Dolce far niente, Ludwig Thoma, Maarten Asscher, Charlotte Van den Broeck, Ror Wolf, Thomas Frahm

Dolce far niente

 

Summer Night, Riverside Drive door George Wesley Bellows, 1909


Sommernacht

Laue, stille Sommernacht,
Rings ein feierliches Schweigen,
Und am mondbeglänzten See
Tanzen Elfen ihren Reigen.

Unnennbares Sehnen schwillt
Mir das Herz. In jungen Jahren
Hab ich nie der Liebe Lust,
Nie der Liebe Glück erfahren.

Schmeichelnd spielt die linde Luft
Um die Stirne, um die Wangen.
Und es faßt mit Allgewalt
Mich ein selig-süßes Bangen.

Blaue Augen, blondes Haar
Soll ich bald mein eigen nennen?
Und der Ehe Hochgefühl
Soll ich aus Erfahrung kennen.

In der lauen Sommernacht
Wird sie dann im Bette sitzen,
“Männchen”, fragt sie, “sag mir doch,
Mußt du auch so gräßlich schwitzen?”

 

Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)
Oberammergau, de geboorteplaats van Ludwig Thoma


De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Bekentenissen van een nieuwsgierig mens

“Hoe authentiek zijn ze, al die mooie ‘laatste woorden’ van letterkundige en historische beroemdheden. Goethes ‘Mehr Licht’ of Willem van Oranje – zieltogend onder aan de trap van het Delftse Prinsenhof – met zijn ‘Mon dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple’. Op zijn best zijn ze onbewijsbaar en soms zelfs ronduit apocrief. Onder mijn favoriete vaarwel-woorden reken ik bijvoorbeeld die van de jonge Franse communistische verzetsstrijder Valentin Feldman, die op 27 juli 1942 tegen een Duits vuurpeloton riep: ‘Imbéciles, c’est pour vous que je meurs!’ Dat is indrukwekkend, omdat het een bepaalde interpretatie oproept van het leven dat aan dit moment voorafging en van de tijd waarin Feldman leefde en moest sterven. Maar wie kan instaan voor de juistheid ervan? Dat kun je je bijna bij alle ‘laatste woorden’ afvragen. En als die juistheid al aannemelijk kan worden gemaakt, dan kun je soms de verdenking niet onderdrukken dat zogenaamde laatste woorden voor dat doel ruim op tijd werden ingestudeerd.
Van een andere categorie menselijke uitspraken valt in elk geval met zekerheid te zeggen dat ze onvoorbereid worden geuit. Dat zijn de woorden die het exacte tegendeel vormen van wat mensen op hun sterfbed zouden hebben gezegd, namelijk de allereerste woorden die zij als jong kind spraken. Apocrief zijn ze waarschijnlijk evenzeer, maar ze compenseren dat meestal door een vertederende onschuld. Soms niet. De Franse dichter en denker Paul Valéry moet als jong kind zijn entree in de spreektaal hebben gemaakt met het woord ‘clé’ (sleutel), wat natuurlijk voer is geworden voor biografen en interpreten van zijn werk. Maar de meeste baby’s van een of twee jaar oud zijn nog wat eenvoudiger van geest en beperken zich tot het voor de hand liggende ‘ma-ma’, wat – geheel terecht – door hun moeders met het grootste genoegen wordt aangehoord. Alleen in Georgië zijn de vaders zo jaloers dat ‘mama’ in de taal van dat land ‘vader’ betekent, wat wel een schoolvoorbeeld van male chauvinism mag heten.”

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd geboren op 29 juni 1991 in Turnhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

Acht, ∞

I

Op het veld liggen een jongen en een meisje die aan vroeger doen denken
ik vermoed dat wij het zijn, acht jaar geleden, maar ze lijken zo sterk op onbekenden
dat ik niet naar hen toe loop om te zeggen dat ze het fout onthouden hebben
die dag trokken geen vogels over, geen sneeuw of ijs op het veld, oktober nog
het riet rond de vijver verderop stond halfhoog en dor, op de achtergrond
in intervallen het geluid van een trage auto op de steenweg, verder niets
ik zeg hen niet dat zij hier tussen de laatste muggen en de eerste kussen
namen voor de kinderen zal bedenken, niet dat de werf ondertussen
een siliconenfabriek werd, of dat hij haar hand alvast moet loslaten opdat het went
voor later, wanneer ze elkaar enkel nog per ongeluk en met ongemak
zullen aanraken, ik zeg niets, want precies zo, zoals ze daar liggen, was het ook:
de overgave, het blinde licht in de middag en later daarover de gedichten

Charlotte Van den Broeck (Turnhout, 29 juni 1991)

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Die lasterhaften Straßen von Berlin

Die Hüte lasterhafter Männer und die Hosen
die Röcke lasterhafter Damen und die großen
die großen lasterhaften Augen und die Blasen
die großen Blasen auf den lasterhaften Straßen

Auf den zerschlitzten Sitzen Blut und schwere Füße
der tiefe Morgenschmerz der Rost die Regengüsse
die roten Köpfe und die Windgeschwindigkeiten
der Kot die Wassernot der Sturm die Trockenheiten

Am Anfang nackt und blind wie kleine dicke Bohnen
wie dicke Bohnen nackt und blind auf den Balkonen
am Ende dick auf den Balkonen nackt und blind
der Wind drückt meine Stimme in den Mund: der Wind

 

Rammer & Brecher Sonett 2

Morast und Schlamm und Sturm jawohl und Regen.
Der Regen fällt herab, als es beginnt.
Das Gras ist naß. Im Kessel braust der Wind.
Die Schirme gehen auf. Die Schauer fegen.

Es knarrt am Dach. Das Regenwasser rinnt.
Der Nebel schwebt. Man sieht sich was bewegen.
Es kommt jemand und jemand geht entgegen
Und jemand patscht vorbei und stochert blind.

Und stampft und dampft und hat ihn nicht erreicht.
Das Feld ist leer. Der Weg zum Tor verstopft.
Die Pfütze spritzt und jemand ganz durchweicht

Und jemand triefend dort und jemand tropft.
In dieser Suppe sieht man nun vielleicht,
Wie matt das Leder an den Pfosten klopft.

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

Farbverstummung

Aus den Organen
immer weiter
zieht sich zurück
dein Blut.

Deine überfressenen Augen
entfärben sogar den Herbst –

Farbverstummung.
Sodbrennen. Déjà vu –
Mit Worten trägst du, völlig verfettet,
Nitrate ein ins Filetstück der Landschaft:

Wenigstens jetzt,
wo die Sonne untergeht,
hättest du’s gerne
ein bisschen rötlich.

 

Ein Titel hieße, da wäre was

Ich schrieb Gedichte,
so lange ich dachte, ich stürbe.
Jetzt hält mich das Leben im Würgegriff
zwischen unverhofften Geschenken und Schulden,
die ich nicht abtragen kann.

Dankbarkeit und Ehrfurcht,
Hass und andere offene Rechnungen
machen mich schlaflos des Nachts,
und ohnmächtig sehe ich zu
dem Wachstum der Wünsche
nach wenigstens einer Nachmittagstasse Schlaf,
dunkel und süß,

ach, und mein Stammhirn würgt
dann noch dies unverdaute Stück Liebe hervor,
ein Gewölle, widerlich grau und rot,
wie das so ist, wenn die Lust
als Salzstein gegen selbst aufgekratzte
Wunden schlägt.

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Dolce far niente, Lucy Maud Montgomery, Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm

Dolce far niente

 

 
Juin en Languedoc door Michel Vézinet, z.j.

 

A Summer Day

I
The dawn laughs out on orient hills
And dances with the diamond rills;
The ambrosial wind but faintly stirs
The silken, beaded gossamers;
In the wide valleys, lone and fair,
Lyrics are piped from limpid air,
And, far above, the pine trees free
Voice ancient lore of sky and sea.
Come, let us fill our hearts straightway
With hope and courage of the day.
II
Noon, hiving sweets of sun and flower,
Has fallen on dreams in wayside bower,
Where bees hold honeyed fellowship
With the ripe blossom of her lip;
All silent are her poppied vales
And all her long Arcadian dales,
Where idleness is gathered up
A magic draught in summer’s cup.
Come, let us give ourselves to dreams
By lisping margins of her streams.
III
Adown the golden sunset way
The evening comes in wimple gray;
By burnished shore and silver lake
Cool winds of ministration wake;
O’er occidental meadows far
There shines the light of moon and star,
And sweet, low-tinkling music rings
About the lips of haunted springs.
In quietude of earth and air
‘Tis meet we yield our souls to prayer.

 

 
Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
De haven van New London (vroeger Clifton), Prince Edward Island, de geboorteplaats van de dichteres

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Toen Robert Ross op donderdag 29 november om 10.20 vanuit het zuiden in Parijs aankwam, gealarmeerd door een telegram van Reginald Turner met de tekst ‘Almost hopeless’, en hij met eigen ogen had gezien hoe hopeloos Wildes ziekbed inderdaad was, besloot hij op zoek te gaan naar een priester die de stervende dichter in extremis zou kunnen bijstaan. Dat had er niet alleen mee te maken dat Ross, net als Turner trouwens, van huis uit zelf rooms-katholiek was, het was in de eerste plaats een logisch uitvloeisel van Oscar Wildes eigen, levenslange fascinatie voor de Kerk van Rome. Hoewel hij in zijn ontvankelijke jaren evenzeer dweepte met de Griekse mythologie en haar pantheïstische rijkdom, ofschoon hij in 1876 toetrad tot de vrijmetselarij, en zijn jaren van sybaritisch esthetendom op het eerste gezicht slechts een zeer wereldlijke indruk maken, is het rooms-katholicisme als ‘de grootste en meest romantische godsdienst’ een telkens terugkerend geestelijk ideaal voor hem geweest. Na zijn vrijlating uit de gevangenis van Reading in 1897 was het zijn eerste aandrang om in het klooster te treden, maar het antwoord dat hij per omgaande van de jezuïeten op Farm Street in Londen ontving, namelijk dat hij daar eerst een jaar over moest nadenken, moet hem – impulsief als hij was – niet alleen als teleurstellend maar ook als onrealistisch hebben getroffen. Dat veranderde evenwel niets aan zijn voornemen om zich ooit tot het Roomse geloof te bekeren, en bij gelegenheid van zijn laatste bezoek aan Rome, in het voorjaar van 1900, zocht hij zo vaak de pauselijke zegen te verkrijgen, als wilde hij zich daarmee opladen voor zijn vaste voornemen om naar de katholieke Kerk over te gaan. In elk geval, zo had hij reeds jaren tevoren gezegd, is het rooms-katholicisme de enige godsdienst om in te sterven.
Robert Ross had dus groot gelijk toen hij die donderdagmiddag 29 november op zoek ging naar een priester. Maar dat was niet zo eenvoudig, want het moest wel iemand zijn die Engels sprak. Om vier uur ’s middags vond hij de toen eenendertigjarige Ierse Broeder van het Heilig Kruis Father Cuthbert Dunne, verbonden aan de Engelse R.K. Kerk van Saint-Joseph op de Avenue Hoche nr. 50, bereid om hem onmiddellijk te vergezellen, terug naar de rue des Beaux-Arts.”
Op grond van zijn priesterlijke waardigheid heeft Father Dunne bijna een halve eeuw lang geweigerd om te reageren op de speculaties en verdachtmakingen die het sterfbed en de bekering van Oscar Wilde bleven omringen. Een van de telkens opgeworpen vragen was of Wilde wel voldoende bij kennis is geweest om de hem toegediende riten geldigheid te verlenen. Maar Father Dunne bewaarde een categorisch zwijgen, tot hij in de jaren veertig opnieuw een nogal malicieus artikel las, waarin aan de bekering werd getwijfeld met een beroep op de Wilde-biografie van de aarts-fantast, journalist en amateur-Casanova Frank Harris, die zich trouwens zelf indertijd verre van Wildes sterfbed had gehouden.”


Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)
Het graf van Oscar Wilde op Père-Lachaise in Parijs

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

„Was wollte ich eigentlich damals haben? Das, was der Verlag Hartleben im Klappentext annoncierte? Einen Autor, aus dessen Schriften man so leicht belehrt, so angenehm unterhalten werden kann? Ich wollte mich nicht belehren lassen. Auch nicht auf angenehme Weise. Ich war auf der Suche nach Lesegrotten, in die ich hineinspazieren konnte, in denen ich mich verlaufen konnte. Diese Begegnung ist nicht ohne Folgen geblieben. Etwas glühte nach von damals, von den Überraschungen im Umgang mit seinen Büchern; und etwas von heute strahlt zurück auf dieses Erlebnis; etwas von heute, wo Jules Verne ganz in der Nähe von Kafka und Beckett und Robert Walser in meinem Regal steht. Lesen und Leben sind bei mir, meine ich, zu stark miteinander vermischt. Das eine ist ohne das andere nicht denkbar. Aber gerade deshalb ist es auch schwer, mit Sicherheit zu sagen, was damals diesen außergewöhnlichen Eindruck auf mich gemacht hat. Seine Komik, seine Phantastik, seine eigenartige Poesie haben mich wahrscheinlich mehr fasziniert als das technische Inventar. So wie ich heute (und auf die Kopulation zwischen zwei Zeitabschnitten kommt es mir an) Verne nicht als den großen technischen Vorausschauer sehe.
Das, was er an technischem Beiwerk anbietet, kann man ohne Mühe auch in den zeitgenössischen illustrierten Zeitungen, in Reiseberichten und Sachbüchern nachlesen. Verne hat das auch gelesen. Er hat alles geplündert, was ihm in die Hände kam. Er schnitt, sammelte, klebte wieder zusammen; und aus diesen Fetzen entstanden unerhört bizarre Bilderbogen mit merkwürdig zusammengeschrumpften Perspektiven. Er ist nicht der Erfinder der Ballone und Unterseeboote und Flugmaschinen, aber er setzt sie in Bewegung, und sie bewegen sich nach seinem Kommando in seinen Büchern, die zugleich magisch sind und real, komisch und melancholisch, grausam zärtlich entsetzlich und poetisch und fratzenhaft und fabelhaft.“


Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)
Saalfeld/Saale, markt

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

Uit:Die beiden Hälften der Walnuss

„Zwar wissen wir auch über viele andere Länder der Erde meist weniger als »gefühlt«; im Falle Bulgariens nimmt diese Unkenntnis aber manchmal gespenstische Züge an. Eine Anekdote des in Wien lebenden Schriftstellers Di-mitrd Dinev veranschaulicht das auf humorvolle Weise. Dinev wurde oft gefragt, woher er denn stamme. Kaum hatte er geantwortet: »Aus Bulgarien«, kam auch schon die Gegenfrage: wo das denn liege? Eines Tages wurde es ihm zu bunt. Er beschloss, den Spieß umzudrehen und die Probe aufs Exempel zu machen. »Im Norden., so begann Dinev seine Umschreibung, »grenzt es an Rumä-nien mit der Donau als Grenzfluss. Im Osten haben wir das Schwarze Meer. Im Südosten den europäischen Zipfel der Türkei. Im Süden Griechenland, und im Westen Mazedonien und Serbien. Na, jetzt dürfte es aber kinderleicht sein, oder?. Doch sein Gegenüber runzelte die Stirn, schaute ihn entgeistert an und stammelte: »Aber … da ist doch nichts?!« Ein weiterer Klassiker ist der Bu-Bu-Effekt, der auch vor Menschen mit abgeschlossenem Hochschulstudium und einem Reiseverhalten, das über Stranddestinationen mit Sonnengarantie hinausgeht, nicht Halt macht. Er schlägt vorzugsweise auf Stehempfängen und anderen Small-Talk-Treffen zu: »Wo leben Sie eigentlich?«
»In Bulgarien..
»Ah, in Bukarest?« »Nein, die bulgarische Hauptstadt heißt Sofia.« »Ach ja, natürlich, entschuldigen Sie. Und wie lebt es sich so in Rumänien?. Die gängigen Erklärungen für Bulgariens Totalabsenz in vielen Köpfen sind meines Erachtens nicht sehr triftig. Langjährige Abriegelung hinter dem Eisernen Vorhang ist kein Spezifikum Bulgariens; sie betraf auch andere Länder, in denen nach dem Zweiten Weltkrieg kommu-nistische Parteien, mehr oder weniger ferngesteuert von der Kommunistischen Partei der Sowjetunion, an die Macht gehievt wurden. Formen der kyrillischen Schrift werden auch in Serbien, der Ukraine und Russland be-nutzt; und die Schrift der Griechen können auch nur wenige Westeuropäer lesen. Die angebliche Kleinheit des Landes wird durch häufige Erwähnung ebenfalls nicht wahrer: Bulgarien steht unter den bislang 47 Staa-ten, die ganz oder teilweise zu Europa gezählt werden, mit 110.000 Quadratkilometern an sechzehnter Stelle, lässt also ganze 31 Staaten, Kleinstaaten und europäische Staatenteile hinter sich; bei der Bevölkerung belegt es mit mehr als 7 Millionen Menschen an zwan7irter Stelle einen oberen Mittelfeldplatz.“

 
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Dit alles brengt ons weer terug in de kleine kamer van het Parijse Hôtel d’Alsace op 30 november 1900. Robert Ross en Reggie Turner hadden de nacht in een andere kamer van het hotel doorgebracht, waar zij tot tweemaal toe door de wachthoudende ziekenbroeder werden gewaarschuwd dat het afgelopen was. Dat bleek beide keren nog niet het geval, maar om half zes ’s ochtends begon het reutelen van de stervende, dat Robert Ross in een uitgebreide brief van twee weken later (14 december aan Wildes vriend More Adey) vergelijkt met ‘het afgrijselijke ronddraaien van een ijzeren slinger’. In zijn verslag van die dag laat Robert Ross trouwens geen onappetijtelijk detail van het sterfbed onvermeld. Reggie Turner heeft altijd een veel vrediger versie van Oscar Wildes stervensuren staande gehouden, die hij bovendien pas veel later en niet dan met kiesheid aan het papier toevertrouwde.
Een onverifieerbare maar hardnekkig anekdote wil dat de stervende dichter op 28 november nog klagend tegen het intens lelijke bloemetjesbehang had gegrapt: ‘Dit behang kost me mijn leven. Een van ons beiden moet vertrekken.’ Nu, twee dagen later, was onafwendbaar duidelijk dat het inderdaad de schrijver was die het onderspit zou delven. De Britse ambassade-arts Maurice à Court Tucker, die Wilde in de voorafgaande acht weken maar liefst 68 keer had bezocht en die op 10 oktober nog een ooroperatie bij hem had laten verrichten, had zijn patiënt reeds enkele dagen tevoren opgegeven. Zelfs het toedienen van opium en morfine was intussen gestaakt en ook aan de consumptie van champagne – blijkens de rekeningen van het Hotel d’Alsace: 54 flessen Pommery Extra Sec en één fles Moët et Chandon in de laatste twee maanden – was een eind gekomen. Ross en Turner doodden de tijd met het verscheuren van brieven. Er was geen directe familie te waarschuwen. Wildes echtgenote Constance was hem op 7 april 1898 reeds in de dood voorgegaan; in het voorjaar van 1899 had hij haar graf op de Genuese begraafplaats Staglieno nog bezocht. Zijn vader en moeder waren respectievelijk reeds in 1876 en in 1896 overleden, terwijl zijn broer Willie in 1899 was gestorven. Met de beide zonen van Oscar bestond geen contact, en lord Alfred Douglas was de vorige dag al telegrafisch op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Tussen 12.00 en 12.30 uur op die dertigste november lieten de beide vrienden hun wacht even beurtelings aan elkaar over om iets te eten te halen. Daarna zaten zij opnieuw gezamenlijk aan het sterfbed, in afwachting van het einde.”

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Doorgaan met het lezen van “Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis”

Maarten Asscher, Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Oscar Wilde in Griekenland

“Onder de schrijvers, schilders en estheten van het Londense fin-de-siècle was Oscar Wilde wel een van de meest Griekse. Al wat Grieks was belichaamde voor hem een streven naar schoonheid, dat hem gedurende zijn gehele leven als dichter, prozaïst, essayist en in mindere mate ook als toneelschrijver voor ogen heeft gestaan. Het woord ‘Greek’ alleen al was voor hem de overtreffende trap van ‘beautiful’ en hij koppelde het, uit een dichterlijke aandrift tot alliteratie, bij voorkeur aan ‘gracious’ en ‘graceful’. Hoewel in zijn latere leven ‘pleasure’ de overhand kreeg boven ‘beauty’, hetgeen overigens nauwelijks minder Grieks genoemd kan worden, en hij zijn priesterschap van het esthetendom verloor, heeft de ‘Greek Spirit’ hem nooit verlaten. Deze ‘Greek Spirit’ was een vrij amorfe levensfilosofie, die zijn voornaamste houvast vond in Wilde’s grote bewondering voor en kennis van de Griekse cultuur en literatuur. Bij Oscar Wilde diende deze ‘Spirit’ als een zintuig voor alle kunsten en voor schoonheid in het algemeen. Of het nu ging om het Symposion van Plato of het geheim van Botticelli, om de sonnetten van Shakespeare of om de werken van Praxiteles, dit alles had in zijn ogen slechts waardevoor hen die de kunst tot maat van alle dingen maken en die zich de schoonheid stellen tot alles regerend principe.
Men heeft zijn ‘esthetische’ houding wel afgedaan als een nogal geposeerde belangstelling voor vage schoonheidsidealen. Maar vooral uit het dichterlijke en het essayistische werk van Oscar Wilde, uit zijn brieven en in het algemeen uit zijn levenskunst – die men als zijn chef d’oeuvre zou kunnen beschou wen – blijkt een grondige en welbespraakte bekendheid met de klassieke Griekse literatuur en een groot gevoel voor de eeuwigheidswaarden die uit de Helleense cultuur kunnen worden geput.
Zijn beheersing van de Griekse taal was voortreffelijk. Een aantal van zijn berijmde vertalingen, fragmenten uit tragedies van Euripides en Aischylos en uit de Wolken van Aristophanes, is bewaard gebleven. In zijn bundel Poems uit 1881 hoort men niet zelden een verre echo van Sappho, Theokritos of Homeros, terwijl verschillende van zijn gedichten een titel of motto dragen, ontleend aan een van zijn grote klassieke voorbeelden.”

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Doorgaan met het lezen van “Maarten Asscher, Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis”

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

“Allenfalls ein paar Titelstümpfe kommen beim Ausgraben zum Vorschein: Stoßtrupp So¬undso/Calais sturmreif ja Mölders und seine Männer oder war es Prien? also gut: Prien und seine Männer in dieser Zeit mit Fanfarenstößen und Sondermeldungen, in der Schurschill, der dicke Lügenlord und der schwarze dünne Schamberlein eins nach dem andern auf die Nuß bekommen haben. Ich zog die Verdunklung herunter und las wahrscheinlich Panzerspähwagen westwärts. Oder ich saß nachts im Keller, mit dem Brummen darüber und gelegentlich mit den fernen, aber wirklich noch sehr fernen Detonationen und las: Bomber über Dünkirchen.
Diese Zeit war noch längst nicht vorbei. Doch eines Tages saß ich vielleicht in der Stube. Ich hatte die Raupen, die damals in ungeheuren Schwärmen über den Kohl wanderten, mitten im Fressen abgerissen und in den Bottich gewfen. Oder ich hatte Schnee geschaufelt vor der Haustür und Viehsalz gestreut. Und was nun? Vielleicht bin ich aufgestanden zweiundvierzig oder dreiundvierzig im Sommer oder im Winter und habe mich auf den Weg zum Herrenzimmer gemacht. Rechts entlang, an der Küche vorbei, in der es wahrscheinlich dampfte, weiter den langen Gang entlang, am Klosett vorbei, wo die Sonne hineinstach, durch das menschenleere Schlafzimmer und weiter durch eine neue Tür in einen anderen Gang, drei Stufen knarrend hinunter, links mein Zimmer, dann, ebenfalls links, das letzte Zimmer, das Herrenzimmer, in dem es im Sommer sehr heiß und im Winter sehr kalt war. Nehmen wir an, es war Sommer, dann war es sehr heiß. Oder nehmen wir eine gemäßigte Jahreszeit an, weder heiß noch kalt. Aber das spielt keine Rolle.”

 
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

Doorgaan met het lezen van “Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann”

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

 

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

 

„Ich rief: Eisenhans! und er kam aus dem Wald heraus. Der iegende Robert riß mich hinauf in die Luft, wo ich fortog. Aber nun saß ich wieder da. Diese Zeit war vorbei. Robinson, Rübezahl, Siegfried und Sigismund Rüstig; alles war durchgespielt in der Essig¬fabrik mit Kowalski und Kürbis; oder im Schuhlager zwischen dem Ledergeruch in den Regalen.
Ich weiß nicht, war das erst Robinson, der für die Jugend gestutzt und verkürzt durch den Sand gegangen ist mit dem Palmenschirm? oder vielleicht lag doch eher Gulliver mit seinem einen Fuß im Meer und mit dem anderen in einer ganz anderen Gegend. Eines Tages hatte ich angefangen zu lachen. Ich hatte ein Buch in der Hand und las dieses Wort: Lederstrumpf. Das war, fand ich, ein außerordent¬liches Wort, das war unwiderstehlich: Leder-Strumpf. Ich habe fast einen Tag lang gelacht, obwohl ich einen Wattebausch mit dem Mittel Po-ho im Backenzahn hatte. Aber ich lachte trotzdem über dieses Wort: Lederstrumpf. Und wann bitte war das? war das vierzig oder einundvierzig? oder früher? oder noch früher? jedenfalls war diese Zeit vorbei.
Läßt sich jetzt, wo ich zu graben beginne, dieses erste Lese-Erlebnis unbeschädigt ausgraben? Oder war es nicht vielmehr eine ganze Reihe von Erlebnissen mit Büchern, die inzwischen zusammengewachsen sind? Da fällt mir ein: Bobby Box, eine sehr wichtige Bekanntschaft, eine Figur aus dem Cigarettenbilder-Album, gemischt aus Charlie Chaplin und Harry Langdon. Kein erlesenes Lese-Erlebnis, aber ich habe Bobby Box geliebt und ich liebe ihn heute noch.
Karl May? sechzig Bände mit aller Macht und Wucht; aber das war später. Frank Allan, der Rächer der Enterbten; alles später. Vorher kam noch die Zeit der Kriegshefte. Niemals ist etwas nach dem Lesen spurloser aus meinem Kopf verschwunden als diese endlose Kette von Siegen und Siegen und Siegen.“

 

 

 

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

Doorgaan met het lezen van “Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann”

80 Jaar Ror Wolf, Op herhaling: Giacomo Leopardi, Oriana Fallaci, Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Antoine de Saint-Exupéry, Oleg Korenfeld, Vasko Popa, John Willard Toland

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zijn loopbaan als schrijver begon in 1958 met publicaties in de studentenkrant Diskus. Wolf studeerde literauur, sociologie en filosofie in Frankfurt am Main. In 1964 verscheen zijn eerste roman Fortsetzung des Berichts, die als een van de weinige voorbeelden gezien kan worden van de Duitse Nouveau roman en die een intensieve lectuur verraad van het boek Der Schatten des Körpers des Kutschers van Peter Weiss. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog. Ror Wolf viert vandaag zijn 80e verjaardag.

 

Fußball-Sonett Nr. 4

Das ist doch nein die schlafen doch im Stehen.
Das ist doch ist das denn die Möglichkeit.
Das sind doch Krücken. Ach du liebe Zeit.
Das gibt’s doch nicht. Das kann doch gar nicht gehen.

Die treten sich doch selber auf die Zehen.
Die spielen viel zu eng und viel zu breit.
Das sind doch nein das tut mir wirklich leid.
Das sind doch Krüppel. Habt ihr das gesehen?

Na los geh hin! Das hat doch keinen Zweck.
Seht euch das an, der kippt gleich aus den Schuhn.
Ach leck mich fett mit deinem Winterspeck.

Jetzt knickt der auch noch um, na und was nun?
Was soll denn das oh Mann ach geh doch weg.
Das hat mit Fußball wirklich nichts zu tun.

 

Fußball-Sonett Nr. 9 – Als Vorbereitung für DAS DERBY

 Der Nebel pfeift. Es ist etwas geschehen.
Es klatscht ganz naß. In diesem Dämmerlicht
Beginnen wir mit unsrem Schlußbericht.
Wir sehen nichts. Wir können nichts verstehen.

Nur die Gesänge, die vorüberwehen.
Das ist nicht viel bei dieser schlechten Sicht.
Wenn es nicht läuft, dann läuft es eben nicht.
Borussia Dortmund wird nicht untergehen.

Der Rammer tankt sich durch, ihr lieben Leute.
Der Stopper: ja, so sieht es aus von hier.
Er senst ihn um, wenn ich das richtig deute.

Die Neun läuft an. Das war das Vierzuvier.
Ins Netz gefetzt. So wunderschön wie heute.
Ein volles Pfund. Und diesmal singen wir.

wolfror

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

Doorgaan met het lezen van “80 Jaar Ror Wolf, Op herhaling: Giacomo Leopardi, Oriana Fallaci, Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Antoine de Saint-Exupéry, Oleg Korenfeld, Vasko Popa, John Willard Toland”

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

Uit: Zwei oder drei Jahre später

Vorgänge im Gebirge

Ein Mann, ein Geiger, ein unbekannter Geiger, dessen Name mir beim besten Willen nicht einfallen will, sagte, als man ihn in einem Wirtshaus in Gletsch bat, ein wenig zu geigen, daß er seine Geige vergessen oder vielmehr verloren habe. Er glaube, er habe sie in Lax verloren, auf seinem Weg ins Gebirge, auf dem der Schnee derart dick den Boden bedeckte, daß er gar nicht gespürt habe, wie sie hinabgefallen sei, sie sei ohne Geräusche hinabgefallen, er habe dieses Hinabfallen gar nicht bemerkt. Er sei an diesem Abend noch in ein Wirtshaus gegangen, wo man ihn aufgefordert habe, ein wenig zu geigen, und habe erst in diesem Moment entdeckt, daß er gar keine Geige mehr hatte. Vor allem deshalb sei er ein unbekannter Geiger geblieben, und zwar sein Leben lang.

 

Wetterverhältnisse

Es schneit, dann fällt der Regen nieder,
Dann schneit es, regnet es und schneit,
Dann regnet es die ganze Zeit,
Es regnet und dann schneit es wieder.

 

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

Doorgaan met het lezen van “Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann”

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

Erstes Stück des letzten Teils

 

Jetzt kommt der Moment auf den wir warten.

Er beginnt mit einem kurzen harten

 

Knall. Heraus aus der Vergangenheit

stürzt Hans Waldmann, kalt und zugeschneit.

 

Er erscheint und sagt ganz allgemein:

Wenn es sein muß, muß es eben sein.

 

Waldmann, er steht da und er beginnt,

und er sieht die Dinge wie sie sind.

 

In der Ferne hört man Nacken knacken,

Kuchenbacken ach und Knochenhacken,

 

Wolken kratzen und Tapeten platzen,

und man hört ein Schmatzen auf Matratzen.

 

Waldmann, um die Ruhe herzustellen,

geht davon mit seinen leichten schnellen

 

Schritten, und man hört Hans Waldmann sprechen.

Stühle kippen um und Wände brechen,

 

Teller klirren kalt und Tüten knallen,

Herren schreien auf und Damen fallen.

 

Wie die Welt so ist, so ist sie eben,

und genauso ist es mit dem Leben,

 

sagt Hans Waldmann, hier am Rand von O:

Wenn die Welt so ist, dann ist sie so,

 

sie verschwimmt dort an den weichen Rändern,

aber das ist leider nicht zu ändern.

 

Waldmann steht am Rand von O und spricht:

Wenns nicht geht, dann geht es eben nicht.

 

Waldmann hebt die Hand und sagt vergnügt:

Nun ist Ruhe, doch die Ruhe trügt.

 

 

ror_wolf

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

Uit: Haile Selassie I, Interviewed by Oriana Fallaci (24 junu 1973)

“Fallaci: Your Majesty, I would like you to tell me something about yourself. Tell me were you ever a disobedient youth? But maybe I ought to ask you first whether you have ever had time to be young, Your Majesty?
Selassie: We don’t understand that question. What kind of question is that? It is obvious that We have been young. We weren’t born old! We have been a child, a boy, a youth, an adult, and finally an old man. Like everyone else. Our Lord the Creator made us like everyone else. Maybe you wish to know what kind of youth We were. Well We were a very serious, very diligent, very obedient youth. We were sometimes punished, but do you know why? Because what We were made to study did not seem enough and We wished to study further. We wanted to stay on at school after lessons were over. We were loath to amuse ourselves, to go riding, to play. We didn’t want to waste time on games.
Fallaci: Your Majesty, of all the monarchs still occupying the thrones you are the one that has ruled the longest. Moreover, in all age that has seen the ruinous downfalls of so many kings, you are the one the only absolute monarchy. Do you ever feel lonely in a world so different from the one you grew up in?
Selassie: It is our opinion that the world hasn’t changed at all. We believe that such changes has modified nothing. We don’t ever notice any differences between monarchies and republics. To us they appear two substantially similar methods of governing the nation. Well, tell us,: What is the difference between a republic and a monarchy?

Fallaci: Actually, your Majesty, I mean to me, it appears that in republics where democracy reigns the leader is elected. But in monarchies he isn’t.
Selassie: We don’t see where the difference lies.“

 

oriana-fallaci

Oriana Fallaci (29 juni 1929 – 15 september 2006)

 

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

Between Games  

 

Nobody rests

 

This one constantly shifts his eyes

Hangs them on his head

And whether he wants it or not starts walking

backwards

He puts them on the soles of his feet

And whether he wants it or not returns walking

on his head

 

This one turns into an ear

He hears all that won’t let itself be heard

But he grows bored

Yearns to turn again into himself

But without eyes he can’t see how

 

That one bares all his faces

One after the other he throws them over the roof

The last one he throws under his feet

And sinks his head into his hands

 

This one stretches his sight

Stretches it from thumb to thumb

Walks over it walks

First slow then fast

Then faster and faster

 

That one plays with his head

Juggles it in the air

Meets it with his index finger

Or doesn’t meet it at all

 

Nobody rests

 

 

 

Race 

 

Some bite from the others

A leg an arm or whatever

 

Take it between their teeth

Run out as fast as they can

Cover it up with earth

 

The others scatter everywhere

Sniff look sniff look

Dig up the whole earth

 

If they are lucky and find an arm

Or leg or whatever

It’s their turn to bite

The game continues at a lively pace

 

As long as there are arms

As long as there are legs         

As long as there is anything

 

 

Popa

Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

 

Calm After Storm

 

The storm hath passed;

I hear the birds rejoice; the hen,

Returned into the road again,

Her cheerful notes repeats. The sky serene

Is, in the west, upon the mountain seen:

The country smiles; bright runs the silver stream.

Each heart is cheered; on every side revive

The sounds, the labors of the busy hive.

The workman gazes at the watery sky,

As standing at the door he sings,

His work in hand; the little wife goes forth,

And in her pail the gathered rain-drops brings;

The vendor of his wares, from lane to lane,

Begins his daily cry again.

The sun returns, and with his smile illumes

The villas on the neighboring hills;

Through open terraces and balconies,

The genial light pervades the cheerful rooms;

And, on the highway, from afar are heard

The tinkling of the bells, the creaking wheels

Of waggoner, his journey who resumes.

 

Cheered is each heart.

Whene’er, as now, doth life appear

A thing so pleasant and so dear?

When, with such love,

Does man unto his books or work return?

Or on himself new tasks impose?

When is he less regardful of his woes?

O pleasure, born of pain!

O idle joy, and vain,

Fruit of the fear just passed, which shook

The wretch who life abhorred, yet dreaded death!

With which each neighbor held his breath,

Silent, and cold, and wan,

Affrighted sore to see

The lightnings, clouds, and winds arrayed,

To do us injury!

 

O Nature courteous!

These are thy boons to us,

These the delights to mortals given!

Escape from pain, best gift of heaven!

Thou scatterest sorrows with a bounteous hand;

Grief springs spontaneous;

If, by some monstrous growth, miraculous,

Pleasure at times is born of pain,

It is a precious gain!

O human race, unto the gods so dear!

Too happy, in a respite brief

From any grief!

Then only blessed,

When Death releases thee unto thy rest!

 

Leopardi

Giacomo Leopardi (29 juni 1798 – 14 juni 1837)

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2006 en ook ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008 en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

Uit: Le Petit Prince

 

„Lorsquej’avais six ansj’ai vu, une fois, une magnifique image, dans un livre sur la forêt vierge qui s’appelait Histoires vécues. Ca représentait un serpent boa qui avalait un fauve. Voilà la copie du dessin. On disait dans le livre ‘Les serpents boas avalent leur proie toute entière, sans la mâcher. Ensuite ils ne peuvent plus bouger et ils dorment pendant les six mois de leur digestion’.

(…)

 

Le premier soir je me suis donc endormi sur le sable à mille milles de toutes les terres habitées.J’étais plus isolé qu’un naufragé sur un radeau au milieu de l’océan. Alors vous imaginez ma surprise, au lever du jour, quand une drôle de petite voix m’a réveillé. Elle disait :

– S’il vous plaît… dessine-moi un mouton !

J’ ai sauté sur mes pieds comme sij’avais été frappé par la foudre.J’ai bien frotté mes yeux.J’ai bien regardé. Etj’ai vu un petit bonhomme tout à fait extraordinaire qui me considérait gravement. Je regardai donc cette apparition avec des yeux tout ronds d’étonnement. N’oubliez pas que je me trouvais à mille milles de toutes les régions habitées. Quand je réussis enfin à parler, je lui dis :

– Mais… qu’est-ce que tu fais là ?

Et il me répéta alors, tout doucement, comme une chose très sérieuse :

– S’il vous plaît… dessine-moi un mouton.

Et c’est ainsi que je fis la connaissance du petit prince.“

 

 

antoine-de-saint-exupery

Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 – 31 juli 1944)

 

 

De Vlaamse schrijver Anton “Tony” Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2009.

 

Uit: Ernest Staas

 

Eenzaam en treurig zat ik op mijn studiekamer.

Ik had dien dag vervelende processen onderzocht, lange brieven nagezien, verdrietige wetboeken doorbladerd, en bevond mij gelukkig eindelijk in mijnen breeden leunstoel een weinig rust te genieten.

Het raam stond open. De warmte was drukkend. Half droomend volgden mijn oogen de phantastische vormen en donkere kleuren der zware onweerswolken, die log en traag voorbijdreven.

In de verte leiden als een orkaan de duizenden stemmen der groote stad, en haar verward geluid kwam als een zware zucht uitsterven aan mijn oor. Was het begoocheling? Maar op eens schijnt het mij, dat ik, buiten, op het land, het geraas der waggelende populieren hoor, en dit melancholisch geruisch, dat mij eertijds zoo dikwijls wiegelde, roept mij een geheele wereld van beelden en herinneringen voor den geest.

Het tegenwoordige verdwijnt met al zijn last en kommer. Mijn ongezellig vertrek, mijn stofferige boeken en verdufte papieren zijn vergeten. Een frissche wind blaast mij uit lang verloopene jaren tegen. Voor een oogenblik word ik nog eens jong, ik voel mijn hart warmer kloppen, mijn bloed sneller vlieden; ik vind de heldere dagen mijner kindsheid met hunne levendige vreugden en eindelooze smarten, mijn lang vervlogen jeugd met haar gulden droomen weder.

Ginds tegen den belommerden straatweg ontwaar ik, tusschen de vermolmde eiken, een nederige woning met witte muren, groene luiken en roode-pannedak.

Me dunkt, ik herken ‘het Pannenhuis’, het buitenverblijf van Tante, dat zijn rooden top, achter het groene loover, boven de strooien daken der boerenwoningen uitsteekt.“

 

Bergmann

Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Vasko Popa, Ror Wolf, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Louis Scutenaire, Paul Lebeau, Willibald Alexis, Joachim Heinrich Campe, Oleg Korenfeld, John W. Toland

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

A Conceited Mistake 

Once upon a time there was a mistake

So silly so small

That no one would even have noticed it

 

It couldn’t bear

To see itself to hear of itself

 

It invented all manner of things

Just to prove

that it didn’t really exist

 

It invented space

To put its proofs in

And time to keep its proofs

And the world to see its proofs

 

All it invented

Was not so silly

Nor so small

But was of course mistaken

 

Could it have been otherwise

 

 

Far Within Us 1 

 

We raise our arms

The street climbs into the sky

We lower our eyes

The roofs go down into the earth

 

From every pain

We do not mention

Grows a chestnut tree

That stays mysterious behind us

 

From every hope

We cherish

Sprouts a star

That moves unreachable before us

 

Can you hear a bullet

Flying about our heads

Can you hear a bullet

Waiting to ambush our kiss

 

 

Vertaald door Anne Pennington

 

 

Vasko_Popa2

Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

“Bevor ich geschrieben habe, habe ich gelesen. Bevor ich gelesen habe, habe ich geschrieben. Aber bevor ich geschrieben und gelesen habe, habe ich mir Geschichten erfunden, in die ich nachts wie in den warmen Bauch hineinkriechen konnte.
Es war niemand da, der mir Geschichten erzählt hat. Mein Vater war auf Reisen mit vielen Grüßen. Meine Mutter stand hinter der Ladenkasse und sagte nicht viel. Mein Großvater saß schweigend auf dem Schusterstuhl, unablässig auf Sohlen und Absätze ein¬schlagend, die Zwecken zwischen den Lippen. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus. Dort sah sie den Spitzberg, den Roten und den Breiten Berg und den Schwarzen Berg und hat mir keine Geschichte erzählt.
Anfang neununddreißig verbrachte ich einige Zeit mit der normalen Schreibschrift nach Ludwig Sütterlin.
Danach folgte die Einübung in die Druckschrift. Mein Vater war mit einer grauen Mütze verschwunden. Meine Mutter stand fremd und fern hinter der Kasse. Mein Großvater war vom Schusterstuhl gefallen und tot. Meine Großmutter schaute zum Fenster hinaus und vertrocknete stumm. Ich las:

der Tisch ist rein. Tasche. Tinte. Tante
die Dose ist rund. Dach. Docht. Daumen
da du dem doch und rund
der Sand die Hand
der Koch das Loch
der Zeiger zeigt die Zeit

Ich las: ich lese ich rechne ich male ich laufe ich lache ich höre ich sehe ich rufe ich freue mich.
Das war also die erste Begegnung mit dem Gedruckten. Ein Abenteuer. Ein Lese-Erlebnis. Ich machte mich auf und davon mit Strohhalm, Kohle und Bohne zum Berg Semsi.”

wolf

Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

Uit: La rage et l’orgueil

 

« Il se trompe parce que la barbe repousse et le bourkah se remet : pendant les vingt dernières années, l’Afghanistan a été un va-et-vient de barbes rasées et repoussées, de bourkahs retirés et remis. Il se trompe parce que les actuels vainqueurs prient Allah autant que les actuels vaincus : des actuels vaincus ils se distinguent seulement par une question de barbe et en effet les femmes en ont peur comme elles avaient peur des autres.

En plus, les actuels vainqueurs fraternisent avec les vaincus. Ils les remettent en liberté, ils se font acheter pour une poignée de dollars, et en même temps ils se disputent entre eux, ils alimentent le chaos et l’anarchie. Mais surtout il se trompe, l’optimiste, parce que, parmi les dix-neuf kamikazes de New York et de Washington, il n’y avait pas un seul Afghan. Les futurs kamikazes ont d’autres endroits pour s’entraîner, d’autres grottes pour se réfugier.

Regarde bien la carte. Au sud de l’Afghanistan, il y a le Pakistan. Au nord, les Etats musulmans de l’ancienne Union soviétique. A l’ouest, l’Iran. Près de l’Iran, l’Irak. Près de l’Irak, la Syrie. Près de la Syrie, le Liban désormais musulman. Près du Liban, la Jordanie musulmane. Près de la Jordanie, l’Arabie saoudite ultramusulmane. Et de l’autre côté de la mer Rouge le continent africain avec tous ses pays musulmans. Son Egypte et sa Libye et sa Somalie, pour commencer. Ses vieux et ses jeunes qui applaudissent la guerre sainte.

D’ailleurs, la collision entre nous et eux n’est pas militaire. Elle est culturelle, intellectuelle, religieuse, morale, politique. (La collision qui existe et doit exister entre les pays démocratiques et les pays tyranniques.) Et nos victoires militaires ne résoudront pas l’offensive de leur sinistre belligérance. Au contraire, elles l’encouragent. Elles l’enveniment, l’exacerbent. Le pire, pour nous, doit encore arriver : voilà la vérité. Et la vérité ne se trouve pas nécessairement au milieu. Parfois, elle se trouve d’un côté seulement.»

 

fallaci

Oriana Fallaci (29 juni 1929 – 15 september 2006)

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

To Silvia 

 

Silvia, do you remember

the moments, in your mortal life,

when beauty still shone

in your sidelong, laughing eyes,

and you, light and thoughtful,

went

beyond girlhood’s limits?

 

The quiet rooms and the streets

around you, sounded

to your endless singing,

when you sat, happily content,

intent, on that woman’s work,

the vague future, arriving alive in your mind.

It was the scented May, and that’s how

you spent your day.

 

I would leave my intoxicating studies,

and the turned-down pages,

where my young life,

the best of me, was left,

and from the balcony of my father’s house

strain to catch the sound of your voice,

and your hand, quick,

running over the loom.

I would look at the serene sky,

the gold lit gardens and paths,

that side the mountains, this side the far-off sea.

And human tongue cannot say

what I felt then.

 

What sweet thoughts,

what hopes, what hearts, O Silvia mia!

How it appeared to us then,

all human life and fate!

When I recall that hope

such feelings pain me,

harsh, disconsolate,

I brood on my own destiny.

Oh Nature, Nature

why do you not give now

what you promised then? Why

do you so deceive your children?

 

Attacked, and conquered, by secret disease,

you died, my tenderest one, and did not see

your years flower, or feel your heart moved,

by sweet praise of your black hair

your shy, loving looks.

No friends talked with you,

on holidays, about love.

 

My sweet hopes died also

little by little: to me too

Fate has denied those years. Oh,

how you have passed me by,

dear friend of my new life,

my saddened hope!

Is this the world, the dreams,

the loves, events, delights,

we spoke about so much together?

Is this our human life?

At the advance of Truth

you fell, unhappy one,

and from the distance,


with your hand, you pointed

towards death’s coldness and the silent grave.

 

giacomo_leopardi_1

Giacomo Leopardi (29 juni 1798 – 14 juni 1837)

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2006 en ook ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

 

Uit: De kleine prins

“Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar, herhaalde de kleine prins, om het goed te onthouden. Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk. De tijd die ik aan mijn roos besteed heb… zei de kleine prins, om het goed te onthouden. Dat is een waarheid, die de mensen vergeten hebben, zei de vos. Maar die moet jij niet vergeten. Je blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt. Je bent verantwoordelijk voor je roos……. Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos, zei de kleine prins om het goed te onthouden.“

 

saint_exupery

Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 – 31 juli 1944)

 

De Vlaamse schrijver Anton “Tony” Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

 

Uit: Uit het studentenleven

 

“Zij namen mij op van top tot teen, deden mij drie-, viermaal ronddraaien, en onderzochten mij van onder tot boven.

‘Hij is de onze,’ verklaart voldaan de kleinste van de drie, die zijn rond hoedje op één oor draagt, en veel rekent op een hemelsblauw halsdoekje met gouden speld, om effect te maken in de wereld.

‘Binnengepalmd!’ bevestigt de tweede, terwijl hij de hand legt op mijn fraaiste sigarenkistje – een geschenk van mijnheer Van Bottel, voor de groote gelegenheden weggezet, – en zonder permissie een mijner fijne panatellas opsteekt.

‘Indien hij waardig wordt bevonden om met ons te strijden en te kampen!’ spreekt statig de derde uit, die op de marmeren plaat der commode, met de beenen uiteen en de armen op de knieën, heeft post gevat, en mij uit de hoogte door een inquisitor
iaal kijkglaasje beschouwt.

De lust om kwaad te worden, de zucht om mijnen persoon en mijn lokaal unguibus et rostro te verdedigen, prikkelen mij geweldig: – dat ik nog eens collegejongen ware! – maar foei, ik ben student en vind het geraadzamer te lachen.

‘Gezien en goedgekeurd,’ vonniste eindelijk de man van de commode, een blonde Vlaming, met lange haren, gekruld à la jeune Allemagne, die er op gezet is de Duitsche studenten na te bootsen, zich Ulrich en Ludoph laat noemen, eene bonte gilet en een gekleurd klakje draagt, en zeker de lange pijp en de Germaansche Schlage zou invoeren, indien hij maar een beetje aanmoediging ontmoette.”

 

Bergmann_Anton

Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)

 

 

De Belgische surrealist, schrijver, dichter en dwarse geest Louis Scutenaire werd geboren in Ollignies op 29 juni 1905. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007

 

Uit: Mes Inscriptions

 

„Quand j’étais tout jeune, les accidents de travail étaient si fréquents dans mon pays que les gens, au passage d’un mort suivi du train de ses funérailles, ne demandaient pas : Qui est-ce ? mais, avec leur noire ironie : Quel trou ? ce qui voulait dire : Dans quelle carrière a-t-il été tué ? Comme si toutes ces morts n’eussent point suffi, aux grèves les gendarmes venaient tirer sur les ouvriers. Je me souviens d’une manifestation que j’avais suivie sur les épaules de Mémé Diablot. Les gendarmes tirèrent et, nous jetant sur le sol, nous avançâmes à plat ventre pendant bien trois cents mètres. À côté de moi, un grand type en velours à côtes, Victor Pintat, hurlait dans son enthousiasme émeutier et dansait en rampant.“

Scutenaire

Louis Scutenaire (29 juni 1905 – 15 augustus 1987

 

De Vlaamse schrijver Paul Lebeau werd geboren in Borgerhout op 29 juni 1908 – Brussel. Na zijn middelbare school studeerde hij Germaanse Filologie te Leuven, waar hij redactiesecretaris werd van het studentenblad Ons Leven. Verder was hij actief lid van KVHV-Leuven, waar hij meerdere bestuursfuncties heeft waargenomen. In 1931 begon hij een loopbaan in het onderwijs, maar nadat hij in 1934 met succes had deelgenomen aan een interuniversitaire wedstrijd, kreeg hij de kans verder te studeren. Hij volgde cursussen in vergelijkende literatuurstudie te Parijs en Berlijn, en kreeg daar les van gerenommeerde specialisten. Na de oorlog was Lebeau redacteur van Dietsche Warande en Belfort en bestuurslid van Boekengilde De Clauwaert. Onder het pseudoniem van Lambert Stiers trad hij toe tot de redactie van het Vlaams-nationale, culturele maandblad Golfslag. In 1953 stichtte hij de literaire kring De Tafelronde en was mederedacteur van het gelijknamige tijdschrift. Terug in België gaf hij les aan verschillende athenea, tot hij in 1958 werd aangesteld als docent aan de toenmalige Economische Hogeschool Sint-Aloysius en vanaf 1960 ook aan de Facultés Universitaires St. Louis, allebei te Brussel. Deze functie bleef hij uitoefenen tot zijn pensionnering in 1978. In 1970 werd Lebeau lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde als opvolger van Stijn Streuvels.

 

Uit: Xantippe

 

“Zo spreekt Xanthippe
tot Lamprokles, Sophroniskos en Menexenos:
Weent niet mijn zoons, nu gij deze rol uit mijn dode handen hebt losgemaakt, maar luistert naar mijn woorden. Ik heb de scheerlingbeker gedronken zoals destijds uw vader Sokrates. Want mijn taak is volbracht nu ook Menexenos gehuwd is en gij allen gelukkig woont in uw eigen huis.
Ik ben niet heengegaan omdat gij mij verlaten hebt en nu een andere vrouw uw kleren weeft en uw maal bereidt. Ook niet omdat ik oud ben en mijn schoonheid sinds lang vervlogen weet als de rook van een uitgebrand vuur. En vooral niet omdat gij, mijn goede Hippobotos, die mij en de mijnen zoveel goeds gedaan hebt al die jaren, iets zoudt nagelaten hebben om mij gelukkig te maken.
Maar zoals de slavin, die ’s avonds de kinderen van haar meesteres heeft te ruste gelegd en even aan de deur van hun kamer luisteren wil naar de regelmaat van hun ademhaling, slechts het onrustig kloppen voelt van haar eigen hart om zich dan te spoeden naar de duistere boomgaard achter ’t huis waar haar geliefde wacht, zo spoed ik mij, nu ik u bezorgd weet, naar de duistere Hades, want waar mijn man is daar hoor ook ik.”

 

lebeau

Paul Lebeau (29 juni 1908 – 18 oktober 1982)

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Vanaf 1817 studeerde hij in Berlijn en Breslau geschiedenis en rechten. Na het succes van zijn eerste roman Walladmor in 1824 ruilde hij zijn loopbaan als jurist in voor het schrijven. Vanaf 1827 woonde hij in Berlijn waar hij de leiding had over het Berliner Konversationsblatt. Uit protest tegen de toenemende censuur legde hij het redactiewerk in 1835 neer. Hij werkte verder inBerlijn als feuilletonist en zelfstandig schriijver. Alexis geldt als de grondlegger van de realistische historische roman in Duitsland.

 

Uit: Ruhe ist die erste Bürgerpflicht oder Vor 50 Jahren

 

»Und darum eben«, schloss der Geheimrat.

In seiner ganzen Würde hatte er sich erhoben und gesprochen. Charlotte hatte ihn nie so gesehen. Der Zorn strömte über die Lippen, bis vor dem Redefluss des Kindermädchens allzeit fertige Zunge verstummte. Sie war erschrocken zurückgetreten, bis sie sich selbst verwundert an der Türe fand; aber der Geheimrat schritt noch in der Stube auf und ab.

Charlotte hatte leise zu weinen angefangen – »Aber Herr Geheimrat, um solche Kleinigkeit!«

»Eine Kleinigkeit, die Angst besorgter Eltern um Ihre Kinder! – Fünf Stunden von Hause fort, ohne eine Sterbenssilbe mir zurückzulassen, und die Kleinen mitgenommen, ohne um Erlaubnis zu fragen!«

»Herr Geheimrat«, schluchzte sie, »haben nie nachgefragt, ich weiss auch gar nicht, warum jetzt!«

»Schweige Sie!« fuhr der Hausherr fort. »Sie hat kein Einsehen, keine Moralität. Sie missbraucht meine Güte. Sie muss aus meinem Hause. Es haben sich schon viele gewundert, dass ich Sie noch behielt. Aber Sie schlägt mit Ihrer Unverschämtheit den Boden aus dem Fass. Versteht Sie mich! Ein Glück noch, dass wir vom Viertelkommissar erfuhren, dass Sie zur Exekution hinaus war, wir hätten sonst gar nicht gewusst, wo Sie geblieben war.«

»Wenn das die selige Frau Geheimrätin wüsste«, schluchzte das Mädchen, »das war eine seelensgute Frau. Und wie oft hat sie gesagt: ›Wenn wir nicht wären, mein Mann kümmert sich gar nicht um die Kinder.‹ Ja, das hat sie gesagt, nicht einmal, hundertmal. Und haben Herr Geheimrat jetzt auch nur einmal nach den Kindern gefragt? Das eben aber sagten die selige Frau Geheimrätin: ›Er hat kein Herz für sie!‹ Und es war eine Frau, so sanft wie die himmlische Güte und viel zu gut für diese Welt, und wer nur ihre stillen Tränen gesehen hat, die sie nachts vergoss, und darum nahm der liebe Gott sie zu sich, und sie würde sich im Sarge umdrehen, wenn sie wüsste, dass Herr Geheimrat mir darum solchen Affront antun.«

 

Willibald_Alexis

Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)

 

De Duitse schrijver, taalkundige, pedagoog en uitgever Joachim Heinrich Campe werd geboren op 29 juni 1746 in Deensen bij Holzminden. Hij was een vruchtbaar schrijver die als eerste planmatig de boekdrukkunst in dienst stelde van een pedagogische scholing van brede delen van de bevolking. Zijn werk “Robinson der Jüngere” was het eerste boek dat specifiek voor de jeugd geschreven was. Het door hem uitgegeven 16-delige werk Allgemeine Revision des gesamten Schul- und Erziehungswesens” (1785-92) was de eerste poging om in een handboek de pedagogische kennis van zijn tijd kritisch te presenteren.

 

Uit: Robinson der Jüngere

 

“Gotlieb. Was heist das, Vater?

Vater. Wirst es gleich hören. Wir lieben euch auch, wie ihr wißt; aber eben deswegen halten wir euch zur Arbeit an, und lehren euch viel angenehme und nüzliche Dinge, weil wir wissen, daß euch das gut und glüklich machen wird. Aber Krusoe’s Eltern machten es nicht so. Sie liessen ihrem lieben Söhnchen in allem seinen eigenen Willen, und weil nun das liebe Söhnchen lieber spielen, als arbeiten und etwas lernen mogte: so liessen sie es meist den ganzen Tag spielen, und so lernte es denn wenig oder gar nichts. Das nennen wir andern Leute eine unvernünftige Liebe.

Gotlieb. Ha! ha! nu versteh ich’s.

Vater. Der junge Robinson wuchs also heran, ohne daß man wuste, was aus ihm werden würde. Sein Vater wünschte, daß er die Handlung lernen mögte; aber dazu hatte er keine Lust. Er sagte, er wolte lieber in die weite Welt reisen, um alle Tage recht viel neues zu sehen und zu hören.

Das war nun aber recht unverständig gesprochen von dem jungen Menschen. Ja,

wenn er schon was rechts hätte gelernt gehabt! Aber was wolte ein so unwissender Bursche, als dieser Krusoe war, in der weiten Welt machen? Wenn man in Ländern sein Glük machen wil: so muß man sich erst viel Geschiklichkeit erworben haben. Und daran hatte er bisher noch nicht gedacht.

Er war nun schon siebenzehn Jahr alt, und hatte seine meiste Zeit mit Herumlaufen zugebracht. Täglich quälte er seinen Vater, daß er ihn doch mögte reisen lassen; sein Vater antwortete: er wäre wohl nicht recht gescheit, und wolte nichts davon hören. Söhnchen, Söhnchen! rief ihm dan die Mutter zu, bleibe im Lande und nähre dich redlich!

Eines Tages –

Lotte. Haha! nun wirds kommen!

Nikolas. O stille doch!”

 

Joachim_Heinrich_Campe

Joachim Heinrich Campe (29 juni 1746 – 22 oktober 1818)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2008.

De Amerikaans-Russische dichter en schrijver Oleg Korenfeld werd geboren op 29 juni 1977 in Khabarovsk, Rusland. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2007.

De Amerikaanse schrijver en historicus John Willard Toland werd geboren op 29 juni 1912 in  La Crosse, Wisconsin.