Anneke Brassinga, Etgar Keret, Alfred Birney, James Rollins, Arno Surminski, Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

Heen

In de hondsdagen versterft het wilde gezang.
Bij de kom in het gras is de merel komen drinken
vier lange teugen voor hij weer vloog –
wat leeft, leeft van schrik en beven.

Ik ken iemand; hij ligt in zijn groene graf,
het is nog vers. Hij zwijgt daar
als de schuwe vogel die hij altijd was.

Ook ik ben nog nooit zo stil geweest.
Er is beangstigend weinig te vrezen.

De zomer weelderig, de warme aarde
rustplaats waar overal
schaduwen lijken te groeien uit stralende zon.

 

Elementa

Als ieder ogenblik een ongekend begin is
van nasleep die pas over eeuwen
licht zal werpen op dit nu –

zijn de bekende woorden sterrenschijnsel,
amechtig arriverend, veel te laat.
Waar kunnen we dan nog over praten?

Alleen de lokstem van het water zwatelt
in strikt hedendaagse taal, geen touw
aan vast te knopen; zeker niet

op het razende tijdstip van je verschuimen
in een onophoudelijk liggen gaande
onophoudelijk weer opstekende storm.

 

Stof

Zo mooi is het om gedichten te schrijven
’s nachts als de dagtaak af is en iedereen
die bij de Nederlandsche Bank werkt al slaapt;
het is donker, dat spreekt, en ook stil,
in mijn hoofd suist het van woorden, woorden,
mijn vingers zijn hard van de schrijfmasjien.
De versterker kreunt na: laatste zenders
geven gruis. Het is nacht, maar de bomen blijven
staan. Dat denk ik althans; en ik denk aan alles
dat plaatsvindt, tot stuiven de overhand neemt.

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 


De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

Uit: Suddenly, a Knock on the Door

“Tell me a story,” the bearded man sitting on my living-room sofa commands. The situation, I must admit, is anything but pleasant. I’m someone who writes stories, not someone who tells them. And even that isn’t something I do on demand. The last time anyone asked me to tell him a story, it was my son. That was a year ago. I told him something about a fairy and a ferret—I don’t even remember what exactly—and within two minutes he was fast asleep. But here the situation is fundamentally different. Because my son doesn’t have a beard, or a pistol. Because my son asked for the story nicely, and this man is simply trying to rob me of it.
I try to explain to the bearded man that if he puts his pistol away it will only work in his favor, in our favor. It’s hard to think up a story with the barrel of a loaded pistol pointed at your head. But the guy insists. “In this country,” he explains, “if you want something, you have to use force.” He just got here from Sweden, and in Sweden it’s completely different. Over there, if you want something, you ask politely, and most of the time you get it. But not in the stifling, sultry Middle East. All it takes is a single week around here to figure out how things work—or rather, how things don’t work. The Palestinians asked for a state, nicely. Did they get one? The hell they did. So they switched to blowing up kids on buses, and people started listening. The settlers wanted a dialogue. Did anyone pick up on it? No way. So they started getting physical, pouring hot oil on the border patrolmen, and suddenly they had an audience. In this country, might makes right, and it doesn’t matter if it’s about politics or economics or a parking space. Brute force is the only language we understand.
Sweden, the place the bearded guy made aliya from, is progressive, and is way up there in quite a few areas. Sweden isn’t just ABBA or IKEA or the Nobel Prize. Sweden is a world unto itself, and whatever they have, they got by peaceful means. In Sweden, if he’d gone to the Ace of Base soloist, knocked on her door and asked her to sing for him, she’d invite him in and make him a cup of tea. Then she’d have pulled out her acoustic guitar from under the bed and and play for him. And all this, with a smile. But here? I mean, if he hadn’t been flashing a pistol I’d have thrown him right out. Look, I try to reason. “Look yourself,” the bearded guy grumbles, and cocks his pistol. “It’s either a story or a bullet between the eyes.”

Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

 

De Amerikaanse schrijver James Rollins (pseudoniem van James Paul Czajkowski) werd geboren in Chicago op 20 augustus 1961. Zie ook alle tags voor James Rollins op dit blog.

 Uit: The Doomsday Key:

“Spring, 1086 England
The ravens were the first sign. As the horse-drawn wagon traveled down the rutted track between rolling fields of barley, a flock of ravens rose up in a black wash. They hurled themselves into the blue of the morning and swept high in a panicked rout, but this was more than the usual startled flight. The ravens wheeled and swooped, tumbled and flapped. Over the road, they crashed into each other and rained down out of the skies. Small bodies struck the road, breaking wing and beak. They twitched in the ruts. Wings fluttered weakly. But most disturbing was the silence of it all. No caws, no screams. Just the frantic beat of wing—then the soft impact of feathered bodies on the hard dirt and broken stone. The wagon’s driver crossed himself and slowed the cart. His heavy-lidded eyes watched the
These last were closer to the truth than anyone suspected. Martin had read the wax-sealed letter. He’d observed that lone scribe painstakingly recording the results of the royal commissioners in the great book, and at the end, he’d watched the scholar scratch a single word in Latin, in red ink.
Vastare.
Wasted.
Many regions were marked with this word, indicating lands that had been laid waste by war or pillage. But two entries had been inscribed entirely in crimson ink. One described a desolate island that lay between the coast of Ireland and the English shore. Martin approached the other place now, ordered here to investigate at the behest of the king. He had been sworn to secrecy and given three men to assist him. They trailed behind the wagon on their own horses. At Martin’s side, the driver twitched the reins and encouraged the draft horse, a monstrously huge chestnut, to a faster clop. As they continued forward, the wheels of the wagon drove over the twitching bodies of the ravens, crushing bones and splattering blood.”

James Rollins (Chicago, 20 augustus 1961)


De Nederlandse schrijver, essayist en columnist Alfred Alexander Birney werd geboren in Den Haag op 20 augustus 1951. Zie ook alle tags voor Alfred Birney op dit blog.

Uit: De tolk van Java

“Gitaar en schrijfmachine

Als jongeman zag mijn vader in Soerabaja de ‘vliegende sigaren’ van de Japanse luchtmacht zijn ouderlijk huis aan puin bombarderen, hij zag Japanse soldaten burgers onthoofden, hij werd gemarteld wegens sabotage in dienst van her zogenoemde Vernielingskorps en in een ijzeren kist onder de brandende zon te smoren gelegd, hij zag Japanse soldaten Austr-lische krijgsgevangenen in open bamboekisten aan de haaien voeren, hij zag Punjabisoldaten in Engelse dienst Japanse soldaten besluipen en ze de strot doorsnijden, hij hoorde over de dood van een neef aan de Birmaspoorlijn, hij hoorde hoe zijn lievelingsoom door Japanse soldaten was doodgemarteld op het landgoed van zijn vaders familie, hij verraadde de Japanse vriend van zijn zuster, die als animeermeisje aan de kost kwam, hij wees de geallieerden de weg in de hirte van de Javaanse Oosthoek, waar opstandige Indonesiërs ondersteboven hangend aan de enkels werden verhoord terwijl hij optrad als tolk en de schrijfmachine hanteerde, hij hielp de geallieerden met het platbranden van desa’•, hij zag brandende opstandige jongelingen schreeuwend van de pijn hun eenvoudige huisjes uit rennen en overhoopgeschoten worden, hij leerde schieten en doorzeefde op een treinstation een vrouw en zuigeling achter wie een Javaanse vrijheidsstrijder zich had verscholen, hij kreeg als hoofd van de afdeling Verhoor van Gevangenen in Djember de hard.nekkigste zwijgers aan het praten, hij reed met een pantserwagen op een landmijn en stortte tachtig meter een ravijn in, hij kreeg het bevel van een Hollandse adjudant om het transport te begeleiden van honderd gevangenen van de stadsgevangenis van Djember naar het station Wonokrorno en mocht aan het einde van de veertien uur durende rit zesenveertig lijken van gestikte mensen uit de goederentrein slepen, hij vond een Indo-vriend* terug die zichzelf voor de kop had geschoten nadat hij had ontdekt dat zijn meisje niet een Hollandse soldaat het bed had gedeeld, hij maakte tijdens de Bersiap* jongens af met wie hij nog een appeltje le schillen had, maar het ergst van alles vond hij dat tijdens de Eerste Politionele Actie de hals van zijn gitaar brak. Of ben je dat laatste vergeten, Pa, omdat je het misschien verzonnen had?”

Alfred Birney (Den Haag, 20 augustus 1951)


De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Maren Winter op dit blog.

Uit: Das Lied des Glockenspielers

„An den Prähmen, den Schwimmstegen vor dem Ufer, konnten je drei Segler gleichzeitig anlegen, und normalerweise war genügend Stapelfläche für ihre Fracht vorhanden. Nicht jedoch, wenn Görgen von Kortholt dort die Befehle gab. Der drahtige Alte fuchtelte mit seinen Listen, rief scharf nach Gütern, die im Schiffsrumpf hinter allem anderen gelagert waren, und verlangte im nächsten Moment nach dem, was eben noch vorne gestanden hatte. Seine Kästen, Ballen und Fässer verteilten sich bald überall auf dem gesamten Steg, sodass für die Lasten weiterer Schiffe kein Durchkommen mehr blieb. Dadurch wurden Görgens Güter immer als Erstes auf die Wagen geladen, was ihm einen erheblichen Zeitvorteil verschaffte. Liron beschäftigte die Anwesenheit des Kaufmanns aber aus ganz anderen Gründen. Görgen von Kortholt war als Ratsherr auch Vorsteher von St. Marien. Er regierte über Kantor, Organist und Glöckner der bedeutenden Kirche, die alle Laute der Schöpfung in sich zu bergen schien und in minutenlangem Nachhall zu immer neuen Klängen verwob. Einmal war Liron dem Kaufmann schon so nahe gekommen, dass er ihn hätte berühren können. Wenn es nur eine Möglichkeit gäbe, ihn auf sich aufmerksam zu machen. «Beachtlich, dass der alte Pfeffersack bei diesem Wetter zum Hafen kommt», sagte er. «Nee, nee», brummte Eggert, «ich meine nicht den Alten, ich rede vom Junior, vom Sohn.» Lirons Interesse nahm deutlich ab. Er ruckte sein Fass zurecht und trat vorsichtig auf die Planke, die zum Steg hinunterführte. Das Holz war glatt, denn seit dem Morgen nieselte es schon. Wenigstens war die glitschige Schicht heute nicht gefroren. Er war erst wenige Schritte balanciert, als der schleppende Tross ins Stocken geriet. Zurück konnte Liron nicht mehr, und das schwankende Laufbrett war viel zu schmal, um das Fass darauf abzusetzen. Soweit es ihm in der gebückten Haltung möglich war, hob er den Kopf und spähte an den anderen Männern vorbei zum Prahm hinüber. Da stand er, der junge Thiedemann von Kortholt, in aufrechter Haltung, als ob er einem Maler Modell stehen würde. Seine Rechte ruhte auf dem Degen, in der Linken hielt er einen Federhut.“

Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)


De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook alle tags voor Arno Surminski op dit blog.

Uit: Vaterland ohne Väter

„Im Dezember 1944 brauchten die Königsberger keine Rußlandkarten mehr.
Ich hefte die Karte mit Stecknadeln an die Wand über meinem Schreibtisch. Ein Riesenraum öffnet sich, ein Tor springt auf, Schnee weht mir ins Gesicht, Bäume brechen unter der weißen Last, Kälte strömt mir entgegen. Vor mir eine weiße Landschaft, in der wie Strichmännchen feldgraue Figuren umherirren. Ich entdecke schwarze und rote Linien, Kreuze, die so aussehen, als ständen sie auf Gräbern. Und die Kreise nicht zu vergessen, sie markieren die Kessel. “In den Kesseln faulte das Wasser”, sang mein Vater, als er marschierte. Ganz unten rechts finde ich Stalingrad, ein unerhört ferner Ort, fast könnte man denken, er gehöre nicht zu Europa. Die Stadt Leningrad links oben hat auch ihren Namen verloren. Nur Moskau ist geblieben. Ich entdecke Nadelstiche im alten Papier. Da steckten die Siegesfähnchen mit dem Hakenkreuz. Um Stalingrad bilden viele Nadelstiche einen Kreis, das war der Kessel … Wanderer, kommst du nach Sparta …
Aus den Briefen des Walter Pusch fällt ein verblichenes Foto. Es zeigt drei vermummte Männer in den damals üblichen Uniformen, dahinter eine Schneelandschaft wie in meinem Garten. Ein schwarzweißes Bild, aber doch mehr Weiß. Schwarz sind nur die Männer und das Ungetüm von Kanone im Hintergrund. Auf die Rückseite hat Walter Pusch geschrieben:
Drei Kameraden mit Kanone im Wald bei Orscha: Rosen, Godewind und ich.
Die Reihenfolge hat er nicht angegeben. Wie soll ich herausfinden, wer von ihnen mein Vater ist? Etwa der Kleine in der Mitte? Niemand hat mir gesagt, ob mein Vater groß oder klein war, ob er schwarzes Haar trug oder blondes. Und seine Augen, waren sie blau oder braun?“

Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)
Cover

 

De Engelse dichter Edgar Albert Guest werd geboren op 20 augustus 1881 in Birmingham, Engeland. Zie ook alle tags voor Edgar Guest op dit blog.

He’s Taken Out His Papers

He’s taken out his papers, an’ he’s just like you an’ me.
He’s sworn to love the Stars and Stripes an’ die for it, says he.
An’ he’s done with dukes an’ princes, an’ he’s done with kings an’ queens,
An’ he’s pledged himself to freedom, for he knows what freedom means.

He’s bought himself a bit of ground, an’, Lord, he’s proud an’ glad!
For in the land he came from that is what he never had.
Now his kids can beat his writin’, an’ they’re readin’ books, says he,
That the children in his country never get a chance to see.

He’s taken out his papers, an’ he’s prouder than a king:
‘It means a lot to me,’ says he, ‘just like the breath o’ spring,
For a new life lies before us; we’ve got hope an’ faith an’ cheer;
We can face the future bravely, an’ our kids don’t need to fear.’

He’s taken out his papers, an’ his step is light to-day,
For a load is off his shoulders an’ he treads an easier way;
An’ he’ll tell you, if you ask him, so that you can understand,
Just what freedom means to people who have known some other land.

 

The Common Joys

THESE joys are free to all who live
The rich and poor, the great and low:
The charms which kindness has to give,
The smiles which friendship may bestow,
The honor of a well-spent life,
The glory of a purpose true,
High courage in the stress of strife,
And peace when every task is through.

Nor class nor caste nor race nor creed,
Nor greater might can take away
The splendor of an honest deed.
Who nobly serves from day to day
Shall walk the road of life with pride,
With friends who recognize his worth,
For never are these joys denied
Unto the humblest man on earth.

Not all may rise to world-wide fame,
Not all may gather fortune’s gold,
Not all life’s luxuries may claim;
In differing ways success is told.
But all may know the peace of mind
Which comes from service brave and true;
The poorest man can still be kind,
And nobly live till life is through.

These joys abound for one and all:
The pride of fearing no man’s scorn,
Of standing firm, where others fall,
Of bearing well what must be borne.
He that shall do an honest deed
Shall win an honest deed’s rewards;
For these, no matter race or creed,
Life unto every man affords.

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)


De Noorse dichter en schrijver Tarjei Vesaas werd geboren in in Vinje, Telemark op 20 augustus 1897. Zie ook alle tags voor Tarjei Vesaas op dit blog.

A Freed Channel

A freed channel
opened out in the frozen heart.
The ice melted at a warm word
and the water lay still and black
with new breath.

Overhead the wires sang
in a daring tension
between unlike minds,
a wide arc
in the pale blue.

All sorts of cold fish
darted to and fro
and stared.
But the still black water waited
impatiently,
and the first boat also appeared
as if from itself,
its painting peeling from the sides
after the winter,
and the water and the boat spoke quietly
together
about life’s blissful moments.

Vertaald door Anthony Barnett

Tarjei Vesaas (20 augustus 1897 – 15 maart 1970)

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827. Zie ook alle tags voor Charles de Coster op dit blog.

 Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

“Mevrouw de la Coena hing om zijn hals een zwarten steen tegen het vergif, met eene gouden schaal, zoo groot als eene hazelnoot. Mevrouw de Chauffade bond aan een zijden draadje dat hem op de maag hing, eene schelp, wolfsmuil geheeten, voor de goede spijsvertering; messire van den Steen van Vlaanderen bood hem eene Gentsche worst aan, van vijf ellebogen lang en een halven dik, daarbij wenschte hij hoogstnederig aan Zijne Hoogheid dat hij, alleen op den reuk van de worst, dorst kreeg naar Gentschen klauwaart, mits al wie het bier eener stad lustte, sprak hij, de brouwers niet haten kon; messire schildknaap Jacob Christoffel van Castilië bad Zijne Hoogheid den Infant groenen jaspis aan zijne doorluchtige voetjes te willen dragen, opdat hij goed zou kunnen loopen. Jan de Paepe, de nar, die daar was, sprak toen:
– Messire, geef hem liever den horen van Josuah, bij wiens geschal al de steden voor hem zullen beginnen loopen, met kuip, met huizen, met inwoners, mannen, vrouwlieden en kinderen, om alles van plaats te verzetten. Want Zijne Hoogheid moet niet leeren loopen, maar wel de anderen doen loopen.
De bedrukte weduwe van Floris van Borsele, die heer van Veere, in Zeeland was, schonk aan Z.H. Philips eenen steen die de eigenschap had, naar zij zegde, de mannen verliefd en de vrouwen ontroostbaar te maken.
Maar de infant schreide zonder ophouden.
Uilenspiegel schreide ook, maar Klaas stak een wisschen klater met belletjes in de hand van zijn zoon, deed Uilenspiegel op zijne hand dansen en sprak: ‘Klingelingeling, hadt gij maar altijd belletjes op uw kaproen, mijn zoon, want de gekken zijn meester van de wereld’.
En Uilenspiegel lachte zijn vader toe.”

Charles de Coster (20 augustus 1827 – 7 mei 1879)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes

De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Maren Winter op dit blog.

Uit: Das Erbe des Puppenspielers

„Ihre Glieder waren von oben bis unten mit angetrocknetem Lehm bekleckst, man konnte die ursprüngliche Farbe ihrer Kleider nicht mehr erkennen, und aus der verfilzten Zottelmähne bröselte Staub. Das Gesicht war streifig verschmiert, aber ihre Augen glänzten wie polierte Kastanien. Ich stammelte etwas von “Küchenjunge”, und sie brach in Gelächter aus.
“Du Mickerling willst Küchenjunge sein?”, gluckste sie. “Ich heiße Gisela, und ich zeige dir lieber den Weg, sonst kommst du noch vor dem Essen unter die Hufe.”
Schon rannte sie los, und ich hastete hinter ihr her zu einem steinernen Nebengebäude. “Warte nur, in ein paar Wochen bist du fett wie Bertha.” Sie öffnete die Tür und schubste mich hinein.
Es duftete warm nach Suppe. Ein langer Tisch bestimmte das riesige Gewölbe. Hier wurden Fische geschuppt und Berge von Gemüse geschnitten.
An der Stirnseite stand der Koch, brummte Anweisungen und walkte kräftig den Teig. Seine Oberarme waberten dabei wie kalte Grütze. Ich überlegte, ob ich wohl zu ihm gehen und mich vorstellen musste. Doch da rollte aus dem dunstgeschwängerten Teil des Raumes eine Magd heran, ein mächtiges Weib, in dessen Busen man gewiss ersticken konnte. Das musste Bertha sein. Sie entdeckte mich und schob sich um den Tisch. “Wer ist das?”
“Mein Name ist Meginhard, der Meier hat gesagt, ich soll … ”
“He, Eigil!”, rief sie gellend. “Du bekommst Unterstützung. Der Bastard hier will dir das Wasser tragen.”

 
Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes”

Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes

De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Maren Winter op dit blog.

Uit: Das Lied des Glockenspielers

„Er war erst wenige Schritte balanciert, als der schleppende Tross ins Stocken geriet. Zurück konnte Liron nicht mehr, und das schwankende Laufbrett war viel zu schmal, um das Fass darauf abzusetzen. Soweit es ihm in der gebückten Haltung möglich war, hob er den Kopf und spähte an den anderen Männern vorbei zum Prahm hinüber.
Da stand er, der junge Thiedemann von Kortholt, in aufrechter Haltung, als ob er einem Maler Modell stehen würde. Seine Rechte ruhte auf dem Degen, in der Linken hielt er einen Federhut. Das dunkle Haar legte sich über einen Kragen aus kunstvoller Nadelspitze, Rock und Pluderhose glänzten schwarz, ebenso die Schuhe, welche mit großen, samtenen Schleifen geschmückt waren.
Schreiber und der Frachtherr scharwenzelten um ihn herum, während sich vor ihm ein Träger bemühte, den Deckel eines Fasses aufzuhebeln.
Warum, zum Teufel, hatte Thiedemann den Träger ausgerechnet an der engsten Stelle angehalten? Das Fass stand direkt vor der Planke. Sah er denn nicht, dass dem Nächsten der Weg versperrt war und die Männer mit den schweren Lasten auf dem Rücken warten mussten?
Natürlich sah er es. Sein Blick schweifte unablässig über die gebeugten Träger hinweg. Für seine Heringe weigte er weit weniger Interesse.
Lirons Vordermann schwankte. Auch seine eigenen Muskeln zitterten, und der Eisenring des Passes schnitt ihm in die Finger. Vorsichtig lehnte er sich weiter vor, um seinen Rücken zu entlasten.“

 
Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)
Lübeck, Altstadt en Marienkirche

Doorgaan met het lezen van “Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes”

Anneke Brassinga, Etgar Keret, Clemens Meyer, Arno Surminski, Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

Tedere nacht

Er komt een nacht
dat je liefhebt

niet wat mooi –
wat lelijk is.

Niet wat stijgt –
maar vallen moet.

Niet waar je helpen kan –
waar je hulpeloos bent.

Het is een tedere nacht
de nacht dat je liefhebt

wat liefde
niet redden kan.

 

Jongste dag

aarde is het plafond, vol bleke tastende
ranken. We waren ten slotte onder het gras
beland, om van hartstocht te verteren.

Hoor, hoe in den hogen grote koren blij opeens kwelen!
Stop met ijle vingers me de oren toe: wie
kan er boodschap hebben aan ons, die heimelijk

en traag in humus opgaan, zinnen strelend
van de diepste stof? Wij zullen opstaan
als gesteente, als een zee, een zwerfhond

of een wilde ui. Of als een zon
die bloedig alle zijnsgordijnen scheurend
ondergaat daarboven.

 

Verschiet te Rome

Ruïnes? Ik weet ze in mijn leven al.
Een weids terrein vol brokken, zelf gemaakt,
uit eigen grond gestampt. Maar avondgloed
te Rome, zachtvurige zonsravage regenboogbekroond
laat door geen glorieus verwoest bestaan
zich evenaren. Ik aanzie die wondere
ondergang, besef hoe mijne evenmin fataal
en keer op keer als voor het eerst zal zijn.

 
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

Doorgaan met het lezen van “Anneke Brassinga, Etgar Keret, Clemens Meyer, Arno Surminski, Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas”

Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

Uit: Crazy Glue

“She said, ‘Don’t touch that.’
‘What is it?’ I asked.
‘It’s glue,’ she said. ‘Special glue. The best kind.’
‘What did you buy it for?’
‘Because I need it,’ she said. ‘A lot of things around here need gluing.’
‘Nothing around here needs gluing,’ I said. ‘I wish I understood why you buy all this stuff.’
‘For the same reason I married you,’ she murmured. ‘To help pass the time.’
I didn’t want to fight, so I kept quiet, and so did she.
‘Is it any good, this glue?’ I asked. She showed me the picture on the box, with this guy hanging upside-down from the ceiling.
‘No glue can really make a person stick like that,’ I said. ‘They just took the picture upside-down. They must have put a lamp on the floor.’ I took the box from her and peered at it. ‘And there, look at the window. They didn’t even bother to hang the blinds the other way. They’re upside down, if he’s really standing on the ceiling.
Look,’ I said again, pointing to the window. She didn’t look.
‘It’s eight already,’ I said. ‘I’ve got to run.’ I picked up my briefcase and kissed her on the cheek. ‘I’ll be back pretty late. I’m working—’
‘Overtime,’ she said. ‘Yes, I know.’
I called Abby from the office.
‘I can’t make it today,’ I said. ‘I’ve got to get home early.’
‘Why?’ Abby asked. ‘Something happen?’
‘No … I mean, maybe. I think she suspects something.’
There was a long silence. I could hear Abby’s breathing on the other end.
‘I don’t see why you stay with her,’ she whispered. ‘You never do anything together. You don’t even fight. I’ll never understand it.’
There was a pause, and then she repeated, ‘I wish I understood.’
She was crying.“

 
Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

Doorgaan met het lezen van “Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes”

Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

 

Uit: The Nimrod Flipout: Stories (Vertaald door Miriam Shlesingeren Sondra Silverston)

 

“Surprised? Of course I was surprised. You go out with a girl. First date, second date, a restaurant here, a movie there, always just matinees. You start sleeping together, the sex is mind-blowing, and pretty soon theres feeling too. And then, one day, she shows up in tears, and you hug her and tell her to take it easy, everythings going to be OK, and she says she cant stand it anymore, she has this secret, not just a secret, something really awful, a curse, something shes been wanting to tell you from the beginning but she didnt have the guts. This thing, its been weighing her down, and now shes got to tell you, shes simply got to, but she knows that as soon as she does, youll leave her, and youll be absolutely right to leave her, too. And then she starts crying all over again.

I wont leave you, you tell her. I wont. I love you. You try to look concerned, but youre not. Not really. Or rather, if you are concerned, its about her crying, not about her secret. You know by now that these secrets that always make a woman fall to pieces are usually something along the lines of doing it with an animal, or a Mormon, or with someone who paid her for it. Im a whore, they always wind up saying. And you hug them and say, no youre not. Youre not. And if they dont stop crying all you can do is say shhh. Its something really terrible, she insists, as if shes picked up on how nonchalant you are about it, even though youve tried to hide it. In the pit of your stomach it may sound terrible, you tell her, but thats just acoustics. As soon as you let it out it wont seem anywhere near as bad youll see. And she almost believes you. She hesitates and then she asks: What if I told you that at night I turn into a heavy, hairy man, with no neck, with a gold ring on his pinkie, would you still love me? And you tell her of course you would. What else can you say? That you wouldnt? Shes just trying to test you, to see whether you love her unconditionally and youve always been a winner at tests.”

 

 

 

Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

Doorgaan met het lezen van “Etgar Keret, Maren Winter, Arno Surminski, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo”

Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Sylvie Richterova, Salvatore Quasimodo, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827.  Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008 en ook mijn blog van 20 augustus 2009 en ook mijn blog van 20 augustus 2010.

 

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

 

“- Daar, sprak Klaas, neem eerst die zeven duiten voor uwe moeite en heb geen vrees.

Als de twee vrouwen Lamme zagen, liepen zij naar hem toe, en beiden wilden hem slaan, de moeder omdat hij haar onrust aangedaan had en de zuster uit gewoonte.

Lamme verschool zich achter Klaas en riep:

– Ik heb zeven duiten verdiend, ik heb zeven duiten verdiend, slaat me niet.

Doch de moeder kuste en zoende hem reeds, terwijl het meisje Lamme’s handen wilde openwringen, om hem zijn geld af te nemen. Maar Lamme schreeuwde:

– ’t Is ’t mijne, ge zult het niet hebben… ’t Is ’t mijne!

En hij balde de vuisten.

Doch Klaas trok de kleine meid geducht bij de ooren en sprak:

– Als het U nog voorvalt leed te doen aan uw broer, die goed en zacht is als een lammeken, steek ik U in een donker koolkot, en daar zal ik U niet meer bij de ooren trekken, maar de roode duivel uit de hel; hij zal U aan stukken trekken met zijne groote klauwen en zijne tanden, die op vorken gelijken.

Op die woorden dorst de meid Klaas niet meer bezien, of haren broeder niet meer naderen; zij ging zich achter de rokken harer moeder verbergen. Doch, als zij in de stad kwam, ging zij overal huilen:

– De kooldrager heeft mij geslagen; hij heeft een duivel in zijnen kelder.

Nochtans dorst zij Lamme niet meer slaan; doch als zij groot was, deed zij hem haar werk doen. En de goede sul gehoorzaamde gewillig.

Onderweg had Klaas zijne vangst verkocht aan een pachter, die een lekkerbek was. Als hij weer t’huis kwam, zegde hij tot Soetkin:

– Zie, dat heb ik gevonden in den buik van vier snoeken, van negen karpers en in eene volle ben paling.”

 

 

Charles de Coster (20 augustus 1827 – 7 mei 1879)
Uilenspiegel, beeldje in Alverna (Wijchen, Gld)

Doorgaan met het lezen van “Charles de Coster, Tarjei Vesaas, Sylvie Richterova, Salvatore Quasimodo, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann”

Arno Surminski, Ernst-Jürgen Dreyer, Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Salvatore Quasimodo, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann, Tarjei Vesaas, Sylvie Richterová

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: Amanda oder Ein amerikanischer Frühling

„SIE HATTE IHM den Fensterplatz zugewiesen, zwischen ihnen lag die Krücke, ein Stück schwarzes Ebenholz mit goldverziertem Knauf.

Ich habe schon alles gesehen, erklärte sie und erzählte von ihrem ersten Flug mit einer »Superconstellation« vor fünfunddreißig Jahren. Stundenlang saß ich am Fenster und zählte Schiffe. Wir sahen siebenunddreißig Dampfer, bevor wir vor Neufundland in den Nebel gerieten.

Mit geschlossenen Augen saß sie neben ihm. Ab und zu zuckten ihre Lider, er hatte das Gefühl, sie beobachte ihn. Er vertiefte sich in die PanAm-Safety-Informationen, die so furchtbare Dinge wie das Aufblasen von Schwimmwesten und den Gebrauch der Notrutschen schilderten. Über den Rand des Papiers hinweg sah er ihre überpuderten Krähenfüße, die braunen Flecken auf den vertrockneten Händen und die hervortretenden blauen Adern. Amanda hatte einen Adligen geheiratet, seitdem besaß sie blaues Blut. War Vegesack nicht ein Vorort von Bremen?

Auch im Flugzeug trug sie ihr Hütchen. Die Goldkette schien zu schwer für den zarten Hals, ein mit Steinen besetzter Ring hob sich vorteilhaft vom Schwarz der Krücke ab. Im Central Park in New York werden sie dir die Kette vom Hals reißen und den Finger samt Ring abschneiden, dachte er und

versuchte sich vorzustellen, wie die zierliche Person vor fünfzig Jahren ausgesehen haben mochte: Bubikopf, Rehaugen, Grübchen im Gesicht, ein sehr kleiner Mund. Sicherlich eine Schönheit, nach der sich die Männer in Berlin, Hamburg, München, Paris und New York umschauten. Etwas Geheimnisvolles umgab die kleine Frau; die wenigen Stunden bis New York würden nicht ausreichen, um das Geheimnis zu lüften.

Eine Viertelstunde lang fiel kein Wort, nur das Flugzeug dröhnte und die Stewardessen flüsterten. Amanda kommentierte die ungewöhnliche Stille später mit den Worten: Durch Schweigen hat sich noch keiner um Kopf und Kragen geredet“

surminski

Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

 

De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: Das Lied des Glockenspielers

„Wenn Liron Dulzian zuhörte, wurde alle Welt gesprächig.
Dabei versuchte er gar nicht, sein Gegenüber zum Reden zu bewegen, er zeigte weder überzogenes Interesse, noch fragte er besonders häufig nach.
Er hörte einfach nur zu, so auch dem Dreimaster
Engel, der an einem nasskalten Februarmorgen 1665 im Hafen zu Lübeck vor Anker lag. Vom Knattern der Flagge angefangen bis hin zum Schlagen der Takelage hatte der Tonfall der Galeone etwas Gereiztes. Es brauste in den gerefften Tuchen, der Rumpf knurrte, sogar die Masten reckten sich in den eisigen Wind und raunten von widriger Fahrt.
All das vernahm Liron noch tief unter Deck, etwas gedämpft und verwoben mit dem Murmeln der Trave. Kräuselwellen schwappten gegen die Steuerbordplanken, während sich Backbord das Wasser zwischen Schiffsrumpf und Steg in Strudeln verschluckte. Er selbst war nur ein einziges Mal mit einem Schiff gereist, von Dassow über die Trave hierher nach Lübeck. Und keinen Moment war das offene Meer zu sehen gewesen.
Im gewohnten Tempo ging er in die Hocke und wuchtete sich das Heringsfass auf den Rücken. Zum hundertsten Mal folgte er dem Keuchen seines Vordermannes, dem dumpfen Trampeln auf den Bohlen, dann dem hohleren Klang der Schritte auf der Stiege.
Liron liebte den Moment, wenn er mit dem Kopf aus der Schiffsluke tauchte und das Spektakel von Hafen und Stadt plötzlich wieder klar von allen Seiten auf ihn einstürmte.
„He Dulzian“, rief Eggert ihm von hinten zu. „Pass auf, wenn du hinuntergehst, Kortholt kontrolliert. Meint wohl, seine Fässer könnten Beine bekommen.“
„Schön wär’s“, gab Liron zurück.
Eggert lachte. Dieses volle Lachen aus den Tiefen seines massigen Leibes hatte Liron vor ein paar Wochen bewogen, Zimmer und Miete mit dem Hünen zu teilen.“

 winter.jpg

Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)
Boekomslag

 

De Duitse schrijver, dichter, vertaler en muziekwetenschapper Ernst-Jürgen Dreyer werd geboren op 20 augustus 1934 in Oschatz in Saksen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Rechtschreibung

Hunderte Tonnen Fisch
vergiftende Photoselene,
hunderte Tonnen Krebs
erzeugende Nitrobenzene,

gefüllt in das grüne Glas
klar sprudelndes Wasser der Seine,
verdanken wir einer Hand
voll Wirtschaftskapitäne.

Und schwimmen auch hier zu Land
vieltausend lecke Tonnen Schrott
versenkende Riesensärge –

dein Wasserglas, hebs aus dem Sand
und leere es auf die Welt und Gott
vergessenen Riesenzwerge.

 

dreyer

Ernst-Jürgen Dreyer (Oschatz, 20 augustus 1934)
Oschatz

 

De Engelse dichter Edgar Albert Guest werd geboren op 20 augustus 1881 in Birmingham, Engeland. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2006 en ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008 en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

A Father’s Prayer

Lord, make me tolerant and wise;
Incline my ears to hear him through;
Let him not stand with downcast eyes,
Fearing to trust me and be true.
Instruct me so that I may know
The way my son and I should go.

When he shall err, as once did I,
Or boyhood folly bids him stray,
Let me not into anger fly
And drive the good in him away.
Teach me to win his trust, that he
Shall keep no secret hid from me.

Lord, strengthen me that I may be .
A fit example for my son.
Grant he may never hear or see
A shameful deed that I have done.
However sorely I am tried,
Let me not undermine his pride.

In spite of years and temples gray,
Still let my spirit beat with joy;
Teach me to share in all his play
And be a comrade with my boy.
Wherever we may chance to be,
Let him find happiness with me.

Lord, as his father, now I pray
For manhood’s strength and counsel wise;
Let me deal justly, day by day,
In all that fatherhood implies.
To be his father, keep me fit;
Let me not play the hypocrite!

guest

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008 en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

“Klaas kwam aan de Brugsche vaart, niet verre van de zee. Daar stak hij het aas aan zijne hengelroede, wierp uit en liet ook zijn net in ’t water zinken. Op den overkant der vaart lag een netgekleede knaap vast te slapen, op eene mosselbank.

Op het gerucht dat Klaas maakte, werd de jongen wakker en wilde hij wegvluchten, hij dacht dat het een serjant der naburige gemeente was, die kwam om hem te pakken en naar het Steen te brengen, voor landlooperij.

Doch hij had geen schrik meer als hij Klaas herkende en deze hem toeriep:

– Wilt gij zes duiten verdienen? Ja?… Jaag dan de visch langs hier.

Op die woorden ging het knaapje, dat reeds een kleine dikzak was, het water in; hij trok er eenige lischbladeren, vatte die samen tot een bundel en joeg er meê de visch naar Klaas.

Als de vangst gedaan was, trok Klaas net en lijn uit ’t water, daarna ging hij over de sluis, tot bij het knaapje.

– Gij zijt het, zegde hij, die Lamme heet bij uw doopnaam, en Goedzak ter wille van uw zachtaardig karakter, en bachten Onze-Lieve-Vrouwekerk, in de Reigerstraat woont. Hoe komt het dat gij, zoo jong en zoo netgekleed, onder den blooten hemel slaapt?

– Laas! baas kooldrager, antwoordde het jongentje, ik heb t’huis eene zuster die een jaar jonger is dan ik en mij troef geeft bij den minsten twist. Maar op haren rug durf ik mijne weerwraak niet nemen, want ik zou haar zeer doen, baas. Gisteravond, onder het eten, wischte ik met de vingers eene teil uit, waarin ossenvleesch met boonen geweest was, en zij wou er heur deel van hebben. Daar was niet eens genoeg voor mij, baas. Als ze mij zag likkebaarden om den goeden smaak der saus, werd ze als razend en sloeg ze mij met de volle hand zóó in ’t gezicht, dat ik heel gekneusd het huis uitgeloopen ben.

Klaas vroeg hem wat zijn vader en zijne moeder zeiden, terwijl hij zoo geslagen werd.

Lamme Goedzak antwoordde:

– Vader stompte mij op den rechterschouder en moeder klopte mij op den andere, roepende: ‘Verweer u, laffe Lamme’. Maar ik wilde geen meisje slaan en daarom ben ik weggeloopen.

Eensklaps verbleekte Lamme en begon hij te beven als een riet.

En Klaas zag eene lange vrouw afkomen, met een mager meisje naast zich, dat er barsch uitzag.

– Ah! zuchtte Lamme, terwijl hij Klaas bij zijne broek vastgreep, daar komen moeder en zuster mij halen. Bescherm mij toch, baas kooldrager.”

coster

Charles de Coster (20 augustus 1827 – 7 mei 1879)
Uilenspiegel, kunstwerk in Damme

 

De Italiaanse dichter en criticus Salvatore Quasimodo werd geboren op 20 augustus 1901 in Modica op Sicilië. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2006. en ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2008. en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Wind at Tindari

Tindari, I know you
mild between broad hills, overhanging the waters
of the god’s sweet islands.
Today, you confront me
and break into my heart.

I climb airy peaks, precipices,
following the wind in the pines,
and the crowd of them, lightly accompanying me,
fly off into the air,
wave of love and sound,
and you take me to you,
you from whom I wrongly drew
evil, and fear of silence, shadow,
– refuge of sweetness, once certain –
and death of spirit.

It is unknown to you, that country
where each day I go down deep
to nourish secret syllables.
A different light strips you, behind the windows
clothed in night,
and another joy than mine
lies against you.

Exile is harsh
and the search, for harmony, that ended in you
changes today
to a precocious anxiousness for death,
and every love is a shield against sadness,
a silent stair in the gloom,
where you station me
to break my bitter bread.

Return, serene Tindari,
stir me, sweet friend,
to raise myself to the sky from the rock,
so that I might shape fear, for those who do not know
what deep wind has searched me.

quasimodo

Salvatore Quasimodo (20 augustus 1901 – 14 juni 1968)
Buste van Giuseppe La Bruna

 

De Poolse schrijver Bolesław Prus (eig. Aleksander Glowacki) werd geboren in Hrubieszów, Lublin, op 20 augustus 1847. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007 en ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: The Pharaoh and the Priest (Vertaald door Christopher Kasparek)

“They not only performed the minute ceremonies of religion for the gods and the pharaohs, but they healed the sick as physicians, they influenced the course of public works as engineers, and also politics as astrologers, but above all they knew their own country and its neighbors.

In Egyptian history the first place is occupied by the relations which existed between the priests and the pharaohs. Most frequently the pharaoh laid rich offerings before the gods and built temples. Then he lived long, and his name, with his images cut out on monuments, passed from generation to generation, full of glory. But many pharaohs reigned for a short period only, and of some not merely the deeds, but the names disappeared from record. A couple of times it happened that a dynasty fell, and straightway the cap of the pharaohs, encircled with a serpent, was taken by a priest.”

prus

Bolesław Prus (20 augustus 1847 – 19 mei 1912)
Standbeeld in Warschau

 

De Nederlandse schrijver Menno Lievers werd geboren op 20 augustus 1959 in Oosterwolde. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: Dat is waar

„In ons land regent het altijd, er zijn tenminste altijd; wolken, ook waait het altijd en toch komt het voor, een paar dagen per jaar, dat het zo warm is, dat de vogels in het laatste beetje water in de dakgoot hun vleugels spreiden om verkoeling te zoeken. Gisteren was zo’n dag.
Alle ramen had ik thuis tegen elkaar opengezet, maar geen zuchtje wind kwam er. De ventilator blies alleen maar hete lucht in mijn gezicht. Voor mijn werkkamer, in de rivier, was het een vrolijke boel. Het leek wel of iedereen zich in het water had laten zakken.
Achterin een oude rommelkast had ik nog een korte broek liggen en een paar sandalen. Ik wrong mijzelf erin, het laatste knoopje van de broek ging niet meer dicht, maar met een riem kon ik de broek nog hooghouden.
Ik liep door de achtertuin naar het water en ging op een grote zware biels zitten, die in de schaduw van een rode beuk lag, deed de sandalen uit en liet mijn voeten i het water bengelen. Om mij heen zwommen kinderen in het water, voeren bootjes af en aan en doken anderen van surfplanken af. Wat een vrolijk festijn!
Voor mij verschenen opeens Bas en Elsemiek in een rubberbootje. Elsemiek had het goed voor elkaar. Ze hing lui achterover met haar voeten in het water, terwijl Bas voorzichtig aan het roeien was.
Het was geen dag om nu eens in een verhit gesprek te raken, het was al warm genoeg, dus ik deed geen moeite om hun aandacht te trekken. ‘Laat ze maar lekker varen,’ zei ik tot mijzelf.“

lievers

Menno Lievers (Oosterwolde, 20 augustus 1959)

 

De Russische schrijver Vasili Pavlovitsj Aksjonov werd geboren in Kazan op 20 augustus 1932. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: The New Sweet Style

„The customs specialist reads faces, gestures, any movement. The potential violator is always spotted from a long way off. For example, the balding, finely featured head. An individual difficult to put in a category. The shoulders were twitching strangely–too much, somehow. A drug smuggler doesn’t give little jumps like that. Let the head and ears go by, or check him out? It’s always a toss-up. “Please open your suitcase,” he asked politely, and added: “sir.” The individual thrusts a piece of paper at him: “Declaration! Declaration!” Doesn’t even understand English! Jim Corbett makes a gesture: a sharp turn of the wrists followed by an elegantly proportioned raising of the palms. “If you don’t mind, sir.”
There is nothing attractive, but nothing particularly repulsive either, in the suitcase. Among perspiration-stained shirts is a book in an old binding, embossed with a large gold D. Obviously no false bottom. Corbett glances in the passport: you don’t get many of them, these Soviets. “Got any vodka?” the officer jokes. “Only in here,” the new arrival jokes in reply, tapping himself on the forehead. Great guy–Corbett laughs to himself–it’d be nice to sit with him at Tony’s.
A Russian must carry a lot of interesting stuff around inside, Corbett went on thinking for several minutes, allowing potential violators to pass without a check. A country of exceptional order, everything under control, no homosexuality–how do they manage it?
Meanwhile, Alexander Korbach was making his way in a crowd toward the entrance to a yawning tunnel, at the other end of which, in fact, the land of freedom began. A body that has just flown across an ocean might not yet be at full strength. Maybe the astral threads, all of these chakras, idas, pingalas, kundalinis, had to reassemble themselves into their natural order after having been transported at a speed so unnatural to human creatures, he mused with a melancholy chuckle. The shuffling of feet doesn’t mean anything yet–it’s just the movement of indistinguishable mechanisms wanting to end up in America. It takes time for old passions to rekindle.“

Aksjonov

Vasili Aksjonov (20 augustus 1932 – 6 juli 2009)

 

De Amerikaanse schrijfster Jacqueline Susann werd geboren op 20 augustus 1918 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: Shadow of the Dolls

“Prologue, 1987.
Whatever happened to Anne Welles? people used to ask.
It was a parlor game played at parties, after the dishes were cleared and the fresh bottle of vodka came out, after everyone had drunk too much but no one wanted to go home yet. Whatever happened to that sitcom star who got arrested for carrying the gun onto the airplane? Whatever happened to that rock-and-roll singer who married the swimsuit model? Whatever happened to that talk-show host, that child actress, that overweight comedian? And, Whatever happened to Anne Welles?
No one ever had to ask what happened to Neely O’Hara.
Everyone knew. She was still in the tabloids at least once a month.
The pictures were always the same: Neely caught off-guard, looking grim and puffy in her signature oversize dark blue sunglasses, wearing a thousand-dollar designer version of sweatshirt and track pants, her hair tucked up into a baseball cap, her hands covered with jewelry.
The headlines screamed from supermarket checkout stands: Neely O’Hara hires live-in psychic after third marriage fails! Neely and Liz make bizarre rehab pact! Neely O’Hara threatens suicide after record-company lawsuit! Neely O’Hara’s Comeback Diet!
But whatever happened to Anne Welles?
Women recalled her Gillian Girl commercials almost word for word. They could recite the names of the products they had bought because of her. Candlelight Beige lipstick. Summersong perfume. Forever Roses nail polish.”

susann

Jacqueline Susann (20 augustus 1918 – 21 september 1974)

 

De Noorse dichter en schrijver Tarjei Vesaas werd geboren in in Vinje, Telemark op 20 augustus 1897. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2009.

Uit: The Ice Palace (Vertaald door Elisabeth Rokkan)

“Is anything the matter ?” she asked.
“Yes. Things aren’t the same as they used to be yet,” he replied, looking her straight in the eyes.
She felt a desire to touch him, or rather that he would do something of the sort. Neither made any move.
“No, it’s not the same as it used to be,” said Siss, more unwillingly than her expression warranted. “And you surely know why.”
“It can be as it used to be,” he said obstinately.
“Are you so sure ?”
“No, but it can be as it used to be just the same.”
She was glad he had said it, and yet …

(…)

 

A Dream of Snow-Covered Bridges

As we stand the snow falls thicker.
Your sleeve turns white.
My sleeve turns white.
They move between us like
snow-covered bridges.

But snow-covered bridges are frozen.
In here is living warmth.
Your arm is warm beneath the snow, and
a welcome weight on mine.

It snows and snows
upon silent bridges.
Bridges unknown to all.

 vesaas

Tarjei Vesaas (20 augustus 1897 – 15 maart 1970)

 

De Tsjechische schrijfster Sylvie Richterová werd geboren op 20 augustus 1945 in Brno. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.
Uit: Retours et autres pertes (Vertaald door Nathalie Zanello)

“Mon intention première était d’écrire un livre sur ma mère. Non, à vrai dire, ma toute première intention était de devenir romancier (et non romancière). Seulement, maman me refusa toujours l’espoir de pouvoir devenir un jour écrivain. Elle me conseillait plutôt de choisir un mari écrivain ou critique littéraire, qui m’introduirait au moins dans le milieu…”

(…)

 “Je me glissai jusqu’à ma place, se souvient-elle, et essayai de me pétrifier, en vitesse, comme les autres. Je levai les yeux à l’oblique, là où mes camarades pointaient leur regard, et j’aperçus un bandeau noir autour du portrait de Staline. Un horrible pressentiment me fit frissonner, les dernières notes de musique retentirent et nous, nous restions toujours debout. Puis une voix s’éleva du haut-parleur de la radio scolaire: “Josef Vissarionovic Staline est mort.” Je ne compris pas la suite, mais c’était terrible et injuste.”

Richterová

Sylvie Richterová (Brno, 20 augustus 1945)

Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann, Tarjei Vesaas

De Poolse schrijver Bolesław Prus (eig. Aleksander Glowacki) werd geboren in Hrubieszów, Lublin, op 20 augustus 1847. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

Uit: Die Weste (Vertaald door Karl Dedecius e. a)

”Manche Menschen haben einen Hang zum Sammeln von mehr oder minder kostbaren Kuriositäten, je nach ihren Mitteln. Auch  ich besitze  eine kleine, aber, wie gewöhnlich zu Anfang, bescheidene Sammlung.
Da ist mein Drama, das ich noch während der Gymnasialzeit in den Lateinstunden geschrieben habe. Da sind ein paar vertrocknete Blumen, die durch neue ersetzt werden müßten, da ist…
Ich glaube, weiter habe ich nichts, außer einer sehr alten und abgetragenen Weste.
Hier haben wir sie. Das Vorderteil ist verschlossen, der Rücken zerschlissen. Viele Flecken sind darin, Knöpfe fehlen, im vorderen Rand ist ein Loch, sicherlich mit einer Zigarette hineingebrannt. Aber das Merkwürdigste an ihr sind die Schnallen. Der Schnallenhalter ist gekürzt und bestimmt nicht von einem Schneider an die Weste genäht, und die andere Hälfte, der Riegel, ist fast in ganzer Länge von den Zähnchen der Schnalle zerstochen.
Wenn man das sieht, ahnt man sofort, daß der Eigentümer dieses Kleidungsstücks wahrscheinlich von Tag zu Tag magerer geworden ist und schließlich jenen Punkt erreicht hat, wo die Weste aufhört, unentbehrlich zu sein, und statt dessen ein bis zum Hals zugeknöpfter Frack vom Bestattungsinstitut sich als weitaus notwendiger erweist.”

 

prus

Bolesław Prus (20 augustus 1847 – 19 mei 1912)

 

 

De Nederlandse schrijver Menno Lievers werd geboren op 20 augustus 1959 in Oosterwolde. Lievers studeerde geneeskunde en filosofie te Leiden. Na zijn artsexamen woonde hij in Oxford, waar hij promoveerde op het proefschrift Knowledge of Meaning. Lievers is docent taalfilosofie en filosofie van de geest aan de Universiteit Utrecht en medewerker van NRC Handelsblad, sinds 2001 is hij redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor. Samen met Ferdi Oyen publiceerde hij in 2003 een medische thriller, De dokter, de dood en zijn minnares. Datzelfde jaar verscheen ook Mens-Machine, een leerboek over filosofie van de geest voor middelbare scholieren. Daarna verscheen Dat is waar (2004), een fraai door Tjalling Houkema geïllustreerde systematische inleiding in het filosoferen voor kinderen. In 2009 publiceert hij zijn debuutroman De val van Hippopcrates.

 

Uit: Dat is waar

 

“Ik lag net op de bank en ik hoorde heel duidelijk een getik hier vandaan komen.” Ik wees op de onderkant van het raam, vlakbij de dakgoot. “Jij zegt nu dat je het niet hebt gedaan, en jij bent geen jokkebrok, dus dat geluid moet wel door iemand anders veroorzaakt zijn.”

“Of niet”, zei Elsemiek vrolijk.

Ik keek haar even aan en streek mijn hand over min gezicht. “Of niet. Daar kon je wel eens gelijk in hebben. Maar hoe zit het dan?”

“Dan heb je het verzonnen, dan zit het alleen maar in je hoofd”, zei Elsemiek.

“Maar hoe dan? Ik hoorde het toch echt.” Ik knipte in mijn vingers. “Hoorde je dat?”

“Ja, je knipt in je vingers.”

“Maar waar is dat geluid nu? Hoe weet jij zeker dat je geknip van vingers gehoord hebt?”

Elsemiek dacht even na. “Omdat ik me dat herinner.”

“Ja, maar ik herinnerde mij dat getik op die ruit ook en nu zeg jij me dat ik het verzonnen heb. Wie heeft nu gelijk?”

Ze haalde haar schouders op en begon met haar onder
benen heen en weer te slingeren. Buiten begon het te schemeren.

 

(Uit ‘Dat is waar, een leesboek voor wie denkt dat hij niet denken kan’)“

 

lievers

Menno Lievers (Oosterwolde, 20 augustus 1959)

 

 De Russische schrijver Vasili Pavlovitsj Aksjonov werd geboren in Kazan op 20 augustus 1932.

 

Aksjonov was de zoon van de schrijfster Jevgenija Ginsburg, die in 1937 het slachtoffer was geworden van de zuiveringsacties van Stalin. Aksjonov studeerde medicijnen en legde zich nadien toe op het schrijven van romans. Hij maakte deel uit van een groep schrijvers die opkwam tijdens de ‘dooi’ na de dood van Stalin in 1953. Hij beschreef in zijn werken zijn Russische jeugd en zijn zoektocht naar lichamelijke en geestelijke bevrijding uit het carcas van de donkere USSR. In de jaren 70 kwam er een eind aan de periode van betrekkelijke vrijheid en werd zijn werk en dat van anderen verboden. In 1980 werd hem de Russische nationaliteit ontnomen en werd Aksjonov op een vliegtuig naar het buitenland gezet. Hij ging naar Washington, waar hij letterkunde doceerde zonder zich echter uit te geven als dissident. In 1989 keerde hij naar Rusland terug en publiceerde hij Generaties van de Winter, waarin hij het tragische en bijwijlen burleske leven beschrijft van een doktersgezin uit de tijd van Stalin. Hij schreef ook Novy sladostny stil (De nieuwe zachte stijl), Volterjantsy i volterjanki (Als Voltaire), Apelsiny iz Marokko (Sinaasappelen uit Marokko). Aksjonov overleed op 6 juli van dit jaar.

 

Uit: The New Sweet Style

 

“On August 10, 1982, Alexander Zakharovich Korbach set foot on American soil for the first time. As he was standing in the massive queue at passport control in the Pan Am terminal, the date kept buzzing in his head: there was some further meaning in it. It was only once he was past the checkpoint and alongside the baggage carousel that it came to him: it was his birthday! Every year on this date, he “turned” something, and just now again he had “turned” something: forty-two, was it? No, forty-three. If he had thought a year ago in the Crimea that in a year he would “celebrate” his birthday in a New York airport! August 10, 1982. Forty-three years old—head hurts from last night—an H-1 visa—fifteen hundred dollars and three thousand francs in my pocket, I don’t feel anything but a “simoom of sensations.” His first encounter on American soil happened to be a pleasant, if not a liberating, one. Suddenly, his suitcase arrived, among the first ones—came leaping out of the netherworld, displaying a strange agility, not to say excessive familiarity. Looking at the suitcase, Alexander, a man with a penchant for inadequate reflections about insignificant things, thought: Why, here it is, this battered little suitcase, and it’s somehow endearing. The heart of the matter, after all, as it turned out, was this: someone killed a large animal somewhere, they made a case out of the hide in Latvia, and now everything “beastly” about it has vanished, and the suitcase has been transformed into an object of nostalgia.

The case went by, collided with a Hindu bundle, and fell over on its side. The next time around Korbach snatched his belongings from among the other bags and took his place in the line for customs inspection.

Customs Officer Jim Corbett was eyeing him from atop a high stool. While it is impossible to examine all the junk coming into the USA, there does exist a system of selective checking, which the professionals have mastered.“

 

vasily_aksyonov

Vasili Aksjonov (20 augustus 1932 – 6 juli 2009)

 

De Amerikaanse schrijfster Jacqueline Susann werd geboren op 20 augustus 1918 in Philadelphia, Pennsylvania. Na een loopbaan als actrice en schrijfster van commercials lukte het haar in 1966 haar roman Valley of the Dolls gepubliceerd te krijgen. Het boek werd meteen een bestseller en brak met meer dan 30 miljoen exemplaren alle verkooprecords. Er volgde een film en een tv-serie.

 

Uit: Valley of the Dolls

 

“It was a typical Helen Lawson opening. All the right people were in the audience,

waiting to cheer her, to welcome home the Queen. The applause had been deafening

on her entrance, but after ten minutes the air was heavy with ‘flop sweat.’ Kevin had

felt a surge of hope as Neely sat on the edge of her seat, mentally taking every bow

with Helen. But his hopes were dashed when Neely whispered, ‘I thought she was

old when I first met her. Geez, she was a kid in comparison.’

Kevin had to admit Neely was right. Helen was no longer skirting middle age; she

was middle-aged. She had put on a good deal of weight. But her legs were still good,

and she still tossed her long mane of black hair.

‘Boy, has she been dipping into the dye pots,’ Neely whispered. ‘I like black hair, but

she must be kidding with that color. It’s ebony.’

‘She should use Gillian’s color black,’ Kevin commented.

‘Gives a more natural look.’

‘Nothing could help her,’ Neely hissed. ‘And now she hasn’t even got a good script

going for her. Why did she ever take this show? She’s got loads of dough.’

‘What else is she going to do?’ Kevin said carefully. ‘An actress is only alive when

she’s on stage.’

‘Eh!’ Neely waved him aside. ‘That’s an old cliché.’

‘It’s just started,’ Anne whispered. ‘It might get better.’

‘It’s a flop. I can smell it,’ Neely answered.”

 

Jacqueline_Susann

Jacqueline Susann (20 augustus 1918 – 21 september 1974)

 

De Noorse dichter en schrijver Tarjei Vesaas werd geboren in in Vinje, Telemark op 20 augustus 1897. Vesaas schreef in het nynorsk, één van Noorwegens officiële talen. In 1934 brak hij door met de roman Det store spelet. Hij is het meest bekend geworden door zijn romans Fuglane (1957) en Is-slottet (1963). De laatste twee zijn ook in het Nederlands vertaald.

 

 

WHERE THE FLAME WAS BURNING

 

By the long grey road

there is ash after a fire gone out

and signs of departure

in dust and heat.

 

That is all.

But the flame that burned

in the circle of the travellers

whirled only before the eye

in unextinguished longing.

 

They were travelling for a dream

and could give all,

and must go on in their searchings

and their unease,

and the bonfire burned on

in every edge of sight,

whilst new searchers dug in the ashes

and in the ground under the ashes,

and it is dream

that is happiness

for those journeying.

 

 

Vertaald door Eric Dickens

 

vesaas

Tarjei Vesaas (20 augustus 1897 – 15 maart 1970)

 

De Tsjechische schrijfster Sylvie Richterová werd geboren op 20 augustus 1945 in Brno. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.