Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Han van der Vegt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Roerloos ingevuld

1.
wie legt de eenvoud uit, de eenvoud
van het zwart. dat noch zijn eigen
stille waanzin, noch mijn rustig reiken
kent. waar vindt de lichtste koestering
zijn zacht verwijt. en waar de late ritsel
op de blaren.

hoe was dit te begrijpen. wat slechts
langzaam en door ogen niet gezien
binnen handbereik gevallen was. en
op geen woord betrapt. hoe leed dit leven
aan zichzelf.

hoe werd mijn lach tot woord. mijn mond
zo koel.


2.

wenst elk huis zich warmte toe,
het einde van een dag verraadt dit
slechts. want mensen liggen dichter
van elkaar. en lachen om het zwart
dat rond hun voeten hangt.

hoe legt hier elke boom en ieder huis
zich uit. zij zijn een stil moment. en
dragen slechts nog hier en daar de sporen
van hun leven. hier en daar dan ook
de wereld niet.

(ik heb gewandeld op de dagen. en
de wereld wist het niet. de lieve mensen
hadden zich gekeerd. zoals dat ook het licht
veel vroeger, en veel trager, deed.)


3.

deze avond heeft het licht in handen,
heeft zich heel wat stilte opgelegd.

(een late vogel komt van ver terug,
op smalle slagen en met stil gesloten ogen
vaart hij mee met licht)

ik heb gelachen met de bomen, wit
gelachen in de wind en met hen
meegebogen naar de grond.

ik heb de avond ingevuld. de trage
gang van zaken is mij bijgebleven.


Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit: Een olifant in de Schwebebahn

“Door de lucht sneed, hangend aan kabels, een trammetje, dat afboog boven een rivierdal. Rasch woonde in een wit gepleisterd huis vlak bij het station. Alleen de begane grond stond nog overeind. Een bezorgd kijkende vrouw van een jaar of vijfenvijftig deed open. De dochter van Rasch die over was uit Hong-Kong. Een nauw donker gangetje, links aan de straat een tekenkamer. Maquettes van wolkenkrabbers, een tekening van een kerk.
We werden uitgenodigd in de woonkamer die wat onderkomen was. De chaos had vat gekregen op de strenge helderheid die er ooit was geweest. Die voelde je nog wel. Een mooi vorm gegeven rolluik in plaats van gordijnen en een in de muur verzonken boekenkast met glazen deuren, die waren gevat in een stalen frame. Met aandacht en overtuiging gemaakt. Stapels boeken, paperassen en tekeningen lagen her en der verspreid in de kamer.
O. begroette Rasch als eerste en stelde me aan hem voor. Ik kon zijn aangezicht nauwelijks zien, zo krom was hij gegroeid. Rasch was de negentig al gepasseerd. In zijn kale schedel zat een deuk, waardoor ik direct aan de oorlog moest denken. Met grote moeite keek Rasch langzaam op. Levendige, haast ondeugende ogen. Op zijn lichtblauwe overhemd droeg hij een bordeauxrood strikje. Een heer. Rasch: ‘Ah, ein grosser Mann. So gross wie Mart Stam.’ O.: ‘Hij houdt van schilderijen.’ Rasch kwam dichter bij me staan en fluisterde: ‘Maler?’ Ik ontkende dat. Rasch had eigenlijk zelf schilder willen worden, maar had altijd getwijfeld of hij genoeg aanleg had. Als architect was hij vooral mechanisch sterk geweest, een constructeur. Kon een gebouw neerzetten op één paal. Stevig, maar geen grote architectuur. ‘Zijn stoelen zijn misschien wel mooier dan zijn gebouwen,’ meende O. Rasch wenkte me vriendelijk en wees me een stoel. Een gebogen buis met rieten zitting, geen achterpoten. De stoel was oud, maar nog altijd gaaf: ‘Setzen Sie sich. Dieser ist von Mies, 1928.’ Er is veel kritiek op gekomen. Hij heeft geen leuningen en als je vooroverbuigt heeft hij de neiging naar achteren weg te schieten. Rasch: ‘Ik had eens een gast, een aantrekkelijke jonge vrouw die met haar kin op deze tafel terecht is gekomen en zich akelig bezeerd heeft.’
Rasch legde zijn hand op een tweede buisstoel en zei: ‘Dit is de concurrent. Probeert u hem eens.’ Ik wisselde van stoel. ‘Gesundheitsstuhl heet hij, omdat hij steun geeft in de onderrug.’
Rasch keek me vriendelijk afwachtend aan. ‘Zit goed, mooi gemaakt’, mompelde ik, terwijl ik O. en Rasch toeknikte. ‘Ontwerp Rasch’, zei Rasch ‘sla uw benen eens over elkaar en leg ze over de zijleuning. Jonge vrouwen hebben me verzekerd dat dit een groot voordeel is van deze stoel. Zo te kunnen zitten, met de benen over de zijleuning. Dat is uitgesloten met de stoel van Mies.’


Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit:Glijvlucht

“Ook de karakters en hobby’s van de broers verschilden. Zijn vader hield van vogels en stripboeken. Oom Fred van koken en literatuur. Het enige wat ze deelden was hun lengte van één meter negenennegentig en de zorg voor Gieles.
‘Denk je aan de ganzenpoep?’ vroeg oom Fred en overhandigde hem de krant met schillen. ‘We hebben gasten. Een echtpaar.’ Hij zei het verheugd.
Uit de schuur pakte Gieles een schep en een emmer. De deal met zijn vader was duidelijk. Hij mocht twee ganzen houden, zolang ze niet vlogen. Zodra ze de lucht in gingen, moesten ze weg. Ook was hij verantwoordelijk voor de verzorging, wat voornamelijk neerkwam op stront ruimen. De ganzen kakten gemiddeld om de minuut.
Naast de oude boerderij lag een stuk weiland waar oom Fred een camping runde. Hij had zijn camping onlangs laten opnemen in een kamperen-bij-de-boergids, hoewel de plek aan geen enkel criterium voldeed. Rust of stilte vond je er niet. In bijna hetzelfde moordende tempo als de ganzen scheten, kwamen de vliegtuigen. De samensteller van de gids typeerde het als een nichecamping. Daar was geen woord van gelogen. Gezinnen lieten zich niet zien. Kamperende spotters waren doorgaans zonderlinge figuren. Dat de camping geen succes was, kon oom Fred niet schelen. Hij maakte zich nergens druk om. Hij haalde ook zijn schouders op over de grauwsluier van kerosine op het houten bord met welkom op de hotspot.
De ganzen kwamen zijn kant op. Met uitgestrekte en slingerende halzen begroetten ze hem. Hij aaide de kuifjes op hun kop. Gieles zette de emmer met schillen in het gras. Weinig enthousiast staken ze hun kop erin en pikten toen tegen zijn bovenbenen. De ganzen aten liever speculaas. Ze waren verslaafd aan de koek. Gieles gaf ze die alleen tijdens de training. Anders luisterden ze helemaal niet meer.”


Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

De Nederlandse dichter Han van der Vegt werd op 30 januari 1961 geboren te Utrecht. Zie ook alle tags voor Hans van der Vegt op dit blog.

Exhorbitans (Fragment)

De metalen lamellen van haar oogleden openen zich
lateraal en een brede ruit biedt ons zicht op buiten
In het glas tekenen zich in lijnen, bogen
de modaliteiten van onze reis uit:
naar hun belang gekleurde vectoren en cirkels
tonen waar zwaartekrachtvelden en zonnewind
zich uitstrekken in de ons omringende ruimte.

Dan wordt het geometrisch schema ingevuld
met sterren en nevels als de sluisdeuren voor ons
van elkaar schuiven. Het schip slaakt een luide zucht
en verheft haar trillende huif boven de boorden.
Achter ons zwelt een gezang van dissonerende
dwalende stemmen die zich naar elkaar richten.
Dan stort zij zich voorover op het vol akkoord.

Het is alsof we naar alle kanten tegelijk
vallen, vóór, boven en onder ons
suist dezelfde diepte ons voorbij.
Als door een mond worden wij naar achter gezogen
in onze stoel, die zich om ons stulpt als een
slijmvlies van artificiële zwaartekracht,
en ons tegen de effecten van druk houdt geborgen.

Wanneer wij een constante snelheid hebben bereikt
plooit het plastic terug, en wij zien
dat de strak in de ruit staande lijnen
vervloeid zijn tot golven. Onder Exorbitans’ kiel
spat het fluïdum van tijd en ruimte uiteen
in breed uitwaaierende sluiers van jaren en eeuwen.
In haar zog kolkt daar samen met hier.


Han van der Vegt (Utrecht, 30 januari 1961)

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zij overleed op 12 december jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: Greene on Capri

“That evening, as we arrived at our fireside table in the inner room at Gemma’s restaurant, Graham, with his friend Michael Richey, stood up to greet us. We dined together. And so began our years of seeing Greene on Capri.
A day or so later, Graham asked us to lunch at his house in Anacapri. In rather better weather we took the bus up the vertiginous road of the Monte Solaro, the island’s presiding dolomitic mountain. Getting out in Piazza Caprile—a farthermost enclave of the little town of Anacapri, which runs along a ridge of the Solaro slope—we walked the couple of hundred yards to Graham’s gate. Il Rosaio, as the house is called, sharing its name with an adjacent property, dates in present form from about 1922. It belongs to a period when the ancient rustic architecture of Capri, compact, domed, and curved, was taken up by certain of the island’s more worldly residents—and in particular by an entrepreneurial mentor of Capri, Edwin Cerio—as a basis for constructing charming houses: white, but not starkly so; well made but never massive; not luxurious, but comfortable, and appropriate to climate and surroundings. A score or more of these houses, each different but linked in style, are scattered through the island, most of them still in private hands. The danger of such emulative architecture—that it may seem coy, or toy—has long since been exorcised by the Capri climate, which, through seasonal alternations of scorching and soaking, weathers any tactful, durable structure into authenticity. The island’s prolific growth of flowering plants, shrubs, and vines does the rest.
The wrought-iron gate of the Rosaio is set into the arch of a high white wall and provided with a bell and bellpull. You walk into a secluded garden reminiscent of Greece or North Africa, and characteristic, even today, of many Capri dwellings where the island’s history of “Saracen” assaults by sea, and its once imperative climatic needs, linger in structural patterns common to all the Mediterranean. Intersecting paths paved with old rosy bricks lead, as in a childhood dream, to the obscure front door. The slight suggestion of a maze would have attracted the author of Ways of Escape. The house is small, its ground floor having four rooms and the upper storey consisting only of a single ledge-like space. (At a later time, Graham had a portion of the roof fitted up as a sheltered terrace that looks down the island’s long western slope to the sea and over to the cone of Ischia on the horizon, providing vermilion views of extravagant sunsets.) The entire space of the property—imaginatively expanded, by censorious writers on Greene, into a site of sybaritic luxury—is that of a suburban English cottage with its pleasant plot of ground. The core of that particular criticism may be that the Rosaio is not suburban: it is on Capri.”


Shirley Hazzard (30 januari 1931 – 12 december 2016)
Cover

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Heimweh

O laßt mich schlafen! o ruft mich
In die Gegenwart nicht zurück!
Mißgönnt ihr dem kranken Mädchen
Den Traum, den Schatten von Glück?

Was sprecht ihr mir zu? vergebens!
Mein Herz verstehet euch nicht.
Bin fremd in eurem Lande;
Hier schmerzt mich das Tageslicht.

Hier dehnt sich das flache Gefilde
So unabsehbar und leer,
Darüber legt sich der Himmel
So freud- und farblos und schwer.

Es sieht mein müdes Auge,
Umflort von bitterm Tau,
Nur blasse Nebelgestalten,
Verschwindende, grau in grau.

Es rauschen fremde Klänge
Vorüber an meinem Ohr,
Es zählet die innere Stimme
Nur Schmerzen und Schmerzen mir vor.

Der Schlaf nur bringt allnächtlich
Vor Tagesgedanken mir Ruh’,
Es trägt mich der Traum mitleidig
Der lieben Heimat zu.

Und meine Berge erheben
Die schneeigen Häupter zumal
Und tauchen in dunkele Bläue
Und glühen im Morgenstrahl,

Und lauschen über den Hochwald,
Der schirmend die Gletscher umspannt,
In unser Thal herüber,
Und schauen mich an so bekannt.

Der Gießbach schäumet und brauset,
Und stürzt in die Schlucht sich hinab;
Von drüben erschallt das Alphorn, –
Das ist der Hirtenknab!

Aus unserm Hause tret’ ich,
Dem zierlich gefügten, herfür;
Die Eltern haben’s gebauet,
Die Namen stehn über der Thür;

Und unter den Namen stehet
Der Spruch, Gott segne das Haus
Und segne, die frommen Gemütes
Darin gehn ein und aus.

Ich bin hinaus gegangen – –
Weh’ mir, daß ich es that!
Ich bin nun eine Waise,
Die keine Heimat hat.

O laßt mich schlafen, o ruft mich
In die Gegenwart nicht zurück!
Mißgönnt nicht dem kranken Mädchen
Den Traum, den Schatten von Glück!


Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 – 21 augustus 1838)
Borstbeeld in Berlijn

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

Guide Cats for the Blind

The word futile springs to mind, mission impossible, yes, that’s the attempt
to harness for mankind, the intelligence of cats.
You’ve made a basic error, now let me expound.
This master/servant thing’s o.k. but not that way around
We don’t do the ‘faithful’ subject, we don’t do the daily grind
You should never have attempted this
Guide cats for the blind

Give kitty so much trust, and we’ll abuse the privilege
You think you’re going out, you’re opening the fridge
You think I’m trying to help you, I’m not serving man but mammon
You think you’ve gained a faithful friend, you’ve lost a plate of salmon
I might lead you down the high street, I’ll be back when I have dined
We get very very hungry being
Guide cats for the blind

It can’t be very pleasant, of this I’ve little doubt
With your head stuck in a cat flap, whether facing in or out
You could be here a day or two, half out in the rain
I’ve got to go, I’ve things to do, maybe I’ll pass this way again
A dog would go for help, but cats are not that way inclined
Cats have better things to do than being
Guide cats for the blind

Of some matters I am ignorant, but this I know for certain
The best place for a blind man isn’t half way up a curtain
Why do they have to be up on a roof at 4am
It’s a perfect place for me, but what’s in it for them?
It was where I had to go, and he just tagged along behind
I don’t know why, only a fool would follow
Guide cats for the blind

I once met a man called Pavlov, from time to time he rang a bell
Simple things make humans happy, but I have to say that well,
I found it a disturbance and poor chap I think he knew it
And soon he only rang his bell when I wanted him to do it
Did you ask for our assistance, if you did then we declined
Here we are, an oxymoron
Guide cats for the blind


Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“I sat in the lobby of the Pierre airport, waiting. The terminal resembled an oversized department store display case, the kind in which jewelry or cosmetics are arranged—a glass front, neutral colors, brightly lit—except that this one existed in isolation, a rectangular box on the flat, wind-scoured plain of central South Dakota. A draft of air had lifted the wings of the small commuter plane just before we landed, releasing first a collective moan of dread and then the embarrassed laughter of survival among my fellow passengers. On the ground I got a better look at them: three bureaucrats, dressed in wrinkle-free suits, with business in the state capital; two ranchers sporting their go-to-town buckles—large silver and tur-quoise affairs that divided barrel chests from thin, booted legs; a harried mother trying to convince a small child with pressure-stopped ears to yawn or swallow; a visiting in-law, met loudly by a woman in curlers and Bermuda shorts. I felt exhilarated and out of place, a stranger on a mission no one would suspect: within the hour, I was due to become an unmarried father. The year was 1971 and I was twenty-six years old, ex-would-be hippie, candidate for a Yale doctorate in anthropology, a first-year instructor at a small experimental college in New England. This cloudy afternoon in Pierre was the culmination of a journey I had begun nine months before when, while doing fieldwork in rural Alaska, it occurred to me that I wanted a child, I wanted to be a parent.
I remember precisely the context of this realization. I was living then in a cabin in Tyonek, an Athapaslcan•speaking Indian community on the west coast of Cook Inlet, collecting information about the impact of modernization and oil revenues on the life of this remote fishing village. Much of my time was spent in the study of the local language, linguistically related to Navajo and Apache but distinctly adapted to the subarctic environment. One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people. “dene.- was used as a kind of “we”—the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun—and therefore any act became, at least in conception, a group experience. It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do’s and don’ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste. I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes: most adults in the community were busy in their smokehouses. preserving and canning August’s catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school.”

 
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Persfoto voor de gelijknamige film uit 1992 met o.a. Jimmy Smits en Michael Spears

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The boy and the butterfly

“He began by approaching it stealthily; but hardly had he taken a step when the butterfly flitted to another flower, just out of reach, fluttering its pretty wings as it to tease its pursuer.
The boy was getting impatient. Then began an unflagging chase; this way and that, to the north and to the south, a leap to the left, another to the right – over hummocks and bushes. Away he went in zigzag pursuit of the butterfly that one moment was flitting among the low growing flowers and the next was floating up high.
On and on they raced – one on his nimble feet, the other on its silky velvet wings that glittered like jewels in the sun. The fugitive did not tire, nor did the pursuer slacken his pace.
Until at last the butterfly rose higher and higher and flew away far over the forest that sheltered the meadow from the north wind.
Flushed and breathless the boy stopped, and with a beating heart he followed the flight of the butterfly, as if hoping it would turn back. As he stood there, gazing beyond the forest trees, a heavy fragrance was wafted to his nostrils by a passing breeze and he became aware again of the forgotten flowers that were waiting to be picked. Deeply affected by the fragrance, he turned with agitation and was about to stoop down and pick the nearest flower when he stopped in dismay, and his cheeks blanched. He had carelessly trampled over all of the flowers in his mad pursuit of the butterfly.
With a heavy heart, the boy dropped to the ground and cried bitterly, for he loved flowers passionately and would have picked them with pleasure.”

 
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Portret door Nikolai Triik, 1927

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Late dagen

“Herfstlicht scheen over de tuin. Dat heeft vaak iets heiigs, alsof iemand in een laatste woede de wereld aan het vegen is en het opzwevende stof nu doelloos laat ronddwarrelen. Elk jaar opnieuw vind ik het groot nieuws, maar nooit haalt het de krant.
Het gras was een laatste keer gemaaid. Een wesp spartelde er nog even in rond. Ik stapte er als een genadige reus overheen en slalomde tussen de paddenstoelen.
De schommel, die sommige dagen hoger heeft gezwierd dan de populier, hing nu al jaren stil. In de druivelaar droogden nog wat aanstaande rozijnen aan een tak.
Het blijkt allemaal geen nieuws. Nooit gebeurt het nieuws hier, altijd daar. Daarom ben ik ook hier en niet daar. Was ik daar, dan zag ik niet wat er hier gebeurt, waar ik liever vertoef. Hier kan ik rustig lezen wat daar gebeurt. Dan denk ik, ze doen daar maar. Daar kunnen ze niet lezen wat hier gebeurt,
aangezien het geen nieuws is.
Tenzij ik het opschrijf, zoals daarnet. En dan nog. Ik noteer het niet om er nieuws van te maken, want dan werd het hier een soort daar.
Ik schrijf het op om te laten weten dat hier ook weleens iets gebeurt. Uiteraard zijn het geen gebeurtenissen, zeker geen historische. Er bestaan andere woorden voor: anekdote, fait divers, bagatel, futiliteit, banaliteit. Of: doordeweeks, dagelijks en zelfs dagdagelijks.
Dat laatste is het dagelijkse in het kwadraat. D2. Trek daarvan de vierkantswortel en het resultaat is mijn bestaan.
Ik geloof graag dat het dagelijkse even historisch is als het historische.
Dat de langswaaiende bries in mijn tuin ooit, uiteindelijk, haast als een tegenwind, soeverein over het graf van de geschiedenis zal gaan. Dat ik, plaatsnemend in het kleine verhaal van mijn tuin en kijkend naar het grootse herfstlicht, in één blik op dat licht alles nietig kan verklaren.
Dat als het waar is dat het universum huist in een zandkorrel, het ook waar moet zijn dat de geschiedenis bestaat in onze kamers.”

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Doorgaan met het lezen van “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare”

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Impression soleil manquant

in straten, leeg van plezier, horen wij
de wind door de hagen, en weten:
eens gaat hij liggen, ook hij;

wij zoeken naar steun in
de stenen, die ons dragen
als schouders, zo zeldzaam,

en vinden de stemmen terug, van
vroeger, van later, van regen
op zeer fijne planten, en

denken: waar zullen wij
belanden, na dit behoedzaam
verlaten van weerom ons huis,

en waar na dit geduldig
verkennen van lanen, lang
van geheugen, en zonder een lucht
om te reiken, wellicht.

 

Choreografie

als het zo is, dat, wanneer wij in
het sluw geslaap verzeilen, onze ogen
nog gesloten moeten, en de handen
vlug gevouwen,

waarom dan verzoeken wij hier,
zeldzaam gretig soms, de vreugden
en bijwijlen zelfs de woorden
met de meest gemeende sier,

of zijn wij slechts de dwaze dansers,
zeer gracieus en eeuwig soms,
maar van muziek de stille slaven,
van de droeve dans nog slechts
de licht gebogen hand of spaarzaam
uitgevoerde pas?

 

Door liefde

Ik zeg als zij slaapt mijn naam
in de nacht. Zo duid ik mij aan.
Ik spreek hem door liefde gehard
tot ver binnen haar lichaam uit.

Daar wil ik bestaan, uit niets
dan mijn naam en haar lichaam.
Als niemand en woelig er wonen,
als haar schoonheid voorbijgaan.

Slaap is haar stem en zij zucht
tot antwoord niet eens. Buiten haar
houdt zij mij diep in haar vast.
Men heeft haar lief om haar heen.

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Doorgaan met het lezen van “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare”

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Doorgaan met het lezen van “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok”

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Zoontje slaapt

Het is een middag uit een dagelijkse week,
een eeuw wordt buiten afgewerkt.
In de ether van het eerste huis
ruist je slaap in een elektrisch oor.

Ramen staan wijd open op een zomer
en tot in onze stille kamers dringt
het pidgin door van weer een nieuwe tijd.
Nu kan de toekomst komen.

Hier wonen wij tot later samen.
Tot ik in je pas, een vader in een vader.
Tot dit huis je zal verhuizen.
Tot het is alsof ik er nooit was.

Hier ben ik, na de middag van mijn dag.
Ik weet, het droomt nu in je hoofd,
maar hoor. Er zingt in onze kamers iets
van elke tijd. Adem, adem met mij door.

 

Hart

Het diepste houd ik van hem over,
wat ik zeg verzwijgt zijn taal.
Hij draagt zijn hart in mij
het haast mij dagelijks voort.

Wij praten en hij knikt bij nee,
hevig verkeerd. Drank zuipt hem op.
Om oude grappen lacht hij nog
de lach die ik verstop.

Later staat hij scheef
voor zijn huis en wuift altijd.
Ik rijd mij gehaast van hem weg,
hij slaapt al in mijn hoofd.

 

Grand nu blue, 1924

Dit is mijn vrouw. Zij is mij duizend-en-één.
Bredere mannen hebben in duizenden hetzelfde,
in haar alleen heb ik de duizend anderen gezien.
Zij was het dichtste, het verste onder de dingen.
ik heb niets anders misdaan dan haar benaderd.
Verder dan de verf ben ik niet geraakt. De verf
is haar vlees geworden. Haar vlees was moeilijk
zoals alle gras. Ik wilde dat het zienderogen zong.
Ieder treurlied dat het aanhief kreeg mijn kleur.
In mijn duizend kleuren heb ik hetzelfde gezocht.
Altijd dichterbij te kijken, zo bijziend als ik kon
de einder van haar huid volledig te bestrijken.

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Doorgaan met het lezen van “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok”

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

 

Moeder

Ze zou nu helemaal oud zijn,
een stille, bestaande vrouw
met de sleet in de vingers.

Op zondag zou ze nagaan
hoe ik slapeloos overblijf
met iemand die zij herkende.

In de laatste verwarring zou ze
een moederorde bewaren
op mijn weerspannige tafel.

Tussen mijn dringende leven,
tussen haar hese regels
zou ze mijn hele hart ondervragen.

Ik zou volbracht en verloren zijn,
zij zou haar geschiedenis verlaten
en weer mijn vader ontmoeten.

In mijn andere dagen zou zij
gelukkig afwezig zijn. Maar dat
zou ik kunnen verdragen.

Aan het water


Nu ik nooit van hier zal zijn
en dagelijks afkomstiger ben van elders,

nu ik hier dan toch in een bocht
aan het water een straat heb gelegd,

een vindplaats ingericht voor een kind,
een berk en wat rozen,

nu het kind over de latere voetpaden
met de jaren steeds meer afkomstig zal zijn

uit die straat aan het snelle water
tussen de oude berk en de rozen,

zal ik nooit meer van hier zijn dan nu.

 

Ouders

Nu ik al jaren waak over
de raadsels die ik heb gemaakt,
slaap ik weer vaker thuis.

Nu ze als raadsels groeien uit de kamers
en verdwijnen in straten waar ik niets meer hoor,
slaap ik weer vaker thuis.

 

Nu alleen het slapen nog over
mij waakt, hoor ik hoe waakzaam
ook zij in de kamers stonden

 

te luisteren naar mijn bestaan.

 

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Doorgaan met het lezen van “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker”

Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit: Dit woord heeft zeven letters: nowhere

„Het is ruim twintig jaar geleden dat ik de zeemanskroegen in Dar es Salaam bezocht om greep te krijgen op het Afrikaanse continent. Ik kende niemand in deze stad, maar had, vlak voor mijn jarenlange vrijwillige ballingschap, een film van Pasolini gezien die in Dar es Salaam was opgenomen. De stemming in die film was me bijgebleven en daarnaar ging ik op zoek in de havens en buitenwijken. Dat ik in Dar es Salaam bleef hangen, in plaats van door te reizen naar het achterland waar ik als bioloog zou gaan werken, kwam doordat de Nederlandse ambassade steeds dicht was en ik een brief nodig had met een stempel van onze regering om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Zonder zo’n residence permit had het geen zin af te reizen naar mijn standplaats Mwanza bij het Victoriameer.

Het was om gek van te worden. De ene dag was de ambassade dicht omdat prins Bernhard in de buurt op safari moest, de volgende dag omdat een profeet op Zanzibar een glimp van de nieuwe maan had opgevangen en de derde dag leverde de ambassade opnieuw geen diensten, omdat de lift uit de liftkoker was gestolen. Wilde je erachter komen wanneer de ambassade weer geopend zou zijn, dan zat er niets anders op dan je te begeven naar de jachtclub, of een van de bewaakte stranden waar vrijwel uitsluitend blanken, Indiërs en hoogstens nog enkele welgestelde Afrikanen kwamen. Daar trof je dan altijd wel iemand van de ambassade die je vriendelijk vertelde wanneer hij weer present zou zijn.

Met het gros van de lokale ‘klotenklappers’ en ‘kokosnotenklimmers’ liet het ambassadepersoneel zich zo min mogelijk in. De meesten onder hen, durf ik wel te beweren, zagen vanaf hun eerste dag in Dar es Salaam al uit naar een volgende standplaats met een milder klimaat, golfbanen met netter geschoren gras en een positie met nog betere financiële perspectieven.“

Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

Doorgaan met het lezen van “Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker”

Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

Uit: De andere linkerkant

“Bij de meeste slakkensoorten hebben alle individuen een rechtsgewonden slakkenhuis – dat wil zeggen dat de mondopening van de slak beneden aan de rechterkant zit […] maar een enkele maal komt er een linksgewonden exemplaar voor. Wanneer huisjesslakken paren worden ze in hun mogelijkheden beperkt doordat ze zo asymmetrisch zijn gebouwd, het huisje zit in de weg, vooral als het zoals bij de wijngaardslak een bolle vorm heeft. De geslachtsorganen van rechtsgewonden slakken zijn achter de rechterkant van hun kop geplaatst. Parende slakken wrijven net zo lang met de koppen tegen elkaar aan totdat hun genitale openingen contact maken, waardoor wederzijdse bevruchting mogelijk wordt. Het is een tijdrovend gedoe dat dagen in beslag kan nemen. Maar het kan nog erger. Wanneer een zeldzaam linksgewonden exemplaar met een rechtsgewonden slak probeert te copuleren, volgt een geslijm dat maandenlang kan duren en, vertaald in mensentermen, nog het meest doet denken aan een kabinetsformatie. Wekenlang schurken de slakken tegen elkaar aan en proberen de ander, op zoek naar hun respectieve geslachtsopeningen, de juiste wang toe te keren. Tevergeefs.”


Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris”

Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris, Barbara Wood

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009.

Uit: Het feest als slagveld

“Uit het raam van mijn kamer heb ik zicht op het ouderlijk huis van Dick Hillenius (1927-1987). Het is het vierde huis voorbij de brug over de Amsterdamse Singel naar de Wijde Heisteeg aan de buitenzijde van de gracht. Binnen de grenzen van het gebied dat in zijn jeugd zijn territorium zal zijn geweest, bekeek ik zojuist op video Zintuigen zijn de voetjes van de ziel, de mooie film die zijn dochter Brigit Hillenius maakte over het verlies van haar vader en haar zoekend verdergaan daarna. Om te ontsnappen aan een al te geregeld bestaan, om te zien, te horen, te ruiken, te voelen en te proeven greep de sensuele Hillenius elke kans aan om te reizen naar, liefst mensloze, natuur. Zijn dochter reist in zijn voetsporen naar het regenwoud van Madagaskar waarover ze hem zo opgetogen had horen vertellen: het bos vol kameleons, kikkertjes en melancholiek roepende halfapen. Als ze aan de rand van het bos staat, merkt ze dat het haar weinig zegt. Zonder haar vader is het regenwoud ondoordringbaar. Ze beseft hoezeer ze hem mist. Ze besluit naar huis terug te keren en enkele familieleden en zielsverwanten te vragen naar hun band rnet Hillenius. Dat levert een rijk portret op. Vroman leest eigen gedichten en spreekt bevlogen over de kwetsbaarheid van Hillenius. Jaap Hillenius, de neo-illuministische schilder, vertelt over de totstandkoming van het meesterwerk  waaraan hij jaren werkte. Maar het sterfschilderijtje dat hij naar aanleiding van de dood van zijn broer maakte, vindt hij misschien nog wel mooier. Op een zachtaardige manier maakt hij duidelijk dat het niet altijd even gemakkelijk was de jongere broer te zijn van de wat expansieve, soms zelfs overheersende Dick. Uit de woorden van zijn vrouw, Florrie Hillenius-Gehrels, die hij tijdens zijn biologiestudie leerde kennen, blijkt hoezeer ze hem mist, terwijl zijn dood haar in sommige opzichten ook wat meer lucht heeft gegeven.”

Tijs_Goldschmidt

Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Hij debuteerde met de bundel Waar de egel gaat (1995) waarvoor hij in 1996 de Debuutprijs ontving. Zijn tweede bundel heette Blauwziek (2006). Daarnaast publiceerde hij twee boeken met essays over kunst: Bijlichtingen (2001) en Naderingen (2007). Ook vertaalde hij het klassieke toneelstuk Alcestis, in de bewerking van Ted Hughes.

Notitie

 

In alle vroegte doodstil opgestaan
om nog eens het eerste licht te zien.
Wassen, oude kleren aan. Koffie
en dan leven voor het open raam.

De meeuwen draaien om wat brood.
De kinderen slapen nog aan later jaren.
De duif zit dagelijks in de dakgoot.
De wolken kijken werkelijk te varen.

Terwijl ik het zit op te schrijven,
geen andere vraag zie dan het kijken,
komt er traag beweging in het huis.
Nooit wil het bij kijken blijven.

 

 

Spiegelkast

 

Vreemd, dat zij nu slapen moet. Er is nog
meer te doen. Net zou zij aan de strijk, het is
pas noen. En moeder zit nooit stil, meneer.

Iets in haar hoofd speelt met de tijd,
iemand die haar leven niet meer leidt.

Toch gaan gordijnen dicht. En groet zij kort
de glazen buurvouw, die zich ’s avonds
sluit. Morgen mag zij de kast weer uit.

 

Dewulf

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009.

 

Uit: The Ancient Shore

 

„Of the millions who visit Italy each year, some thousands will return there “to live”—to spend a season or a year or two. Of these, a few will remain all their lives. If they are painters, writers, or musicians, they will carry on their trade in an ambiance that still esteems the individual effort of art. If they are scholars, they must take their chances in the gladiatorial arena of Italian erudition. Others may develop a career or, more usually, eke out a living with expatriate odd jobs. And there are some who can afford idleness in that peninsula where the cult of leisure flourishes still and where variety and pleasure can fill up many, though not all, days. No longer visitors, never to be natives, these people have arrived without the grim compulsions of migrants or refugees, and they move for the most part easily through the Italian dance, with excursions to their homeland. For a measure of affluence takes, these days, the edge off finality’s blade, and mobility suggests—delusively—that every journey is potentially a round trip.

Those of us who, when young, chose “to live” in the Italy of the postwar decades felt we were doing just that: living more completely among the scenes and sentiments of a humanism the New World could not provide. The Italian admixture of immediacy and continuity, of the long perspective and the intensely personal, was then reasserting itself after years of eclipse. It was a time not of affluence but of renewal, and Italy again offered to travelers her antique genius for human relations—a tact, an expansiveness never quite without form. One was drawn, too, by beauty that owed as much to centuried endurance as to the luminosity of art and which seemed, then, to create an equilibrium as lasting as nature’s. Like the historian Jakob Burckhardt, we felt all this was ours “by right of admiration.”

 

Shirley_hazzard

Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009.

 

Nacht und Winter

 

Von des Nordes kaltem Wehen

Wird der Schnee dahergetrieben,

Der die dunkle Erde decket;

 

Dunkle Wolken zieh’n am Himmel,

Und es flimmern keine Sterne,

Nur der Schnee im Dunkel schimmert.

 

Herb’ und kalt der Wind sich reget,

Schaurig stöhnt er in die Stille;

Tief hat sich die Nacht gesenket.

 

Wie sie ruh’n auf dem Gefilde,

Ruh’n mir in der tiefsten Seele

Dunkle Nacht und herber Winter.

 

Herb’ und kalt der Wind sich reget,

Dunkle Wolken zieh’n am Himmel,

Tief hat sich die Nacht gesenket.

 

Nicht der Freude Kränze zieren

Mir das Haupt im jungen Lenze,

Und erheitern meine Stirne:

 

Denn am Morgen meines Lebens,

Liebend und begehrend Liebe,

Wandl’ ich einsam in der Fremde.

 

Wo das Sehnen meiner Liebe,

Wo das heiße muß, verschmähet,

Tief im Herzen sich verschließen.

 

Herb’ und kalt der Wind sich reget.

Dunkle Wolken zieh’n am Himmel,

Und es flimmern keine Sterne.

 

Wie sie ruh’n auf dem Gefilde,

Ruh’n mir in der tiefsten Seele

Dunkle Nacht und herber Winter.

Leise hallen aus der Ferne

Töne, die den Tag verkünden. –

Wird der Tag denn sich erhellen?

 

Freudebringend dem Gefilde

Wird er strahlen, Nacht entschweben,

Herber Winter auch entfliehen,

 

Und des Jahres Kreis sich wenden,

Und der junge Lenz in Liebe

Nahen der verjüngten Erde.

 

Mir nur, mir nur ew’ger Winter,

Ew’ge Nacht, und Schmerz und Thränen,

Kein Tag, keines Sternes Flimmer!

 

Chamisso_Adelbert

Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 – 21 augustus 1838)

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Hij volgde een opleiding tot accountant voordat zijn schrijverstalent werd ontdekt. Barker is vooral bekend om zijn komische teksten en nonsensgedichten. Hij trad eerst alleen op, maar later met de The Mrs Ackroyd Band. Gespeeld werd o.a. in Hongkong, Australië, Nieuw Zeeland, de VS en Canada. Er zijn meer dan 75 titels van Barker verschenen.

 

The Road To Tomorrow

Tune: Boithrin bui (the yellow road)   

 

The road to tomorrow’s a hard road to take;

It may lead us through sorrow for foolishness’ sake;

And it twists and it turns, at first left and then right,

And there’s many are lost in the darkness of night.

 

They stray from the path on the way through the trees,

For they think they may wander wherever they please,

But the road to temptation’s down there in the wood

And it won’t always lead you the way that it should.

 

The road out of evening that leads to the dawn

Can bless you with burdens that need to be borne;

For at sunset, the emptiest head may depart

And arrive the next morning the heaviest heart.

 

For which road’s the right one? The wise cannot say,

Though both foolish and wise walk the distance each day;

For there’s signposts to read, sage advice you may take

And there’s fools you may heed and wrong turnings to make.

 

The road to tomorrow is one I know well

For I’ve walked it to heaven and walked it to hell;

I’ve walked it both happy and sad as can be

And I wonder if you’d care to walk it with me;

 

The road through the night to the morning is wide

So two may walk down it to dawn, side by side;

So come with me now down that road, hand in hand;

Let’s be lovers forever in morning’s bright land;

We’ll be lovers forever in morning’s bright land.

 

les-barker

Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Hij behaalde een BA aan de Georgetown University in 1967 en een M.Phil. van Yale University in 1970. In 1971 werd hij de eerste ongetrouwde Amerikaan die een kind adopteerde. De drie jaar oude Lakota jongen Reynold Abel leed aan een alcohol syndroom, omdat zijn moeder tijdens de zwangerschap had gedronken. Morris schreef er zijn beroemdste boeken over The Broken Cord (1989). Voor het boek kreeg hij de National Book Critics Circle Award for General Nonfiction. In 1987 verscheen zijn roman A Yellow Raft in Blue Water (1987). In 1991 werd Reynold Abel gedood bij een autoongeluk. Dorris pleegde in 1997 zelfmoord.

 

Uit: Cloud Chamber

 

„When I was still Rose Mannion and had the full use of myself, I was a force to behold. My hair’s fine blackness was my signature, the legacy of a shipwrecked Spaniard off the Armada who washed onto Connemara and arrived, bedraggled and desperate, at the cottage door of some love-starved great-grandmother. In every generation that followed, it is said, there is but one like me. My mother used to call my mane a rain of Moorish silk as she brushed two hundred strokes before prayers. Never cut since birth, each wisp that pulled free she collected and worked into a dark snake she scored inside a wooden box. Now, ever since that terrible night, its lengthening coil I wind within a salver of Galway crystal, my constant souvenir of destruction. In the milky glow of lamplight it shifts and expands through the engraved cuts like a Hydra with many faces, each one of them Gerry Lynch.

What was there, back then, not to love about Gerry Lynch? It’s true, I was a girl in the habit of measuring each person new to me by a tabulation of their natural imperfections: this one had too short an upper lip, that one unfortunate hair. This one was marred by the heaviness of the upper arm, that one by the gap of a missing tooth — the easier to place them the next time we met. But Gerry Lynch broke the mold.

You even had to adore his flaws. Too quick with the compliments, and those, too expansive to be absorbed without a shading of doubt. A tendency to sometimes withdraw into the depths of himself while feigning to listen politely. A furtiveness, hesitancy, better describes it, and at the late-night meetings, when his turn to speak arrived, he once or twice in his enthusiasm seemed just that much off — brasher than need be, almost as if he took personally the injury that united us all in our resolve to remedy. An occasional bout of silliness, a touch boyish in a grown man.

But if these trifles be the beads on his Sorrowful Mysteries, think only of the Joyful, the Glorious! His devotion to the Cause. His bow-head humility at the Communion rail. His gait, so bouncing with natural exuberancy that who could fail to follow where he led? His clean town-smell, warm days and chill. The tenor voice that pulled the heart tight as the cross-stitch of a doubled thread. And for the Hail Holy Queen: that song he made up, that darling brave ballad that bore my name. He sang it to all who’d listen, his eyes twinkling merry except when he’d glance into the crowd my way, and then, so serious that everyone but us two faded into nothing. I could not meet his eyes, and still draw breath.“

 

MichaelDorris

Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009.

 

Uit: Daughter of the Sun

 

„The runner sprinted down the paved road, his heart pounding with fear.  Although his feet were bleeding, he dared not stop.  He looked back.  His eyes widened in terror.  He stumbled, fought for balance, and pushed on.  He had to warn the clan.
A Dark Lord was coming.
Ahoté could not help his forbidden thoughts.  There sat beautiful Hoshi’tiwa, just a hundred paces from where he stood at the Memory Wall,  radiant in the sunshine as she spun cotton ribbons for her bridal costume.  She looked so happy in front of her small adobe house, shaded by cottonwood trees, with the fresh stream trickling nearby.  All she had been able to talk about was the coming wedding day.  But all Ahoté could think about was the wedding night.
His father pinched him.
Under the elder’s tutelage, eighteen-year-old Ahoté was reciting the clan history, using the pictographs painted on the wall as a guide.  Each symbol represented a major event in the past.   And as there were too many events recorded on the Memory Wall – symbolized by spirals, animals, people, lightning strikes – for the clan to remember, it was the job of one man, He Who Links People.
This was the sacred calling to which young Ahoté was apprenticed and upon which he must concentrate.  But his mind was wandering.
His father scowled.  Takei did not understand the boy’s lovesick state.  When Takei had wed, years ago, a girl chosen by his parents, he had done his duty, begetting her with many children.  He had never wasted his time in moony-eyed daydreaming and sexual fantasies.  Sex was for creating children, not for idle amusement.  If Takei had ever taken pleasure in the intimate act, he could not recall it.“

 

barbara_wood

Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

Voor nog meer schrijvers van de 30e januari zie ook mijn vorige blog  van vandaag.

 

Tijs Goldschmidt, Barbara Wood, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Walter Savage Landor, Anton Hansen Tammsaare

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Darwins Hofvijver

 

“De zon staat al hoog als ik bij het vliegveld aankom en de auto parkeer. Er staan mensen te wachten voor de ingang van de hal. Ik spreek een kruier aan om te vragen hoe laat het is. De klok in de hal van het vliegveld staat stil en een horloge heb ik al maanden niet meer. Ik ruilde het met Elimo, op zijn verzoek, tegen een haan en een sonzo, een traditionele Sukumamand. Deze waterdichte manden werden door vrouwen gevlochten en op feesten gebruikt als pul om pombe, het naar zurig braaksel smakende gerstebier, naar binnen te gieten. In de manden zijn met mangaan gekleurde grasstengels gevlochten in geometrische patronen die een symbolische betekenis hebben. Die is niet altijd meer te achterhalen, want de komst van de mazabethi, naar koningin Elizabeth vernoemde aluminium bakjes die tijdens de Britse overheersing massaal werden ingevoerd, betekende het einde van de masonzo-cultuur. In een dorpje sprak ik met een bejaarde vrouw die daarover na ruim dertig jaar nog altijd woedend was. Zij vertelde dat het uit driehoeken opgebouwde symbool in de mand die ik met Elimo ruilde, ‘kitenge, omslagdoek’ betekent.

‘Mijn man steekt zijn eerste vrouw goed in de kleren, maar ik, een van zijn jongere vrouwen, loop in een omslagdoek die tot op de draad versleten is.’

Een Sukumavrouw mocht niet klagen in woorden, maar kon in deze symbooltaal haar hart luchten.

‘De komst van de mazabethi heeft ons plezier bedorven,’ vertelde het oude vrouwtje. ‘Sisi wanawake, wij vrouwen, vlochten de manden terwijl we bij elkaar zaten te praten. Ik zie niet wat daar mis mee was. Elke vrouw deed haar best de mooiste mand te maken. Door de mazabethi is dat allemaal afgelopen.’

 

Tijs_Goldschmidt

Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Woman of a Thousand Secrets

 

Revenge was in Macu’s heart as he searched for the girl who had humiliated his brother.

Pretending to be interested in her as a prospective bride, he asked about Tonina in the village and was told that she could be found on the beach of the western lagoon, where the pearl divers were hauling in their oyster catch for the day.

Macu’s brother, who was at that moment on the other side of the island with their canoe, had begged Macu not to go. It was bad enough a girl had bested him in a swimming contest, but Macu exacting revenge would only make matters worse. “She is a better swimmer,” Awak had said. “You cannot beat her, Brother.” But twenty-two-year-old Macu of nearby Half Moon Island was proud and vain and despised girls who thought they were better than men.

Pearl Island
was a small, verdant dot on the green sea off the western tip of a landmass that would one day be called Cuba, and it had only two accessible harbors: the western lagoon and a cove on the northern tip, where Macu and his friends had paddled their canoe between rocky shoals and made landfall on a tiny beach. From there, a trail led through dense trees and brush to a lively, bustling village where children played, women stirred cooking pots, and men toiled in tobacco-drying sheds.“

 

BarbaraWood

Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Uit: Greene on Capri

 

On a December morning of the late 1960s, I was sitting by the windows of the Gran Caffè in the piazzetta of Capri, doing the crossword in The Times. The weather was wet, as it had been for days, and the looming rock face of the Monte Solaro dark with rain. High seas, and some consequent suspension of the Naples ferry, had interrupted deliveries from the mainland; and the newspaper freshly arrived from London was several days old. In the café, the few other tables were unoccupied. An occasional waterlogged Caprese—workman or shopkeeper—came to take coffee at the counter. There was steam from wet wool and espresso; a clink and clatter of small cups and spoons; an exchange of words in dialect. It was near noon.

    Two tall figures under umbrellas appeared in the empty square and loped across to the café: a pair of Englishmen wearing raincoats, and one—the elder—with a black beret. The man with the beret was Graham Greene. I recognised him—as one would; and also because I had seen him in the past on Capri, at the restaurant Gemma near the piazza, where he dined at a corner table with his companion, and great love of the postwar decade, Catherine Walston. That was in the late 1950s, when I used to visit Naples and Capri from Siena, where I then spent part of the year. One knew that Greene had a house in the town of Anacapri, in the upper portion of the island, which he had visited faithfully if sporadically for many years.

    On that damp December morning, Greene and his dark-haired friend came into the Gran Caffè, hung their coats, and sat down at the next tiny table to mine. I went on with my puzzle; but it was impossible not to overhear the conversation of my neighbours—or, at any rate, not to hear one side of it. Graham Greene certainly did not have a loud voice, but his speech was incisive, with distinctive inflections, and his voice was lowered only in asides or to make confidences.“

 

ShirleyHazzard

Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  en ook mijn blog van 30 januari 2008.

 

Es ist nur so der Lauf der Welt

 

Mir ward als Kind im Mutterhaus

Zu aller Zeit, Tag ein, Tag aus,

Die Rute wohl gegeben.

Und als ich an zu wachsen fing,

Und endlich in die Schule ging,

Erging es mir noch schlimmer.

 

Das Lesen war ein Hauptverdruß,

Ach! wer’s nicht kann und dennoch muß,

Der lebt ein hartes Leben.

So ward ich unter Schmerzen groß

Und hoffte nun ein bess’res Los,

Da ging es mir noch schlimmer.

 

Wie hat die Sorge mich gepackt!

Wie hab’ ich mich um Geld geplackt!

Was hat’s für Not gegeben!

Und als zu Geld ich kommen war,

Da führt’ ein Weib mich zum Altar,

Da ging es mir noch schlimmer.

 

Ich hab’s versucht und hab’s verflucht

Pantoffeldienst und Kinderzucht

Und das Gekreisch der Holden.

O meiner Kindheit stilles Glück,

Wie wünsch’ ich dich jetzt fromm zurück!

Die Rute war ja golden!

 

Chamisso_Chamisso

Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 – 21 augustus 1838)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  

 

Autobiography (polish it like a piece of silver)

  

I am standing in the cemetery at Byrds, Texas.

What did Judy say? “God-forsaken is beautiful, too.”

A very old man who has cancer on his face and takes

care of the cemetery, is raking a grave in such a

manner as to almost (polish it like a piece of silver.

 

 

Boo, Forever

  

Spinning like a ghost

on the bottom of a

top,

I’m haunted by all

the space that I

will live without

you. 

 

RichardBrautigan

Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007

 

Der Dichter

 

Im Hafen lichten jubelnd sie die Anker.
Ein Schiff wohin? Von Hoffnung ist es schwer
nach heimatlicher Insel überm Meer.
Abseits am Ufer steh ich wie ein Kranker.

 

Krank, weil ich warte und mich nicht verschwende;
gefesselt, daß ich mir nicht selbst entflieh
noch mich dem Werk des Wirklichseins entzieh.
Ja, ich war krank, damit ich mich vollende.

 

Denn immer Einer sei bereit und rage
als rettend Mal im Raum, wenn vor der Frage
die grelle Zeit erblaßt: Was soll ich tun?

 

Fragt ich es auch? Vielleicht schrie ich im Traum.
Nur Echo wars. Der Wind fuhr durch den Baum.
Du darfst getrost in meinem Schatten ruhn.

 

Nossack

Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

De Engelse schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire.

Uit: Imaginary conversations (Lord Brooke and Sir Philip Sidney)

“God hath granted unto both of us hearts easily contented, hearts fitted for every station, because fitted for every duty. What appears the dullest may contribute most to our genius; what is most gloomy may soften the seeds and relax the fibres of gaiety. We enjoy the solemnity of the spreading oak above us: perhaps we owe to it in part the mood of our minds at this instant; perhaps an inanimate thing supplies me, while I am speaking, with whatever I possess of animation. Do you imagine that any contest of shepherds can afford them the same pleasure as I receive from the description of it; or that even in their loves, however innocent and faithful, they are so free from anxiety as I am while I celebrate them? The exertion of intellectual power, of fancy and imagination, keeps from us greatly more than their wretchedness, and affords us greatly more than their enjoyment. We are motes in the midst of generations: we have our sunbeams to circuit and climb. Look at the summits of the trees around us, how they move, and the loftiest the most: nothing is at rest within the compass of our view, except the grey moss on the park-pales. Let it eat away the dead oak, but let it not be compared with the living one.

Poets are in general prone to melancholy; yet the most plaintive ditty hath imparted a fuller joy, and of longer duration, to its composer, than the conquest of Persia to the Macedonian. A bottle of wine bringeth as much pleasure as the acquisition of a kingdom, and not unlike it in kind: the senses in both cases are confused and perverted“.

Savage_Landor

Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 januari 2007.

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu.