Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Konrad Wallenrod (Fragment)

O tijding der gemeente, gij arke des verbonds
Tussen oude en jongere jaren;
In U legt het volk het wapen zijns ridders,
Het geweef zijner gedachten, de bloemen van zijn gevoel
O arke! Gij zijt gebroken door geen slag,
Zolang Uw eigen volk U niet veronachtzaamt:
O lied der gemeente, gij staat op de wacht
Bij de monumenten van de kerk der natie,
Met vleugelen en stem van de aartsengel –
Bijwijlen ook houdt gij des aartsengels wapen…
De vlam verteert geschilderde historie,
Schatten, die vernielen rovers met zwaarden:
Het lied ontkomt gaaf! ’t Gaat rond bij de scharen;
En wanneer lage zielen niet vermogen
Het te voeden met erbarmen en te drenken met hoop,
Dan vlucht het in de bergen, hecht zich vast aan ruïnen
En vandaar verhaalt het de oude tijden…
Zo vliegt een nachtegaal weg uit het huis,
Dat vol is van vuur; zet zich een wijle op het dak:
Als de daken instorten, vlucht hij in de wouden,
En in een kwelende zang, over puinhopen en graven,
Neuriet hij voor de reizenden het lied van de rouw.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Standbeeld in Krakau

 

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Angelika Schrobsdorff op dit blog.

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem

»Na ja, das sage ich doch«, unterbrach sie mich ungeduldig, »sie geraten durcheinander und explodieren.«
»Sollen sie«, sagte ich ermattet, denn wenn unsere Gespräche bereits an den simpelsten Themen scheiterten, wie da erst, wenn es sich um etwas so Unbegreifliches wie Computer handelte. Ich versuchte also, das Thema zu wechseln, doch das ließ sie nicht zu. Für sie, so wie für viele ihrer Generation, war die potentielle Apokalypse ein ebenso anregender Gesprächsstoff wie etwa der Simpson-Prozeß oder die Sexaffäre zwischen Clinton und Monica.
»Hältst du es für möglich«, fragte sie hoffnungsfroh, »daß die Welt untergeht?«
»Nein«, enttäuschte ich sie, »ich fürchte, das dauert noch ein Weilchen.«
Für sie wäre es zweifellos eine gute Nachricht gewesen, denn die Vorstellung, daß die Welt nach ihrem Tod noch weiter existieren könnte, empfand sie als ungerecht.
»Also sehr viele Menschen halten es für möglich«, belehrte sie mich, »besonders die Deutschen. Ich sehe doch manchmal RTL, und was man da so alles sagt! Richtig gruselig! Stell dir vor, die Flugzeuge fallen plötzlich vom Himmel und der Computerbug ist nicht mehr aufzuhalten und zerstört die ganze Technik.«
»Ich hoffe, als erstes zerstört er RTL.«
»Du scheinst das nicht ernst zu nehmen«, warf sie mir vor, »aber ich sage dir, viele kluge Leute, mit denen ich gesprochen habe und die etwas von diesen Dingen verstehen, haben große Zweifel, daß die Sache gutgeht.«
Die hatte ich nun leider nicht. »Die Welt geht nicht unter mit einem Knall, sondern mit einem Gewimmer«, hatte ein wirklich kluger Kopf einmal gesagt, und so sah ich es auch. Möglicherweise würden ein paar Pannen eintreten und die Versorgung der Stadt mit Elektrizität, Wasser und Telefon unterbrochen werden. Aber solange ich genug Katzenfutter hatte, konnte mir persönlich gar nichts passieren. Ich rief meine Tierhandlung an und bestellte vorsichtshalber hundert Dosen »Cat-Star«.
»Na ja«, sagte Harry, der seit einiger Zeit bei mir wohnte und die schwere Bürde der Katzenbetreuung mit mir teilte, »das reicht ja dann auch für uns.«


Angelika Schrobsdorff (24 december 1927 – 30 juli 2016)
Cover

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook alle tags voor Stephenie Meyer op dit blog.

Uit: New Moon

“I knew it wasn’t personal, just a precaution, and I tried not to be overly sensitive about it. Jasper had more trouble sticking to the Cullens’ diet than the rest of them; the scent of human blood was much harder for him to resist than the others–he hadn’t been trying as long.
“Time to open presents,” Alice declared. She put her cool hand under my elbow and towed me to the table with the cake and the shiny packages.
I put on my best martyr face. “Alice, I know I told you I didn’t want anything–“
“But I didn’t listen,” she interrupted, smug. “Open it.” She took the camera from my hands and replaced it with a big, square silver box.
The box was so light that it felt empty. The tag on top said that it was from Emmett, Rosalie, and Jasper. Self-consciously, I tore the paper off and then stared at the box it concealed.
It was something electrical, with lots of numbers in the name. I opened the box, hoping for further illumination. But the box was empty.
“Um . . . thanks.”
Rosalie actually cracked a smile. Jasper laughed. “It’s a stereo for your truck,” he explained. “Emmett’s installing it right now so that you can’t return it.”
Alice was always one step ahead of me.
“Thanks, Jasper, Rosalie,” I told them, grinning as I remembered Edward’s complaints about my radio this afternoon–all a setup, apparently. “Thanks, Emmett!” I called more loudly.
I heard his booming laugh from my truck, and I couldn’t help laughing, too.
“Open mine and Edward’s next,” Alice said, so excited her voice was a high-pitched trill. She held a small, flat square in her hand.
I turned to give Edward a basilisk glare. “You promised.”
Before he could answer, Emmett bounded through the door. “Just in time!” he crowed. He pushed in behind Jasper, who had also drifted closer than usual to get a good look.
“I didn’t spend a dime,” Edward assured me. He brushed a strand of hair from my face, leaving my skin tingling from his touch.
I inhaled deeply and turned to Alice. “Give it to me,” I sighed.
Emmett chuckled with delight.
I took the little package, rolling my eyes at Edward while I stuck my finger under the edge of the paper and jerked it under the tape.”

 
Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Tevfik Fikret op dit blog.

Als het ochtend wordt

Als het ook in dit land eens ochtend wordt, Hauluk,
Als dat in mist gehulde noodlot van dit land
Wordt afgeschud door een krachtige, levenschenkende trilling
Doorde aanraking van een krachtige hand en als dat beslagen
Roestige gezicht van de natie een beetje lachen zal… – Die dag
Heb ik, zelfs als ik niet gestorven ben, zeker al een zeer verwelkte
Band met het leven; – Vestig op die dag geen hoop meer op mij, vergeet mij
Met mijn ellende in mijn verlamde en lege wereld; want mijn lamme
En kreupele blikken willen jou naar het verleden trekken; jij bent
Met heel jouw wezen en organisme de toekomst;
Jouw stem zingt nog steeds zachtjes liedjes in mijn oren!
Ja, het zal ochtend zijn, het wordt ochtend, de nachten
Zullen niet duren tot aan de dag des oordeels; tenslotte zal deze hemel,
Deze blauwe hemel jullie op een dag betreuren; wees niet bedroefd.
Vrolijkheidis de zon voor het leven, in droefenis vergaat de mens
Zoals wij… Jullie, o kleine zonnen
Van het universum van morgen, ontwaakt eindelijk één voor één!
De verten hebben het eeuwig verlangen naar licht.
Verlichting… Dat is de geest en de aspiratie van onze eeuw;
Verwijdert de wolken, schudt de schaduwen van de angsten af;
Rent in het licht naar een dankenswaardige bevrijding.
Dat is onze hoop; ook als wij zouden sterven, zal het vaderland
Zeker met en door jullie leven, ver van die duisternis der kerkers!

 

Vertaald door S Sötemann

 
Tevfik Fikret (24 december 1867 – 19 augustus 1915)
Borstbeeld bij het voormalige woonhuis van Fikret, nu het Aşiyan Museum in Istanboel

 

De Engelse dichter en cultuurcriticus Matthew Arnold werd geboren op 24 december 1822 in Laleham, Middlesex. Zie ook alle tags voor Matthew Arnold op dit blog.

Stanzas From The Grande Chartreuse(Fragment)

Approach, for what we seek is here!
Alight, and sparely sup, and wait
For rest in this outbuilding near;
Then cross the sward and reach that gate.
Knock; pass the wicket! Thou art come
To the Carthusians’ world-famed home.

The silent courts, where night and day
Into their stone-carved basins cold
The splashing icy fountains play–
The humid corridors behold!
Where, ghostlike in the deepening night,
Cowl’d forms brush by in gleaming white.

The chapel, where no organ’s peal
Invests the stern and naked prayer–
With penitential cries they kneel
And wrestle; rising then, with bare
And white uplifted faces stand,
Passing the Host from hand to hand;

Each takes, and then his visage wan
Is buried in his cowl once more.
The cells!–the suffering Son of Man
Upon the wall–the knee-worn floor–
And where they sleep, that wooden bed,
Which shall their coffin be, when dead!


Matthew Arnold (24 december 1822 – 15 april 1888)
Karikatuur door Frederick Waddy, 1872

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Konrad Wallenrod (Fragment)

Want als ’t betaamt de wajdeloten te geloven,
Staat menigmaal op verlaten kerkhoven en weiden
In zichtbare gedaante de pest-jonkvrouw,
In wit gewaad, met vurige krans op de slapen.
Haar hoofd verheft zich boven de Bialowiez-se bomen1)
En in haar hand wuift ze een bloedige doek.
De wachters der sloten dekken hun ogen met de helm;
En de honden van de boeren graven hun snuit in de aarde,
Wroeten, ruiken de dood en huilen luguber.
De jonkvrouw schrijdt voort met onheilspellende tred
Naar dorpen, kastelen en rijke steden:
En zovele malen ze wuift met haar bloedige doek,
Zovele paleizen veranderen in woestenijen;
Waar ze haar voet zet, daar verrijst een vers graf.
Verderf-volle verschijning!… Maar groter verderf
Kondigde de Litauers van Duitse zijde
De glanzende helm met struisveren,
En de brede mantel, met zwart kruis!
Waar passeerden de schreden van zulk een spook,
Daar is niets het verderf van dorpen of burchten:
Een geheel land daalde ten grave!
O! wie een Litause ziel vermocht te bewaren,
Die kome tot mij, laat ons nederzitten op ’t graf der volken,
Laat ons peinzen, zingen en tranen storten.

Vertaald door N. van Wijk

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Konrad Wallenrod door Władysław Majeranowski, 1844

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

De steppen van Akerman

Ik voer in in de uitgestrektheid des drogen oseaans;
De wagen duikt in het groen en waadt als een boot:
Te midden van golven van ruisende weiden, te midden van een vloed van bloemen
Vaar ik heen om koraaleilanden van steppegras.

Reeds valt de schemer, nergens een weg noch heuvel;
Ik zie naar de hemel, zoek de sterren, de gidsen mijner boot;
Daar vèrwèg glanst een wolk, daar gaat de morgenster op…
Nu glanst de Dniester, nu ging op de lamp van Akerman!

Laat ons pozen!… Hoe stil!… Ik hoor de trekkende kraanvogels,
Die het scherpe oog van geen valk zou bereiken;
Ik hoor, waar een vlinder zich wiegelt op een grashalm,

Waar een slang met gladde borst een plant aanraakt…
In zulk een stilte span ik mijn oren in, scherp luisterend,
Dat ik een stem uit Litauen zou horen… Voorwaarts, niemand roept!

Vertaald door N. van Wijk

 

The Akkerman Steppe

I launch myself across the dry and open narrows,
My carriage plunging into green as if a ketch,
Floundering through the meadow flowers in the stretch.
I pass an archipelago of coral yarrows.

It’s dusk now, not a road in sight, nor ancient barrows.
I look up at the sky and look for stars to catch.
There distant clouds glint—there tomorrow starts to etch;
The Dnieper glimmers; Akkerman’s lamp shines and harrows.

I stand in stillness, hear the migratory cranes,
Their necks and wings beyond the reach of preying hawks;
Hear where the sooty copper glides across the plains,

Where on its underside a viper writhes through stalks.
Amid the hush I lean my ears down grassy lanes
And listen for a voice from home. Nobody talks.

Vertaald door Leo Yankevich

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Borstbeeld in het Jorfana Park in Krakau

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Morgen und Abend

Der Sonnenaufgang schimmert durch die Wolkendecken,
und gegenüber sinkt der Mond, löscht sein Gesicht.
Die Rose öffnet ihre Knospen, Schicht um Schicht,
und taugebeugte Veilchen woll’n sich lichtwärts strecken.
 
Das Bildnis Lauras will mich aus den Träumen wecken.
Ich knie vorm Fenster, als sie ihre Zöpfe flicht
und fragt: Warum, ach, leuchten eure Augen nicht,
woll’n sich mein Liebster, Veilchen und der Mond verstecken?
 
Zum Abend zeige ich ihr wieder meine Treue,
Der Mond kehrt wieder und die Veilchen blühn verborgen,
süß duftend, auch der Himmel rötet sich aufs Neue.
 
Doch ich steh dort vom Fenster mit den alten Sorgen,
seh’ wie sie sich herausputzt, und sich d’ran erfreue.
Nur ich knie ihr zu Füßen, traurig wie am Morgen.

Vertaald door ZaunköniG

 

Aloesjta bij dag

De berg opent zijn nevelgordijnen,
Het graan ruist knielend neer, een golf van goud;
Als uit ’s kaliefen bidsnoer schudt het woud.
Granaten uit zijn lokken en robijnen.

De weide bloeit; boven de weide deinen
Ook bloemen- vleugelige – zover ’t oog schouwt;
’t Insectenheir veelkleurig zwermend, bouwt
Hoog in de lucht briljanten baldakijnen.

Maar als de rots zijn donkere gezicht
In ’t water spiegelt, wordt de zee ontsticht:
Een dreigend grommen spelt de stormfanfaren

Terwijl de branding tijgerogig licht;
Maar over d’afgrond wiegen stil de baren
Waarover zwanen drijven, schepen varen.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret door S. Chejmann, 1897

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Within their silent perfect glass

Within their silent perfect glass
The mirror waters, vast and clear,
Reflect the silhouette of rocks,
Dark faces brooding on the shore.

Within their silent, perfect glass
The mirror waters show the sky;
Clouds skim across the mirror’s face,
And dim its surface as they die.

Within their silent, perfect glass
The mirror waters image storm;
They glow with lightning, but the blast
Of thunder do not mar their calm.

Those mirror waters, as before,
Still lie in silence, vast and clear.

The mirror me, I mirror them,
As true a glass as they I am:
And as I turn away I leave
The images that gave them form.

Dark rocks must menace from the shore,
And thunderheads grow large with rain;
Lightning must flash above the lake,
And I must mirror and pass on,
Onward and onward without end.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret door Aleksander Kamiński, 1850

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Morgen und Abend

Der Sonnenaufgang schimmert durch die Wolkendecken,
und gegenüber sinkt der Mond, löscht sein Gesicht.
Die Rose öffnet ihre Knospen, Schicht um Schicht,
und taugebeugte Veilchen woll’n sich lichtwärts strecken.

Das Bildnis Lauras will mich aus den Träumen wecken.
Ich knie vorm Fenster, als sie ihre Zöpfe flicht
und fragt: Warum, ach, leuchten eure Augen nicht,
woll’n sich mein Liebster, Veilchen und der Mond verstecken?

Zum Abend zeige ich ihr wieder meine Treue,
Der Mond kehrt wieder und die Veilchen blühn verborgen,
süß duftend, auch der Himmel rötet sich aufs Neue.

Doch ich steh dort vom Fenster mit den alten Sorgen,
seh’ wie sie sich herausputzt, und sich d’ran erfreue.
Nur ich knie ihr zu Füßen, traurig wie am Morgen.

 

Baktschi Sarai

Öd liegt das Schloß, wo ehedem die Khane prangen.
Kein Pascha wandelt heute durch den langen Flur.
Aus seidnem Sofathron flieht scheu die Kreatur;
Drin nisten Ungeziefer und ein Knäuel von Schlangen.

Schon Efeuranken durch die Fensternischen langen,;
durch feuchte Mauern und Gewölbe führt die Spur
und zeichnet, was ein jeden Menschenwerks Natur,
graviert Belsazars Menetekel ein: „Vergangen“

Dort in der Mitte rinnt noch aus den Marmorschalen
des Harems letzter Glanz und muß erblassen,
Weil Tränen eine Botschaft in die Wüste malen:

„Wo ist nun Liebe, Macht und Ehre, stolzes Prassen?
Muß man die Freude mit Vergänglichkeit bezahlen?
Warum bin ich allein, der Tränenquell, belassen?“

 

Vertaald door Dirk Strauch

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret van Adam Mickiewicz bij de Judahu rots door Walenty Wańkowicz, 1828

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer”

Adam Mickiewicz, Ingo Baumgartner, Tevfik Fikret, Dominique Manotti, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Primel

Lerche zu des Frühlings Ruhme

Hat ihr Erstlingslied gesungen,

Blumenerstling Schlüsselblume

Hat sich goldnem Kelch entrungen.

Blümchen, bist zu früh gekommen!

Mitternacht haucht noch so kalt.

Hast den Schnee nicht wahrgenommen?

Feucht ist noch der Eichenwald.

Schließ die goldnen Äuglein wieder,

Birg dich in der Mutter Schoß,

Eh der Reif dir mitleidslos

Starren macht die zarten Glieder.

Unsre Tage Falterstage,

Morgen Leben, Mittag sterben.

Ganzem Herbst ich gern entsage,

Einen Lenztag zu erwerben.

Willst den Freunden Kränze bringen,

Oder der Geliebten dein?

Wirst aus meiner Blüt; ihn schlingen,

Soll´s der Kranz der Kränze sein.

Unterm Gras, in wildem Hain

Keimtest du, geliebte Blume,

Klein an Wuchs, an Glanze klein,

Darfst du späh´n nach solchem Ruhme?

Wo sind deiner Schönheit Pfänder,

Wo der Tulpe stolzer Bund?

Wo der Lilie Lichtgewänder,

Wo der Rose Brust so rund?

Will zum Kranze dich verflechten,

Doch woher so viel Vertaun?

Freunde und Geliebte, möchten

Sie auch huldvoll auf dich schaun?

Glaub´s, der Freund heißt mich willkommen,

Mich, des jungen Frühlings Engel,

Glanz nicht mag der Freundschaft frommen,

Schatten liebt sie wie mein Stengel.

Ob ich wert der Liebsten Hände,

Sag´s Marie, du himmlisch hehre!

Für der Erstlingsknospe Spende

Wird mir, ach! nur eine Zähre.

 

Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)

Buste in Weimar

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtner op dit blog.

 

Adventversuchung

Schnuppernasen wittern Gutes,

Ihre Träger rüsten sich.

Kleine Hände, ach, so tut es,

Nehmt von Keks und Bienenstich!

Mutter würde freilich rügen,

Teller wären raschest leer.

Christkind, darf ich etwas lügen,

Einmal nur, dann nimmermehr?

So verschwinden Herzen, Sterne,

Fein gezog’ner Zuckerguss,

Honigbrot und Mandelkerne

Marzipan und Haselnuss.

Christkind lächelt, kennt die Kinder,

Schließlich nascht es selber gern.

Doch auch Vater greift nicht minder

Häufig zu, wenn Mama fern.

 

Christbaumkugel

Der Kugel Ebenmaß, in Sonne, Erde, Mond

als Stern und Weltprinzip ins All gesetzt,

erfreut durch Harmonie, die Wölbung innewohnt.

Das Auge wird alleine durch die Form belohnt,

als Murmel und im Tau, der Blätter netzt.

Am Christbaum hängt sie neben Glocken, Ringen,

ein Glashauch, der dein Abbild wundersam verändert.

Sie spiegelt wachsgegossne Engelschwingen,

ein rotes Feuer zwischen all den Dingen,

erstrahlt in Seidenglanz und bunt gebändert.

Ein Kind verliert sich in Gedanken, sieht im Rund

sein Angesichtins Grün des Tannenzweigs gerückt.

Das Christkind öffnet mit dem goldnen Schlüsselbund

ein Notenbuch. Es klingt die frohe Weihnachtskund.

Die Sehnsuchtsreise in den Glitzerball beglückt.

 

 

Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

 

De Turkse dichterTevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Tevfik Fikret op dit blog.

 

Mist (Fragment) (Vertaald door Sytske Sötemann)

Hoe volgzaam schijn je met je ogen van smachtend blauw

Voor hen die uit de verten jou nemen in ogenschouw!

Volgzaam, maar volgzaam als de meest verdorven wijven,

Gevoelloos voor al hun tranen die je overstromen blijven.

Een giftig verdoemd water als verhief zich een verradershand

Tegen je bouw, als was hij er bij je stichting reeds tegen gekant.

Steeds golft het vuil van de hypocrisie op je kleinste onderdelen,

Geen kruimeltje reinheid is er te vinden, geen daglicht te velen.

Altijd het vuil van de hypocrisie, van de jaloezie, van het eigenbelang;

Alleen dit… en alleen de hoop hiermee te stijgen: die eeuwige drang.

Hoeveel hoofden zullen schoon en glanzend tussen de lijken vandaan

Tevoorschijn komen, onder de miljoenen die bij jou ter ziele zijn gegaan?

     Ja, sluier je, o tragedie… Sluier je, o stad van de wereld;

     Ja, sluier je en slaap eeuwig,… o hoer van de wereld!…

O pracht, praal, glorie, triomftocht en parades;

Dodelijke torens, vestingpaleizen en kerkers;

O onwrikbaar graf van herinneringen, grootse tempel;

O trotse zuilen, elk een geketende reus en bestempeld

Tot het vertellen van het verleden aan komende tijden;

O grijnzende wallen, waarvan de tanden aan uitval lijden;

O koepels, o gebedsgebouwen, roemrijk in lengte van dagen,

O minaretten die de woorden van de waarheid dragen;

 

Tevfik Fikret (24 december 1867 – 19 augustus 1915)

 

De Franse schrijfster en historica Dominique Manotti werd geboren op 24 december 1942 in Parijs. Zie ook alle tags voor Dominique Manotti op dit blog.

 

Uit: L’Honorable société (Dominique Manotti et DOA)

« Dans la pénombre de sa chambre d’hôtel, Neal émerge difficilement d’un sommeil lour, plombé au whisky. Très mal au crâne. Un rai de soleil entre les rideaux. Regarde sa montre, bientôt quatorze heures. Souvenirs confus de ce qui s’est passé la veille. Début de beuverie dans les bureaux de Reuters. Et après ? Comment s’est-il retrouvé à son hôtel et dans son lit ? Il se traîne jusqu’à la douche, chaude, froide. Lendemain de cuite difficile à gérer, parce qu’il trimbale une énorme mauvaise conscience. Et qu’il n’a plus l’habitude. Il s’habille, en s’appliquant à chaque geste. Vaguement mal au coeur. »

 

Dominique Manotti (Parijs, 24 december 1942)

 

De Engelse dichter en cultuurcriticus Matthew Arnold werd geboren op 24 december 1822 in Laleham, Middlesex. Zie ook alle tags voor Matthew Arnold op dit blog.

The Good Shepherd With The Kid

He saves the sheep, the goats he doth not save._
So rang Tertullian’s sentence, on the side
Of that unpitying Phrygian Sect which cried:
‘Him can no fount of fresh forgiveness lave,

Who sins, once washed by the baptismal wave.’–
So spake the fierce Tertullian. But she sighed,
The infant Church! of love she felt the tide
Stream on her from her Lord’s yet recent grave.

And then she smiled; and in the Catacombs,
With eye suffused but heart inspired true,
On those walls subterranean, where she hid

Her head in ignominy, death, and tombs,
She her good Shepherd’s hasty image drew–
And on his shoulders, not a lamb, a kid.


Matthew Arnold (24 december 1822 – 15 april 1888)

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook alle tags voor Stephenie Meyer op dit blog.

 

Uit: Twilight

“As we walked north across the multihued stones toward the driftwood seawall, the clouds finally closed ranks across the sky, causing the sea to darken and the temperature to drop. I shoved my hands deep into the pockets of my jacket.
“So you’re, what, sixteen?” I asked, trying not to look like an idiot as I fluttered my eyelids the way I’d seen girls do on TV.
“I just turned fifteen,” he confessed, flattered.
“Really?” My face was full of false surprise. “I would have thought you were older.”
“I’m tall for my age,” he explained.
“Do you come up to Forks much?” I asked archly, as if I was hoping for a yes. I sounded idiotic to myself. I was afraid he would turn on me with disgust and accuse me of my fraud, but he still seemed flattered.

“Not too much,” he admitted with a frown. “But when I get my car finished I can go up as much as I want—after I get my license,” he amended.
“Who was that other boy Lauren was talking to? He seemed a little old to be hanging out with us.” I purposefully lumped myself in with the youngsters, trying to make it clear that I preferred Jacob.
“That’s Sam—he’s nineteen,” he informed me.
“What was that he was saying about the doctor’s family?” I asked innocently.
“The Cullens? Oh, they’re not supposed to come onto the reservation.” He looked away, out toward James Island, as he confirmed what I’d thought I’d heard in Sam’s voice.”

 

Stephenie Meyer(Connecticut, 24 december 1973)

Adam Mickiewicz, Tevfik Fikret, Dominique Manotti, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Chatir Dah

Trembling the Muslim comes to kiss the foot of your crags,
Mast on Crimea’s raft, towering Chatir Dah!
Minaret of the World! Mightiest Padishah Of Mountains!
From the plain Fugitive into the Clouds!

As great Gabriel once stood over portals of Eden,
You at Heaven’s Gate watch, wrapped in your forest cloak,
And, in turban of clouds with lightning flashes bespangled,
On your forehead you wear janissaries of dread.

Hot sun may roast our limbs, mountain mists blind our eyes,
Locusts may eat our grain, infidels burn our homes,
You, Chatir Dah, would still, unmindful of man’s fate,

Rise between earth and sky, Dragoman of Creation;
Far spreads the plain at your feet, home of men and of thunder,
But you can only hear what God to nature speaks.

Vertaald door John Saly

 

Mount Kikineis

Look, the abyss, the downward sky, the sea!
Bird-mountain, shot with thunder, furls below
feathers and wings, in curve beyond rainbow,
snow-sails and mast, immobile, vast, free;
and cloudlike over spacious limbo, covers
wide azure – oh, island-hemisphere in flight,
darkens a half-world with its own sad night.
Look, on its forehead ribbon flames and hovers!
Lightning! But stop here. At our feet, abysses,
ravines, thresholds we must at gallop span.
I leap; stand ready with whip and spur; stare
past rock escarpment where I vanish. This is
your sign: If white panache gleams, I am there;
if not, there is no path beyond for man.

 

Vertaald door Clark Mills

 

Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)

Portret door Józef Oleszkiewicz, 1828

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Tevfik Fikret, Dominique Manotti, Matthew Arnold, Stephenie Meyer”

Adam Mickiewicz, Tevfik Fikret, Stephenie Meyer, Dominique Manotti

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.

 

The Crossing

 

Monsters merge and welter through the water’s mounting
Din. All hands, stand fast! A sailor sprints aloft,
Hangs, swelling spider-like, among invisible nets,
Surveys his slowly undulating snares, and waits.

 

The wind! The ship’s a steed that champs and shies, breaks loose,
And lunges out upon the blizzard-white sea. It heaves
Its neck; it plunges, trampling waves; it cleaves the clouds
And scours the sky; it sweeps up winds beneath its wings.

 

My spirit like the swaying mast, plays in the stormy sky,
And like the swelling sails ahead, imagination fills,
Till suddenly I too cry out with the madly shouting crew.

 

With arms outspread I fall upon the plunging boards and feel
It is my breast that gives the ship new burst of speed,
And know, happy and light at last, what is a bird.

 

 

Vertaald door Richard A. Gregg

 

 

 

Baktschi Serai by Night

 

From out the mosques the pious wend their way;

Muezzin voices tremble through the night;

Within the sky the pallid King of Light

Wraps silvered ermine round him while he may,

 

And Heaven’s harem greets its star array.

One lone white cloud rests in the azure height–

A veiled court lady in some sorrow’s plight–

Whom cruel love and day have cast away.

 

The mosques stand there; and here tall cypress trees;

There–mountains, towering, black as demons frown,

Which Lucifer in rage from God cast down.

 

Like sword blades lightning flickers over these,

And on an Arab steed the wild Khan rides

Who goes to Baktschi Serai which night bides.

 


Vertaald door Edna Worthley Underwood 

 


Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
 

Monument in Opole

 

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Tevfik Fikret, Stephenie Meyer, Dominique Manotti”

Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst, Tevfik Fikret, Adam Mickiewicz, Stephenie Meyer, Dominique Manotti

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

Uit: Jericho

“Lange bevor ich Jericho mit eigenen Augen sehen durfte, hörte ich meine deutsch-jüdischen Freunde, Zionisten, die in den dreißiger Jahren nach Palästina ausgewandert waren, davon erzählen. Zu jener Zeit war Palästina noch britisches Mandat und die Hügel Jerusalems ein karges, steiniges, unfruchtbares Gebiet, wo die Heiligtümer dreier Religionen so zahlreich waren wie das Wasser knapp und wo der Haß zwischen Juden und Arabern in dem Maße blühte, in dem das Land verdorrte.

Nur in der Oase Jericho, die Juden, Araber und Engländer gleichermaßen anzog, muß es harmonisch zugegangen sein. Dort herrschte weder Winter noch Unfrieden, und die Fruchtbarkeit der Natur schien die Feinde auf andere und zweifellos bessere Gedanken gebracht zu haben als auf die, die sich ihnen beim Anblick der Steine und der herben Unnahbarkeit Judäas aufdrängten. Ich, die ich zum erstenmal 1961 nach Jerusalem und damit in eine geteilte, ärmliche, wenngleich faszinierende Stadt gekommen war, hätte viel darum gegeben, einmal nach Jericho fahren zu dürfen.

Aber da waren inzwischen die Jordanier. Jericho, angeblich die älteste Stadt der Welt, scheint seit jeher von Dramen und Geheimnissen umwittert, von Erdbeben, Seuchen und Kriegen erschüttert worden zu sein. Aber sie hat auch Perioden großen Wohlstands erlebt, wie etwa im 15. Jahrhundert vor der Zeitrechnung, als die Kinder Israels, auf dem Weg in das Gelobte Land, Jericho entdeckten und auf Befehl des Herrn, unter Führung Josuas und mit Hilfe des mächtigen Posaunenschalls, der die Festungsmauern einstürzen ließ, eroberten. Mit dieser ungewöhnlichen, für die einen fatalen, für die anderen glorreichen Kriegführung ging Jericho in die Geschichtsschreibung der Bibel ein und wurde weltbekannt.

Ich war noch klein und wundergläubig, als ich diese Legende zum erstenmal hörte, und von dem mirakulösen, mauernzerschmetternden Schall der Posaunen weitaus stärker beeindruckt als von der darauffolgenden flotten Eroberung der Stadt durch einen mir unbekannten Volksstamm. Daß ich diesem Volksstamm angehörte, hatte man mir damals, zu Zeiten Hitlers, wohlweislich verschwiegen, und daß Jericho, trotz eingestürzter Mauern, dreieinhalb Jahrtausende später immer noch existierte, drang erst in mein Bewußtsein, als ich die Worte hörte: »Ach, das war schön, als wir in Vollmondnächten ans Tote Meer und nach Jericho fuhren.

»Wohin bitte?«

Ja, ich hatte richtig gehört. Sie waren nach Kalia am Toten Meer gefahren, wo eine kleine Kapelle spielte und sie im Mondschein Tango, Foxtrott und English Waltz tanzten. Sie waren ins »Winter Palace Hotel« nach Jericho gefahren und hatten sich dort in der kleinen Bar, in den nach Orangenblüten und Jasmin duftenden Zimmern zu heimlichen Rendezvous getroffen.”

schrobsdorff

Angelika Schrobsdorff  (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

 

De Nederlandse schrijver en journalist Karel Glastra van Loon werd geboren in Amsterdam op 24 december 1962. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

Uit: De passievrucht

“Ze zitten dicht bij elkaar, alsof ze al jaren bevriend zijn, en vertellen sterke verhalen.
Hij zegt: ‘Ooit ben ik in Nijmegen van de brug gesprongen, de rivier in. Ik wilde weten hoe het voelde – het deed vooral pijn in m’n kruis. Het water was kouder en zwarter dan ik had gedacht, en het stroomde sneller: tegen de tijd dat ik weer bovenkwam, was ik al onder de brug door. Pas vijf kribben verder kroop ik terug aan land. De volgende dag stond in de krant dat een onbekende zelfmoord had gepleegd door van de brug te springen. Ik heb nog gebeld om te zeggen dat ik springlevend was, maar dat vonden ze geen leuke woordspeling, en bovendien geloofden ze me niet.’
Zij zegt: ‘Ooit ben ik bijna dood geweest. Het was de meest geruststellende ervaring uit mijn leven. Ik zag mijn leven niet in een flits aan me voorbijschieten, er was geen hemels licht en er waren geen schimmen van overledenen die me aan gene zijde opwachtten. Sindsdien ben ik niet meer bang voor de dood.’

Haar knie raakt zijn dijbeen. Ze laten het zo.
Hij zegt: ‘Op een keer sliepen Sebastiaan en ik in een oude kapotte Bedford, op een braakliggend stuk land in het havengebied. Midden in de nacht schrok ik wakker van geschreeuw. Ik veegde de ruit schoon en keek naar buiten, maar zag niks. Toen kwam de maan vanachter de wolken te voorschijn, en in het bleke zand zag ik een kat en een haas bewegingloos tegenover elkaar staan. Beide met de haren recht overeind, achterpoten omhoog, kop en voorpoten omlaag. De maan verdween weer achter de wolken. Opnieuw klonk er een schreeuw, als van een kind in nood. Daarna een diep, grauwend grommen. Dat was de kat. Het gillen moest dus van de haas zijn. Het werd stil. Ik wachtte tot de maan weer te voorschijn zou komen – maar die kwam niet meer. Sebastiaan had niets gemerkt; in het donker hoorde ik zijn zware dronkenmansadem. De volgende ochtend liep ik naar de plek waar ik de twee dieren had gezien. Hun pootafdrukken stonden diep en scherp in het zand. Ze hadden elkaar niet besprongen, er was niet gevochten. De anderhalve meter zand tussen de twee afdrukken was onaangeroerd.’
Ze drinken rode wijn uit limonadeglazen. Hij heeft de wijn verzorgd, zij de glazen. Haar huishouden is nogal incompleet, zoals haar hele leven.”

GlastraVanLoon

Karel Glastra van Loon (24 december 1962 – 1 juli 2005)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Dana Gioia werd op 24 december 1950 in Los Angeles geboren. Zie ook mijn blog van 24 december 2006  en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Emigre in Autumn 

 

Walking down the garden path

From the house you do not own,

Once again you think of how

Cool the autumns were at home.

Dressed as if you had just left

The courtyard of the summer palace,

Walk the boundaries of the park,

Count the steps you take each day –

Miles that span no distances,

Journeys in sunlight toward the dark.

 

Sit and watch the daylight play

Idly on the tops of leaves

Glistening overhead in autumn’s

Absolute dominion.

Nothing lost by you excels

These empires of sunlight.

But even here the subtle breeze

Plots with underlying shadows.

One gust of wind and suddenly

The sun is falling from the trees.

 

Gioia

Dana Gioia (Los Angeles,  24 december 1950)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst-van der Schalk werd geboren op 24 december 1869 in Noordwijk. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Verzen

 

Nu heeft de morgen voor goed afgedaan

 

Nu heeft de morgen voor goed afgedaan

zijn vrees-aanjagende stroeve gezicht,

en als een hooge grotzaal die met licht

blank gemaakt wordt, komt hij feestelijk aan.

 

En ik sta, rechtlachend zie ik hem gaan

en komen en gedenk, hoe ‘k een gewicht

hem achtte en klaagde, dat ik opgericht

hem niet kòn drage’ en kromp voor zijn kille aan-

 

raking en weende, dat ik weder sliep.

 

En hoe hij nu geworde’ is als een vriend

die niet verschrikken kan, schoon hij ook riep

en wekte in nachtdiept’, wijl hij zoo veel maal

bode van vreugd was, dat zijn stem verdient

te heeten fanfare van zegepraal.

 

 

 

Liefdes geur in de dingen

 

Zóó dierbaar zijn de dingen mij geworden,

waarin herinnering is opgehoopt:

het huisraad, het gerei, de klok die loopt

door het bestel der langgewende orde; –

zóó verteederd verwijlt blik en gedachte

bij hun gedienstige gestaltenis,

dat ik soms twijfel: werden zij tot machten

waartusschen de ziel zèlf gekluisterd is?

 

Maar neen, ik weet: alléén omdat zij vingen

den langen straal van liefdes licht aanschijn,

is ‘t, dat gedachte en blik de stomme dingen

liefkoze’, of zij levende wezens zijn.

Tot geen afgod werd mij hun lijflijkheid,

maar zij zoog in zóó zoete liefdesgeuren

dat uit hen àl het liefst en zoetst gebeuren

mijns levens opstaat, en zich om mij vleit.

 

Holst

Henriette Roland Holst (24 december 1869 – 21 november 1952)
Vlnr: Herman Gorter, zijn vrouw Wies, Richard Roland Holst, Henriette en haar moeder, 1903

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Mist (Fragment) (Vertaald door Sytske Sötemann)

 

Weer wordt je horizon in nevelen gehuld door dichte mist,

Door een zich onweerhoudbaar verbreidende inwitte mist.

Onder deze druk lijkt het bestaan in het gedrang gekomen,

Het zicht door stoffige dichtheid aan de mensen ontnomen;

Behoedzame, bevreesde blikken vermogen die dichtheid

Niet te doordringen, die stoffige afschrikwekkendheid!

Maar jou past deze diepduistere sluier, een waardig gewaad

Voor jou, o arena van onderdrukking, geweld en verraad!

O arena van onderdrukking en geweld… O toneel, o verguld

Toneel van pronk en praal, o jij, die een tragedie verhult!

O wieg en graf van gouden glans, van praal en prachtvertoon,

Innemende koningin van het oosten op je eeuwige troon,

Boezem van lust tot vermaak die de bloedigste liefdes voedt

En hen, zonder rilling van afschuw en schrik, groeien doet;

Diep in slaap als was je gestorven, o roerige reus,

Aan de blauwe flanken van de Marmara, majestueus;

O afgeleefd Byzantium, o bedaagde oude heks van de betovering,

O ongenaakbare weduwe, na duizend gades nog steeds zonder wroeging,

Nog altijd is in je schoonheid de bedwelmende reinheid zichtbaar,

Nog altijd beven de blikken die je aanschouwen onmiskenbaar.

 

TevfikFikret

Tevfik Fikret  (24 december 1867 – 19 augustus 1915)

 

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

Het Dal van Bajdaar

Ik geef mijn paard de sporen en jaag het door de stormen;
Bossen, valleien, rotsen, opvolgend, in een stortvloed
Zij schieten langs mijn benen terwijl ik razend voort moet;
‘k Wil mijn geest verliezen, in deze kolk van vormen.

En als ’t onwillig paard aan mijn bevel wil tornen,
De bonte wereld kleur verliest in het dodelijk duister,
Zien mijn brandende ogen, als gebroken spiegels ontluisterd
In ’t gestorven bos slechts het gekruip van wormen.

Stilte nu, ik vat geen slaap, ik zoek de rust aan ’t strand
Donker en krom gebogen raast een golf naar voren,
Ik richt naar haar mijn blik, ik reik naar haar mijn hand,

Dan slaat zij op mijn ogen, ’t schuim spoelt in mijn oren;
Ik wacht; als een bootje door een maalstroom overmand,
Heeft nu mijn geest even de herinnering verloren.

 

Vertaald door Jan van Hulten

 

THE STORM

The rudder breaks, the sails are ripped, the roar
Of waters mingles with the ominous sound
Of pumps and panic voices; all around
Torn ropes. The sun sets red, we hope no more –
The tempest howls in triumph; from the shore
Where wet cliffs rising tier on tier surround
The ocean chaos, death advances, bound
To carry ramparts broken long before,
One man has swooned, one wrings his hands ,one sinks
Upon his friends, embracing them. Some say
a prayer to death that it may pass them by.
One traveller sits apart and sadly thinks:
,,Happy the man who faints or who can pray
Or has a friend to whom to say goodbye.”

adam351

Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Breaking Dawn

 

NO ONE IS STARING AT YOU, I promised myself. No one is staring at you. No one is staring at you.

But, because I couldn’t lie convincingly even to myself, I had to check.

As I sat waiting for one of the three traffic lights in town to turn green, I peeked to the right — in her minivan, Mrs. Weber had turned her whole torso in my direction. Her eyes bored into mine, and I flinched back, wondering why she didn’t drop her gaze or look ashamed. It was still considered rude to stare at people, wasn’t it? Didn’t that apply to me anymore?

Then I remembered that these windows were so darkly tinted that she probably had no idea if it was even me in here, let alone that I’d caught her looking. I tried to take some comfort in the fact that she wasn’t really staring at me, just the car.

My car. Sigh.

I glanced to the left and groaned. Two pedestrians were frozen on the sidewalk, missing their chance to cross as they stared. Behind them, Mr. Marshall was gawking through the plate glass window of his little souvenir shop. At least he didn’t have his nose pressed up against the glass. Yet.

The light turned green and, in my hurry to escape, I stomped on the gas pedal without thinking — the normal way I would have punched it to get my ancient Chevy truck moving.

Engine snarling like a hunting panther, the car jolted forward so fast that my body slammed into the black leather seat and my stomach flattened against my spine.

”Arg!” I gasped as I fumbled for the brake. Keeping my head, I merely tapped the pedal. The car lurched to an absolute standstill anyway.

I couldn’t bear to look around at the reaction. If there had been any doubt as to who was driving this car before, it was gone now. With the toe of my shoe, I gently nudged the gas pedal down one half millimeter, and the car shot forward again.

I managed to reach my goal, the gas station. If I hadn’t b
een running on vapors, I wouldn’t have come into town at all. I was going without a lot of things these days, like Pop-Tarts and shoelaces, to avoid spending time in public.

Moving as if I were in a race, I got the hatch open, the cap off, the card scanned, and the nozzle in the tank within seconds. Of course, there was nothing I could do to make the numbers on the gauge pick up the pace. They ticked by sluggishly, almost as if they were doing it just to annoy me.

It wasn’t bright out — a typically drizzly day in Forks, Washington — but I still felt like a spotlight was trained on me, drawing attention to the delicate ring on my left hand. At times like this, sensing the eyes on my back, it felt as if the ring were pulsing like a neon sign: Look at me, look at me.“

 

stephenie-meyer2

Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)

 

 

De Franse schrijfster en historica Dominique Manotti werd geboren op 24 december 1942 in Parijs. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Kop

 

Jeudi 3 mai 1990
La première rafale atteint l’homme et la femme dans le dos, les corps s’écroulent sur l’esplanade déserte devant le centre commercial. La moto accélère, deuxième rafale en passant à hauteur des cadavres, qui tressautent sous les balles. Une des portes vitrées de la brasserie à l’entrée de la galerie marchande explose. Les serveurs se jettent au sol. Le tireur brandit son pistolet-mitrailleur en hurlant de joie et le conducteur arrache son engin dans une roue arrière périlleuse. Le gérant se rue sur son téléphone. La moto fait demi-tour, franchit le terre-plein central, enfile la grande avenue à quatre voies quasiment déserte, brûle les feux rouges et disparaît (…)“

 

Dominique_Manotti

Dominique Manotti (Parijs, 24 december 1942)