Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Uit: De bekeerlinge

“Tijdens de middeleeuwen lagen de primitieve huizen verstrooid tussen moeilijk begaanbare rotsen en opgeschoten eiken, beschut door de hoge rotswand, een natuurlijke muur van bijna honderd meter. Soms stuit je nog op oude kelders te midden van droog gras, kreupelhout en met tijm begroeide rotsen. De donkere holten geuren naar schimmel en aarde, zelfs op hete dagen. Hier, deze wilde plek vol bramen en verdorde wikke waar ik overdag vaak zit te dromen, was ooit een kamer waar geboren en gestorven werd. Rond de tiende eeuw braken vetes uit over de diepe waterputten die onder sommige kelders lagen. In periodes van hitte — de beruchte canicule — werd het water brak en vergiftigde de bewoners. Zwervers werden beschuldigd en gemarteld, al was het maar om de gedachte aan het offer levendig te houden. Daar op de hoogten, in de buiteling van rafales, mistral en tramontane stonden gammele bouwsels met hun vensterloze rug naar de wind gekeerd, zodat ze het eeuwen uithielden. Ze verschilden niet wezenlijk van die primitieve steenconstructies, de bories die herders in de droge vlakte of in de eikenbossen bouwden. Toen al maakte men een simpel kijkgat in de steen, dat ’s winters kon worden dichtgemaakt met de huid van een wolf of een vos, soms met een strakgespannen varkensblaas. De middeleeuwse huizen werden gebouwd op smalle percelen met onvaste ondergrond. Zwaar en halsoverkop gestapeld leunden de metersdikke muren tegen elkaar aan. Ze werden hoger met de eeuwen, maar de bouwkennis evolueerde niet mee. Daarom stortten, vanaf de late achttiende eeuw, heel wat huizen gewoon in. De ruïnes vervielen tot schilderachtige steenhopen, begroeid met wilde wingerd die bloedrood kleurt in oktober. De overgebleven panden leunen sinds tijden op hun smalle, zware gevels als oudjes op hun stok. Ze hebben de eeuwen met oplapwerk doorstaan. Het verstofte bindmiddel van klei en zand werd vervangen door cement. De oude eiken stutbalken en geïmproviseerde steunberen werden verstevigd met beton, de huizen worden bij elkaar gehouden met stalen stangen die dwars door de muren werden geschoven en daarna aangeschroefd, vastgezet met het sierlijk smeedwerk van sluitringen die soms lijken op de scharen van een schorpioen.”

 

Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

Afstand

Afstand is het tandwiel
op de spookachtige as van mijn gehoor,
dat de afgestorven geest fijn maalt
van die ongeboren god
die wacht om gepakt te worden
door de blauwe snelheid van de aarde,
die draagt in een behandelde urn
het geplukte hart – het onze,
het klopt, het wordt gehoord, het klopt, het wordt gehoord,
een bol in wilde groei –
de wegen zijn nat van tranen,
geheugen kwetsbaar en elastisch,
een slinger voor stenen, een gondel
verdronken in het kinderlijke Venetië,
een tand die met een koord uit de cellen is gescheurd –
vanaf het lege voetstuk van de Vesuvius. En jij bestaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983) Portret door Paul Mecet, 2014

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn drie blogs van 31 maart 2019

Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski, Andrew Lang, Nichita Stănescu, Hartmut Lange, Marge Piercy

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

4 Staatslieden: Kuyper

Een manisch depressieve schriftgeleerde,
geducht om zijn immense diarree
van woorden. Hij schiep VU en ARP
en was de hoofdman der gereformeerden.

De in zijn kring afgodisch haast vereerde
werd Kamerlid, was vier jaar lang premier,
verloor daarna; er kwam geen Kuyper II.
Ook later niet omdat het tij toen keerde.

De krant ‘Het Volk’ onthulde een schandaal.
Door lintjeshandel en een roomse snol,
bekwaam in ‘de perversiteit suceeren’

(bedoeld wordt hier bevrediging, oraal),
was het gedaan met Kuyper’s heldenrol;
hij trok zich terug en zou niet meer regeren.

 
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)
Den Haag

 

De Russische essayist, criticus en schrijver Kornej Ivanovitsj Tsjoekovski werd geboren in Sint-Petersburg op 31 maart 1882. Zie ook alle tags voor Kornej Tsjoekovski op dit blog.

Crocodile (Fragment)
(an old tale)

Meets Crocodile:
“Anyone I have not forgotten,
And for each of you
I have gifts in store!
Lev –
Halva,
The monkey –
Gingerbread,
Eagle –
Candy,
The Hippo –
Books,
Buffalo – rod,
The ostrich – pipe,
The elephant – candy,
And the Elephant – gun…”

Only Tohoshinki,
Only Konoshenko
Not presented
Crocodile
Anything.

Cry Totosha with Cocosa:
“Daddy, you are so bad!
Even for stupid Sheep
Do you have candy.
We don’t someone else,
We are your children, family,
So why, why
Do we not brought anything?”

Smiled, laughed Crocodile:
“No, cubs, I don’t forgot:
Here’s a Christmas tree scented, green,
From far from Russia brought,
All wonderful hung with toys,
Gilded nuts, crackers.
That candle we are on the Christmas tree will light,
That song we sing Christmas tree:
“Man you served to kids
Serve now and us and us and us!”

 
Kornej Tsjoekovski (31 maart 1882 – 28 oktober 1969)
Hier met Alexander Blok (links)

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Zie ook alle tags voor Andrew Lang op dit blog.

Robin Hood And The Monk (Fragment)

In somer when the shawes be sheyne,
And leves be large and longe,
Hit is full mery in feyre foreste
To here the foulys song.

To se the dere draw to the dale,
And leve the hilles hee,
And shadow hem in the leves grene,
Vndur the grene-wode tre.

Hit befell on Whitsontide,
Erly in a may mornyng,
The son vp fayre can shyne,
And the briddis mery can syng.

‘This is a mery mornyng,’ seid Litulle Johne,
‘Be hym that dyed on tre;
A more mery man than I am one
Lyves not in Cristiante.’

‘Pluk vp thi hert, my dere mayster,’
Litulle Johne can sey,
‘And thynk hit is a fulle fayre tyme
In a mornynge of may.’

‘Ze on thynge greves me,’ seid Robyne,
‘And does my hert mych woo,
That I may not so solem day
To mas nor matyns goo.

 
Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)
Portret door Sir William Blake Richmond, 1855

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

Distance

Distance is the cog wheel
on the haunted axle of my hearing,
grinding fine the deadened mind
of that unborn god
waiting to be caught
by the earth’s blue speed,
and carrying in a handled urn
the plucked heart – ours,
it’s beating, it’s heard, it’s beating, it’s heard,
a sphere in wild growth –
the roads are wet with tears,
memory frail and elastic,
a sling for stones, a gondola
drowned in childlike Venices,
a tooth yanked from the cells with a string –
down the empty socket of Vesuvius. And you exist.

 

The Hieroglyph

What loneliness
to find no meaning
when there is a meaning

And what loneliness
to be blind in the full light of day, –
and deaf, what loneliness,
amidst the swelling of a song

But not to understand
when there is no meaning,
and to be blind in the middle of the night,
and deaf when silence is complete, –
oh, loneliness within loneliness!

 
Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Hartmut Lange op dit blog.

Uit: Das Konzert

„Zuletzt erschien Liebermann, hüstelte verlegen, sprach davon, daß die Philharmonie einer belagerten Festung glich, wollte wieder fort, aber seine Blicke auf Frau Altenschul und die Unmißverständlichkeit, mit der er ihr seinen Arm bot, um sie endlich, es war höchste Zeit, in die gemeinsame Loge zu führen, blieben ohne Erfolg. Sie machte sich Sorgen, ob Lewanski für seinen Auftritt in angemessener Weise gekleidet sein würde, und sie wollte partout, daß er den weißen Seidenschal lose um den Kragen legen und damit seinem Auftritt das allzu Feierliche nehmen sollte.
Über den Rest, versicherte sie, müsse man sich keine Gedanken machen, und sie zitierte als unumstößlichen Beweis eine Nachricht, die ihr Lewanski vor ein paar Tagen hatte zukommen lassen:
»Liebe, verehrte Freundin, denken Sie nicht, ich sei undankbar oder ich hätte es bereut, in Ihrer Nähe wieder seßhaft zu werden. Ich weiß, wie sehr Sie mich lieben, ich bewundere Ihre Hartnäckigkeit, mit der Sie unser aller Schicksal rückgängig machen wollen. Ich spiele Beethoven, immer nur Beethoven, und ich kann Ihnen sagen, daß ich voller Zuversicht bin.«
In der Tür, aber so, daß er mit seinem Rücken die Wand des Korridors fast berührte, stand Schulze-Bethmann.
Er wollte offenbar etwas sagen, fand aber keine Gelegenheit, und man wunderte sich, daß er, der sonst in fast unhöflicher Weise zurückhaltend war, derart im Wege stand, und Liebermann hatte Mühe, an ihm vorbeizukommen, als er mit den Worten: »Gut, dann werde ich das Schauspiel allein genießen« die Garderobe verlassen wollte.
»Wir werden Nachbarn sein«, sagte Schulze-Bethmann, »und ich habe einen Gast mitgebracht, der Sie durchaus nicht erschrecken soll.«
»Was meinen Sie?« fragte Frau Altenschul, die immer bereit war, eine gewisse Gereiztheit, die sie beim Anblick Schulze-Bethmanns überkam, nicht zu unterdrücken.
»Da es, wie ich höre, ein Auferstehungskonzert werden soll«, sagte Schulze-Bethmann, »sollte man auch den Gedanken an eine Versöhnung nicht außer acht lassen.«
»Das ist doch selbstverständlich«, sagte Frau Altenschul.“

 
Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)
Cover

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit. Zie ook alle tags voor Marge Piercy op dit blog.

Season of skinny candles

A row of tall skinny candles burns
quickly into the night
air, the shames raised
over the rest
for its hard work.

Darkness rushes in
after the sun sinks
like a bright plug pulled.
Our eyes drown in night
thick as ink pudding.

When even the moon
starves to a sliver
of quicksilver
the little candles poke
holes in the blackness.

A time to eat fat
and oil, a time to gamble
for pennies and gambol.

 

The seder’s order

The songs we join in
are beeswax candles
burning with no smoke
a clean fire licking at the evening

our voices small flames quivering.
The songs string us like beads
on the hour. The ritual is
its own melody that leads us

where we have gone before
and hope to go again, the comfort
of year after year. Order:
we must touch each base

of the haggadah as we pass,
blessing, handwashing,
dipping this and that. Voices
half harmonize on the brukhahs.

Dear faces like a multitude
of moons hang over the table
and the truest brief blessing:
affection and peace that we make.

 
Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

Zie voor de schrijvers van de 31e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski, Andrew Lang, Nichita Stănescu, Hartmut Lange, Marge Piercy

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

Mont Ventoux

De Reus werd door Petrarca reeds bedwongen
en velen hebben het nadien gedaan.
Een zware klim, schreef hij, maar boze tongen

beweren dat hij daar nooit heeft gestaan;
de schepper van onsterfelijke zinnen
is enkel in de geest bergop gegaan.

Een renner hoeft daar niet aan te beginnen,
beestachtig afzien wordt van hem verwacht;
met metaforen valt geen rit te winnen.

Het snot voor ogen! En ontbreekt de macht,
neemt hij soms toevlucht tot het clandestiene.
Tom Simpson heeft die missie niet volbracht;

moraal en hitte sloopten zijn machine.
Wat ook niet hielp was de amfetamine.

 
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

Doorgaan met het lezen van “Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski, Andrew Lang, Nichita Stănescu, Hartmut Lange, Marge Piercy”

Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Zijn troost

Men maakt een dier dood
in de nacht; iets kleins en
wilds wordt in de struiken
omgebracht.

Omdat hij stemmen hoorde,
dacht hij dat het volstond
als men geloofde;

maar even later huilt verschrikking
in een gracht.

Men heeft je niets beloofd bij
de geboorte;
maar overlast, het roken en het
drinken tot in de ochtend,
de volle maan die van de lucht afglijdt

en scherven in je armen –

je hebt die dingen zelf bedacht,
verwacht dus ook maar
geen erbarmen.

 

Zoals je thuis tikt

Dat het niet aanklinkt
maar er is, als regen,
waaiend over de toetsen
die tegen je spreken.

Lichte hagel, scherp
als nagels, klinkt er nu
en dan in mee.

Geduld, als je op snelheid
komt, een hoger ritme
dat het hart kalmeert

en alles – bomen groeien
door het raam, de glasgordijnen
ademen als een dier –
wordt daarin opgenomen:

je handen, snel als wolken
in september, tikkend
op een zwart klavier.

 

Verwensing van geluk

Je hebt het hart niet
om de stenen te begeren;
maar stenen dauwen
als je loopt.

Het huis heeft licht gedronken.
Wankelend komen stemmen
in de oren, de messen
zwellen scherp op snee.

Plots helt je lichaam iets te ver.
Ik ben dit niet gewend,
dit snikken van je harde
armen, dit warme klauwen

in mijn hals
De bloemen gillen roze.
We slapen ons voorbij.

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Doorgaan met het lezen van “Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu”

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: ‘Het Bittere Onkruid’

“De sterren

Van het raam van mijn kamer uit zag ik in de verte mijn vader aankomen. Sinds enige weken was ik uit het ziekenhuis. Wel moest ik nog een paar uur per dag rusten, maar ik was geheel hersteld.

Meer dan deze straat kende ik van Amersfoort nog niet. Het was een stille buitenwijk met nieuwe, twee aan twee gebouwde huizen, omringd door tuinen.

Mijn vader liep met korte, stevige passen en nam met een zwierig gebaar zijn hoed af voor een vrouw, die in haar voortuin bloemen stond te plukken. Zij scheen iets tegen hem te zeggen, want hij hield even zijn pas in. Toen hij vlak bij het huis was, zag ik dat hij een pakje in zijn hand hield. Een bruin pakje. Ik ging naar beneden, stak mijn hoofd om de huiskamerdeur en kondigde aan:

‘Daar komt vader met een pakje.’

‘Wat zit er in?’ vroeg ik bij de voordeur.

‘Waarin?’ vroeg mijn vader, die rustig jas en hoed ophing. Hij had het pakje op de kapstok gelegd.

‘Nou,’ zei ik ongeduldig, ‘in dat pakje, dat je bij je hebt.’

‘Je zult het wel zien,’ zei hij. ‘Kom maar.’

Ik volgde hem naar binnen. Daar legde hij het op tafel, terwijl iedereen er nieuwsgierig naar keek. Er zat een touwtje omheen, waarvan hij eerst geduldig de knopen lospeuterde. Daarna vouwde hij het papier open. Het waren de sterren.

‘Ik heb er voor allemaal wat meegebracht,’ zei hij, ‘dan kunnen jullie ze op al je jassen naaien.’ Mijn moeder nam er een uit het pakje en bekeek die aandachtig. ‘Ik zal eens zien of ik gele zij in huis heb,’ zei ze.

‘’t Is oranje,’ zei ik, ‘je moet er oranje garen voor gebruiken.’

‘Het lijkt mij beter,’ zei Lotte, de vrouw van mijn broer, ‘om garen in de kleur van je mantel te nemen.’

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

Cover

Doorgaan met het lezen van “Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange”

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Kampeerbekers

„In de winter van 1942-1943 zeiden ze tegen ons: ‘Jullie hadden al lang weg moeten zijn’. Maar we haalden onze schouders op. We bleven. Ik mocht nu ook iedere dag langer op. Het was maanden geleden dat ik buiten gewandeld had. Ik ging achter ons huis om, de landweg in, die op het bos uitkwam. Omdat we tijdens mijn kuur in een andere plaats waren gaan wonen, was ik hier nog niet eerder geweest. Het was er heel stil. Af en toe kwam een boer voorbij met melkkannen. Hij groette schuw, maar dat zou hij iedereen gedaan hebben. Een magere hond wandelde met me mee. De schelle roep van een vrouw klonk in de verte. Vliegtuigen vlogen zacht zoemend over.

Op een dag kwam ik van een wandeling thuis en vond drie brieven in de bus. Het waren lange, gele enveloppen. Onze namen stonden er voluit op en ook de datum van onze geboorte. Het waren de oproepen.

‘We moeten ons melden’, zei mijn broer.

‘Ik voel er weinig voor’, zei zijn vrouw. Ze waren pas getrouwd en alles was nog erg nieuw in het huis.

‘We zullen iets van de wereld zien, het lijkt me wel avontuurlijk’, zei mijn broer.

‘Het zal een enorme reis zijn’, zei ik, ‘ik ben nog nooit over de grens geweest’.

We kochten rugzakken en voerden onze kleren met bont en flanel. We stopten overal doosjes vitaminen in. Ze hadden ons gezegd dat we dat doen moesten. Op de oproep stond ook nog dat we kampeerbekers moesten meenemen. Mijn broer ging ze in de stad kopen. Toen hij al bijna de straat uit was, kwam ik hem snel achterop.

‘Ik ga even mee’, zei ik, ‘ze zullen niet gemakkelijk te krijgen zijn’.

‘Denk je?’ vroeg mijn broer, ‘we zullen zien’.

In een bazar, waar we eerst voorbij kwamen, zagen we alleen maar stenen bekers. ‘Die breken te gauw onderweg’, zei mijn broer. In een volgende winkel hadden ze wel kampeerbekers, maar die vond mijn broer te klein. ‘Daar kan niks in’, zei hij.“

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

Doorgaan met het lezen van “Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange”

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009 en ook mijn blog van 31 maart 2010.

 

Uit: Rose schuimpjes

 

‘Mag ik een ons schuimpjes?’ vroeg hij.

‘Hebt u een vergunning?’ vroeg het meisje achter de toonbank.

‘Nee,’ zei hij.

‘Dan gaat ’t niet, dat weet u.’

‘Wilt u ze mij niet zó verkopen?’ Hij bracht zijn gezicht iets dichter bij het hare.

‘Ik kijk wel uit. Mij te riskant. Mag ’t niet iets anders wezen? Ik heb verse boterbiesjes, kletskoppen, kano’s, spritsen, macarons…’

‘Het klinkt heel smakelijk allemaal, maar ik kom voor schuimpjes.’

‘Meneer, ik mag ’t niet doen.’ Ze keek over zijn schouder alsof ze de volgende klant wilde helpen. Maar er was verder niemand in de winkel.

Hij bleef staan en boog zich nog wat meer naar haar toe. ‘Wilt u voor deze keer niet eens over uw hart strijken?’

‘Ik heb alleen rose schuimpjes,’ zei ze.

‘Dat komt goed uit. Die wou ik net hebben.’ Hij zette zijn tas voor haar neer, deed hem open en liet haar een koffieblik zien, waarvan hij het deksel afnam. ‘Als u ze hier in doet, kraait er geen haan naar.’

‘Vooruit dan maar.’ Het meisje zuchtte. ‘Voor deze ene keer wil ik ze u wel klandestien verkopen. Maar zegt u in godsnaam nooit tegen iemand dat u ze van mij hebt.’ Ze bukte zich achter de toonbank, zodat hij alleen nog haar rug zag met de gekruiste witte schortbanden.

Hij hoorde haar in een trommel scharrelen en hield zijn tas alvast zo ver mogelijk open. Toen ze weer recht stond, deed ze snel het zakje in het blik.

‘Dat is dan tweevijftig,’ zei ze.

‘Pardon?’ Hij schrok. ‘Kost een ons schuimpjes tweevijftig?’

‘Wat wilt u? Zonder vergunning. Denkt u eens aan het risiko dat ik loop.’

Hij knikte. ‘Het is goed,’ zei hij, legde een biljet van een rijksdaalder voor haar neer en verliet de winkel.

Toen hij de tramhalte aan de overkant van de straat had bereikt zag hij een agent langzaam op zich af komen. Gelukkig schoof op dat moment net een lijn 14 langs de vluchtheuvel. Hij holde er naar toe en wist in het gedrang met moeite een plaats te vinden op het achterbalkon. Aan de hand waarmee hij de lus vasthield hing ook zijn tas. Een vrouw vroeg of hij er soms eieren in had zitten, maar hij deed of hij haar niet hoorde. Hij neuriede wat en keek naar buiten. Bij de volgende halte stapte een kontroleur in. Dat beviel hem niet. ‘Nu moeten we onze tassen openmaken,’ dacht hij en terwijl de tram optrok sprong hij er af en holde een zijstraat in, waar hij bedaard verder liep nadat hij had vastgesteld dat niemand hem volgde. Even overwoog hij of hij een taxi naar Francien zou nemen, maar hij zag er van af. De schuimpjes waren al duur genoeg geweest.“

 

 

 

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

Doorgaan met het lezen van “Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Hartmut Lange”

90 Jaar Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Peter Motte

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Marga Minco viert vandaag dus haar 90e verjaardag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009.

Uit: Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren

“De donkergrijze PTT-wagen stopte voor het hek en er stapten twee mannen uit met gereedschapstassen. Ze liepen naar juffrouw Plogge toe, die bezig was het tegelpad te vegen.
We komen de telefoon aanleggen,’ zei de voorste man.
‘Daar is me niets van bekend,’ zei juffrouw Plogge. ‘Weet u zeker dat u hier moet zijn?’
De andere man keek op een formulier dat hij uit zijn borstzak had gehaald. ‘Dat kan niet missen, dame.’
Juffrouw Plogge klopte bij meneer Frits aan. ‘Hebt u soms telefoon aangevraagd?’ vroeg ze.
‘Nee,’ zei hij, wat verstoord opkijkend van zijn boek, ‘ik kan ’t me niet herinneren. Maar ze mogen dat ding gerust neerzetten. Het is altijd makkelijk.’
De telefoon werd op een metalen console tegen de gangmuur geplaatst, naast het gaskastje. Juffrouw Plogge liep er met een boog omheen. Ze moest niets van die nieuwigheid in huis hebben. Ze durfde het toestel zelfs niet aan te raken en was doodsbenauwd dat er werkelijk gebeld zou worden. In de keuken zat ze aldoor gespannen te luisteren, de deur op een kier. Eén keer was ze hevig geschrokken. Ze hoorde plotseling de stem van meneer Frits door de gang schallen. ‘Wat wilt u?’ vroeg ze, terwijl ze op een holletje naar hem toe liep. Maar hij stond voor dat toestel te praten en gebaarde dat ze weg moest gaan. Later kwam hij de keuken in.
‘Nou,’ zei hij handenwrijvend, ‘dat gaat excellent. Je draait gewoon een nummer en je spreekt. Ik kan nu met de hele wereld in verbinding treden. Wil ik mij tot iemand in Groningen richten, dan doe ik dat, hè. Zelfs Londen of Parijs kan ik bereiken, al weet ik niet wie ik daar zou moeten bellen. Maar het is te proberen.’ Hij lichtte het deksel van een pan, snoof even en begaf zich weer naar zijn werkkamer.
Meneer Frits was een ietwat in zichzelf gekeerde zestiger, die een buitenhuis ergens in de Achterhoek bewoonde. Sedert jaren hield hij zich bezig met de bestudering van het verkleinwoord in de gelderse dialekten, een arbeid waartoe hij uitsluitend door plichtsgevoel werd gedreven.”

margaminco

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: The Clerk’s Vision (Vertaald door Eliot Weinberger)

 

„And to fill all these white pages that are left for me with the same monotonous question: at what hour do the hours end? And the anterooms, the memorials, the intrigues, the negotiations with the Janitor, the Rotating Chairman, the Secretary, the Associate, the Delegate. To glimpse the Influential from afar and to send my card each year to remind – who? – that in some corner, devoted, steady, plodding, although not very sure of my existence, I too await the coming of my hour, I too exist. No. I quit.

Yes, I know, I could settle down in an idea, in a custom, in an obsession. Or stretch out on the coals of a pain or some hope and wait there, not making much noise. Of course it’s not so bad: I eat, drink, sleep, make love, observe the marked holidays and go to the beach in summer. People like me and I like them. I take my condition lightly: sickness, insomnia, nightmares, social gatherings, the idea of death, the little worm that burrows into the heart or the liver (the little worm that leaves its eggs in the brain and at night pierces the deepest sleep), the future at the expense of today – the today that never comes on time, that always loses its bets. No. I renounce my ration card, my I.D., my birth certificate, voter’s registration, passport, code number, countersign, credentials, safe conduct pass, insignia, tattoo, brand.

The world stretches out before me, the vast world of the big, the little, and the medium. Universe of kings and presidents and jailors, of mandarins and pariahs and liberators and liberated, of judges and witnesses and the condemned: stars of the first, second, third and nth magnitudes, planets, comets, bodies errant and eccentric or routine and domesticated by the laws of gravity, the subtle laws of falling, all keeping step, all turning slowly or rapidly around a void. Where they claim the central sun lies, the solar being, the hot beam made out of every human gaze, there is nothing but a hole and less than a hole: the eye of a dead fish, the giddy cavity of the eye that falls into itself and looks at itself without seeing. There is nothing with which to fill the hollow center of the whirlwind.“

 

OctavioPaz

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)
Een zeer jonge Mario Paz

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009.

Winter song

You are so beautiful in winter!
The field stretched on its back, near the horizon,
and the trees stopped running from the winter wind …
My nostrils tremble
and no scent
and no breeze
only the distant, icy smell
of the suns.
How transparent your hands are in winter!
And no one passes –
only the white suns revolve in quiet worship.
and the thought spreads in circles
ringing the trees
in twos
in fours.

 

 

Season’s end

I was so very aware
that the afternoon was dying in the domes,
and all around me sounds froze,
turned to winding pillars.

I was so very aware
that the undulant drift of scents
was collapsing into darkness,
and it seemed I had never tasted
the cold.

Suddenly
I awoke so far away
and strange,
wandering behind my face
as though I had hidden my feelings
in the sensless relief of the moon.

I was so very aware
that
I did not recognize you, and perhaps
you come, always,
every hour, every second,
moving through my vigil – then –
as through the spectre of a triumphal arch.

 

Vertaald door Thomas Carlson and Vasile Poenaru

nichita-stanescu

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: Risiken & Nebenwirkungen (Vertaald door Petra Strien)

 

Gegen Ende des 20. Jahrhunderts wurde der junge Montano, kaum hatte er seinen gewagten Roman über rätselhafte Fälle von Schriftstellern, die dem Schreiben entsagt haben, veröffentlicht, von seiner eigenen Fiktion eingeholt und fand sich plötzlich, trotz seines zwanghaften Schreibdrangs, selbst betroffen; er war völlig blockiert, wie gelähmt, ja, auf tragische Weise schreibunfähig.

Gegen Ende des 20. Jahrhunderts – besser gesagt, heute, am 15.November 2000 – habe ich Montano in seinem Haus in Nantes besucht und ihn wie erwartet derart deprimiert und einsilbig

angetroffen, dass die Verse aus einem Gedicht von Puschkin glatt auf ihn gemünzt sein könnten: “Er irrt ständig/mit dem gewagten Roman/durch den dunklen Wald.”

Das einzig Gute daran ist, dass dieses Umherirren im dunklen Wald bei meinem Sohn – denn Montano ist mein Sohn – seine Leseleidenschaft neu entfacht hat, wovon ich meinerseits profitiere, denn auf seine Empfehlung hin habe ich kürzlich Prosa de la frontera propia gelesen, den neuesten Roman von Julio Arward, einem rätselhaften Autor, dem ich nie ganz über den Weg getraut habe,

denn meiner Ansicht nach hat er immer nur den Doppelgänger des Romanciers Justo Navarro gespielt.

Heute habe ich meinem Sohn jedoch dafür gedankt, dass er mir dieses Buch des Doppelgängers von Justo Navarro ans Herz gelegt hat, in diesem Fall sogar ein Roman, in dem Arward sich etwas von seinem Vorbild emanzipiert zu haben scheint. Es handelt sich nämlich durchaus um ein gutes Buch, und während der Lektüre musste ich oft an eine Äußerung denken, die Julio Arward irgendwann im Radio gemacht hat: “Eine Freundin hat mir mal gesagt, jeder von uns habe einen Doppelgänger, der an einem anderen Ort lebt und dort sein Dasein mit einem Gesicht fristet, das unserem vollkommen gleicht.”

 

VillaMatas

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: Das Konzert

 

„Nach dem Passahfest war es endlich soweit. Frau Altenschul hatte die letzten Vorbereitungen beendet, konnte also in der Sache nichts mehr tun.
»Die Halle ist zu groß«, sagte sie, »und wird man bis in die hinteren Plätze hinein auch alles hören!«
»Da können Sie beruhigt sein«, antwortete Liebermann. »Es ist in Ihrem Sinne und berechtigt Sie gewissermaßen zu einigem Stolz, daß unser Freund nun endgültig aus dem Kreis des Privaten herausgetreten ist und sich an eine Öffentlichkeit wendet, für die, wenn man den Voraussagen glauben darf, die Philharmonie keineswegs ausreichen wird.«
Das Ereignis, das Lewanski mit diesem Konzert in Szene setzen sollte, hatte sich bis nach Prag und London herumgesprochen. Obwohl Frau Altenschul sich jede Reklame verbeten hatte, wußte man doch: In Berlin, in jener Stadt, von der man kaum etwas Sensationelles erwartete, bereiteten sich ungeheure Dinge vor. Ein hochtalentierter, in jungen Jahren ermordeter Jude, hieß es, wolle sich seinem Schicksal widersetzen und die Laufbahn eines Pianisten, um die man ihn gebracht hatte, im Tode nachholen.
Es klang wie eine Botschaft, und so füllte sich am Vormittag schon, das Konzert sollte erst gegen einundzwanzig Uhr beginnen, die Kassenhalle der Philharmonie mit jenen, die darauf hofften, doch noch die Berechtigung für den Konzertabend zu bekommen. Aber es war aussichtslos, und man debattierte in dem nahen Cafe darüber, warum es nicht möglich sein sollte, das Konzert durch Lautsprecher zu übertragen.
Man sah überwiegend junge Leute, darunter Mädchen mit kahlgeschorenem Kopf, den sie beizubehalten wünschten, so lange, versicherten sie, bis man ihnen bewiesen hätte, daß diese Demütigung, die sie vor ihrem Tode empfangen mußten, rückgängig zu machen war. Sie waren skeptisch und wanderten unruhig hin und her.
Als die Lampen vor der Alten Philharmonie aufleuchteten, gingen einige zum Hintereingang, wo man Lewanskis Wagen erwartete, aber es zeigte sich niemand, obwohl das Konzert in einer Stunde beginnen sollte. In Lewanskis Garderobe residierte Frau Altenschul. Sie hatte sich Ruhe ausgebeten, aber dies erwies sich bei der
allgemei-nen Aufregung als unmöglich. Ständig wurden irgendwelche Glückwünsche und vor allem Blumen hereingereicht, und wie sollte man den Enthusiasten, die nicht von ihrer Seite wichen, begreiflich machen, daß ihre Hochgestimmtheit den Pianisten, den man jeden Augenblick erwartete, würde stören müssen.“

 

hartmut_lange

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

 

De vorm

 

In de duisternis bolde een donkere vorm op. Het verbaasde me dat iets nog lichtlozer dan de omgeving kon zijn, en nog meer dat ik het daardoor zag. Het verscheen boven de boomtoppen van het bos voor me, eerst als een rechte lijn, maar naarmate het hoger steeg, bleek het de omtrek van een groeiende bol te zijn, groot genoeg opdat de omtreklijn recht leek. Tegelijk zwol een diep gegrom aan, een gebulder, een verrader van enorme krachten die slechts met moeite het ding voor mij uit de diepten opdolven. Wat eerst het geritsel van de bladeren in de wind leek, bleek al gauw veroorzaakt door de bevende boomstammen. En het duurde tot de middellijn bereikt was, voor ik besefte dat het voorwerp veel te groot was om van achter het bos te komen: de bron ervan moest onder de grond liggen. Het daveren hield aan. De bomen werd geen rust gegund, evenmin als de grond waarop ik stond. Nu pas merkte ik dat mijn knikkende knieën niet enkel het gevolg van ontzag waren – om niet te schrijven: angst. Het werkte zich gestadig hoger, met een plagende traagheid, alsof het er zeker van wou zijn dat iedereen zag hoe groot het was. Nog altijd was het gerommel niet verdwenen, terwijl nochtans nergens wat anders merkbaar was dan de perfecte ronde vorm. In de klim naar boven dekte het de sterren af, en het duurde ettelijke minuten voor hij zichtbaar verkleinde door het perspectief, tot hij uit het zicht verdwenen was, en ik achterbleef om me af te vragen of ik het wel had gezien.

 

Motte

Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Marge Piercy, Judith Rossner, Hartmut Lange, John Fowles, Andrew Marvell, Edward FitzGerald, Andrew Lang, Robert Brasillach, Peter Motte

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.

Uit: De Val

“‘En die open put?’
‘Jij staat er toch bij? Is er iets met je ogen?’
‘Had het deksel er dan zolang opgelaten.’
‘Onzin. Kan ie intussen uitblazen.’
Verstrijen keek zijn maat na, die zich met kleine, stijve passen verwijderde en door een zijdeur in het gebouw verdween. De hete damp uit de put kwam recht op hem af. Een paar seconden lang werd hij er helemaal door omhuld. Hij stapte blindelings achteruit, wreef over zijn gezicht en bette met zijn vingerknokkels zijn tranende ogen. Stom van hem om tegen de wind in te gaan staan. Weer had hij die verontrustende ervaring dat hitte en kou hem op hetzelfde moment overvielen en murw maakten.
Hij begon heen en weer te benen, de kraag van zijn jekker op, zijn handen in zijn zakken. Hij was rillerig, hij had zin in een sigaret, maar hij vond het te koud om er een te draaien. Op het deksel van de GEB-put bleef hij staan en speurde de gevel van het gebouw af. Misschien verscheen er weer ergens een mooie meid in een kecke trui voor het raam. Als ze tegen hem lachte was het goed. Maar het enige wat hij zag was een streng ogende man in een donker pak die hem vluchtig bekeek en zich meteen omdraaide. De kloot.
Ik had het niet moeten doen, dacht hij. Je loste er niets mee op. Met zijn jas al aan was hij naar de slaapkamer gelopen. Hij wist dat ze deed of ze sliep en het had hem opnieuw razend gemaakt. Hij had haar uit bed gesleurd en even met het warme, slaperige lichaam geen raad geweten. Toen had hij uitgehaald. Tewijl ze terugviel op het dek was hij de deur uit gestormd.”

minco

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.

Between going and staying the day wavers

Between going and staying the day wavers,
in love with its own transparency.

The circular afternoon is now a bay
where the world in stillness rocks.

All is visible and all elusive,
all is near and can’t be touched.

Paper, book, pencil, glass,
rest in the shade of their names.

Time throbbing in my temples repeats
the same unchanging syllable of blood.

The light turns the indifferent wall
into a ghostly theater of reflections.

I find myself in the middle of an eye,
watching myself in its blank stare.

The moment scatters. Motionless,
I stay and go: I am a pause.

 

Brotherhood

Homage to Claudius Ptolemy

 

I am a man: little do I last
and the night is enormous.
But I look up:
the stars write.
Unknowing I understand:
I too am written,
and at this very moment
someone spells me out.

 

Octavio_Paz

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.

 

Sentimental story

Then we met more often.
I stood at one side of the hour,
you at the other,
like two handles of an amphora.
Only the words flew between us,
back and forth.
You could almost see their swirling,
and suddenly,
I would lower a knee,
and touch my elbow to the ground
to look at the grass, bent
by the falling of some word,
as though by the paw of a lion in flight.
The words spun between us,
back and forth,
and the more I loved you, the more
they continued, this whirl almost seen,
the structure of matter, the beginnings of things.

 

Unwords

He offered me a leaf like a hand with fingers.
I offered him a hand like a leaf with teeth.
He offered me a branch like an arm.
I offered him my arm like a branch.
He tipped his trunk towards me
like a shoulder.
I tipped my shoulder to him
like a knotted trunk.
I could hear his sap quicken, beating
like blood.
He could hear my blood slacken like rising sap.
I passed through him.
He passed through me.
I remained a solitary tree.
He
a solitary man.

 

Vertaald door Thomas Carlson and Vasile Poenaru

Stanescu

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Vila-Matas is een van de belangrijkste hedendaagse Spaanse auteurs. Hij is een internationale bestsellerauteur sinds hij in 2003 voor De waan van Montano zowel de Premio de la Crítica ontving als de prestigieuze Prix Médicis voor het beste buitenlandse boek van het jaar.

Uit: Paris hat kein Ende (Vertaald door Petra Strien)

„Ich reiste nach Key West, Florida, und meldete mich bei dem diesjährigen Wettbewerb für Doppelgänger des Schriftstellers Ernest Hemingway an. Die Veranstaltung fand im ›Sloppy Joe’s‹ statt, der Lieblingsbar des Autors in Cayo Hueso im äußersten Süden von Florida. Ich brauche wohl kaum zu erwähnen, dass die Teilnahme an diesem Wettbewerb – der einen großen Zulauf von kräftigen, graubärtigen Männern verzeichnete, allesamt auf lächerliche Weise detailversessene Hemingwaydoubles – ein einmaliges Erlebnis war.

Seit ich durch zu viel Alkoholgenuss ein wenig beleibter werde, bilde ich mir in den letzten Jahren – trotz der gegenteiligen Ansicht meiner Frau und meiner Freunde – ein, Hemingway, dem Idol meiner Jugend, immer ähnlicher zu werden. Zwar hat mir darin noch nie jemand Recht geben wollen, doch ich bin nun einmal dickköpfig und habe mich daher im letzten Sommer kurz entschlossen bei dieser Veranstaltung beworben, um alle eines Besseren zu belehren.

Vorweg sei gesagt, dass ich mich entsetzlich blamiert habe. Ich bin also tatsächlich nach Key West gereist, habe an dem Wettbewerb teilgenommen und schnitt als Letzter ab; besser gesagt, ich schied vorzeitig aus; na ja, man hat mich disqualifiziert, und was das Schlimmste ist, nicht etwa wegen meines falschen Bartes – davon haben sie gar nichts bemerkt –, sondern weil ich angeblich »jeglicher Ähnlichkeit mit Hemingway entbehrte«.

villamatas1

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit.  Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.

 

Always Unsuitable

  

She wore little teeth of pearls around her neck.

They were grinning politely and evenly at me.

Unsuitable they smirked. It is true

 

I look a stuffed turkey in a suit. Breasts

too big for the silhouette. She knew

at once that we had sex, lots of it

 

as if I had strolled into her diningroom

in a dirty negligee smelling gamy

smelling fishy and sporting a strawberry

 

on my neck. I could never charm

the mothers, although the fathers ogled

me. I was exactly what mothers had warned

 

their sons against. I was quicksand

I was trouble in the afternoon. I was

the alley cat you don’t bring home.

 

I was the dirty book you don’t leave out

for your mother to see. I was the center-

fold you masturbate with then discard.

Where I came from, the nights I had wandered

and survived, scared them, and where

I would go they never imagined.

 

Ah, what you wanted for your sons

were little ladies hatched from the eggs

of pearls like pink and silver lizards

 

cool, well behaved and impervious

to desire and weather alike. Mostly

that’s who they married and left.

 

Oh, mamas, I would have been your friend.

I would have cooked for you and held you.

I might have rattled the windows

 

of your sorry marriages, but I would

have loved you better than you know

how to love yourselves, bitter sisters.

 

 

pierce

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zij groeide op in de Bronx. Zij verliet het City College of New York om te trouwen met de docent en schrijver Robert Rossner. Judith Rossner is bekend geworden met haar roman Looking for Mr. Goodbar uit 1975, in 1977 verfilmd met Diane Keaton in de hoofdrol. Het succes van dit boelk evenaarde zij niet meer, maar zij bleef schrijven.

Uit: Perfidia

„I was five in 1976, when my mother packed me and her other possessions  into our station wagon, said goodbye to my father and drove me away from  our home in the cool, lush little town of Hanover, New Hampshire. We rode  around and across the country for months before we came to rest in Santa  Fe, where we met Wilkie at the first restaurant we went to. She must have  gotten pregnant with my brother about two hours later. I think she and  Wilkie broke sexually early on, but they never stopped being involved,  one way and another.

My father was–is, I imagine–a professor of American history at Dartmouth. A true academic. I was an excellent student. A model girl, when I was in school. My mother said later she”d thought I wouldn”t know the difference if she took me away from my father, he cared so little about me. We don”t always remember things the same way. Didn”t always. In fact, she remembered things differently from one time to the next. Some of her stories had a sad version and a funny version, with such a difference between the two that you had no idea of what had actually happened.”

rossner

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

 

De Engelse romanschrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.

Uit: French Lieutenant’s Woman

 

“They stopped. He stared at the black figure, “But I’m intrigued. Who is this French lieutenant?”
“A man she is said to have . . .”
“Fallen in love b&nwith?”
“Worse than that.”
“And he abandoned her? There is a child?”
“No. I think no child. It is all gossip.”
“But what is she doing there?”
“They say she waits for him to return.”

 

Fowles

John Fowles (31 maart 1926 – 5 november 2005)

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Toen hij twee jaar was verhuisde de familie naar Polen. In 1946 kwamen hij en zijn  moeder terug in Berlijn. Hij studeerde dramaturgie in Berlin-Babelsberg en was daarna tot 1964 dramaturg aan het Deutsche Theater in Oost-Berlijn. In 1965 verliet Lange de DDR. Sinds 1982 schrijft hij voornamelijk verhalen en novellen. In 2003 ontving hij de Italo Svevo Prijs.

 

Uit: Missing Persons (Vertaald door Helen Atkins)

 

Henninger liked the courteously restrained manner in which they advised him, and was fully aware how inappropriate it was to enter a shop like this merely with the aim of getting rid of a soaked pair of shoes. He looked around, and they showed him a collection of classic and more modern styles. Their shoes were sent to all parts of the world, they explained to Henninger, so that in the end he was prepared to hand over his calling card. Once the measurements had been taken he was allowed to specify all the details according to his own wishes, and he ordered lace-up shoes with three pairs of eyelets, and asked that the pattern on the toecap should be kept as simple as possible. Before he left the shop he was given a pair of light rubber galoshes, and a date was set for the fitting. They assured him that at that stage he could still have some adjustments made to the uppers.
No sooner had Henninger left the shop than he started to regret his decision. On the other hand, ‘Where in all the world,’ he thought, ‘can one still have shoes made-to-measure and sent to one’s home?’
He considered it essential to keep the appointment that had been arranged. And as a result he was able to experience Venice in perfect weather. He stayed on at the same hotel, and went back to the station to change the sleeping-car reservation.
“Two days more or less will hardly make any difference now,” thought Henninger. And that afternoon, when, in a more confident mood induced by the weather, he made another attempt to reach the centre of the city on foot, he had the encounter for which he was somehow already prepared.“

 

Lange

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)

 

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

The Fair Singer

 

TO make a final conquest of all me,

Love did compose so sweet an enemy,

In whom both beauties to my death agree,

Joining themselves in fatal harmony;

That while she with her eyes my heart does bind,

She with her voice might captivate my mind.

 

I could have fled from one but singly fair,

My disentangled soul itself might save,

Breaking the curled trammels of her hair.

But how should I avoid to be her slave,

Whose subtle art invisibly can wreath

My fetters of the very air I breathe?

 

It had been easy fighting in some plain,

Where victory might hang in equal choice,

But all resistance against her is vain,

Who has th’advantage both of eyes and voice,

And all my forces needs must be undone,

She having gained both the wind and sun.

 

Andrew_marvell_statue

Andrew Marvell (31 maart 1621 – 16 augustus 1678)
Standbeeld in Hull

 

De Engelse schrijver en vertaler Edward FitzGerald werd geboren in Woodbridge, Suffolk, op 31 maart 1809. Zijn faam berust vooral op het feit dat hij het werk van de 11e/12e-eeuwse Perzische schrijver en wetenschapper Omar Khayyám in het Westen bekendmaakte. Hij gaf een Engelse versie van diens gedichten uit onder de titel The Rubáiyát of Omar Khayyám (1859).

Uit: Rubaiyat of Omar Khayyam

 

1

Awake! for Morning in the Bowl of Night
Has flung the Stone that puts the Stars to Flight:
And Lo! the Hunter of the East has caught
The Sultan’s Turret in a Noose of Light.

 

2

Dreaming when Dawn’s Left Hand was in the Sky
I heard a Voice within the Tavern cry,
“Awake, my Little ones, and fill the Cup
“Before Life’s Liquor in its Cup be dry.”

 

 

Vertaald door Edward FitzGerald

 

edward_fitzgerald

Edward FitzGerald (31 maart 1809 – 14 juni 1883)

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Tegenwoordig is hij  vooral nog bekend wegens zijn vele artikelen over folklore, mythologie en religie.Ook publiceerde hij veel sprookjesverzamelingen. Hij leidde lange tijd de sectie literatuurkritiek in  Longman´s Magazine en gaf de werken van Robert Burns uit. 

 

Ballade of the Optimist

 

Heed not the folk who sing or say

In sonnet sad or sermon chill,

“Alas, alack, and well-a-day,

This round world’s but a bitter pill.”

Poor porcupines of fretful quill!

Sometimes we quarrel with our lot:

We, too, are sad and careful; still

We’d rather be alive than not.

 

What though we wish the cats at play

Would some one else’s garden till;

Though Sophonisba drop the tray

And all our worshipped Worcester spill,

Though neighbours “practise” loud and shrill,

Though May be cold and June be hot,

Though April f
reeze and August grill,

We’d rather be alive than not.

 

And, sometimes on a summer’s day

To self and every mortal ill

We give the slip, we steal away,

To walk beside some sedgy rill:

The darkening years, the cares that kill,

A little while are well forgot;

When deep in broom upon the hill,

We’d rather be alive than not.

 

Pistol, with oaths didst thou fulfil

The task thy braggart tongue begot,

We eat our leek with better will,

We’d rather be alive than not.

 

Andrew_Lang

Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)

 

De Franse schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach werd geboren in Perpignan op 31 maart 1909. Brasillach bezocht het lyceum van Sens, vervolgens het lyceum Louis-le-Grand te Parijs. In 1928 ging hij studeren aan de befaamde Ecole Normale Supérieure te Parijs. Hij werd er, als 26ste op 28 in het ingangsexamen, toegelaten in de literatuur-afdeling. Nog tijdens zijn studies publiceerde hij zijn eerste boek Présence de Virgile. Aangetrokken door het Italiaans fascisme en het Duits nationaal-socialisme, was hij samen met Drieu La Rochelle, een bekende fascistische schrijver van zijn tijd in Frankrijk. Hij zou er zwaar voor boeten. Ondanks een genadeverzoek van François Mauriac aan Charles de Gaulle werd hij op 6 februari 1945 terechtgesteld wegens collaboratie. Na zijn dood werd het werk van Brasillach gepropageerd door de letterkundige Maurice Bardèche, die tevens zijn schoonbroer was. Het oeuvre van Brasillach bestaat uit romans, essays, poëzie, en enkele theaterstukken.

 

Uit: Le marchand d’oiseaux

 

„L’hiver, voyez-vous, racontait le marchand d’oiseaux à Isabelle, l’hiver, notre profession est bien pénible. Si je n’avais pas l’habitude, si je ne prenais pas tant de soins, tous mes oiseaux mourraient. Je n’en ai jamais beaucoup, vous le voyez. Une cage pour les quatre perruches, une cage pour les serins. Ils m’aiment bien, ils me connaissent, et ils essaient de ne pas mourir pour ne pas me faire de la peine… C’est déjà assez pénible pour moi, lorsque j’en vends un. Figurez-vous qu’hier, une dame m’a arrêté, dans la rue, et qu’elle a regardé les perruches. Elle m’a demandé les prix, ce que ça mangeait. Et puis elle est partie, j’ai eu bien peur.“

 

brasillach

Robert Brasillach (31 maart 1909 – 6 februari 1945)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 31 maart 2007.

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966.

 

 

Octavio Paz, Marga Minco, John Fowles, Nichita Stănescu, Marge Piercy, Peter Motte, Andrew Marvell

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

Motion

If you are the amber mare
I am the road of blood
If you are the first snow
I am he who lights the hearth of dawn
If you are the tower of night
I am the spike burning in your mind
If you are the morning tide
I am the first bird’s cry
If you are the basket of oranges
I am the knife of the sun
If you are the stone altar
I am the sacrilegious hand
If you are the sleeping land
I am the green cane
If you are the wind’s leap
I am the buried fire
If you are the water’s mouth
I am the mouth of moss
If you are the forest of the clouds
I am the axe that parts it
If you are the profaned city
I am the rain of consecration
If you are the yellow mountain
I am the red arms of lichen
If you are the rising sun
I am the road of blood

 

 

 

Vertaald door Eliot Weinberger

 

 

No More Clichés

Beautiful face
That like a daisy opens its petals to the sun
So do you
Open your face to me as I turn the page.

Enchanting smile
Any man would be under your spell,
Oh, beauty of a magazine.

How many poems have been written to you?
How many Dantes have written to you, Beatrice?
To your obsessive illusion
To you manufacture fantasy.

But today I won’t make one more Cliché
And write this poem to you.
No, no more clichés.

This poem is dedicated to those women
Whose beauty is in their charm,
In their intelligence,
In their character,
Not on their fabricated looks.

This poem is to you women,
That like a Shahrazade wake up
Everyday with a new story to tell,
A story that sings for change
That hopes for battles:
Battles for the love of the united flesh
Battles for passions aroused by a new day
Battle for the neglected rights
Or just battles to survive one more night.

Yes, to you women in a world of pain
To you, bright star in this ever-spending universe
To you, fighter of a thousand-and-one fights
To you, friend of my heart.

From now on, my head won’t look down to a magazine
Rather, it will contemplate the night
And its bright stars,
And so, no more clichés.

 

Paz

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

De Joods-Nederlands journaliste en schrijfster Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

 

Uit: Vlinders vangen op Skyros

 

Hij had niet gedacht dat het zo’n uitwerking zou hebben. Het was ook allerminst zijn bedoeling geweest. Als hij het van tevoren geweten had, zou dat zinnetje hem niet ontsnapt zijn. Hij had het zomaar laten vallen, om ook eens een keer wat te zeggen. En nou zat hij daar.

Op de bewuste avond was hij zijn stamcafé binnengelopen en had, net als altijd, een plaats achterin gezocht, aan zo’n bijschuiftafeltje voor één persoon. Van daaruit kon hij hun gedoe gadeslaan en hun gesprekken beluisteren zonder er aan te hoeven deelnemen. God, wat hadden ze ’t weer druk. Wat hadden ze weer gezwijnd en gebietst en gelift. In één ruk naar Parijs. Binnen anderhalve dag in Rome. Meteen door naar Vence. Het existentialisme kenden ze van achteren naar voren. Het leek of ze allemaal persoonlijk bevriend waren met Sartre en Simone de Beauvoir. Of ze van Saint-Germain-des-Prés iedere straatsteen kenden en hun vaste tafel hadden in Les Deux Magots. Twee geheel in het zwart geklede meisjes met Gréco-kapsels deden uitvoerig verslag van hun avonturen in het Quartier Latin. Het was kelder in kelder uit geweest. Een jonge dichter vertelde dat hij in Rome in een duur hotel had gelogeerd op kosten van zijn mecenas. Een paar schilders hadden een maand aan de Rivièra gezeten, waar ze niet alleen prima hadden kunnen werken, maar ook nog bevriend waren geraakt met een amerikaanse kunstverzamelaar, op wiens jacht ze geregeld tochten maakten over de Middellandse Zee.

Hij snapte niet hoe ze het allemaal voor elkaar kregen. Hij ging nooit op reis en ontmoette nooit iemand die tegen hem zei: ‘Ga jij nou eens een tijdje naar het zuiden. Ik zie dat je het nodig hebt. Over geld hoef je niet in te zitten. Dat maak ik wel in orde.’

 

minco

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

De Engelse romanschrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

 

Uit: The Magus

 

“I went to Oxford in 1948. In my second year at Magdalen, soon after a long vacation during which I hardly saw them, my father had to fly out to India. He took my mother with him. Their plane crashed, a high-octane pyre, in a thunderstorm some forty miles east of Karachi. After the first shock I felt an almost immediate sense of relief, of freedom. My only other close relation, my mother’s brother, farmed in Rhodesia, so I now had no family to trammel what I regarded as my real self. I may have been weak on filial charity, but I was strong on the discipline in vogue.

At least, along with a group of fellow odd men out at Magdalen, I thought I was strong in the discipline. We formed a small club called Les Hommes Révoltés, drank very dry sherry, and (as a protest against those shabby dufflecoated last years of the forties) wore dark gray suits and black ties for our meetings; we argued about essence and existence and called a certain kind of inconsequential behavior existentialist. Less enlightened people would have called it capricious or just plain selfish; but we didn’t realize that the heroes, or anti-heroes, of the French existentialist novels we read were not supposed to be realistic. We tried to imitate them, mistaking metaphorical descriptions of complex modes of feeling for straightforward prescriptions of behavior. We duly felt the right anguishes. Most of us, true to the eternal dandyism of Oxford, simply wanted to look different. In our club, we did.

I acquired expensive habits and affected manners. I got a third-class degree and a first-class illusion that I was a poet. But nothing could have been less poetic than my pseudo-aristocratic, seeingthrough-all boredom with life in general and with making a living in particular. I was too green to know that
all cynicism masks a failure to cope — an impotence, in short; and that to despise all effort is the greatest effort of all. But I did absorb a small dose of one permanently useful thing, Oxford’s greatest gift to civilized life: Socratic honesty. It showed me, very intermittently, that it is not enough to revolt against one’s past.”

 

fowles

John Fowles (31 maart 1926 – 5 november 2005)

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

Burned forest

Black snow was falling. The tree line
shone when I turned to see –
I had wondered long and silent,
alone, trailing memory behind me.

And it seemed the stars, fixed as they were,
ground their teeth, a stiffened nexus,
an infernal machine, tolling
the halted hours of conciousness.

Then, a thick silence descends,
and my every gesture
leaves a comet tail in the heavens.

And I hear evey glance I cast
as it echoes against
some tree.

Child, what were you seeking there,
with your gangly arms and pointed shoulders
on which the wings were barely dry –
black snow drifting in the evening sky.

A horizon howling, far from view,
darting its tongues and anthracite,
dragged me forever down the mute row,
my body, half naked, sliding from sight.

In distances of smoke the town afire,
blazing beneath the planes, a frigid pyre.
We two, forest, what did we do?
Why did they burn you, forest, in a toga of ash –
and the moon no longer passes over you?

 

Field in Spring

Green rings around the eyes, this grass in vibrant motion
arcs tenderly about you, at a distance-
you summon it, then fling it round, broken
by your laugh of youth and innocence.

Stretched under you, this curling dome of grass
would sound its voices in the gravel-
but you are unaware – and now you pass
through foreign stars, a fool.

 

Vertaald door Thomas Carlson en Vasile Poenaru

 

mr_stanescu

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit.  Zie ook mijn blog van 31 maart 2007

Barbie Doll

 

This girlchild was born as usual
and presented dolls that did pee-pee
and miniature GE stoves and irons
and wee lipsticks the color of cherry candy.
Then in the magic of puberty, a classmate said:
You have a great big nose and fat legs.

She was healthy, tested intelligent,
possessed strong arms and back,
abundant sexual drive and manual dexterity.
She went to and fro apologizing.
Everyone saw a fat nose on thick legs.

She was advised to play coy,
exhorted to come on hearty,
exercise, diet, smile and wheedle.
Her good nature wore out
like a fan belt.
So she cut off her nose and her legs
and offered them up.

In the casket displayed on satin she lay
with the undertaker’s cosmetics painted on,
a turned-up putty nose,
dressed in a pink and white nightie.
Doesn’t she look pretty? everyone said.
Consummation at last.
To every woman a happy ending.

 

 

The Woman in the Ordinary

The woman in the ordinary pudgy downcast girl
is crouching with eyes and muscles clenched.
Round and pebble smooth she effaces herself
under ripples of conversation and debate.
The woman in the block of ivory soap
has massive thighs that neigh,
great breasts that blare and strong arms that trumpet.
The woman of the golden fleece
laughs uproariously from the belly
inside the girl who imitates
a Christmas card virgin with glued hands,
who fishes for herself in other’s eyes,
who stoops and creeps to make herself smaller.
In her bottled up is a woman peppery as curry,
a yam of a woman of butter and brass,
compounded of acid and sweet like a pineapple,
like a handgrenade set to explode,
like goldenrod ready to bloom.

 

Pierce

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 31 maart 2007.

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966.

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen.