle

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

Der schöne 27. September

 

Ich habe keine Zeitung

gelesen. 

 

Ich habe keiner Frau nachgesehn.

 

Ich habe den

Briefkasten nicht geöffnet. 

 

Ich habe keinem einen guten Tag

gewünscht.

 

Ich habe nicht in den Spiegel gesehn.

 

Ich habe

mit keinem über alte Zeiten gesprochen und 

 

mit keinem über 

neue Zeiten.

 

Ich habe nicht über mich nachgedacht.

 

Ich

habe keine Zeile geschrieben.

 

Ich habe keinen Stein ins 

Rollen gebracht.

 

 

 

Halbschlaf

 

Und wie in dunkle Gänge

mich in mich selbst verrannt,

verhängt in eigne Stränge

mit meiner eignen Hand:

 

So lief ich durch das Finster

In meinem Schädelhaus:

Da weint er und da grinst er

Und kann nicht mehr heraus.

 

Das sind die letzten Stufen,

das ist der letzte Schritt,

der Wächter hört mein Rufen

und ruft mein Rufen mit

 

aus meinem Augenfenster

in eine stille Nacht;

zwei rufende Gespenster:

eins zittert und eins lacht.

 

Dann schließt mit dunklen Decken

Er meine Augen zu:

Jetzt schlafen und verstecken

Und endlich Ruh.

 

ThomasBrasch1993

Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

 

« In the late afternoon the friends would meet again. Singer came back to the fruit store and waited until Antonapoulos was ready to go home. The Greek would be lazily unpacking a case of peaches or melons, or perhaps looking at the funny paper in the kitchen behind the store where he cooked. Before their departure Antonapoulos always opened a paper sack he kept hidden during the day on one of the kitchen shelves. Inside were stored various bits of food he had collected—a piece of fruit, samples of candy, or the butt-end of a liverwurst. Usually before leaving Antonapoulos waddled gently to the glassed case in the front of the store where some meats and cheeses were kept. He glided open the back of the case and his fat hand groped lovingly for some particular dainty inside which he had wanted. Sometimes his cousin who owned the place did not see him. But if he noticed he stared at his cousin with a warning in his tight, pale face. Sadly Antonapoulos would shuffle the morsel from one corner of the case to the other. During these times Singer stood very straight with his hands in his pockets and looked in another direction. He did not like to watch this little scene between the two Greeks. For, excepting drinking and a certain solitary secret pleasure, Antonapoulos loved to eat more than anything else in the world.

In the dusk the two mutes walked slowly home together. At home Singer was always talking to Antonapoulos. His hands shaped the words in a swift series of designs. His face was eager and his gray-green eyes sparkled brightly. With his thin, strong hands he told Antonapoulos all that had happened during the day.

Antonapoulos sat back lazily and looked at Singer. It was seldom that he ever moved his hands to speak at all—and then it was to say that he wanted to eat or to sleep or to drink. These three things he always said with the same vague, fumbling signs. At night, if he were not too drunk, he would kneel down before his bed and pray awhile. Then his plump hands shaped the words ‘Holy Jesus,’ or ‘God,’ or ‘Darling Mary.’ These were the only words Antonapoulos ever said. Singer never knew just how much his friend understood of all the things he told him. But it did not matter.“

 

mccullers

Carson McCullers (19 februari 1917 – 29 september 1967)

 

De Peuaanse schrijver Alfredo Bryce Echenique werd op 19 februari 1939 in Lima geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Küss mich, du Idiot  (Vertaald door Matthias Strobel)

 

“Wie dem auch sei, in jener Nacht brachte kein Tropfen das Fass zum ü
berlaufen, und ein äußerst netter, junger Diplomat aus El Salvador entlockte mit einer herrlichen Szene, deren Zeuge er am selben Abend geworden war, allen ein versöhnliches Lachen.
—–“Fernanda María de la Trinidad del Monte Montes, ein Name, wie er nur in unserer Heimat vorkommt, wie Sie noch sehen werden, Tochter aus gutem Hause, oh ja, aus der Hauptstadt, dem eigentlichen San Salvador, wie man so sagt, hatte kaum ein paar Tage zuvor in dem schicksten Internat von Lausanne ihren Schulabschluss gemacht, in fünf Sprachen und den besten Manieren, und wusste so unnütze Dinge wie, dass man ein Taxi so anhält.”
—–Der Salvadorianer, der Rafael Dulanto hieß, stellte sich auf die linke Fußspitze, streckte Rumpf, Hals, Arm, Hand und linken Daumen fast bis zur Mitte einer so breiten wie imaginären Avenue und erklärte seine Ausführungen erst dann für beendet, als das Taxi vollständig zum Halten gekommen war und nun der Taxifahrer sich zu voller Länge streckte, um die Tür zur Rückbank zu öffnen, ganz so, wie man es Fernanda María de la Trinidad del Monte Montes in Lausanne beigebracht hatte.
—– “Und was macht das arme Mädchen, wenn ein Bus kommt oder eine U-Bahn”, fragte ein altmodisch angehauchter Gast aus Honduras.

—–“Nun, sie ignorieren, was meinen Sie! Eine junge Dame, die eine Schule wie die Fernanda Marías durchlaufen hat, benutzt keine öffentlichen Massenverkehrsmittel, mein Herr.”
—– “Verstehe, ja, verstehe schon, Rafael. Und verzeihen Sie die Sssstörung.”
—– “Und das ist auch besser so”, fuhr dieser fort, “denn was dann erst los wäre, wenn sie die benutzen würde. Du liebe Güte, was dann erst los wäre. Und werden Sie Zeuge dessen, meine Damen und Herren, was auch ich gesehen habe, mit meinen eigenen Augen, im Auftrag keines Geringeren als meines Herrn Boschafters.”
—– Und dann ließ Rafael Dulanto die Geschichte vom Stapel, wie Fernanda María mit dem Zug in Paris ankam. Und selbst wenn Mía sagt, dass Rafael ein bisschen übertreibt, steht doch fest, dass sie noch heute rot wird, wenn sie sich an ihre erste Ankunft in Paris erinnert, eine einsame Seele, seit kurzem einen Schweizer Abschluss in der Tasche, der sie zu allem und zu nichts befähigte. Fernanda Mía stieg aus dem Zug, im Schlepptau den Träger ihrer zwei gewaltigen Koffer aus feinstem Schweinsleder, die allerdings wegen des vielen erblich bedingten Hin und Hers schon erste Ermüdungserscheinungen aufwiesen, rückte auf dem Bahnsteig vor, ohne auch nur einmal nach links oder rechts zu schauen, so wie sich das gehört, und machte erst wieder Halt, als sie bei der Touristeninformation angelangt war, mit dieser Selbstsicherheit, die einem nur besagte Erziehung verleihen kann.”

  

BryceEchenique

Alfredo Bryce Echenique (Lima, 19 februari 1939)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Er hat seine Rituale

Er trinkt nach jedem guten Essen
einen Schwarzen mit Genickschuß
er pinkelt nur im Sitzen, wenn er
besoffen oder verliebt ist

in der Zeitung liest er vom Krieg
und bestimmt danach seine Kleidung
auf dem Weg zur Arbeit, zwischen Trasse
und Zäunen, kann er das Lama riechen

die letzte Geliebte warf eine Tasse
da stand sein Name drauf
ein Geschenk der Eltern
er ist der Idiot der Familie

er hat sein Schiff in der Flasche
die kann er schütteln oder auch nicht
er hat einen merkwürdigen Namen
und atmet zu flach, Gott steht ihm bei

 

 

Standortbestimmung

In dieser Einfaltskammer
aus diesem Blödsinnsbecher trinkend
und hier und jetzt auf dieser
herrgottsüberwinkelten Dorfstraße
unter diesem Himmel, diesem von Sternen gestanzten
auf diesem Entfernungsriff, auf dem ich
den Füßen, Händen nicht mehr traue
auf dieser Beklopptenrennbahn
behaupte ich Liebe und
nehm es nicht zurück

 

kuhligk

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Das Bollwerk

 

Die folgende Geschichte spielt in den frühen Siebzigerjahren des eben vergangenen Jahrhunderts. 1970 hatten die Sozialdemokraten, angeführt von einem großen Zauberer, auch unser Ministerium, ein Bollwerk der Konservativen, das noch nie in seiner Geschichte einen Roten an seiner Spitze gesehen hatte, erobert. Und da regierten sie nun, nach der Art einer Besatzungsmacht, misstrauisch beäugt von der angestammten Beamtenschaft.

Der neue Minister berief zuerst Dr. Birnstingl, den einzigen Roten, der sich in unsere tausendköpfige Belegschaft je verirrt hatte, zum Leiter seines Büros. Birnstingl war ein stiller Dulder, der zwanzig Jahre ohne jeglichen Karriereschritt mit Gelassenheit ertragen hatte. Als Chef der Kommandozentrale eines Ministers vermochte er sich jedoch nicht zu bewähren. Die Boshaften, und von denen kamen, wie sich denken las st, zwölf auf ein Dutzend, schlössen sogar mit dem Spruch „Wie die Birne, so der Stingl” vom Gscher auf den Herrn, was sich, zu ihrem Bedauern, als voreilig erwies.

Birnstingl hatte gleich in den ersten Wochen seiner Stabschefzeit den Dr. Tietze zu sich in das Ministerbüro nachgezogen, der bislang für einen strammen Konservativen gegolten hatte. Parteipolitisch aus dem Fenster gelehnt hatte er sich, zu seinem nunmehrigen Glück, jedoch nie. Dieser Tietze nun zeigte das für einen Kabinettschef erforderliche Geschick. So wurde Birnstingl bei erster Gelegenheit mit einer Abteilung belohnt, Tietze aber blieb Herr der Kommandozentrale. Als dann der neue Minister nach dem Abgang des alten Korn seinen ersten Sektionschef zu ernennen hatte, überging er den fachlich so glänzenden, wenn auch etwas arroganten Tschermak geradeso wie den verdienten Kutschera und den roten Birnstingl, und bestellte stattdes-sen den famosen Tietze.“

 

fritz

 Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947) 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kay Boyle werd geboren op 19 februari 1902 in Saint Paul, Minnesota. ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

In Defense of Homosexuality

 

II speak of it as a thing with a future

At present badly done by amateurs neglecting

An opportunity to be discriminating

 

It being an occupation in itself

It should not be confused with reticence

Or the perceptions of a shy man

Nor should it be segregated on a question of morality

 

To fit the part the incentive

Must be more than casual

Rather a weakness at the very roots

An appetite which leaves one flat, an inability

To get into the dirt, thread worms upon a hook,

Wash a floor clean; a vacancy

Which cannot read a page without a recognition

Of the symmetry of the thumb lying along it;

A similarity of gesture as professional as the whore’s

And to the tough taste as flavorless

The loyalties of such are more perishable

Than the curst of an egg

 

A dislike of sweat and odor, of blowing the nose,

Of raising children clears the emotions to the hem of the garment only.

(O how sacred is the hem of thy garment hem of they eyelid hem of they hem

O how sacred art thou to me thou delicate-veined thou wild boy.

Benvenuto swathed in silks the limbs of his fresh one his virgin

And the boy went among the women as a girl and made free with them

And then told them that he was with child

And the women did lay their compassionate hands upon his belly

And upon his limbs and upon the flesh of his thighs

In commiseration, and then were their hearts rended with sweet anguish

And with terror as the rod blossomed in their fingers.)

 

By incentive is meant that fidelity to purpose

Which determines one to hold a parasol

Over tomato plants to shield them from the elements.

I prefer a rabbit neatly killed (to serve a purpose not create one)

Who under the knife blade peels like a ripe fig

The skin while still warm ripped in a piece from the royal satin flesh

Which it has lipped with intimate tenacity

Such a caress is worth a generation of these indecisions

We are asked to accept as celebrations of a genuine passion

 

Nor does this signify that man cannot be to man a complement

Rather than a reflection of his own devices

Or that one might surprise those generosities, not of the mind

But richer, warmer than, which women find it imperative

(but no less valid) to make use of.

Nor does this state an apprehension placing

Women as women, men as fairies with a finality

That permits no accident.

 

A cat is initiated by his mother’s lovers

A necessary preamble to the method and satisfaction of fathering kittens.

The human proceeds in the reverse direction

Establishing a home, hearth, fireside within those organs

Which respond like blind men to a lick of fire.

Put under glass come of them could be worn as cameos

Their femininity plumbed to the depths of

A tedious vocation as engrossing as bee-raising

And as monotonous to the outsider.

 

Kay_Boyle

Kay Boyle (19 februari 1902 – 27 december 1992)

 

Siri Hustvedt, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Dmitri Lipskerov, Helen Fielding, Amy Tan, Carson McCullers, Thomas Brasch

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: The Sorrows of an American

 

„My sister called it “the year of secrets,” but when I look back on it now, I’ve come to understand that it was a time not of what was there, but of what wasn’t. A patient of mine once said, “There are ghosts walking around inside me, but they don’t always talk. Sometimes they have nothing to say.” Sarah squinted or kept her eyes closed most of the time because she was afraid the light would blind her. I think we all have ghosts inside us, and it’s better when they speak than when they don’t. After my father died, I couldn’t talk to him in person anymore, but I didn’t stop having conversations with him in my head. I didn’t stop seeing him in my dreams or stop hearing his words. And yet it was what my father hadn’t said that took over my life for a while—what he hadn’t told us. It turned out that he wasn’t the only person who had kept secrets. On January sixth, four days after his funeral, Inga and I came across the letter in his study.

We had stayed on in Minnesota with our mother to begin tackling the job of sifting through his papers. We knew that there was a memoir he had written in the last years of his life, as well as a box containing the letters he had sent to his parents—many of them from his years as a soldier in the Pacific during World War II—but there were other things in that room we had never seen. My father’s study had a particular smell, one slightly different from the rest of the house. I wondered if all the cigarettes he’d smoked and the coffee he’d drunk and the rings those endless cups had left on the desk over forty years had acted upon the atmosphere of that room to produce the unmistakable odor that hit me when I walked through the door. The house is sold now. A dental surgeon bought it and did extensive renovations, but I can still see my father’s study with its wall of books, the filing cabinets, the long desk he had built himself, and the plastic organizer on it, which despite its transparency had small handwritten labels on every drawer—“Paper Clips,” “Hearing Aid Batteries,” “Keys to the Garage,” “Erasers.”

 

Hustvedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.

 

Uit: Treading Air (Vertaald door Eric Dickens)

 

„My immediate superior in this new job was, as said above, the private secretary to the Prime-Minister, Major Tilgre. He no doubt came from the fertile province of Mulgimaa, but was, for all that, a particularly dry individual, a thoroughly correct man of around forty-five. In actual fact, Tilgre had less to do with me than Head of Chancery Terras who was in formal terms a much higher and more distant boss. This smallish man was the soul of discretion, came originally from the Virumaa province near the capital and had graduated from Saint Petersburg University. He had qualities ideal for a civil servant – he was entirely inconspicuous. But he was always there when he was needed. And inconspicuous, thus indispensable, to such a degree that he stayed in his post for over twenty years, during all the changes of government which Estonia underwent. And what’s more, he stayed at his post even during the first few weeks of 1946, that is to say during Barbarus’ time as prime-minister, until one of the informers in place by that time noticed, and the inevitable came to pass. The Head of the Chancery was arrested and given the choice of dying a year later what was a normal death at the Solikam labour camp, of hunger and dysentery, or to freeze to death, which, God rest his soul, was, as we all know, the normal death for someone of his calibre.“

 

Jaan_Kross

Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.

 

Uit: Letters Back to Ancient China (Vertaald door Michael Mitchell)

 

My dear friend Dji-gu,

 

The future is an abyss. I think I wrote that on the note I placed at the contact point for you three days ago (I hope it reached you so that you will not be worrying about my safe arrival). The things I have seen here are so completely different from everything to which you and I are accustomed, that I do not know where to start. Here – actually I shouldn’t say ‘here’, I should say ‘now’, but this ‘now’ is so unimaginably foreign that I find it difficult to believe that this is the same place where you are living, even if separated by the space of a thousand years. A thousand years. Now I realise that that is a stretch of time which the human mind cannot encompass. Of course, you can start counting, one, two, three … until you reach a thousand, and try to imagine that with each number a year passes, generations come and go, emperors, even whole dynasties change, the stars pursue their courses … but I tell you, a thousand years is more than mere elapsed time: a thousand years is such a colossal mountain of time that even the boldest imagination cannot spread its wings and fly over it.

A thousand years is not ‘now’ and ‘ then’, a thousand years is ‘here’ and ‘there’. I will stick to ‘here’.

I’m glad I managed to find the contact point again, where I am going to deposit this letter. For that I have to thank a man who has helped me very much and is still helping me. More about him later. I could not have found the point without someone else’s help, for our Kai-feng has changed so completely that it seems like a different city to me. That may perhaps be connected with the fact that the river has changed direction; now it flows almost due north. The city has grown incredibly large and almost unbearably noisy. From what I have seen so far, there is not the least trace left of any of those palaces, which looked to us as if they were built for eternity, not to mention ordinary houses. Even the hills have gone. Everything is flat.”

 

Rosendorfer

Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.

Uit: Le Dernier Rêve de la Raison

„Ilya Ilyassov le Tatare vendait du poisson frais dans un magasin qui s’appelait « Alimentation ». Ce vendeur avait entre autres à sa disposition un grand comptoir de marbre, couvert des entailles qu’avait causées un énorme trancheur, alourdi de morceaux de plomb pour que le couteau ne glisse pas de la main quand on avait affaire à un poisson particulièrement grand, dont il n’était pas facile d’ouvrir le ventre dur.
Pour être plus précis, Ilya n’était pas supposé se limiter au poisson frais, pêché sur place dans un grand aquarium aux eaux sombres, à l’aide d’une épuisette dont le manche de chêne avait été poli à en briller par ses mains calleuses : le Tatare vendait aussi du poisson surgelé, qu’il ne considérait pas comme du poisson, mais les demandes insistantes des clients l’avaient obligé à en fournir. Les clients expliquaient que le poisson congelé convenait bien pour les tourtes au levain, agrémentées d’œufs durs émiettés. D’un autre côté, il était bon en simple friture à la chapelure, et il était également irremplaçable pour nourrir toutes sortes d’animaux domestiques — chats, chiens…, une gentille créature d’âge vénérable nourrissait même de cabillaud congelé un canari à la voix puissante, qui mourut bientôt de la très profonde solitude dans laquelle il se trouvait.“

lipskerov

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Fielding begon met columns te schrijven onder het pseudoniem Bridget Jones in de krant The Independent. Door het succes hiervan besloot Helen Fielding een boek te schrijven over Bridget Jones. Het boek Bridget Jones’s Diary kwam in 1996 uit en werd in 2001 verfilmd met in de hoofdrollen Renée Zellweger, Colin Firth en Hugh Grant.

 

Uit: Bridget Jones’s Diary

 

„Noon. London: my flat. Ugh. The last thing on earth I feel physically, emotionally or mentally equipped to do is drive to Una and Geoffrey Alconbury’s New Year’s Day Turkey Curry Buffet in Grafton Underwood. Geoffrey and Una Alconbury are my parents’ best friends and, as Uncle Geoffrey never tires of reminding me, have known me since I was running round the lawn with no clothes on. My mother rang up at 8:30 in the morning last August Bank Holiday and forced me to promise to go. She approached it via a cunningly circuitous route.

“Oh, hello, darling. I was just ringing to see what you wanted for Christmas.”

“Christmas?”

“Would you like a surprise, darling?”

“No!” I bellowed. “Sorry. I mean …”

“I wondered if you’d like a set of wheels for your suitcase.”

“But I haven’t got a suitcase.”

“Why don’t I get you a little suitcase with wheels attached. You know, like air hostesses have.”

“I’ve already got a bag.”

“Oh, darling, you can’t go around with that tatty green canvas thing. You look like some sort of Mary Poppins person who’s fallen on hard times. Just a little compact case with a pull-out handle. It’s amazing how much you can get in. Do you want it in navy on red or red on navy?”

“Mum. It’s eight-thirty in the morning. It’s summer. It’s very hot. I don’t want an air-hostess bag.”

 

fielding

Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.

 

Uit: The Best American Short Stories 1999

 

The following year, I was in another English class at another college, and the same novel was assigned. This time I wrote a theme paper that noted the brilliant characterization – how, despite the

panorama of events and the opportunities afforded these characters, nothing much had changed in their lives, and how this so convincingly captured the realism of ennui. It represented the pervasive American sense of a lost generation whose lives, singly or together, held no hope or direction. My paper received high praise.

By the time I graduated, I was sick of reading literary fiction. My osmotic imagination had changed into one with filters, lint traps. I thought that literary tastes were an established norm that depended on knowing what others more expert than I thought was best.

For the next twelve years, I read an occasional novel. But I did not return to my habit of reading a story a day until 1985. By then I had become a successful but unhappy person, with work that was

lucrative but meaningless. This was one of those moments that cause people to either join a religious cult, spend a lot of money on psychotherapy, or take up the less drastic and more economical

practice of writing fiction.”

 

Amy_Tan

Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: The Member of the Wedding

 

“It happened that green and crazy summer when Frankie was twelve years old. This was the summer when for a long time she had not been a member. She belonged to no club and was a member of nothing in the world. Frankie had become an unjoined person who hung around in doorways, and she was afraid. In June the trees were bright dizzy green, but later the leaves darkened, and the town turned black and shrunken under the glare of the sun. At first Frankie walked around doing one thing and another. The sidewalks of the town were gray in the early morn
ing and at night, but the noon sun put a glaze on them, so that the cement burned and glittered like glass. The sidewalks finally became too hot for Frankie’s feet, and also she got herself in trouble. She was in so much secret trouble that she thought it was better to stay at home—and at home there was only Berenice Sadie Brown and John Henry West. The three of them sat at the kitchen table, saying the same things over and over, so that by August the words began to rhyme with each other and sound strange. The world seemed to die each afternoon and nothing moved any longer. At last the summer was like a green sick dream, or like a silent crazy jungle under glass. And then, on the last Friday of August, all this was changed: it was so sudden that Frankie puzzled the whole blank afternoon, and still she did not understand.

“It is so very queer,” she said. “The way it all just happened.”

“Happened? Happened?” said Berenice.

John Henry listened and watched them quietly.

“I have never been so puzzled.”

“But puzzled about what?”

“The whole thing,” Frankie said.”

 

McCullers

Carson McCullers (19 februari 1917 – 29 september 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.

 

Was ist das

 

Was ist das zwischen einsam und allein 

als wär ich nur vergangen wie im Flug 

rings um die Erde doch ein Stein 

bin ich mir nicht geworden. Ach genug

 

für einen zweiten andren Flug hab ich 

noch Kraft und Lüfte auch.

 

Dass ich mich endlich selber brauch
.

ThomasBrasch1993

Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

 

 

Thomas Brasch, Jaan Kross, Siri Hustvedt, Dmitri Lipskerov, Amy Tan, Herbert Rosendorfer, Carson McCullers, Mark Prager Lindo

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Mitten am Tag eine Furcht

Ich weiß nicht wovor

Vor mir das Kottbusser Tor

Hinter mir leises Rufen und Flüstern

Jeder Schritt wird mir schwer

Wer tut mir was Keiner ist hier

Aber alle sind hinter mir her

Dann ist es in der Straße still

Ich bin ausgedacht

Welches Feuer ich will

Habe ich angefacht

 

brasch1

Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: The Czar’s Madman

Until that time, I had only spent a few hours at Voisiku, on that day in the autumn of 1813 when Eeva and I were sent off in a coach, on our way to our new life.

I knew that the estate did not rank among the most splendid in Livonia, but it was one of the more prominent estates in the northern part of Viljandi province, if not by virtue of the splendour of its manor, then by the number of its buildings, the age of its park, the size of the orchard, and, above all, by the size of its holdings which extended all the way to the valleys of the Pedja and Ema rivers.

The so-called new manor, already a century old, was a stone building with a main floor and an attic. Even though my peasant standards had already been elevated by our sojourn at Masing’s two parsonages, the luxuriousness of the place stunned me at first. Now I understood: if I had had to move there four years ago, I would have felt timid and awkward, just like any other young peasant. Now I found the luxury disturbing, and the more I thought about it, the more I had to admit that it evoked a feeling of impatience in me…

On the main floor there were sixteen rooms and a kitchen. The attic floor had four rooms for servants and visitors of minor importance. I asked Eeva for one of these, even though it had been her original intention to let me occupy two rooms on the ground floor. I liked it better up there under the roof, and I would have the place to myself. So it was agreed for me to move into the garret facing the orchard in the left wing of the manor. By the way: although Timo had two studies at his disposal on the ground floor, he also chose one of the garret rooms in the right wing as yet another study to read and write in. For the same reason: greater privacy. I didn’t even have to use the main entrance and make my way past all the von Bocks and von Rautenfeldts staring down into the great hall from their gilt picture frames in their wigs and once fashionable coiffures.

The staircase to the upper floor could be reached from the door on the orchard side, and I used it from the very first day I spent here. Timo and Eeva insisted that I take at least dinner with them every day. I didn’t object to that, since no one appeared at their dinner table except for themselves and Dr Robst. Timo’s younger brothers, Georg and Karl, were both away, and his sister Elisabeth (I think I mentioned this before), who got married four years ago, now lived in Estonia. Elisabeth did not make any efforts to visit her favourite brother and his young wife, something I would have thought the normal thing to do. But we were not a normal case, and we found that out soon enough, in a number of ways. As soon as Eeva and Timo had arrived at Voisiku, they sent out the customary invitations to their neighbours – at least to those neighbours of whom it might be assumed that they weren’t busy denouncing this marriage as Jacobinical swinishness or canine rutting.”

 

Kross

Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007

 

Uit: What I Loved

Art is mysterious, but selling art may be even more mysterious. The object itself if bought and sold, handed from one person to another, and yet countless factors are at work within the transaction. In order to grow in value, a work of art requires a particular psychological climate. At that moment, SoHo provided exactly the right amount of mental heat for art to thrive and for prices to soar. Expensive work from every period must be impregnated by the intangible-an idea of worth. This idea has the paradoxical effect of detaching the name of the artist from the thing, and the name becomes the commodity that is bought and sold. The object merely trails after the name as its solid proof. Of course, the artist himself or herself has little to do with any of it. But in those years, whenever I went for groceries or stood in line at the post office, I heard the names. Schnabel, Salle, Fischl, Sherman were magic words then, like the ones in the fairy tales I read to Matt every night. They opened sealed doors and filled empty pouches with gold. The name Wechsler wasn’t fated for full-blown enchantment then, but after Bernie’s show, it was whispered here and there, and I sensed that slowly Bill too might lose his name to the strange weather that hung over SoHo for a number of years before it stopped, suddenly, on another October day in 1987.”

 

Hovstedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

Uit: The Last Sleep of Reason (vertaald door Dmitri Priven)

“That night Volodya’s legs got frozen over like a river in winter, and he was already grateful to his wife for bandaging his sore thighs with angora wool. A forgiving woman, she was stroking her husband’s hair till the morning; he was crying bitterly, bidding farewell to his hopes for international recognition and generalship. Of all his fantasies only one remained: that Zubov would give him some of his pumpkin seeds, but then only if Major Pogosian commanded so.

The following morning Anna Karlovna found her husband’s legs absolutely recovered, at least exactly the same as they were before the relapse – just slightly swollen at thighs. Tenderly she rubbed grandma’s live cell ointment into them and helped her husband into the boots.

The police department welcomed Sinichkin back with mixed feelings. Major Pogosian patted him on the shoulder, but then lifted up his hands with typical Armenian sadness and talked at length that fame can spoil you and it is all good that the record did not happen.

Karapetian was scratching his sideburns without saying a word, but thought deep down that Captain Sinichkin was a complete nobody, wearing on his shoulder-straps the star that was rightfully Karapetian’s.

As usual, the Armenian lunch was served at two; poor Zubov again was getting bashed. The topic chewed over was Russian woman’s influence on Armenian man’s psyche. One of the officers even suggested that a relationship with a fair-haired people causes the Caucasus man to lose hair five times as fast, and not only on the head but also chest and back.

Sergeant-major Zubov tried to elucidate what the connection was between the psyche and baldness, but was commanded to shut up; however, swallowing a piece of roast lamb, Zubov-Zubian expressed protest in the form of unbuttoning his uniform. A perfect silence reigned over the table when the dining audience had beheld a stupendous sight, which Sinichkin named to himself “A Sheep Before Shearing”. The sergeant-major’s chest was a darker shade of black so dense was the hair on it. His skin was not showing one bit under the brunette vegetation, and the seasoned Armenians sulked in view of such hormonal assets of their colleague.

Zubov offered to model his back and behind, hinting vulgarly that the degree of shagginess on those body parts is no less than on his chest, but the officers waved him off, and Major Pogosian warned that he would shoot the moron if he took his pants off at the dinner table.

Such was Sergeant-major Zubov’s little victory over his fellow countrymen, and he was flashing a conceited smirk from under his multi-tiered nose all afternoon.”

 

Lipskerov

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

Uit: Saving Fish From Drowning

It was not my fault. If only the group had followed my original itinerary without changing it hither, thither, and yon, this debacle would never have happened. But such was not the case, and there you have it, I regret to say.
“Following the Buddha’s Footsteps” is what I named the expedition. It was to have begun in the southwestern corner of China, in Yunnan Province, with vistas of the Himalayas and perpetual spring flowers, and then to have continued south on the famed Burma Road. This would allow us to trace the marvelous influence of various religious cultures on Buddhist art over a thousand years and a thousand miles—a fabulous journey into the past. As if that were not enough appeal, I would be both tour leader and personal docent, making the expedition a truly value-added opportunity. But in the wee hours of December 2nd, and just fourteen days before we were to leave on our expedition, a hideous thing happened . . . I died. There. I’ve finally said it, as unbelievable as it sounds. I can still see the tragic headline: “Socialite Butchered in Cult Slaying.”
The article was quite long: two columns on the left-hand side of the front page, with a color photo of me covered with an antique textile, an exquisite one utterly ruined for future sale.”

 

Tan

Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007.

 

Uit: Religion mit der Faust

“Aber jetzt komme ich zur eigentlichen Problematik der Sache. Das anfängliche Würstchen und der nunmehrige Siegerheld ist nicht nur, im höheren (oder tieferen?) Boxsport nicht

ungewöhnlich, ein Neger, sofern erlaubt ist, dieses Wort noch zu gebrauchen, sondern auch, einer offenbaren Mode unter Boxnegern seit einiger Zeit folgend, Muselmane. Das heißt, er hat zu Allah gefleht. Gewinnt damit dieser Boxkampf religiöse, theologische Dimensionen? Ist damit entschieden, welche Religion die richtige ist? Also der Islam! Sollte nicht angesichts dieses offenkundigen Gottesbeweises das Kardinalskollegium den Purpur ablegen und grüne Turbane aufsetzen sowie sich vier Frauen anschaffen? Aber man zögert, scheint’s noch. Jedenfalls lese ich von keiner Reaktion von christlicher Seite. Vielleicht wird in aller Heimlichkeit ein Boxkampf vorbereitet, bei dem der eine Kontrahent Allah, der andere jene hl. Halbgöttin oder den als nicht zimperlich bekannten Erzengel Michael anruft,”

 

Rosendorfer

Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ookmijn blog van 19 februari 2007.

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia.


De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819.

 

Yórgos Seféris, Carson McCullers, Thomas Brasch, Jaan Kross, Siri Hustvedt, Mark Prager Lindo, Dmitri Lipskerov, Amy Tan, Herbert Rosendorfer

De Griekse dichter Yórgos (George) Seferiádis schreef onder het pseudoniem Yórgos Seféris. Hij werd geboren in Smyrna (nu Izmir, in Turkije) op 19 februari 1900 en studeerde rechten in Parijs. Hij was tot 1962 in diplomatieke dienst, het laatst als Grieks ambassadeur in Londen. Hij werd in 1963 geëerd met de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn gedichten ademen een sfeer van diepe melancholie, die wordt veroorzaakt door het besef van het menselijk tekort en de machteloosheid ten aanzien van onderdrukking, machtsmisbruik, geweld en oorlog. Typerend voor zijn literair werk is de alomtegenwoordigheid van het verleden in het heden, niet in het minst door de vele verwijzingen en citaten uit de klassieke en de moderne Griekse dichters. Zijn afkeer van alle geweld bracht hem in 1969 tot het publiceren van een manifest, waarin hij de militaire junta van de “Kolonels” ervan beschuldigde de vrijheid in zijn land te muilkorven.

 

De zee

De zee: hoe is de zee zo geworden?

Jaren heb ik verdaan in de bergen:

de glimwormen verblindden me.

Nu wacht ik op dit strand

op de aankomst van een mens,

een overblijfsel, een vlot.

 

Kan de zee dan gewond raken?

Ooit doorkliefde haar een dolfijn

en een andere keer

de punt van de vleugel van een meeuw.

 

toch waren de golven zacht

waarin ik sprong en zwom als kind

en ook nog toen ik een jonge man was

terwijl ik figuren zocht in de kiezelstenen,

speurend naar patronen,

sprak de Oude Man van de Zee tot me:

Ik ben je land:

misschien ben ik niemand

maar ik kan worden wat je wilt. 

 

 

Santorini – The naked child

 

Bend if you can to the dark sea forgetting
the flute’s sound on naked feet
that trod your sleep in the other, the sunken life.

Write if you can on your last shell

the day the place the name

and fling it into the sea so that it sinks.

 

We found ourselves naked on the pumice stone

watching the rising islands

watching the red islands sink

into their sleep, into our sleep.

Here we found ourselves naked, holding

the scales that tipped toward injustice.

 

Instep of power, unshadowed will, considered love,

projects that ripen in th emidday sun,

course of fate with a young hand

slapping the shoulder;

in the land that was scattered, that can’t res
ist,

in the land that was once our land

the islands, -rust and ash- are sinking.

 

Altars destroyed

and friends forgotten

leaves of the palm tree in mud.

 

Let your hands go traveling if you can

here on time’s curve wtih the ship

that touched the horizon.

When the dice struck the flagstone

when the lance struck the breast-plate

when the eye recognized the stranger

and love went dry

in punctured souls;

when looking round you see

feet harvested everywhere

dead hands everywhere

eyes darkened everywhere;

when you can’t any longer choose

even the death you wanted as your own-

hearing a cry,

even the wolf’s cry,

your due:

let your hands go traveling if you can

free yourself from unfaithful time

and sink-

So sinks whoever raises the great stones.

  

Seferis

Yórgos Seféris (19 februari 1900 – 20 september 1971)

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Ze schreef fictie waarin de spirituele isolatie van de buitenstaanders in de zuidelijke staten van de VS werd beschreven. Ze groeide op in Georgia, maar verhuisde op 17-jarige leeftijd naar New York om daar een cursus in Creatief Schrijven te volgen aan de universiteit. Ze trouwde met James Reeves McCullers in 1935, maar na 7 jaar huwelijk bleek de seksualiteit van beiden onduidelijk. Carson had ook een zwakke gezondheid, en werd haar hele leven geplaagd door ziekte, met name reuma, longontstekingen en kanker. Uiteindelijk overleed ze aan een zware hersenbloeding in 1967. Haar bekendste boeken zijn The Heart Is a Lonely Hunter (1940), geschreven toen zij 23 jaar was, en Reflections in a Golden Eye (1942). The Heart is a Lonely Hunter werd verfilmd in 1968 met Alan Arkin in een hoofdrol. Van Reflections in a Golden Eye maakte John Huston in 1967 een film met Marlon Brando en Elizabeth Taylor.

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

“In the town there were two mutes, and they were always together. Early every morning they would come out from the house where they lived and walk arm in arm down the street to work. The two friends were very different. The one who always steered the way was an obese and dreamy Greek. In the summer he would come out wearing a yellow or green polo shirt stuffed sloppily into his trousers in front and hanging loose behind. When it was colder he wore over this a shapeless gray sweater. His face was round and oily, with half-closed eyelids and lips that curved in a gentle, stupid smile. The other mute was tall. His eyes had a quick, intelligent expression. He was always immaculate and very soberly dressed.

Every morning the two friends walked silently together until they reac
hed the main street of the town. Then when they came to a certain fruit and candy store they paused for a moment on the sidewalk outside. The Greek, Spiros Antonapoulos, worked for his cousin, who owned this fruit store. His job was to make candies and sweets, uncrate the fruits, and to keep the place clean. The thin mute, John Singer, nearly always put his hand on his friend’s arm and looked for a second into his face before leaving him. Then after this good-bye Singer crossed the street and walked on alone to the jewelry store where he worked as a silverware engraver.”

 

MCCULLERS

Carson McCullers (19 februari 1917 – 29 september 1967)

 

De Duitse schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945, maar verhuisde twee jaar later naar het voormalige Oost-Duitsland Thomas Brasch schreef toneel, proza en gedichten waarin de weerstand van het individu tegen dwang en beperkingen centraal stond.. Hij werd van de journalistenschool gestuurd wegens ‘het belasteren van leidende persoonlijkheden van de DDR’ en ‘existentialistische opvattingen’. In 1968 werd hij veroordeeld tot 2 jaar en 3 maanden gevangenis wegens ‘vijandige ophitsing tegen de staat’ omdat hij pamfletten tegen de inval in Tsjechoslowakije had verspreid. Hij kreeg later publicatieverbod en emigreerde naar West-Duitsland waar hij overleed in 2001.

Ich weiß nicht wovor

Über mir die gelbe Sonne
Vor mir das Kottbusser Tor
Hinter mir leises Rufen und Flüstern
Jeder Schritt wird mir schwer
Wer tut mir was Keiner ist hier
Aber alle sind hinter mir her
Dann ist es in der Straße still
Ich bin ausgedacht
Welches Feuer ich will
Habe ich angefacht

 

Bleiben, wo ich nie gewesen bin

Was ich habe, will ich nicht verlieren, aber
wo ich bin will ich nicht bleiben, aber
die ich liebe, will ich nicht verlassen, aber
die ich kenne will ich nicht mehr sehen, aber
wo ich sterbe, da will ich nicht hin;
bleiben will ich, wo ich nie gewesen bin.

brasch

Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste hedendaagse schrijver van Estland, zeker als de belangrijkste na Anton Hansen Tammsaare. Kross studeerde aan de Tartu universiteit rechten en sloot zijn studie in 1944 af. Hij werkte als docent en als professor voor de vrije kunsten. In 1944 werd hij gearresteerd door de Duitse bezetters en in 1946 door de Sovjets die hem deporteerden naar Siberië, waar hij tot 1954 vast zat in de Goelag. Na zijn vrijlating en terugkeer naar Estland, in die tijd nog een Sovjetrepubliek, werd hij zelfstandig schrijver en vertaler. Zijn romans zijn vrijwel allemaal historisch. In   Das Leben des Balthasar Rüssow beschrijft hij het leven in de 16e eeuw in Reval (na 1918: Tallin).

 

Uit: Das Leben des Balthasar Rüssow

 

Ehrenwerte Handwerksleut, fürnehme Stutzer und Bauernvolk! Ernveste hern und frawn von der adell! Förärade och nadigaste borgare! Herbei, herbei, herbei! Ihr erlebt ein Wunder, desgleichen Ihr Euer Lebtag weder gesehen habt noch sehen werdet!”
Der Ausrufer, ein blutjunger Bursche mit Flaum auf dem Kinn, schwitzender Nase und hellen Kulleraugen, riss sich den feuerroten goldbebänderten Hut vom Wuschelkopf. Mit derselben Bewegung wischte sein ausgefranster Ärmel die Schweißtropfen von der Nase, und sein rot-goldener Hut wies mit weit ausholendem Bogen zum blauen Himmel.
“Ein ersam rad! Schöne frawn! Tichtig junkfer! Steinmetzen und Schuhmacher! Herbei, herbei, herbei!”
Eigentlich taten das schrille dreisprachige Heroldsgeschrei und das Hutschwenken himmelwärts gar nicht mehr not, denn die durch die Große Strandpforte zur Reeperbahn hinausdrängende Volksmenge blinzelte ohnehin zum wolkenlosen Lenzhimmel.
Durch die Strandpforte kamen der vor lauter Eile seine Würde vergessende rotwangige Ratsherr Vegesack mit seiner spindeldürren, heute aber rosig angehauchten Frau sowie weitere Ratsherren mit ihren Ehegesponsen, Kaufherren, Krämer, bierbäuchige Meister und sommersprossige Gesellen, aufgeregte Bürgerstöchter mit ihren gewichtigen Mamas, flinke Dienstmägde, blaubewamste Ratssoldaten und das graue Arbeitsvolk. Alle gafften unentwegt nach oben und bogen die Hälse nach links.
Weiter rechts hastete ein Haufe Lübecker Matrosen polternd die Anlegebrücke entlang. So etwas hatten auch sie noch nicht zu Gesicht bekommen. Links rannte das Volk von Fischermai in Gruppen die Reeperbahn hinauf, gewaltige Staubwolken auf den Fersen.
Wer sich durch die Pforte gezwängt, die Grabenbrücke überschritten und sich so weit von der Mauer entfernt hatte, dass die Giebel der letzten Stadthäuser in sein Blickfeld traten, sah sämtliche Dachluken offenstehen und aus ihnen runde Augen gen Himmel blicken. Drei Knechte eines Kaufmannshauses waren sogar durch eine Luke auf den Windenbalken geklettert und saßen dort in Reih und Glied, wie Dorfjungen, die auf einem Nix reiten. Dabei starrten sie in die Luft und baumelten über der Leere mit den Beinen, was bei anderer Gelegenheit jeden in Schrecken versetzt hätte. Selbst auf die Mauer des mit Gräben und Zäunen umgebenden Pockenhauses waren Neugierige gestiegen: Von dort blickten die lilagefleckten nasenlosen Gesichter der Lustseuchigen zum Himmel.“

 

Kross

Jaan Kross (Tallin, 19 februari 1920)

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Haar moeder is Noorse en Hustvedt groeide tweetalig op. Toen zij veertien was wilde zij al schrijfser worden en op de Highschool schreef zij al gedichten. In 1982 trouwde zij met de acht jaar oudere schrijver Paul Auster. Zij studeerde literatuur aan de Columbia University. Haar bekendste romans zijn The Enchantment of Lily Dahl (1996) en What I Loved (2003).

 

Uit: A Plea for Eros (2005)

 

“My father once asked me if I knew where yonder was. I said I thought yonder was another word for there. He smiled and said, “No, yonder is between here and there.” This little story has stayed with me for years as an example of linguistic magic: It identified a new space—a middle region that was neither here nor there—a place that simply didn’t exist for me until it was given a name. During my father’s brief explanation of the meaning of yonder, and every time I’ve thought of it since, a landscape appears in my mind: I am standing at the crest of a small hill looking down into an open valley where there is a single tree, and beyond it lies the horizon defined by a series of low mountains or hills. This dull but serviceable image returns when I think of yonder, one of those wonderful words I later discovered linguists call “shifters”—words distinct from others because they are animated by the speaker and move accordingly. In linguistic terms this means that you can never really find yourself yonder. Once you arrive at yonder tree, it becomes here and recedes forever into that imaginary horizon. Words that wobble attract me. The fact that here and there slide and slip depending on where I am is somehow poignant, revealing both the tenuous relation between words and things and the miraculous flexibility of language”.

 

Hustvedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819. Als 19-jarige arriveerde Lindo in Nederland en werd na het vertalen van enkele romans van Walter Scott redacteur van het tijdschrift De Nederlandse Spectator. Dit tijdschrift schreef hij zelf vol met halfserieuze maatschappijkritische opstellen en schetsen na het voorbeeld van de Engelse Spectators. Deze stukken werden al snel gebundeld. Hij was erg populair in zijn tijd.  Samen met zijn vriend Lodewijk Mulder schreef hij zijn bekendste bundel Afdrukken van indrukken (1854).

Uit: Mooi-Ann van Velp

“Haar liefelijke glimlach verkwikte hem. Hij voelde hoelang hij gezworven had, en hoe mat hij was. Hij wilde in haar armen dromen, terwijl zij hem aankeek. Al het leed en geluk van deze wereld zouden haar kussen hem kunnen geven. Voor ’t eerst strekte hij zijn armen naar een vrouw uit. “Kom aan de vijver zitten,” nodigde hem Mooi-Ann. Hij volgde haar. Was hij anders dan een dronkaard in zijn liefde? Met wankelende passen ging hij, blind-starende. Als Mooi-Ann eens, toen ze de jonkheer van Biljoen had gezien, was hij. De naam van zijn moeder had hij vergeten. Zijn ziel was door de liefde bevlekt, ja, zo hij was blijven leven, voor altijd besmet. Van de eersten, teedere droom, vóór ze hem gevraagd had, met haar mee te gaan, bleef zelfs de herinnering niet over. Het was gelukkig, dat hij stierf. Het maanlicht was over land en water gelijk. Hij merkte niet dat hij met haar in de vijver schreed. Hij zonk in de diepte neer, en smetteloos, vol van glans, sloot zich het water over hem. De nacht verloor niets van de gloed. Mooi-Ann lachte niet, want ze dacht aan haar eigen ondergang terug.

Dit is de sage van Mooi-Ann. Zij gaf dezelfde smart, welke zij ontvangen had, eerlijk terug, en ze was een schakel uit de ketting des verderfs”.

Lindo

Mark Prager Lindo  (19 februari 1819 – Den Haag, 9 maart 1877)

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Na zijn afstuderen aan de Schukin Theater Academie in 1985 begon hij met het schrijven van toneelstukken. In het begin van de jaren 1990 werden zijn stukken opgevoerd door belangrijke regisseurs als Mark Zakharov en Oleg Tabakov. Lipskerov woont in Moskou en is naast schrijver ook een bekend restauranthouder. In 1998 stelde hij samen met anderen een “debuutprijs” in voor jonge Russische schrijvers. Controversieel werd hij door een open brief aan de journalisten van radiostation Echo van Moskou in 2005, waarin hij zijn steun uitsprak voor de overname van de oliemaatschappij Yukos door de Russische staat.

Uit: The Last Sleep of Reason  (vertaald door Dmitri Priven)

“Captain Vladimir Sinichkin, of the Pustyrki precinct, was in bed in the departmental hospital, waiting for the Guinness Book of Records man to arrive with his film crew. Waiting for the Guinness man were also the whole staff of the hospital, and the owner of the phenomenal thighs was being treated with something slightly more homemade than one would find in the hospital cafeteria.

The detective lay with his wealth spread over three beds, and dreamed of fame.

“Unto each his own!” concluded Volodya. “Some people sing, some write books, some are brilliant composers or orchestra conductors. Me, I’ve got a pair of brilliant legs!”. He lay still for a moment to get the feeling in his thighs and found that they were not sore at all. On the contrary, they felt pleasantly cool. “That’s also good,” rejoiced the captain.

He also fantasized a bit about (why the heck not!) getting an early promotion, or better yet skipping a rank and becoming Major Pogosian’s superior.

The detective closed his eyes and imagined himself as a general, parked in a fancy wheelchair, his front all decorated. Beside him standing to attention would be Zubov, offering him a handful of pumpkin seeds… Gradually he got completely carried away to a different kind of life – an international stardom – where he traveled around the world, all expenses paid by the Guinness Book, displaying his outstanding limbs for a hefty sum. He saw his wife Anna Karlovna and himself staying in five-star hotels, his other half very proud of her husband’s achievements…”

 

LIPSKEROV

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zij is de dochter van Chinese immigranten. Amy Tan was veertien jaar toen haar vader en haar oudere broer stierven aan een hersentumor. Met haar moeder en haar jongere broer verhuisde zij naar Montreux in Zwitserland. Tan haalde een graad in linguistiek aan de San José State University en werkte eerst als spraaktherapeute voor kinderen. In haar werk draait het vaak om de moeder – dochter relatie en om wat het betekent om op te groeien als eerste generatie Aziatisch –Amerikaanse. Haar populairste boek The Joy Luck Club werd met veel succes verfilmd.

Uit:  The Bonesetter’s Daughter

“For the past eight years, always starting on August twelfth, Ruth Young lost her voice.

The first time it happened was when she moved into Art’s flat in San Francisco. For several days, Ruth could only hiss like an untended tea
kettle. She figured it was a virus, or perhaps allergies to a particular mold in the building.

When she lost her voice again, it was on their first anniversary of living together, and Art joked that her laryngitis must be psychosomatic. Ruth wondered whether it was. When she was a child, she lost her voice after breaking her arm. Why was that? On their second anniversary, she and Art were stargazing in the Grand Tetons. According to a park pamphlet, “During the peak of the Perseids, around August 12th, hundreds of ‘shooting’ or ‘falling’ stars streak the sky every hour. They are actually fragments of meteors penetrating the earth’s atmosphere, burning up in their descent.” Against the velvet blackness, Ruth silently admired the light show with Art. She did not actually believe that her laryngitis was star-crossed, or that the meteor shower had anything to do with her inability to speak. Her mother, though, had often told Ruth throughout her childhood that shooting stars were really “melting ghost bodies” and it was bad luck to see them. If you did, that meant a ghost was trying to talk to you. To her mother, just about anything was a sign of ghosts: broken bowls, barking dogs, phone calls with only silence or heavy breathing at the other end.”

 

tan-0114

Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Hij studeerde beeldende kunst en rechten in München en werkte als strafpleiter en rechter in Bayreuth en München. In 1990 werd hij in de laatste stad hoogleraar honoris causa aan de Ludwig-Maximilians-Universität. Rosendorfer is schrijver van een omvangrijk oeuvre dat naast romans en verhalen ook toneel, televisiespelen, historisch werk, essays over muziek, libretti, reisgidsen, composities en schilderijen omvat. Zijn proza heeft vaak een satirische en groteske inslag.

 

Uit: Die springenden Alleebäume

 

“Der deutsche Alleenbaum … ist bösartig …Es ist ganz merkwürdig, daß die Alleebäume – wenn man der Ygdrasilovic´- Studie glauben darf – übermüdete, schlafende oder betrunkene Autofahrer offenbar von Weitem schon erkennen.
Mit ganz besonderer Vorliebe springen die Alleebäume solchen Autofahrern in den Weg, die ja viel langsamer reagieren als andere , also gegen die Tücken der Alleebäume so gut wie wehrlos sind.
Daß die Alleebäume fast ausschließlich nachts den Autofahrern in den Weg springen, erklärt sich ganz einfach aus der angeborenen Tücke der Bäume.
Wie raffiniert sie dazu noch sind, erhellt auch die Tatsache, daß drei Viertel aller Fälle, in denen Alleebäume sich Autos in den Weg stellen, bei Regen geschehen.
Da das Auto nach dem Zusammenstoß oft zu brennen anfängt, wählen die Alleebäume für ihre Überfälle gern feuchtes Wetter, wo sie selber naß sind, und so der Brand nicht auf sie übergreifen kann.”

rosendorfer

Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)