Dimitri Verhulst, Stephan Reich

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: De pruimenpluk

“Oefening die ik somtijds maak: mijn ogen sluiten en slenteren door het ouderlijk huis dat waarschijnlijk niet meer bestaat, of anders onherkenbaar is verbouwd zoals ik mezelf soms vanbinnen helemaal zou willen verbouwen. De kleur van het (afwasbare) behang oproepen, de motiefjes ervan, waarvan men zich afvraagt hoe ze in godesnaam ooit modieus kunnen zijn geweest. De geur van vocht in elke kamer. De geur in de woonkamer, sterk bepaald door het krantenpapier op de bodem van de vogelkooi waarin de sappen van talloze kanariekakjes waren gedrongen, vermengd met zaadjes. Onze kanarie (ik zou mijn moeder kunnen citeren, ik zou bijna al mijn vergane liefdes kunnen citeren) at zaden zoals ik chips, zodat er meer op de grond lag dan er in het eetgat was gegaan.
Weet ik nog elke lichtschakelaar staan? Ja!
In alle huizen die ik heb bewoond, in ieder appartement van elke vrouw bij wie ik introk, ook deze die het zo lang met me uithielden dat ik nog lang niet al mijn dozen had uitgepakt toen ik alweer op zoek mocht naar een ander onderdak, weet ik nog de lichtschakelaars staan, allemaal. Elke nacht nog zou ik er dronken kunnen thuiskomen en het bed zien te halen zonder dat ook maar één vaas aan diggelen gaat. Mijn ruimtelijk geheugen is feilloos: ik stoot aan niets een teen, na mijn doortocht door de gangen hangen alle schilderijen steeds nog waterpas. Het geheugen van een blindschaker.
Maar misschien ook niet. Niet het verstand namelijk – het lichaam zélf herinnert zich. Uit het hoofd zou ik nooit kunnen zeggen hoeveel trappen de woning telde waar ik m’n veertigste verjaardag vierde, maar mijn benen weten het. Zeer precies. En zij zouden mij opnieuw en veilig naar boven loodsen in het donker. Mijn voeten voelen een half centennium na datum de kou na van de vloer in het huis van mijn grootmoeder, op weg naar het veel te verre toilet in de nacht. En mijn beenspieren herinneren zich haarscherp hoeveel kracht ze moesten zetten om mij als kleine koter zo hoog te laten springen opdat ik, eindelijk, eindelijk, de deurbel kon raken.
Ik geloof dat zulks geluk was: het moment waarop ik voor het eerst de deurbel haalde. Een gedachte, geformuleerd wanneer ik eraan begonnen ben vooral nog dingen voor het laatst te doen.
Talrijk al waren de huizen die ik kon bezoeken in mijn herinnering, de zomer waarin ik de Dictionnaire français las, van a tot z, van a tot zythum. Alles bij elkaar een hele straat vol. Ouderlijke huizen, internaten, de huizen en vakantiehuizen van tantes die op me pasten, de zolderkamers aan het begin van mijn volwassendom, koterijen, appartementen waar je de stoelgang van de bovenburen naar beneden hoorde kletteren en de kreten van de afgeroste onderbuurvrouw uitgeschreeuwd, waar je als het ware haar kaakbeen hoorde kraken tegen de gebalde vuist, en gaandeweg de betere burgerhuizen die ik mij onverhoopt veroorloven kon, met tuintjes waar je meer werk dan genot aan had.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel.Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

in de hoeken van de slaap
verzet zich de geometrie
bijna als dropen de muren
op de grond groeien de ledematen
vanuit het gebouw, vanuit de droom
hoort men
het zwijgen, zware ademhaling
in onrustige slagen tegen de klok
(maar heel weinigen slapen zich zelf)
& op het dak is groenachtig
trillen de dakspanten
ontgroeien reeds hun vorm
wordt de ruit te strak
om de nek
& te werkelijk, waarachtig
een huis, een huid
van vier graden, tien hoeken, een tweede gezicht

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2018.

Khalid Boudou, Stephan Reich

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Iedereen krijgt klappen

“Iedereen krijgt een keer klappen. Vroeg of laat. Of je nu goed doet of fout. Dat is wat mijn trainer Mickey vaak tegen me zei. En het is nog waar ook, weet ik nu. Met een beetje geluk heb je mensen om je heen die op je letten, die wat klappen voor je kunnen opvangen. Zo niet, dan moet je goed kunnen incasseren of hard terug kunnen slaan. Ik heb zelf al heel vroeg klappen moeten opvangen.
Niet dat ik meteen stoer wil doen, zeker niet. Maar ik heb ook veel klappen uitgedeeld. Zeker in de tijd dat ik nog twee harde vuisten had. Maar soms is terugslaan niet genoeg. Zoals trainer Mickey ook zei: ‘Je kunt wel een paraplu dragen als het regent, maar als het ook nog hard gaat waaien, heb je daar niet genoeg aan. Wees dus op alles voorbereid. Op alles!’
Ik ben nu op een boerderij in Frankrijk. Ik ga niet zeggen waar precies. Ik kijk wel uit. Wat ik wel kan zeggen, is dat ik in een gammele caravan woon. Als je die holle zwabberbak op wielen ziet, lig je echt dubbel van het lachen. Het is zo’n Bassie-en-Adriaanding. Hij is geel en bruin geverfd. Het dak lekt. Het raam lekt. De kraan lekt. De wc lekt. Alles lekt. De bekleding van de bank is net een kattennest, helemaal stuk gevreten. En er staat een aardappelkist die als tafel dient. Daar leg ik soms mijn stink-
voeten op en er staat vaak een kaars op te branden. Maar ik zit hier goed. Beter dan waar ook. Ik drink vers appel- en perensap. Boer Jerôme schept altijd op over zijn sapjes. Die maakt hij zelf en hij verkoopt ze daarna op de markt.
‘Le jus de pommes de Jerôme est un délicieux jus frais!’ of zoiets, zegt hij altijd als hij mij een flesje vers sap overhandigt.
Soms klim ik in een appelboom. Daar ga ik een beetje zitten nadenken. Net als de man in het enige boek dat ik tot nu toe heb uitgelezen. In het meertje achter de boerderij trek ik soms wat baantjes op mijn buik en rug. Als mijn arm pijn begint te doen, denk ik aan Mickey. Dan hoor ik zijn hese, opzwepende stem: ‘Kom op, lui welvaartskind! Hoppa! Nog een baantje, Mr T.! Door! Door!’
Ik mis Mickey. Ik mis hem erg. Nooit heb ik meer van iemand gehouden dan van mijn trainer Mickey. De meeste mensen haat ik nu. Ik wil voorlopig geen contact, met niemand. Mijn telefoon en laptop worden bewaard door mevrouw Luzac, de vrouw van boer Jerôme.”

 

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel.Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

we lagen vastgeklemd
tussen de uren, pelden
de slaap
& de nacht groeide als vlas om ons heen, we onthielden
slechts stroboscopisch, telden schapen, tussenruimtes
uit zwart, sisgeluiden, een metronoom,
dat de geluiden van het huis aanlegde, we droomden
van elektrische as, mechanisch water.
maar met de ochtend
trokken de muren zich terug & wij
druppelden ons beetje bij beetje
licht in de ogen
vulde ze
als zandlopers
met uitzicht, draaiden ons om

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Dolce far niente, Paul Laurence Dunbar, Khalid Boudou, P. N. van Eyck, Michael Bijnens, Titus Meyer, Stephan Reich

Dolce far niente

 


October Morning Deerfield door Willard Leroy Metcalf, 1917

 

October

October is the treasurer of the year,
And all the months pay bounty to her store;
The fields and orchards still their tribute bear,
And fill her brimming coffers more and more.
But she, with youthful lavishness,
Spends all her wealth in gaudy dress,
And decks herself in garments bold
Of scarlet, purple, red, and gold.

She heedeth not how swift the hours fly,
But smiles and sings her happy life along;
She only sees above a shining sky;
She only hears the breezes’ voice in song.
Her garments trail the woodlands through,
And gather pearls of early dew
That sparkle, till the roguish Sun
Creeps up and steals them every one.

But what cares she that jewels should be lost,
When all of Nature’s bounteous wealth is hers?
Though princely fortunes may have been their cost,
Not one regret her calm demeanor stirs.
Whole-hearted, happy, careless, free,
She lives her life out joyously,
Nor cares when Frost stalks o’er her way
And turns her auburn locks to gray.

 


Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton, Ohio, de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: De kleine heerser

“Terug naar Malinka. Malinka had veel problemen. Malinka voedde ik zoals ik al mijn onderdanen had gevoed en ik lokte haar naar mijn huis. Ik zei dingen tegen haar die bij haar vielen zoals een glanssham-pooreclame valt bij iemand met droog en futloos haar.
‘Mijn god, je bent toch geen loverboy?’ vroeg ze met een hand op haar mond.
‘Wat denk je zelf,’ zei ik.
Al snel kreeg ik wat ik verdiende: een koninklijke rondleiding in de krochten van haar ziel.
‘Ik… ik loop bij een gebedsgenezer,’ zei ze en braakte al haar zielenroerselen uit. ‘Morgen ga ik weer. Misschien heb je zin om mee te gaan, Iljas?’
‘Waarom ook niet,’ zei ik. En ik liep mee. Een beetje uit medelijden, maar meer om het stukslaan van de tijd. Ook al had ik toen inmiddels zo’n zeven bewoners, ik had een teveel aan tijd, veel te veel tijd, wat natuurlijk betekende dat ik te weinig onderdanen had, en zeg nou eerlijk, is het niet zo dat slachtoffers je leiden naar andere slachtoffers.
Ik liep dus mee met Malinka, en belandde uiteindelijk in een bedompt kamertje in Utrecht Zuilen. De muren waren er bedekt met bloemetjesbehang vol zwarte vlekken, en er hing een penetrante lucht, die iets weg had van een mix van oude bloemkool en wierook.
Nu heb ik in het algemeen sowieso weinig appreciatie voor gebedsgenezers, maar erger was dat Malinka zich op een zodanige manier overgaf aan deze charlatan, gekleed in een afgrijselijk blauw zijden overhemd dat hem veel te groot was, dat ik een zware concurrentie voelde. Vergeef me, maar mij werd het kwaadaardige idee ingegeven deze genezer, die luisterde naar de naam Mawschinski, te wurgen. Maar, zo bedacht ik na een rondje wandelen in de avondkoelte met een sigaretje, terwijl de twee binnen verder hun consult tot een goed einde probeerden te brengen, het was beter hem te winnen voor mijn huis. De genezer was pafferig, kaal en beschikte over dikke doorgeaderde wallen, die als rotte pruimen onder zijn ogen hingen. Allemaal tekenen kortom, die duidden op een kwakkelende geest. Geen geduchte tegenstander dus. En ook hij was toe aan warmte en liefde.
Ik zag hoe machteloos Malinka voor zijn voeten neerviel en met haar handen wapperde als een nicht die een modeshow bespreekt. Vervolgens begon ze te schreeuwen: ‘Laat mich loos! Laat mich frei!!’ als een Duits sprekend kind in de handen van een Belgische pedofiel.
Mawschinski stopte peperkorrels in haar hand en riep: ‘Snel! Snel! Nu moeten we bidden. Nu moeten we echt bidden!!!’


Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

Herfstmiddag

I
Mijn ziel is als een zwijgend woord,
Dat zwaar gaat van bedroefd geheim,
Zij heeft vandaag Uw ziel gehoord
En vond in U haar eeuwig rijm.

Niet dat ge U zelf hebt uitgezegd,
Wij zaten saam, maar spraken niet:
De middag had zich stil gelegd
Rondom ons mijmerend verdriet.

Wij zaten aan ’t verneveld strand
In ’t langzaam ebbend zeegeluid,
Gij zondt maar somtijds naar mijn kant
De boden Uwer oogen uit.

O kind, zij zeiden al genoeg
Van wat Uw peinzen heeft doorwoeld:
Reeds zonder dat mijn mond U vroeg,
Had ik uit hen Uw leed gevoeld.

Maar toen gij, roerloos zittend, zaagt
Naar ’t grijzen van den horizon,
En toen gij zwijgend nederlaagt
Waar U mijn blik niet roeren kon,

Heb ik geluisterd naar den zang
Van stervensdroef geluk-gemis,
Dat aan Uw ziel, voor woorden bang,
Tot God in stilte ontrezen is.

Gij zongt…, de dag bleef aarzel-stil
Nog mèt mij luistren, vóór hij ging,
Toen werd de late herfstlucht kil,
Toen doofde Uw woordeloos gezing.

En langs den bruinen waterzoom
Gingt gij met mij dan onvereend, –
Maar in mij heeft Uw stille droom
Met àl zijn droefheid nageweend.

Ik zal hem, kind, diep in mijn hart
Bewaren als mijn duurste schat, –
Wat bleef mij van mijn eigen smart
Wanneer ik zijn verdriet vergat?

Mijn ziel is als een zwijgend woord,
Dat zwaar gaat van bedroefd geheim, –
Zij heeft vandaag misschien gehoord
Naar ’t roepen van haar eeuwig rijm.

 

Een donker huis

Een donker huis
In donkre tuin:
Gemurmel van water en ijl geruisch
Van kruin tot kruin.

Boven de deur
Eén venster licht:
Stilte van sterren en bloesemgeur, –
De deur blijft dicht.

Of niemand kwam?
O lange wacht
Bij de roerlooze droom van die bleeke vlam!
Rondom de nacht…

Vreemd huis dat geen
Zijn deur ontsluit:
Voor de zwerver, weg in de nacht, alléén
Die helle ruit.

 
P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)
In 1914

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver Michael Bijnens werd geboren in 1990 in Genk. Zie ook alle tags voor Michael Bijnens op dit blog.

Uit: Cinderella

‘Ik moet nu godverdomme, nu onmiddellijk vuur hebben!’
En als om haar zenuwen te ontwijken liep ik het tuinhuis in om naar een oude aansteker te zoeken. Natuurlijk had ik op voorhand kunnen weten dat in dat tuinhuis geen aanstekers lagen, maar laten we het erop houden dat ik nooit echt thuis was in de praktische wereld. Zeker in panieksituaties als deze. Al was in het bijzijn van mijn moeder zo goed als alles reden tot stress en paniek. Of het nu ging om een aansteker, het eten van diezelfde avond of een paar honderd euro, het minste gebrek, de geringste behoefte die niet direct ingewilligd kon worden, bestendigde de crisis waarin zij leefde. Haar hele bestaan was een noodsituatie. Elke slok lucht die zij terug uit haar lijf wist te persen was een alarmsignaal.
Gelukkig had ik de stress ondertussen leren verdragen.
Zij had de adrenaline nodig om op haar poten te blijven staan. Was zij niet overspannen, dan viel zij flauw of bloedde zij leeg gelijk een inwendig orgaan na een schotwond.
Na enige tijd had ik zelf opnieuw een sigaret nodig. Ik kroop uit het tuinhuis en liep terug naar het kapblok. Zij stond blijkbaar gewoon weer te roken en terwijl ik haar aankeek, bedacht ik hoe dat roken in de grond een soort rituele kracht leek te bezitten. Het deed haar een paar seconden ontsnappen aan de gang der zaken, het onophoudelijke geraas van de loop der dingen die mislopen, het maakte haar voor even los van de lucht die haar omgaf en omsloot.
‘Gevonden?’ vroeg ik.
‘Er zat nog een allumeur in dat pak. Gij hebt dat gewoon niet gezien.’
Ik stak zelf ook een sigaret op.
‘Ik ben blij,’ zei ze. Met de uitgeblazen rook ging het ventiel van haar gemoed eindelijk weer open en volgde verzuchting. Ik haalde adem en voelde mijn spieren langzaam ontspannen en zweeg. Ook door mijn aderen begon voorzichtig verheugenis te stromen. Het was een belangrijke dag. Zo’n dag waarop een deel van uw leven in gang schiet waarvan gij later durft te beweren dat het een nieuw begin was geweest.”

 
Michael Bijnens (Genk, 1990) 

 

De Duitse dichter Titus Meyer werd geboren in 1986 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Titus Meyer op dit blog.

Ernste Sterne

Tagsüber: geraubtes
Hiersein. Hinreise
lediger Glieder.

Abgeriegelte Lagergebiete.
Fernste Fenster.

Nachtsüber berauschten
ernste Sterne,
Ebenbild bleibend,
deine Ideen.

 

Hüte dich vor dem Lieht, das den Raum hohler macht

Ach du, daheim schlummert hold die verrohte Nacht.
Schimmert ihr Dach, haucht der Sollmond heute: Ade.
Da träum ich mehr vom Tod, ich Hiund, rede hell, sacht.
Und mild. Ach! Oh, alles dreht, atmet mich (vonher dich?)

Hautnah dreh` Daliche ich, doch leide verarmt, stumm.
Der Viiithdämon lauert dicht, lacht sehr hoch, dumm.
Oh ich schaudere. Da droht hell vermummt die Nacht:
Hallo, hüte dich vor dem Thaum, der dich sehen macht!


Titus Meyer (Berlijn, 1986)
Cover

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel.Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

aokigahara

hängen körper
zwischen den bäumen
wie tageslicht

kaum zu sehen
an den stämmen, ästen, objects
which some may find
disturbing

schlagen die glocken immer
fünfvorzwölf, fleisch auf holz, your life
is a precious gift
from your parents

& im windspiel verwesen
die töne der handys, die blumenbouquets, please
reconsider

reißleinen, taue zu den wegen, zu schlaufen gebundene
traumfänger, mobilés, der widerhall
der spechte, tanzschritte
auf einer bühne aus luft, please,
we still need

to see each others faces


Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Michael Schindhelm, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov, Michael Bijnens, Titus Meyer, Stephan Reich

De Duitse schrijver, vertaler en dramaturg Michael Schindhelm werd geboren op 1 oktober 1960 in Eisenach. Zie ook alle tags voor Michael Schindhelm op dit blog en ook mijn blog van 1 oktober 2009 en ook mijn blog van 1 oktober 2010

Uit: Letzter Vorhang

„Die Bahn Richtung Friedrichstraße war losgefahren und so rüttelte nun das für unsere Hauptstadt ungewöhnlich gepflegte Regierungsviertel vorbei.
In gut zweieinhalb Stunden würde die vierhundertdreiundsechzigste Vorstellung von Einer flog über das Kuckucksnest beginnen, einer Produktion, die im Herbst 1989 entstanden war und wie keine andere die revolutionäre Tugend jener Zeit beschworen hatte. Das war übrigens nicht meine Privatmeinung, sondern stand am Vortag – als Tipp zum Wochenende – fast buchstäblich so in der Zeitung.
Das Theater, unser Liebknecht-Theater, war damals das Glashaus gewesen. Ich einer von denen, die drin gesessen hatten. Und jetzt spielten wir dieses Stück im achtundzwanzigsten Jahr. Die Vorstellung war auch diesmal ausverkauft. Und darauf würde der letzte Vorhang folgen.
Vor nicht einmal drei Jahren hatte ich dafür gesorgt, dass sie die Abendspielleitung von Kuckucksnest übernahm. Doch im letzten Herbst hatte ich zugelassen, dass sie diese
Produktion gegen Malapartes Die Haut tauscht hatte, weil dort jemand krank geworden war. Gegen meinen Willen hatte ich das zugelassen. Sie war die weitaus bessere Assistentin gewesen als Leitterfeldt, der seitdem Kuckucksnest betreute. Hätte ich im letzten Herbst meinen Willen durchgesetzt, würde ich sie unweigerlich heute Abend im Theatersehen.
Meine revolutionäre Tugend war mitnichten unerschöpflich. Im besten und im schlimmsten Fall sollte ich noch heute herausfinden, was sie mit ihrem orakelhaften Warte nicht auf mich gemeint hatte. Im besten Fall würde sie spätestens heute Nacht in der Solinger auftauchen und sich still neben mich legen. Wir würden über Oia reden. Über die Intimität im Glashaus. Eine konkrete Zukunft. Sie würde sich an meinen ausgezehrten, liebebedürftigen Körper klammern. Irgendwann würde das Knistern zurückkehren.“

 
Michael Schindhelm (Eisenach, 1 oktober 1960)

Doorgaan met het lezen van “Michael Schindhelm, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov, Michael Bijnens, Titus Meyer, Stephan Reich”