Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Jonathan Lethem, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: Exit

“Ze onderging de gedaanteverwisseling in een fractie van een seconde. Haar gebruikelijke, frivole gefladder sloeg als een bromvlieg tegen het raam te pletter, en terwijl ik me afvroeg wie ik het beste kon bellen om een terrasje mee te pakken, gooide ze het eerste voorwerp naar mijn hoofd. Het was de donkerblauwe koffiemok die ik om de een of andere reden nooit had weggegooid. Ik overwoog het iedere verhuizing, maar het lukte me niet. De mok was een cadeautje van mijn vader. Een ruim twintig jaar oud souvenir. De mok miste mijn hoofd en viel vier verdiepingen lager in de tuin van het kinderdagverblijf in honderdduizend doodsoorzaken voor kruipende baby’s uit elkaar. De mok was het enige object in het appartement dat echt van mij was. Alle mierzoete Ikea-confectiemeuk waarmee het is ingericht heeft ze zorgvuldig bij elkaar gezocht. Alsof de reclamefolder bij ons op de vloer een miskraam heeft gehad. Merkstoelen die nagebraakt zijn door talentloze ontwerpers en gemaakt door incomplete kinderhandjes uit Bangladesh. Het was me niet eerder opgevallen dat ik ruim vier jaar in BARBIE’S DREAMHOUSE © voor amateurvolwassenen heb gewoond. Eigenlijk was ik meer een bezoeker. Verlaat de gevangenis zonder te betalen.
Ze zocht de mok bewust uit, en daarom weet ik zeker dat de waanzin gespeeld was. En omdat ik wel van een spelletje houd, leek het me leuk om nog wat olie op het vuur te gooien. `Gefeliciteerd,’ zei ik zo kalm mogelijk. ‘Nu ben je dus eindelijk echt krankzinnig geworden.’ Lizes geestesgesteldheid is haar achilleshiel. Ze loopt al jaren bij een psycholoog, en daar mogen geen grapjes over worden gemaakt. Maar nu was het nodig, ze had tenslotte mijn lievelingsmok kapotgegooid. En ik presenteerde de woorden — mijn rode lap — als een matador: met een kleine buiging. Respecteer je tegenstander alleen als je zeker weet dat je gaat winnen. Voor nieuwe ammunitie stampte ze naar de keuken. Ik was hem helemaal vergeten, maar de inboedel herbergde inderdaad nog een item dat mij toebehoorde: een oude stereotoren. Een tijdje terug had ik die nog willen weggooien, maar hij was zo vet en stoffig dat ik me direct bedacht.
Omdat ruziemaken een gezamenlijke activiteit is, liep ik gemoedelijk achter Lize aan. Ik hield mijn handen bewust in de zakken van mijn trainingsbroek, omdat dat de lusteloze uitstraling die ze zo haat versterkt. Terwijl ze de micro-stereotoren oppakte, ontdekte ze dat de stekker nog in het stopcontact zat. Met veel gevoel voor drama rukte ze die los en liet in één moeite door de nooit-gelezen Jamie Olivers op de plastic zwart-wit geblokte keukenvloer vallen. De vettige stereotoren boven haar hoofd gaf haar even iets vertederends. Lizes bovenkamer heeft het niet makkelijk. Er wonen drie puppy’s, die het zelden met elkaar eens zijn. Ze kunnen nooit alle drie tegelijkertijd rustig zijn, en als ze elkaar totaal hebben opgefokt, is ze helemaal een ongeleid projectiel.”


Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: A Woman Looking at Men Looking at Women

“A woman novelist, on the other hand, is in double trouble. If she writes imaginary stories, such soft stuff is made all the softer by her female identity, and if she writes about her own experience in a memoir of domestic life, about the trials of having and caring for babies and children, about boring encounters with fellow parents at the daycare center or nursery school, about her peevish irritations and grievously lost independence, she may well vanish without a trace or be relegated to the ghetto that is woman’s writing. Then again, she may not. The reception of fiction is fickle. If publishers could recognize success in manuscript form, publishing would be a very different business. Because I write fiction and nonfiction and have an abiding interest in neurobiology and philosophy (still mostly male disciplines), I embody the masculine/feminine, serious/not-so-serious, hard/soft divide in my own work. When I publish a paper in a science journal or lecture at a conference in the sciences, I find myself on male terrain, but when I publish a novel, I stay squarely in female land. The audiences at public events vary accordingly, from about 80 percent male in the sciences and philosophy to exactly the reverse at a literary reading or event. This gendered geography becomes the context for one’s work and for its perception. Where exactly does competition come in? Undisguised competition in the form of verbal sparring, one-upmanship, and the blow-by-blow dismantling of a paper are common in the sciences and philosophy, and they are certainly not unheard of in the humanities. I once gave a lecture on trauma and literature at the Sorbonne in Paris, and the questions came hard and fast once I had finished speaking. I loved it. For one thing, in these worlds, knowledge counts. The more you know, the better off you are, and I revel in the lively combat of ideas that takes place in these sequestered but intense worlds of the intellect. Further, I have learned a lot from such robust encounters. I have had my mind changed by them. Fighting about ideas is fun, and if you really know your stuff, instant respect may be granted and offers to share papers and perhaps engage in an email dialogue soon follow.”


Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Allen Lethem werd geboren op 19 februari 1964 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Lethem op dit blog.

Uit: A Gambler’s Anatomy

“It was there when he woke up. Presumably also when he slept. The blot. Standing alone at the back of the sparsely populated ferry to Kladow, mercifully sheltered behind safety glass against the chill of the lake at evening, Alexander Bruno could no longer deny the blot that had swollen in his vision and was with him always, the vacancy now deforming his view of the receding shore. It forced him to peer around its edges for glimpses of the mansions and biergartens, the strip of sand at the century-­old lido, the tarpaulined sailboats. He’d come to Berlin, half the circumference of the world, two weeks ago, whether to elude his fate or to embrace it he couldn’t know.
He’d been biding his time in Charlottenburg, breakfasting at the quiet cafés, watching the days grow steadily longer, overhearing more spoken English than he’d have preferred, running through his last funds. His tuxedo had remained in its hanging bag, his backgammon case latched. All the while the blot had been with him, unacknowledged. Bruno its carrier, its host. He’d passed through customs with the innocence of the accidental smuggler: Nothing to declare. It was only after having at last called the number provided him by Edgar Falk and consenting to visit the rich man’s house in Kladow, only upon his waking, this very day on which he’d dusted off tuxedo and backgammon case, that the blot had insisted he grant its existence. An old friend he’d never met but recognized nevertheless.
Why get too fancy about it? He might be dying.
Under the circumstances of Bruno’s dread, the slide of the S-­Bahn through the endless roster of stations from Westend to Wannsee had seemed as long as his voyage from Singapore to Berlin. The German city, with its graffiti and construction sites, its desultory strips of parkland and naked pink water pipes, had its own sprawl and circumference. Berlin wended through time. On the S-­Bahn toward Wannsee the tall girls in black leggings with bicycles and earbuds, so prevalent in Charlottenburg and Mitte, had thinned out, replaced by dour Prussian businessmen and staring grandmother types, slouching home with briefcases and shopping bags. By the time of the ferry there was little to defeat the irresistible illusion that the city was newly vanquished and carved into sectors, that the prevailing silence and gloom derived from remorse and privations not seventy years past but fresh as smoldering rubble.”

 
Jonathan Lethem (New York, 19 februari 1964) 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit: Bridget Jones’ baby, de dagboeken (Vertaald door Titia Ram)

“Maandag 13 november
10.15 uur.
Studio van Sit Up Britain. Net op mijn werk gearriveerd. Ik kan dit niet. Ik kan absoluut geen
hele dag werken met de volgende dingen in mijn lijf:
1) Steeds groter wordende baby die gebakken aard-ppels, kaas, augurken en – ineens – wodka wil.
2) Volledig verward en gebroken hart. Waarom heeft Mark me die brief geschreven? Terwijl het
er juist allemaal zo lieflijk aan toeging toen we in de auto terug van Grafton Underwood zaten?
Waarom? Wat is er gebeurd? Waarom reageert hij niet op mijn sms’jes? Misschien vindt hij me
echt een ordinaire slet en herinnert Daniel hem aan het deel van mij dat hij niet leuk vindt.
Onder mijn bureau stiekem Tom gefacetimed.
‘Je bent niet ordinair en je bent geen slet,’ zei Tom op FaceTime. ‘Je bent een succesvolle nieuwsproducer en je leeft zo ongeveer als een non. Je moet even een spelletje Maar… tenminste doen. Weet je nog? Wat je hebt voorgedaan toen ik werd gekweld door Pretentieuze Jerome? Maar… tenminste? Maar… ik heb tenminste nog dit of dat. Voelt dat beter?’
‘Ja! Ja!’ zei ik, en ik voelde me helemaal opgefleurd.
‘Dank je, Tom.’
Klikte FaceTime uit.
FaceTime sprong weer tevoorschijn: Tom.
‘Bridge, dat je het even weet: je kunt beter geen mensen facetimen vanuit die hoek.’
Tom verdween en plopte vervolgens weer in beeld:
‘Ben ik een vreselijk mens?’
‘Bridget, ga eens wat doen,’ zei Richard Finch, die langs mijn bureau kwam lopen en naar mijn borsten gluurde.
Stuurde snel een sms naar Tom: ‘Nee, goed mens,’ waarna ik als een bezetene begon te typen en geconcentreerd naar het beeldscherm tuurde. Het leek net of ik heel hard aan het werk was.”


Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
Cover

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit: Tussen drie plagen (Vertaald door Frans van Nes en Jesse Niemeijer)

“Komt dat zien! Komt dat zien! Een mirakel zoals u nog nooit gezien hebt. Een mirakel dat u maar één keer in uw leven kunt aanschouwen!’ Een knaap met wat dons op de kin, een kwajongen nog met zijn neus nat van het zweet en met felle grote ronde ogen, rukte een vuurrode hoed met een vergulde band van zijn warrige haardos. In één beweging veegde hij met zijn gerafelde mouw de zweetdruppels van zijn neus en liet hij zijn rood-gouden hoed een machtige boog door de blauwe lucht maken. `Ein ersam rad! Schiine frawn! Tichtig junkfer!3 Metselaars en schoenmakers! Haast u! Komt het zien!’ Eigenlijk hoefde de heraut niet langer zo schril in drie talen te schreeuwen en met zijn hoed omhoog te wijzen. Want al het volk dat zich door de Grote Zeepoort in de richting van de Lijnbaansheuvel wurmde, staarde toch al met halftoegeknepen ogen naar de wolkeloze voorjaarshemel. Midden in de drom mensen die uit de Zeepoort stroomde, liep raadsheer Vegesack met rode wangen, die in zijn haast zijn waardigheid vergat, en zelfs zijn verlepte vrouw naast hem had blosjes op haar wangen. Er liepen nog meer raadsheren met hun vrouwen, kooplieden en winkeliers, ambachtslieden met bierbuiken en hun sproetige gezellen, opgewonden burgermeisjes en hun voorname moeders, flinke dienstmaagden, raadssoldaten in blauwe wambuizen en grijs werkvolk. En alle mensen staarden voortdurend omhoog, ze draaiden hun halzen naar links. Verder naar rechts denderde een troep matrozen uit Lbeck met zo veel geweld over een loopplank dat die ervan kraakte. Ook voor de matrozen was dit een eenmalig gebeuren. Aan de linkerkant haastte het volk uit Kalamaja zich in groepjes de Lijnbaansheuvel omhoog met een gigantische stofwolk op hun hielen. En toen het volk uit de poort ver genoeg over de brug over de gracht was om de puntgevels van de buitenste stadshuizen boven de stadsmuur te kunnen zien, zagen ze dat alle dakluiken openstonden en dat daarvandaan talloze wijd opengesperde ogen naar de hemel staarden. De knechten van één koopmanshuis waren zelfs met z’n drieën op een hijsbalk geklauterd en zaten daar op een rijtje als dorpsjongens op een hek. Ze keken zelf naar de lucht terwijl ze met hun benen boven de peilloze diepte schommelden; op ieder ander moment was het doodeng geweest om ze zo te zien zitten.


Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Bungalow

“Ich war siebzehn, wir durften das Haus nicht verlassen wegen Ozonwarnung, Hitzefrei für Erwachsene, mir gefiel das immer, obwohl die Strahlung uns draußen nach fünf Minuten mit blauer Haut und Tränen in den Augen in die Knie gezwungen hätte. Den ganzen Tag rummachen bei geschlossenen Vorhängen und »University Challenge« streamen, eine Sendung, in der die besten Studenten britischer Eliteuniversitäten Fragen zu antiker Architektur oder dem Aufbau des endo plasmatischen Retikulums oder der Sonatenhauptsatzform beantworten müssen und die vor zehn Jahren abgesetzt wurde, alles wie immer, aber an diesen Tag erinnere ich mich besser als an andere. Mein Oberkörper liegt auf der Waschmaschine, Georg steht hinter mir, ich trage die horizontal gestreifte Strickjacke, in der Maria normalerweise den Müll wegbringt, und muss an das Blut und die Hautfetzen denken, die nach dem Scheren der Merinoschafe in ihrer Wolle hängen bleiben, daran, wie man Schafe ins Gesicht schlägt, um ihren Widerstand zu brechen. Maria hängt zu dem Zeitpunkt kiffend auf dem Sofa, die Tür steht offen. Ihr ist langweilig. Mir auch. Ihm auch, obwohl er kurz davor ist, zu kommen. Ich drehe mich um und schubse ihn weg, das ist weder Intuition noch ein klarsichtig gesteuerter Akt sexuellen Einfallsreichtums, einfach was Überlebenswichtiges, zu dem ich mich überwinden muss. Er stolpert über seine Hose, anthrazitgrau, die doppelt paspelierte Arschtaschen hat und ihm in den Kniekehlen hängt. Dann knallt er mit dem Hinterkopf an die Holzregale. Ich lege meine Hände um seinen Hals und meine Daumen auf die Stelle zwischen den Schlüsselbeinen, dorthin, wo die Kehle beginnt. Für zwei Sekunden ist er ohnmächtig. Ich knie auf seinen Oberschenkeln. Vielleicht habe ich ihn umgebracht. Als er die Augen wieder öffnet, sieht er mich genauso an wie früher, ganz früher, als ich ihm mit elf zum ersten Mal »Guten Tag« gesagt und an seinem Ausdruck festgestellt habe, dass er irgendwas interessant an mir findet. Ich ging nicht davon aus, dass er es mochte, keine Luft mehr zu kriegen. Ich habe das auch nie wieder gemacht. Also, ihn würgen. Wäre vergleichbar mit einem Stück Schwarzwälder Kirschtorte gewesen, von dem er seiner Tante irgendwann mal höflichkeitshalber gesagt hat, es würde ihm schmecken, und dann kriegt er das sein Leben lang bei jedem Besuch serviert. Es ging da nicht um die Abwandlung irgendeiner Routine, nur darum, dass Maria wegen uns den Fernseher ausmachen sollte. Sie machte ihn aus. Wir waren zufrieden.”


Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

Uit: Die Sprache von Gibraltar

Prolog des Affen

Churchill hat uns nachgeholt
wir sind legal, Großbritanniens Garantie
meine Herkunft: von der anderen
Seite, ich bin für keinen Feind
eroberbar, ich bin der Weltschmerz
auf dem Fels, ich bin, woraus ihr
kommt, ich laufe über eure Autos
ich bin der Spott, der Hohn, und hocke
auf dem Fels, ich sehe die Schmuggler
Flugzeuge starten und landen, das Geld
das sich allein bewegt, ich bin euch
Zumutung, das Wrack, das ihr streichelt
ich sitze auf dem Fels und seh Besitz
und hör die Kontinente driften.

1
Am Tag, an dem die ersten Blütenblätter
der Lilien auf den Wohnzimmertisch fallen
an einem Montag der Unruhe
fliege ich an die Grenze Europas
mit 520 km/h in 4000 Meter Höhe
überquere ich um siebzehn Uhr fünfzehn
in einem nicht fassbaren Zustand
mit einer Erkältung, die eine Angst ist
den 36. Breitengrad, die Sonne ballert

das Ende Europas, Europas Ende
die Möwen mit ihren Möwenhirnen
die Affen mit ihren Affenhirnen
wissen nichts davon, wir sind die Minderheit
die Lebenden, das Ende Europas ist da
wo der Anfang Afrikas ist, dort draußen
auf dem Wasser, in Sichtweite

 
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

“Robert schob ihm das Kissen unter den Kopf und deckte ihn zu. Dann ging er zur Tür.
Ich kann ihm auch nicht helfen. Warum sollte ich dableiben. Irgendwo muß dieser verdammte Fahrstuhl gewesen sein.
Suchen Sie jemand, hörte Robert hinter sich eine Stimme.
Die grauhaarige Frau stand in der Wohnungstür und trocknete sich die Hände an einem Geschirrtuch ab.
Ich wollte zu Herrn Werner.
Von dort kommen Sie doch gerade, oder?
Ich habe vielleicht das Schild übersehen. Vielleicht habe ich den Namen falsch gelesen.
Die Frau schob das Geschirrtuch unter ihre Schürze.
Was wollen Sie denn von Herrn Werner.
Ich soll ihm was bringen, von seiner Schwester.
Sie trat einen Schritt auf ihn zu.
Was denn, eine Schwester hat der? Das kann doch nicht wahr sein. Das ist der Gipfel. Die sollte lieber mal selber kommen, statt jemanden herzuschicken. Ihr Bruder machts nicht mehr lange, das können Sie ihr sagen. Der ist schon jetzt nicht mehr ganz bei sich. Hier oben, meine ich. Den ganzen Tag marschiert er im Stechschritt durchs Zimmer. Oder er holt fremde Leute in die Wohnung. Jetzt hat er auch noch angefangen, nachts zu singen. Singen, was sage ich. Er krächzt. Und plötzlich stellt sich heraus, er hat eine Schwester. Sagen Sie ihr mal, sie soll … Robert drehte sich um und ging zurück.“


Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)
Scene uit een opvoering van het gelijknamige theaterstuk in Dessau, 2013

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: Léonid doit mourir (Vertaald door Raphaëlle Pache)

“Au vingt-sixième jour, le coeur se mit à battre.
Le petit amas de cellules, accroché Dieu sait comment à la chair, palpitait déjà en continu, prêt à se décrocher d’un instant à l’autre pour être emporté par un flot de liquides dans le Tartare. Et voilà que le coeur, cette pompe puissante qui envoyait on ne savait trop quoi ni où pour le moment, rendait encore plus problématique le développement futur de l’embryon.
Toutefois, ce n’était qu’un danger abstrait perçu de manière floue, d’autant que seul l’embryon avait connaissance de sa propre existence. Comment quelques centaines de cellules pouvaient-elle détenir cette information ? Pas moyen de l’expliquer de manière humaine, rationnel le. Pourtant, les opposants à l’avortement affirment que dès sa première seconde d’existence, le foetus est capable de pressentir très nettement l’approche de son exécution – son évacuation forcée de l’utérus -et qu’il en éprouve une souffrance insupportable. Mais comment est-ce possible sans matière grise, autrement dit sans vecteur de la pensée et par conséquent de la peur ? Voilà qui échappe à l’entendement. Pourtant les faits sont irréfutables : la souffrance éprouvée par le produit d’un accouplement récent est bel et bien insupportable, de même que le fruit de cet accouplement peut parfois s’avérer monstrueux, réduisant à néant la pâte divine dont l’homme est issu. Les sceptiques ne voient là que des sornettes, à quoi leurs adversaires – des femmes pour la plupart – exigent qu’on leur explique alors comment s’engendre la vie. C’est une question sans réponse, et tous comprennent qu’elle le restera jusqu’à la fin des temps, si bien qu’ennemies et partisans de l’avortement se séparent toujours fâchés à mort.
Cela étant, les premières ont raison, même s’il y a parmi elles nombre de créatures extrêmement désagréables et même pas mères, virulentes jusqu’à rechercher le coup de poing et perdant souvent toute féminité dans la bagarre. Mais que va-t-on se soucier des apparences ? Le principal n’est-il pas de lutter pour une juste cause ?
Donc au vingt-sixième jour, son coeur se mit à battre et naquit chez lui un semblant de pensée. Qui consistait en ceci : s’il y a une première pensée, il y en a une dernière.
Ce premier raisonnement ne suscita pas d’émotion, parce qu’il entraîna aussitôt une deuxième pensée : nul ne sait si sa fin est proche ou lointaine, et si la dernière pensée n’est pas en fait le début d’un nouvel être doté d’une faculté de pensée alternative. »


Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)
Cover Russische uitgave

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: De notaris en het meisje

“Voor Anna was het de vijfde keer dat ze het begrafenisritueel aanschouwde. Bij de vorige processie mocht ze voor het eerst met de vrouwen meelopen. Ze droeg toen een zwarte overrok die ze bij iedere stap tot aan haar enkels de kleigrond in trapte. Nu zat ze gehurkt achter de kruiwagen met het zware gevoel in haar keel en kon ze zich niet eens meer voorstellen hoe licht het leven was toen ze met de kinderen mee mocht huppelen, achter de bellen en de fakkels aan.
De stoet trok langs het ondiep en zou nog eenmaal in de richting van het dorp komen voor hij afboog naar het droogveld. De dikke mist die over het laagland dreef, leek er altijd te zijn als er dingen gebeurden die God niet mocht zien. Nu zorgde Hij ervoor dat Anna alleen de kop, het midden en de staart van de meanderende rouwstoet zag.
‘Het lijkt op een aal.’ De krassende mannenstem kwam van achteren, naast de schuur. ‘Hij kronkelt het moeras in.’ De man was niet van het laagland. Hij droeg een zwarte overjas over een donker pak, en onder de hoed die tot aan zijn wenkbrauwen over zijn voorhoofd was getrokken, staarden twee kraalogen haar onafgebroken aan. Onder zijn linkeroog liep een litteken, als een traan, langs zijn neus tot aan zijn mondhoek.
Het duurde even voor Anna de man vanuit hurkzit durfde aan te spreken.
‘Wie bent u, meneer? Bent u soms familie?’ Anna stond op en wilde een stap naar achteren zetten, maar stootte tegen de kruiwagen aan.
‘Je bent mooi. Geen kleikop, je hebt een fijn gezicht. Hoe oud ben je, meisje?’
‘Ik ben zeventien, bijna achttien. Ik heet Anna. Wie bent u?’
De glimlach van de man drukte het litteken schuin omhoog.
‘Bijna achttien, toe maar. Waar zijn je ouders, meisje?’
‘Mijn vader en moeder lopen mee. Ze lopen naar het droogveld.
Ze zijn pas rond de middag weer terug.’
‘Werkt je vader aan het veen of op het veld?’

 
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

Doorgaan met het lezen van “Michiel Stroink, Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:What I Loved

« Yesterday, I found Violets letters to Bill. They were hidden between the pages of one of his books and came tumbling out and fell to the floor. I had known about the letters for years, but neither Bill nor Violet had ever told me what was in them. What they did tell me was that minutes after reading the fifth and last letter, Bill changed his mind about his marriage to Lucille, walked out the door of the building on Greene Street, and headed straight for Violet’s apartment in the East Village. When I held the letters in my hands, I felt they had the uncanny weight of things enchanted bystories that are told and retold and then told again. My eyes are bad now, and it took me a long time to read them, but in the end I managed to make out every word. When I put the letters down, I knew that I would start writing this book today.
“While I was lying on the floor in the studio,” she wrote in the fourth letter, “I watched you while you painted me. I looked at your arms and your shoulders and especially at your hands while you worked on the canvas. I wanted you to turn around and walk over to me and rub my skin the way you rubbed the painting. I wanted you to press hard on me with your thumb the way you pressed on the picture, and I thought that if you didn’t, I would go crazy, but I didn’t go crazy, and you never touched me then, not once. You didn’t even shake my hand.”
I first saw the painting Violet was writing about twenty-five years ago in a gallery on Prince Street in SoHo. I didn’t know either Bill or Violet at the time. Most of the canvases in the group show were thin minimalist works that didn’t interest me. Bill’s painting hung alone on a wall. It was a large picture, about six feet high and eight feet long, that showed a young woman lying on the floor in an empty room. She was propped up on one elbow, and she seemed to be looking at something beyond the edge of the painting. Brilliant light streamed into the room from that side of the canvas and illuminated her face and chest.”

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: The Summer Without Men

“Sometime after he said the word pause,I went mad and landed in the hospital. He did not say I don’t ever want to see you again or It’s over, but after thirty years of marriage pause was enough to turn me into a lunatic whose thoughts burst, ricocheted, and careened into one another like popcorn kernels in a microwave bag. I made this sorry observation as I lay on my bed in the South Unit, so heavy with Haldol I hated to move. The nasty rhythmical voices had grown softer, but they hadn’t disappeared, and when I closed my eyes I saw cartoon characters racing across pink hills and disappearing into blue forests. In the end, Dr. P. diagnosed me with Brief Psychotic Disorder, also known as Brief Reactive Psychosis, which means that you are genuinely crazy but not for long. If it goes on for more than one month, you need another label. Apparently, there’s often a trigger or, in psychiatric parlance, “a stressor,” for this particular form of derangement. In my case, it was Boris or, rather, the fact that there was no Boris, that Boris was having his pause. They kept me locked up for a week and a half, and then they let me go. I was an outpatient for a while before I found Dr. S., with her low musical voice, restrained smile, and good ear for poetry. She propped me up—still props me up, in fact.
I don’t like to remember the madwoman. She shamed me. For a long time, I was reluctant to look at what she had written in a black-and- white notebook during her stay on the ward. I knew what was scrawled on the outside in handwriting that looked nothing like mine, Brain shards, but I wouldn’t open it. I was afraid of her, you see. When my girl came to visit, Daisy hid her unease. I don’t know exactly what she saw, but I can guess: a woman gaunt from not eating, still confused, her body wooden from drugs, a person who couldn’t respond appropriately to her daughter’s words, who couldn’t hold her own child. And then, when she left, I heard her moan to the nurse, the noise of a sob in her throat: “It’s like it’s not my mom.” I was lost to myself then, but to recall that sentence now is an agony. I do not forgive myself.
The Pause was French with limp but shiny brown hair. She had signifcant breasts that were real, not manufactured, narrow rect- angular glasses, and an excellent mind. She was young, of course, twenty years younger than I was, and my suspicion is that Boris had lusted after his colleague for some time before he lunged at her signi?cant regions. I have pictured it over and over. Boris, snow-white locks falling onto his forehead as he grips the bosom of said Pause near the cages of genetically modifed rats. I always see it in the lab, although this is probably wrong. The two of them were rarely alone there, and the “team” would have noticed noisy grappling in their midst. Perhaps they took refuge in a toilet stall, my Boris pounding away at his fellow scientist, his eyes moving upward in their sockets as he neared explosion.”

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz, Dmitri Lipskerov

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:The Blazing Worl

“Editing is the most obvious way of manipulating vision. And yet, the camera sometimes sees what you don’t – a person in the background, for example, or an object moving in the wind. I like these accidents. My first full-length film, Esperanza, was about a woman I befriended on the Lower East Side when I was a film student at NYU. Esperanza had hoarded nearly all the portable objects she had touched every day for thirty years: the Chock Full O’Nuts paper coffee cups, copies of the Daily News, magazines, gum wrappers, price tags, receipts, rubber bands, plastic bags from the 99-cent store where she did most of her shopping, piles of clothes, torn towels, and bric-a-brac she had found in the street. Esperanza’s apartment consisted of floor-to-ceiling stacks of stuff. At first sight, the crowded apartment appeared to be pure chaos, but Esperanza explained to me that her piles were not random. Her paper cups had their own corner. These crenellated towers of yellowing, disintegrating waxed cardboard stood next to piles of newspapers …
One evening, however, while I was watching the footage from a day’s filming, I found myself scrutinizing a pile of rags beside Esperanza’s mattress. I noticed that there were objects carefully tucked in among the fraying bits of coloured cloth: rows of pencils, stones, matchbooks, business cards. It was this sighting that led to the “explanation.” She was keenly aware that the world at large disapproved of her “lifestyle,” and that there was little room left for her in the apartment, but when I asked her about the objects among the rags, she said that she wanted to “keep them safe and sound.” The rags were beds for the things. “Both the beds and the ones that lay down on them,” she told me, “are nice and comfy.
It turned out that Esperanza felt for each and every thing she saved, as if the tags and town sweaters and dishes and postcards and newspapers and toys and rags were imbued with thoughts and feelings. After she saw the film, my mother said that Esperanza appeared to believe in a form of “panpsychism.” Mother said that this meant that mind is a fundamental feature of the universe and exists in everything, from stones to people. She said Spinoza subscribed to this view, and “it was a perfectly legitimate philosophical position.” Esperanza didn’t know anything about Spinoza …

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz, Dmitri Lipskerov”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Dmitri Lipskerov, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: The Sorrows of an American

“The day Inga and I began working, the weather outside was heavy. Through the large window, I looked at the thin layer of snow under an iron-colored sky. I could feel Inga standing behind me and hear her breathing. Our mother, Marit, was sleeping, and my niece, Sonia, had curled up somewhere in the house with a book. As I pulled open a file drawer, I had the abrupt thought that we were about to ransack a man’s mind, dismantle an entire life, and without warning a picture of the cadaver I had dissected in medical school came to mind, its chest cavity gaping open as it lay on the table. One of my lab partners, Roger Abbot, had called the body Tweedledum, Dum Dum, or just Dum. “Erik, get a load of Dum’s ventricle. Hypertrophy, man.” For an instant I imagined my father’s collapsed lung inside him, and then I remembered his hand squeezing mine hard before I left his small room in the nursing home the last time I saw him alive. All at once, I felt relieved he had been cremated.
Lars Davidsen’s filing system was an elaborate code of letters, numbers, and colors devised to allow for a descending hierarchy within a single category. Initial notes were subordinate to first drafts, first drafts to final drafts, and so on. It wasn’t only his years of teaching and writing that were in those drawers, but every article he had written, every lecture he had given, the voluminous notes he had taken, and the letters he had received from colleagues and friends over the course of more than sixty years. My father had catalogued every tool that had ever hung in the garage, every receipt for the six used cars he had owned in his lifetime, every lawnmower, and every home appliance—the extensive documentation of a long and exceptionally frugal history. We discovered a list for itemized storage in the attic: children’s skates, baby clothes, knitting materials. In a small box, I found a bunch of keys. Attached to them was a label on which my father had written in his small neat hand: “Unknown Keys.”

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Dmitri Lipskerov, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

 

Uit: Living, Thinking, Looking

“DESIRE APPEARS AS A FEELING, a flicker or a bomb in the body, but it’s always a hunger for something, and it always propels us somewhere else, toward the thing that is missing. Even when this motion takes place on the inner terrain of fantasy, it has a quickening effect on the daydreamer. The object of desire—whether it’s a good meal, a beautiful dress or car, another person, or something abstract, such as fame, learning, or happiness—exists outside of us and at a distance. Whatever it is, we don’t have it now. Although they often overlap, desires and needs are semantically distinct. I need to eat, but I may not have much desire for what is placed in front of me. While a need is urgent for bodily comfort or even survival, a desire exists at another level of experience. It may be sensible or irrational, healthy or dangerous, fleeting or obsessive, weak or strong, but it isn’t essential to life and limb. The difference between need and desire may be behind the fact that I’ve never heard anyone talk of a rat’s “desire”—instincts, drives, behaviors, yes, but never desires. The word seems to imply an imaginative subject, someone who thinks and speaks. In Webster’s, the second definition for the noun desire is: “an expressed wish, a request.” One could argue about whether animals have “desires.” They certainly have preferences. Dogs bark to signal they wish to go outside, ravenously consume one food but leave another untouched, and make it known that the vet’s door is anathema. Monkeys express their wishes in forms sophisticated enough to rival those of their cousins, the Homo sapiens. Nevertheless, human desire is shaped and articulated in symbolic terms not available to animals.
When my sister Asti was three years old, her heart’s desire, repeatedly expressed, was a Mickey Mouse telephone, a Christmas wish that sent my parents on a multi-city search for a toy that had sold out everywhere.”

 

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

 

Uit: Die Leiden eines Amerikaners (Vertaald door Uli Aumüller und Gertraude Krueger)

„Meine Schwester nannte es «das Jahr der Geheimnisse», aber wenn ich jetzt zurückblicke, erkenne ich: Das Wichtige war nicht, was da war, sondern was nicht da war. Eine meiner Patientinnen meinte einmal: «In mir wandern Geister herum, aber sie reden nicht immer. Manchmal haben sie nichts zu sagen.» Sarah blinzelte meist oder hielt die Augen ganz geschlossen, weil sie Angst hatte, das Licht würde sie blind machen. Ich glaube, wir haben alle Geister in uns, und es ist besser, wenn sie reden, als wenn sie es nicht tun. Nachdem mein Vater tot war, konnte ich nicht mehr mit ihm persönlich reden, aber in meinem Kopf unterhielt ich mich weiter mit ihm. Ich sah ihn weiter in meinen Träumen, hörte ihn weiter zu mir sprechen. Und trotzdem wurde mein Leben eine Zeitlang von dem beherrscht, was mein Vater nicht gesagt, was er uns nicht erzählt hatte. Wie sich herausstellte, war er nicht der Einzige, der Geheimnisse hütete. Am sechsten Januar, vier Tage nach der Trauerfeier, fanden Inga und ich den Brief in seinem Arbeitszimmer.

Wir waren mit unserer Mutter in Minnesota geblieben und machten uns an das Sichten seiner Papiere. Wir wussten, dass es biografische Aufzeichnungen gab, die er in seinen letzten Lebensjahren verfasst hatte, sowie eine Schachtel mit Briefen an seine Eltern – viele davon aus seiner Zeit als Soldat im Pazifik während des Zweiten Weltkriegs -, aber es fanden sich auch andere Dinge in dem Zimmer, die wir noch nie gesehen hatten. Das Arbeitszimmer meines Vaters hatte einen ganz besonderen Geruch, der sich ein wenig von dem im Haus unterschied. Hier hatte er vierzig Jahre lang Zigaretten geraucht und Kaffee getrunken, und die unzähligen Tassen hatten Ringe auf dem Schreibtisch hinterlassen; ich fragte mich, ob das die Atmosphäre dieses Zimmers geprägt und den unverwechselbaren Geruch hervorgebracht hatte, der mir beim Eintreten entgegenschlug. Das Haus ist inzwischen verkauft. Ein Zahnarzt hat es erworben und umfassend renovieren lassen, aber ich habe das Arbeitszimmer meines Vaters noch vor Augen – die Bücherwand, die Aktenschränke, den langen, selbstgebauten Schreibtisch mit dem Plastikbehälter für Kleinkram darauf. Obwohl dieser Behälter durchsichtig war, klebte auf jedem Fach ein kleines handgeschriebenes Etikett – «Büroklammern», «Batterien für Hörgerät», «Garagenschlüssel», «Radiergummis».

 

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Amy Tan

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009 en ook mijn blog van 19 februari 2010.

 

Uit: Wat me lief was (Vertaald door Heleen ten Holt) 

 

„Ieder incident speelde zich af volgens hetzelfde vaste patroon: eerste de treurige ontdekking, dan de woede van de getroffene, dan Marks terugkomst en heftige ontkenningen. Ja, hij was weggelopen, maar hij had niets slechts gedaan. Hij had rondgelopen in de stad. Dat was alles. Hij had behoefte om alleen te zijn. Hij had niet ’s nachts in Philips auto gereden. Als er een deuk achter het portier zat, had iemand anders de stationwagon zeker gestolen. Ja, hij was die nacht van huis weggelopen, maar hij had geen geld gestolen. Violet vergiste zich, waarschijnlijk had ze het uitgegeven of verkeerd geteld. Marks verontwaardigde ontkenningen waren vreemd irrationeel. Alleen als hij met een direct bewijs werd geconfronteerd, bekende hij schuld. Als je erop terugkijkt was alles wat Mark deed akelig voorspelbaar, maar we keken toentertijd geen van allen terug, en hoewel zijn gedrag volgens een cyclus verliep, waren we niet helderziend. We konden de dag van zijn rebellie niet voorspellen.
Mark was een raadsel dat op verschillende manieren kon worden uitgelegd. Het kwam me voor dat er twee manieren waren om zijn gedrag te begrijpen, die allebei een vorm van dualisme betroffen. De eerste was manicheïstisch. Marks dubbele leven was een slinger die tussen licht en donker heen en weer zwaait. Een deel van hem wilde echt zijn best doen. Hij hield van zijn ouders en zijn vrienden, maar hij werd met regelmatige tussenpozen overvallen door plotselinge impulsen, waar hij aan toegaf.“

 

 

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Amy Tan”

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Amy Tan, Dmitri Lipskerov

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: The Shaking Woman Or A History Of My Nerves

 

When my father died, I was at home in Brooklyn, but only days before I had been sitting beside his bed in a nursing home in Northfield, Minnesota. Although he was weak in body, his mind remained sharp, and I remember that we talked and even laughed, though I can’t recall the content of our last conversation. I can, however, clearly see the room where he lived at the end of his life. My three sisters, my mother, and I had hung pictures on the wall and bought a pale green bedspread to make the room less stark. There was a vase of flowers on the windowsill. My father had emphysema, and we knew he would not last long. My sister Liv, who lives in Minnesota, was the only daughter with him on the final day. His lung had collapsed for the second time, and the doctor understood that he would not survive another intervention. While he was still conscious, but unable to speak, my mother called her three daughters in New York City, one by one, so we could talk to him on the telephone.

I distinctly remember that I paused to think about what I should say to him. I had the curious thought that I should not utter something stupid at such a moment, that I should choose my words carefully. I wanted to say something memorable— an absurd thought, because my father’s memory would soon be snuffed out with the rest of him. But when my mother put the telephone to his ear, all I could do was choke out the words “I love you so much.” Later, my mother told me that when he heard my voice, he smiled.

That night I dreamed that I was with him and he reached out for me, that I fell toward him for an embrace, and then, before he could put his arms around me, I woke up. My sister Liv called me the next morning to say that our father was dead. Immediately after that conversation, I stood

up from the chair where I had been sitting, climbed the stairs to my study, and sat down to write his eulogy. My father had asked me to do it. Several weeks earlier, when I was sitting beside him in the nursing home, he had mentioned “three points” he wanted me to take down. He didn’t say, “I want you to include them in the text you will write for my funeral.” He didn’t have to. It was understood.“

 

siri_hustvedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Cause Celeb

 

It used to seem extraordinary to me that someone like Henry could actually exist, extraordinary that a person could be transported into an environment so alien to his own, and remain so utterly unaffected by his surroundings. It was as if he had been coated with a very strong sealant, the sort of thing they use to paint on oceangoing yachts.

Henry was spreading thick cut luxury marmalade from a Fortnum and Mason’s jar on a piece of Nambulan unleavened bread.

“Got up this morning, didn’t Boris Believe it—family of eight outside my hut wanting to move their tent nearer the river. I said to the chap, ‘I thought this was a bloody refugee camp, not a holiday camp, but you go ahead, mate, by all means. Never mind the old malnutrition—you go for the view.'”

Breakfast was taken in Safila, just after dawn. It was a quiet time, the hour before the heat became intolerable, with the silence broken only by the rooster and Henry, who was incapable of shutting up except when he was asleep. I was particularly annoyed by Henry that morning, because I suspected he had started an affair with one of our more emotionally fragile nurses, Sian. She was sitting next to him now, giving him a look you could have spread on a piece of toast. Sian was a sweet-natured girl who had joined us two months ago, after returning early from night shift to find her husband of eighteen months in bed with a Turkish minicab driver. Her therapy was being continued via correspondence.“

 

fielding

Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Der Verrückte des Zaren (Vertaald door  Helga Viira)

 

« WOISECK, DONNERSTAG, DEN 26. MAI 1827. Zunächst möchte ich den Anlaß festhalten, der mich dieses Tagebuch beginnen läßt. Ja, ich schreibe »beginnen«, denn ob ich es fortführen werde, ist nicht abzusehen. Es scheint mir überaus zweifelhaft — weder die Zeit noch das Land noch gar unsere Familie sind geeignet für das Führen eines Tagebuches. Wenn überhaupt ein Tagebuch, kann es allenfalls ein völlig geheimes werden. Und gerade deshalb ist es möglich, den Grund seines Entstehens gleich zu Anfang auszusprechen.

Also: Ich habe mich entschlossen, Tagebuch zu führen, weil ich in Dinge verstrickt bin, die meines Erachtens so ungewöhnlich sind, daß ein denkender Mensch, der ungewollt ihr Zeuge geworden ist, nicht umhinkann, den Versuch zu unternehmen, seine Beobachtungen niederzuschreiben. Möglich,

daß nur ein oberflächlicher Denker so handelt. Jemand, der tiefer in die Dinge eindringt, würde bestimmt auf jegliche Aufzeichnungen verzichten. Weiß Gott.

Freilich, wenn ich zurückschaue, muß ich bekennen: Ich bin nicht erst jüngst in all das hineingeraten. Seit zehn Jahren bereits, nein, viel länger, bin ich darin verwickelt. Ich selbst habe mich in dieser Zeit in ein Kuriosum verwandelt. Denn welch anderer Bauernjunge aus der Gemeinde Holstfershof hätte in all den Jahren, man kann sagen seit 1814, das lernen und sehen können, was mir eine Reihe von Zufällen, die wechselten wie die Kulissen in einer italienischen Oper, zu Augen kommen ließ .. .

Also, heute vor zwei Wochen sind wir bei heftigem Frühlingsregen aus Petersburg hier in Woiseck eingetroffen: Eeva, der achtjährige Jüri, den sie entgegen meinem Ratschlag nach Petersburg mitgenommen hatte, Timo, der Diener Käsper, das Zimmermädchen Liiso und ich. Und der Kutscher Juhan natürlich. Des weiteren ein Feldjäger und drei Gendarmen. »

 

JaanKross

Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Briefe in die chinesische Vergangenheit

 

“Erster Brief

(Mittwoch, io. Juli)

 

Treuer Freund Dji-gu.

Die Zukunft ist ein Abgrund. Ich würde die Reise nicht noch einmal machen. Nicht das schwärzeste

Chaos ist mit dem zu vergleichen, was unserem bedauernswerten Menschengeschlecht bevorsteht. Wenn ich könnte, würde ich sofort zurückkehren. Ich fühle mich in eine Fremde von unbeschreiblicher Kälte hinausgeworfen. (Obwohl es auch hier Sommer ist.) Für heute nur soviel: ich bin, in Anbetracht der ungewöhnlichen Art meiner Reise, leidlich gut angekommen. Ich kann nur rasch diese Zeilen kritzeln und den Zettel an den Kontaktpunkt legen. Ich hoffe, Du findest ihn. In Liebe grüßt Dich Dein

Kao-tai

 

Zweiter Brief

(Samstag, ‘3. Juli)

 

Teurer Freund Dji-gu.

Die Zukunft ist ein Abgrund. Ich glaube, ich habe diesen Satz schon auf den Zettel geschrieben, den ich Dir vor drei Tagen an den Kontaktpunkt gelegt habe — hoffentlich hast Du ihn gefunden und machst Dir keine Sorgen um mich. Was ich hier erlebe, ist so vollständig anders als das, was Du kennst und was ich gewohnt bin, daß ich gar nicht weiß, womit ich meine Schilderung beginnen soll. Hier — ich müßte eigentlich nicht »hier« sagen, sondern »jetzt«. Aber dieses »jetzt« ist so unvorstellbar fremd., daß es mir schwerfällt, an die Identität dieses »Ortes« mit dem Ort zu glauben, an dem Du — durch genau tausend Jahre getrennt — lebst.

Tausend Jahre, das weiß ich nun, sind ein Zeitraum, den der menschliche Verstand nicht fassen kann. Gewiß: Du kannst zählen — eins, zwei, drei … bis tausend — und Dir dabei vorzustellen versuchen, es vergehe jedesmal ein Jahr dabei, Geschlechter, Kaiser, ganze Dynastien wechselten, die Sterne wanderten … “

 

Rosendorfer

Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Feathers from a Thousand Li Away

 

„The olde woman remembered a swan she had bought many years ago in Shanghai for a foolish sum. This bird, boasted the market vendor, was once a duck that stretched its neck in hopes of becoming a goose, and now look! – it it too beautiful to eat.

Then the woman and the swan sailed across an ocean many thousands of li wide, stretching their necks towards America. On her journey she cooed to the swan: “In America I will have a daughter just like me. But over there nobody will say her worth is measured by the loudness of her husband’s belch. Over there nobody will look down on her, because I will make her speak only perfect American English.And over there she will always be too full to swallow any sorrow! She will know my meaning, because I will give her this swan– a creature that became more than what was hoped for.”

But when she arrived in the new country, the immigration officials pulled her swan away from her, leaving the woman fluttering her arms and with only one swan feather for a memory. And then she had to fill out so many forms she forgot why she had come and what she had left behind.

Now the woman was old. And she had a daughter who grew up speaking only English and swallowing more Coca-Cola than sorrow. For a long time now the woman had wanted to give her daughter the single feather and tell her, “This feather may look worthless, but it comes from afar and carries with it all my good intentions.” And she waited, year after year, for the day she could tell her daughter this in perfect American English.“

 

amy_tan

Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

The Last Sleep of Reason (vertaald door Dmitri Priven)

 

“But that day did not see the Guinness Book of Records man, the Bulgarian Zhechka Zhechkov, show up. A special courier arrived at the hospital, announcing that on that day, in one of the city parks there was to be cook-up of a record quantity of perogies. Two hundred and fifty thousand of them were to

be cooked simultaneously in one hundred cauldrons and consumed by a thousand eaters. The last thing the courier said was that the Guinness representative would show up the following day with a group of independent medical experts.

“Those bloody guzzlers!” concluded Sinichkin and sighed, for his dreams would not be coming true for another day. Yet the night brought an unbearable chill to Volodya’s thighs. The chill went right to the bone of detective’s limbs; he reached under the blanket and discovered that the diaphanous skin on his legs was covered with ice, that is to say, hoarfrost.

“My body temperature is negative,” concluded the captain and whimpered for the nurse.

The nurse called Petrovna appeared and rubbed Volodya’s frigid legs warm with alcohol until dawn, humming something ancient for the poor darling to fall asleep.

The captain dozed off, but found his legs in the morning drastically thinner. It was as if the limbs had deflated in half, like balloons. They did not require three beds anymore; two was enough.

The assistant – that is, the acting head physician – was called in; after examining Sinichkin, he frowned and lamented reproachfully: “Why couldn’t you wait until the evening! The Guinness man is coming today, you know!”

 

Lipskerov

Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.