Het einde (Inge Boulonois)

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 


Hollands winterlandschap met schaatsers door Frederik Marinus Kruseman, 1857

 

Het einde

De scheurkalender op z’n dunst.
We ezelen de files in, de winkels
uit met mondvoorraad voor tien.
De oude kuddegeest drijft ons
de laatste avond bij elkaar.

Om samen van alles te nemen, te eten,
kwinkslagen te kaatsen en oud zeer
te soppen, onze hoofden dik gevoerd met roes.
De koelkast zoemt van welbehagen.

Aan alles komt een begin.
Klokslag scheurt het jaar zich los,
het jongste uur ontfermt zich over ons,
zoent zich wijd in. We drommen
vrieskou in voor namaaklicht
en gierende bewijzen van bestaan.

Veel later krabbelen we zeldzaam traag
en zeldzaam langzaam op. We gaan
het jaar weer overdoen –

 


Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
Alkmaar in de Kersttijd. Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar.

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

 

A Farewell – Goodbye, old year (Alfred Austin)

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Wintergezicht op de Singel, Amsterdam door J.C.K. Klinkenberg, eind 19e eeuw

 

A Farewell

Good-bye, old year, good-bye!
Gentle you were to many as to me,
And so we, meditating, sigh,
Since what hath been will be,
That you must die.
Hark! In the crumbling grey church tower,
Tolls the recording bell
The deeply-sounding solemnising knell
For your last hour.

How quietly you die!
No canonisëd Saint
E’er put life by
With less of struggle or complaint.
You seem to feel nor grief nor pain,
No retrospection vain,
As if, departing, you would have us know
It is not hard to go,
Since pang is none, but only peace, in Death,
And Life it is that suffereth.

Closer and clearer comes the last slow knell,
And on my lip for you awaits
That final formula of Fate’s,
The low, lamenting, lingering word, Farewell!
For you the curved-backed sexton need not stir
The mould, for there is nothing to inter,
No worn integument to doff,
No bodily corruption to put off;
Begotten of the earth and sun,
And ending spirit-wise as you begun,
You pass, a mere memento of the mind,
Leaving no lees behind.

Hark! What is that we hear?
A quick-jerked, jocund peal,
Making the fretted church tower reel,
Telling the wakeful of a young New Year,
Young, but of lusty birth,
To face the masked vicissitudes of earth.

Let us, then, look not back,
Though smooth and partial was the track
Of the receding Past,
But through the vista vast
Of unknown Future wend intrepid way,
Framed to contend and cope
With perils new by vanished yesterday,
Whose last bequests to Man are Love, and
Faith, and Hope.

 

 
Alfred Austin (30 mei 1835 – 2 juni 1913)
Leeds Castle. Alfred Austin werd geboren in Leeds

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

De wagen des tijds (Guido Gezelle)

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winter met schaatsers, arreslee en koek-en-zopie door Andreas Schelfhout, 1857

 

De wagen des tijds

Daar kwam er een wagen
vol nachten en dagen,
vol maanden en uren en stonden gereen,
fel trokken en weerden
hen’ de edele peerden,
die zesmaal vier hoefijzers kletteren deen.
Al rijdend, al rotsend,
al bokkend
en botsend,
al piepend en krakend, zo vloog hij door stee;
en, als hij was henen
en verre verdwenen,
toen waren de dagen en maanden ook mee.
Het spreken en ’t peinzen,
het gaan en het reizen,
en al wat wij deden, ’t zij droef, het zij blij;
’t mocht tijlijk
of laat zijn,
of goed zijn of kwaad zijn,
’t was al op de wagen, ’t was alles voorbij.
Toch nimmer vergaat het
en altijd bestaat het,
wat God door zijn heilige gratie ons geeft,
het deugdzame leven
dat is ons gebleven,
al ’t ander, hoe zoet en hoe schoon, het begeeft.
Nooit zal ons de wagen
der tijden ontdragen
’t sieraad en de rijkdom der edele ziel;
de deugd zal geduren,
schoon rotsen en muren
en torens en al wat maar vallen kan – viel.

 


Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guido Gezelle werd geboren in Brugge

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

A Song for New Year’s Eve (William Cullen Bryant)

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Lingerzijde en de Speeltoren in Edam door Oene Romkes de Jongh, rond 1650

 

A Song for New Year’s Eve

Stay yet, my friends, a moment stay—
Stay till the good old year,
So long companion of our way,
Shakes hands, and leaves us here.
Oh stay, oh stay,
One little hour, and then away.

The year, whose hopes were high and strong,
Has now no hopes to wake;
Yet one hour more of jest and song
For his familiar sake.
Oh stay, oh stay,
One mirthful hour, and then away.

The kindly year, his liberal hands
Have lavished all his store.
And shall we turn from where he stands,
Because he gives no more?
Oh stay, oh stay,
One grateful hour, and then away.

Days brightly came and calmly went,
While yet he was our guest;
How cheerfully the week was spent!
How sweet the seventh day’s rest!
Oh stay, oh stay,
One golden hour, and then away.

Dear friends were with us, some who sleep
Beneath the coffin-lid:
What pleasant memories we keep
Of all they said and did!
Oh stay, oh stay,
One tender hour, and then away.

 

 
William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)
De kerk in Cummington, Massachusetts. William Cullen Bryant werd geboren in Cummington.

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Silvesternacht (Ludwig Thoma)

Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winterlandschap met schaatsers door Adam van Breen, 1611

 

Silvesternacht

Und nun, wenn alle Uhren schlagen,
So haben wir uns was zu sagen,
Was feierlich und hoffnungsvoll
Die ernste Stunde weihen soll.

Zuerst ein Prosit in der Runde!
Ein helles, und aus frohem Munde!
Ward nicht erreicht ein jedes Ziel,
Wir leben doch, und das ist viel.

Noch einen Blick dem alten Jahre,
Dann legt es auf die Totenbahre!
Ein neues grünt im vollen Saft!
Ihm gelte unsre ganze Kraft!

Wir fragen nicht: Was wird es bringen?
Viel lieber wollen wir es zwingen,
Daß es mit uns nach vorne treibt,
Nicht rückwärts geht, nicht stehen bleibt.

Nicht schwächlich, was sie bringt, zu tragen,
Die Zeit zu lenken, laßt uns wagen!
Dann hat es weiter nicht Gefahr.
In diesem Sinne: Prost Neujahr!

 

 
Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)
Oberammergau. Thoma werd geboren in Oberammergau

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

The Death of the Old Year (Alfred Lord Tennyson)

Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

Kerkuitgang bij avond door B. J. van Hove, 1846

 

The Death of the Old Year

Full knee-deep lies the winter snow,
And the winter winds are wearily sighing:
Toll ye the church bell sad and slow,
And tread softly and speak low,
For the old year lies a-dying.
Old year you must not die;
You came to us so readily,
You lived with us so steadily,
Old year you shall not die.

He lieth still: he doth not move:
He will not see the dawn of day.
He hath no other life above.
He gave me a friend and a true truelove
And the New-year will take ’em away.
Old year you must not go;
So long you have been with us,
Such joy as you have seen with us,
Old year, you shall not go.

He froth’d his bumpers to the brim;
A jollier year we shall not see.
But tho’ his eyes are waxing dim,
And tho’ his foes speak ill of him,
He was a friend to me.
Old year, you shall not die;
We did so laugh and cry with you,
I’ve half a mind to die with you,
Old year, if you must die.

He was full of joke and jest,
But all his merry quips are o’er.
To see him die across the waste
His son and heir doth ride post-haste,
But he’ll be dead before.
Every one for his own.
The night is starry and cold, my friend,
And the New-year blithe and bold, my friend,
Comes up to take his own.

How hard he breathes! over the snow
I heard just now the crowing cock.
The shadows flicker to and fro:
The cricket chirps: the light burns low:
’Tis nearly twelve o’clock.
Shake hands, before you die.
Old year, we’ll dearly rue for you:
What is it we can do for you?
Speak out before you die.

His face is growing sharp and thin.
Alack! our friend is gone,
Close up his eyes: tie up his chin:
Step from the corpse, and let him in
That standeth there alone,
And waiteth at the door.
There’s a new foot on the floor, my friend,
And a new face at the door, my friend,
A new face at the door.

 


Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)

Portret door Samuel Laurence, rond 1840

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Oudjaar (J. H. Leopold, Theodor Fontane, John Milton)

Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

Barend Cornelis Koekoek (1803 – 1862), Winterlandschap

 

Nu dat het jaar is oud en wit

Nu dat het jaar is oud en wit
En elk in zijn behuizing zit
Over het vuur gebogen,
Nu zal een wakkre zang opgaan
En dreunend aan de zolder slaan
Rumoerend in den hoge.

Hoe zit de huisman breed en goed
Op zijnen stoel en welgemoed
Keert hij de rug naar buiten
En tegen kou en overlast
Noodt hij de vrolijkheid te gast
Met neuriën en fluiten.

En dan op een gegeven woord
Zet in hij en onverstoord
Een bas met zware gangen,
Terwijl de vrienden honderd uit
Met tierelierend keelgeluid
Opvolgen en vervangen.

Tuinkoningen in wintertijd
Die al de strenge vorst ten spijt
Hun helder liedje zingen;
Wat ook voor leed heeft aangerand
Of dreigen mag, houd stand, houd stand,
Kloek hart zal ’t al bedwingen.


J. H. Leopold (11 mei 1865 – 21 juni 1925)

Doorgaan met het lezen van “Oudjaar (J. H. Leopold, Theodor Fontane, John Milton)”