Johannes (Willem de Mérode)

Bij de zesde zondag na Pasen

 
Sint Johannes de Evangelist door Vladimir Borovikovsky, tussen 1804 en 1809

 

Johannes

De dag verduisterde over ’t meer
De malve bergen brandden wijd.
Het glitsend water, heinde en veer,
Glimpte van vlugge zilvrigheid.
Daar schoot de visch op glanzen vin
De hoogten en de diepten in.

Licht wiebelde de kleine boot
Onder het groote bruine zeil.
De vader vierde ruim de schoot.
De jonge zonen onderwijl
Zagen hoe ’t net al blanker blonk
En voelden hoe het strakker zonk.

En langzaam werd het opgerukt
En in de wanke schuit gelegd.
De buit werd uit de lus geplukt,
Geschift; en weinig werd gezegd.
En slechts Johannes zong en riep
Toen ’t bootje ’t stadje binnenliep.

Jezus kwam langs het strand gegaan
En luisterde op zijn klare stem,
En zag zijn drukke blijdschap aan,
En Hij beminde hem.
En riep hem kalm, maar even blij:
Johannes! Kom, en blijf bij mij!

Wie kent de harten, en wie weet,
Wàt blik, wàt klank zóó diep ontroerd,
Dat men zijn huis en bloed vergeet
En plots aan alles is ontvoerd?
Nauw heeft hij Jezus’ stem gehoord,
Of ijlings zwingt hij zich van boord.

O hart dat roept, o hart dat hoort:
Ik heb u lief! Ik heb U lief!
De vreemden hebben ’t niet gehoord,
Toen Hij hem in zijn armen hief.
Maar voor Johannes is het licht:
Hij kent Gods hart en aangezicht.

En schoon des Heeren eenzaamheid
Zich over wijder kring verliest,
Blijft tot den dood Hem ’t hart gewijd,
Dat Hem bemint, dat Hij verkiest.
En, erfgenaam van ’s Heeren plicht,
Maakt hij de Moeder ’t leven licht.

O, na den korten tijd van rouw,
Had plotsling elk Hem levend weer.
Zij bleef de hooge klare Vrouw,
En hij de vriend slechts van den Heer.
Maar beiden roemden nooit genoeg
Dat elk des Heeren liefde droeg.

Die jong Gods hooge liefde won,
En levenslang zijn minnen droeg,
Werd als een zomerdag vol zon.
Een ieder wist en niemand vroeg.
En toen hij eindelijk verzonk,
Bleef lang de hemel licht en blonk.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Andreaskerk in het Groningse dorp Spijk, de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

Zie voor de schrijvers van de 13e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Beloved, let us love one another,’ says St. John (Christina Rossetti)

Bij de vijfde zondag na Pasen

 


Ikoon van Jezus met St. Johannes de Geliefde Discipel door Ann Chapin, 2012

 

 

Beloved, let us love one another,’ says St. John

‘Beloved, let us love one another,’ says St. John,
Eagle of eagles calling from above:
Words of strong nourishment for life to feed upon,
‘Beloved, let us love.’

Voice of an eagle, yea, Voice of the Dove:
If we may love, winter is past and gone;
Publish we, praise we, for lo it is enough.

More sunny than sunshine that ever yet shone,
Sweetener of the bitter, smoother of the rough,
Highest lesson of all lessons for all to con,
‘Beloved, let us love.’

 

 
Christina Rossetti (5 december 1830 – 27 december 1894)
St John’s Church, Waterloo, Londen, de geboorte plaats van Christina Rossetti

 

Zie voor de schrijvers van de 6e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Der Weinstock und die Reben (Julie Hausmann)

Bij de vierde zondag na Pasen

 

 
Christus de ware wijnstok, Roemeense ikoon

 

Der Weinstock und die Reben
Joh. 15.

Geh’ ich des Weinstocks Blätter und Ranken
Ringsum in Gärten, in Tälern und Höh’n,
Wie sie im Winde grüßen und schwanken,
Hab’ ich so meine eig’nen Gedanken,
Glaub’ ernste Fragen daraus zu versteh’n:

„Bist du auch eine der grünenden Reben,
Die an dem Weinstock nicht bloß zum Schein
Lose von außen nur haften und kleben?
Ziehst du aus Ihm allein Kräfte und Leben?
Bist du im Geist und Wahrheit auch Sein?

Läßt du von unnützen, schädlichen Trieben
Willig und demütig stets dich befrein?
Bist du im Schmerz auch am Weinstock geblieben,
Brachtest du Früchte im Leiden und Lieben,
Deren sich Gott und die Menschen erfreun?

Bist du, seit deiner Erweckung zum Leben,
Täglich gewachsen an Leben und Kraft?
Ist dir geschehn, was verheißen den Reben,
Daß, was du batest, dir wurde gegeben,
Daß auf dem Flehn Er auch Wunder noch schafft?

Ach, diese weinlaub-gekröneten Höhen —
Greift ihre Sprache ins Herz nicht hinein?
Was ist an mir wohl von Leben zu sehen? —
Herr, mein Erbarmer, wie soll ich bestehen?
Pflanz’ in Dein Leben aufs Neue mich ein!

 
Julie Hausmann (19 maart 1826 – 15 augustus 1901)
De Petruskerk en het Zwarthoofdenhuis in Riga, de geboorteplaats van Julie Hausmann

 

Zie voor de schrijvers van de 29e april ook mijn vorige blog van vandaag.

The Good Shepherd (Stanley Moss)

Bij de derde zondag na Pasen

 

 
The Good Shepherd door Richard Hook (1914-1975)

 

The Good Shepherd

Because he would not abandon the flock for a lost sheep
after the others had bedded down for the night,
he turned back, searched the thickets and gullies.
Sleepless, while the flock dozed in the morning mist
he searched the pastures up ahead. Winter nearing,
our wool heavy with brambles, ropes of muddy ice,
he did not abandon the lost sheep, even when the snows came.

Still, I knew there was only a thin line
between the good shepherd and the butcher.
How many lambs had put their heads between the shepherd’s knees,
closed their eyes, offering their neck to the knife?
Familiar – the quick thuds of the club doing its work.
More than once at night I saw the halo coming.
I ran like a deer and hid among rocks,
or I crawled under a bush, my heart in thorns.

During the day I lived my life in clover
watching out for the halo.
I swore on the day the good shepherd catches hold,
trying to wrestle me to the ground and bind my feet,
I will buck like a ram and bite like a wolf,
although I taste the famous blood
I will break loose! I will race under the gates of heaven,
back to the mortal fields, my flock, my stubbled grass and mud.

 

 
Stanley Moss (Woodhaven, 21 juni 1925)
Woodhaven, Queens, de wijk in New York waar Stanley Moss geboren werd.

 

Zie voor de schrijvers van de 22e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Emmaüs (Felix Timmermans)

Bij de tweede zondag na Pasen

 

 
De Emmaüsgangers door Abraham Bloemaert, 1622

 

Emmaüs

‘Heer blijf bij ons, de zon gaat onder.’
Wij boden dan het avondbrood
de vreemde man, die langs de baan
met ons was meegegaan.
En wijl hij, ‘t zegenend, de ogen sloot,
gebeurde het: Zijn aangezicht
verklaarde in een hemels licht,
waarin Hij plotseling verdween…
Dit was het wonder.
Wij stonden weer alleen,
doch vouwden blij onz’ handen.
Het was alsof Hij door ons heen verdween
en ‘t licht in ons is blijven branden.
Blijf zo in ons, o Heer, de zon gaat onder!

 

 
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
De Sint-Gummarus kerk in Lier, de geboorteplaats van Felix Timmermans

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Thomas (Jan Willem Schulte Nordholt)

Bij Beloken Pasen

 

 
De ongelovige Thomas door Peter Paul Ruben, 1613 – 1615

 

Thomas

Als God bestond dan viel hij met ons samen
hier op aarde waar wij mensen zijn,
was hij het brood van ons, was hij de wijn
was hij de stem waarvoor we ons zouden schamen.

Was hij de groene ziel bij ons van binnen,
de vleugel die ons hart had aangeraakt,
het licht waarin ons leven was ontwaakt,
en onze pijn en wildernis van zinnen.

Hij is een glans die langs de sterren gaat,
een adem in een ontoegankelijk licht.
Hij is zo heilig dat hij niet bestaat.

Als ik hem niet aanraak met deze hand,
hem kus met deze mond, met dit gezicht
hem in mij opneem, en hij mij verbrandt.

 

 
Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 – 16 augustus 1995)
De Grote Kerk in Zwolle, de geboorteplaats van Jan Willem Schulte Nordholt

 

Zie voor de schrijvers van de 8e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Die Sonne geht im Osten auf (Christian Morgenstern)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
Vintage Duitse Paaskaart uit een serie van Arthur Thiele, 1905 – 1915

 

Die Sonne geht im Osten auf

Die Sonne geht im Osten auf,
der Osterhas´ beginnt den Lauf.
Um seinen Korb voll Eier sitzen
drei Häslein, die die Ohren spitzen.

Der Osterhas´ bringt just ein Ei –
da fliegt ein Schmetterling herbei.
Dahinter strahlt das blaue Meer
mit Sandstrand vorne und umher.

Der Osterhas´ ist eben fertig –
das Kurtchen auch schon gegenwärtig!
Nesthäkchen findet – eins , zwei , drei,
ein rot, ein blau, ein lila Ei.

Ein Ei in jedem Blumenkelche!
Seht, seht selbst hier, selbst dort sind welche!
Ermüdet leicht im Morgenschein
schlief Kurtchen auf der Wiese ein.

Die Glocken läuten bim, bam, baum,
und Kurtchen lächelt zart im Traum.
Di di didl dum dei,
wir tanzen mit unsern Hasen

umgefaßt, zwei und zwei,
auf schönen, grünen Rasen.

 

 
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Pasen in München, de geboortestad van Christian Morgenstern

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn drie vorige blogs van vandaag.