Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

Winterwende

Verder en verder
de stad uit,
naar de onverlichte landen
wandelt hij,
de oude buitenslaper,
tranen kwijlend in zijn baard.
In het donker moet hij zoeken
naar wat niet
tussen mensen bestaat.
Oorzaakloos
flakkert in de lege kamer
een kaars.
Tijd likt onze handen,
trouwe hond die stinkt
en ouder wordt. Daarom
moeten wij vuren branden,
en alsmaar luisteren naar Bach.

Waar de nacht wit is
en schitterend van vorst,
keert hij om
en strompelt naar de stad terug
als een koning
met sterren bestrooid.
Samen met de ochtend
nadert hij, de ijspegels
aan zijn baard half ontdooid.
Gooi het joelblok in de haard.
Vouw cirkels tot slingers
en kroon de boom
rood wit rood.
Drie vonken stijgen
in de nacht:
een voor jezelf,
een voor je familie,
een voor de wereld.

 

Bosrand

Op een herfst zonder geloof
ging ik naar de hoeders van gene zijde.
Het was toen oktober
en mijn haar kleurde rood.
Ik ging uit de tijd,
dat wil zeggen,
ik ging uit de wereld.
Sprak tot een omgevallen boom
en zong voor één stervend blad.
Ik zag dat het denken
een lelijk huis was:
een vierkante woondoos
die ongenadig oprees uit de polders.
Sloopkogels!
Maar had alleen een BIC M10.

Langs een slootje schrijf ik dit,
bij dalend licht,
met uitzicht op een bosrand.
Tussen de stammen,
waar de nacht al begonnen is,
fluit een vogel de aarde stil.

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Doorgaan met het lezen van “Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish”

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

Dag liefje

Dit gedicht is andersom,
want alles is voorbij.
Het wordt al lente en
ik moet weg van hier.

Het mooie van de tijd is
dat hij doorgaat, trouwer dan mensen.
Zo verdwijnt ook alle pijn.
Zing maar met de vogels
die slecht weinig jaren hebben.

Dag liefje,
Sommige dingen heb ik nooit
gezegd, maar wel altijd gedacht.

Ik weet nog dat ik je zag
voor het eerst, in een zweefmolen,
je had een potlood in je haar.

 

Uit: Gratis tijd voor iedereen.

Elf witte gedaanten / in duisternis
Adem en ruis / onder zware gewelven

Diep in de zalen / flakkerend rood
Achter de stilte / één kleine vlam

Stenen plavuizen / glanzend van leegte
Roerloos rechtop / monnik en touw

Dunne witte armen / glijden uit plooien
Traag als gebeden /  omhoog langs het koord

Een knallende slag / wordt ronde galm
Sterft eenzaam uit / in zuigende stilte

De ruimte staat op / dan nogmaals een dag
Tien witte gestalten / schuifelden weg

Alleen blijft de monnik / met dreunend lawaai
In de doodstille kerk / absoluut silhouet

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Doorgaan met het lezen van “Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, John Cowper Powys, Sergei Efron, André Theuriet, Nikolaus Becker, Atticus Lish”

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

Een zingen

Naaldboomtakken zwiepen
en de hemel krimpt van eenzaamheid.
Dinges is gelukkig. In uw handen, heer.

Hier gebeurt het ware schrijven niet.
Op de huid en diep in het vlees
kerven messen namen.
Naaldjes krassen
in de lucht

en ik ga schaatsen, kilometers maken.
Wachten tot de tijd komt met zijn wisdoek.
Mensen glijden als zwanen over het water.

Als ik stop om te ademen
hoor ik
het wrijvingloos winterhard zingen
van schaatsen op ijs,

een zingen zo groot als een heideveld.

 

De wind in de nacht

In de nacht hoor ik de bomen fluisteren.
Het huis is tot over de rivier, tot over
het weiland, tot aan de slapende vogels
gevuld met namen van vroeger.
Lies Blom kwam als klein meisje in de klas,
en werd gepest vanaf de eerste dag,
toen ze aan de rand van het schoolplein
bleek te staan als een standbeeld.
Dertig jaar later verscheen ze op Facebook,
getrouwd, twee kinderen. Gelukkig,
dacht ik, het is goedgekomen.
Ik twijfelde over een berichtje,
om alles wat ik niet gedaan had,
maar klikte voorlopig op Like.
Twee weken later postte ze:
GAME OVER. 42, uitbehandeld.
En in juli 2012, toen ik diep in de nacht
zat te googelen om de wind niet te horen,
vond ik een rouwadvertentie uit mei,
namens inwoners en collega’s.
De wind in de bomen in de nacht.
Het bottenmannetje kruipt langs de
takken en ritselt met blaadjes.
Over drie uur moet ik naar het werk.
Alles, o alles. Alles moet anders.

 

In de tuin

Er staat iemand voor jou
te huilen in de tuin,
ga er maar even heen,
hij is nog klein, hij kan
het niet begrijpen.

 
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Doorgaan met het lezen van “Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker”

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

De bergtoppen van de geest

Uitgenodigd door hemzelf om voor te komen lezen
in Watou, zat ik plots aan tafel met de echte Komrij,
een ouderwetse grote geest, laten we wel wezen,
bereid mij alles te onthullen over kunst en poëzij.

Met de Nederlandse poëzij had hij niet veel,
zei hij. Dat ging meteen al goed. Ik hoorde eng’len zingen,
was betoverd, en door Sint Bernardus zag ik alles scheel,
maar trachtte dieper in ‘t mysterie door te dringen.

‘Er is veel ongezien leed,’ zei hij en keek mij in de ogen.
Het werd duisterder om ons heen, ik was een naaktslak
die een haas naliep, een bergpad op. Ergens in den hoge,

ver boven de aarde ging een lichtend landschap open
en ik wist niet of ik ‘s mans mysterie aangeraakt had,
of een soort verliefd was, of eenvoudig straalbezopen.

 

Berceuse

Zie mij aan met zachte ogen.
Bewaar voor later het doffe staren,
de kalme taxatie, de gêne
die wegkijkt en afglijdt.
Kom, leg je oog op mijn oog.

Open de zwarte poort en laat mij
dwalen in het donker, een rondgang
langs de ramen en de muren van je hart.
Dan zal ik zachtjes voor je zingen,
een liedje van de wint en het wezen
van de dingen.

En ik zal je aanzien met zachte ogen.
Daal af in mijn zwarte domein.
Je zult daar veilig zijn.

 

 

Fotografisch geleugen

Ik heb iets tegen snelportretten
de kiekjes van een zoutpilaar
genomen met een direct-klaar.
Te vaak, te vlug, te korte metten

wordt zicht in korrels afgebroken
om te vergelen, eindloos stranden
uit aangedane snuisterlanden
te pasfoto, -getrouwd, -ontloken.

Spontaan door prentenier bestolen
van tere wenken evenwicht
aan welk het eeuwig licht beloofd.

Wie alles klakkeloos gelooft
wordt standaard lachend opgelicht.
Het vogeltje klikt beetgenomen.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Doorgaan met het lezen van “Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker”

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Winterslaap

Laat mij koud en schitterend zijn,
en zonder mens. Van steen
wil ik zijn, een beeld in het park,
en niets kan mij raken,
en ik raak niets. Ik sta
en bekijk de seizoenen.

Maar zet mijn hoofd in koele aarde.
Dan kan ik in de loop van jaren
wortelen in het donker,
waar grondwater zachtjes sijpelt
en koele bezoekers geluidloos
voorbijglijden. Heel langzaam

ga ik als boom een winter in.
Het blad heb ik reeds afgeworpen,
de wind waait door mij heen,
kaal tot in de kleinste vertakking
ben ik, maar diep van binnen
stroomt het sap.

 

Gedicht gevonden in een aardewerken pot

We zijn gekomen op voeten van leem
en gestegen op vleugels van rook.
Van oeroude eiken reiken de wortels
inmiddels tot het middelpunt der aarde.

Wat nu?
Nu moet het snel gaan.
Nu moet het gebeuren.

Koninkrijken kwamen en gingen,
de ijstijd is voorbij en ook het Krijt
kunnen we zo langzamerhand
als afgesloten beschouwen.

Ikzelf ben nu al over de dertig
en mijn zus is twee jaar ouder.
Wie kan zich nog heugen
dat vrouwen van ribben en mannen
van modder werden gemaakt?

Het begin is dus voorbij.
Madagaskar ligt op zijn plek
en de Alpen staan. We moeten door.
We kunnen niet langer wachten.
Er is geen tijd meer, geen seconde.

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

Doorgaan met het lezen van “Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker”

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Brief

Dat ik je liet zitten
toen je in stukken viel
aan het hoofd van de tafel

je beefde ineens en begon
schokkend te huilen, want
je zag het, je zag het,
53 jaar en een oude kraai
maakte een zwart nest in je hoofd

dat ik toen gewoon bleef zitten
en niet naar je toe kwam en je aanraakte,
wat kan ik daar nu eigenlijk nog over zeggen.
(het spijt me, het spijt me zo)

 

Pijnloze metamorfosen

III

Laten we zeggen:
ik ben een moordenaar.
Er is een moment
dat wordt ingeklemd
tussen voor en na, oneindig dun.
Ik heb een mens gedood
en niemand weet het
en ik weet het evenmin.
Er huist in mij een niet-bestaan
dat muren om zich heen verlangt.

Vreemd hoe alles gewoon is:
een halfje bruin bij de bakker,
een wandeling in het park,
niemand is bang voor mij.
Ik aai een kind
met dezelfde hand
en sleep een suizend
vacuüm achter me aan.
Persephone schrijft mij
lange brieven.

 deroode

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Nederlandse schrijver en journalist Martin van Amerongen werd geboren op 8 oktober 1941 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Nooit komen rampen eenzaam als verspieders

„Ik had tot op dat moment weinig verstand van de dood. De eerste (en laatste) dode die ik had gezien was mijn grootmoeder, via een foto in haar kist, die door een glasplaat was afgedekt. Wacht even! Ik vergeet Piet de Schildpad, die plotseling niet meer bewoog, waarna de familie hem een eerlijk zeemansgraf heeft bezorgd vanaf de brug over de Nieuwe Prinsengracht. Dood en verderf hebben mij altijd gefascineerd, exclusief als cultureel fenomeen, van de ongelukkige Violetta Valery tot de macabere graaf Dracula. De daadwerkelijke confrontatie bleef mij echter bespaard. Dus besloot het lot dat ik iets in te halen had. Anneke en ik zaten in een café tegenover het Centre Pompidou, toen zij vertelde dat zij sinds een paar weken van die rare visioenen had. Het waren grote, helderwitte vlakken, met een sereen karakter, of je naar een soort maanlandschap keek. Onaangenaam waren die visioenen eigenlijk niet. Toch leek het ons verstandig om het verschijnsel aan een deskundig iemand voor te leggen.
Er werd een hersenscan gemaakt, die in zo’n klassieke gaatjesenveloppe werd gestoken, waarmee wij ons naar de neuroloog begaven.
«Draag jij het maar», zei Anneke. «Anders heb ik het gevoel dat ik met m’n doodvonnis onder m’n arm loop.»
«Doe niet zo eng!» zei ik.
Gedrieënlijk — zij, de neuroloog en ik — bekeken wij het materiaal. Het was een tumor, een andere conclusie was niet mogelijk. Anneke, die verpleegster was geweest, stelde een paar ter zake doende vragen. Vervolgens pakte de neuroloog de telefoon en begon iets te regelen. Op weg naar de auto zei ik: «Gelukkig maar dat het een tumor is. Ik was even bang dat het kanker zou zijn.»
«Dokter Pipi», zei Anneke, «een tumor ís kanker.»
Daarna begonnen de sterfgevallen zich in mijn omgeving in een tumultueus tempo te ontwikkelen. Ik ging naar de begraafplaats Zorgvlied met de routine waarmee men naar de kapper gaat, de kraaien sloegen mij familiair op de schouders en de begrafenisondernemer was inmiddels een huisvriend geworden.“

amerongen

Martin van Amerongen (8 oktober 1941 – 11 mei 2002)

 

De Amerikaanse schrijver Benjamin Cheever werd geboren op 8 oktober 1948 in New York. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Selling Ben Cheever

„In January of 1997, when I was training to be a car salesman, another man and I used to spend the afternoon coffee break together. “When you want to become a car salesman, does that mean you’ve hit the bottom of the barrel?” he said, finally, without meeting my eye.

“No,” I said, “it depends on what kind of salesman you turn out to be.” I still believe that. There was quality at the auto store, at CompUSA and even at Nobody Beats the Wiz.

There were stinkers, too, of course, but they were also interesting to me. I was a stranger, a foreigner in the service economy. I’ve lived most of my life in Westchester County and on Manhattan Island, which is where I took the jobs for this book, and yet I feel that in researching this book, I have traveled a great distance. I’d always stood on the other side of the counter. I’d always been the one with the money. I’d always been the mark.

I was raised to disdain sales. When I went to work after college in 1970 as a reporter at The Rockland Journal-News in Nyack, N.Y., I looked down on the advertising salesmen, even though they worked upstairs. I started at $100 a week. I believe they started at $115, and earned more if they actually sold advertising.

So why did I finally step through the looking glass? How did I make the transition from Senior Editor at The Reader’s Digest and a corner office in the Pan Am Building (now Met Life) to the all-polyester suit of a Burns Security Officer?

Research? Yes, and no.

I wanted to write. In 1988, I left my job at The Reader’s Digest, set out on my own, published a book of my father’s letters.

I then wrote a novel, and for those of you who think nobody will turn down a book with Cheever at the top of the page, I’m here to tell you they’re out there. By the dozens. Ultimately, I cleared that hurdle, had one novel published, then a second. Three’s the charm. The third would be my “break-out book.”

cheever

Benjamin Cheever (New York, 8 oktober 1948)

 

De Duitse schrijver Jakob Arjouni (pseudoniem van Jakob Bothe) werd geboren op 8 oktober 1964 in Frankfurt am Main.  Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 8 oktober 2007 en ook mijn blog van 8 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Happy Birthday, Türke!

„Es summte unerträglich. Immer wieder schlug meine Hand zu, doch sie zielte schlecht. Ohr, Nase, Mund – unerbittlich griff sie alles an. Ich drehte mich weg, drehte mich wieder zurück. Keine Chance. Mörderisch.
Endlich schlug ich die Augen auf und ortete die verdammte Fliege. Dick und schwarz sass sie auf der weissen Bettdecke. Ich zielte anständig und stand auf, um mir die Hand zu waschen. Den Spiegel mied ich. Ich ging in die Küche, setzte Wasser auf und suchte Filtertüten. Das lief noch eine Weile so, bis heisser Kaffee vor mir dampfte. Es war der elfte August neunzehnhundertdreiundachtzig, mein Geburtstag.
Die Sonne stand schon weit oben und blinzelte mir zu. Ich trank Kaffee, spuckte Satz auf die Küchenkacheln und versuchte, mich an den letzten Abend zu erinnern. Ich hatte mir eine Flasche Chivas geleistet, um den folgenden Tag in angemessener Weise einzuleiten. Das war sicher, denn die leere Flasche stand vor mir auf dem Tisch. Irgendwann war ich dann losgetrottet, um mir Gesellschaft zu suchen. Schliesslich hatte ich einen Rentner gefunden. Er wohnt zusammen mit seinem Dackel im Stockwerk über mir. Ab und zu spiele ich ein paar Partien Backgammon mit ihm. Ich war ihm im Hausflur begegnet, als er gerade mit seinem Hund pinkeln gehen wollte.”
 

arjouni

Jakob Arjouni (Frankfurt am Main, 8 oktober 1964)

 

De Franse schrijver en dichter André Theuriet werd geboren op 8 oktober 1833 in Marly-le-Roi. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

La Loire à Langeais

Large et lente, la Loire aux eaux éblouissantes
Se répand dans les prés aux clartés de midi.
Le sol brûle, là-bas les grèves blanchissantes
Sèchent au grand soleil leur limon attiédi.

Et sur les flots moirés dorment les vertes îles,
Ceintes de peupliers, d’aunes et de bouleaux :
Rameaux flottants, feuillée épaisse, frais asiles
Se bercent reflétés dans la splendeur des eaux.

Ouvrant ses bras d’argent, la royale rivière
Sur son sein qui frémit les presse avec amour ;
L’eau vers les saules gris, les saules vers l’eau claire,
Attirés et charmés s’avancent tour à tour.

Des vignes aux blés mûrs tout parle de tendresse.
C’est un murmure sourd, un chant voluptueux ;
La Loire, tout entière à sa muette ivresse,
Baise avec passion les vieux saules noueux…

La nuit vient. Au milieu d’une brume empourprée,
Le soleil s’est plongé dans l’onde qui rougit.
Le feuillage frissonne, et la lune dorée
Au sommet des noyers se montre et resplendit.

Et l’on entend dans l’eau, dans les sombres ramées,
Des rires, des baisers et des éclats de voix,
Comme si des amants avec leurs bien-aimées
S’entretenaient d’amour dans les sentiers des bois.

Et l’on croit voir passer de vagues ombres blanches :
Est-ce un frêle brouillard par le vent emporté,
Ou le jeu d’un rayon de lune sur les branches ?…
L’air exhale de chauds parfums de volupté.

C’est vous qu’on voit errer, ô splendides maîtresses !
Vous qui dans vos tombeaux sommeillez tout le jour,
Diane, Marguerite, ô reines, ô duchesses,
Fantômes des vieux temps et de la vieille cour !

Vous revenez la nuit : vos amants, vos poètes
Marchent à vos côtés. Fiers, souriants et beaux,
Contant de gais propos, chantant des odelettes,
Les couples enlacés glissent sous les bouleaux.

theuriet

André Theuriet (8 oktober 1833 – 23 april 1907)
Standbeeld in Bourg-la-Reine

 

De Duitse schrijver Nikolaus Becker werd geboren op 8 oktober 1809 in Bonn. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Die Rose

Es blühte eine Rose,
Wohl ist ihr keine gleich,
So hell und frisch von Farbe,
An süßem Duft so reich.

»War’, Röslein, nicht schon Einer,
Der emsig wartet dein,
Ich möcht’ all meine Tage
Dein treuer Pfleger sein!«

So zog ich in die Weite.
Mit sehnendem Gemüth
Kam ich zur Heimat wieder —
Ob noch die Rose blüht?

Ich trat zum Blumengarten:
In hartem, dürrem Sand,
Die Blätter traurig senkend,
Die schöne Rose stand.

Mag wohl der Thau ihr frommen?
Viel Thränen vielen drauf.
Sie hob die Blüthenkrone,
Die welke, nicht mehr auf.

Da ging ich trüb und schweigend —
Fluch dir, du Gärtnersmann,
Der eine solche Rose
So schmählich pflegen kann!

becker

Nikolaus Becker (8 oktober 1809 – 28 augustus 1845)
Buste in het Stadmuseum, Bonn

Alexis de Roode, Martin van Amerongen, Benjamin Cheever, Jakob Arjouni, André Theuriet, Nikolaus Becker

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Finish

De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?

Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.

Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
zonder steken, zo licht als een hert.

En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.

 

Fontein

Mijn hart spreekt in morsecode
als ik je zie. Geheime berichten
in geheime domeinen, tijding
van mijn binnenste aan mijn binnenste.

Mist, schitteringen in de verte,
cactussen die in bloei schieten,
bloemdieren in de diepzee die
licht geven in de onderstroom,

nee! Ik wil spreken als een fontein,
mijn stem dansend en klaterend
over engelenbillen van Carrarisch marmer!

Dus open ik mijn mond en zeg
(metershoge waterstralen glinsteren in de zon)
Laura Laura Laura Laura Laura Laura Laura

 

_alexis_de_roode

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Nederlandse schrijver en journalist Martin van Amerongen werd geboren op 8 oktober 1941 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: De buikspreker van God – Richard Wagner

 

“Nee, onomstreden is hij nooit geweest, deze beul van de moderne kunst, deze culturele vandaal, deze dolzinnig geworden gek, deze Don Quichotte, deze fou d’orgueil, deze Gesel gods, deze grote jodenvreter, deze arrogante jodenbengel, deze koninklijk-Beierse speeksellikker, deze Marat van de muziek, Z. M. Richard I von Wahnsing Willa Wallhall Weiha Lawei Wagner.”

(…)

 

“Cosima Wagner moge postuum een aantal negatieve dingen aan te wrijv
en zijn, zij was binnen het culturele leven van de negentiende eeuw een vrouw van niet te onderschatten formaat. Oppervlakkig gezien ooge zij als een leptosome hysterica, die zeker één keer per dag in onmacht viel of in tranen uitbarstte. In de praktijk was zij een hoogst daadkrachtige vrouw, zij wist wat zij wilde, zij besefte dat zij een van de grote genieën van haar tijd onder handbereik had en zij trotseerde daar alles voor: de toorn van haar vader, Franz Liszt, de vertwijfeling van haar eerste echtgenoot, Hans von Bülow, en de giftige roddelpraat van de openbare mening.”

(…)

 

“In discografisch opzicht wordt de in Wagner geïnteresseerde luisteraar ogenschijnlijk rijkelijk bediend. Het valt in de praktijk nogal tegen. Ook de fonografische registratie van een Wagneropera wordt gehandicapt door de extreem hoge eisen die de componist aan zijn executanten stelt. Wagner vond weliswaar een nieuwe muziektaal uit, maar hij vergat helaas de daarbij behorende stembanden te ontwerpen. Wat dat betreft is hij frère en compagnon van Ludwig van Beethoven, wiens uitermate gecompliceerde Fidelio eveneens zelden of nooit aanvaardbaar op de plaats is vastgelegd.”

 

VanAmerongen

Martin van Amerongen (8 oktober 1941 – 11 mei 2002)

 

De Amerikaanse schrijver Benjamin Cheever werd geboren op 8 oktober 1948 in New York. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: The Good Nanny

 

Sotheby’s had placed the ad in the New York Times Magazine section. Joy Gainsborough-Orsini had spread her Gore-Tex parka on the sod, gone down on her belly to shoot the picture. And so the building-large enough in life-seemed to pierce the very skies.

Shown now in the last rays of a watery March sun, the edifice towered amid immature plantings. This was on the Albany Post Road and directly across Scarborough Station Road from the Scarborough Presbyterian Church. Although substantially smaller than the church, the house seemed to vie with that structure as to which was to be the more preposterous demonstration of man’s aspiration to transcend practicality. Both buildings were designed to excite awe. Both were far too large to justify their purposes as shelter.

The church was substantially bigger than its competitor, but the Cross residence had the Gothic windows once reserved for places of worship, and a three-car garage mahal. It outgunned the sanctuary six toilets to one.

Featuring the largest lawn in the development, the wedding cake of a house was bordered on the left by a replica of Washington Irving’s Sunnyside. A miniature of the dome of Jefferson’s Monticello took the right flank. The builder’s motto and slogan: “The Grandeur and Genius of the Past; the Comfort and Convenience of the Future.” The development: Heavenly Mansions.

This was Saint Patrick’s Day in the New Millennium, and Tara’s owners were hosting a party. The invitations had been cardboard shamrocks with “You survived Y2K, now come toast Andie,” and then this line from Housman: “Malt does more than Milton can to justify God’s ways to man.” Although few of the guests were drinking malt. They were drinking Frascati, and a fruity Chardonnay. All purchased at The Art Of Wine in Pleasantville.

The host, Stuart Cross (no relation to the pens, thank you), was heading into the great room with a fresh tray of oysters. The hostess, Andie Wilde (no relation to the famous playwright and pederast, alas) was at the granite-topped island in the kitchen, taking the Saran Wrap from a bowl of guacamole. Stuart was 59. Andie was 32, a small, slender brunette now wearing an ankle-length suede skirt, which snapped up the front, and a black cashmere turtleneck. Andie always gave the impression of having just finished an exhaustive crying jag. Perh
aps it was the too-generous use of mascara; perhaps it was something more fundamental to her character. This melancholy cast had rendered her irresistible to a certain type of male, many of whom were powerful or rich.

She’d grown up bookish in bookless Vandalia, Ohio-Dayton’s airport town. “Raised in a bowling alley, but with the soul of an English maiden,” Stuart had said, casting the first of the honeyed barbs that snagged Andie’s heart. “If I weren’t so old and shrewd, I never would have gaffed her,” he said once when quite drunk. “I paid attention. Pay attention, and you needn’t be kind.”

 

BenCheeverNOW

Benjamin Cheever (New York, 8 oktober 1948)

 

De Duitse schrijver Jakob Arjouni (pseudoniem van Jakob Bothe) werd geboren op 8 oktober 1964 in Frankfurt am Main.  Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 8 oktober 2007 en ook mijn blog van 8 oktober 2008.

 

Uit: Der heilige Eddy

 

“Eddy saß in der U-Bahn auf dem Weg nach Hause. Zwischen seinen Beinen standen fünf KaDeWe-Tüten. Innerhalb einer Stunde hatte er drei iwc-Portofino-Uhren, einen Rubinring, drei Cashmere-Morgenmäntel, drei Canon-Kameras, zwei Sets Zwölf-Personen-Silberbesteck, zwei Kisten Cohibas Esplen didos und zwei elektrische Zahnbürsten gekau∫. Alles zusammen im Wert von etwa zwölftausend Euro. Bis auf die Zahnbürsten wollte er alles noch am selben Abend zu seinem Hehler in der Pestalozzistraße bringen. Herr Schulz führte vorne raus ein Geschä∫ mit Blechspielzeug und alten Puppen, im Hinterzimmer hatte er für ausgewählte Kunden eine Art Kramladen für Luxusgüter. Wenn sich die Ware verkaufte, bekam Eddy sechzig Prozent vom erzielten Preis.

Kurz vor fünf hatte die Verkäuferin in der Ka- DeWe-Lederwaren-Abteilung zu Eddy gesagt:

»Tut mir leid, Herr Dregerlein, aber Ihre visa-Karte scheint gesperrt zu sein.«

Woraufhin Eddy gutgelaunt »Ui-ui-ui!« erwiderte und einen Tausendzweihundert-Euro-Leder –Koffer  zurück auf den Verkaufstresen gestellt hatte.

»Hab ich’s wohl mal wieder übertrieben! Aber Ihr Kaufhaus ist ja auch so was von verführerisch.

Und eine Auswahl! Ich komme aus Bochum, da haben wir so was nicht. Also bitte: Entschuldigen Sie die Umstände, und einen schönen Tag noch.«

Eddy schaute auf die Tüten vor sich. Wenn die Ware sich wie gewohnt verkaufte, und zusammen mit den dreitausend Euro in bar, die er auf dem Weg ins KaDeWe ungläubig aus Deger- oder Dregerleins Brieftasche gezogen hatte, belief sich sein Verdienst an diesem Tag auf etwa zehntausend Euro.

Zehntausend Euro! Machte vier Monate mit je zweitausendfünfhundert Euro, wie ein richtiges Gehalt. Oder fünf Monate mit je zweitausend. Oder wenn er die Summe mit ein paar Blindennummern oder Sexshop-Erpressungen zwischendurch streckte und eher bescheiden lebte, dann käme er sogar auf sechs Monate. Sechs Monate, in denen er nicht arbeiten musste und sich ganz auf die Musik konzentrieren konnte. Oder mal in echte Ferien fuhr. Nicht in irgendein mondänes Touristenzentrum, um reiche gelangweilte Ehefrauen aufzureißen, sondern in ein kleines Dorf, auf eine Insel oder an einen See, nur Einheimische, ein hübsches Restaurant, schwimmen, spazieren, Gitarre spielen, mal wieder ernstha∫ komponieren

. . . Eddy seufzte, als säße er schon auf der schattigen Restaurantterrasse mit Blick aufs Meer, eine Bohnensuppe und ein Glas kühlen Rotwein vor sich. Mit Deger- oder Dregerlein da hast du Schwein!“

 

jakob_arjouni

Jakob Arjouni (Frankfurt am Main, 8 oktober 1964)

 

De Franse schrijver en dichter André Theuriet werd geboren op 8 oktober 1833 in Marly-le-Roi. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

Le chemin des bois

 

Les frais sentiers de l’Idéal,

C’est aux lois qu’on les retrouve,

Près de la source oii, matinal,

Le ramier soupire et couve.

 

Le chant divin de l’Oiseau hleu.

C’est aux lois qu’on croit l’entendre,

Quand le coucou, comme un adieu.

Dit son refrain grave et tendre.

 

La vie emplit les bois profonds :

rieurs, oiseaux, souffles d’air libre,

Cœurs aimants, travailleurs féconds,

Aux bois tout palpite et vibre.

 

Aux bois émus, aux bois baignés

De rosée et de lumière,

J’offre mes vers tout imprégnés

De la senteur forestière.

 

theuriet-1-

André Theuriet (8 oktober 1833 – 23 april 1907)

 

De Duitse schrijver Nikolaus Becker werd geboren op 8 oktober 1809 in Bonn. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

Die treue Haut

 

Sie haben einen Vetter da,

Dem Gutheit aus den Augen sah.

Ich fragte sie: was thut der hier?

Antworten sie: Den nähren wir

Aus Christenpflicht, um Gottes Lohn,

Er wohnt bei uns seit Langem schon,

Und priesen insgesammt in laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Sie luden Gäst´in großer Zahl,

Sie sagten ihm: Besorg`da Mahl!

Da ist er hin und her gerannt,

Bis Alles auf der Tafel stand.

Sie saßen freudig rings umher,

Am Katzentischchen selber er;

Doch priesen sie zum Schluß ihn laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Und als sie nun gefahren aus,

Sie sagten ihm: Bewach´das Haus,

Die Kinder hüt´, verpfleg´das Vieh

Und halte gute Ordnung hie!

Er hat es fließig so vollbracht.

Sie kehrten heim in später Nacht,

Sein Licht sie nahmen, priesen´s laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Und wenn das Seil am Brunnen brach,

Der Eimer in der Tiefe lag,

Und wenn die Birne und dir Pflaum´

Reif waren auf dem steilsten Baum;

Was sich begab in Ernst und Spaß,

Sie sagten ihm: Thu´Dies und Das!

Und priesen, wenn´s geschehn, ihn laut,

Er sei so eine treue Haut.

 

Sie sagten ihm: Bist du gesund,

So thu´es uns nur eben kund.

Doch hat er´s nicht mehr kund gemacht;

Denn er verschied in selber Nacht.

Da klagten sie´s den Nachbarn laut;

Schad´, daß er starb, die treue Haut!

 

Becker

Nikolaus Becker (8 oktober 1809 – 28 augustus 1845)