Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Anousha Nzume, Elias Khoury, Stefan George, Pablo Neruda, Bruno Schulz, Henry David Thoreau, Max Jacob

De Nederlandse dichter en schrijver Kees ’t Hart werd op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: De wolken (Over Martinus Nijhoff)

“De Wolken is vergelijkbaar met een scène uit de film “Circus” van Charley Chaplin. In deze scène stelt Charley Chaplin per ongeluk de goocheltafel van de goochelaar in werking. Aan alle kanten kruipen de konijnen en duiven tevoorschijn. Chaplin doet vergeefse pogingen de dieren terug te stoppen en de goocheltafel in de oude toestand terug te brengen.’
Nijhoff schreef De Wolken tijdens zijn eerste Italiaanse reis. Hij bezocht Umbrië en was diep onder de indruk van het aldaar in de natuur aanwezige landschap. Zijn aardappelhoofd was in Assisi een ware bezienswaardigheid.
Nijhoff verliet regelmatig de oudste stadspoort van Assisi en wandelde door de uitbundige omgeving. In een brief aan zijn moeder die hij later nog een keer overschreef, vertelde hij over zijn ervaringen. Hij wilde niet al te lovend over Franciscus schrijven, omdat zijn moeder nu eenmaal niet dol was op van die roomskatholieke heiligen. Het zou haar verdrietig kunnen stemmen. Dus beschreef hij een aantal klassieke herinneringen en een leuke examenangst-droom: ‘Moeder, ik droomde dat alleen de andere kandidaten de examenopgaven kregen en ik niet.’
De tweede regel van De Wolken was hij wel eens tegengekomen in een artikel over schilderkunst, maar het idee over de wolkenuitleg kreeg hij in Italië.
Hij begon zich voor Franciscus te interesseren.
Ik voelde me een echte onderzoeker, die op eigen terrein lekker bezig was.
In het volgende fragment verkeerde ik nog in een voorwetenschappelijke fase. Ik wilde nog steeds alleen bewijzen leveren. Later leek alleen de verwarring nog wel te gebruiken:
‘De eerste zin bevat al veel van de latere verwarring. “Ik droeg nog kleine kleeren.” Kijk, die jongen draagt nog kleine kleren: zijn broek is te kort, zijn overhemdje te klein en daar komt het wit van de piepkleine onderbroek te voorschijn.’
In De Wolken verwerkte Nijhoff veel materiaal over het leven van Franciscus: het dragen van kleren, de blik naar de wolken en de onweerstaanbare vergelijkingen.
De verwarring tussen bekentenis en betekenis speelde in die tijd een grote rol in de hele Europese lyriek. Mijn onderzoek gebruikte De Wolken als metafoor van deze problematiek.”


Kees ’t Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Carla Bogaards werd geboren in Voorburg op 12 juli 1947. Zie ook alle tags voor Carla Boogaards op dit blog.

Liefde

De onvervulde liefde springt uit mijn keel,
ach het lijkt wel een kangoeroe met een jong in haar buidel
of een eekhoorn.

Aan deze ongeduldige liefde kan ik kapotgaan
aan flarden gescheurd,
het kangoeroejong wordt met zijn kop tegen de muur gesmeten.

Overal bloedspatten op de muren van het huis,
in de koele kamers stijgt de temperatuur
zo veel koortsige adem wordt uitgeblazen.

 

Boten

Velimir Chlebnikov schrijft in een van zijn verzen:
vergrauwde.
Leefde hij nog, ik zou met hem langs de Rijn wandelen,
hem de rijnaken wijzen in het rossige heldere licht van de
juni-avond.
Vreedzaam kabbelen de golfjes, rossig in het licht van de
ondergaande zon.
Gemoedelijk liggen de boten aangemeerd aan de kade,
verliefde paartjes slenteren hand in hand langs het water,
wijzen elkaar op een speedbootje,
wat een snelheid, lachen ze,
hun pas vertragend wenden ze de ogen naar elkaar,
ik zie een bootje in je ogen, zeggen ze,
laten we zij aan zij een race houden,
snelheidsrecords verbreken, een haven binnenlopen.

Een vrouw vraagt, wil je met me slapen
in een havenhotel,
mag ik zien hoe bruin je tepelhof is.
Zoals de hof van Eden?
Zo bruin als gembergelei?
Als we uit het raam kijken zien we boten,
zal ik je daar voorlezen, gedichten van Velimir Chlebnikov.

Deze vrouw is de verafgode minnares van de man,
liefste, zegt hij, kijk, zwaluwen.

Zwaluwen brengen geluk, antwoordt de vrouw lachend,
bootjes in je ogen, fluistert ze,
snel, snel, laten we ons haasten.

‘Met een vangbijl sloeg ik vrede’ leest ze hem hardop voor.
Vrede? vraagt de man.
Vrede, lacht de vrouw, rozig haar konen,
van de liefde rozig, vrede ook vannacht,
morgen weet ik het niet liefste, als God het wil,
God schiep hemel en aarde, de vissen, de vogels,

ik hoor zwaluwen kwetteren in je oorschelp,
zwaluwen brengen geluk.
Geluk? vraagt de man.
Geluk en vrede, lacht de vrouw,
je gelooft toch wel in de waarheid van de woorden van de Heilige
Schrift
en in de woorden van de dichter,
je gelooft toch wel dat God de zeeën heeft geschapen?

 
Carla Bogaards (Voorburg, 12 juli 1947)

 

De Nederlands schrijfster, actrice, columniste, programmamaakster Anna Senga “Anousha” Nzume werd geboren in Moskou op 12 juli 1969. Zie ook alle tags voor Anousha Nzume op dit blog.

Uit: Hallo witte mensen

“Op m’n zestiende was ik in de kerst- en zomervakantie bij mijn vader in Kameroen. Die periodes hebben mijn leven veranderd. De stad waar mijn vader woonde was allesbehalve toeristisch. Kumba was toen nog een kleine rurale stad, circa 75 kilometer van de kust en lastig bereikbaar vanwege de slechte wegen. Er kwamen ook geen backpackers en/of goede-doelen-toeristen naar Kumba. Voor het eerst van m’n leven werd ik omringd door alleen maar ‘West-Afrikanen bezuiden de Sahara’. Het was een absolutie revelatie. Ik had me nog nooit zo vrij gevoeld. Voor het eerst bewoog ik me in een redelijk racismevrije samenleving. De burgemeester was zwart, de politieagent, de bakker, de slager, de taxichauffeur. En ook alle vrouwen! Voor het eerst zag ik niet twee à drie types zwarte vrouwen, maar wel honderden. Zwarte vrouwen die ondanks hun gemeenschappelijkheid qua afkomst, totaal niet op elkaar leken. Hier vroeg niemand aan me als ik met een vriendinnetje over straat liep of we zusjes waren. Hier vond niemand dat ik op Randy Crawford leek. Ik zag zwarte vrouwen voor het eerst in al hun facetten. Niet meer die paar archetypes waar bekende zwarte vrouwen aan leken te moeten voldoen. In zoog werkte ik samen met Irma Accord, die trainingen aan jongens en meisjes geeft in achterstandsgroepen in Amsterdam-Zuidoost met jonge zwarte meisjes op de middelbare school. We gaven empowerment-trainingen. Daar zag ik de ernst van de maatschappelijke consequenties van hedendaags racisme. Ik heb het hier niet over alle vrouwen in Zuidoost, absoluut niet. Ik heb het over de groep die wordt geridiculiseerd in de maatschappij, waar juryrapporten over boeken als die van Robert Vuijsje aan bijdragen. Vrouwen waar veel óver wordt gesproken. Vrouwen die worden nagedaan door komieken en presentatrices. Vrouwen aan wie wordt verdiend door bedrijven. Vrouwen die door de overheid worden gezien als economisch zelfstandig omdat ze looi) euro netto overhouden per maand, maar die veelal alleen, naast hun baan, verantwoordelijk zijn voor een of meer kinderen. Deze vrouwen heb ik leren kennen als heldinnen. Deze vrouwen verdienen dat er naar hen geluisterd wordt. Goed. Terug naar: waarom is het racistisch als ik op donkere vrouwen en/of mannen val? Wat is er mis mee als ik hun kleur, hun haar, hun uitstraling, hun lichamen prachtig vind? Waarom is het exotiserend? Wat er ‘mis’ gaat, is dat je daarmee een persoon van vlees en bloed, een mens met een unieke persoonlijkheid, reduceert tot een aantal kenmerken waar jij al dan niet op valt.”

 
Anousha Nzume (Moskou, 12 juli 1969)

 

De Libanese schrijver en criticus Elias Khoury werd geboren op 12 juli 1948 in een Grieks-orthodoxe middle-class familie in de overwegend christelijke wijk Ashrafiyye van Beiroet. Zie ook alle tags voor Elias Khoury op dit blog.

Uit: Gate of the Sun (Vertaald door Humphrey Davies)

“Hey, you! How am I supposed to talk to you or with you or about you? Should I tell you stories you already know, or be silent and let you go wherever it is you go? I come close to you, walking on tiptoe so as not to wake you, and then I laugh at myself because all I want is to wake you. I need one thing — one thing, dear God: that this man drowning in his own eyes should get up, open his eyes and say something. But I’m lying. Did you know you’ve turned me into a liar? I say I want one thing, but I want thousands of things. I lie, God take pity on you, on me and on your poor mother. Yes, we forgot your mother. You told me all your stories, and you never told me how your mother died. You told about the death of your blind father and how you slipped into Galilee and attended his funeral. You stood on the hill above the village of Deir al-Mad, seeing but unseen, weeping but not weeping. At the time I believed you. I believed that intuition had led you there to your house, hours before he died. But now I don’t. At the time I was bewitched by your story. Now the spell is broken, and I no longer believe you. But your mother? Why didn’t you say anything about her death? Is your mother dead? Do you remember the story of the icon of the Virgin Mary? We were living through the civil war in Lebanon, and you were saying that war shouldn’t be like that. You even advised me, when I came back from Beijing as a doctor, not to take part in the war and asked me to go with you to Palestine. “But Yunes, you don’t go to fight. You go because of your wife.” You gave me a long lecture about the meaning of war and then said some-thing about the picture of the Virgin Mary in your house, and that was when I asked you if your mother was Christian and how the sheikh of the village of Ain al-Zaitoun could have married a Christian woman. You explained that she wasn’t a Christian but loved the Virgin and used to put her picture under her pillow. She’d made you love the Virgin, too, because she was the mistress of all the world’s women and because her picture was beautiful — a woman bending her head over her son, born swaddled in his shroud. “And what did the sheikh think?” I asked you. »


Elias Khoury (Beiroet, 12 juli 1948)

 

De Duitse dichter en schrijver Stefan George werd geboren op 12 juli 1868 in Büdesheim. Zie ook alle tags voor Stefan George op dit blog.

Fenster wo ich einst mit dir

Fenster wo ich einst mit dir
Abends in die landschaft sah
Sind nun hell mit fremdem licht.

Pfad noch läuft vom tor wo du
Standest ohne umzuschaun
Dann ins tal hinunterbogst.

Bei der kehr warf nochmals auf
Mond dein bleiches angesicht . . .
Doch es war zu spät zum ruf.

Dunkel – schweigen – starre luft
Sinkt wie damals um das haus.
Alle freude nahmst du mit.

 

Mein kind kam heim

Mein kind kam heim.
Ihm weht der seewind noch im haar.
Noch wiegt sein tritt
Bestandne furcht und junge lust der fahrt.

Vom salzigen sprühn
Entflammt noch seiner wange brauner schmelz:
Frucht schnell gereift
In fremder sonnen wildem duft und brand.

Sein blick ist schwer
Schon vom geheimnis das ich niemals weiss
Und leicht umflort
Da er vom lenz in unsern winter traf.

So offen quoll
Die knospe auf dass ich fast scheu sie sah
Und mir verbot
Den mund der einen mund zum kuss schon kor.

Mein arm umschliesst
Was unbewegt von mir zu andrer welt
Erblüht und wuchs –
Mein eigentum und mir unendlich fern.

 

Deine stirne verborgen…

Deine stirne verborgen halb durch ein wölkchen von haaren
(sie sind blond und seiden)
deine stirne spricht mir von jugendlichem leiden
Deine lippen sie sind stumm erzählen die geschichte
der seelen die der herr gerichtet
Erregender spiegel deine augen
spiel nicht damit da er leicht zerbricht!
Auch wenn du lächelst (endlich flog über dir der schlummer her)
dein lächeln gleicht dem weinen sehr
und du neigst ein wenig dein haupt von kummer schwer.

 
Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)
Beeld bij het Stefan George Haus in Bingen

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

Your Laughter

Take bread away from me, if you wish,
take air away, but
do not take from me your laughter.

Do not take away the rose,
the lance flower that you pluck,
the water that suddenly
bursts forth in joy,
the sudden wave
of silver born in you.

My struggle is harsh and I come back
with eyes tired
at times from having seen
the unchanging earth,
but when your laughter enters
it rises to the sky seeking me
and it opens for me all
the doors of life.

My love, in the darkest
hour your laughter
opens, and if suddenly
you see my blood staining
the stones of the street,
laugh, because your laughter
will be for my hands
like a fresh sword.

Next to the sea in the autumn,
your laughter must raise
its foamy cascade,
and in the spring, love,
I want your laughter like
the flower I was waiting for,
the blue flower, the rose
of my echoing country.

Laugh at the night,
at the day, at the moon,
laugh at the twisted
streets of the island,
laugh at this clumsy
boy who loves you,
but when I open
my eyes and close them,
when my steps go,
when my steps return,
deny me bread, air,
light, spring,
but never your laughter
for I would die.


Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)
Cover

 

De Poolse schrijver, schilder en graficus Bruno Schulz werd geboren op12 juli 1892 in Drohobycz, in Galicië. Zie ook alle tags voor Bruno Schulz op dit blog.

Uit: Sanatorium Under the Sign of the Hourglass (Vertaald door Celina Wieniewska)

“On a dark wintry morning I woke up early (under the banks of darkness a grim dawn shone in the depths below) and while a multitude of misty figures and signs still crowded under my eyelids, I began to dream confusedly, tormented by various regrets about the old, forgotten Book.
No one could understand me and, vexed be their obtuseness, I began to nag more urgently, molesting my parents with angry impatience.
Barefoot, wearing only my nightshirt and trembling with excitement, I riffled the books on Father’s bookshelves, and, angry and disappointed, I tried to describe to a stunned audience that indescribable thing, which no words, no pictures drawn with a trembling and elongated finger, could evoke. I exhausted myself in endless explanations, complicated and contradictory, and cried in helpless despair.
My parents towered over me, perplexed, ashamed of their helplessness. They could not help feeling uneasy. My vehemence, the impatient and feverish urgency of my tone, made me appear to be in the right, to have a well-founded grievance. They came up to me with various books and pressed them into my hands. I threw them away indignantly.
One of them, a thick and heavy tome, was again and again pushed toward me by my father. I opened it. It was the Bible. I saw in its pages a great wandering of animals, filling the roads, branching off into processions heading for distant lands. I saw a sky filled with flocks of birds in flight, and an enormous, upturned pyramid on whose flat top rested the Ark.
I raised my reproachful eyes to Father.
“You must know, Father,” I cried, “you must. Don’t pretend, don’t quibble! This book has given you away.
Why do you give me that fake copy, that reproduction, a clumsy falsification? What have you done with The Book?”

 
Bruno Schulz (12 juli 1892 – 19 november 1942)
Cover

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en filosoof Henry David Thoreau werd geboren in Concord, Massachusetts op 12 juli 1817. Zie ook alle tags voor Henry David Thoreau op dit blog.

The Moon

Time wears her not; she doth his chariot guide;
Mortality below her orb is placed.
–Raleigh
The full-orbed moon with unchanged ray
Mounts up the eastern sky,
Not doomed to these short nights for aye,
But shining steadily.

She does not wane, but my fortune,
Which her rays do not bless,
My wayward path declineth soon,
But she shines not the less.

And if she faintly glimmers here,
And paled is her light,
Yet alway in her proper sphere
She’s mistress of the night.

 
Henry David Thoreau (12 juli 1817 – 6 mei 1862)
Cover

 

De Franse dichter en schrijver Max Jacob werd op 12 juli 1876 geboren in Quimper. Zie ook alle tags voor Max Jacob op dit blog.

Enfantines Bretonnes

le p’tit chat est mort …e il – e – vit encore …e
Allez voir dans le fossé si on peut le repêcher allez voir dans le grenier… s’il est dans le sac de blé
Vous lui ferez faire par la femm’ du garde
Un grand lit en fer …e un bain d’pied à la moutarde avec de la graine de lin et du sucre de plantain
Le p’tit chat est mort …e il – e- vit encore …e
Allez voir dans le grenier si on peut l’ressusciter.

 

Vacances

L’autocar est à midi et demi.
Ils sont tous couchés.
Cloisons à cloisons, chambre à chambre.
Le grand est si long qu’on se demande comment il se relève.
Quand il est couché dans le jardin c’est comme une ligne d’écriture au travers d’un tableau.
On déjeune dans le garage.
II semble qu’on soit fâché avec moi.
Le regard courroucé de la dame au-dessus des arbustes et l’humidité de la porte cochère quand je vais prendre l’autocar tout seul avec ma valise trop lourde.

 
Max Jacob (12 juli 1876 – 5 maart 1944)
Portret door Christopher Wood, 1929

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

Hugo von Hofmannsthal, Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Elias Khoury, Stefan George

Dolce far niente

 

 
Rain at Twilight In Washington Square Park door Leah Lopez, z.j.

 

Regen in der Dämmerung

Der wandernde Wind auf den Wegen
War angefüllt mit süßem Laut,
Der dämmernde rieselnde Regen
War mit Verlangen feucht betaut.

Das rinnende rauschende Wasser
Berauschte verwirrend die Stimmen
Der Träume, die blasser und blasser
Im schwebenden Nebel verschwimmen.

Der Wind in den wehenden Weiden,
Am Wasser der wandernde Wind,
Berauschte die sehnenden Leiden,
Die in der Dämmerung sind.

Der Weg im dämmernden Wehen,
Er führte zu keinem Ziel,
Doch war er gut zu gehen
Im Regen, der rieselnd fiel.

 

 
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
De Hofburg in Wenen, de geboorteplaats van Hugo von Hofmannsthal

Continue reading “Hugo von Hofmannsthal, Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Elias Khoury, Stefan George”

Dolce far niente, Stefan George, Christopher Isherwood, Laura van der Haar, Joachim Helfer, Guillaume Apollinaire, Rashid Al-Daif

Dolce far niente

 

 
Bathers by the Pond door Duncan Grant,  circa 1920-1921

 

Südlicher Strand: Tänzer

Ihr wart am pinienhage ohne staunen
Ins gras gelagert · junge schwinger · beide
Mit gliedern zierlich regen kräftig braunen
Mit offner augen unbefangner weide.

Ihr hobet euch vom boden auf im takte
Ins volle licht getauchte lächelnd reine
Und schrittet vor und rückwärts – göttlich nackte
Die breite brust gewiegt auf schlankem beine.

Von welcher urne oder welchem friese
Stiegt ihr ins leben ab zum fest gerüstet
Die ihr euch leicht verneigtet und euch küsstet
Und tanzend schwangt auf weiss-gesternter wiese!

 

 
Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)
Büdesheim (Bingen). Stefan George werd in Büdesheim geboren.

Continue reading “Dolce far niente, Stefan George, Christopher Isherwood, Laura van der Haar, Joachim Helfer, Guillaume Apollinaire, Rashid Al-Daif”

Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

De Nederlandse dichter en schrijver Kees ’t Hart is op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: Teatro Olimpico

“Ruim twee jaar geleden, op 20 augustus, maakte ik na onze Rousseau-voorstelling in het Theater aan het Spui in Den Haag kennis met Jim Staborowsky. Hij stelde zich in het Engels een beetje lacherig voor als een Rousseau-kenner en vertelde dat hij contacten had met theatermakers in Italië. Zijn vriendin was ‘intendante’ van een belangrijk theater in Vicenza, het Teatro Olimpico. Hij vond onze voorstelling interessant en ontroerend, de slotscène indrukwekkend en de mise-en-scène origineel. Hij complimenteerde ons vooral met het beeld van Rousseau dat we gaven. Dat sloot volgens hem aan bij actuele theateropvattingen in Italië.
Ik bood hem een biertje aan.
We zouden meer van hem horen, zei hij, hij moest eerst zijn contacten raadplegen. Volgens hem was de connectie van Rousseau met Italië erg interessant, daar was nog weinig aandacht aan besteed. Hij zou later in het jaar contact met ons opnemen, het kon nog even duren. Ik had zijn voornaam niet goed verstaan, die was niet wat je noemt Italiaans, net zomin als zijn achternaam. Ik vroeg hem zijn volledige naam op een bierviltje te schrijven.
Zijn voornaam sprak hij uit als Dzjiem.
Veel later hoorde ik dat zijn moeder uit Vicenza kwam en zijn vader een nazaat was van oude Poolse landadel die al meer dan tweehonderd jaar in Italië woont. Hij vertelde me dat een van zijn voorvaders Casanova heeft gekend en in diens autobiografie voorkomt.
Misschien interesseert u zich niet erg voor dit soort details, maar ze zijn van belang om de context van onze wederwaardigheden in Italië te begrijpen. Bovendien verzocht u enkele weken geleden in uw brief om een ‘gedetailleerd verslag, zodat de beoordelingscommissie een gedegen beeld kan krijgen van de situatie’.
Ik wist dat Rousseau in Venetië als secretaris had gediend bij een Franse diplomaat. Dit was niet een van de gunstigste episodes uit zijn leven, om het maar voorzichtig te zeggen. Hij zet zichzelf in Bekentenissen neer als een soort spion in Franse dienst, maar u moet zich hier niet te veel van voorstellen. Rousseau had de neiging zijn leven mooier en interessanter voor te stellen dan het was. Waarschijnlijk was hij in werkelijkheid een loopjongen van de tweede secretaris en mocht hij weleens brieven rondbrengen. Zie over feit en fictie bij Rousseau onder andere de biografie van Leo Damrosch (2005). Rousseau liet zich snel meeslepen door zijn ongebreidelde fantasie. Secretaris! Spionage! Belangrijke berichten!“

 
Kees ’t Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

Continue reading “Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau”

Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

De Nederlandse dichter en schrijver Kees ’t Hart is op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: Voor de afgrond

       Poetry in motion… always by my side Johnny Tillotson

“Het in veel opzichten duizelingwekkende, voor beginnende en lerende dichters en dichteressen verplichte en verplichtende boek The White Goddess van Robert Graves begint als volgt: ‘Since the age of fifteen poetry has been my ruling passion and I have never intentionally undertaken any task or formed any relationship that seemed inconsistent with poetic principles; which has sometimes won me the reputation of an eccentric.’ Ik doe er al jaren over, misschien wel mijn hele leven, om te proberen te begrijpen, te grijpen, bij mezelf vast te grijpen, wat dit voor mezelf, in mezelf zou kunnen betekenen. Want het is ook, en misschien zelfs vooral, een aanstellerige zin, een geposeerde zin waar je je voor schaamt als je hem zelf zou uitspreken, maar die tegelijkertijd alleen daarom, juist omdat het een pose is, begrepen kan worden en die Graves overigens in de rest van zijn ongeveer vijfhonderd pagina’s tellende boek volstrekt ongegeneerd uitwerkt. Poëzie als levensbeginsel.
Het verlangen poëzie te schrijven of te leren schrijven, kan niet zonder de vraag naar de wenselijkheid daarvan. Waarom zou poëzie belangrijk kunnen zijn? Wat heeft poëzie te betekenen, voor mijzelf, als schrijver, als verlangend schrijver, maar ook voor de lezer in mijzelf, de lezer die ikzelf ook ben en voor de lezer die ik niet ben, maar die ik me voorstel? Wat hebben dichters te betekenen? Behalve hun vanzelfsprekende aanwezigheid op straat die voor iedereen geldt, tijdens vakanties, als willekeurige man of vrouw, als gevoelige en zintuigelijke man of vrouw, die ook mijn gevoeligheid en zintuigelijkheid is, mijn aanwezigheid, mijn presentie, behalve dat is er ook hun minder vanzelfsprekende aanwezigheid op de televisie, als vehikel in allerlei programma’s, bij cursussen, bij voorleessessies, met een aanwezigheid daar die blijkbaar volmaakt vanzelfsprekend is, volkomen op zijn plaats, omdat ze niet meer toegelicht hoeft te worden, ze is er, niets meer of minder, deze aanwezigheid hoeft zich niet meer te verontschuldigen, ze hoort er bij, dichters verschijnen zoals komieken verschijnen, muzikanten, milieudeskundigen, politici.”

 
Kees ’t Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

Bewaren

Continue reading “Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau”

Dolce far niente (Gewitter, Stefan George)

Dolce far niente

 

 

 

Feodor Vasilyev, Wolk studie, rond 1870

 

 

Gewitter

Die irren flämmchen allerwege sind erloschen
Ein jäher donner hat die hohe saat gedroschen
Der sturm der nacht zerspaltet das geäst im forste
Er stört der eber lager und der geier horste.

Der strenge könig sprengt aus seinem wolkenschlosse
Er folgt auf goldgeschirrtem pferd mit grossem trosse
Der falschen gattin die sich tummelt in den wettern
Und preisgegeben ist den zügellosen rettern.

Oft glaubt er mit der rauhen faust sie zu versichern
Doch sie entwindet sich mit einem leisen kichern –
Bis er sie festet… zwischen seines gürtels spangen
Und dem genick des pferdes ist sie quer gefangen.

Bezwungen schluchzend regt sie ihre blanken zähne
Und schüttelt zürnend ihre aufgelöste mähne
Um ihre nackten glieder spült der schiefe regen
Ihr kalter busen sieht gefasst der haft entgegen.

 

 

 

Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Pablo Neruda, Carla Bogaards, Stefan George, Driek van Wissen, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

Uit: Honderd liefdessonnetten

XI

Ik honger naar je mond, je stem, je haren
En vasten en stom loop ik door de straten,
Het brood voedt me niet, de ochtend ontwricht me,
Ik zoek je voetgeklater in de dagen.

Ik honger naar je losgeslagen lach,
Je handen, als het razend graan gekleurd,
Ik honger naar je bleke stenen nagels
En wil je huid, gave amandel, eten.

Ik wil eten de straal door je schoonheid verbrand,
Je neus, de vorstin van je trotse gezicht,
Ik wil eten de vluchtige schaduw van je wimpers

En hongerig besnuffel ik de schemer
Jou zoekend, zoekend naar je bloedwarm hart
Als poema in ’t verlaten Quitratùe.

 

Vertaald door Catharina Blaauwendraad

 

 

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

 

Bijvoorbeeld schrijven: ‘De nacht ligt aan stukken,

en blauw huiveren de sterren, in de verte.’

 

De nachtwind roert zich zingend in de hemel.

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

Ik hield van haar en soms hield zij ook van mij.

 

In nachten als deze hield ik haar in mijn armen.

Zo vaak heb ik haar onder het eindeloze firmament gekust.

 

Zij hield van mij, soms hield ik ook van haar.

Hoe zou ik niet gehouden hebben van haar grote, stille ogen.

 

Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.

Bedenken dat ik haar niet meer heb. Betreuren dat ik haar verloor.

 

Luisteren naar de onmetelijke nacht, onmetelijker zonder haar.

En het vers valt in de ziel als op het weiland dauw.

 

Wat geeft het dat mijn liefde haar niet kon behouden.

De nacht ligt aan stukken, en zij is niet bij mij.

 

Dat is alles. In de verte zingt een mens. In de verte.

Mijn ziel heeft met het verlies van haar geen vrede.

 

Alsof hij naar toe wil, zoekt mijn blik.

Mijn hart zoekt haar, maar zij is niet bij mij.

 

Dezelfde nacht maakt wit dezelfde bomen.

Wij, die van toen, zijn niet dezelfden meer.

 

Ik houd niet langer van haar, nee, maar wat hield ik van haar.

Mijn stem zocht naar de wind om aan haar oor te komen.

 

Een ander. Een ander zal ze toebehoren. Zoals ooit mijn lippen.

Haar stem, haar duidelijke lichaam. Haar oneindige blik.

 

Ik houd niet langer van haar, nee, maar misschien houd ik van haar.

De liefde duurt zo kort en zo lang duurt vergetelheid.

 

Omdat in nachten zoals deze ik haar in mijn armen hield,

heeft mijn ziel met het verlies van haar geen vrede.

 

Al is dit de laatste pijn die zij mij doet,

en al zijn dit de laatste verzen die ik voor haar schrijf.

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

Continue reading “Pablo Neruda, Carla Bogaards, Stefan George, Driek van Wissen, Bruno Schulz, Henry David Thoreau”