Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

Eine Harzreise

gebettet in bulgarische tanzmusik
durchraste ich acht tode
floh nackt und leicht und pass pardon

für ungestellte fragen
erfand ich salomon nochmal
und leerte meinen magen
am nächsten morgen im zugigen klo
kotzte ich pfefferminz pur

unter die harzbahn auf die gleise
in die deutsche natur
was treibt mich immer wieder fort
aus mir und an die grenzen
das denken ist ein schwarzes loch

in meinen existenzen
so halt ich das thema und dieses den leib
am orte dem provinziellen
komposthaufen für das glück
das idiomaterielle

saatgut für den grossen vergleich
wer ist der schönste im grab
wer hat nach dieser nabelschnur
den endlich sichersten sarg
in eiche ulme stahlbeton

als asche in die vier winde
ein abdruck deiner 3. zähne
in einer verschimmelten rinde
ein fingerabdruck in der kartei
der kaffeesatz in der tasse

das bleibt ach ach ich geh komm mit
wenn ich uns jetzt verlasse
zwischen den dörfern elend und sorge
vergällts mir die dichterei ganz
die wirklichen grenzen bewirken nur

einen hängenden schwanz
erhebend ist die deutsche geschichte
so ineinandergekrallt
die grenze ein erleuchtendes zeichen
für den fliehenden wald

die da paarweise im sperrgebiet hocken
sich belauern beschützen bewahren
den heiligen familien winken
die sonntags harzquerbahn fahren
Was ist der Mensch? ein dudelsack

für den dialektischen marsch
der mit dem kopf nur wackeln kann
und brüllen mit dem arsch
die gleise fliehen südwärts den harz
da flieh ich mit ganz vorn

in nordhausen gibts einen guten schnaps
nordhäuser doppelkorn

 
Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Doorgaan met het lezen van “Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith”

Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in WeimarZie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Sascha Anderson op dit blog.

 

 

IWANOWO. ODER:

 

Sie trug ihr Kleid, wie alle tausend Rosen des Abends ihre Kleider

auch. Ich weiß,

Der Tag zieht aus, er macht sie nackt und stellt sie in die Vase,

allein, die Dunkelheit verhüllt die Nacht. Nur umgekehrt

Wird nichts daraus. Es klingt prosaisch,

auf dem falben Grund der von Blütenblättern übersäten Seide,

In die ich sie gewickelt sah, begegneten sich unvermittelt

früher Herbst und spätes Frühjahr.

 

Soviel zu Yin und Yang, zu den Problemen der Vielzahl

kinderloser Schwestern, zu Vätern und Söhnen, zum Antagonismus

Zwischen Oben und Unten, Morgen und Gestern

 

 

 

Wir schreiben nicht oft gedichte

 

wir schreiben nicht oft gedichte, die
mit niemandem sprechen. wir
schweigen mitunter ein leben
länger als gut
ist, ein gedicht, ist ein bild
das nichts von sich weiß
wie eine maske aus nektarinen
schalen, fleisch
und blutleeres gemäuer
frontal ins genick, so sahst du mich an.
ich weiß ich seh nichts als eine
demonstration gegen
uns, das wir, ist ein schwarzes schwitzendes
messer schärfer als deine augenbraue gezeichnet.

 

 

Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

Doorgaan met het lezen van “Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, Johan Fabricius, Paulo Coelho, Arthur West, Alexander McCall Smith”

Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho, Arthur West

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009 en ook mijn blog van 24 augustus 2010.

 

Uit: De wondere avonturen van Arretje Nof

 

“Sinds Arretje de zeven woudmannetjes in het donkere Uilenbosch vaarwel gezegd had en de richting naar Holland was ingeslagen, werden de dagen en de nachten kouder. Onze dreumes, die dat uit Perzië niet gewend was, bibberde wel eens als een natte poedel, wanneer hij zich in een tochtig schuurtje of onder een boom te slapen had gelegd, – maar een held keert nooit terug op een eenmaal ingeslagen weg, en Arretje deed het dus ook niet.

Ten slotte werd het zoo koud, dat Arretje zijn eigen adem zien kon; in die dagen gaf een medelijdend oud vrouwtje hem een wollen halsdoek present, en een reizend kleermakertje schonk hem van zijn eigen armoede een gelapten mantel, die onzen held wel een ridderlijk aanzien verleende, maar te dun was om hem goed tegen de kou te beschermen. Hij bibberde en klappertandde, en om jullie de waarheid te vertellen: hij waschte zich sochtends ook niet meer, streek alleen maar zoo even met den natten handdoek over het gezicht!

Op een héél kouden avond was Arretje, om toch maar warm te blijven, nog een eind in het donker doorgehold tot hij een onderdak had gevonden boven op een warmen hooiberg. En toen hij den volgenden morgen lekker uitgeslapen wakker werd en z’n oogen uitwreef …. toen zag hij, waarheen hij ook maar keek, Hollandsche watermolens, die hun blanke wieken vroolijk lieten rondscheren in den wind. Er liepen hooge vaarten door het lage, vlakke land, en daarin zeilden schepen voorbij met dartele wimpels in rood-wit-en-blauw en bolle zeilen, blinkend in ’t vroege zonnetje. En de menschen liepen met witgeschuurde klompen over de dijken, en bij een hekje waren drie rakkers aan het kegelen met ronde Edammer kaasjes.”.

 

 

 

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

Hier met Yvonne Keuls 

 

Doorgaan met het lezen van “Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho, Arthur West”

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, A. S. Byatt, Arthur West, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Herderslied

Ziehier, een liefelijke vertelling
Omtrent een herder en een fluit
Wij zien de herder op een helling
Daar laat hij al zijn schaapjes uit
Ze grazen nu eens naar beneden
En dan weer grazen zij omhoog
Maar overal zijn zij tevreden
Dit was deel 1 van mijn betoog

‘Het wordt eentonig’ zegt de herder
‘Ik denk dat ik eens verder trek’
Helaas, daar is een wegversperder
Een huizenhoog metalen hek
De herder zegt: ‘We moeten stoppen’
De schaapjes stoppen allemaal
En blaten droevig met hun koppen
Maar ik ga door met mijn verhaal

En wat doet nu de slimme herder?
Wat hij moet doen bedenkt hij vlug
Hij zegt: ‘We kunnen hier niet verder’
‘En daarom gaan we maar terug’
En om de schaapjes op te fleuren
Blaast hij een wijsje op zijn fluit
Dat hoort u binnenkort gebeuren
Want deze fabel is nu uit.

 

De afsluitdijk (1932)

Scheepvaartbedrijvigeid!
Talloze zeedieren!
Toen kwam de afsluitdijk –
Ging de zaak dicht

Pech voor de zeldzame
Coloratuurgarnaal
Die men te laat, helaas
In had gelicht.

 

Het goede boek

Het goede boek – je kunt het zomaar kopen
Je neemt het mee, je zet het in een kast
Het zal je nimmer voor de voeten lopen
Maar legt, zodra je wilt, een wereld open
En daarin ben je dan zijn eregast

 drs.p.

Drs. P. (Thun, 24 augustus 1919)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Ik was bij de een

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
gefluisterd
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
negedicht
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist

 

Bij hem

Terwijl hij zijn schoenveter
strikte keek ik
uit het raam en
zag hoe de zon al verdween
achter het dak van de buren

nu wij zo lang
vruchteloos hadden
zitten praten over
een later dat ontbreekt
in ons verschiet
Kijk,

het betrekt, zei ik
Hij lachte, niet
vrolijk, niet triest
en we gingen tóch naar
buiten omdat het binnen
donker was

bloem 

Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Stephen Fry in America

 „I have often felt a hot flare of shame inside me when I listen to my fellow Britons casually jeering at the perceived depth of American ignorance, American crassness, American isolationism, American materialism, American lack of irony and American vulgarity. Aside from the sheer rudeness of such open and unapologetic mockery, it seems to me to reveal very little about America and a great deal about the rather feeble need of some Britons to feel superior. All right, they seem to be saying, we no longer have an Empire, power, prestige or respect in the world, but we do have ‘taste’ and ’subtlety’ and ‘broad general knowledge’, unlike those poor Yanks.

What silly, self-deluding rubbish! What dreadfully small-minded stupidity! Such Britons hug themselves with the thought that they are more cosmopolitan and sophisticated than Americans because they think they know more about geography and world culture, as if firstly being cosmopolitan and sophisticated can be scored in a quiz and as if secondly (and much more importantly) being cosmopolitan and sophisticated is in any way desirable or admirable to begin with. Sophistication is not a moral quality, nor is it a criterion by which one would choose one’s friends. Why do we like people? Because they are knowledgeable, cosmopolitan and sophisticated? No, because they are charming, kind, considerate, exciting to be with, amusing … there is a long list, but knowing what the capital of Kazakhstan is will not be on it.“

 fry

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Book of Sand and Shakespeare’s Memory (Vertaald door Andrew Hurley)

The Disk

I am a woodcutter. My name doesn’t matter. The hut I was born in, and where I’m soon to die, sits at the edge of the woods. They say these woods go on and on, right to the ocean that surrounds the entire world; they say that wooden houses like mine travel on that ocean. I wouldn’t know; I’ve never seen it. I’ve not seen the other side of the woods, either. My older brother, when we were boys he made me swear that between the two of us we’d hack away at this woods till there wasn’t a tree left standing. My brother is dead now, and now it’s something else I’m after, and always will be. Over in the direction where the sun goes down there’s a creek I fish in with my hands. There are wolves in the woods, but the wolves don’t scare me, and my ax has never failed me. I’ve not kept track of how old I am, but I know I’m old—my eyes don’t see anymore. Down in the village, which I don’t venture into anymore because I’d lose my way, everyone says I’m a miser, but how much could a woodcutter have saved up?

I keep the door of my house shut with a rock so the snow won’t get in. One evening I heard heavy, dragging footsteps and then a knock. I opened the door and a stranger came in. He was a tall, elderly man all wrapped up in a worn-out old blanket. A scar sliced across his face. The years looked to have given him more authority than frailty, but even so I saw it was hard for him to walk without leaning on his stick. We exchanged a few words I don’t recall now. The finally the man said:

“I am without a home, and I sleep wherever I can. I have wandered all across Saxony.”

His words befitted his age. My father always talked about “Saxony”; now people call it England.

There was bread and some fish in the house. While we ate, we didn’t talk. It started raining. I took some skins and made him a pallet on the dirt floor where my brother had died. When night came we slept.

borges

Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in Weimar. In

de jaren 1980 was hij een belangrijke voorvechter van de alternatieve schrijvers en kunstscène in Prenzlauer Berg. In de vroege jaren 1990 werd hij ontmaskerd als een voormalige medewerker van het ministerie van Staatsveiligheid. Van 1969 tot 1971, leerde hij het beroep van een letterzetter in Dresden. In 1972 werkte hij o.a. als assistent in een tweedehands boekhandel. Van 1974 tot 1975 liep hij stage bij de DEFA studio’s in Babelsberg, van 1976-1978 was Anderson auteur aan de School voor Film en Televisie Potsdam. Sinds 1981 is Anderson freelance schrijver in Berlijn. Anderson heeft in 1990 mede de poëzie-uitgeverij drukkerij Galrev opgericht. Sinds 1975 was Anderson onder het pseudoniem David Menzer, Fritz Müller en Peters medewerker van het Ministerie voor Staatsveiligheid. Hij bespioneerde speciaal collega-kunstenaars en vrienden in de wijk Prenzlauer Berg. Zijn ontmaskering door Wolf Biermann en Jürgen Fuchs was aanleiding tot een heftig en uitgebreid debat.

Uit: Jeder Satellit hat einen Killersatelliten

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der schwarze vogel februar tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im august alles zurück dreht um es wieder september zu nennen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen denn die gelegenheitsstunde an der weissen parkuhr unschuld hat zwei zeiger die jedes lied sechzig mal teilen & das ist auch das alibi für das ende der zeit 

alle dinge liegen klar in meinem herzen nichts wird vergessen werden denn der punkt am ende ist nach zwei der menschlichen seiten offen & nur auf den pfauenaugen taut der schnee zum mittag restlos 

alle dinge liegen klar in meinem herzen so dass mir nichts bleibt als an den abenden wenn ich der graue spiegel über dem wortefluss bin jenes schwarze recht eck nacht auf die namen & reime zu legen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen zeugen wird es nicht geben mutter sag dass der krieg eine erfindung ist & alles wurde nur 

erfunden um in den spielhöllen die väterlichen taschen zu wechseln 

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der weisse vogel november tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im februar alles zurück dreht um es wieder frühling zu nennen 

 anderson

 Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

 

De Britse dichter en musicus Linton Kwesi Johnson werd geboren in Chapelton (Jamaica) op 24 augustus 1952. Toen hij nog jong was vertrok hij naar Groot-Brittannië om daar succes te krijgen als dichter. Hij ontdekte daar echter dat in Engeland buitenlanders slecht werk konden krijgen. Hij kreeg grote bekendheid toen hij zijn gedichten met reggaemuziek combineerde. Zijn bekendste plaat is Bass Culture, met de kleine hit Englan is a Bitch.Het meeste dichtwerk van Johnson is politiek georiënteerd en handelt voornamelijk over de ervaringen als Britse Afrikaans-Cariben in Groot Brittannië. Zijn meest bekende gedichten schreef hij tijdens het bewind van premier Margaret Thatcher. De gedichten bevatten beschrijvingen van de racistische wreedheden van de politie in die tijd. Johnsons gedichten verschenen voor het eerst in het tijdschrift Race Today, die zijn eerste gedichtenbundel Voices of the Living and the Dead in 1974 uitbracht. Zijn tweede bundel, Dread Beat An’ Blood, verscheen in 1975 bij Bogle-L’Ouverture. Een verzameling gedichten van hem verscheen onder de titel Mi Revalueshanary Fren bij Penguin Modern Classics. Johnson is daarmee een van de drie dichters waarvan ooit bij leven werk is gepubliceerd door Penguin Modern Classics.

 

Inglan is a bitch

W’en mi jus’ come to Landan toun
mi use to work pan di andahgroun
but workin’ pan di andahgroun
y’u don’t get fi know your way aroun’

Inglan is a bitch
dere’s no escapin’ it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi get a lickle jab in a big ‘otell
an’ awftah a while, mi woz doin’ quite well
dem staat mi aaf as a dish-washah
but w’en mi tek a stack, mi noh tun clack-watchah!

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
noh baddah try fi hide fram it

w’en dem gi’ you di lickle wage packit
fus dem rab it wid dem big tax rackit
y’u haffi struggle fi mek en’s meet
an’ w’en y’u goh a y’u bed y’u jus’ cant sleep

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
a noh lie mi a tell, a true

mi use to work dig ditch w’en it cowl noh bitch
mi did strang like a mule, but, bwoy, mi did fool
den awftah a while mi jus’ stap dhu ovahtime
den aftah a while mi jus’ phu dung mi tool

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u haffi know how fi suvvive in it

well mi dhu day wok an’ mid dhu nite wok
mi dhu clean wok an’ mid dhu dutty wok
dem seh dat black man is very lazy
but it y’u si how mi wok y’u woulda sey mi crazy

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u bettah face up to it

dem have a lickle facktri up inna Brackly
inna disya facktri all dem dhu is pack crackry
fi di laas fifteen years dem get mi laybah
now awftah fiteen years mi fall out a fayvah

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi know dem have work, work in abundant
yet still, dem mek mi redundant
now, at fifty-five mi gettin’ quite ol’
yet still, dem sen’ mi fi goh draw dole

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
is whey wi a goh dhu ‘bout it?

johnson

Linton Kwesi Johnson (Chapelton, 24 augustus 1952)

 

 De Engelse schrijfster A. S. Byatt werd geboren als Antonia Susan Drabble op 24 augustus 1936 in Sheffield. Met haar roman Obsessie (oorspr. Possession, 1990) won ze in 1990 de Booker Prize. A.S. Byatt werd onder meer bekend door haar kritiek op de boeken van J.K. Rowling. In 2004 sprak Byatt in Leiden de 33e Huizingalezing uit (‘From soul to heart to psyche to personality). Op 8 februari 2010 ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit Leiden.

Uit: Babel Tower

„The thrush has his anvil or altar on one fallen stone in a heap, gold and grey, roughly squared and shaped, hot in the sun and mossy in the shade. The massive rubble is in a clearing on a high hill. Below is the canopy of the forest. There is a spring, of course, and a little river flowing from it.
The thrush appears to be listening to the earth. In fact he is looking, with his sideways stare, for his secret prey in the grass, in the fallen leaves. He stabs, he pierces, he carries the shell with its soft centre to his stone. He lifts the shell, he cracks it down. He repeats. He repeats. He extracts the bruised flesh, he sips, he juggles, he swallows. His throat ripples. He sings. His song is liquid syllables, short cries, serial trills. His feathers gleam, creamy and brown-spotted. He repeats. He repeats.
Characters are carved on the stones. Maybe runes, maybe cuneiform, maybe ideograms of a bird’s eye or a creature walking, or pricking spears and hatchets. Here are broken alphabets, a and ?, C and T, A and G. Round the stones are the broken shells, helical whorls like empty ears in which no hammer beats on no anvil. They nestle. Their sound is brittle. Their lips are pure white (Helix hortensis) and shining black (Helix nemoralis). They are striped and coiled, gold, rose, chalk, umber; they rattle together as the quick bird steps among them. In the stones are the coiled remains of their congeners, millions of years old.
The thrush sings his limited lovely notes. He stands on the stone, which we call his anvil or altar, and repeats his song. Why does his song give us such pleasure?“

 byatt

A. S. Byatt (Sheffield, 24 augustus 1936)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en politiek journalist Arthur West werd geboren op 24 augustus 1922 in Wenen. Door de vorming van een anti-fascistische verzetsgroep in zijn school was Arthur West aan het eind van het schooljaar 1938 als onwaardig raciaal uitgesloten van school. West vluchtte eind januari 1939 met zijn ouders uit Oostenrijk naar Engeland. Daar werkte hij als arbeider in een schoenenfabriek. In 1940, hij was een zogenaamde “vijandelijke buitenlander (Duits paspoort) werd hij gedeporteerd en geïnterneerd in een kamp in New South Wales, Australië. In 1941 werd hij vrijgelaten, keerde terug naar Engeland en werkte hij o.a. als metaalbewerker. In 1942 werd hij lid van de Communistische Jeugd Liga. Zijn eerste literaire pogingen werden gepubliceerd in de organen van deze jeugdorganisatie. In 1944 werd hij ingezet tijdens de landing in Normandië en nam hij deel aan de oorlog in Italië. Net als vele andere repatrianten ging hij in november 1946 terug naar Wenen. West was lid van de Oostenrijkse Communistische Partij en werkte als redacteur en corrector in de uitgeverij van de KPO Globus. Zijn persoonlijke contacten en vriendschappen met Oostenrijkse kunstenaars, in het bijzonder auteurs, omvatten onder meer namen als Elfriede Jelinek, Peter Turrini, Erika Danneberg, Ernst Hinterberger, Francis Kaïn, Marie-Therèse Kerschbaumer, Karl Paryla, Erwin Riess, Gerhard Ruiss, Michael Scharang Heinz Rudolf Unger, Helmut Zenker.

Haiku’s

Stadt bräunlich in Weiß;
Frost ringt um ihre Unschuld,
doch Tau befleckt sie.

 

Scheerosenjunge
spreizen die Schnäbel: Es taut
Eiszapfentröpfchen.

 

Wolke aus Staren
kreuzt den Blick auf durchsonnte
Flugspur des Menschen.

 

 Herbst in der Schwebe:
Erntegold schmückt die Scheune;
der Acker ist kahl.

 west

 Arthur West (24 augustus 1922 – 16 augustus 2000)

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

„Baas Wouter meesmuilde.

Maar zijn gezicht betrok toen zijn boze vrouw de smidse binnenstoof en snauwde: ‘Ben je doof? D’r is al driemaal volk geroepen in de winkel, en m’n bieten staan aan te branden!’

De hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’ keek verbluft naar de deur, die alweer met een slag dichtgevallen was, zette toen grommend de voorhamer neer. Peter Hajo bleef alleen, – tuurde in de vlammen van de oven.

‘Kom maar eens terug als je zestien bent…’ – Over twee jaar! Alsof hij niet het werk van een zestienjarige jongen zou kunnen doen! Hij zétte het alle zestienjarige jongens in Hoorn om die bout vast te houden zoals hij dat daareven had gedaan! Was er één bij, die hem aandurfde? Had hij Peer den Vos geen pak slaag gegeven als hij in zijn leven niet had gehad, omdat hij (zonder het te vragen!) in de bijt was gaan vissen die Peter Hajo in het ijs had gekapt? Peer den Vos, die wel een hoofd groter was dan hij!

’t Was een gemene streek om hem als landkikker te laten rondspringen, hem, die, toen hij nauwelijks lopen kon, de touwen die de binnenzeilende vissers zijn oudere vrienden toewierpen al met een echte zeemansknoop om de meerpalen sloeg; hem, die zich op z’n vijfde jaar stiekem in vaders botter had verscholen en mee ter haringvangst was gegaan!

Hoe snakte hij ernaar op zee te zwalken zonder een streepje land mijlen in de omtrek; hoe snakte hij ernaar de wijde wereld te zien en met echte zeebenen terug te komen en op te snijden net als die bruingebrande pikbroeken die met Jan Pieterszoon Coen naar de Oost waren getogen en nu de waarheid spraken of logen, juist als het hun inviel, zonder dat een landrot zeggen kon: ‘Je zuigt uit je duim!’ – De Oost… daar was voorlopig helemáál geen kans op. Misschien later, als hij eerst een paar reizen met een walvisvaarder had gemaakt; als het vel van zijn handen was gebarsten door het zout; als de traanlucht in z’n haar en in z’n kleren hing, – misschien zouden ze hem dan willen meenemen. Jandorie! Peter Hajo zag een beeld opdoemen van bergen, fladderende papegaaien, dansende wilden, van apen, tijgers, krokodillen…

Weg was het beeld.“

fabricius

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
Beeld van de scheepsjongens van Bontekoe door beeldhouwer Jan van Druten in Hoorn.

 

De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Corduroy Mansions

„Passing off, thought William. Spanish sparkling wine—filthy stuff, he thought, filthy—passed itself off as champagne. Japanese whisky—Glen Yakomoto!—was served as Scotch. Inferior hard cheese—from Mafia-run factories in Catania—was sold to the unsuspecting as Parmesan.
Lots of things were passed off in one way or another, and now, as he stood before the bathroom mirror, he wondered if he could be passed off too. He looked at himself, or such part of himself as the small mirror encompassed-just his face, really, and a bit of neck. It was a fifty-one-year-old face chronologically, but would it pass, he wondered, for a forty-something-year-old face?
He looked more closely: there were lines around the eyes and at the edge of the mouth but the cheeks were smooth enough. He pulled at the skin around the eyes and the lines disappeared. There were doctors who could do that for you, of course: tighten things up; nip and tuck. But the results, he thought, were usually risible. He had a customer who had gone off to some clinic and come back with a face like a Noh-play mask-all smoothed out and flat. It was sad, really. And as for male wigs, with their stark, obvious hairlines, all one wanted to do was to reach forward and give them a tug. It was quite hard to resist, actually, and once, as a student-and when drunk-he had done just that. He had tugged at the wig of a man in a bar and . . . the man had cried. He still felt ashamed of himself for that. Best not to think about it.
No, he was weathering well enough and it was far more dignified to let nature take its course, to weather in a National Trust sort of way. He looked again at his face. Not bad. The sort of face, he thought, that would be hard to describe on the Wanted poster, if he were ever to do anything to merit the attention of the police-which he had not, of course. Apart from the usual sort of thing that made a criminal of everybody: “Wanted for illegal parking,” he muttered. “William Edward French (51). Average height, very slightly overweight (if you don’t mind our saying so), no distinguishing features. Not dangerous, but approach with caution.”

 mccall

Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948)

 

De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Zie en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Alchemist

„The boy’s name was Santiago. Dusk was falling as the boy arrived with his herd at an abandoned church. The roof had fallen in long ago, and an enormous sycamore had grown on the spot where the sacristy had once stood.

He decided to spend the night there. He saw to it that all the sheep entered through the ruined gate, and then laid some planks across it to prevent the flock from wandering away during the night. There were no wolves in the region, but once an animal had strayed during the night, and the boy had had to spend the entire next day searching for it.

He swept the floor with his jacket and lay down, using the book he had just finished reading as a pillow. He told himself that he would have to start reading thicker books: they lasted longer, and made more comfortable pillows.

It was still dark when he awoke, and, looking up, he could see the stars through the half-destroyed roof.

I wanted to sleep a little longer, he thought. He had the same dream that night as a week ago, and once again he had awakened before it ended.

He arose and, taking up his crook, began to awaken the sheep that still slept. He had noticed that, as soon as he awoke, most of his animals also began to stir. It was as if some mysterious energy bound his life to that of the sheep, with whom he had spent the past two years, leading them through the countryside in search of food and water. “They are so used to me that they know my schedule,” he muttered. Thinking about that for a moment, he realized that it could be the other way around: that it was he who had become accustomed to “their” schedule.“

 coelho

Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)

90 Jaar Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

Negentig jaar Drs. P.

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Dat is vandaag dus precies 90 jaar geleden.

 

Kloosterlied

 

Papyrus de Tweede, het teder aanbeden en edele hoofd van de hierarchie

Had redelijke vrede met zedeloosheden als lederen koorhemd en pederastie

“De lust, na het werken”, placht hij op te merken, “in kerken de perken te buiten te gaan

Is niet zo sinister, want niemand verliest er; wie kiest er ook anders het priesterbestaan?

Maar zie nu toch hier es, verzuchtte Papyrus, het kwalijke virus van den Tempelier

Het klooster, men proost er, men bloost er niet eens.Iedereen minnekoost er met Oosterse zwier

Al bouwen ze gothisch, ze zijn zo chaotisch exotisch, vooral op erotisch gebied…

Kannuniken gun ik een kans om te frunniken. Broeders zijn loeders, die gun ik het niet

 

O, kon ik een monnik een tonic zien drinken, een zuster beluster op koffie zien zijn

Dan liet ik hen zwieren, maar nee: deze klieren versieren maar bieren, likeuren en wijn

Voortdurend een kater en watergeklater van non en van pater, van abt en abdis

Dat moet zich wel wreken: men hoort nu al spreken door Brusselse leken van ‘Monniken Pis’

De heilige vader werd kwader en kwader, en nam in dit kader een nader besluit:

‘In kloostergebouwen geen slempen, geen sjouwen – wel stoken of brouwen, maar zonder geluid

Toch zijn ze me dierbaar, dus eens in de vier jaar doe ik hun plezier daar met een vrije dag

Dan duld ik inschikkelijk hun onverkwikkelijk prikkelgesmikkel en schrikkelgedrag’

 

 

Koude

Het absolute nulpunt

Is geen kermisattractie of flauwekulstunt

Het is de allerlaagst denkbare temperatuur

En dan mag men wel spreken van bijzonder guur

 

 

 

In het glaasje kijken

‘Indien ik eens uit een vergrootglas mocht drinken

Hoe groot zou ik dan kunnen worden, papa?’

De vraag van de jongen mag achterlijk klinken

Correctie: Martijntje was heus bij de pinken

Wel vijf jaar oud slechts, dus gaat u maar na

 

De vader verklaarde, didactisch bevlogen

‘Geenszins! Een vergrootglas, daar drinkt men niet uit

Uw groei ligt ook stellig niet in zijn vermogen

En als het vergroot is, is ’t alleen in uw ogen’

‘Hoe gaat zulks precies in zijn werk?’ vroeg de guit

 

‘Dat glas is een kijkglas, waardoor ge kunt kijken

En daar het glas bol is ontstaat het visioen

Dat letters of torretjes groter gaan lijken

Het komt doordat lichtstralen af moeten wijken’

En hier moest Martijntje het dan maar mee doen

 

drs_p

Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem.

 

 

 

Ik was bij de een

 

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
gefluisterd
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
negedicht
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist

 

 

 

Uit: In de kamer van mijn vroeger

 

Later is vroeger verdwenen.
Of nee, vroeger is later,
nee, vroeger is nu alweer weg,
terwijl later veel eerder dan
vroeger zal verdwijnen.
En vroeger dacht ik: later wordt het leuk,
maar later denk ik: vroeger was het leuker,
alleen wist ik dat vroeger over later nog niet.
en dat is ’t leuke van later, dat je weet
dat je vroeger nog niet wist wat je later zou weten,
terwijl je later, veel later, nou juist alles weer vergeet
wat je wist over vroeger, nu, en zelfs later, en zelfs
dat er ooit eens iets anders dan heden is geweest.

 

bloem

Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957.

 

Uit: Moab Is My Washpot

“We are living in a statistically rare and improbable period of British life. The last twenty years are the only twenty years of our history in which children have not been beaten for misbehaviour. Every Briton you can think of, from Chaucer to Churchill, from Shakespeare to Shilton, was beaten as a child. If you are under thirty, then you are the exception. Maybe we are on the threshold of a brave new world of balanced and beautiful Britons. I hope so.

You won’t find me offering the opinion that beating is a good thing or recommending the return of the birch. I frankly regard corporal punishment as of no greater significance in the life of most human beings than bustles, hula-hoops, flared trousers, side-whiskers or any other fad. Until, that is, one says that it isn’t. Which is to say, the moment mankind decides that a practice like beating is of significance then it becomes of significance. I should imagine that were I a child now and found myself being beaten by schoolmasters I would be highly traumatised by the experience, for every cultural signal would tell me that beating is, to use the American description, a “cruel and unusual punishment” and I would feel singled out for injustice and smart and wail accordingly.”

Fry-stephen

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires.

 

Uit: The Modesty of History (Vertaald door Ruth L. C. Simms)

 

“On September 20, 1792, Johann Wolfgang von Goethe (who had accompanied the Duke of Weimar on a military expedition to Paris) saw the finest army of Europe inexplicably repulsed at Valmy by some French militiamen, and said to his disconcerted friends: “In this place and on this day, a new epoch in the history of the world is beginning, and we shall be able to say that we have been present at its origin.” Since that time historic days have been numerous, and one of the tasks of governments (especially in Italy, Germany, and Russia) has been to fabricate them or to simulate them with an abundance of preconditioning propaganda followed by relentless publicity. Such days, which reveal the influence of Cecil B. De Mille, are related less to history than to journalism. I have suspected that history, real history, is more modest and that its essential dates may be, for a long time, secret. A Chinese prose writer has observed that the unicorn, because of its own anomaly, will pass unnoticed. Our eyes see what they are accustomed to seeing. Tacitus did not perceive the Crucifixion, although his book recorded it.

 

Those thoughts came to me after a phrase happened to catch my eye as I leafed through a history of Greek literature. The phrase aroused my interest because of its enigmatic quality: “He brought in a second actor.” I stopped; I found that the subject of that mysterious action was Aeschylus and that, as we read in the fourth chapter of Aristotle’s Poetics, he “raised the number of actors from one to two.” It is well known that the drama was an offshoot of the religion of Dionysus. Originally, a single actor, the hypokrites, elevated by the cothurnus, dressed in black or purple and with his face enlarged by a mask, shared the scene with the twelve individuals of the chorus. The drama was one of the ceremonies of the worship and, like all ritual, was in danger of remaining invariable. Aeschylus’ innovation could have occurred on but one day, five hundred years before the Christian era; the Athenians saw with amazement and perhaps with shock (Victor Hugo thought the latter) the unannounced appearance of a second actor.”

 

borges

Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren.

 

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

„Baas Wouter meesmuilde.
Maar zijn gezicht betrok toen zijn boze vrouw de smidse binnenstoof en snauwde: ‘Ben je doof? D’r is al driemaal volk geroepen in de winkel, en m’n bieten staan aan te branden!’
De hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’ keek verbluft naar de deur, die alweer met een slag dichtgevallen was, zette toen grommend de voorhamer neer. Peter Hajo bleef alleen, – tuurde in de vlammen van de oven.
‘Kom maar eens terug als je zestien bent…’ – Over twee jaar! Alsof hij niet het werk van een zestienjarige jongen zou kunnen doen! Hij zétte het alle zestienjarige jongens in Hoorn om die bout vast te houden zoals hij dat daareven had gedaan! Was er één bij, die hem aandurfde? Had hij Peer den Vos geen pak slaag gegeven als hij in zijn leven niet had gehad, omdat hij (zonder het te vragen!) in de bijt was gaan vissen die Peter Hajo in het ijs had gekapt? Peer den Vos, die wel een hoofd groter was dan hij!
’t Was een gemene streek om hem als landkikker te laten rondspringen, hem, die, toen hij nauwelijks lopen kon, de touwen die de binnenzeilende vissers zijn oudere vrienden toewierpen al met een echte zeemansknoop om de meerpalen sloeg; hem, die zich op z’n vijfde jaar stiekem in vaders botter had verscholen en mee ter haringvangst was gegaan!
Hoe snakte hij ernaar op zee te zwalken zonder een streepje land mijlen in de omtrek; hoe snakte hij ernaar de wijde wereld te zien en met echte zeebenen terug te komen en op te snijden net als die bruingebrande pikbroeken die met Jan Pieterszoon Coen naar de Oost waren getogen en nu de waarheid spraken of logen, juist als het hun inviel, zonder dat een landrot zeggen kon: ‘Je zuigt uit je duim!’ – De Oost… daar was voorlopig helemáál geen kans op. Misschien later, als hij eerst een paar reizen met een walvisvaarder had gemaakt; als het vel van zijn handen was gebarsten door het zout; als de traanlucht in z’n haar en in z’n kleren hing, – misschien zouden ze hem dan willen meenemen. Jandorie! Peter Hajo zag een beeld opdoemen van bergen, fladderende papegaaien, dansende wilden, van apen, tijgers, krokodillen…
Weg was het beeld.“

Fabricius_Johan_LM

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2006

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008.

 

 

De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Hij was professor in het medisch recht, maar is tegenwoordig vooral bekend als schrijver van de serie Het beste dames detectivebureau. In 2003 werd hij in Engeland gekozen tot schrijver van het jaar.

 

Uit: 44 Scotland Street

 

“Pat stood before the door at the bottom of the stair, reading the names underneath the buttons. Syme, Macdonald, Pollock, and then the name she was looking for: Anderson. That would be Bruce Anderson, the surveyor, the person to whom she had spoken on the telephone. He was the one who collected the rent, he said, and paid the bills. He was the one who had said that she could come and take a look at the place and see whether she wanted to live there.

“And we’ll take a look at you,” he had added. “If you don’t mind.”

So now, she thought, she would be under inspection, assessed for suitability for a shared flat, weighed up to see whether she was likely to play music too loudly or have friends who would damage the furniture. Or, she supposed, whether she would jar on anybody’s nerves.

She pressed the bell and waited. After a few moments something buzzed and she pushed open the large black door with its numerals, 44, its lion’s head knocker, and its tarnished brass plate above the handle. The door was somewhat shabby, needing a coat of paint to cover the places where the paintwork had been scratched or chipped away. Well, this was Scotland Street, not Moray Place or Doune Terrace; not even Drummond Place, the handsome square from which
Scotland Street descended in a steep slope. This street was on the edge of the Bohemian part of the Edinburgh New Town, the part where lawyers and accountants were outnumbered – just – by others.”

 

mccall-smith

Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948) 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Coelho had al vroeg interesse in de literatuur, wat zijn vader beschouwde als een vorm van afwijkend gedrag. Pogingen om hem te “genezen” versterkten echter zijn artistieke belangstelling, die hij uitleefde in de hippie-beweging van Brazilië. Zijn studie rechten staakte hij in 1970 om te gaan reizen door het Latijnsamerikaanse continent, en naar Europa. Later in de jaren zeventig maakte hij met zijn vrouw een reis door Europa, waar het concentratiekamp Dachau grote indruk maakte. Hij had daar een visioen, waarin een man aan hem verscheen. Twee maanden later kwam hij die man in Amsterdam werkelijk tegen. De man raadde hem aan zich te bekeren tot het katholicisme, en een pelgrimsreis naar Santiago de Compostela te ondernemen. Dat leidde tot het boek De pelgrimstocht naar Santiago (1987). Een jaar later verscheen De Alchemist, wat zorgde voor Coelho’s internationale doorbraak.

Paulo Coelho leeft met zijn vrouw Christina afwisselend in Rio de Janeiro en in Tarbes in de Franse Pyreneeën.

 

Uit: Eleven Minutes

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria. Wait a minute. “Once upon a time” is how all the best children’s stories begin and “prostitute” is a word for adults. How can I start a book with this apparent contradiction? But since, at every moment of our lives, we all have one foot in a fairy tale and the other in the abyss, let’s keep that beginning.

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria.

Like all prostitutes, she was born both innocent and a virgin, and, as an adolescent, she dreamed of meeting the man of her life (rich, handsome, intelligent), of getting married (in a wedding dress), having two children (who would grow up to be famous) and living in a lovely house (with a sea view). Her father was a travelling salesman, her mother a seamstress, and her hometown, in the interior of Brazil, had only one cinema, one nightclub and one bank, which was why Maria was always hoping that one day, without warning, her Prince Charming would arrive, sweep her off her feet and take her away with him so that they could conquer the world together.

While she was waiting for her Prince Charming to appear, all she could do was dream. She fell in love for the first time when she was eleven, en route from her house to school. On the first day of term, she discovered that she was not alone on her way to school: making the same journey was a boy who lived in her neighborhood and who shared the same timetable. They never exchanged a single word, but gradually Maria became aware that, for her, the best part of the day were those moments spent going to school: moments of dust, thirst and weariness, with the sun beating down, the boy walking fast, and with her trying her hardest to keep up.”

 

coelho

Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)