Dolce far niente, Emily Dickinson, Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

Dolce far niente

 


Clairière à l’automne door Ivan Fedorovich Choultsé, z.j.

 

Indian Summer

These are the days when birds come back,
A very few, a bird or two,
To take a backward look.

These are the days when skies put on
The old, old sophistries of June, —
A blue and gold mistake.

Oh, fraud that cannot cheat the bee,
Almost thy plausibility
Induces my belief,

Till ranks of seeds their witness bear,
And softly through the altered air
Hurries a timid leaf!

Oh, sacrament of summer days,
Oh, last communion in the haze,
Permit a child to join,

Thy sacred emblems to partake,
Thy consecrated bread to break,
Taste thine immortal wine!

 


Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
De UMASS-campus in Amherst, de geboorteplaats van Emily Dickinson

 

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Feest bij de familie Van de Velde

“Mest Van de Velde werd 85 jaar. Dat is niet zomaar een getal. Het is de leeftijd waarop Sint Varèse, de patroonheilige van het instinct, tot de conclusie kwam dat ouder worden en laatste woorden niet samengaan. Zonder daar rekening mee te houden wilde de vrouw van Mest, Ravijn, een groot feest organiseren, waarop enige mensen uitgenodigd zouden worden, zoals dat gaat. Natuurlijk zouden eveneens van de partij zijn: de kinderen van Mest, hun partners indien nodig, en de kleinkinderen. Er waren ook twee achterkleinkinderen, Zivo en Nack. De kinderen waren: Orgaan Van de Velde, Palace Van de Velde, Binokkel Van de Velde, en Sneut Van de Velde. Orgaan was getrouwd met de heer Driapp Zoolse, een wiskundige. Zij waren volstrekt kinderloos gebleven. Palace Van de Velde was een weduwnaar, met één dochter, Tutte. Binokkel Van de Velde was een non, en Sneut Van de Velde was homoseksueel en was al jaren samen met Venus Klomb, een matroos. Tutte Van de Velde was getrouwd met de heer Sjonge Sprongwaarts, een ideoloog van de ultrarechtse partij. Zij waren het die de ouders genoemd konden worden van Zivo, een jongen van vijf, en Nack, een meisje van vijf. Ze waren een tweeling, hoewel ze dat niet ostentatief uitspeelden ten aanzien van de maatschappij, misschien wel omdat ze daar te jong voor waren.
Al deze personen wilde Ravijn op het feest, maar ook anderen: Perscienne Boorring, de beste vriend van Mest; Krimper Noossens, de vroegere baas van Mest bij Schilderwerken Noossens; Mood Ter Brelling, de prostituee die, toen Ravijn tweeënhalf jaar ziek was geweest, Mest had geholpen op het seksuele gebied; Mug Zoeverijns, de vrouwelijke arts die Mest ooit van z’n zenuwziekte had afgeholpen, en Gezoek De Chachte, de abdis van het klooster waar Binokkel leefde, en met wie Mest heel goed gesprekken over het leven en de nasleep ervan kon voeren. Ravijn besliste dat het feest zou plaatsvinden op 30 maart, één dag na de verjaardag van Mest, want op de verjaardag zelf, 29 maart, zat Palace nog op Hawaï, waar hij, in het kader van zijn beroep, Europees getinte demonstratiefilmpjes van allerlei aard aan de internationale man probeerde te brengen. En dan was er de kwestie van de verrassingsgast. De familie had de koppen bij elkaar gestoken en ten slotte hadden ze voor mij gekozen. Mest las heel graag m’n boeken, had ooit samen met mij op een selfie gestaan die hij had gemaakt nadat hij me staande had gehouden in de Lange Munt hier in Gent, en bovendien had Mest dezelfde hobby als ik: met de motor rijden.
Ravijn had me gebeld en me gevraagd of ik op 30 maart het verjaardagsfeest van haar man wilde bijwonen. “

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

A Sketch For A Modern Love Poem

And yet whiteness
can be best described by greyness
a bird by a stone
sunflowers
in december

love poems of old
used to be descriptions of flesh
they described this and that
for instance eyelashes

and yet redness
should be described
by greyness the sun by rain
the poppies in november
the lips at night

the most palpable
description of bread
is that of hunger
there is in it
a humid porous core
a warm inside
sunflowers at night
the breasts the belly the thighs of Cybele

a transparent
source-like description
of water is that of thirst
of ash
of desert
it provokes a mirage
clouds and trees enter
a mirror of water
lack hunger
absence
of flesh
is a description of love
in a modern love poem

 
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook alle tags voor Mário de Andrade op dit blog.

 

The Valuable Time of Maturity

” I counted my years and discovered that I have
less time to live going forward than I have lived until now.

I have more past than future.
I feel like the boy who received a bowl of candies.
The first ones, he ate ungracious,
but when he realized there were only a few left,
he began to taste them deeply.

I do not have time to deal with mediocrity.
I do not want to be in meetings where parade inflamed egos.

I am bothered by the envious, who seek to discredit
the most able, to usurp their places,
coveting their seats, talent, achievements and luck.

I do not have time for endless conversations,
useless to discuss about the lives of others
who are not part of mine.

I do not have time to manage sensitivities of people
who despite their chronological age, are immature.

I cannot stand the result that generates
from those struggling for power.

People do not discuss content, only the labels.
My time has become scarce to discuss labels,
I want the essence, my soul is in a hurry…
Not many candies in the bowl…

I want to live close to human people,
very human, who laugh of their own stumbles,
and away from those turned smug and overconfident
with their triumphs,
away from those filled with self-importance,
Who does not run away from their responsibilities ..
Who defends human dignity.
And who only want to walk on the side of truth
and honesty.
The essential is what makes
life worthwhile.

I want to surround myself with people,
who knows how to touch the hearts of people ….
People to whom the hard knocks of life,
taught them to grow with softness in their soul.

Yes …. I am in a hurry … to live with intensity,
that only maturity can bring.
I intend not to waste any part of the goodies
I have left …
I’m sure they will be more exquisite,
that most of which so far I’ve eaten.

My goal is to arrive to the end satisfied and in peace
with my loved ones and my conscience.
I hope that your goal is the same,
because either way you will get there too .. “

 
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd geboren in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook alle tags voor Victor Klemperer op dit blog.

Uit: Warum soll man nicht auf bessere Zeiten hoffen  

“Aber jeder Monat ist gewonnen, und warum soll man nicht auf bessere Zeiten hoffen? Wir haben so vieles erlebt, die festesten und scheinbar unabänderlichsten Dinge sind anders geworden, warum soll sich das Rad nicht noch ein-mal drehen? Auf mittelalterlichen Handschriften findet man mehrfach das Bild des Fortunarades mit vier darauf geflochte-nen Königen und der Umschrift: regno, regnavi, regnabo, sum sine regno (Ich herrsche, habe geherrscht, werde herrschen, bin ohne Herrschaft). Es ist überhaupt merkvürdig, wie sehr mich jetzt Mittelalterliches verfolgt. Alles was mir früher bloss mär-chenhafte Lektüre war, ohne jede Möglichkeit eines Bezuges auf mein eigenes Leben, ist mir jetzt ungeheuer lebendig und nahe, die Betrachtung über Freunde, que vent ernporte, et il ventait devant ma porte (und es war windig vor meiner Thür), Geschichten von Aussatzldappem, usw, usw. Nur schade, dass man zugleich mit den Erfahrungen des Mittelalters nicht auch dessen kindlichen Glauben zurückgewinnen kann. So ein recht fester Glaube an eine wohlgeheizte Hölle — Mindesttempera-tur 2000 Grad, das wäre doch eine herrliche Sache. Bei alledem beissen wir so gut es gehen will, den Rest unse-rer Zähne &st aufeinander und arbeiten, Eva bei jedem Wetter an ihrem Garten, ich an meinem Buch. Diese Geschichte der französischen Literatur im 18. Jahrhundert (Aufklärung und Revolution) wird wahrhaftig und ohne Phrase das Buch mei-nes Lebens. Ich war noch nicht achtzehn Jahre, als mir unser Vater als erstes wissenschaftliches Buch die Aufklärung von Hettner zu lesen gab; ich habe als erstes eigenes grösseres Opus mit 33 Jahren meinen Montesquieu geschrieben, und die bei-den Bände trugen mir die Privatdozentur und die Professur ein; ich habe seitdem immer geplant, einmal das ganze Jahrhundert zu beschreiben, aber erst dann, wenn ich mich der Sache ganz gewachsen fühlte. 1933 habe ich endlich damit angefangen. Es wird ein Wälzer von etwa 1000 Druckseiten im Format meiner Literaturgeschichte des 19. Jh.’s, in zwei ungefähr gleiche Bände zerlegt. Der erste ist bis auf den letzten i-Punkt druckfertig im Maschinenmanuscript, über dem zweiten sitze ich jetzt, und wenn ich nicht vorher verrecke, wird er bis Ostern 38 fertig. Nie habe ich eine Sache so sehr mit dem Herzen und so sehr unter Aufbietung meiner ganzen Kraft geschrieben wie diese. Wenn ich morgens aufwache und noch gar nicht recht dabin und nicht weiss, welcher Wochentag es ist, dann denke ich schon an mein Buch, und in diesem Augenblick ist mir gewöhn-lich ldar, was mir gestern unklar war, und ich habe meine be-sten Einfälle. Du denkst ein Neunzehnjähriger erzählt Dir von seinen Versen; aber ich bin 55 und berichte von einer Literatur-geschichte, die schon x Leute vor mir geschrieben haben. Und doch verhält es sich wirklich und ganz unübertrieben so.”

 
Victor Klemperer (9 oktober 1881 – 11 februari 1960)

 

De Russische dichteres en schrijfster Marina Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook alle tags voor Marína Tsvetájeva op dit blog.

Uit: Briefwisseling. Marina Tsvetajeva & Rainer Maria Rilke, 1926 (Vertaald door Ronald Bos)

“Uw boeken verwacht ik als een onweer, dat – of ik het wil of niet – zal losbarsten. Bijna als een hartoperatie (geen beeldspraak! Ieder gedicht (van jou) snijdt in het hart en snijdt het volgens zijn kennis – of ik het wil of niet.) Men moet niets willen!
Weet je waarom ik jij zeg en van je houd en – en – en – Omdat jij een kracht bent. De zeldzaamste.
Je hoeft me niet te antwoorden, ik weet wat tijd is en wat een gedicht. Ik weet ook wat een brief is. Dus.
Als 10-jarig meisje (1903) woonde ik in de Vaud, in Lausanne, en ik weet nog veel over die tijd. In het pension was een volwassen negerin, die Frans wilde leren. Ze leerde niets en at viooltjes. Dat is mijn sterkste herinnering. De blauwe lippen – lippen van negers zijn niet rood en viooltjes blauw. Het blauwe meer van Genève komt pas later.
Wat ik van je wil, Rainer? Niets. Alles. Dat je het me vergunt ieder moment van je mijn leven tegen je op te kijken – als een berg die me beschermt (als een stenen beschermengel!). Tot ik je niet kende, ging het, nu, omdat ik je ken, heb ik toestemming nodig.
Want mijn ziel is goed opgevoed.
Maar ik zal je schrijven – of je wilt of niet. Over jouw Rusland (tsarenmilieu en andere dingen). Over veel. Over je Russische letters. De ontroering. Ik, die als een indiaan (of Indiër) nooit huil, ik had bijna –
Ik las je brief aan de oceaan, de oceaan las mee, we lazen samen. Stoort zo’n meelezer je niet? Anderen zullen er niet zijn, – ik ben veel te jaloers (over jou – vurig).
Hier zijn mijn boeken – je hoeft ze niet te lezen – leg ze op je werktafel en geloof me op mijn woord, dat ze er voor mij niet waren (daarmee bedoel ik op de wereld, niet de tafel!).”

 
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Elaine Goodale Eastman, Léopold Senghor, Holger Drachmann

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper

“M’n bril is de mooiste van Gent.  Hij staat op m’n gezicht alsof hij nooit eerder ergens anders gestaan heeft. Hij past zodanig goed bij de kleur van m’n haar dat vrouwen  in zwijm vallen. Soms vallen ze al in zwijm nog voor ze m’n schoenen  gekust hebben. Een van die vrouwen, een bloemenverkoopstertje met het achtereind van een varken, kwam na het in zwijm vallen niet meer bij, hoezeer ik ook water in haar gezicht plensde, en daarna limonade, en vervolgens koffie, thee en urine, die ik betrok uit een aanpalend restaurant.
Nee, die vrouw bleef simpelweg in zwijm. Ik vroeg aan m’n bodyguard, Jerry Nüttbaum, een joodse wereldkampioen in de Japanse vechtsport Bukota, om de ambulance te bellen. Bij Bukota mag je je tegenstander niet raken, behalve met een gifslang. Ik hoorde Jerry zeggen: ‘Een vrouw, in zwijm, en snel wat. Ter hoogte van Graslei nummer twaalf. Of nee, dertien. Ik zat er eentje naast. Of ze nog ademt? Dat zul je haar straks zelf moeten vragen, ik houd me met dat soort dingen niet bezig.’
Ondertussen stond ik een beetje te praten met een man die me had aangesproken en die me vroeg wat ik van de huidige politieke situatie vond. ‘Een situatie zou ik het niet noemen,’ zei ik, ‘en daar houdt het niet bij op. Dus dat komt niet goed. Het anti protestantse fascisme rukt op. Als je een antiprotestant als buur hebt, sla hem dan maar meteen dood, voor het te laat is.’ De man luisterde ademloos naar mij, wat ik gewend ben. Na het bellen van de ambulance stond Jerry z’n haar te kammen. Daarvoor had hij m’n toestemming, ik ben niet het type dat een jood verbiedt om z’n haar te kammen. ‘Baas,’ zei hij tegen mij, ‘ben ik kaal aan het worden?’ ‘Ja,’ zei ik. Jerry pinkte een traantje weg. Hij is gevoelig. De man die met me had gepraat kreeg een inzinking en ging heen. Daar had je de ambulance. Ik wachtte z’n definitieve komst niet af, en samen met Jerry zette ik m’n weg voort naar café De Intrinsiek, ongeveer ter hoogte van de winkel waar je pruimensap kunt bestellen, en dat sap wordt dan twee dagen later per internet aan huis geleverd, als het al geleverd wordt.
In De Intrinsiek zou ik een interview hebben over m’n oeuvre, met de journalist Tanguy De Roovere, van het nieuwe roddelblad Rochel. Er was mij gezegd dat het een van de laatste interviews van De Roovere zou worden, vanwege z’n hersentumor zo groot als een discobol. Naar het schijnt kon je, als je in De Rooveres neusgaten keek, die tumor zien zitten. Ik was niet van plan om in De Rooveres neusgaten te kijken, en ik zou nog liever in de anus van een paard kijken om te zien of zich daar veel bindweefsel bevindt. Als ik het had gewild, ik had dierenarts kunnen worden voor je tot drie kunt tellen. De gaven en talenten die ik heb, die kun je niet in een ruimte krijgen met de afmetingen van Oceanië. Dierenarts werd ik niet, en ook niet econoom, loodgieter, filosoof, trambestuurder, veehandelaar, drummer, piloot, luitenant-generaal, pooier, ontwikkelaar of mathematicus, omdat ik tenslotte al snel de beste schrijver van Vlaanderen wenste te worden, en daarin slaagde voordat bij wijze van spreken de wind ging liggen en vervolgens opnieuw begon te waaien.”

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Continue reading “Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Elaine Goodale Eastman, Léopold Senghor, Holger Drachmann”

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De fouten

“Primo, en dat zei ik al, heette m’n vader Gust en niet Maurice. Het was onze overbuurman die Maurice heette en van z’n achternaam niet Brusselmans maar Van Riet. Secundo‚ m’n vader was veehandelaar.Hij had wel professor in de geschiedenis van de Oude Tijden willen worden. naar werd het niet. Omdat hij maar tot z’n dertiende jaar naar school ging. Vanaf dat levensjaar moest hij z‘n eigen vader, Jef Brusselmans, bijstaan in de veehandel die Jef had in Grembergen. Mensen uit die klasse gingen niet langer dan tot hun dertiende of veertiende iaar naar school. Overbuunnan Maurice Van Riet, die nog ouder was dan Jef Brusselmans, was maar tot z’n tiende jaar naar school geweest, waarna hij door z’n ouders naar een aspergelmer gestuurd werd, om daar voor twintig cent per uur de hele dag asperges ofwel te planten ofwel te rooien. Ook hij had gerust professor in de geschiedenis van de Oude Tijden kunnen worden, en als Maurice bij ons op bezoek was zaten hij en m’n vader bij de winterse gloeiende kachel vaak te praten over geschiedkundige onderwerpen. Dan zei Maurice: ‘De Romeinen waren een taai volk, en stonden aan de wieg van vele uitvindingen die ook in deze tijd nog hun nut bewijzen.’
‘Ja, dat weet ik,’ zei m’n vader, ‘zo zijn ze de uitvinders van de fietsbel.’
‘Dat klopt, Gust,’ zei Maurice, ‘maar omdat de fiets nog niet uitgevonden was konden de Romeinen met de fietsbel aanvankelijk weinig uitvreten.’
‘Toen begonnen ze er voor de gein mee te voetballen,’zei m’n vader, ‘en zo konden de blinden er ook mee spelen‚ want als er op de bel getrapt werd klingelde hij en zo wisten de blinden maar de hal was en sc
Michel en Maurice rookte een pijp. In de biografie van Huyghe heet Maurice verkeerdelijk Roger en is hij een niet-roker. De broer van Maurice heette Roger, maar was net als Maurice wel degelijk een roker, in zijn geval Cogetama-sigaren.”

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Continue reading “Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva”

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Ivo Andrić

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Zeik

“Het lijkt iets simpels, dacht inspecteur Zeik, maar dankzij het houten stokje en het kopje van zwavel is het toch een voorwerp dat je niet mag onderschatten. Hij bekeek de lucifer thans van dichterbij en inderdaad, zo oordeelde hij, je moet er toch maar opkomen om dit uit te vinden. Hij vroeg aan z’n collega, inspecteur El Bazaz: ‘Mohamed, weet jij wie de lucifer heeft uitgevonden?’
Inspecteur El Bazaz dacht diep na, en hij zei: ‘Dat moest welhaast een man geweest zijn die z’n aansteker kwijt was en toch de behoefte had om z’n sigaret aan te steken.’ Dat vond inspecteur Zeik zo boeiend aan inspecteur El Bazaz: dat die kerel zoveel wist. Hij had niet alleen veel kennis over de uitvinding van de lucifer, maar net zo goed over pakweg de ingrediënten van appelsap, over het teveel aan bomen in sommige grote bossen, en over het hoe en waarom van het vrouwelijk orgasme, wat vrij uitzonderlijk was, want in 1961, het jaar waarin dit boek zich afspeelt, was het vrouwelijk orgasme een onbeduidend en niet al te lekker ruikend fenomeen waar je maar beter met een boog omheen kon lopen. Zelfs de meeste vrouwen wisten geen snars af van het vrouwelijk orgasme en als je aan een vrouw in die tijd vroeg: ‘Heb jij ooit al een orgasme gehad?’ was de kans negen op tien dat ze antwoordde: ‘Dat kun je maar beter aan m’n man vragen, want die weet veel meer dan ik.’ Zo’n stom antwoord was dat niet, omdat mannen toen inderdaad veel meer wisten dan vrouwen, iets wat in onze huidige tijden gelukkig nog niet veel veranderd is. Met onze huidige tijden wordt bedoeld de periode rond het jaar 2014, overigens het jaar waarin dit boek is geschreven, en voor de zekerheid herhaal ik het nog eens: wat er in het boek staat speelt zich dus af in 1961, en daar moet de lezer van vandaag toch enigszins rekening mee proberen te houden.
Inspecteur Zeik en inspecteur El Bazaz werkten in dienst van de Moordbrigade van Gent, een uitzonderlijke brigade, in die zin dat de brigade van Gent procentueel bekeken de meeste moorden van heel West-Europa oploste, en dat het de eerste brigade ter wereld was die over een allochtoonse inspecteur beschikte, en dat de baas van de brigade, commissaris Alfons Übertrut, maar één arm had. De andere had hij verloren in de oorlog, toen hij tijdens de Slag om de Ardennen, midden in een ijskoude nacht verzuchtte: ‘Ik heb er een arm voor over om nu een lekkere boterham met schapenkaas te kunnen eten.’

 
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

Continue reading “Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Ivo Andrić”

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Tadeusz Różewicz  is op 24 april van dit jaar op 92-jarige leeftijd overleden. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

Lament

I turn to you high priests
teachers judges artists
shoemakers physicians officials
and to you my father
Hear me out.

I am not young
let the slenderness of my body
not deceive you
not the tender whiteness of my neck
nor the fairness of my open brow
nor the down on my sweet lip
nor my cherubic laughter
nor the spring in my step

I am not young
let my innocence
not move you
nor my purity
nor my weakness
fragility and simplicity

I am twenty years old
I am a murderer
I am an instrument
blind as the axe
in the hands of an executioner
I struck a man dead
and with red fingers
stroked the white breats of women.

Maimed I saw
neither heaven nor rose
nor bird nest tree
St. Francis
Achilles nor Hector
For six years
blood gushed steaming from my nostrils
I do not believe in the changing of water into wine
I do not believe in the remission of sins
I do not believe in the resurrection of the body

 

Vertaald door Magnus J. Krynski en Robert A. Maguire

 

Deposition of the Burden

He came to you
and said
you are not responsible
either for the world or for the end of the world
the burden is taken from your shoulders
you are like birds and children
play

so they play

they forget
that modern poetry
is a struggle for breath

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

Continue reading “Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Mário de Andrade, Colin Clark, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva”

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010


Proofs

Death will not correct
a single line of verse
she is no proof-reader
she is no sympathetic
lady editor

a bad metaphor is immortal

a shoddy poet who has died
is a shoddy dead poet

a bore bores after death
a fool keeps up his foolish chatter
from beyond the grave

 

The Return

Suddenly the window will open
and Mother will call
it’s time to come in

the wall will part
I will enter heaven in muddy shoes

I will come to the table
and answer questions rudely

I am all right leave me
alone. Head in hand I
sit and sit. How can I tell them
about that long
and tangled way.

Here in heaven mothers
knit green scarves

flies buzz

Father dozes by the stove
after six days’ labour.

No–surely I can’t tell them
that people are at each
other’s throats.

 

Vertaald door Adam Czerniawski

 


Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)

 

Continue reading “Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva”

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva, Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor, Johannes Theodor Baargeld, Ivo Andrić, Christian Reuter, Holger Drachmann

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Vrouwen met een IQ

„De taxichauffeur vraagt in welke straat het is. Ik vraag hem verbaasd of hij niet weet waar hij De Brugse Poorte moet situeren. Hij zegt dat hij dat inderdaad niet weet. Ik vraag hem, nu al van hem walgend, of hij nieuw is in zijn vak. Hij zegt: “Ja.”
Ik vertel hem hoe hij de Brugse Poorte kan bereiken. Hij begint te rijden. Onderweg kijkt hij me nu en dan aan in de achteruitkijkspiegel, erop hopend dat ik hem zal vragen wat hij vroeger deed. Ik vraag hem niets. Ten slotte kan hij zich niet meer inhouden en zegt: “Dit is pas m’n tweede week als taxichauffeur. Vroeger was ik vrachtwagenchauffeur.”
“Een hele overstap, ” zeg ik. Hij vertelt me dat het leven van een vrachtwagenchauffeur veel harder en boeiender is dan het leven van een taxichauffeur. Ik zeg dat ik me dat kan voorstellen. Dat is nochtans niet zo. Hoe zou ik me kunnen voorstellen dat het leven van een vrachtwagenchauffeur veel harder en boeiender is dan dat van een taxichauffeur? Bovendien interesseert het me niet hoe hard en boeiend hun levens zijn.
Hij zegt dat het in de vrachtwagenbranche heel slecht gaat en dat er elke dag ontslagen vallen. Ik zeg hem dat ik diepgevroren as verzamel. Hij verstaat me niet en zegt dat de overheid ervoor zal zorgen dat, als ze zo doorgaat, de vrachtwagenbranche helemaal naar de verdommenis zal gaan. Ik zeg hem dat de overheid daar gelijk in heeft, maar ik denk dat hij alweer niet beseft wat ik zeg.
Ik heb de indruk dat hij bezig is met verkeerd te rijden. Voorlopig zwijg ik daarover en als hij zegt dat hij z’n Scania Vabis Intercooler mist, antwoord ik hem dat ik m’n moeder mis.“

brusselmans

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

The Living Were Dying

Walled in, the living were dying
black flies laid eggs
in human flesh.
Day in and day out
the streets were paved
with swollen heads.

The father, Aaron
had a beard of mildew and moss
and a head of white light
which died out flickering
before he expired he ate out of a hand
with his wilting lips
and opening his turquoise eyes.

In the little room
bodies were swelling.
Sally sold apples
silver ones smelling of an orchard
in front of the gate
which was made of azure.

Between gibberish
and red spittle
between the scabies of the wall
and the corpse of the passerby
with a cruel eye
between the stone
and the howling of a madwoman
Sally stood in her red dress
and the colors were absorbing venoms
and the apple rotted in her swarthy
hands. A white worm crawled out
from the smell.
Apples were wilting apples were rotting
mother was dying.

No one brought apples to the ghetto any more
no one in the ghetto bought apples any more.
Day in and day out
bodies were falling down.

 

Vertaald door Regina Grol

 

Busy With Many Jobs

Busy with many jobs
I forgot
one also has
to die

irresponsible
I kept neglecting that duty
or performed it perfunctorily

as from tomorrow
things will be different

I’ll start dying meticulously
wisely optimistically
without wasting time

 

Vertaald door Adam Czerniawski

tadeusz

 Tadeusz Różewicz (Radomsko, 9 oktober 1921)

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd geboren in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Ich will Zeugnis ablegen bis zum letzten, Tagebücher 1933-1945

„Dienstag 19. Juni 45, Dölzschen
Am Sonntag d. 10. sind wir hier angekommen, die erste Nacht schliefen wir beim braven Kalau, die zweite schon in unserm Haus, ein noch immer unbeschreibliches Gefühl, noch immer wie ein Wachtraum, wir leben seitdem in einer Märchenwelt, einer komischen, imaginären und doch höchst realen aber etwas unsicheren Welt, einem komischen, manchmal rührenden, manchmal ein bisschen verächtlichen Paradiese, und noch immer bin ich zu keiner Arbeitsruhe gekommen, mein Tagebuch liegt im Argen, die Reisetage sind noch nicht nach den dürftigen Stichworten ergänzt, die grosse Fülle dieser Woche ist nicht festgelegt, ich habe mich noch nicht um das Schicksal meiner Mss in Pirna gekümmert.
Ich bin zu allem und jedem zu müde, der Tag vergeht mit Essen und wieder Essen, mit Dösen und Schlafen, mit Besuchen, die ich zahlreich empfange und mache, mit Plaudern, mit Plänen und Skepsis, mit Staunen, mit Freude und wieder und wieder mit Skepsis, mit Müdigkeit, Warten, Treibenlassen und wieder mit Müdigkeit. Umschichtig schwimme ich in erstaunter Seligkeit, in skeptischer Verwunderung über diesen vollkommenen Märchenumschlag unseres Schicksals, und in der dunklen Angst, es möchte alles zu spät kommen, das Herz, die Vergreisung des Denkens, auch das blosse Eingerostetsein meiner Kenntnisse – ich kann ja keine zehn Worte mehr französisch – möchten mir einen vernichtenden Streich spielen. Alles dies aber, Hoffnung, Furcht, Skepsis, Angst, ist gedämpft durch Müdigkeit und animalisch träges Wohlbehagen: immerfort essen, immerfort schlafen, dazwischen ein bisschen Radiohören.“

klemperer

Victor Klemperer (9 oktober 1881 – 11 februari 1960)
Monument in Dresden

 

De Russische dichteres en schrijfster Marina Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Here, in my Moscow, – cupolas shine

Here, in my Moscow, – cupolas shine.
Here, in my Moscow, – church bells chime.
And tombstones, here, all stand aligned,
Tsarinas sleep there, and tsars.

You don’t know, but in the Kremlin, at dawn,
The air is lightest – and just here alone!
You don’t know, but in the Kremlin, each dawn,
I pray to you – until dusk.

And you stroll along your Neva River, slow,
While I stand alone where my Moskva flows.
With my head bowed low, I watch the blurry glow –
Streetlamps in the dusk.

With my whole insomnia, I’m in love with you,
With my whole insomnia, I am harking you,
While sextons awake in the Kremlin to
Carry out their morning tasks.

But, my Joy, my river – with your river still…
But, my Joy, my arm – with your arm, I feel,
Will not come together, at least, until
The dawn catches the dusk.

 

I like the fact that you’re not mad about me

I like the fact that you’re not mad about me,
I like the fact that I’m not mad for you,
And that the globe of planet earth is grounded
And will not drift away beneath our shoes.
I like the fact that I can laugh here loudly,
Not play with words, feel unashamed and loose
And never flush with stifling waves above me
When we brush sleeves, and not need an excuse.

I like the fact that you don’t feel ashamed
As you, before my eyes, embrace another,
I like the fact that I will not be damned
To hell for kissing someone else with ardor,
That you would never use my tender name
In vain, that in the silence of the church’s towers,
We’ll never get to hear the sweet refrain
Of hallelujahs sung somewhere above us.

With both, my heart and hand, I thank you proudly
For everything, – although you hardly knew
You loved me so: and for my sleeping soundly,
And for the lack of twilight rendezvous,
No moonlit walks with both your arms around me,
No sun above our heads or skies of blue,
For never feeling – sadly! – mad about me,
For me not feeling – sadly! – mad for you.

 

Vertaald door Andrey Kneller

 Marína Tsvetájeva (9

Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)
Standbeeld in Moskou

 

De Duitse dichter, schrijver, schilder en graficus Johannes Theodor Baargeld werd geboren op 9 oktober 1892 in Stettin. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Verse

Und auch die Nächte dieser Stadt
Sind unterhöhlt von den stürzenden Glocken.
Uns Nackten wehen in ihr Bad
Des Rausches von ruhlosen Lippen Flocken.

Wo du an überlaubtem Tor
Weichere Hände nicht wolltest küssen,
Habt Beide ihr Schatten sehen müssen,
Und Schreie, da ein Gerechter verlor.

Ein dunkler Seim von krankem Baum
Ward über das Pflaster zu spaltiger Glättung,
Und ein Zuschlag sprang wie aus eiserner Kettung
Einer toten Weiche in deinen Traum

 

O dieser Stunde

Jetzt sind durch Stadt
Lange Wege von Suchenden.
Häuser rauschen heran
Unbestimmter Erregtheit.
Pferd wartet um sich dunkle Höfe
Und ein Lied aus Kanal oder Lichtschacht.
Über asphaltenen Zeilen
Kreuzen sich Suchaugen
Ungenau.
Aufschwelen Brauen
In denen Tag nachzittert
Und etwas wie
Erwartung steht auf –

O dieser Stunde –
Wo ist
Der sich wühlt unter die kündende Liebe
Eures Tagverhaltenseins,
Brüder Gelegenheitsmenschen?
Ich balle meine Tausendbedürftigkeit vor euch
Fragend bittend Euch Tiefhändigen bald.
Ich tanze den durstigen Narr in den Trug unserer
Schläfe aus zweiter Hand,
Ich bettle mich durch
Zu uns.

baargeld

Johannes Theodor Baargeld (9 oktober 1982 – 18 augustus 1927)

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006.

Uit: Bosnian Chronicle (Vertaald door Celia Hawkesworth)

„Prologue

     For as long as anyone can remember, the little café known as “Lutovo’s”  has stood at the far end of the Travnik bazaar, below the shady, clamorous source of the “Rushing Brook”. Not even the oldest people can remember Lutvo, its first proprietor. He has lain for at least a hundred years in one of the cemeteries scattered throughout Travnik, but everyone goes to Lutovo’s for coffee and his name is still recalled and mentioned while so many sultans, viziers and beys have been  long forgotten. In the garden of this little café, at a foot of a hill, a gentle secluded slope rises up against a cliff, in the shade of an old lime tree. Low benches of irregular shapes have been fitted together around the tree, among boulders and tufts of grass, making a place where it is pleasant to sit for a while and always hard to leave. The benches are weather-worn and warped by the years and long use- they have merged completely with the tree, earth and rock around them.

     During the summer months, from the beginning of May to the end of October, this was by ancient tradition the place where the Travnik beys and other notables admitted to their company gathered, about the time of the afternoon prayer. At the time of day, none of the other townspeople would presume to sit and drink coffee here. The spot was known as “The Sofa”. For generations this word had a clear social and political meaning in the popular speech of Travnik, because whatever was said, discussed and decided “on the Sofa” had almost the weight of a resolution of the counsellors at the Vizier’s Divan.

     On the last Friday of October 1806, some dozen beys were sitting there, although the sky was already overcast and a wind was getting up, which always meant rain at this time of year. Each in his own set place, the beys were talking in low voices. Most of them pensively watching the plat of sun and clouds, smoking chibouks and coughing tetchily. They were discussing an important piece of news.

One of them, a certain Suleiman Bey Ajvaz, had recently travelled to Livno on business. While he had met a man from Split,a reliable person, he said, who had told him the news he was now recounting to the others. They could not make it out and kept asking for details and making him repeat what he had already said.“

 Ivo Andrić

Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)
Standbeeld in Belgrado

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle. Zie voor ook mijn blog van 9 oktober 2006

Uit: Schelmuffskys Warhafftige Curiöse und sehr gefährliche Reisebeschreibung zu Wasser und zu Lande

„Deutschland ist mein Vaterland, in Schelmerode bin ich geboren, zu Sankt Malo habe ich ein ganz halb Jahr gefangen gelegen und in Holland und England bin ich auch gewesen. Damit ich aber diese meine sehr gefährliche Reisebeschreibung fein ordentlich einrichte, so muß ich wohl von meiner wunderlichen Geburt den Anfang machen. Als die große Ratte, welche meiner Frau Mutter ein ganz neu seiden Kleid zerfressen, mit dem Besen nicht hatte können totgeschlagen werden, indem sie meiner Schwester zwischen den Beinen durchläuft, fällt die ehrliche Frau deswegen aus Eifer in eine solche Krankheit und Ohnmacht, daß sie ganzer vierundzwanzig Tage daliegt und kann sich, der Tebel hol mer, weder regen noch wenden. Ich, der ich dazumal die Welt noch niemals geschaut und nach Adam Riesens Rechenbuche vier ganzer Monat noch im Verborgenen hätte pausieren sollen, war dermaßen auch auf die sappermentsche Ratte so töricht, daß ich mich aus Ungeduld nicht länger zu bergen vermochte, und kam auf allen Vieren sporenstreichs in die Welt gekrochen. Wie ich nun auf der Welt war, lag ich acht ganzer Tage unten zu meiner Frau Mutter Füßen im Bettstroh, ehe ich mich einmal recht besinnen kunnte, wo ich war. Den neunten Tag so erblickte ich mit großer Verwunderung die Welt. O sapperment! wie kam mir alles so wüste da vor, sehr malade war ich, nichts hatte ich auf dem Leibe, meine Frau Mutter hatte alle Viere von sich gestreckt und lag da, als wenn sie vor den Kopf geschlagen wäre, schreien wollte ich auch nicht, weil ich wie ein jung Ferkelchen dalag, und wollte mich niemand sehen lassen, weil ich nackend war, daß ich also nicht wußte, was ich anfangen sollte. Endlich dachte ich, du mußt doch sehen, wie du deine Frau Mutter ermunterst, und versuchte es auf allerlei Art und Weise; bald kriegte ich sie bei der Nase, bald krabbelte ich ihr unten an den Fußsohlen, letztlich nahm ich einen Strohhalm und kitzelte sie damit in dem linken Nasenloche, wovon sie eiligst auffuhr und schrie: Eine Ratte! Eine Ratte!

reuter

Christian Reuter (9 oktober 1665 – ? 1712)
Monument voor Reuter in Kütten in Sachsen-Anhalt

 

De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2006.

Ich bin erschöpft

Ich bin erschöpft. Wer baut nun wieder auf?
Es baut ein jedermann in diesen Zeiten,
Und Direktoren stramm voran uns reiten,
Nur eine Hummel in dem ganzen Hauf.

Ich reiße nichts. Die andern bauen auf,
sie sind zufrieden, satt und haben Spaß;
Ich seufze fassungslos auf offener Straß’,
die Hummeln überall, wo ich auch lauf’

Guten Morgen Hummelchen! – Wie – Guten Morgen?
Monsieur Horniss! Wozu das Wagen, Pricken?
Warum nicht minder Groß’ und Kleine pieken?

Wofür? Kennst du denn keine andren Sorgen?
Ja gottbewahr! – Da ist noch Honig drin!
Doch Mittag soll er schon zur Königin!

 drachmann

Holger Drachmann (9 oktober 1846 – 14 januari 1908)
Portret door Peder Severin Krøyer

 

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Aspiration

The sweetness of poverty like this…
To lose everything your, even the egoism of being,
So poor that you can only belong to the crowd…
I gave away everything mine, I spent all my being,
And I possess only what in me is common to all..
The sweetness of poverty like this…

I am not lonely any more, I am dissolved among equal men!

I have walked. Long my way
The emphatic mark of my steps
Remained on ground wet with morning dew.

Then the Sun ascended, heat vibrated in the air
In golden particles of light and warm breath.

The ground burned and hardened.
The mark of my feet is now invisible…

But the Earth remains, the tenderly dumb Earth,
And growing, grieving, dying in Earth,
The always equal men remain…

And I feel larger, equalizing myself to the equal men!…

 

The Girl And The Goat

The girl fights to pull the goat,
Totally terrified, sliding on the pavement
Among the bells of the streetcars
And the speed of the dusty automobiles.

…A whole herd of goats…
The goats graze on the mid-day grass…
And in the dead solitude of the mountain
Not a single sound of a car horn.
Ugly dog with big eyes hidden in his hair,
Near he stones moved by the little lizards,
Where the hot sun flounders in the troubled water,
Fixes his teeth in the golden cheese
Licias, the herdsman.

 

 Vertaald door John Nist en Yolanda Leite

 andrade

Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

Uit: Semmelweis (Vertaald door Joe Martin)

„SEMMELWEIS: Child-bed fever is a blood poisoning, brought about by a septic virus which is generated in the cadavers. If it is introduced into the bloodstream of a living body, it will die. The viral agents enter the blood of the pregnant women by way of the hands of the physicians or others during examinations. It is the students who-with their fingers soiled from the autopsies-transmit germs from the cadavers to the genitals of the pregnant women. That’s the theory.

SKODA: It seems… [He stops, stiffens and stares at him] If you are right about this, you will never be forgiven.

SEMMELWEIS: What do you mean, Citizen Skoda?

SKODA: That is unforgivable.

SEMMELWEIS: It’s the truth.

SKODA: [pacing] Do you know what you’re saying? When the physician sits at the bedside of the sick, he is not the doctor, he is the disease!

SEMMELWEIS: That’s true.

SKODA: You are saying that everyone who has dealt with patients in this manner has personally transmitted the disease!

SEMMELWEIS: Yes.

SKODA: What do you think that your typical obstetrician will say to the accusation? Do you think they would confess to having killed hundreds of thousands?

SEMMELWEIS: People must yield to the facts.

SKODA: People will not do so. You will be attacked as a slanderer, a dilettante, an ignoramus, a maniac, a hateful, malicious grumbler.

SEMMELWEIS: They are men of science!

SKODA: Prestige and authority are not reconcilable with scientific thought. You will be attacked. And with every means at their disposal.

SEMMELWEIS: The facts can’t be denied.

SKODA: Of course the facts can be denied. It’s what the authorities have always done.“


Jens Bjørneboe
Jens Bjørneboe (9 oktober 1920 – 9 mei 1976)

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo’n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2007 en ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009.

To New York
(for jazz orchestra and trumpet solo)

I.
New York! At first I was bewildered by your beauty,
Those huge, long-legged, golden girls.
So shy, at first, before your blue metallic eyes and icy smile,
So shy. And full of despair at the end of skyscraper streets
Raising my owl eyes at the eclipse of the sun.
Your light is sulphurous against the pale towers
Whose heads strike lightning into the sky,
Skyscrapers defying storms with their steel shoulders
And weathered skin of stone.
But two weeks on the naked sidewalks of Manhattan—
At the end of the third week the fever
Overtakes you with a jaguar’s leap
Two weeks without well water or pasture all birds of the air
Fall suddenly dead under the high, sooty terraces.
No laugh from a growing child, his hand in my cool hand.
No mother’s breast, but nylon legs. Legs and breasts
Without smell or sweat. No tender word, and no lips,
Only artificial hearts paid for in cold cash
And not one book offering wisdom.
The painter’s palette yields only coral crystals.
Sleepless nights, O nights of Manhattan!
Stirring with delusions while car horns blare the empty hours
And murky streams carry away hygenic loving
Like rivers overflowing with the corpses of babies.

 

Vertaald door Melvin Dixon

 Léopold Sédar Senghor (

 Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 – 20 december 2001)