Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit:Houtekiet

“Zij zouden misschien heel den avond gelachen hebben, indien zij niet nijdig geworden ware als een spin omdat hij zeide: neen, dàt vergeet ik nooit meer. Dat, de rest dus wel, ze wil dadelijk naar huis. Juist daarom breekt een tweede maal zijn geweld los, over haar lichaam dat zich machteloos poogt omhoog te werken. Want Houtekiet houdt men zich niet van het lijf zooals de eerste beste stalknecht: hare twee wijsvingers knijpt hij samen boven haar hoofd, verweer u dan maar.
Terwijl hij in haren arm ligt als een gevelde eik, vraagt zij hoe hij heet. Jan. Zegt hem dat zij dezen tweeden keer nooit zal vergeten, Jan en begint hem gelaat en banden te kussen, dan te vertroetelen zijn haren en jongen baard, die donkerblond zijn en dicht gekruld. Hij laat zich alles goed welgevallen tot ze kreunt of hij van haar houdt. Dat ziet ge van hier, zegt hij, ik ken u niet eens. Ze kan hem zelfs niet doen bekennen dat ze mooi is, al kleedt ze zich op den rug liggend gansch uit. O, had ze maar meer kunnen doen! Hadde hij hare borsten opengesneden om te zien wat er in zit, zij zou gezegd hebben: kijk maar, Jan. Ze lag naakt en zeide: daar, wat hij nu wel zegde. Niets. Maar wat op dat uur overal rondom hen in Deps dier, vogel en insekt deden, herhaalde hij, even argeloos natuurlijk en verwoed.
Hij beval haar zoo plots naar huis te gaan, dat zij, eenmaal aangekleed, niet meer wist waar dat huis stond, want ze ging recht de hei in, lachte, wreef zich de oogen, zei dat ze dronken was en niet meer op haar beenen stond en wou weer in zijn arm gaan liggen. Toen ze, de plank over, weer in de wei was, hoorde ze hem roepen: Koekoek, koekoek en zij juichte koekoek terug. Deze, hun roep, wordt later wijd in den omtrek bekend. Nog roept men ons, Houtekieters achterna: Koekoek. Twee die ’s avonds eenzame wegskens zoeken, gaan, zeggen wij, koekoek doen. Wil ons iemand wijsmaken dat hij bij den gebuur maar een rijf of teems wil gaan leenen, koekoek zeggen wij.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

 

De Nederlandse presentator, blogger, journalist, dichter en columnist Tim Hofman werd geboren in Vlaardingen op 9 juli 1988. Zie ook alle tags voor Tim Hofman op dit blog.

Tripolair

De driehoek met vier kanten
werd met regelmaat gepest.
Men gaf dan vaak als reden:
‘Jij bent anders dan de rest.’

Ook had hij vier hoeken,
deed aan zijn naam geen eer:
hij wilde er maar drie
en niet die ene meer.

Ach,
dacht het gedrocht,
wat maakt het nu nog uit?
Dood gaan we toch…
Dus nam hij een besluit.

Na zijn sprong vanaf de toren
versplinterd als gebroken glas,

ging hij in de boeken
als figuur met nog meer hoeken

 
Tim Hofman (Vlaardingen, 9 juli 1988)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

Sonntag

Mit einem
Fuß im Bachtal, dem
anderen

hinterm Berg,
stand nach dem Regen
der Bogen.

Dreifaltig
ist das Sonnenlicht,
blau, gelb, rot.

 

Sonntagabend

Mauersegler fliegen abends
kreischend dir ums Haus,
und in den öden Straßen
ruckt die Frau am ungewohnten Kleid.
Vom Speisekammerfenster
sieht der Mond nicht schlechter aus.
Es wäre alles recht so. Nur
man wüßte eben über manches gern Bescheid.

 

Springkraut

Indische
Kräuter bespringen
die Ufer.

Hummeln ins
blühende Springkraut,
kehren ein,

rückwärts raus,
zwischen zwei Fingern
zeigst du mir

das Springen
der reifen Schote,
du erschrickst

auch selbst, springst
ein Stück beiseite,
als wärest

du selber
das Springkräutchen »Rühr-
mich-nicht-an«.

 
Hans Arnfrid Astel (München, 9 juli 1933)

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

In Memoriam: Martin Luther King, Jr.

I
honey people murder mercy U.S.A.
the milkland turn to monsters teach
to kill to violate pull down destroy
the weakly freedom growing fruit
from being born

America

tomorrow yesterday rip rape
exacerbate despoil disfigure
crazy running threat the
deadly thrall
appall belief dispel
the wildlife burn the breast
the onward tongue
the outward hand
deform the normal rainy
riot sunshine shelter wreck
of darkness derogate
delimit blank
explode deprive
assassinate and batten up
like bullets fatten up
the raving greed
reactivate a springtime
terrorizing

death by men by more
than you or I can

STOP

 

II
They sleep who know a regulated place
or pulse or tide or changing sky
according to some universal
stage direction obvious
like shorewashed shells

we share an afternoon of mourning
in between no next predictable
except for wild reversal hearse rehearsal
bleach the blacklong lunging
ritual of fright insanity and more
deplorable abortion
more and
more

 
June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)
Affiche

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

Song of the Death-Watch Beetle

Here come I, the death-watch beetle
Chewing away at the great catherdral;

Gnawing the mediaeval beams
And the magnificent carved rood screen

Gorging on gospels and epistles
From the illuminated missals;

As once I ate the odes of Sappho
And the histories of Manetho,

The lost plays of Euripides
And all the thought of Parmenides.

The Sibyl’s leaves which the wind scattered,
And great aunt Delia’s love letters.

Turn down the lamp in the cooling room:
There stand I with my little drum.

Death. Watch. You are watching death.
Blow out the lamp with your last breath.

 
John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)
Portret door Thomas Watt, ca.1954

 

De Engelse dichteres en schrijfster Ann Radcliffe werd geboren op 9 juli 1764 in Londen. Zie ook alle tags voor Ann Radcliffe op dit blog.

Evening

Evening veil’d in dewy shades,
Slowly sinks upon the main;
See th’ empurpled glory fades,
Beneath her sober, chasten’d reign.

Around her car the pensive Hours,
In sweet illapses meet the sight,
Crown’d their brows with closing flow’rs,
Rich with chystal dews of night.

Her hands, the dusky hues arrange
O’er the fine tints of parting day;
Insensibly the colours change,
And languish into soft decay.

Wide o’er the waves her shadowy veil she draws,
As faint they die along the distant shores;
Through the still air I mark each solemn pause,
Each rising murmur which the wild wave pours.

A browner shadow spreads upon the air,
And o’er the scene a pensive grandeur throws;
The rocks-the woods a wilder beauty wear,
And the deep wave in softer music flows.

And now the distant view where vision fails
Twilight and grey obscurity pervade;
Tint following tint each dark’ning object veils,
Till all the landscape sinks into the shade.

Oft from the airy steep of some lone hill,
While sleeps the scene beneath the purple glow;
And evening lives o’er all serene and still,
Wrapt let me view the magic world below!

And catch the dying gale that swells remote,
That steals the sweetness from the shepherd’s flute;
The distant torrent’s melancholy note
And the soft warblings of the lover’s lute.

Still through the deep’ning gloom of bow’ry shades
To Fancy’s eye fantastic forms appear;
Low whisp’ring echoes steal along the glades
And thrill the ear with wildly-pleasing fear.

Parent of shades!-of silence!-dewy airs!
Of solemn musing, and of vision wild!
To thee my soul her pensive tribute bears,
And hails thy gradual step, thy influence mild.’

 
Ann Radcliffe (9 juli 1764 – 7 februari 1823)
Canaletto, Gezicht op de stad Londen in het midden van de achttiende eeuw, ca. 1746

 

De Engelse schrijver, tekenaar, illustrator en dichter Mervyn Peake werd geboren op 9 juli 1911 in Lushan (Kuling) in Jiangxi, een province in centraal China. Zie ook alle tags voor Mervin Peake op dit blog.

Uit: Gormenghast

“Young Steerpike glued his eye to the hole, keeping the heavy gold frame from swinging back with his shoulder. All at once he found himself contemplating a narrrow-chested man with a shock of grey hair and glasses which magnified his eyes so that they filled the lenses up to their gold rims, when the central door opened, and a dark figure stole forth, closing the door behind him quietly, and with an air of the deepest dejection. Steerpike watched him turn his eyes to the shock-headed man, who inclined his body forward clasping his hands behind him. No notice was taken of this by the other, who began to pace up and down the landing, his dark cloak clasped around him and trailing on the floor at his heels. Each time he passed the doctor, for such it was, that gentleman inclined his body, but as before there was no response, until suddenly, stoppping immediately before the physician in attendance, he drew from his cape a slender rod of silver mounted at the end with a rough globe of black jade that burned around the edges with emerald fire. With this unusual weapon the mournful figure beat sadly at the doctor’s chest as though to inquire whether there was anyone at home.
The doctor coughed. The silver and jade implement was pointed at the floor, and Steerpike was amazed to see the doctor, after hitching his exquisitely creased trousers to a few inches above his ankle, squat down. His great vague eyes swam about beneath the magnifying lenses like a pair of jellyfish seen through a fathom of water. His dark grey hair was brushed out over his eyes like thatch. For all the indignity of his position it was with a great sense of style that he became seated following with his eyes the gentleman who had begun to walk around him slowly.
Doctor Prunesquallor, with his hyena laugh, his bizarre and elegant body, his celluloid face. His main defects? The insufferable pitch of his voice; his maddening laughter and his affected gestures. His cardinal virtue? An undamaged brain.”

 
Mervyn Peake (9 juli 1911 – 17 november 1968)
Illustratie: Irma en Alfred Prunesquallor

 

De Tsjechische schrijver en dichter Jan (Nepomuk) Neruda werd op 9 juli 1834 geboren in Praag. Zie ook alle tags voor Jan Neruda op dit blog.

Uit:Die Hunde von Konstantinopel (Reisebilder, vertaald door Christa Rothmeier)

„Man merkt erst hier, um wieviel wir in Österreich gebildeter sind; wir kämen gar nicht auf die
Idee, derart anzugeben.
Ich hätte ihnen die Geschmacklosigkeit erklärt, wären die Bayern nicht so schreckliche Grobiane. Man kann ihnen gar nichts erklären, weil sie einen sofort vor die Tür setzen. Diese Grobheit wird im bayrischen Dialekt »Gemütlichkeit« genannt. Hier ist jeder gemütlich,
derjenige, der einem auf der Straße das Fell über die Ohren zieht, derjenige, bei dem man etwas kauft, und auch der, der einen bedient. Eine Kellnerin, die mir auf einen Gulden herausgab, hatte unterdessen mit dem neben mir sitzenden Gast, der sich mit seinem
Bekannten unterhielt, folgendes Gespräch: »Können Sie nicht das Maul halten, wenn ich rechne? Ich lass’ mich doch nicht von Ihren blöden Reden durcheinanderbringen!
« Ich empfahl mich ihr so unterwürfig wie möglich, erkühnte mich, ihr einen Sechser
Trinkgeld zu geben, und gleich war sie »ungemütlich«; sie öffnete den breiten Mund zu einem Lächeln und sagte zu mir: »Kummen’s boald wieder!« Der Gast dort aber murmelte etwas, was sich ausnahm wie: »Wegen so an lumpigen Ausländer! ’s ischt so a Pollacke!«
Ansonsten ist das Volk gutherzig, redlich und vertrauensselig. In den Kaffeehäusern beispielsweise, sowohl in weniger als auch mehr eleganten, sah ich niemals, daß ein Gast die Kellnerin zum Zahlen gerufen hätte, wenn sie nicht gerade neben ihm stand.“

 
Jan Neruda (9 juli 1834 – 22 augustus 1891)
Het huis met de twee zonnen in Praag met links een gedenkplaat voor Jan Neruda

 

De Duitse schrijver, draaiboekauteur en producent Peter Märthesheimer werd geboren op 9 juli 1937 in Kiel. Zie ook alle tags voor Peter Märthesheimer op dit blog.

Uit: Das forschende Kind

„Ein Held, sagte Fassbinder, ist ja dazu da, dass er tut, was der Zuschauer auch gerne tun würden, war zu tun er sich aber nicht traut. Und was die Wirklichkeit angeht, sagte Fassbinder, muss der Held ja nicht wirklich gewinnen, wenn das in der Wirklichkeit nun mal nicht geht. Aber er muss sich Mühe geben und gewinnen, und der Zuschauer muss ihm wünschen, dass er gewinnt, und wenn er dann doch verliert, dann muss der Zuschauer empört darüber sein, dass die Welt ihn nicht hat gewinnen lassen diesmal, aber er wird dran glauben, dass er das nächste Mal auf alle Fälle gewinnen wird. Dazu hat man ja das Kino. Das Fernsehen, sagte ich, aber ich hatte verstanden, dass Fassbinder mit Kino nur etwas meinte, was die Menschen zum Träumen über ihre besseren Möglichkeiten bringen könnte.
Acht Stunden sind kein Tag hat eine sehr einfache Erzählstruktur, eine sehr einfache Erzählweise, sehr einfach zu begreifende Erzählinhalte.
Gerade diese radikalen Vereinfachungen, die das Genre nahelegte, machen diese fünf Filme auch so lehrreich, sie sind doch gleichsam durchsichtig und lassen die Mittel erkennen, die Fassbinder eingesetzt hat, um die erwünschten Wirkungen zu erreichen: Etablierung der Figuren, Exposition des Konflikts, Identifikation mit der Hauptfigur, Identifikation schließlich mit der besonderen Haltung, die die Hauptfigur gegenüber dem Konflikt einnimmt, das klassische dramaturgische Handlungsmuster also. Fassbinder hatte es den einschlägigen Familienserien entliehen, von denen er sich in der Vorbereitungszeit jeden Meter ansah, dessen er nur habhaft werden konnte. Aber das ist doch die Bourgeoisie, sagte ich und wir müssen eine Serie über Arbeiter machen.
Das ist ja der Witz, sagte Fassbinder, dass unsere Arbeiter so tun müssen, als ob sie die Bourgeoisie wären, nämlich frei und selbstbewusst und frech, und nicht so eingeschüchtert und sorgenvoll, wie die Arbeiter in den Arbeiterfilmen immer aussehen. Sollen unsere Filme den Leuten Spaß machen oder Angst? Spaß natürlich, sagte ich, und Mut zum Kämpfen. Aber die Bourgeoisie kämpft nun einmal erfolgreich mit individuellen Strategien, und die Arbeiter können nur als Klasse kämpfen.“

 

 
Peter Märthesheimer (9 juli 1937 – 18 juni 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit:Houtekiet

“Met de andere hand grijpt hij haar pols en houdt hem in bedwang. Dat nu kan op de hoeve geen enkel man. Want aangegrepen in stal, schuur of onder de koe, vlucht Lien nooit voor een man en roept ook nooit: één wrong en los is ze, zelfs uit de greep van Leo, die een zak graan op de kar gooit zoals gij en ik een bussel stroo.
‘Merci Mieke,’ zegt Houtekiet.
Zij, ontstemd: ‘Ik heet Lien.’
De koe die, weeral dwars, hem niet naar de wei wil volgen, trekt hij, als wederdienst voor de dronk, eenvoudig bij de horens tot waar ze zijn moet. Ook dat kan niemand anders: geen dier verdraagt dat ge aan zijn horens komt.
Van avond naar avond groeit haar verlangen hem weer te zien. Alsof de dwarse koe het weet, en haar uit Deps wil houden, blijft ze de zevende dag in de wei. Lien gaat nochtans Deps in. Zacht en smekend roept ze er vruchteloos zijn naam. Alsof de oude Mandus ook van haar verlangen weet, vertelt hij nog tergender langzaam dan anders dat hij de boswachter gezien heeft. Als hem de eer te beurt gevallen is de boswachter te zien, deze grote der aarde, heeft de boswachter gewoonlijk Houtekiet gezien en de hoop uitgesproken hem nog deze nacht te kunnen neerschieten en in de grond steken gelijk een hond vol schurft.
Van eindeloos ver vertrekt Mandus’ verhaal. ‘Schoon weer, Mandus, zegt hij zo. Ja, zeg ik, boswachter, als ’t zo maar blijft. ’t Zal zo blijven, Mandus, zegt hij zo. Ik zeg zo, mijn gedacht is van niet, boswachter.’ Plots gilt Lien, nijdig als een spin, dat al dat schoon weer er niet bij te pas komt, zeg wat hij gezegd heeft en daarmee uit. Weer heeft hij gezegd dat Houtekiet er vannacht aan moet. ‘Ik schiet hem neer, Mandus, en ik steek hem in de grond gelijk een hond vol schurft.’ Hij heeft het telkens met dezelfde woorden gezegd.
Na die nacht echter van angstig luisteren naar het schot dat nooit afgaat, kan zij Houtekiet toelachen, breed en zalig, hem de emmer melk aanbieden en hij drinkt hem half leeg. Daarna neemt hij met grote eenvoud haar borsten en ontknoopt haar jak. Het is haar te veel dat zij voortmelkt, zwaar en rood ligt haar hoofd aan de flank van de koe. Als hij het zijne onder haar arm doorsteekt om aan haar harde, witte borst te zuigen, poogt zij nog te gekscheren, dat zij zelf nog geen melk heeft, maar de lach versterft tussen haar trillende lippen en opeenklemmende tanden: hij wringt haar van de driepoot. Als zijn uitgewoede mond op de hare valt, schiet een sterke straal koemelk tussen hun beider lippen: onbewust heeft zij de koedeem geledigd die zij nog in de hand hield. Hoe lachen zij.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)
Cover

Continue reading “Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer”

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit: Celibaat

“Uit het naamlooze volk, dat toen nog niet zelf zijn naam kon schrijven, werkte zich een man op tot welstand. Dat is lang geleden, niemand onzer heeft er gedenken van. Hij was groot, mager, zwijgzaam en hij kon zijn klak even goed aan zijn neus hangen als aan den kapstok. Een naam in een akt voor doop, huwelijk of dood heeft niets te beteekenen, maar in een koopakt, gepasseerd voor notaris, wordt hij belangrijk. Toen de naam van dezen man keer na keer geschreven werd op notarieele stukken, want hij kocht grond, grond en nog weer grond, bemerkte men dat het een adellijke naam was. Eens bracht de man zelfs adelbrieven mee en de notaris deed bewonderend: hm, sapperloot, man! De man stak ze weer op zak zonder boe of ba. Jaren en jaren had zijn adellijk geslacht in mest en scheeve koterijen zijn kwaad geboet en zijn bloed vernieuwd. Nu trad het uit den donkere en uit de naamloosheid der massa weer naar voren.
De boer had zeven zonen, geen dochters. Zij waren kleiner dan hij, maar breeder gebouwd, met korte nekken en hun neuzen waren dezelfde roofvogelsnavels. Twee ervan trouwden. De anderen begrepen dat het goed niet in zeven stukken mocht verdeeld worden en dat hun bloed te krachtig was voor huiselijke teelt. Zij namen de meiden en alle welstellender boerendochters, die er van droomden een d’Hertenfeldt te trouwen. Het waren cynieke gierige krachtmenschen, die uiterlijk kerk en sacrament erkenden, maar in den grond aan God noch gebod geloofden. Zachte gevoelens kenden zij niet. De meisjes die zij bedrogen, moesten volgens hen maar beter oppassen. Zij hielpen in nood als het hun van nut kon zijn, als zij het zich in het hoofd gezet hadden, als men niet betoogde dat ze het moesten omdat het zooveel als een plicht was, en als men zei dat ze niet durfden.
Tegen die durft ge niets doen, zei een van hun knechten toen de gendarmen hem kwamen halen omdat hij dien nacht gestroopt had. De oudste stond van tafel op, ging in de deur staan, zoodat de gendarmen niet binnen konden, en zei dat het een vergissing was, want de knecht had den heelen nacht met hem gewaakt bij een drachtige vaars.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

Continue reading “Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs”

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit: Houtekiet

“Het leven van Houtekiet onzen stamvader begint met zijne ontmoeting van Lien, want van al wat daaraan voorafging weten wij niets. Lien en de andere meid, Liza, molken elken morgen en avond de koeien, ook de eigenzinnige die telkens door het water waadde, waar Deps sinds eeuwen een wildernis was vol kattestaart, brem, heikruid, bramen, struiken, ook wel eens een spar. De oude knecht Mandus, die altijd door het water moest om ze terug te halen, wenschte dat ze mocht het land uitloopen, verdrinken, zich de pooten breken, een hommelzwerm op den snuit krijgen. Hij beweerde dat er ergens een stier moest zitten, vermits er niets te grazen was. Eindelijk vond hij een lange dikke smalle plank, legde die over het water en de melkster moest daar maar over, dat was Lien.
De plank wiegde diep door en wipte haar in ’t water als ze te vlug wilde gaan, maar veel erger was de angst bij valavond. Heel de wildernis leeft, ritselt. Als zij er fijn op let, is het of de grond onder haar voeten meebeweegt. Zij vreest dat een mol onder haar rokken boven grond zal komen. Het zit daar ook vol otters, fluwijnen, fretten en als ge stil zit te melken! Soms springt ze op.
Maar ze durft langen tijd niet eens omzien als Houtekiet haar in den rug nadert, iets groots, ze denkt aan Mandus’ stier. Daar het een mensch is moet het Houtekiet zijn, die sinds eenige dagen weer op Deps zit, zegt men. Maar allen geven hem baard tot aan de oogen, haar tot aan de wenkbrauwen alles pekzwart, armen tot aan de knieën, gestalte een meter vijftig, schouderbreedte wel een meter. Hij loopt hardst op handen en voeten, zegt men, hij bespringt als een weerwolf mensch en beest en bijt ze den nek af, hij kraakt de stroopers in zijn armen, hun ribben doen knap, knap, knap en gedaan is het. Omdat deze man heel anders is en zij hem schoon vindt, oprecht schoon, zegt zij hem dat hij toch heel zeker Houtekiet niet is, maar hij antwoordt van wel.Een zwaarte zinkt in haar beenen, maar geen angst en daar ze nu uitgevraagd is, neemt ze hem nog eens goed op, om Mandus te kunnen uitlachen en allen die beweren Houtekiet zoo dikwijls te hebben gezien. Ze zal nog meer kunnen vertellen dan hoe hij er uit ziet en hoe oud hij moet zijn, want als hij den emmer melk van tusschen haar beenen gepakt heeft en zij aan zijn arm wil trekken omdat er geen eind komt aan zijn drinken, houdt hij met de eene hand den emmer aan zijn mond. Dat kunnen er niet veel.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

Continue reading “Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda”

Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda

Bij de Tour de France

 

 

 

Wout Poels

 

 

Uit: Hé Woutje (Column)

 

“Ergens ben je het kleine broertje van het hele peloton. Zo’n klein, fragiel, bleu jochie met een zachte g. Toen ik je voor het eerst zag fietsen dacht ik: ach gut. En ik was niet de enige.

Ik weet nog die ene wedstrijd in Spanje, toen je na de finish ruzie kreeg met een doorgesnoven Portugees die je te lijf ging met zijn achterwiel. Voordat die vent zijn wiel op je hoofd had kunnen timmeren stonden we er met tien man tussen. Kom niet aan mijn kleine broertje.

Maar nu lig je in een ziekenhuisbed met een gescheurde nier, een gescheurde milt, gebroken ribben en gekneusde longen. Je bent een ruimteschip van Lego waaraan je maanden hebt gewerkt – en dat je ’s morgens in duizend stukjes op de grond naast je nachtkastje vindt. Zo kapot. Zo oneerlijk kapot.

Dit was jouw Tour, Woutje. De ene waarin je een rit zou winnen, en de bolletjestrui. Het kon zomaar, want dit was de Tour van de Nederlanders. We zouden in totaal achtenvijftig etappes winnen en minstens elf man bij de eerste tien van het klassement wurmen.

Dit was onze Tour. Die waar we al jaren op wachten. Die waarvan we al jaren zeggen dat ie er volgend jaar aan komt. Tien jaar geleden beloofden we elkaar dat we volgend jaar heel goed zouden zijn, vijf jaar geleden deden we hetzelfde; drie jaar geleden, twee jaar geleden en vorig jaar wisten we ook zeker dat het volgend jaar allemaal goed zou komen. Maar hoe zeker we het ook wisten en hoe hard we het ook hoopten, het lukte niet.”

 

 

 

Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

Continue reading “Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda”

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog.

 

Uit: Belijdenis

„Heer, alles wat Gij mij liet aandoen door uw tuig, de menschen, en door uw dienaars, de duivelen, is mij ten goede geworden.

Gisteren was het een donkerblauwe avond waarin ik lang gewerkt heb tot het nachtte en ik moe was. Heer, Gij weet hoe moe. Ik doofde mijn licht en stond aan het raam. Ik zag de rustige benedictie van uw weidschen nacht hangen over de dwaze stad die maar niet stil kan worden (alsof onder de rust van uwe nachten haar geweten nog maar pijnlijkst knaagt). En ik dacht hoe soeverein van vrede die nacht wel staan moest over ’t stille dorpke waar mijn gelieven wonen. Vooral dacht ik, Heer, hoe die nacht wel zijn moest nog veel vender, waar zij toen rustte en sliep die ik zeer liefheb.

Het was of ik sinds lang niet meer gebeden had, niet meer gesproken met U. Nu waart Gij opeens mij nabij in de sereenheid van uw koele nachten en het peiselijk licht dat vloeit uit uw goudene sterren. Alsof ik weer, gelijk in dagen van afzondering, voelbaar uw milde handen kon drukken, werd mijn hart opeens van alle weelde warm, en ik leunde moe, met schouder en hoofd, tegen de raamkozijnen, alsof ik aanleunde tegen uw schouder en kon fluisteren aan uw oor veel innigs uit mijn ziel dat ik zelden kan zeggen: mijn eenzaamheid, Heer, en veel snikkend verlangen. Gij zult nog weten dat ik toen vroeg dien nacht zacht te maken en vol zoete vertroosting voor mijn gelieven hier en ginder in het lieve landeke, Vlaanderen, en voor de geliefde gansch bizonder.

Toen stond ik rustiger tegen het raamkozijn. De stad werd niet stil. Rilde rees op de lucht ’t zwartkanten silhouet der kathedraal. In verveling, maar met deernis, bleven de straatlantarens waken, omdat anders de stad met haar slecht geweten te bang zou worden.

Ik heb u bedankt voor de rust die in mij was en omdat Gij mijn avondlange eenzaamheden verlucht met intieme verblijdenissen. Ik heb u nogmaals beloofd wat ik U dikwijls toezeg, vooral als ik moe ben, dat ik me wil afsloven voor U en voor haar.“

 

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

In 1952

Continue reading “Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda”

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer, Ann Radcliffe

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2006.

Uit: Ons geluk

 

“Ik zie ‘Frank J.M.L.’ Rottiers nog voor den eersten keer binnenlaveeren bij Door Onckeloms. Niemand heeft ooit van hem gehoord. Hij zit nog niet of heeft al in de gaten dat hij een slag kan slaan. Komt Gemmeke thuis uit het pensionaat, niet onverwacht maar met een tram vroeger dan gezegd. Maar Gemmeke toch, maar zoeteke, kakelt haar moeder, loop, papa is nog in de brouwerij, ga hem verrassen. Het kind weg en de krabber valt de moeder te voet. Hij gaat op één knie zitten. O madam, laat mij dien engel schilderen. Alstublieft madam, alstublieft. Die moeder heeft ook oogen, zij weet zoo goed als een ander dat haar kinderen nog leelijker zijn dan haar man en dat wil wat zeggen, want de Onckeloms’ hebben allemaal een wipneus en smoel: een vooruitspringende kin en opgeblazen kaken. Och meneer Rottiers, zegt ze naief, we hebben juist nog voor ik weet niet hoeveel geld portretten laten maken en er zijn toch zooveel schooner jonge meiskens. Maar hij dweept voort. Dat het kind type heeft, dat hij geen etalagepoppen schildert, dat hij heel zijn leven gedroomd heeft van een schilderij ‘De Zuiverheid’ en dit is nu eindelijk het ideaal model dat hij nooit heeft kunnen vinden. Weersta daaraan als moeder. Onckeloms, die goede stier, is diep ontroerd. Ge ziet dat aan hem als hij gedurig het een been over het ander gooit en zich verschikt, krochend alsof hij telkens op een punaise zit. Ik zwijg, wat gaat het mij aan. En ik wil niet jaloersch schijnen. Nu smeert Rottiers ook mij het gezicht vol honig. Er hangen daar twee teekeningskens van mij en een akwarelleken. Hij vindt die voor een liefhebber oprecht goed, zegt hij, kom maar af, ik zal u les geven, ge zult iets worden. Ik vertik het, ik heb van hem niets noodig. Een maand later komt Onckeloms af met een ‘voorstudie’ voor zijn portret, dat niet zal heeten ‘Portret van Mr. Isid. Onckeloms’ maar ‘De groot-industrieel’. Het gelijkt zooveel op hem als op mij. Tot daar, men kan als princiep stellen dat een portret niet moet gelijken. Maar het is ook leelijk. De brouwer is echter blij als een kind.”

 

 

walschap1939

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933.

 

Adieu

ADIEU, Kleiner, am Grab
ließ ich den Maikäfer fliegen,
den ich vom Ostbahnhof
mitgebracht hatte
nach Handschuhsheim.

 

 

 

Berlin Alexanderplatz

 

Schlange stehn zum Essen,

okay, wenn das sein muß,

aber dann, wenn du dran bist,

die Frage, was wolln Sie denn hier,

na, raten Sie mal,

essen natürlich, aber er,

mit den Haaren nich,

bei uns nich – mein Sohn

war auch dabei, ebenfalls

mit langen Haaren, der wär mir

fast ein Kalter Krieger geworden,

also bitte, Genossen,

macht nicht solchen Scheiß.

 

 

 

Liebesanblick

von Dante Gabriel Rossetti

 

Wann sehe ich am besten dich, Geliebte?

Wenn dort im Licht die Geister meiner Augen

Vor deinem Antlitz, ihrem Altar, feiern

Anbetung der durch dich bekannten Liebe?

 

Oder in Dämmerstunden – wir allein –

Wenn nah geküßt, beredte Antwort gebend,

Zwielicht-verborgen dein Gesicht mir schimmert

Und unsre Seelen ganz sich eigen sind?

 

O meine Liebe, wenn ich nicht mehr sähe

Dich selbst, noch auf der Erde deinen Schatten,

Noch deiner Augen Abbild in der Quelle, –

 

Wie tönte dann am dunkeln Lebensabhang

Der Wirbelfall verdorbner Hoffnungsblätter,

Der Wind des unverderblichen Todesflügels?

 

Astel

Hans Arnfrid Astel (München, 9 juli 1933)

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York.

APRIL 10, 1999

The enemies proliferate
by air
by land
they bomb the cities
they burn the earth
they force the families into miles and miles of violent exile

30 or 40 or 80,000 refugees
just before this
check-point
or who knows where
they disappear

the woman cannot find her brother
the man cannot recall the point of all
the papers somebody took
away from him
the rains fall to purify the river
the darkness does not slow the trembling
message of the tanks

Hundreds of houses on fire and still
the enemies do not seek and find
the enemies

only the ones without water
only the ones without bread
only the ones without guns

There is international TV
There is no news

The enemies proliferate
The homeless multiply
And I
I watch I wait

I am already far
and away
too late

too late

 

Jordan

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)

 

De Engelse schrijver, tekenaar, illustrator en dichter Mervyn Peake werd geboren op 9 juli 1911 in Lushan (Kuling) in Jiangxi, een province in centraal China.

 

Uit: Lovers: Mervyn and Maeve Peake. A Personal Memoir (door Michael Moorcock)

 

„The Peake parties were lush and rich but never self-conscious. The PreRaphaelite enthusiasms of the 60s, which brought Melvyn Bragg into a room dressed as if for the set of Isodora, which he was then writing, in black velvet, with silver rings, married well with the dark Fitrovian colours of Mervyn’s canvasses, though Peake had no particular enthusiasm for the previous century. His preference was for the present, for Soho and the post-war world of eccentric Londoners whose portraits he collected in what he called his head-hunting sessions. At this stage of his life, however, because it reflected the concerns of his generation, his painting was somewhat out of fashion. England had entered one of her uncertain, self-examining periods of nostalgia, looking back to the fin-de-siecle and Edwardian social certainties.

Mervyn was dramatically handsome and his wife Maeve was dramatically beautiful. They had been a remarkable couple for years, though they had not mixed a great deal with the fashionable bohemians of their day. They had spent quite a lot of time away from London, in Sark in particular. They had come to prefer each other’s company. Although an accomplished painter, she had put aside her own work for the most part, concentrating on her children. He drew her and painted her a lot. She is there in everything he did. He wrote her poems when he was taken into the army during the second world war, he produced fictional versions of her in his Titus Groan, whi
ch he wrote when he was drafted into the army. On leave, he would draw her and the children. He was an inexpert soldier. He had a mild breakdown, which kept him away from overseas conflict. Eventually, he was commissioned as a war artist.“

 

mervyn_peake

Mervyn Peake (9 juli 1911 – 17 november 1968)
Zelfportret

 

De Tsjechische schrijver en dichter Jan (Nepomuk) Neruda werd op 9 juli 1834 geboren in Praag.

Uit: Die Hunde von Konstantinopel (Reisebilder, vertaald door Christa Rothmeier)

 

„Gebäude sind angeblich Hieroglyphen, Denkschriften, die sich die Geschichte selbst in der Sprache

der Steine schreibt. Nun, diese griechischen Bauten in München* kamen mir vor wie eine dekorativ ausgeführte griechische Schrift um das schülermäßige deutsche Kurrent herum. Der Kalligraph war König Ludwig. Er hatte den besten Willen und echten ästhetischen Takt; er hat auch Wunder bewirkt und den raren Reichtum von Kleinodien hierhergeschafft – aber wer ist für die Kurrentschrift verantwortlich!

Ein Florenz wollten sie aus München machen, doch fehlten ihnen dazu ein paar Kleinigkeiten, zum Beispiel das Florenz in seinen nichtkünstlerischen Teilen, die Florentiner Geschichte, der Florentiner

Himmel und das Florentiner Volk. Ludwig hat Wunder bewirkt, und dennoch haftet allem der Charakter

von Gemachtheit an. Ärmere und kleinere bayerische Städte wie Regensburg sind dadurch, daß sie historisch langsam gewachsen sind, schöner.

Der Münchner Himmel hat noch krausere Einfälle als ein Karikaturist der »Humoristischen Blätter«. Im Winter fällt haufenweise Schnee, um sich taschenspielerartig im Nu in originärsten Schlamm zu

verwandeln, und im Sommer scheint die Sonne nur, damit die Leute die Regenschirme zu Hause lassen und die Sonne sie nach einem Regenspritzer selber trocknen kann. Die klimatischen Verhältnisse sind mannigfaltigster Art, ja, man erzählte mir, es wäre im Winter sogar das Wehen des Schirokkos zu spüren.

Landschaftsmaler delektieren sich an den eigenartigen Wolkenformen, dem purpurnen Morgenund

Abendrot. »Der Abschluß der Maximilianstraße durch Maximilian gefällt mir nicht«, sagte ich jemandem, »etwas Offeneres wäre hier passender.« – »Mir hat es auch nicht gefallen«, antwortete er, »solange ich es nicht bei gerötetem Himmel sah.«

 

neruda_1

Jan Neruda (9 juli 1834 – 22 augustus 1891)

 

 

Zie voor de vijf bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 juli 2007 en ook mijn blog van 9 juli 2008 en ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

 

De Duitse schrijver, draaiboekauteur en producent Peter Märthesheimer werd geboren op 9 juli 1937 in Kiel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Uit: Die Ehe der Maria Braun

 

Als ich Die Ehe der Maria Braun schrieb, hatte der deutscheFilm, so scheint es mir heute, gerade seine vielleicht wunderbarste Zeit – so einfach und so leichtsinnig und so unbefangen war damals

alles. Jedermann, der halbwegs wußte, was ein Perforationsloch ist, drehte damals Filme, und die, die es nicht wußten, drehten erst recht Filme. Keinem wurde das Filmedrehen verübelt, sondern alles, was da so überreichlich und quasi naturwüchsig aus den Kameras kam, wurde als aufregend und interessant und irgendwie bedeutsam empfunden, von den wenigen, die den Film gesehen hatten

wie von den vielen, die ihn nicht gesehen hatten und jedenfalls von denen, die ihn gemacht hatten. Es war eine wunderbare Zeit. Klaus Lemke hatte gesagt: Filmen ist leben und leben ist filmen, Fassbinder hatte gesagt: Schlafen kann ich noch, wenn ich tot bin, und die Filme von Wim Wenders waren auch damals schon ehrfurchtgebietend, aber immerhin doch bloß zwölf Minuten lang.“

 

Märthesheimer

Peter Märthesheimer (9 juli 1937 – 18 juni 2004)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Ann Radcliffe werd geboren op 9 juli 1764 in Londen. Zie ook mijn blog van 9 juli 2007 en ook mijn blog van 9 juli 2008 en ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Sonnet

 

Hail! to the hallow’d hill, the circling lawn.

  The breezy upland, and the mountain stream!

The last tall pine that earliest meets the dawn,

  And glistens latest to the western gleam!

 

Hail! every distant hill, and dowland plain!

  Your dew-hid beauties Fancy oft unveils;

What time to Shepherd’s reed, or Poet’s strain,

  Sorrowing my heart its destin’d woe bewails.

 

Blest are the fairy hour, the twilight shade

  Of Ev’ning wand’ring thro her woodlands dear;

Sweet the still sound that steals along the glade;

  ‘Tis Fancy wafts it, and her vot’ries hear.

 

‘Tis Fancy wafts it!–and how sweet the sound!

  I hear it now the distant hills uplong;

While fairy echoes from their dells around,

  And woods and wilds, the feeble notes prolong!”

 

 

annradcliffe

Ann Radcliffe (9 juli 1764 – 7 februari 1823)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn vorige blog van vandaag.