Dolce far niente, Robert Frost, Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Marcelo Figueras, Shida Bazyar

Dolce far niente

 


Golden October door Alfred T. Bricher, 1870

 

Nothing Gold Can Stay

Nature’s first green is gold,
Her hardest hue to hold.
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf.
So Eden sank to grief,
So dawn goes down to day.
Nothing gold can stay. 

 


Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963) 
De Golden Gate Bridge in San Francisco, de geboorteplaats van Robert Frost

 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

Het product

Dit is het product. Het is een product
dat vrucht afwerpt. Wacht tot de vrucht
voldragen is. Pluk niet de vroege vrucht,
pluk niet de vrucht die nog zwelt, pluk
de dag die onder baat en last niet bukt.

Dat is het bijproduct. Het is de coupon
van winst op het verlies, van lik op stuk.
Papier is geduldig. Knip niet te vlug,
wees sluw als de slang in het geboomte
van vastgoed en rente van het kwaad.

 

Moderne Phoenix

1
Ik heb stalen zenuwen.

Toen de rechter vonnis velde
was ik niet in Zwitserland.

Ik heb hem bewezen dat ik
de RMZ-lasten niet langer
kan verdragen.

Ik ben korrekt. Ik was erbij
toen men mijn boeken opende.

De hele firma stond op straat.

Ik heb er het hoofd
niet bij verloren.

2
Toen ik mijzelf terugzag
in het deurglas van mijn
bank in Luxemburg, dacht
ik: Daar is mijn vennoot.

En we zijn herbegonnen.

 
Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

Een rapport over de liefde

Vreemd, de woede
die onder hen woedt,
de veldslag, een oven
waarin wordt gevormd
het beest met twee ruggen.

Soms lukt het één om, zonder het lot
van de eeuwig stervende
Galliër ook maar een ogenblik
uit het oog te verliezen,
ongehinderd
door eisen van haar of die van hemzelf,
het klassieke tournooi een moment te verlaten.

Hij slaapt hoofdschuddend uit
en bepeinst met verbazing
de bescheidenheid van zijn wellust.

 

Aanwijzingen voor een drama

Zij kunnen niet ontkomen aan de onafzienbare gevolgen
van hun geboorte.

De eerzucht van de horrelvoet,
de duistere vraag van het gulzige dier,
de mateloze schoonheid van
hun onoverkomelijke moeder.

Hun geluk wordt bezet door de eerste chasseurs
van het trage verleden.

Dan volgt de fatale verblinding.

 

Portovenere

Uit de golven die de drempel likken
van een christelijke tempel, springt
de Triton en elk volgend uur is oud.
Elke twijfel laat zich leiden
bij de hand, als een bevriend klein meisje.

Hier kijkt, hier luistert niemand naar zichzelf.
Hier ben je aan de oorsprong
en is beslissen dwaas.
Later zul je vertrekken, later
zet je weer een gezicht op.

 

Vertaald door Jan Emmens


Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Hier met de acteur Carmelo Bene (rechts)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

Counselors (Fragment)

First he chipped fire
Out of the veins of flint where it was hidden;
Then rivers felt his skiffs of the light alder;
Then sailors counted up the stars and named them:
Pleiades, Hyades, and the Pole Star;
Then were discovered ways to take wild things.
In snares, or hunt them with the circling pack;
And how to whip a stream with casting nets,
Or draw the deep-sea fisherman’s cordage up;
And then the use of steel and the shrieking saw;
Then various crafts. All things were overcome
By labor and by force of bitter need.

II. Even when your threshing floor is leveled
By the big roller, smoothed and packed by hand
With potter’s clay, so that it will not crack,
There are still nuisances. The tiny mouse
Locates his house and granary underground,
Or the blind mole tunnels his dark chamber;
The toad, too, and all monsters of the earth,
Besides those plunderers of the grain, the weevil
And frantic ant, scared of a poor old age.

Let me speak then, too, of the farmer’s weapons:
The heavy oaken plow and the plowshare,
The slowly rolling carts of Demeter,
The threshing machine, the sledge, the weighted mattock,
The withe baskets, the cheap furniture,
The harrow and the magic winnowing fan—
All that your foresight makes provision of,
If you still favor the divine countryside.

 
Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Paul Engle werd geboren op 12 oktober 1908 in Cedar Rapids. Zie ook alle tags voor Paul Engle op dit blog.

DANCER: FOUR POEMS
For Lan-lan King

The dancer quarrels with solid air,
For that one foot of surface where she stood,
By the bold knife blade of her slashing arm
She carves herself as from a block of wood.

Pity the poor furred cat
Who needs four feet to do
Such leaps across the floor
As dancer does with two.

Pity the poor proud dancer who can give
Death to her ease, so that the dance may live,
Who makes, with pain to every body part,
From perfect will power her imperfect art.

Pity the poor rain that only falls
Down from the cloud-caressing sky, then crawls
Through dirt and over street. The dancer falls
Then rises like an oriole over walls.

 
Paul Engle (12 oktober 1908 – 25 maart 1991)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Argentijnse schrijver, screenwriter en journalist Marcelo Figueras werd geboren in Buenos Aires in 1962. Zie ook alle tags voor Marcelo Figueras op dit blog.

Uit: Kamchatka(Vertaald door Frank Wynne)

“Given my circumstances, I had a much greater formal experience of politics than children my age in other times and places. My parents had grown up under other dictatorships, and the name of General Onganía came up in stories throughout my childhood. Would I have been capable of identifying this bogeyman? My parents called him La Morsa(The Walrus) so I associated him with that crazy song by the Beatles. I had gleaned all the essential details from a quick glance at a photograph: He had a peaked cap, a huge moustache; you could tell from his face that he was a bad guy.
I remember that at first I loved Perón because my parents loved Perón. Every time they mentioned El Viejo(The Old Man) there was music in their voices. Even Mamá’s mother, my abuelaMatilde, who was a snooty reactionary, gave Perón the benefit of the doubt because, as she put it, why would the Old Man return from exile in Spain at the age of seventy-something unless he was motivated by a desire to put things right? But something must have happened, because the music changed, became more hesitant and then more melancholy. Then Perón died. The rest was silence.
(Around about this time, Grandpa and Grandma went to Europe for the first time and brought us back many souvenirs, including a catalog of the Prado collection. I used to look through it all the time, but after my first time, I was careful to skip the page depicting Goya’s Saturn Devouring His Children, because it terrified me. Saturn was a hideous old giant; in his hand he held the body of a little boy whose head he’d already bitten off. I remember thinking that Saturn and Perón were the two oldest people I’d ever seen. For a while, Saturn alternated in my nightmares with the River Plate shirt I got from Tío Rodolfo.)“


Marcelo Figueras (Buenos Aires, 1962)

 

De Duitse schrijfster Shida Bazyar werd geboren in 1988 in Hermeskeil. Zie ook alle tags voor Shida Bazyar op dit blog.

Uit: Nachts ist es leise in Teheran

“Der Schah ist gegangen, weil er krank war, die Statuen sind gefallen, weil das Volk nicht daran glaubte. Die Revolution wird jede Woche älter, und wir lieben dieses Land, mehr noch als zuvor. Die Schulbücher wurden geändert, in kürzester Zeit, wir rissen die Seiten mit dem Schah heraus, wir hängten sein Foto ab. Auf dass nie wieder ein Foto eines Einzelnen in den Klassenräumen hängt, sagt Peyman. Auf dass dort bald der Ayatollah, zurück aus dem Exil, hängt, sagt seine Mutter. Auf dass bald Marx und Engels, Che Guevara und Castro, Mao und Lenin in den Räumen hängen, sagen Sohrab und ich in den Pausen, sagen es inzwischen sogar im Lehrerzimmer, sagen es lauter, als wir es jemals durften. Und warten auf den Moment, in dem wir bestimmen werden, wer die leeren Wände füllt. Die Revolution wird jede Woche älter, und sie hat doch noch längst nicht angefangen. Der Schah ist weg, und wir sind am Beginn einer neuen Zeit, eines neuen Systems, einer neuen Freiheit, die wir nun vorbereiten. Was bleibt, sind die Tumulte auf den Straßen, immer noch euphorisch, aber jede Woche weniger euphorisierend. Was bleibt, sind die Sitzungen unserer Bewegung, die Pläne, die Pamphlete, die Lerneinheiten, die Guerillaübungen. Waren sie mal geheim, werden sie nun immer öffentlicher, werden wir immer siegessicherer, mal nachdenklicher, mal radikaler, immer mit dem Blick auf jene, die sich auch Revolutionäre nennen und Gläubige sind. Wo die wirkliche Revolution doch noch kommt, die Revolution des Volkes in den Institutionen, wo doch alles, was bis jetzt passiert ist, nur der erste Schritt war. Lang lebe der Sozialismus, lang lebe unsere Heimat, unsere Perle, unser Iran!
*
Die Revolution ist einen Monat alt, und Dajeh macht gefüllte Weinblätter. Sie sitzen alle auf dem Boden, meine Mutter, meine Schwestern, meine Cousinen, meine Tanten. Die Ehefrauen meiner älteren Brüder. Sie haben die Sofrehs auf den Wohnzimmerboden gelegt und mit Schüsseln voll Reis mit Hackfleisch, mit Kräutern, mit Linsen bedeckt, haben sich darumgesetzt und falten Weinblätter, ein ums andere, legen sie in einen Topf und reden und lachen und reden und lachen. Als wir klein waren, waren es genauso viele Frauen, wenn auch andere. Meine Schwestern und ich wurden von unserer Dajeh hinausgeschickt, sollten die Frauengespräche nicht hören, sollten den Nachbarschaftstratsch nicht unterbrechen.”

 
Shida Bazyar (Hermeskeil, 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović,, Marcelo Figueras, Shida Bazyar

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

Notities omtrent leven en dood (bij de dood van Leon)

1.
Onverbiddelijk is het leven.
Dit te bedenken: je
gaat er aan dood.

2.
Wie weet
wat leven is?
Wie zal het zeggen?
Wie leven naar
vernietiging. Zoiets als
alsmaar weggaan zonder groeten.
Evengoed,
het laatste ogenblik blijft
altijd onbesproken.
Het is verschrikkelijk te leven
en boordevol leven is de dood.

3.
Zo ging je weg:
zonder een woord
een waarschuwing,
in argeloze wreedheid.
Je wilde weggaan.
Niemand kwam je tegen
toen je ging.

4.
Zo weggaan is verschrikkelijk.
Zo weggaan zonder afscheid
is verschrikkelijk. Er zijn
geen woorden voor zo weggaan
zonder achterom te kijken.
Zo doodgaan is verschrikkelijk.
Zo doodgaan zonder reden is
verschrikkelijk. Zo doodgaan is
verschrikkelijk in leven blijven.


Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Continue reading “Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović,, Marcelo Figueras, Shida Bazyar”

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

In Newtons boomgaard

Ik wacht tot de appel niet ver
van de boom valt of de zwaarte
ontstijgt. De appel is rood
en hardstelig; hij hecht aan
zijn tak, zwelt welbehaaglijk.

Ik heb tijd zat. De appel
weet niet dat de zwaarte
kracht, wet is, dat de tak
zijn dracht moe wordt.
Het is herfst: appeltijd.

De appel doet of ik ver
van de boom of lucht ben
voor hem. De appel bloost
van opwinding. Zou hij
vallen? Wordt het dit keer

zweven?

 

Schaduw en licht

1
Wat avondjapons onthulden
deed kroonluchters lachen of huilen.
Wat ochtendjurken verrieden
was wat vroeg daglicht verdroeg.
Maar al wat op bloesjesdag
rakelings aan je voorbijging!
Nee, niet aan je voorbij, het bleef
een lente lang als een schaduw
van bloeiende meisjes bij.

2
Een lente lang als een schaduw
van breekbare benen die lengen
en rakelings blijven opdagen.
Wat ochtend koeltjes onthulde
als straatlantarens uithuilen.
Wat avond luchtig verried –
al wat geen daglicht kan velen
en in de schaduw wil schuilen
en één schaduw wil strelen

 
Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Continue reading “Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović”

Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

Pirla

Voorje je ogen sloot, zei je nog pirla,
zo’n onvertaalbaar woord uit je bargoens.
Sindsdien draag ik het met me mee, een teken,
Niet weg te schrobben. Natuurlijk lopen er meer
pirla rond op de wereld, hoe kom ik ze tegen?
Je houdt nooit op pirla te zijn. Als ze niet zo
goed op de hoogte waren, had ik dat stigma
wel met mijn nagels uit me losgekrabd.

 

In het Saint James in Parijs

In het Saint James in Parijs moet ik voortaan vragen
om een eenpersoonskamer. (Ze hebben niet graag
eenpersoonsgasten.) Net zo
bij dat namaak- Byzantium waarvan je zo hield in Venetië
en dan door naar de telefonistes, vanouds je vriendinnen,
tot de verbinding uitvalt. En het begint weer,
het verlangen je terug te hebben, in een gebaar
bv, of in een gewoonte.

 

Vertaald door Eva Gerlach

 

Aan mijn moeder
 
Nu het koor van steenpatrijzen
jouw eeuwige slaap verzoet, verzaligde
zwerm in ordeloze vlucht naar de glooiingen
van de Mesco-kaap na de wijnoogst, nu de strijd
der levenden heviger woedt dan ooit: indien jij nu
als een schim je omhulsel loslaat
(het is geen schim,
o lieve, het is niet wat jij denkt),
 
wie zal jou dan beschermen? De verlaten straat
leidt nergens heen. Slechts twee handen, een gezicht,
die handen, dat gezicht, het teken van een leven
dat niet van iemand anders is maar van zichzelf,
slechts dát geeft jou een plaats in het van zielen
en van stemmen wemelend elysium waarin jij leeft;
 
en ook de vraag die je nalaat is,
in de schaduw van de kruisen, een teken van jou.

 

Vertaald door Frans Denissen

 
Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Portret door Galeazzo Viganò

Continue reading “Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović”

Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

In de tuin

Je daalt de brede laan af
onder een zware azuurblauwe
zomerlucht. Een witte wolk
als van linnen verfrist
de zindering bij je aankomst.
We gaan zitten op het vertrouwde bankje.
Dan opeens een windvlaag
en je strooien hoed begint te tollen.
Je grijpt hem en gaat weer zitten.
Het groen van de grote zeeden is als
een opengevouwen zeil en voert ons weg.
Vanuit deze kust laveren we
langs alle kuststreken,
in een duet van namen, van herinneringen
helemaal terug tot Nervi.
Maar de zon daalt al,
verspreidt zijn prachtig licht in schuine stralen,
verdwijnt, komt terug, en de gedachte aan
avonden gelijk aan deze verdubbelt de horizonten,
vertaalt in andere dagen
dat vluchtig moment, dat verdwijnt.
Zelfs de wind zwijgt nu

 

Vertaald door Ansje Weima en Kees Godefrooij

 

De zwaluw

De zwaluw op de tegels opgekruld
had teer op zijn vleugels, vliegen
kon hij vergeten.
Gina, die hem verpleegde,
wreef taaie klonten los met watten zwaar
van olie en eau de cologne, ze kamde zijn veren,
borg hem weg in een mandje, juist zo groot dat hij van lucht
nog iets zou weten.
Erkentelijk mocht je wel zeggen keek hij haar aan
met één oog, het andere zat dicht. Toen at hij twee korrels
rijst, een half slablad, sliep lang. De volgende dag
bij zonsopgang vloog hij ervandoor zonder ook maar
dank je te schreeuwen.
Het kamermeisje boven zag hem gaan.
Wat een haast, kwam ze zeggen. Wij hebben hem nota bene
van de katten gered! Maar ze kunnen het zelf altijd
beter.

Vertaald door Eva Gerlach

 

In de stilte

Algemene staking vandaag.
Geen mens te zien op straat.
Alleen een transistortje achter de muur.
Sinds kort moet daar iemand wonen.
Hoe moet het nu verder met de productie?
Zelfs de lente talmt om in productie te komen.
De verwarming is voortijdig uitgezet.
De post, beseft men, is van geen belang.
Elk raderwerk moet vroeg of laat eens stokken.
Zelfs de doden werken mee aan het protest.
Zij dragen tot de algemene stilte bij.
Jij ligt onder een zerk. Je wekken heeft geen zin
omdat je altijd wakker bent. Ook vandaag,
nu alles en iedereen slaapt.

Vertaald door Frans Denissen

 

 
Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Portret door Renato Guttuso, 1939

Continue reading “Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović”

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

 

Geboorte van de kleuren

Het grijs hield vol dat alles wit was
wat niet zwart was, dat alles dag was
wat niet nacht was. De vele kleuren
verbleven clandestien in het zonlicht
dat hen nog niet kon velen.

Wat wij nu rood vinden was wijnwit.
Oranje? Volle-melkwit.
Geel was een heel oud wit.
Groen, een grijzend wit.
Het blauw was nog zo bleu.
Indigo bleef maar bleken.
Violet werd olievet.

En verder was er zwart. Elke nacht
waren de tijden zwart. Elke zee
was zwart, elk woud, elk werelddeel.
De kunst was zwart, zo zwart als
de wereldziel. De inkt was Oost-Indisch
kleurendoof.

Moest er nog daglicht wezen?
vroeg de ochtend soms, of liever
vroeg de regen (’t regende pijpen-
stelen). De zon scheen daardoorhen
en kleurde als een boei,
werd een oranjeappel,
verschoot van vroeg goud
tot geel en groen,
zag dan weer blauw,
waste met indigo
een bloembed, violet.

De eerste regenboog
sprong in het eerste oog.

 

Motief op reis

Het motief was het moe
maar een patroon te zijn
in het vloerkleed. ’t Wou
de wijde wereld in, en ging
als een klimoprank in het
ijle. ’t Rekte zich, op zoek
naar een verband, dat er niet
was dan in het kleed. Dapper
steigerde het motief tegen
de hemel, helmboswuivend.
Omweef nu, hand, met wand,
met warme kleur en klank,
die wandelende tak.


Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Continue reading “Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald”

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010en eveneens alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Naastenliefde

Wie heeft de pad het pad zien oversteken?
De boer op zijn tractor niet: hij heeft
al honderd padden overreden. Het pad
is smal, en de pad traag. Hij is een
pelgrim, onderweg (misschien mist hij
een kenteken?). Hij sleept zich naar
de plas, de poel waarin herboren wordt
zijn groene paradijs. Hij wil dwars
door het stenen huis, hij volhardt in
zijn heimwee, zwijgend, laat zich
met geen klem van drempels overreden.
En als wij in het donker de deur dicht-
slaan brengt hij geen klacht uit, geeft
geen kik. Pas maanden later vindt men
tussen deur en drempel, geplet, gedroogd,
zijn bijna gewichtloos, haast onstoffelijk
omhulsel. Gelukkige pad, nog steeds
op pad, pelgrim zonder reisgoed.

 

Lijflied

Het is van mijn leven nog niet geschreven,
nog nooit van m’n leven.
Het staat om de dood nog niet te boek,
om de dooie dood niet.

Het voelt nog zo iel aan,
of het mijn tong nog niet kan roeren;
ik voel me beroerd. Hoor hoe
het zou willen schreien.

Ik wil het ooit nog eens op
kunnen schrijven, al is het te weinig
om van te leven, het is om dood te gaan
te veel.

Een wijs is het, een onbepaalde
ruimte, die nog niet weet van tijd.
Een mond waarin bestorven ligt
wat nog geboren moet worden.

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

Continue reading “Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale, Robert Fitzgerald”