Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: De martelaren

“Tijdens zijn bruuske aanloop hoorde hij de uitroepen van verbazing niet, ook niet het hoongelach op het kritieke moment, waarop het lichaam terugveert en het erop aankomt met ijzeren wil de vingers in de voegen te klauwen en gewichtloos te worden.
Achter de muur staat de tijd stil, zeggen ze. Hoe ziet dat eruit? Vanuit zijn kamertje kon hij de boomtoppen boven de muur zien wuiven, als magere handen uit een donker habijt. Aan elke boom staat een kloosterling te schudden. Ze wisselen elkaar daarbij af en wachten geduldig in lange rijen op hun beurt, de handen in de mouwen, de kap diep over het hoofd. Ergens hoog in de sombere gevel van het slot staat de abt achter een getralied venster. Hij houdt het boek van de tijd in de hand en wuift met zijn andere hand de maat. Als hij de tijd wil laten stilstaan, slaat hij het boek dicht met een klap, die over het plein galmt en bij toverslag de monnikenschaar verandert in een rij levenloze poppen. De abt lijkt op de gedroomde Nelson. Zo hoog en half verscholen achter het raampje en toch kan niemand zijn gebiedende uitstraling ontgaan. Er was een roemrucht slagschip van die naam, waarvan Nelson gedroomd had dat het bij verrassing de kleine rivierhaven van de stad bezocht. Het water sloeg op de kade en gutste door de smalle straten. Het reusachtige schip raakte vast in de zwarte blubber en alle mensen sloegen op de vlucht voor de loerende kanonnen.
Boven op de muur streek een zachte bries een haarlok van zijn bezweet voorhoofd. Laag, flitsend zonlicht benam hem het uitzicht. Vlammende contouren van daken. Een zee van ruimte daarvoor, niets van een plein. Onder zich zag hij een dichte zoom van doornstruiken, die afdalen onmogelijk maakte. Omzichtig ontweek hij de ingemetselde glasscherven, die voorgangers hadden geprobeerd weg te slaan. Wat verderop was dat wat beter gelukt, recht boven een mesthoop die een zachte landing beloofde.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947) 
Portret door Peter Thijs, 2006

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

Noord en Zuid

Onderschat je behoefte niet
om de grens over te gaan. Bevroren
aan de verkeerde kant van je verlangen

om de wereld opnieuw te maken
omgekeerd in de spiegel
van je anders-zijn,

hoe kun je trouw zijn
aan de waarheid menselijk te zijn,
iets dat buigt

in een universum dat dat niet doet, een rommelige mix
van lef en geest, verantwoordelijkheid en schaamte?
Je bent maar een centimeter

van de constant bewegende
bron van leven, hoe gepassioneerd je ook
jezelf verplettert

in de vakjes – mannelijk of vrouwelijk, noord of zuid, arm of rijk, wit
of een andere sociale tint – je controleert het
omdat je bang bent

om de grenzen te overschrijden die je beschermen
voor meer gecompliceerde combinaties
van liefde en eenzaamheid,

je ziel in slaap wiegend
terwijl je je lichaam propt
in te strakke vakjes, wetende dat het niemand kan schelen

dat je het lef niet hebt om te leven
zolang je daar blijft,
aan jouw kant van de grens.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Pol Hoste, Menno Van der Beek, Jung Chang, Paul Meeuws, Flannery O’Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara

De Vlaamse schrijver Pol Hoste werd geboren in Lokeren op 25 maart 1947. Zie ook alle tags voor Pol Hoste op dit blog.

Uit: Het landschap bloedt en de dieren

“Het landschap bloedt en de dieren. De sluizen roesten. Onderwerp, werkwoord, gezegde zoals in (zingt:) ‘op enen boom een koehoekoek’. Tien keer uw taal voor straf. Jaap, Tijs, Blok. Wij konden ons kiezen: appelsienen, negers en met Nieuwjaar een baard van de koning. Geen hemel na de boonranken. Vuurkruisers, Noord-Nederlandse calvinisten, onze helden, watergeuzen. Wisten wij veel wat Portugese Joden zijn. Sefarden? Bojaren? Pruisen, Poolse vorsten, piano’s Maene. Begrijpt de gewone man de gewone man, of alleen het volstrekt onbegrijpelijke? Alleen het volstrekt onbegrijpelijke.
Als een aprilvis glijdt de maansikkel over de Leie richting Schloss Anvers, een Spaans kasteel dat zijn formulieren op onze Letteren gericht houdt. Een vrijplaats, de lyriek? Boekhouding, ja! Controle, onderwerping, domesticering van de creativiteit.
– Formez vos bataillons!
Si ghinck al voor haeren vader staan. He pretended to be Peter Stuyvesant. Opmerkelijk is de strakke beheersching der stof en haar stileering. Kennen.
Begeven wij ons thans van Baarchoem naar Giesbaren, lezer. Wat vindt ge van volgend tafereel? Verwijder, treffend, geen mening. Een op de vijf maal bezocht.
Kurieuzeneuze schrijft niet. Onze rosten. Hij zit in zijn kot. Je, men, je, men, die ‘men’ altoos, dat jouwen. Die letterlijke gender correctness! Ge zijt in de fleur van uw leven en uw ma schrijft gedichten. Komt dat tegen. Ge woont met haar in één van de huizekens langs de Dender waar het stinkt naar armoe, Amylum, mout en vette kolen. Komt dat tegen. Maar wel wreed schone schoenwinkels met Ambiorixen. En bakkers, hete mokkels, smeltende ijzerdraad, pinnekens kussen can’t geen quaet! O la la!
Excuseer, dat ik u onderbreek, ik denk aan iets. Hij denkt aan iets. Ik zat eens met ons Geertrui in Aalst.
– ’t Is nie waar!
– Batoet, batoet!
Lap, ons Geertrui toch wel naar Lokeren, zekers. Ui! Ui! Zo dus, ge kunt peinzen. (Contra-alt:) ‘Wat heb ik u misdreven? Ja ‘daan?’
‘Joyce is geen slechte schrijver, maar Dublin is er te veel aan.’
– Oesje!
‘Take the money and run’, Trui said.”

 
Pol Hoste (Lokeren, 25 maart 1947)
Affiche voor de uitreiking van de  Louis Paul Boonprijs aan Pol Hoste in 2013

 

De Nederlandse dichter en vertaler Menno van der Beek werd geboren op 25 maart 1967 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Menno van der Beek op dit blog

Tors

Wij hebben afgesproken op het strand
voor het decor van water en van wind.
Want hij wil weten wat ik hier van vind:
hij heeft de dingen niet meer in de hand.

Hij veegt zichzelf een nieuwe vrouw van zand
waarmee hij weer van voorafaan begint
maar zonder dat hij een gezicht verzint;
hij vlijt zijn handen om haar bovenkant

en laat haar borsten los. Nu is ze klaar.
Het lijkt alsof ze hierop had gewacht,
alleen maar hoefde worden blootgelegd.

We zitten even zwijgend bij elkaar
totdat hij zegt: ‘Ik wil weer van haar af’;
dan loopt hij zonder om te kijken bij haar weg.

 

Hartenvrouw

Hier in de stad zijn mensen opgeborgen
in gasbeton in ramen en in hout.
De straat is in het donker niet vertrouwd
maar wij zijn thuis. Zo zal ik voor je zorgen.

Geen kant meer op tot in de vroege morgen:
gelukkig is dit huis voor ons gebouwd;
zolang het gaat, zolang de grendel houdt
blijft alles wat nog goed is diep verborgen.

Hier slaapt een kind. Hier ligt een vraag van God
gelukkigen genadeloos te zijn,
onaangeraakt door de vermoeide stad.

Straks gaat ze weg, zo gauw ze wakker wordt.
De lege straten en het grote plein
vertellen welke droom ze heeft gehad.

 
Menno Van der Beek (Rotterdam, 25 maart 1967)
Cover

 

De Chinese schrijfster Jung Chang werd geboren in Yibin, Sichuan op 25 maart 1952. Zie ook alle tags voor Jung Chang op dit blog.

Uit: Mao. The Unknown Story

“Mao tse-tung, who for decades held absolute power over the lives of one-quarter of the world’s population, was responsible for well over 70 million deaths in peacetime, more than any other twentieth-century leader. He was born into a peasant family in a valley called Shaoshan, in the province of Hunan, in the heartland of China. The date was 26 December 1893. His ancestors had lived in the valley for five hundred years.
This was a world of ancient beauty, a temperate, humid region whose misty, undulating hills had been populated ever since the Neolithic age. Buddhist temples dating from the Tang dynasty (ad 618–906), when Buddhism first came here, were still in use. Forests where nearly 300 species of trees grew, including maples, camphor, metasequoia and the rare ginkgo, covered the area and sheltered the tigers, leopards and boar that still roamed the hills. (The last tiger was killed in 1957.) These hills, with neither roads nor navigable rivers, detached the village from the world at large. Even as late as the early twentieth century an event as momentous as the death of the emperor in 1908 did not percolate this far, and Mao found out only two years afterwards when he left Shaoshan.
The valley of Shaoshan measures about 5 by 3.5 km. The 600-odd families who lived there grew rice, tea and bamboo, harnessing buffalo to plough the rice paddies. Daily life revolved round these age-old activities. Mao’s father, Yi-chang, was born in 1870. At the age of ten he was engaged to a girl of thirteen from a village about 10 kilometres away, beyond a pass called Tiger Resting Pass, where tigers used to sun themselves. This short distance was long enough in those years for the two villages to speak dialects that were almost mutually unintelligible. Being merely a girl, Mao’s mother did not receive a name; as the seventh girl born in the Wen clan, she was just Seventh Sister Wen. In accordance with centuries of custom, her feet had been crushed and bound to produce the so-called three-inch golden lilies that epitomised beauty at the time.”


Jung Chang (Yibin, 25 maart 1952)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: De martelaren

“Toen iemand, niemand wist wie, de bal met een trefzeker schot over de hoge kloostermuur schopte, volgde er niets, zelfs geen ver verwijderd plofje. Het was alsof de bal almaar bleef voortsuizen in een onpeilbare diepte. Een gelukzalig moment lang leek het leven voor Nelson niet meer te kloppen, stond alles, zonder enig verband, geheel op zichzelf.
Het spel liep juist in een broeierige verwarring ten einde. De jongens zwermden doelloos om elkaar heen en ontweken vakkundig elkaars onbeduidende, maar niet al te grappig bedoelde pootjes en heimelijke duwtjes. De meisjes vormden een rijtje op de stoeprand en zinspeelden giechelend op de intredende schemering. Niemand lette op Nelson, die nogal klein was voor zijn twaalf jaar en nauwlettend toekeek hoe de avond langs de huizen omhoog kroop, tot aan het raam van zijn kamertje, tot aan het moment dat de zon achter de kloostermuur was verdwenen en hij naar binnen moest.
Niemand sprak meer over de bal. Het klooster, waarvan de oude wallen zich over de volle lengte van de straat uitstrekten, had zijn bekoorlijke dreiging verloren. Hoe lang was het al geleden dat een jongen zich over de muur gewaagd had en met het gruwelijke verhaal terugkwam dat de monniken zichzelf daar geselden? Vlak daarna had iemand ’s nachts het hondse kermen gehoord. (Hoe dan, wou Nelson weten, en hoelang dan en hoeveel stemmen waren het? Honderd? Een paar? Een paar was erger, geloofwaardiger.) Ouderen haalden daar hun schouders over op en zeiden dat die monniken niet wisten wat er in de wereld te koop was en uit pure onnozelheid hun dagen biddend sleten. De zweep verdreef tenminste voor enkele ogenblikken de kou uit hun stramme lijven.
Je groeit met het ergste op, daaraan kon Nelson maar niet wennen. Sinds dat geselverhaal verdeelde hij de mensheid in een groep, die zoiets, meteen of na een tijdje, normaal vond, en in mensen zoals hij, bij wie gewelddadigheid een blijvende ontreddering teweegbracht. Zijn vriendjes behoorden zonder uitzondering tot de eerste categorie. Hun meerderheid was overweldigend, ofschoon het zonderlinge fenomeen van een bal die niet ophoudt met vallen, ze toch aan het twijfelen had moeten brengen. Ik heb gelijk, besloot hij en de enige manier om dat te bewijzen was door middel van de moeilijke klimpartij over de muur.”

 
Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947) 

 

De Amerikaanse schrijfster Flannery O’Connor werd geboren op 25 maart 1925 in Savannah, Georgia. Zie ook alle tags voor Flannery O’Connor op dit blog.

Uit: A Prayer Journal

“Dear God, I cannot love Thee the way I want to. You are the slim crescent of a moon that I see and my self is the earth’s shadow that keeps me from seeing all the moon. The crescent is very beautiful and perhaps that is all one like I am should or could see; but what I am afraid of, dear God, is that my self shadow will grow so large that it blocks the whole moon, and that I will judge myself by the shadow that is nothing.
I do not know you God because I am in the way. Please help me to push myself aside.
I want very much to succeed in the world with what I want to do. I have prayed to You about this with my mind and my nerves on it and strung my nerves into a tension over it and said, “oh God, please,” and “I must,” and “please, please.” I have not asked You, I feel, in the right way. Let me henceforth ask You with resignation—that not being or meant to be a slacking up in prayer but a less frenzied kind, realizing that the frenzy is caused by an eagerness for what I want and not a a spiritual trust. I do not wish to presume. I want to love.
Oh God please make my mind clear.
Please make it clean.
I ask You for a greater love for my holy Mother and I ask her for a greater love for You.
Please help me to get down under things and find where You are.
I do not mean to deny the traditional prayers I have said all my life; but I have been saying them and not feeling them. My attention is always very fugitive. This way I have it every instant. I can feel a warmth of love heating me when I think & write this to You. Please do not let the explanations of the psychologists about this make it turn suddenly cold. My intellect is so limited, Lord, that I can only trust in You to preserve me as I should be.

*

Please let Christian principles permeate my writing and please let there be enough of my writing (published) for Christian principles to permeate. I dread, oh Lord, losing my faith. My mind is not strong. It is a prey to all sorts of intellectual quackery. I do not want it to be fear which keeps me in the Church. I don’t want to be a coward, staying with You because I fear hell. I should reason that if I fear hell, I can be assured of the author of it.”

 
Flannery O’Connor (25 maart 1925 – 3 augustus 1964)

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Jaime Sabines Gutiérrez werd geboren op 25 maart 1926 in Tuxtla Gutiérrez, Chiapas. Zie ook alle tags voor Jaime Sabines op dit blog.

On Hope

Occupy yourselves here with hope.
The joy of the day that’s coming
buds in your eyes like a new light.
But that day that’s coming isn’t going to come: this is it.

 

On Death

Bury it.
There are many silent men under the earth
who will take care of it.
Don’t leave it here.
Bury it.

 

On Myth

My mother told me that I cried in her womb.
They said to her: he’ll be lucky.
.
Someone spoke to me all the days of my life
into my ear, slowly, taking their time.
Said to me: live, live, live!
It was Death.

 

Vertaald door W.S. Merwin

 
Jaime Sabines (25 maart 1926 – 19 maart 1999)

 

De Nederlandse cartoonist en striptekenaar Peter van Straaten werd geboren in Arnhem op 25 maart 1935. Zie ook alle tags voor Peter van Straaten op dit blog.

 

 
“Je gaat steeds minder wijverig schrijven, weet je dat?.”

 

 
Peter Van Straaten (25 maart 1935 – 8 december 2016)

 

De Amerikaanse schrijfster en sociale activiste Toni Cade Bambara werd als Miltona Mirkin Cade geboren op 25 maart 1939 in New York. Zie ook alle tags voor Toni Cade Bambara op dit blog.

Uit: This Bridge Called My Back

“I am ready to go home now. I am ready. Very tired. Couldn’t sleep all night. Missing home. There is a deep fatigue in my body this morning.
I feel used up. Adrienne asks me if I can write of what has happened with me while here in Boston. She asks me if I can, not would. I say, yes, I think so. And now I doubt it. The pain of racism, classism. Such overused and trivialized words. The pain of it all. I do not feel people of color are the only ones hurt by racism.
Another meeting. Again walking into a room filled with white women, a splattering of women of color around the room. The issue on the table, Racism. The dread and terror in the room lay like a thick immovable paste above all our shoulders, white and colored, alike.
We, Third World women in the room, thinking back to square one, again.
How can we — this time — not use our bodies to be thrown over a river of tormented history to bridge the gap? Barbara says last night: “A bridge gets walked over.” Yes, over and over and over again.
I watch the white women shrink before my eyes, losing their fluidity of argument, of confidence, pause awkwardly at the word, “race”, the word, “color.” The pauses keeping the voices breathless, the bodies taut, erect – unable to breathe deeply, to laugh, to moan in despair, to cry in regret. I cannot continue to use my body to be walked over to make a connection. Feeling every joint in my body tense this morning, used.”

 
Toni Cade Bambara (25 maart 1939 – 9 december 1995)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Pol Hoste, Menno Van der Beek, Jung Chang, Paul Meeuws, Flannery O’Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara

De Vlaamse schrijver Pol Hoste werd geboren in Lokeren op 25 maart 1947. Zie ook alle tags voor Pol Hoste op dit blog.

Uit: Thee

“Aan mijn broer heb ik een foto gestuurd van het huis. Ik heb hem geschreven dat ik kunstgeschiedenis studeer. Hij kan de keuken zien en de ramen van de kamers en mijn vrienden lachen hem toe. Het is zomer en in de achtertuin eten we gebraden vlees met look en veel ajuin zodat we gespaard blijven van wormen. Ik lust geen rauw vlees. Men zal geen bloed drinken. Maar als er bloedworst wordt opgediend, eet ik en klaag niet.
Of de brief zijn bestemming zal bereiken, weet ik niet. Waar mijn familie leeft is het oorlog. Mijn grootvader werd vervolgd en gedood. Wij waren prinsen. Nu woon ik hier. Zal mijn broer ooit zien hoe mijn vrienden en ik kefir drinken en tomaten eten met brood? Dit hier zijn de stallen van de buren.
– Ga verder.
– Als het zondag was zette ik thee voor mijn vrienden. Maar ik kwam er niet achter waarom ze niet graag thee dronken. Kan men vragen waarom? Ik dacht dat het aan het water lag. Hier is er veel kalk in het water.
Op de markt kocht ik een nieuw kannetje. Ik vertelde de handelaar dat het water veel kalk bevatte.
‘Waarom keert u niet terug naar uw land?’ zei hij. ‘Als het water hier niet deugt?’ Ik verzweeg voor hem dat mijn familie in de woestijn woonde.
‘In mijn land, meneer,’ zei ik, ‘kookt het water als men er vuur onder maakt. En daarom heb ik een kannetje nodig.’ Dit vond ik een goed antwoord.
Het kostte me moeite om op de oude markt een waterdicht kannetje te vinden. Hoe kon ik weten dat men zich alles in winkels aanschaft? Ik zag geen winkels waar men kannetjes verkoopt.
‘Wat u zoekt,’ zei de handelaar die zich warmde aan een flesje cognac, ‘vindt men enkel bij oude boeren op het platteland.’ Later heb ik begrepen dat hij de warenhuizen bedoelde die buiten de stad zijn gevestigd. Dat begreep ik niet.
Maar ook nadat ik het water in een nieuw kannetje had gekookt leken mijn vrienden niet graag thee met mij te drinken. Daarom kocht ik wijn voor hen, kefir of verse geitemelk, kaas, vijgen en tomaten. En als ze op bezoek kwamen begon ik zelf smakelijk te eten om te tonen dat alles lekker was en net van de markt kwam en dat er voor iedereen voldoende was.”

 
Pol Hoste (Lokeren, 25 maart 1947)

Doorgaan met het lezen van “Pol Hoste, Menno Van der Beek, Jung Chang, Paul Meeuws, Flannery O’Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara”

Paul Meeuws

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Van Paul Meeuws verschenen gedichten in Dietsche Warande & Belfort, De Vlaamse Gids, Tirade, de Poëziekrant, Het Moment en Meander. Eerder publiceerde hij twee bundels met korte verhalen, “Badhuis in de sneeuw” (1988) en “Jonge modinettes”(1994), beide bij Uitgeverij van Oorschot. Daarnaast publiceerde hij essays over beeldende kunst, zoals “De aarde is plat “over perspectief en een schoolboek over kunst en cultuur. Meeuws was jarenlang werkzaam in het voortgezet onderwijs, als docent beeldende vorming en Nederlands.

Andere Tijden

We zien uw kinderjaren in zwart-wit.
Oud daglicht knippert als een uitgewreven oog.
Het heeft te lang geslapen
en haast zich door de straten van weleer.

Je kunt dat haasten zien.
Het licht slaat stappen over.
Het is niet eerlijk wat het met de mensen doet.

U neemt mij kwalijk dat ik erom lach,
dat koddige geren,
hoeden die alsmaar op en afgaan,
die knieval en dat rollen met de ogen
van meisjes met een slecht gebit.

U wilt de televisie uit.
Verleden hoort niet te bewegen.
Het hoort door de verhalen
als een kind in slaap gewiegd.

Natuurlijk doet het maar alsof.
Wij worden heimelijk bespied en leren
het al vroeg dat waarheid niet bestaat.

Of wel bestaat, maar zich
alleen maar openbaart in preken
en andere staaltjes godsgeloof.

U doet het sissen van zo’n oude gaslamp na.
Het withete bollen van het nieuwe kousje
is maar een kleine stap verwijderd
van de glazen peer die ons nu in een lichtkring zet.

Kijk, onze jongensgezichten nog,
verrukt van zoveel technische vooruitgang,
weerspiegeld door het raam!

 

Wals

Zonnige zaterdag, twaalf uur.
Het wiel draait aan de orgelman,
de zon draait om de straat.

Een houten herderin leert mij een wals,
de pirouette van een boor.

De klank vliedt van het middelpunt,
flegmatisch mechaniek,
dat over ziel en zaligheid
de wildste geruchten uitbraakt
door zijn pijpen.

 

 
Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)