Vader (Rutger Kopland), Michael Chabon, Joseph Brodsky

Bij een bijzondere verjaardag

 

De onzichtbare man door Salvador Dali, 1930

 

Vader, ik zie je gezicht weer, jaren
na je dood -bijna een schaduw
in deze ruimte, een schaduw
wit van de hitte -eenzame
steen in de hemel, de zee.


Een romeins veldherenhoofd, kapot
geslagen neus, opengereten mond,
lege oogkassen omhoog naar
de zon, in een woestijn.

Bijna een schreeuw nog om
deze dood.

Vader, je gezicht daar, zo’n
eiland waar nooit iemand
heeft gewoond, waar
nooit iemand komt.

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: Moonglow

“Nothing can be done about a boy who throws cats out of windows,” said old Abraham, my grandfather’s grandfather, in his Pressburger German. Abraham ruled from his corner of the parlor that doubled as a dining room, enthroned atop his hemorrhoid donut among his books of commentary. It was nearly dark, one of the last free evenings of the summer.
“But what if he’s lost?” my grandmother said, for the thousandth or millionth time.
“He isn’t lost,” Uncle Ray said, issuing the finding that ultimately prevailed in the family Talmud. “He knows where he is.”
At that moment, he found himself under a boxcar, hiding from a railroad bull, a big man named Creasey with a film on his left eye and patches of carroty hair growing on parts of his face where no hair ought to be. Creasey had already thrashed my grandfather soundly a number of times that summer. The first time he had jerked my grandfather’s arm up behind his back so hard the bones sang. The second time he had dragged my grandfather across the yard by an earlobe, to the main gate, where he applied his boot heel to the seat of my grandfather’s trousers. My grandfather claimed the earlobe still bore the print of Creasey’s thumb. The third time Creasey caught my grandfather trespassing, he strapped him thoroughly with the leather harness of his Pennsy uniform. This time my grandfather planned to stay under that boxcar until Creasey moved on or dropped dead.
At last Creasey trampled his fifth cigarette, took another swig, and moved off. My grandfather counted to thirty and then slid out from under the boxcar. He brushed the grit from his belly, where the skin prickled. He spotted Creasey, carrying a knapsack, making for one of the little stucco houses scattered, here and there, across the lots. On his first forays into the Greenwich Yards my grandfather had been charmed by the idea that railmen were cottaged like shepherds among the herded trains. He soon determined that the little bungalows were no one’s habitations. They had mesh grilles over their blackwashed windows, and if you put your ear to their doors you could hear a thrum of power, and sometimes a thunk like the clockwork of a bank vault. Until now my grandfather had never seen anybody going into one, or coming out.
Creasey fished a keyring from his hip and let himself in. The door closed softly behind him.
My grandfather knew that he ought to head for home, where a hot supper and an operetta of reproach awaited him. He was hungry, and practiced in deafness and the formulation of remorse. But he had come here, today, to stand one final time at the top of one particular signal bridge that he had come to think of as his own, and tell another summer goodbye.”

 

Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

Debuut

1
Van de tentamenlast bevrijd, had zij
voor zaterdag een vriendje uitgenodigd;
’t was avond, en op tafel stond in ’t kaarslicht
de stevig dichtgekurkte rode wijn.

Maar zondagmorgen ving met regen aan;
en de logé sloop, een ervaring rijker,
steels weg en nam zijn kleren van de spijker,
die losjes in het pleisterwerk bleef staan.

Ze pakte van ’t burootje bij de muur
een beker, goot een restje thee naar binnen.
De woning sliep nog op dit vroege uur.
Ze lag in bad en voelde hoe in ’t midden

de bodem bladderde, en plotseling
kroop toen de leegte, licht naar badschuim geurend,
bij haar naar binnen via nog een opening,
die na vannacht bekend was met de wereld.


2
De hand, die stil de deur geopend had,
was – hij schrok op – besmeurd; hij stak hem weg en
het geld, nog van de wijn teruggekregen,
liet horen dat het in de voering zat.

De straat was leeg. Er dreven peukjes rond
in ’t water, stromend uit de regenpijpen.
Hij zag opnieuw het stucwerk en de spijker
en van zijn opgezwollen lippen klonk

ineens een vloek. De leegte bleef onaangedaan,
hij bloosde hevig en – bewust van ’t vreemde
van zijn gedrag – was door de grond gegaan,
als daar de trolleybus niet was verschenen.

Weer thuisgekomen, kleedde hij zich uit,
niet kijkend naar de sleutel, die nu afhing,
op vele deuren past en stonk naar zweet,
verbijsterd bij de allereerste draaiing.

 

Vertaald door Pieter Zeeman

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2019 en ook mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Wim Hijmans, Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan, Dolce far niente

Dolce far niente – Bij een bijzondere verjaardag

 

 
Vaders verjaardag door Mihály Munkácsy, 1882

 

In memoriam patris

O, nu moest hij maar sterven, zeiden wij,
want zo kan niemand leven, die zijn tijd
een levend mens was, vol van de verlangens
waardoor wij leven in bezetenheid.
Maar hij was hulpeloos als een kind geworden
en hij sprak zeer verward over de dagen
van zijn volwassenheid toen ik zijn kind was.
Hoe moeilijk is de mannelijkheid te dragen,
zijn vader als een kind gerust te stellen –
Doe nu je ogen dicht en ga maar slapen,
ga maar slapen en rust heerlijk uit,
hoor hoe die merel in de bomen fluit,
we krijgen regen, ga nu rustig slapen.
Praat niet zoveel, ja, ik blijf altijd bij je,
ik ga niet weg, ik ben toch steeds gekomen?
Je moet niet van die nare dingen dromen,
doe nu je ogen dicht, heus, ik blijf bij je. –
Hoe moeilijk is de mannelijkheid te dragen
als men een kind wil zijn en bij zijn vader schreien.
En hoe eenzaam waren je laatste dagen,
hoe stierf met jou het kind in mij en
hoe stierven mijn kindervragen.

 

 
Wim Hijmans (17 augustus 1926 – 1980)
De Nieuwe Kerk in Groningen, de geboorteplaats van Wim Hijmans

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

Uit: Anna Achmatova

“In het tijdperk dat wordt gekenmerkt door zoveel technische experimenten in de poëzie was zij opvallend non-avantgardistisch. Zo al met iets, dan kwamen haar middelen uiterlijk overeen met wat die golf van vernieuwingen veroorzaakte in de Russische poëzie net als overal elders tegen het einde van de vorige eeuw: met de kwatrijnen van de Symbolisten, alomtegenwoordig als gras. Vooralsnog werd deze uiterlijke overeenkomst door Achmatova opzettelijk gehandhaafd: daarmee zocht ze niet haar taak te vergemakkelijken maar de verschillen te verkleinen. Ze wilde gewoon eerlijk spel spelen zonder de regels geweld aan te doen. Kortom, ze wilde haar poëzie het gezicht op laten houden.
Niets onthult de zwakheden van een dichter zozeer als klassieke poëzie, en daarom wordt die op zo’n grote schaal ontweken. Een aantal regels onvoorspelbaar laten klinken zonder een komisch effect te veroorzaken of iemand anders te herhalen is een uiterst verwarrende zaak. Dit echo-aspect van strenge versmaten is heel vervelend, en daaraan ontkom je zelfs niet door de regel vol te stoppen met concrete fysieke details. Achmatova klinkt zo onafhankelijk omdat zij vanaf het prille begin wist hoe de vijand uit te buiten.
Dat deed ze door een collage-achtige verscheidenheid van de inhoud. Vaak behandelde zij binnen één couplet een veelheid van schijnbaar niet-verwante zaken. Als iemand in één adem spreekt over de ernst van haar ontroering, kruisbessebloesem en het aantrekken van haar linkerhandschoen aan haar rechterhand, dan beneemt dat je de adem – die in het gedicht het metrum is – in die mate dat je de herkomst ervan vergeet. De echo, met andere woorden, wordt ondergeschikt aan de discrepantie van objecten en verleent hun in feite een gemeenschappelijke noemer: hij is niet langer een vorm en wordt een norm van taalgebruik.”

 
Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit:Gentlemen of the Road

“For a moment after the insult was hurled, the African went on eating, without looking up from the shatranj board, indeed without seeming to have heard the remark at all. Then, before anyone quite understood that a calumny so apposite went beyond the powers even of the myna and that the bird was innocent, this once, of slander, the African reached his left hand into his right buskin and, in a continuous gesture as fluid and unbroken as that by which a falconer looses his fatal darling into the sky, produced a shard of bright Arab steel, its crude hilt swaddled in strips of hide, and sent it hunting across the benches.
Neither the beardless stripling who was sitting just to the right of its victim, nor the one-eyed mahout who was the stripling’s companion, would ever forget the dagger’s keening as it stung the air. With the sound of a letter being sliced open by an impatient hand, it tore through the crown of the wide-brimmed black hat worn by the victim, a fair-haired scarecrow from some fogbound land who had ridden in, that afternoon, on the Tiflis road. He was a slight, thin-shanked fellow, gloomy of countenance, white as tallow, his hair falling in two golden curtains on either side of his long face. There was a rattling twang like that of an arrow striking a tree. The hat flew off the scarecrow’s head as if registering his surprise and stuck to a post of the daub wall behind him as he let loose an outlandish syllable in the rheumy jargon of his homeland.
In the fireplace a glowing castle of embers subsided to ash. The mahout heard the iron ticking of a kettle on the boil in the kitchen. The benches squeaked, and travelers spat in anticipation.
The Frankish scarecrow slipped out from under his impaled hat and unfolded himself one limb at a time, running his fingers along the parting in his yellow hair. He looked from the African to the hat and back. His cloak, trousers, hose and boots were all black, in sharp contrast with the pallor of his soft hands and the glints of golden whisker on his chin and cheeks, and if he was not a priest, then he must, thought the mahout, for whom a knowledge of men was a necessary corollary to an understanding of elephants, be a physician or an exegete of moldering texts.”

 
Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Amerikaanse zanger, songwriter en dichter Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota. Zie ook alle tags voor Bob Dylan op dit blog.

Subterranean Homesick Blues

Johnny’s in the basement
Mixing up the medicine
I’m on the pavement
Thinking about the government
The man in the trench coat
Badge out, laid off
Says he’s got a bad cough
Wants to get it paid off
Look out kid
It’s somethin’ you did
God knows when
But you’re doin’ it again
You better duck down the alley way
Lookin’ for a new friend
The man in the coon-skin cap
By the big pen
Wants eleven dollar bills
You only got ten

Maggie comes fleet foot
Face full of black soot
Talkin’ that the heat put
Plants in the bed but
The phone’s tapped anyway
Maggie says that many say
They must bust in early May
Orders from the D.A.
Look out kid
Don’t matter what you did
Walk on your tiptoes
Don’t try “No-Doz”
Better stay away from those
That carry around a fire hose
Keep a clean nose
Watch the plain clothes
You don’t need a weatherman
To know which way the wind blows

Get sick, get well
Hang around a ink well
Ring bell, hard to tell
If anything is goin’ to sell
Try hard, get barred
Get back, write braille
Get jailed, jump bail
Join the army, if you fail
Look out kid
You’re gonna get hit
But users, cheaters
Six-time losers
Hang around the theaters
Girl by the whirlpool
Lookin’ for a new fool
Don’t follow leaders
Watch the parkin’ meters

Ah get born, keep warm
Short pants, romance, learn to dance
Get dressed, get blessed
Try to be a success
Please her, please him, buy gifts
Don’t steal, don’t lift
Twenty years of schoolin’
And they put you on the day shift
Look out kid
They keep it all hid
Better jump down a manhole
Light yourself a candle
Don’t wear sandals
Try to avoid the scandals
Don’t wanna be a bum
You better chew gum
The pump don’t work
‘Cause the vandals took the handles

 
Bob Dylan (Duluth, 24 mei 1941)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2017 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan, Henri Michaux, William Trevor, Tobias Falberg, Arnold Wesker, Rainald Goetz, Louis Fürnberg

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook mijn blog van 24 mei 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

Uit:Anna Achmatova

“Anna Achmatova behoort tot de categorie dichters die geen genealogie hebben en ook geen duidelijk bespeurbare ‘ontwikkeling’. Zij is het soort dichter dat gewoon ‘toevallig ontstaat’, dat de wereld betreedt met een reeds gevestigde dictie en zijn of haar eigen unieke sensibiliteit. Ze kwam volledig toegerust, en ze heeft nooit op iemand geleken. Misschien nog veelzeggender is dat geen van haar talloze imitators ooit in staat is geweest een overtuigende Achmatova-pastiche te produceren: vroeg of laat leken ze meer op elkaar dan op haar.
Dit suggereert dat Achmatova’s idioom een produkt was van iets minder bevattelijks dan een scherpzinnige stilistische berekening en laat ons achter met de noodzaak het tweede deel van Buffon’s beroemde vergelijking aangaande het begrip ‘zelf’ te herwaarderen.
Los van de algemene geestelijke aspecten van de genoemde entiteit, werd de uniekheid in het geval van Achmatova voorts nog bevestigd door haar feitelijke lichamelijke schoonheid. Ze zag er echt fantastisch uit. Met haar een meter vijfenvijftig, donkere haar, blanke huid, lichte grijsgroene ogen als die van een sneeuwluipaard, slank en ongelooflijk lenig, werd zij gedurende een halve eeuw getekend, geschilderd, geboetseerd, gebeeldhouwd en gefotografeerd door legio kunstenaars, te beginnen met Amedeo Modigliani. Wat betreft de verzen die aan haar zijn opgedragen – die zouden meer boekdelen beslaan dan haar eigen verzamelde werk.
Hiermee is bedoeld te zeggen dat het zichtbare deel van die persoonlijkheid bepaald adembenemend was; dat het verborgen deel daar volmaakt tegenop woog, daarvan getuigt haar schrijftrant die een mengeling is van die twee.
De voornaamste karakteristieken van deze mengeling zijn adeldom en gereserveerdheid. Achmatova is de dichter van het strenge metrum, exacte rijmen en korte zinnen. Haar syntaxis is eenvoudig en vrij van bijzinnen, wier aforistische kronkelingen verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de Russische literatuur; eigenlijk lijkt haar syntaxis qua eenvoud op het Engels. Vanaf het prille begin van haar carrière tot aan het einde toe is zij altijd volkomen helder en samenhangend gebleven. Temidden van haar tijdgenoten is zij een Jane Austen. Hoe het ook zij, als haar gezegden duister waren, kwam dat niet door haar grammatica.”


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit:Gentlemen of the Road

“For numberless years a myna had astounded travelers to the caravansary with its ability to spew indecencies in ten languages, and before the fight broke out everyone assumed the old blue-tongued devil on its perch by the fireplace was the one who maligned the giant African with such foulness and verve. Engrossed in the study of a small ivory shatranj board with pieces of ebony and horn, and in the stew of chickpeas, carrots, dried lemons and mutton for which the caravansary was renowned, the African held the place nearest the fire, his broad back to the bird, with a view of the doors and the window with its shutters thrown open to the blue dusk. On this temperate autumn evening in the kingdom of Arran in the eastern foothills of the Caucasus, it was only the two natives of burning jungles, the African and the myna, who sought to warm their bones. The precise origin of the African remained a mystery. In his quilted gray bambakion with its frayed hood, worn over a ragged white tunic, there was a hint of former service in the armies of Byzantium, while the brass eyelets on the straps of his buskins suggested a sojourn in the West. No one had hazarded to discover whether the speech of the known empires, khanates, emirates, hordes and kingdoms was intelligible to him. With his skin that was lustrous as the tarnish on a copper kettle, and his eyes womanly as a camel’s, and his shining pate with its ruff of wool whose silver hue implied a seniority attained only by the most hardened men, and above all with the air of stillness that trumpeted his murderous nature to all but the greenest travelers on this minor spur of the Silk Road, the African appeared neither to invite nor to promise to tolerate questions. Among the travelers at the caravansary there was a moment of admiration, therefore, for the bird’s temerity when it seemed to declare, in its excellent Greek, that the African consumed his food in just the carrion-scarfing way one might expect of the bastard offspring of a bald-pated vulture and a Barbary ape.”

 
Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Amerikaanse zanger, songwriter en dichter Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota. Zie ook alle tags voor Bob Dylan op dit blog.

Positively 4th Street

You’ve got a lotta nerve to say you are my friend
When I was down you just stood there grinnin’
You’ve got a lotta nerve to say you got a helping hand to lend
You just want to be on the side that’s winnin’

You say I let you down, ya know its not like that
If you’re so hurt, why then don’t you show it?
You say you’ve lost your faith, but that’s not where its at
You have no faith to lose, and ya know it

I know the reason, that you talked behind my back
I used to be among the crowd you’re in with
Do you take me for such a fool, to think I’d make contact
With the one who tries to hide what he don’t know to begin with?

You see me on the street, you always act surprised
You say “how are you?”, “good luck”, but ya don’t mean it
When you know as well as me, you’d rather see me paralyzed
Why don’t you just come out once and scream it

No, I do not feel that good when I see the heartbreaks you embrace
If I was a master thief perhaps I’d rob them
And tho I know you’re dissatisfied with your position and your place
Don’t you understand, its not my problem?

I wish that for just one time you could stand inside my shoes
And just for that one moment I could be you
Yes, I wish that for just one time you could stand inside my shoes
You’d know what a drag it is to see you

 
Bob Dylan (Duluth, 24 mei 1941)
In 1989

 

De Franse schrijver, dichter  en schilder Henri Michaux werd geboren op 24 mei 1899 in Namur in België. Zie ook alle tags voor Henri Michaux op dit blog.

Annales

Alors commença la grande guerre des statues.
Ce fut dans l’année du cheval de feu et il y eut grande immolation.
Jeune ni vieux ne pouvait retenir sa vie.
Il fallut la sacrifier.

Pour statue, pour statue immobile.

Tribus du feu écrasèrent tribus du chêne.

Tribus de la flèche écrasèrent pays de la houe.

Le monde était tout spasme.
Ce furent les années, où ils durent vivre leur vie.

 

Chant Cinquième

Un désert brûlant, en sa saison extrême, sous le soleil le plus ouvert, en la
Saison que, même le grand scorpion noir africain hésite à sortir ses pattes sur le sable poivré de chaleur, ce désert, une armée qu’on croyait endormie, le
traversa, s’ébranlant dans des chars plus chauds que des poêles, fonçant en avant, et une bataille nouvelle dut être livrée.

Les éléments hostiles ne faisaient pas reculer.

Ici, le sable était si chaud qu’il faisait éclater la peau des jambes.

Là, si dense était la boue qu’elle engluait les canons, les hommes, les chevaux, dans un écœurant et gigantesque empêtrement.

Ailleurs, le froid glaçait l’œil dans l’orbite comme une bille.

Les armes, l’acier, collaient aux doigts, martyrisaient l’homme longuement, comme une grenouille sous un savant penché, bistouri à la main et préoccupé, préoccupé
de ses réflexes, si curieux, si curieusement finalistes d’allure, quand on y songe.

Le ciel était mis en batterie contre la terre et la terre contre le ciel.

Même au fond des eaux un navire n’était pas tranquille.

Hébétés dans la mêlée.
Hébétés hors de la mêlée.

La vie entre l’écorce et l’arbre pour les plus fortunés.
Les pensées, les propos étaient mitraillés.

L’air même était devenu policier.

Beaucoup regardaient leur nez, leur nom avec inquiétude, cherchant dans leur tréfonds les tendances d’une race honnie.

 
Henri Michaux (24 mei 1899 – 19 oktober 1984)
Les Trois Graces door Henri Michaux, 1930

 

De Ierse schrijver William Trevor werd geboren op 24 mei 1928 in Mitchelstown, County Cork. Zie ook alle tags voor William Trevor op dit blog.

Uit: A Bit on the Side

“His eyes had been closed and he opened them, saying he wanted to see the stable-yard.
Emily’s expression was empty of response. Her face, younger than his and yet not seeming so, was empty of everything except the tiredness she felt. ‘From the window?’ she said.
No, he’d go down, he said. ‘Will you get me the coat? And have the boots by the door.’
She turned away from the bed. He would manage on his own if she didn’t help him: she’d known him for twenty-eight years, been married to him for twenty-three. Whether or not she brought the coat up to him would make no difference, any more than it would if she protested.
‘It could kill you,’ she said.
‘The fresh air’d strengthen a man.’
Downstairs, she placed the boots ready for him at the back door. She brought his cap and muffler to him with his overcoat. A stitch was needed where the left sleeve met the shoulder, she noticed. She hadn’t before and knew he wouldn’t wait while she repaired it now.
‘What’re you going to do there?’ she asked, and he said nothing much. Tidy up a bit, he said.

* * * * *
He died eight days later, and Dr Ann explained that tidying the stable-yard with only a coat over his pyjamas wouldn’t have hastened anything. An hour after she left, the Geraghtys came to the house, not knowing that he was dead.
It was half past seven in the evening then. At the same time the next morning, Keane the undertaker was due. She said that to the Geraghtys, making sure they understood, not wanting them to think she was turning them away for some other reason. Although she knew that if her husband had been alive he wouldn’t have agreed to have the Geraghtys at his bedside. It was a relief that they had come too late.
The Geraghtys were two middle-aged women, sisters, the Misses Geraghty, who sat with the dying. Emily had heard of them, but did not know them, not even to see: they’d had to give their name when she opened the door to them. It had never occurred to her that the Geraghtys would attempt to bring their good works to the sick-room she had lived with herself for the last seven months. They were Legion of Mary women, famed for their charity, tireless in their support of the Society of St Vincent de Paul and their promulgation of the writings of Father Xavier O’Shea, a local priest who, at a young age in the 1880s, had contracted malaria in the mission fields of the East.”

 
William Trevor (24 mei 1928 – 20 november 2016)

 

De Duitse schrijver en tekenaar Tobias Falberg werd geboren op 24 mei 1976 in Wittenberg. Zie ook alle tags voor Tobias Falberg op dit blog.

Plastiniertes Gelände

Kernkraftwerk Isar 1

/
/

Aufkeimt Kraftwerksbeton, erst eine Knospe nur,
glatt und grau aus dem Braun körniger Erde, dann
pumpt er Triebe nach oben,
fünf zylindrische Röhren, dick,

saftig, voller Substanz, um Energie aus Brenn-
elementen und Dampf mittels Turbinenpark
tief im Wald zu erzeugen,
sie zu speichern im Wurzelblock.

Stäbe reifen, ihr Schmelz stockt an der Luft, gerinnt,
bindet Käfer und Tier, Unkraut, Gebüsch, das hier
ledrig siedelt, sich gegen
Licht und Reste von Regen wehrt.

Eichen, Buchen gebannt. Reglos verharrt ein Schwarm
luftversiegelter Krähn. Rehe und Hasen stehn
starr, in seltsam verrenkter
Körperhaltung im Raum fixiert.

Bald sprießt neuer Beton. Kraftwerke treiben aus
über steinigem Grund. Es konserviert der Wald
mit aseptischen Blättern
unermüdlich sein Biotop.

 
Tobias Falberg (Wittenberg, 24 mei 1976)
In 2013

 

De Britse schrijver Arnold Wesker werd geboren op 24 mei 1932 in Londen. Zie ook alle tags voor Arnold Wesker op dit blog.

Uit: Roots

“BEATIE Watcha Jimmy Beales, how you doin’ bor?
JIMMY Not so bad gal, how’s yourself?
BEATIE All right you know. When you comin’ to London again for a football match?
JIMMY O blust gal, I don’ wanna go to any more o’ those things. Ole father Bryant was there in the middle of that crowd and he turn around an’ he say (imitating), ‘Stop you a-pushin’ there,’ he say, ‘stop you a-pushin’.’
JIMMY Where’s Ronnie?
BEATIE He’s comin’ down at the end of two weeks.
JIMMY Ent you married yit?
BEATIE No.
JIMMY You wanna hurry then gal, a long engagement don’t do the ole legs any good.
JENNY Now shut you up Jimmy Beales and get that food down you. Every time you talk, look, you miss a mouthful! That’s why you complain of pain in your shoulder blades.
BEATIE You bin hevin’ pains then Jimmy?
JIMMY Blust yes! Right a’tween my shoulder blades.
JENNY Mother says it’s indigestion.
BEATIE What the hell’s indigestion doin’ a’tween his shoulder blades?”

 
Arnold Wesker (24 mei 1932 – 12 april 2016)
Affiche voor een voorstelling

 

De Duitse schrijver Rainald Maria Goetz werd geboren op 24 mei 1954 in München. Zie ook alle tags voor Rainald Goetz op dit blog.

Uit:Klage

„Hauptwerke der politischen Theorie
Mittwoch, 7. Februar 2007, Berlin
Ein herrlicher Morgen, Kyritz dahin am Rad, Kronprinzenbrücke, Adenauerstraße, Bismarckallee, heißt so hier, die immer noch traumhaft leergefegteWeite zwischen Bahnhof und Regierungsbauten, blassgelb besonnt da vorn im Westen nähert sich das Kanzleramt, Ecke Willy-Brandt-Straße, absteigen bitte. 9 Uhr 30, Kabinett.
In der Sicherheitskontrolle bleibt Kyritz schon am ersten strengen Türhüter hängen, schade, dass ich nie richtig Kafka gelesen habe. Die Verhandlungen mit der den Zugang zum Kabinett bewachenden Frau Gillar, die sich erst empört, dann freundlich, aber auf jeden Fall ausgiebig unerbittlich der Abweisung des Kyritz von hier widmet, passen zu diesem halkyonischen Tag. Die Anordnungen sind Unsinn, aber sie werden eingehalten, das stabilisiert dasWeltgefühl. Ich notiere den nächsthöheren Ansprechpartner, telefoniere mit ihm von daheim aus, schreibe ihm eine kurze Mail, sehr geehrter Herr, vielen Dank für Ihr Entgegenkommen. Und nächsten
Mittwoch wieder: 9 Uhr 30, Kabinett.
Der brandenburgische Held ist verliebt, passt nicht richtig auf, wie der Schlachtplan besprochen wird. Gegen ausdrückliche Weisung greift er den Feind an und siegt. Wegen Renitenz wird er trotz seines Sieges zum Tod verurteilt, aus Prinzip.
Er sieht seine Schuld ein, kann deshalb begnadigt werden.
Die Prinzessin tritt vor ihn hin und wird seine Frau. Da fällt der Held in Ohnmacht.
Mitschrift
Medienspiegel
Rede
Meldungen”

 
Rainald Goetz (München, 24 mei 1954)

 

De Tsjechoslovaaks-Duitse schrijver, dichter, journalist, componist en diplomaat Louis Fürnberg werd geboren op 24 mei 1909 in Jihlava, Moravië, Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Louis Fürnberg op dit blog.

Und noch ein Frühlingslied

So viele Lieder geschrieben werden
auf den Frühling, es sind noch immer zu wenig
und je älter ich werde, desto mehr lieb ich ihn.
Wenn ich am Morgen in den jungfräulichen Tagen
nach den Bäumen schau, die die nackten Arme ausstrecken
und sie in der Sonne wärmen,
dann seh ich schon, wie sie Blätter tragen
und wie die Kastanien die Kerzen anstecken
und wie die Erde, von Blütenschauern erschreckt,
in hektischen Atemstößen den Vogelschwärmen
sich entgegenwirft, den Libellen, den Faltern,
den Bienen, den Blumen, den Käfern, den Beeten
und wie in der Nacht die Gärten vom Flöten
und Singen der Nachtigallen klingen und klingen
und nach jungem Heu duften und nach Holunder,
nach Maiglöckchenschlaf und Jasmin und Linden
und spür schon den Frühling den Sommer entbinden
und seh schon die Kinder Blumen winden
zu Kränzen und fühl die Buchen, die Birkenwunder,
die Ahornträume, die glitzernden Teiche,
den Halm, in den ich beiße,
das Blaue und Weiße
des Mittsommermittags…

 
Louis Fürnberg (24 mei 1909 – 23 juni 1957)
Monument in Weimar

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2017 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan, Henri Michaux, William Trevor, Tobias Falberg, Arnold Wesker, George Tabori, Rainald Goetz

De Russisch-Amerikaanse dichter Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook mijn blog van 24 mei 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Tsushima Screen

The perilous yellow sun follows with its slant eyes
masts of the shuddered grove steaming up to capsize
in the frozen straits of Epiphany. February has fewer
days than the other months; therefore, it’s more cruel
than the rest. Dearest, it’s more sound
to wrap up our sailing round
the globe with habitual naval grace,
moving your cot to the fireplace
where our dreadnought is going under
in great smoke. Only fire can grasp a winter!
Golder unharnessed stallions in the chimney
dye their manes to more corvine shades as they near the finish,
and the dark room fills with the plaintive, incessant chirring
of a naked, lounging grasshopper one cannot cup in fingers.

 

Moscow Carol

In such an inexplicable blue,
Upon the stonework to embark,
The little ship of glowing hue
Appears in Alexander Park.
The little lamp, a yellow rose,
Arising — ready to retreat —
Above the people it adores;
Near strangers’ feet.
In such an inexplicable blue
The drunkards’ hive, the loonies’ team.
A tourist takes a snapshot to
Have left the town and keep no dream.
On the Ordynka street you find
A taxicab with fevered gnomes,
And dead ancestors stand behind
And lean on domes.
A poet strolls across the town
In such an inexplicable blue.
A doorman watches him looking down
And down the street and catches the flu.
An old and handsome cavalier
Moves down a lane not worth a view,
And wedding-party guests appear
In such an inexplicable blue.
Behind the river, in the haar,
As a collection of the blues —
The yellow walls reflecting far
The hopeless accent of the Jews.
You move to Sunday, to despair
(From love), to the New Year, and there
Appears a girl you cannot woo —
Never explaining why she’s blue.
Then in the night the town is lost;
A train is clad in silver plush.
The pallid puff, the draught of frost
Will sheathe your face until you blush.
The honeycomb of windows fits
The smell of halva and of zest,
While Christmas Eve is carrying its
Mince pies abreast.
Watch your New Year come in a blue
Seawave across the town terrain
In such an inexplicable blue,
As if your life can start again,
As if there can be bread and light —
A lucky day — and something’s left,
As if your life can sway aright,
Once swayed aleft.

 
Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
In 1964

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: Maangloed (Vertaald door Gerda Baardman, Jan de Nijs en Tjadine Stheeman)

“Zo heb ik het verhaal gehoord. Toen Alger Hiss uit de gevangenis kwam, kon hij moeilijk aan een baan komen. Hij had aan Harvard rechten gestudeerd, bij Oliver Wendell Holmes op kantoor gewerkt en een bijdrage geleverd aan het opstellen van het Handvest van de Verenigde Naties, maar hij was ook veroordeeld wegens meineed en was berucht als werktuig van het wereldwijde communisme. Hij had zijn memoires gepubliceerd, maar die waren saai en niemand wilde ze lezen. Zijn vrouw was bij hem weggegaan. Hij was blut en wanhopig. Uiteindelijk kreeg een van de vrienden die hij nog over had medelijden met de stumper en boorde zijn connecties aan. Hiss werd in dienst genomen door een bedrijf in New York dat een modieus soort haarspeldje van lussen pianosnaar maakte en verkocht.
Feathercombs Inc. was goed van start gegaan, maar zat nu in zwaar weer doordat een grotere concurrent die hun ontwerpen namaakte, hun merkenrecht schond en artikelen onder de prijs op de markt bracht. De verkoop was sterk afgenomen. De salarissen konden maar net worden betaald. Om Hiss te kunnen aannemen, moest iemand anders worden ontslagen.
In een verslag van de arrestatie van mijn grootvader in The Daily News van 25 mei 1957 wordt hij door een niet met name genoemde collega beschrevenals ‘het stille type’. Voor zijn collega-verkopers bij Feathercombswas hij een vilthoed aan de kapstok in de hoek. Hij was de hardstwerkendemaar minst presterende medewerker van de verkoopafdeling. In zijn lunchpauze zonderde hij zich af met een boterham en de nieuwe Sky and Telescope of de Aviation Week. Men wist dat hij in een Crosley reed, een buitenlandse vrouw en een puberdochter had en ergens diep in BergenCounty woonde. Voor zijn arrestatie had mijn grootvader twee keer indrukop zijn collega’s gemaakt. Midden onder de vijfde wedstrijd van de WorldSeries van 1956 hield de radio op kantoor er ineens mee op, waarop mijngrootvader hem repareerde met een buisje dat hij uit de telefooncentralehad gesloopt. En een copywriter van Feathercombs meldde een keer dat hijmijn grootvader tegen het lijf was gelopen bij het Paper Mill Playhouse inMillburn, waar de buitenlandse echtgenote nota bene de hoofdrol, Serafina, speelde in De getatoeëerde roos. Verder wist niemand veel over mijngrootvader en zo leek hij het ook graag te willen houden. Hij glimlachte weleens, maar lachte nooit. Als hij er al een politieke mening op nahield.”


Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Amerikaanse zanger, songwriter en dichter Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota. Zie ook alle tags voor Bob Dylan op dit blog.

 

All Along the Watchtower

“There must be some way out of here,” said the joker to the thief,
“There’s too much confusion, I can’t get no relief.
Businessmen, they drink my wine, plowmen dig my earth,
None of them along the line know what any of it is worth.”

“No reason to get excited,” the thief he kindly spoke,
“There are many here among us who feel that life is but a joke.
But you and I, we’ve been through that, and this is not our fate,
So let us not talk falsely now, the hour is getting late.”

All along the watchtower, princes kept the view
While all the women came and went, barefoot servants too.
Outside in the distance a wildcat did growl;
Two riders were approaching – the wind began to howl.

 

Man Of Constant Sorrow

I am a man of constant sorrow
I’ve seen trouble all my days
I’ll say goodbye to Colorado
Where I was born and partly raised

Through this open world I’m a-bound to ramble
Through ice and snow, sleet and rain
Im a-bound to ride that mornin’ railroad
Perhaps I’ll die upon that train

Your mother says that I’m a stranger
A face you’ll never see no more
But here’s one promise to ya
I’ll see you on God’s golden shore

I’m a-goin’ back to Colorado
The place that I’ve started from
If I’d knowed how bad you’d treat me
Babe, I never would have come

 
Bob Dylan (Duluth, 24 mei 1941)
In 1963

 

De Franse schrijver, dichter  en schilder Henri Michaux werd geboren op 24 mei 1899 in Namur in België. Zie ook alle tags voor Henri Michaux op dit blog.

 

A Bas le Succès

Non, il est vrai, je ne suis pas l’homme des réussites.
Pourquoi le serais-je?
Puisque de toute façon je réussis.
Le but que je n’atteins pas est le but qui me rapporte, que je rapporte.
Pourquoi irais-je à la tête d’armées nombreuses m’installer impudemment dans la capitale d’un pays étranger?
Pour une si petite insolence, je m’en voudrais de m’être donné tant de mal, d’avoir conquis en vingt ans des galons qu’on peut avoir pour cent francs et pour dix sous de
méditation inventive, d’avoir sacrifié des tas d’hommes réellement qui ne revivront plus (et qui ne s’y sont pas tous amusés, ni le chef lui-même).
A la vérité, j’aurais honte d’être à sa place, ou du moins d’en être content.
Même si je ne m’étais astreint que vingt minutes et non vingt ans à l’esclavage de la discipline.
S’être appuyé sur tant de règles, pour blesser de pauvres diables qu’on ne peut même plus ni achever proprement ni ressusciter dans leur santé première.
Non vraiment, je ne comprends pas ce gaspilleur malfaisant.
Heureusement, nous ne nous rencontrons jamais.

 

Alphabet

Tandis que j’étais dans le froid des approches de la mort, je regardai comme pour la dernière fois les êtres, profondément.
Au contact mortel de ce regard de glace, tout ce qui n’était pas essentiel disparut.
Cependant je les fouaillais, voulant retenir d’eux quelque chose que même le
Mort ne pût desserrer.
Ils s’amenuisèrent et se trouvèrent enfin réduits à une sorte d’alphabet, mais à un alphabet qui eût pu servir dans l’autre monde, dans n’importe quel monde.
Par là, je me soulageai de la peur qu’on ne m’arrachât tout entier l’univers où j’avais vécu.
Raffermi par cette prise, je le contemplais invaincu, quand le sang avec la satisfaction, revenant dans mes artérioles et mes veines, lentement je regrimpai le versant ouvert de la vie.

 
Henri Michaux (24 mei 1899 – 19 oktober 1984)

 

De Ierse schrijver William Trevor werd geboren op 24 mei 1928 in Mitchelstown, County Cork. Zie ook alle tags voor William Trevor op dit blog.

Uit: Love and Summer

“They recalled how no task had been too menial for her to undertake, how the hours spent polishing a surfeit of brass or scraping away old candle-grease had never been begrudged. The altar flowers had not once in sixty years gone in need of fresh water; the missionary leaflets were replaced when necessary. Small repairs had been effected on cassocks and surplices and robes. Washing the chancel tiles had been a sacred duty.
While such recollections were shared, and the life that had ended further lauded, a young man in a pale tweed suit that stood out a bit on a warm morning surreptitiously photographed the scene. He had earlier cycled the seven and a half miles from where he lived, and was then held up by the funeral traffic. He had come to photograph the town’s burnt-out cinema, which he had heard about in a similar small town where recently he had photographed the perilous condition of a terrace of houses wrenched from their foundations in a landslip.
Dark-haired and thin, in his early twenties, the young man was a stranger in Rathmoye. A suggestion of stylishness — in his general demeanour, in his jaunty green-and-bluestriped tie — was repudiated by the comfortable bagginess of his suit. His features had a misleading element of seriousness in their natural cast, contributing further to this impression of contradiction. His name was Florian Kilderry.
‘Whose funeral?’ he enquired in the crowd, returning to it from where he had temporarily positioned himself behind a parked car in order to take his photographs. He nodded when he was told, then asked for directions to the ruined cinema. ‘Thanks,’ he said politely, his smile friendly. ‘Thanks,’ he said again, and pushed his bicycle through the throng of mourners.”



William Trevor (24 mei 1928 – 20 november 2016)

De Duitse schrijver en tekenaar Tobias Falberg werd geboren op 24 mei 1976 in Wittenberg. Zie ook alle tags voor Tobias Falberg op dit blog.

 

Büro mit neurotischen Crackern

Überall stoßen wir uns
in den kleinen Kabinen,
wir kultivieren die Weltsicht
geschlagener Köter,

das Fleisch wird zart,
das Fell spannt. Bei Erfolg
regnet es Cracker.
Die Futternäpfe scheppern,

wir versuchen zu fressen,
doch sie saugen sich fest,
ein Tinnitus aus lautem Blech.
So gehen wir ein

ins Nirwana der Schlachtfeste,
sauber zerlegt und der harte Kern
gepresst, ein delikates Substrat
für unsere Nachfolger.

 


Tobias Falberg (Wittenberg, 24 mei 1976)

 

De Britse schrijver Arnold Wesker werd geboren op 24 mei 1932 in Londen. Zie ook alle tags voor Arnold Wesker op dit blog.

Uit: Roots

“JENNY That’s what I say. Blust Mother, I say, you don’t git indigestion in the back. Don’t you tell me, she say, I hed it!
JIMMY What hevn’t she hed.
Jenny returns to washing up while Jimmy struggles a while on the sofa. Jenny hums. No word. Then —
JENNY Who d’you see today?
JIMMY Only Doctor Gallagher.
JENNY (wheeling round) You see who?
JIMMY Gallagher. His wife driv him up in the ole Armstrong.
JENNY Well I go t’hell if that ent a rum thing.
JIMMY (rising and going to table; pain has eased) What’s that then?
JENNY (moving to get him supper from oven) We was down at the whist drive in the village and that Judy Maitland say he were dead. ‘Cos you know he’ve hed a cancer this last year and they don’t give him no longer’n three weeks don’t you?
JIMMY Ole crows. They don’ wan’ nothin’ less than a death to wake them up.
JENNY No. No longer’n three weeks. Girl’s voice (off) Yoo-hoo! Yoo-hoo!
JIMMY There’s your sister.
JENNY That’s her.
Girl’s voice (off) Yoo-hoo! Anyone home?
JENNY (calling) Come you on in gal, don’t you worry about yoo-hoo. Enter Beatie Bryant, an ample, blonde, healthy-faced young woman of twenty-two years. She is carrying a case.
JIMMY Here she is.
JENNY (with reserve, but pleased) Hello, Beatrice — how are you?
BEATIE(with reserve, but pleased) Hello, Jenny — how are you? What’s that lovely smell I smell? JENNY Onions for supper and bread for the harvest festival.”

 
Arnold Wesker (24 mei 1932 – 12 april 2016)
Scene uit een opvoering in Colchester, 2012

 

De van oorsprong Duits-Hongaarse, maar Engelstalig schrijver en dramaturg George (György) Tabori werd geboren in Boedapest op 24 mei 1914. Zie ook alle tags voor George Tabori op dit blog.

Uit: Bett & Bühne: Über das Theater und das Leben

“Unsere Beziehung war zwar intensiv, aber ganz einseitig. Ich habe ihn nur zweimal gesehen.
Das erste Mal am 30. Januar 1933, in jener Nacht, als er sich den Weg zur Macht erschwindelt hatte und sich am Fenster in der Wilhelmstraße im Jubel der Massen badete; er erschien im lodernden Licht der Fakkeln und stand einsam da, als ob ein Mächtiger immer einsam zu sein hätte. Er winkte den Massen zu, und ich habe ihm zugewunken, jung und dumm wie ich war. Er hat mir leid getan, weil mir ein weiser Spruch meiner Großmutter
wieder in den Sinn gekommen ist: “Wenn man ganz nach oben gekommen ist, dann bleibt nur noch eins, der Abstieg.”
Zum zweiten Mal habe ich ihn bei einer Massenkundgebung gesehen, im Sportpalast. Das war eine verschwitzte Veranstaltung, überaus wirkungsbewußt inszeniert, eine Passio histerica: Über allem hing ein widerlicher Geruch nach Leichen. Noch Jahre später ist mir dieser Geruch immer wieder in die Nase gestiegen, und ich habe seitdem eine tiefe Abneigung gegen diese Art von Effekthascherei. Das Ganze war allerdings auch wie ein Witz: wegen dem Mißverständnis zwischen dem bombastischen Aufwand um ihn und diesem Bärtchen; das fand ich komisch, wie Tausende andere auch. Er hat “den Teufel überteufelt, den Herodes überrodet”, wie Hamlet sagen würde, all jene Bühnengesten und -tricks angewandt, die ich Jahre später beim Theatermachen immer mehr verabscheut habe.
Ich kann also nicht behaupten, daß ich ihn gekannt habe.“

 
George Tabori (24 mei 1914 – 23 juli 2007)
Cover

 

De Duitse schrijver Rainald Maria Goetz werd geboren op 24 mei 1954 in München. Zie ook alle tags voor Rainald Goetz op dit blog.

Uit: Klage

“Accatone Dienstag, 6. Februar acc7, Berlin

Man sieht das Leuchten im dritten Stock, kommt aber vorne beim Eingang nicht ins Haus. Soll von der Seite kommen, da ist keine Türe, kommt von hinten, durch die Baustelle. Sperrholz, eine Leiter neben einem Vorsicht-Schild im Treppen-haus, der 4. Stock, schon zu hoch. Aber da ist es doch, schräg unten, hinter Glas im Hellen: die Schreibtischarmada, da sitzen sie, eng gepackt in einem weiten großen Raum, die Köpfe und Bildschirme, einzelne aufrecht dahingehende Menschen, ja, das Kommando Gegenwart. Dann stehe ich an der Empfangstheke, wirr, kann vor lauter Vielheit kaum etwas erkennen. Volker Corsten bringt mich nach links hinten, wo ich am Ende des hallenartigen Raums durch eine gläserne Trennwand hindurch Ulf an seinem Schreibtisch sitzen und auf seinen Computer schauen sehe, während rechts von ihm Herlinde Koelbl mit Assistenten ihre Lichtgerätschaften aufbaut, um eine Fotographie zu machen. Ulf schaut auf, sieht mich, kommt kurz raus, kurzes Gespräch. Im Knieen notiere ich ihm meine neue Nummer auf die ausgedruckten Textbeispiele. Eto Sekunden höchstens, bin schon wieder draußen. Nichts schöner als laberlose schnelle Arbeitskontakte. Akut euphorisiert stehe ich dann in der Deutschen Guggenheim gegenüber, ARKADIEN UND ANARCHIE. Montags freier Eintritt. Die Leute drängen sich vor seltsam lichtflirrend düsteren Gemälden, italienischer Divisionismus, verstehe.
Aber der römische Held will mit seinen Freunden rumhängen, hat keine Lust zu arbeiten. Er schickt seine Frau auf die sogenannte Straße. Sie verlässt ihn. Er lernt eine andere kennen, die sich in ihn verliebt. Seriöse Arbeit ist ihm zu anstrengend. Die neue Freundin soll für ihn arbeiten. Er sieht seinen eigenen Tod im Traum. Er begeht einen Wurstdiebstahl in der Stadt, kommt beim Fluchtversuch mit einem Motorrad zu Tode. Accatone, 1961, heute Mitte 40.”

 
Rainald Goetz (München, 24 mei 1954)
Franco Citti als Accattone in Pier Paolo Pasolini’s fim uit 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Harry Mulisch, Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan

Dolce far niente (bij een bijzondere verjaardag)

 

 

 

Isaak zegent Jacob door Gerrit Willemsz. Horst, 1638

 

 

 

Ongerijmdheden

dat komt gewoon doordat zijn vader eens.
gewoon omdat zijn vader in zijn jeugd.
doordat zijn vader in zijn jeugd gewoon.
gewoon al in zijn jeugd zijn vader toen.

omdat zijn vader ooit eens tegen hem.
ooit gewoon eens in zijn jeugd hem tegen.
dat komt gewoon doordat zijn vader ooit.
gewoon hem in zijn jeugd toen ooit al eens.

ooit eens tegen hem en nooit zijn moeder.
nooit zijn moeder in zijn jeugd zijn vader.
gewoon toen tegen hem zijn moeder ooit.
nooit eens in zijn jeugd gewoon ooit vader.

 

 

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

Vader Kurt en zoon Harry Mulisch in 1941

Doorgaan met het lezen van “Harry Mulisch, Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan”