Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Emma Cline, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“In de voortuin was niet veel anders te zien dan de scheve boom met het beeld eronder, en aan de wegkant een laag muurtje van afgebrokkelde grijze blokken steen. De weg lag diep uitgesleten tussen de twee steile groene bermen, waarop de bomen stonden, een soort sparren met kromme takken en lange grijsgroende naalden, die ruisten in de wind. Het was een vreemde weg, zo nauw en ingezakt onder de bomen, zo stil en verlaten, er kwam bijna nooit iemand langs de weg. Wie zou er langs de weg hebben moeten komen? Aan de achterkant van het huis, kijkende uit het raam van de woonkamer – daar was een hele wereld -, vlak achter het huis een ravijn, een groot, diep en groen ravijn vol boomvarens, en verderop begon een bos, en overal groen bergruggen. Maar over dat alles heen – verweg en in de diepte – lag de vlakte, als opengevouwen, lichtgeel, wazig en zonnig. En uit die vlakte rezen twee bergen op – zo ineens , ten voeten uit, naast elkaar. Overdag schenen zij soms verdwenen achter de warme heiige lucht; maar in de middag als het helder werd, waren zij er weer – leikleurig of blauw of paars – naast elkaar, oprijzende uit de vlakte, uit hun nevels. De tweelingen van de oude meneer.
Er was iets met hem, Riek had het nooit begrepen. Familie van mama, en toch weer niet, hij was korte tijd met haar moeder getrouwd gweest, maar die leefde al lang niet meer, hij was ook haar vader niet. Mama zei nooit iets anders dan – meneer – tegen hem, en als zij over hem sprak – de oude meneer zoals iedereen. Zo erg oud was hij niet eens, maar wel mager en geel; en mama zei dat hij een kwaal had en dikwijls pijn, en hij rook soms naar een scherpe medicijn, net teer. Zijn dun zwart haar werd wit aan de slapen, en opzij van zijn neus liep langs de mond tot aan de kin, aan beide zijden gelijk, een diepgegroefde rimpel, alsof iemand het er met een griffel ingekrast had.
Hij was erg knap, hij sprak goed Javaans – hoog en laag en midden -, hij wist alles van planten en kruiden, en de geschiedenis en alle verhalen van vroeger, van het Hindoerijk – het oude Rijk-, zei hij. En dan deed hij ook nog aan hokus-pokus, dat zei papa. Het was iets met een kalender die hij gemaakt had. ‘De dag waarop je moet trouwen, of doodgaan, of een kind krijgen, of uit stelen gaan zonder gepakt te worden’, zei papa, ‘is het niet zo, An?’ Maar mama gaf er geen antwoord op, zij vond het niet prettig als papa daarover sprak.
Eenmaal was de oude meneer zelf over de hokus-pokus begonnen.”


Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

Uit: Not Fade Away

« I read a small pile of books in that little room—long hours pregnant with time to kill—but only one left an impression, Hemingway’s posthumous Garden of Eden. It’s a joke to say I read Hemingway on these nights, in Africa, away to war. They should take away my writing license for saying such a thing. It’s a joke. But not really. I didn’t know it was a joke. Instead of college I’d studied dishwashing (among other ineffective ways of attempting to support a young family) before finally giving up to join the army. I was twenty-two years old in Somalia, but still a year shy of reading A Farewell to Arms and For Whom the Ben Tolls. I’d read “Old Man at the Bridge” and “Soldier’s Home” in high school but was three months shy of reading them again and understanding. So I read Hemingway at 2 A.M. in an African war zone, blameless and innocent, as reading should be. It was a hardback of the first printing of Garden of Eden, with a torn jacket and $1.00 sticker. My mother bought it at a library sale and mailed it to me along with a pound of beef jerky and film for my camera. I was twenty-two and didn’t know anything about anything, about this novel and its place in the scheme or Hemingway himself or who thought what about this or that. None of it colored me as I opened the cover and cracked the spine, nothing shading my view as I read the front leaf then the back then the copyright page then the first sentence. The first sentence became the second then the third then it was just me and David and none of that other stuff, just me and the story. They were on the Mediterranean coast and the quiet, sad tale unfolded in colors of salt and white sky with a mouthful of dark wine and sharp, strong marinated olives. David was remembering Kenya and just months before I’d been where he’d been, briefly, and now his world was falling apart and oh I’d been there, too. He would swim and fish in the sun and I would stretch, washing down a stale MRE cracker with a cup of cold coffee, wiping my mouth and listening to the French whispers down the hall then finally back on the floor to my place on the page. “

 
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Zweite Schöpfung

Wie wir es schaffen, hat keine Bedeutung.
Wir hatten seit letztem Sommer schon dicht
am Ziel geforscht. Nur der letzte Schritt fehlte.
Ich zitterte, als ich sagte: Ein Zwergmammut wird
unseren Sohn herumtragen, Sibirische Tiger unsere
Töchter beschützen. Ein Tag wird wie der andere sein,
wenn wir die Hirne der Großsäuger knacken: ekstatisch,
verträumt, voller Verluste. Zweihundert Milliarden
Nervenzellen, aufgelöst, ineinander vertäut wie
Boote im offenen Meer. Gehirn, Seele und Sinne
fahren zusammen hinaus, eine Flotte in Formation.
Nenn es Krieg, nenn es Wahnsinn: Dies ist
die Freiheit der Liebe: neue Wesen zu schaffen,
sie uns zur Seite zu stellen. Dies ist die Freiheit
unserer Art, neue, andere Arten zu machen.
Gott hat uns mit einem Bausatz beschenkt.

 

Das Dorf

In meinen Erinnerungen ist immer Winter. Sie sagten,
eine Märchengestalt hätte das Dorf erträumt.
Schwäne und Schimmel sollten hier leben. Einzelne Menschen,
weißgekleidet, kalt. Menschen, die ohne Licht leben können.
Die die frische Flockendecke nicht zerstören. Es schien mir damals alles
richtig, intakt. Nur das Mädchen, das irgendwo in einem der Häuser saß
und mit dem Finger, von innen, die Eisblumen im Fenster berührte, war
nicht vorgesehen.
Ich war in hellblauen Briefen unterwegs zu dir,
aber die Schneekönigin hatte dich lange zuvor erwischt.

Ich träumte
von den Tatzen des Eisbärs,
er griff einfach durch deinen Körper
hindurch, nahm sich den kalten
Splitter und ließ
dein Herz unversehrt.
Im Traum gelang es ihm
dich mit der Wärme seines Körpers aufzutauen.
Gestohlene Zeit tropfte auf den
Boden, gefror erneut. 

 
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Nederlandse schrijver, redacteur en radio- en televisiepresentator Hugo Borst werd geboren in Rotterdam op 15 juni 1962. Zie ook alle tags voor Hugo Borst op dit blog.

Uit: Ma

“Mijn vader hoopte dat ik net zo boodschappen zou doen als hij deed. Die hoop, een eis was het niet, bevreemdde me, omdat hij me nooit iets had opgelegd. Anders dan ma gaf hij me vrijblijvende adviezen en als ik die in de wind sloeg, nam hij daar geen aanstoot aan.
Zo niet die vrijdag. Het boodschappenlijstje dat hij me in handen had gedrukt, getuigde van militaire precisie. De producten stonden in de volgorde van de ideale looproute door de Plus in winkelcentrum Binnenhof in Ommoord. Op de een of andere manier vond ik dat poëtisch.
Ook de caissière zei mijn vader persoonlijk gedag. Hij groette haar terug op de wijze waarop hij dat die dag bij iedereen had gedaan: hartelijk, uit de grond van zijn tot op de draad versleten hart. Dat de conditie ervan zo slecht was, wisten we op dat moment niet.
Ik was druk bezig zijn schitterende hartelijkheid goed in mij op te nemen. Ik vond het wonderlijk. Gedag zeggen is in de kern een alledaagse, routinematige handeling. Maar mijn vader maakte mij die dag inzichtelijk dat het ook anders kan.
Hij begroette in de Plus mensen alsof hij oprecht blij was ze weer te zien, met een warmte die je in de grote stad niet meer ontmoet.
Bij onze terugkeer met de gevulde boodschappentrolley vond ik mijn moeder aan de strenge kant. Mijn vader had te veel gehakt meegenomen voor twee personen. Terwijl zij hem vermanend toesprak, snapte ik de ernst waarmee mijn vader zich had gekweten van mijn inwijding. Ma was kritisch en veeleisend, ze verdroeg improvisatie slecht. Pa had me die vrijdag willen zeggen: maak er geen potje van, neem het boodschappen doen niet te licht op, je moeder pikt dat niet.
Zes dagen later moest hij onder het mes. De ingreep slaagde, maar zijn hart was niet sterk genoeg. Hij raakte in coma. Twaalf dagen na mijn officiële inwijding stierf hij.
Sinds de dood van pa doen mijn vrouw en ik om beurten boodschappen voor mijn moeder. Het laatste jaar is ma’s boodschappenlijstje met de week onvollediger geworden.
Toen het bibberig beschreven papiertje nauwelijks nog houvast bood, zijn we zelf het lijstje maar gaan samenstellen, ma’s oorspronkelijke voorkeuren indachtig. We kijken in de koelkast, we kijken in de voorraadladen, we kijken in de kast waar de lekkernijen staan. We maken de balans op.”

 
Hugo Borst (Rotterdam, 15 juni 1962)
Cover

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

Song Of The Heart

This intimate music will never cease as,
consumed in an embrace of gold,
Charity and Love exchange a kiss.

Do you hear the heart’s diapason?
Hear in its multiple note the din of
those to come and those long gone?

My brothers from throughout the ages
in me find their common silent note,
their shared laments, their self-same rages.

I am the voice of leaves that covered
the germinal bosom of the druid bard
who took the woods as goddess and lover.

I am the pool where Scheherazade,
a pearl beneath ajeweler’s loupe,
swims her crystalline glissade.

And I become an aspiring Christian
when I page through the beatitudes
of the virgin who was my catechism.

And the new delight that accommodates
the tango-colored hypnotism
of the price of fashion and the fashion plate.

I stun the rotundity of Creation,
courting all objects and all women
with a pagan and Nazarene dedication.

0 Psyche, o my soul, sound the start
of a modem, a jungle, an orgiastic song:
the song of Mary, the song of the heart!

 

Vertaald door Margaret Sayers Pedan

 

 
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)
Cover

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit: Les Croix de bois

“— Ce qu’il est lourd, fit-il. Qu’est-ce que tu as pu foutre là-dedans… Tu y as mis des pavés ?
— Juste ce qu’on m’avait dit.
— C’est les cartouches qui pèsent, intervint le caporal… Ils vous en ont donné combien ?
— Deux cent cinquante… Mais je ne les ai pas dans mon sac.
— Où ça alors ?
— Dans ma musette. Vous comprenez, j’aime mieux ça. Si tout d’un coup on était attaqués.
— Attaqués ?
Les autres le regardèrent, étonnés. Puis, tousensemble partirent à rire, d’un rire énorme qu’ils forçaient encore, étouffant, gesticulant, échangeant de lourdes claques sur les épaules comme des caresses de battoirs.
— Attaqués, qu’il dit… Tu parles d’un mec qui s’en ressent.
— Mais non, il a les foies…
— Attaqués, qu’il dit… Au fou… Lâchez les chiens !
Cette candeur inouïe nous faisait rire jusqu’à la suffocation. Le père Hamel en pleurait. Fouillard lui, ne riait pas. Il haussait les épaules, tout de suite hostile, regardant déjà de travers ce soldat trop propre qui parlait poliment.
— Un gars aux sous qui veut nous en mettre plein la vue, dit-il à Sulphart.
Le rouquin, uniquement préoccupé de parler plus que les autres, considérait le nouveau avec compassion.
— Mais, mon pauvre gars, lui dit-il, tu ne crois pas qu’on se bat comme ça ; c’était bon le premier mois. On ne se bat plus maintenant. Tu ne te battras peut-être jamais.
— Sûrement, approuva Lemoine, tu ne te battras pas, mais t’en baveras tout de même.
— Tu n’tirero jamais un coup de fusil, prophétisa Broucke, le « ch’timi » aux yeux d’enfant.
Le nouveau ne répliqua rien, pensant sans doute que les anciens cherchaient à l’épater. Mais l’oreille tendue, sans entendre Sulphart discourir, il écoutait le canon qui ébranlait le ciel à grands coups de bélier, et il aurait voulu être déjà là-bas, de l’autre côté descoteaux bleus, dans la plaine inconnue où se jouait la guerre au parfum de danger.”

 
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1932

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

 

Le Voltigeur – Souvenir de Châteauguay

Sombre et pensif, debout sur la frontière,
Un Voltigeur allait finir son quart ;
L’astre du jour achevait sa carrière,
Un rais au loin argentait le rempart.
Hélas, dit-il, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne,
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

Un bruit soudain vient frapper son oreille :
Qui vive… point. Mais j’entends le tambour.
Au corps de garde est-ce que l’on sommeille ?
L’aigle, déjà, plane aux bois d’alentour.
Hélas, etc.

C’est l’ennemi, je vois une victoire !
Feu, mon fusil : ce coup est bien porté ;
Un Canadien défend le territoire,
Comme il saurait venger la Liberté.
Hélas, etc.

Quoi ! l’on voudrait assiéger ma guérite ?
Mais quel cordon ! ma foi qu’ils sont nombreux !
Un Voltigeur, déjà prendre la fuite ?
Il faut encor, que j’en tue un ou deux.
Hélas, etc.

Un plomb l’atteint, il pâlit, il chancelle ;
Mais son coup part, puis il tombe à genoux.
Le sol est teint de son sang qui ruisselle.
Pour son pays, de mourir qu’il est doux !
Hélas, etc.

Ses compagnons, courant à la victoire,
Vont jusqu’à lui pour étendre leur rang.
Le jour, déjà, désertait sa paupière,
Mais il semblait dire encor en mourant :
Hélas ! c’est fait, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne.
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

 
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
De bibliotheek in het François-Xavier Garneau.Huis in Québec

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Emma Cline werd geboren in 1989 in Sonoma in Californië. Zie ook alle tags voor Emma Cline op dit blog.

Uit: The Girls

“Every day after school, we’d click seamlessly into the familiar track of the afternoons. Waste the hours at some industrious task: following Vidal Sassoon’s suggestions for raw egg smoothies to strengthen hair or picking at blackheads with the tip of a sterilized sewing needle. The constant project of our girl selves seeming to require odd and precise attentions.
As an adult, I wonder at the pure volume of time I wasted. The feast and famine we were taught to expect from the world, the countdowns in magazines that urged us to prepare thirty days in advance for the first day of school.
Day 28: Apply a face mask of avocado and honey.
Day 14: Test your makeup look in different lights (natural, office, dusk).
Back then, I was so attuned to attention. I dressed to provoke love, tugging my neckline lower, settling a wistful stare on my face whenever I went out in public that implied many deep and promising thoughts, should anyone happen to glance over.
As a child, I had once been part of a charity dog show and paraded around a pretty collie on a leash, a silk bandanna around its neck. How thrilled I’d been at the sanctioned performance: the way I went up to strangers and let them admire the dog, my smile as indulgent and constant as a salesgirl’s, and how vacant I’d felt when it was over, when no one needed to look at me anymore.
I waited to be told what was good about me. I wondered later if this was why there were so many more women than men at the ranch. All that time I had spent readying myself, the articles that taught me life was really just a waiting room until someone noticed you—the boys had spent that time becoming themselves.”

 
Emma Cline (Sonoma, 1989)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannah van Wieringen werd geboren in 1982 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Hannah van Wieringen op dit blog.

 

Over wat poëzie

de hele grote onmogelijkheid van het enorme volle alles
die knappende ballon in je uitklappende gogogadget borstkas
die de aardbol omvat inclusief wereldzeeën
woestenijen van ver voor onze tijden
ver voor de eerste kikkervis

dat ontsnapte gas van oermaterie
dat neer te halen met een mazig vlindernetje
koddige schep uit de lucht hop

en dan
die opgeschepte onmogelijke veelheid
verbinden aan het verbijsterend kleine niets
laten we zeggen

aan het sneeuwklokje in het aardewerken potje
dat in een vensterbank licht staat te verzamelen
als een pietà

bedaard het sneeuwklokje laten openklappen
pop zegt het klokje
open de tijd
adem uit

de stilte daarna
de afwezigheid van
dat geluid

 

 
Hannah van Wieringen (Haarlem, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Dan kwamen zij bij de bergpas, eindelijk!
Daar hielden zij stil, de paarden werden uitgespannen, want nu kwamen er karbouwen voor de postwagen, gespannen aan een houten juk. Zij deden onrustig en wilden naar de paarden stoten en bliezen door hun neusgaten, maar de mannen hielden hen vast en spanden hen in voor de wagen met hun touwen. De karbouwen waren niet groot, maar breed en grauw en sterk, en liepen wat schuin naast elkaar onder het juk om hun grote hoorn. De linker van de een en de rechter van de ander staken over elkaar heen. De koetsier zat nog wel op de bok, maar hij hoefde geen teugels vast te houden, de mannen leidden de karbouwen, duwden telkens het juk recht, schreeuwen – rrt – rrrrrrt, klakten met de tongen, klapten met de zwepen. Het ging langzaam voetje voor voetje. Links was een ravijn. Paarse aardorchideeën groeiden er in het gras, er was een heg van wilde rozen om een hellend veldje heen. Een beek murmelde. Een straffe wind woei koud en schraal.
Boven werden de karbouwen weer uitgespannen, die waren alleen voor de steile bergpas en zij reden weer verder met de paardem. Maar al gauw hielden zij stil en stapten zij uit. Zij moesten een eind een zijweg inlopen, de mannen droegen de koffers, tot zij bij een klein wit huis kwamen in een tuin.
Voor het huis stond onder een oude scheefgegroeide boom een grijs stenen beeld van een zittende olifant, opzij was een laantje van moeibeibomen. Daar woonde de oude meneer op zijn landje.
‘Een klungellandje!’ zei papa, maar hij hield niet van de oude meneer.
Het huis was van bamboe en hout, en op palen – zoals een groot kamponghuis – , maar alles zat netjes in de verf. Er was ook niet meer dan één woonkamer, met een glazen wand om naar buiten te kunnen kijken, een paar slaapkamers, en de bijgebouwen achter het huis; overal kraakten de vloeren. De oude meneer had maar twee bedienden, alleen een oude kokkin, die ook het huis opruimde, en een jongen om de tuin te vegen. Voor de bloemen zorgde hij zelf; overal stonden bloemen, en om het hele huis heen groeide een brede strook heliotrope, waarvan de geur zwaar en zoet in de kamers hing.”

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover 

Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Mama keek eerst rond of er onder de passagiers niet iemand was die zij kende, dan praatte en lachte zij wel; anders zat zij rechtop, keek naar buiten door de hor en wees telkens iets aan: ‘Kijk eens Riek!’ alsof Riek het niet zelf zag, en fluisterde: ‘Je moet niet naar vreemde mensen kijken, Riek.’ Na een paar uur stapten zij uit, daar moesten zij overstappen, en ’s middags laat kwamen zij in een grote plaats en sliepen een nacht in een hotel. De volgende morgen stond er een postwagen te wachten.
Een echte postwagen!
Het leek op een tentvvagen, maar er waren vier paarden voor, wel kleine magere, maar toch vier. Een gewone koetsier op de bok en dan nog twee lopers, die stonden achter op een plank als palfreniers. Maar zodra de weg steil werd, sprongen zij eraf en liepen naast de paarden, lieten de korte zwepen knallen, klakten met de tongen, riepen ‘rrrt’, als een roffel op een trom, en schreeuwden. Soms grepen zij de voorste paarden bij de toom en sjorden en trokken mee. Als er een vlak stuk kwam, bleven zij even staan en sprongen weer op de plank om uit te rusten, maar hun adem bleef nog lang zo zwaar gaan, met horten en stoten. Onderweg stonden zij stil om te verspannen. Riek en mama bleven in de postwagen zitten en aten wat uit hun mandje. Opzij van de weg onder de hoge tamarindebomen was een klein winkeltje; de koetsier en de lopers, ook de mannen die de verse paarden gebracht hadden, en Oerip op haar sloffen stonden ervoor en dronken koffie en aten een koekje. Daarna hurkten de mannen neer om te praten en strootjes te roken, maar Oerip klom weer in de wagen, zij zat tegenover Riek en mama op de kleine bank; als zij ging zitten, zei zij: ‘Vergeving mevrouw.’
Dat hoorde zo.
Bij het winkeltje stond het ineens vol met Javaanse kinderen die naar hen keken; één stak een hand uit en vroeg om snoepgeld, dat maakte Oerip boos.
‘Hinder de grote mevrouw en de grote juffrouw niet,’ maar mama zei: ‘Ach kassian Oerip,’ en gaf hun toch wat. En zij reden weer verder.
Het was een lange weg en steil. Het werd ook veel kouder. De nieuwe paarden liepen langzamer, zij werden moe, er stond schuim op hun flanken. In de korte pozen rust ging de adem van de lopers knarsend als een zaag.”

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Hannah van Wieringen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Over Mataram

“Zijn achterkleinzoon Senăpati zou pas de eerste sultan van Mataram worden, maar Sélŏ heette toch zeker – grote heer -. Hij zal toen al in een kraton gewoond hebben (nog niet in die van Kotta-Gedeh) maar toch in een kraton, met een muur eromheen, en op de voorhof waringinbomen, en een olifant met een rottan om zijn poot aan een paal gebonden, en een paar panters in een hok, of een koningstijger, voor de buffelgevechten. Er zal een laag open voorvertrek geweest zijn, waar op feestdagen de gamelan bespeeld wordt; misschien was het de gamelan – de grote heer Moenggang – die zo heilig is, dat er op geen andere gong geslagen mag worden, terwijl hij bespeeld wordt, zelfs niet in een moskee, of er moet boete voor betaald worden.
En achter het open voorvertrek weer een hof, en het ‘binnenste’: de afgesloten vrouwenverblijven. Het rood en gouden statievertrek, met een verguld uitgesneden houten praalbed vol kleine stijve rode kussens en rolkussens, met zilveren platen aan weerszijden versierd; langs de wanden vergulde Palembangse kastjes en bontgeverfde kisten op houten wielen, waarin kleren en sieraden bewaard worden.
Er zullen slechts een paar kleine vensteropeningen geweest zijn, met een verguld houten traliewerk afgesloten; daar komt niet veel licht door, en niemand kan erdoor van buiten naar binnen kijken.
’s Nachts branden er oliepitten in de omgekeerde glazen stolpen, die aan lange kettingen van de balken van het plafond afhangen. Zo is het er dag en nacht schemerdonker, besloten, koel.
En in die stilte staan op vergulde rekken en standaards de ‘heilige zaken’. Zij dragen alle namen en titels, waarmee zij eerbiedig aangesproken worden; zij hebben ieder hun geschiedenis:
Wapens – krissen en pieken – vaandels, weefsels, gongs en trommen. Zij worden goed verzorgd, op tijd gebaad, gezalfd, weer in bonte zijden hoezen gewikkeld, en op hun voetstukken neergezet, met bloemslingers behangen. Voor sommigen kringelt in een dunne spiraal een wierookwolkje omhoog.”

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
De Heerenstraat te Pekalongan, 1923

Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, Hannah van Wieringen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit:De tienduizend dingen

“Zij zat rustig in haar stoel, het waren ook geen honderd dingen, veel meer dan honderd dingen, en niet alleen van haar, honderd keer ‘honderd dingen’, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en daar in elkaar vervloeiende, zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd voor altijd met elkaar verbonden…
Een verbondenheid die zij niet goed begreep; dat hoefde niet, het viel niet te begrijpen, haar voor een ogenblik gegeven om te aanschouwen boven het maanverlichte water.
Zij had niet gemerkt dat Sjeba en haar man Hendrik de koeherder, om het huis heen waren komen lopen en nu links en rechts van haar stoel stonden.
‘Waarom komt u niet slapen?’ vroeg Sjeba brommerig en tegelijk bezorgd en zij schudden beiden hun hoofden over haar. ‘Waarvóór zit u hier? De maan schijnt mooi, maar wat heeft een mens eraan, hij wordt er maar ziek van! Er is versgezette koffie in de keuken en komt u nu maar.’
Toen stond mevrouw van Kleyntjes die Felicia heette, gehoorzaam op uit haar stoel, en zonder meer om te kijken naar de binnenbaai in het maanlicht – die bleef daar wel, altijd – liep zij met hen onder de bomen door mee naar binnen om haar kopje koffie te dingen en om opnieuw te proberen verder te leven.’

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

“‘Het witte Steentje uit de ‘mooie la’, haar kindje aan de hand; drie jonge mannen naast elkaar, Beertje, Domingoes, de Portugese matroos; het aardige kleine kind Sofie met de groene bètèt die zij haar gegeven had, haar kindermeisje dat zelf een kind was achter haar aan; een jonge Javaanse jongen tekende een prauw in de golven en hij heette Radèn Mas Soeprapto; een allerslankste Javaanse vrouw in een koetsiersjas met drie capes boven elkaar keek er naar, ‘Je hebt weer de ballast vergeten,’ zei zij – wie was zij? mevrouw van Kleyntjes kende haar niet, en waarom zij zij dat? – het Binongko-meisje van de bloemen zoog op haar bloedende lip en luisterde; op de Portugese werf aan de overkant werd aldoor getimmerd; de drie kleine meisjes, de echte, stonden op een rij, zij hadden de Slangesteen in de hand waarop de Heer Jezus stond, het mes van de matroos, en Marregie hield het ‘posthoorentje’ klaar om op te blazen; gekleurd koraal, vissen, krabben, de drie jonge zeeschilpadden; de Voordanseres met de Schelp, de witte ‘Doeckhuyve’ hoog omhoog in het maanlicht, vogels, vlinders.
De ooievaar, de vogel Lakh-Lakh met zijn lange snavel en vuurrode poten was er, en de briezende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai – de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van – ?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?”

 

 

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

In 1958

Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: Toeti

„Nog meer ingespannen dan tevoren, haar gezicht donker, haar zwarte ogen bedroefd, de mond getrokken. “Ach,” zei zij, en toen, “ach ja, je hebt wel gelijk dat wij alleen… maar zeg dat maar niet hardop, waarvóór eigenlijk, het doet zoveel verdriet om alleen te zijn hé Tsjalie, en soms,” haar hele gezicht oplichtend in haar glimlach, “soms even zijn wij toch niet alleen, als wij…” Zij zweeg, verschrikt voor het grote woord liefhebben.’

(…)

‘Een ogenblik bleven Charles en zij achter in de binnengalerij, zij liepen naast elkaar; zonder iets te zeggen nam Charles haar hand in de zijne, hield die vast zoals mensen dat doen die straks afscheid van elkaar zullen nemen. “Toeti,” zei hij tegen haar naast hem. Hij liet haar hand weer los voordat zij de achtergalerij inliepen. Hij dacht – waarom wist hij zelf niet -aan een ander afscheid, en hoe zijn moeder gezegd had “trouw moet blijken”. Hij herinnerde het zich heel duidelijk alsof het nu was: hij hoorde de woorden, zó was het! Hij keek even naast zich, en dít was het’.

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Continue reading “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen”