Kinderfest im Herbst (Hoffmann von Fallersleben), Hans Magnus Enzensberger

Bij Sint Maarten

 

Sint Maarten door Rolf Dieter Meyer-Wiegand., z.j.

 

Kinderfest im Herbst

Doch ehe der Herbst uns ganz verläßt,
So bringt er uns noch ein Kinderfest:
Sobald es Abend, zieh’n wir aus
Und wandern singend von Haus zu Haus,

Und bitten dem heiligen Martin zu Ehren
Uns kleinen Kindern was zu bescheren.
Da reicht man uns Äpfel und Nüsse dar,
Zuweilen auch Honigkuchen sogar.

Wir sprechen unsern Dank dafür aus
Und wandern dann in ein anderes Haus.
Nun laßt uns heute singen auch
Wie’s ist am Martinstag der Brauch!

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874) Schloss Fallersleben. Tegenwoordig is in een vleugel van het slot het Hoffmann von Fallersleben museum gevestigd.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Raddraaier

iets waaraan men zich vastklampen kan,
bijvoorbeeld prikkeldraad.
iets onvergankelijks,
mijnentwege een houten been.
ja wie dat had,
een houvast.

of althans in zijn hoofd
een gave wereld,
laat ons zeggen: drie pond cement.

wat willen jullie, ik beken.
onder mijn haren
wil het niet hard worden.

verdekt opgesteld onder de wol
mijn samenzweringstoestel:
doodsvijand van alles
wat ons heilig moet zijn
en basta.

tien hoog tien cellen:
als dat geen hoogverraad is!
ik heb niets aan te voeren
tot mijn verdediging.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Old Martinmas Eve (Ivor Gurney)

Bij Sint Maarten

 

 
St. Martinus deelt zijn mantel, schilderij in de Kathedraal van Sint-Gatianus in Tours

 

Old Martinmas Eve

The moon, one tree, one star.
Still meadows far,
Enwreathed and scarfed by phantom lines of white.
November’s night
Of all her nights, I thought, and turned to see
Again that moon and star-supporting tree.
If some most quiet tune had spoken then;
Some silver thread of sound; a core within
That sea-deep silentness, I had not known
Ever such joy in peace, but sound was none —
Nor should be till birds roused to find the dawn.

 


Ivor Gurney (28 augustus 1890 – 26 december 1937)
De kathedraal van Gloucester, de geboorteplaats van Ivor Gurney

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

 

St. Martin and the Beggar (Thom Gunn)

Bij Sint Maarten

 

 
St. Martinszug vor dem Düsseldorfer Rathaus door Heinrich Hermanns, 1905

 

St. Martin and the Beggar

Martin sat young upon his bed
A budding cenobite,
Said ‘though I hold the principles
Of Christian life be right,
I cannot grow from them alone,
I must go out to fight.’

He traveled hard, he traveled far,
The light began to fail.
‘Is not this act of mine,’ he said,
‘A cowardly betrayal,
Should I not peg my nature down
With a religious nail?’

Wind scudded on the marshland,
And, dangling at his side,
His sword soon clattered under hail:
What could he do but ride?—
There was not shelter for a dog,
The garrison far ahead.

A ship that moves on darkness
He rode across the plain,
When a brawny beggar started up
Who pulled at his rein
And leant dripping with sweat and water
Upon the horse’s mane.

He glared into Martin’s eyes
With eyes more wild than bold;
His hair sent rivers down his spine;
Like a fowl packed to be sold
His flesh was grey. Martin said—
‘What, naked in this cold?

‘I have no food to give you,
Money would be a joke.’
Pulling his new sword form the sheath
He took his soldier’s cloak
And cut it in two equal parts
With a single stroke.

Grabbing one to his shoulders,
Pinning it with his chin,
The beggar dived into the dark,
And soaking to the skin
Martin went on slowly
Until he reached an inn.

One candle on the wooden table,
The food and drink were poor,
The woman hobbled off, he ate,
Then casually before
The table stood the beggar as
If he had used the door.

Now dry for hair and flesh had been
By warm airs fanned,
Still bare but round each muscled thigh
A single golden band,
His eyes now wild with love, he held
The half cloak in his hand.

‘You recognised the human need
Included yours, because
You did not hesitate, my saint,
To cut your cloak across;
But never since that moment
Did you regret the loss.

‘My enemies would have turned away,
My holy toadies would
Have given all the cloak and frozen
Conscious that they were good.
But you, being a saint of men,
Gave only what you could.’

St Martin stretched his hand out
To offer from his plate,
But the beggar vanished, thinking food
Like cloaks is needles weight.
Pondering on the matter,
St. Martin bent and ate.

 

 
Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)
St. George’s church in Gravesend, de geboorteplaats van Thom Gunn

 

Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Einladung zur Martinsgans (Achim von Arnim)

Bij Sint Maarten

 

 
Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar door Louis Galloche, ca. 1737

 

Einladung zur Martinsgans 

Wann der heilge Sankt Martin
Will der Bischof sehr entfliehn,
Sitzt er in dem Gänsestall
Niemand findt ihn überall,
Bis der Gänse groß Geschrey
Seine Sucher ruft herbey.

Nun dieweil das Gickgackslied
Diesen heilgen Mann verrieth,
Dafür thut am Martinstag
Man den Gänsen diese Plag,
Daß ein strenges Todesrecht
Gehn muß über ihr Geschlecht.

Drum wir billig halten auch
Diesen alten Martinsbrauch,
Laden fein zu diesem Fest
Unsre allerliebste Gäst
Auf die Martinsgänslein ein,
Bey Musik und kühlem Wein.

 

 
Achim von Arnim (26 januari 1781 – 21 januari 1831)
Berlijn. Achim von Arnim werd geboren in Berlijn

 

Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn blog van 11 november 2011 deel 2.

Sint Maarten (Willem Wilmink)

Bij Sint Maarten

 

 
Saint Martin door Gustave Moreau, rond 1882

 

Sint Maarten

Nu dragen kinderen, groot en klein,
een lampion vol maneschijn:
je ziet ons door de straten gaan,
je kunt ons lied nog niet verstaan,
kunt ons liedje nog niet verstaan.

Wij vragen iedereen beleefd
of hij wat lekkers voor ons heeft,
wij lopen door de duisternis
omdat het 11 november is,
dus omdat het Sint-Maarten is.

Als we iets krijgen, loopt ons koor
met alle lampions weer door,
als ons niet open wordt gedaan,
dan blijven wij gewoonweg staan,
blijven wij vannacht hier staan.

 

 
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)
Enschede, Grote kerk. Willem Wilmink werd geboren in Enschede.

 

Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Bij Sint Maarten, 85 Jaar Hans Magnus Enzensberger, Ivo de Wijs, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli

Bij Sint Maarten

 

 
Sint Maarten en de bedelaar door Alfred Rethel, 1836

 

SINT-MAARTEN

’t Was vrijdag dat ze langs de deuren gingen
De lampions en tassen lagen klaar
Ze doken in de schemering om daar
De werken van Sint-Maarten te bezingen

Ik zag mijn zoontje staan op het trottoir
Een reus tussen zijn kleine volgelingen
Hij hoefde niet meer naar de bel te springen
Hij kon erbij, het was zijn laatste jaar

Het volgend jaar dan kan hij niet meer mee
Dan trekt Sint-Maarten andermaal zijn degen
En hakt zijn jeugd genadeloos in twee

Dan staart hij als een puber door de ruit
Dan bromt zijn veel te zware stem mij tegen
Dan blaast de tijd zijn jongenslampje uit

 

 
Ivo de Wijs (Tilburg, 13 juli 1945)

Doorgaan met het lezen van “Bij Sint Maarten, 85 Jaar Hans Magnus Enzensberger, Ivo de Wijs, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli”

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes

Bij Sint Maarten

 

 

Sint Maarten verdeelt de mantel door Anthony van Dyck, rond 1618

 

 

St. Martin’s Day

In damp dark, we parents and children
line up in groups behind teachers
in the Pausenhof of the Grundschule

to walk in procession to the park
behind the baroque palace. As we
move forward in unison, we sing songs

to celebrate the legend of a knight on horseback
who cut his cloak in half with his sword
to comfort a beggar on foot. The children

carry tiny flames through the dark
in lanterns they have made in school
and hooked to the end of sticks.

“Laterne, Laterne, Sonne, Mond und Sterne,”
they sing. In Elizabeth’s blue box burns
a candle illuminating a paper angel, an apple,

a moon, and a star cut out in construction
paper she glued together. Before the arched
Orangerie in the park, the children stand

in semicircles to sing. Some play recorders,
some play violins, some tap rhythm
on tambourines. Behind them, facing

us parents, is a big illuminated sheet,
before which silhouetted children
actors mime the action of Martin

and his beggar as classmates narrate their
lines. At the end, all sing the round
“Hebet die Laterne / Lift the lanterns,”

repeat the refrain “Licht zu bringen
in dieser Welt / To bring light into this
world,” and follow a rider on horseback

into the dark. As they wind along geometric
walkways in the Schlosspark, stringing
beads of light through the dark with their

handmade lanterns, I remember the first question
Elizabeth asked after we arrived in Erlangen:
“Daddy, do they celebrate Chanukah here?”

Fifty years after the Kristallnacht, I see
burning beads of light along looping walkways
merge into the menorah held in uplifted hands.

 

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

Doorgaan met het lezen van “Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes”

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger

Bij Sint Maarten

 

Sint-Maarten, Sint-Maarten

Sint-Maarten, Sint-Maarten
De koeien hebben staarten
De varkens hebben oren,
Daar zijn ze mee geboren.
De ossen hebben horens
De kerken hebben torens
De torens dragen klokken
De meisjes dragen rokken
De jongens hebben broeken aan
Daar komt sintemaarten aan

 

El Greco, Sint Maarten en de bedelaar, 1597/1599

 

Sankt Martin

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin ritt durch Schnee und Wind,
Sein Roß, das trug ihn fort geschwind.
Sankt Martin ritt mit leichtem Mut,
Sein Mantel deckt’ ihn warm und gut.

Im Schnee saß, im Schnee saß,
Im Schnee, da saß ein armer Mann,
Hatt Kleider nicht, hatt Lumpen an.
“O helft mir doch in meiner Not,
Sonst ist der bitt’re Frost mein Tod!”

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin zog die Zügel an,
Sein Roß stand still beim armen Mann.
Sankt Martin mit dem Schwerte teilt
Den warmen Mantel unverweilt.

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin gab den halben still:
Der Bettler rasch ihm danken will
Sankt Martin aber ritt in Eil
Hinweg mit seinem Mantelteil.

 

Jacob van Oost de Oudere (1603 – 1671), Sint Martin

Doorgaan met het lezen van “Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger”