Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Paul Farley, Geoff Dyer, Margo Lanagan, Carel Peeters, Robert Franquinet, Margaret Drabble

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

Lament for the Death of Ignacio Sánchez Mejías

1. Goring And Death

At five in the afternoon.
It was five sharp in the afternoon.
A boy brought the white sheet
at five in the afternoon.
A basket of lime already set
at five in the afternoon.
The rest was death and only death
at five in the afternoon.

The wind swept away the cotton
at five in the afternoon.
And rust planted crystal and nickel
at five in the afternoon.
Now the struggle of leopard and dove
at five in the afternoon.
And a thigh with a desolate horn
at five in the afternoon.
And so began the bass notes
at five in the afternoon.
The arsenic bells and the smoke
at five in the afternoon.

On the corners groups of silence
at five in the afternoon.
And the bull alone with heart on high
at five in the afternoon.
When the sweat of snow arrived
at five in the afternoon,
when the bullring filled with iodine
at five in the afternoon,
death laid eggs in the wound
at five in the afternoon.
At five in the afternoon.
At five sharp in the afternoon.

The bed is a coffin on wheels
at five in the afternoon.
Bones and flutes blow in his ear
at five in the afternoon.
The bull bellowed on his brow
at five in the afternoon.
The room iridescent with agony
at five in the afternoon.
Gangrene comes in the distance
at five in the afternoon.
Trumpet of lilies on green groins
at five in the afternoon.
The wounds burned like suns
at five in the afternoon,
and the rabble broke the windows
at five in the afternoon.
Oh, what a terrible five in the afternoon!
It was five on all the clocks.
It was five in shadow of the afternoon.

 

2. Spilled Blood

I don’t want to see it!
Tell the moon to come.
I don’t want to see
Ignacio’s blood on the sand.

I don’t want to see it!

The moon fully open,
a horse of quiet clouds
and the gray bullring of sleep
with willows over the barricades.

I don’t want to see it!
My memory burns.
Warn the jasmine
to cover its whiteness!

I don’t want to see it!

The cow of the old world
stroked a snout of blood
with its sorrowful tongue
and the bulls of Guisando
almost death and almost stone
bellowed like two centuries
tired of walking the land.
No.

I don’t want to see it.

Up the bleachers goes Ignacio
with death on his shoulders.
He looks for dawn
and it isn’t dawn.
He looks for his sensible profile
and sleep confuses him.
He looks for his beautiful body
and finds his open blood.
Don’t ask me to see it!
I don’t want to feel the spurt
growing weaker by the moment,
the spurt that illumines
the seats and spills
on the hide of the thirsty crowd.
Who orders me to look!
Don’t make me see it!

His eyes didn’t close
when he saw the horns approach,
but the terrible mothers
raised their heads
and all through the cattle ranches
there was an air of secret orders
thrown to celestial bulls
by the foremen of pale mists.
There wasn’t a prince in Seville
who could compare,
no sword like his sword
nor a heart so real.
His strength was a river of lions,
his prudence a torso of marble.
An air of Andalusian Rome
gilded his head
where his smile was a rose
of salt and intelligence.
The great fighter of bulls!
The good mountaineer of the mountain!
How soft with the wheat stalk!
How hard with his spurs!
How tender with the dew!
How dazzling in the fair!
How grand with the last
banderillas of dusk!

But now he sleeps forever.
Now the grass and the moss
open with sure fingers
the flower of his skull.
And his blood comes singing:
singing through marshes and prairies,
sliding down shivering horns,
wandering soulless in fog,
stumbling on thousands of hoofs
like a long, dark, sorrowful tongue
to form a puddle of agony
by the Guadalquivir of the stars.
Oh white wall of Spain!
Oh black bull of sorrow!
Oh hard blood of Ignacio!
Oh nightingale of his veins!
No.
I don’t want to see it!
There is no chalice to hold it.
There are no swallows that drink it,
no frost of light to cool it,
no song or deluge of lilies,
no crystal to bathe it in silver.
No.
I don’t want to see it!

Vertaald door Pablo Medina

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Muurschildering in New York

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Morriën werd geboren op 5 juni 1912 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Morriën op dit blog.

Lectuur

Ik kan niet genoeg krijgen van je huid.
Als een blinde lees ik met mijn vingers
het stille verhaal van je oppervlak.
In je ogen dreig ik te verzinken.
Op je huid bewandel ik alle wegen
zonder mij van jou te verwijderen.

Soms keer je je behulpzaam op je buik.
Je rug is een lang hoofdstuk uit een boek.
Ik spel je tepels, herlees je oren.
Ik laat je tenen op elkander rijmen.
Ik lees tussen de regels van je benen
en blader in de atlas van je hals.

Het is mij of mijn eigen vingers
je lichaam hebben uitgeschreven.
Eerst viel het mij als klank te binnen,
toen lag het als een beeldspraak op mijn tong
en nu herhaal ik wat ik heb gestameld
in vloeiende bewoordingen.

 

Schilderij

Twee doode kreeften met gebroken scharen
Rood op de witheid van het tafellaken;
Een gele wijn, die fonkelt in het glas,
Maar niet gedronken wordt; gemorste asch,
En tusschen appelen en eierschalen
Een houten kruisbeeld met de pijn en zegen
Van zijn doorboorde handen. In den regen,
Achter het raam, dat uitziet in de straat,
Het grijs gelaat van een bedroefde vrouw,
Die in den rouw van hare kleeren staat,
Verwonderd en afwijzend en naijvrig
En ongetemd: haar wilde armen slaan,
Als in een dwaas verweer langs ’t vensterraam.
En verder in een kleinen, kalen tuin
Van een der huizen aan den overkant,
Zacht neergevlijd als een vermoeide hand,
Een laatst verzet in ’t wijkend perspectief,
De weemoed van een omgewaaiden boom.

Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002) 

 

De Engelse schrijver Ken Follett werd geboren op 5 juni 1949 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Ken Follett op dit blog.

Uit:Het eeuwige vuur(Vertaald door Joost van der Meer en William Oostendorp)

“Te midden van een sneeuwstorm kwam Ned Willard thuis in Kingsbridge.
In de hut van een trage schuit, geladen met stoffen uit Antwerpen en wijn uit Bordeaux, voer hij stroomopwaarts vanuit Combe Harbour.
Toen hij vermoedde dat de boot eindelijk Kingsbridge naderde sloeg hij zijn Franse mantel strakker om zijn schouders; hij trok de capuchon over zijn oren, stapte het open dek op en tuurde in de verte.
Aanvankelijk werd hij teleurgesteld: vallende sneeuw was het enige wat hij zag. Maar zijn verlangen om een glimp van de stad op te vangen was als een pijn, en vol hoop staarde hij in de sneeuwvlagen. Na een poosje werd zijn wens vervuld, de storm begon zich terug te trekken. Er verscheen een verrassend stukje blauw aan de hemel. Starend over de toppen van de omringende bomen zag hij de toren van de kathedraal, honderddrieentwintigenhalve meter hoog, zoals iedere leerling in Kingsbridge
wist. De stenen engel die vanaf de torenspits over de stad waakte had vandaag sneeuw op haar vleugels liggen, waardoor haar duifgrijze vleugeltoppen nu helderwit waren. Even viel er een zonnestraal op het beeld, die als een zegen van de sneeuw af fonkelde; daarna sloot de storm haar weer in en werd ze aan het zicht onttrokken.
Een poosje zag hij niets anders dan bomen, maar zijn verbeelding liep over. Hij stond op het punt om na een afwezigheid van een jaar met zijn moeder te worden herenigd. Hij zou haar niet vertellen hoezeer hij haar had gemist, want een man diende op zijn achttiende onafhankelijk te zijn.
Maar bovenal had hij Margery gemist. Hij was op een rampzalig moment voor haar gevallen: een paar weken voor zijn vertrek uit Kingsbridge om een jaar door te brengen in Calais, de door Engelsen bestuurde havenstad aan de Franse noordkust. Hij kende en mocht de ondeugende, intelligente dochter van sir Reginald Fitzgerald al sinds zijn kindertijd.
Toen ze opgroeide had haar schalksheid een nieuwe verleidelijkheid gekregen, waardoor hij merkte dat hij in de kerk met een droge mond en oppervlakkige ademhaling naar haar staarde. Hij had geaarzeld om meer te doen dan alleen staren, want ze was drie jaar jonger dan hij, maar zij kende zulke remmingen niet. Op het kerkhof van Kingsbridge, achter de grote graftombe van prior Philip, de monnik die vier eeuwen eerder de opdracht voor de bouw van de kathedraal had gegeven, hadden ze elkaar gekust. Er was niets kinderachtigs geweest aan hun lange, gepassioneerde zoen; daarna had ze gelachen en was ze weggerend.”

Ken Follett (Cardiff, 5 juni 1949)

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

Ports

1

I want you to imagine, in your late capitalist’s mind’s eye,
a stagnant fly-blown lake under an African sun,
the smell of the sea just beyond (this at least should come easy
being the universal saltwater of all your childhoods).
Armies of ants on parade in the poor weeds and grey sludge
of the ages, dismantling the scene in their own time-lapse movie,
skeletal cats picking over spoil, boneyard mongrels
marking their range by the water’s edge before moving on.
I want you to imagine all this, because once I was Carthage
and still am in name, though like some poisoned inland sea
my horizons have shrunk to a port that handles zero tonnage,
an import and export that evens the scales up at nil,
not counting the old rope and plastic bottles that come knocking
with the tides, not counting the rusted tins that drift in,
not counting the ants shifting clay forms and Carrera marble
from my ruins, or the guide who conducts his own private dig
for unscrupulous tourists who think nothing of removing
a coin from its context (if money ever has such set contexts),
of taking a Roman penny with an obverse of Augustus
out of the country, to reach the cold northern latitudes
in the holds of Lufthansa or Aeroflot, in a fraction
of the time it once took under oar and Ursa Major.
I was Carthage, but nothing much comes or goes in this afterwards;
all that’s left of a thousand years of dockyards and shipsheds
are a few shapes the soft earth has found indigestible,
for the tourist to squint at, consider, weigh up, reconstruct
imaginatively, as I am asking you, listener.
From this silted salt lake I once pulled the strings of the known world.
Lovers looked out from my sea walls into powerful distance
that bound them knowing that I was a true centre.
They pulled tight their merchant purses. They drank from clay pitchers –
under glass now in nearby museums. A museum will go some way
to help in your excavations, but what stories lead on from
the razors and combs and amphora and ostrich egg masks
are the details of millions who passed through, then into the ground.
Standing over a scale model in its sea of flat glass
acts out a dominion of your time over mine, looking down on
my circular dockyard apotheosis; looking down
as from a great height, in a way I can never have known.
A map might be easier in helping you build on my wasteland:
my trade routes once lit up the coastlines in thousands of oil lamps,
a Phoenician outline of Africa in the antique night,
spreading westward and hugging the shore, a luminous tracing
that brought in and foundered sea creatures, signalling for their mates.
I can still taste the distant metals like blood in my harbour mouth,
the tin and the iron and the copper which don’t come here now
but leech down the well-furrowed sea lanes, my phantom nerve endings.
Carthaginian and Roman and Vandal are blinks in my brine eye,
In each of their eternities: to me they rise and fall
as sea swell. Credit me, listener, with such a long memory,
as more than the sum of my parts, more than archaeology
and soft sump, more than ground fought over. Aeneas stood here once
with a mind to call it quits and cut loose, so the story goes,
my port in his storm to his girl in every port.
The jets tilt and bank heading north for their carrier hubs
in Frankfurt and Moscow, without so much as a second thought
for me in my modern darkness, their starboard wing lights
blinking in an element I knew nothing about.
Some things have endured: the peaks of Cap Bon across the bay
form a backdrop to nothing much doing these days; the stars rise
to guide nobody from my mouth and on course for the Pillars
of Hercules – but these things give me a sense of myself,
as the winds do, strong at the turns in the year, which remind me
of cargoes and freights in their seasons, gross tonnes that passed through
as sand through an hour glass, until history,
like the idea of magnetic north so long in the discovering,
moved slowly away from here, like a great ship embarking
out onto the future’s broad main, and this is the fate
of all ports, even yours, listener. Listen to me. I was Carthage.

Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

De Engelse schrijver Geoff Dyer werd op geboren 5 juni 1958 in Cheltenham. Zie ook alle tags voor Geoff Dyer op dit blog.

Uit:Broadsword Calling Danny Boy

“Meanwhile, at dusk—even allowing for the fact that it’s winter, the day has been stunningly short—the Eagles sneak across the snowy railroad tracks, in the wake of a freight train whose role will not extend beyond this cameo appearance (a sad decline from the recent glory years of Von Ryan’s Express [1965], starring Frank Sinatra, and The Train [1964], with Burt Lancaster). They let themselves into a storage unit where Eastwood and Burton strip off their parkas and pull out greatcoats and caps from their small but apparently bottomless rucksacks. They have not packed lightly, these two; they have enough clothes and equipment to keep the Sherpas on an inter-war Everest expedition employed for much of the climbing season. Working within the confines of a smaller costume budget, the others do what they can, reversing their par­kas from snowy-white to wintery camouflage. Thus arrayed, like any bunch of lads on a stag weekend, they head into the village of Werfen for a bit of the old après-ski (minus the skiing), a little apprehensive, naturally, this being their first night out on the streets of the resort. The pitched roofs are laden with snow, the streets are bustling with troops and vehicles, and there’s so much parping of horns it sounds like an Alpine equivalent of Cairo.
They choose a tavern at random—we’ll try this one behind us, says Burton, though as with most things he says he’s not saying but ordering. He tells them to keep their ears open for anything about General Carnaby, but it seems a lame excuse for that which needs no excuse, namely getting into the bar and getting a few down them. It’s a cosy place with foam­ing steins, a really festive Bavarian atmosphere and no obviously anti-Semitic conversation. You can’t help thinking what fun it would be to attend a fancy-dress party like this in real life, even though you’d catch hell from the tabloids, especially since the guests include none other than the blond beast Von Hapen, in his medal-bedecked Gestapo costume. For once Burton is not the one doing the ordering; it’s Eastwood who orders drinks at the bar, thereby raising the possibility that, for all his swagger, command and much-publicized love of drink and his will­ingness to splash out vast sums of money on diamonds, Burton might be that lowest, most treacherous form of British life: a round-dodger, a conscientious-drink-buying-objector and all-round round-shirker. Even this suspicion only slightly clouds the rest of the group’s belief that this is surely the best of all Second World War mission-capers, way better than scaling the cliffs of Navarone, sweating your malarial bollocks off on that ghastly bridge over the River Kwai or waiting for Telly Savalas to flip his sicko lid in The Dirty Dozen. A top night seems guaranteed as long as they can keep up their German and not be tricked into letting their conversational guard down, as fatally happened, six years earlier, to Gordon Jackson as he boarded a bus in The Great Escape (before enjoying extended small-screen resurrections in
Upstairs Downstairs and The Professionals).”

Geoff Dyer (Cheltenham, 5 juni 1958)

 

De Australische schrijfster Margo Lanagan werd geboren op 5 juni 1960 in Waratah, New South Wales. Zie ook alle tags voor Margo Lanagan op dit blog.

Uit: Tender Morsels

“Has the chimney fallen in? Or what is it?” She wanted to step farther out and look.
But he sprang over the logs and ran at her. She was too surprised to fight him, and her insides were too delicate. The icicled edge of the thatch swept down across the heavy sky, and she was on the floor, the door slammed closed above her. It was dark after the snow-glare, the air thick with the billowing smoke. Outside, he shouted—she could not hear the words—and hurled his logs one by one at the door.
She pressed her nose and mouth into the crook of her elbow, but she had already gulped smoke. It sank through to her deepest insides, and there it clasped its thin black hands, all knuckles and nerves, and wrung them, and wrung them.
Time stretched and shrank. She seemed to stretch and shrink. The pain pressed her flat, the crashing of the wood. Da muttered out there, muttered forever; his muttering had begun before her thirteen years had, and she would never hear the end of it; she must simply be here while it rose from blackness and sank again like a great fish into a lake, like a great water snake. Then Liga’s belly tightened again, and all was gone except the red fireworks inside her. The smoke boiled against her eyes and fought in her throat.
The pains resolved themselves into a movement, of innards wanting to force out. When she next could, she crawled to the door and threw her fists, her shoulder, against it. Was he out there anymore? Had he run off and left her imprisoned? “Let me out or I will shit on the floor of your house!”
There was some activity out there, scraping of logs, thuds of them farther from the door. White light sliced into the smoke. Out Liga blazed, in a dirty smoke-cloud, clambering over the tumbled wood, pushing past him, pushing past his eager face.”

Margo Lanagan (Waratah, 5 juni 1960)
Cover

 

De Nederlandse literair criticus Carel Peeters werd geboren in Nijmegen op 5 juni 1944. Zie ook alle tags voor Carel Peeters op dit blog.

Uit: Het eigenwijze potlood

“Of het nu om mensen of dieren ging, Peter Vos was in zijn tekeningen voortdurend aan het vermommen, om-draaien, transformeren en verkleden: dieren die menselijke din-gen doen, mensen die dierendingen doen, mensen die in vogels veranderen, wezens die half dier, half mens zijn, mensen die in een satirisch beestenkarakter veranderen (klavierleeuw, kloothom-mel). Hij was een Pulcinel, de komische bediende uit de commedia dell’arte die aan alles een fantasierijke wending moest geven. Met een handtekening in de vorm van een Pulcinel ondertekende hij vaak zijn brieven. Eind jaren vijftig sorteerde de toenmalige uitgever van De Arbei-derspers Theo Sontrop nog brieven op het postkantoor van Amster-dam. Op een dag herkende hij een met vogels versierde envelop als afkomstig van Peter Vos, net als hij oud-leerling van het St. Boni-fatiuslyceum in Utrecht Peter Vos was inmiddels student aan de Rijksakademie, Sontrop zat in de redactie van het studentenweek-blad Propria Cures. Hij vond dat Propria Cures wel een vaardig en geestig tekenaar als Peter Vos kon gebruiken. Dat dacht Rinus Ferdinandusse ook toen hij als redacteur van Propria Cures was over-gestapt naar Vrij Nederland (VN) en Vos vroeg mee te gaan. In het begin maakte Vos getekende grappen voor de rubriek ‘Vrij Blijvend’, die later ‘Terzijde’ zou gaan heten. De rubriek bestond nog uit pasti-ches en parodieën geschreven door Ferdinandusse en Hugo Brandt Corstius, en niet uit de volle kolom oneliners van Toon Verhoeven waarmee de rubriek later vermaard zou worden. vn-lezers lazen hem altijd als eerste (‘Als je van lezen houdt is de Tros een goede omroep’). In die verzuilde tijd kon een tekening van Peter Vos nog voor de nodige commotie en ingezonden brieven zorgen. Zoals de tekening in het kerstnummer van het jaar 1960. Het is kerstavond en we zien Jozef op het moment dat een engel hem laat weten dat er een kindje is geboren. ”t Is een jongen!’ juicht de engel. En toen in 1964 de aflevering ‘Beeldreligie’ van het satirische televisieprogramma Zo is het toevallig ook nog eens een keer zo veel verontwaardiging had ge-wekt, maakte Peter Vos de tekening van de man die voor de televisie zit en zijn vrouw roept ‘Mien, kom. Het is weer kwetsen.’ Zijn bijdrage aan ‘Terzijde’ bestond uit het tekenen van de weke-lijkse leeuw. Die werd zo’n vaste verschijning dat je hem bijna over het hoofd zag. Maar wie dat niet liet gebeuren, zag de mens ver-momd als leeuw elke week vechten tegen de aanvallen van het leven. Hij nam in de loop der tijd elke denkbare manhaftige pose aan. De leeuw werd met alles geconfronteerd, elke ochtend al meteen met zichzelf in de spiegel, en verder in de loop van de dag met allerhande tegenstanders die hij niet zelden met een zwaard te lijf ging, tot hij zich bedacht. “

Carel Peeters (Nijmegen, 5 juni 1944)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Robert Marie Philmain Joseph Franquinet werd geboren in Amby (bij Maastricht) op 5 juni 1915. zie ook alle tags voor Robert Franquinet op dit blog.

Gedicht

Ik weet het wee van zoveel scherpe klippen.
Ik weet het lied dat druipt van wrange wijn.
Ik weet veraders aan uw fijngekorven lippen
die mij een smart van lang-verduren zijn;
want wist gij hoe ik heb gebeden
om niet meer droef uw roekloosheid te denken,
hoe ‘k u wou bedden, heel schuldeloos en rein
en hoe ‘k het snijdend woord voor u steeds heb vermeden
om zacht en heelend en ook goed te zijn.

Hoe ik de eenzaamheden
geregen heb tot kostbre snoeren rond uw lijf,
hoe ik het licht bevangen heb vermeden
en hoe ik stil bij ’t graf van een herinnering blijf.
En hoe de stilte werd tot een ondraaglijk tarten
te weten dat er is een véélvergulden schijn!
Die kerft zijn wond in al te wilde harten
die niet bevrijd, te snel verbeten zijn…

Weet gij dat wij toch grenzeloos herleven
van dit vergift, nog zoeter dan jasmijn?
dat alles nieuw, het hunkren en het streven
en ’t worstelen, ongekend, rebels en wreed zal zijn.

Robert Franquinet (5 juni 1915 – 30 mei 1979)

 

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Margaret Drabble op dit blog.

Uit: The Garrick Year

“While I was watching the advertisements on television last night, I saw Sophy Brent. I have not set eyes on her for some months, and the sight of her filled me with a curious warm mixture of nostalgia and amusement. She was, typically enough, eating: she was advertising a new kind of chocolate cake, and the picture showed her in a shining kitchen gazing in rapture at this cake, then cutting a slice and raising it to her moist, curved, delightful lips. There the picture ended. It would not have done to show the public the crumbs and the chewing. I was very excited by this fleeting glimpse, as I always am by the news of old friends, and it aroused in me a whole flood of recollections, recollections of Sophy herself, and of all that strange season, that Garrick year, as I shall always think of it, which proved to me to be such a turning point, though from what to what I would hardly like to say.
Poor old Sophy, I allowed myself to say, thinking that she would not much like being on a cake advertisement; and then I remembered the last time I had said Poor old Sophy, and that in any case, she would have earned a lot of money from that tantalizing moment. There is perhaps something finally unpitiable in Sophy, just as there is in me. We are both in our ways excellent examples of resilience, though I seem obliged to pass through many degrees of meanness on my way, whereas she just smiles and wriggles and exclaims and with a little charming confusion gets by. I like Sophy. I cannot help liking Sophy. And if there is a defensive note to be detected in that assertion, I am not in the least surprised.
That chocolate cake vision made me think back, as I said, over the whole lot, right back to the very beginning, to the occasion when I first realized that David was really intending to go to Hereford. I had just finished putting Flora to bed, and I came downstairs, splashed and bedraggled from her bath, to find David nursing the new baby and drinking a glass of beer. He had poured some stout for me, which was the only thing he would let me drink. When I appeared he handed the baby over quickly, and as I sat down and prepared to feed him, wondering if I would ever get him to wake at a less exhausting time, Dave spoke.”

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Margo Lanagan, Carel Peeters, Robert Franquinet, Margaret Drabble, Kristin Gore

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Of the Dark Doves
For Claudio Guillén

In the branches of the laurel tree
I saw two dark doves
One was the sun
and one the moon
Little neighbors I said
where is my grave — 
In my tail said the sun
On my throat said the moon
And I who was walking
with the land around my waist
saw two snow eagles
and a naked girl
One was the other
and the girl was none
Little eagles I said
where is my grave —
In my tail said the sun
On my throat said the moon
In the branches of the laurel tree
I saw two naked doves
One was the other
and both were none.

 

Vertaald door Sarah Arvio

 

Sonnet of the Wreath of Roses

The wreath, quick, I am dying!
Weave it quick now! Sing, and moan, sing!
Now the shadow is darkening my throat,
and January’s light returns, a thousand and one times.

Between what needs me, and my needing you,
starry air, and a trembling tree.
A thickness of windflowers lifts
a whole year, with hidden groaning.

Take joy from the fresh landscape of my wound,
break out the reeds, and the delicate streams,
and taste the blood, spilt, on thighs of sweetness.

But quick! So that joined together, and one,
time will find us ruined,
with bitten souls, and mouths bruised with love.

 

Paso (The Images of the Passion)

Virgin in a crinoline,
Virgin of Solitude,
spreading immensely
like a tulip-flower.
In your boat of light,
go –
through the high seas
of the city.
through turbulent singing,
through crystalline stars.
Virgin in a crinoline
through the roadway’s river
you go,
down to the sea!

 

Vertaald door A. S. Kline

 
Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
“Federico García Lorca” door Alice Wellinger, 2011

Doorgaan met het lezen van “Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Margo Lanagan, Carel Peeters, Robert Franquinet, Margaret Drabble, Kristin Gore”

Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Hélène Cixous, Spalding Gray

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Margaret Drabble op dit blog.

Uit: A Day in the Life of a Smiling Woman

“The situation was made even more annoying by the fact that everyone looked so interesting. That was why they were all getting on with each other so splendidly, of course. The only people who were not shouting or shuffling were extremely boring-looking people like himself, who were propped up sadly in dark corners. And the girls, one could not deny it, were most impressive. He liked artistic and intellectual-looking girls, himself; he could never see what other people had against all these fiercely painted eyes, these long over-exposed legs, these dramatic dresses. They all looked a little larger and brighter than life, and talked with a more than natural intensity, and laughed with a more than natural mirth. He found them most exhilarating. He gazed with frank admiration at one exotic creature with long pale hair and a long maroon velvet dress: her legs were not over-exposed but on the contrary totally enclosed, though she made up for this modesty elsewhere, displaying to the world a vast extent of pallid back, where angry pointed shoulder-blades rose and fell as she gesticulated and discoursed. All he saw of her was her active back: her face and front were bestowed upon others.
Even she, though, had nothing on a girl he could see at the other side of the room, far away and perched on top of a book-case, whence she was holding court, and whence she smiled serenely above the heads of others and above the sea of smoke. Her slight elevation gave her a look of detached beauty, and her face had a cool superiority, as of one who inhabits a finer air. She too was surrounded, naturally, by hordes of friends and admirers, who were plying her with chat and cigarettes, and constantly refilling her glass. And she too, like the pale girl, had long hair, though hers, as far as he could distinguish, was not pale, but of a dark and fiery red. He decided that he would cross the room and distinguish a little more closely.“

 Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

Doorgaan met het lezen van “Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Hélène Cixous, Spalding Gray”

Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Hélène Cixous, Spalding Gray

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Margaret Drabble op dit blog.

Uit: The Millstone

“When, some years after the Hamish episode, I found that I was pregnant, I went through slightly more than the usual degrees of incredulity and shock, for reasons which I doubtless shall be unable to restrain myself from recounting: there was nobody to tell, nobody to ask, so I was obliged once more to fall back on the dimly reported experiences of friends and information I had gleaned through the years from cheap fiction. I never at any point had any intention of going to a doctor: I had not been ill for so many years that I was unaware even of the procedure for visiting one, and felt that even if I did get round to it I would be reprimanded like a school child for my state. I did not feel much in the mood for reproof. So I kept it to myself, and thought that I would try at least to deal with it by myself. It took me some time to summon up the courage: I sat for a whole day in the British Museum, damp with fear, staring blankly at the open pages of Samuel Daniel, and thinking about gin. I knew vaguely about gin, that it was supposed to do something or other to the womb, quinine or something, I believe, and that combined with a hot bath it sometimes works, so I decided that other girls had gone through with it, so why not me. One might be lucky. I had no idea how much gin one was supposed to consume, but I had a nasty feeling that it was a whole bottle: the prospect of this upset me both physically and financially. I grudged the thought of two pounds on a bottle of gin, just to make myself ill. However, I couldn’t pretend that I couldn’t afford it, and it was relatively cheap compared with other methods, so I grimly turned the pages of Daniel and decided that I would give it a try. As I turned the pages, a very handy image, thesis-wise, caught my attention, and I noted it down. Lucky in work, unlucky in love. Love is of man’s life a thing apart, ‘tis woman’s whole existence, as Byron mistakenly remarked.”

 
Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

Doorgaan met het lezen van “Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Hélène Cixous, Spalding Gray”

Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Margo Lanagan, Carel Peeters, Margaret Drabble

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

Hartstochtelijk madrigaal

Ik had zo graag aan je lippen gerust
om uit te doven in de sneeuw
van je tanden.

Ik had zo graag aan je borst gerust
om er bloedend in te vergaan.

Ik was zo graag altijd opnieuw
in je gouden haren weggedroomd

tot je hart een grafkuil werd
van mijn rouwend hart,

tot mijn vlees jouw vlees werd,
mijn voorhoofd het jouwe.

Ik had zo graag dat ik met hart en ziel
je kleine lichaam binnendrong,

dat ik je enige gedachte was,
en je kraakwitte kleed.

Dat je zo hartstochtelijk
op mij verliefd zou zijn
dat je, naar mij op zoek, jezelf verloor
zonder mij ooit te vinden.

Dat je op je dooltocht mijn naam
naar de einder schreeuwde,
en je rivieren naar mij vroeg,
en droef de bitterheden dronk
die mijn hart op de weg
uit liefde voor jou heeft verloren
.

En dan zal ik je zwakke en zachte
lichaam binnendringen,
en word ik, vrouw, jezelf
en ben ik voor altijd bij jou,
terwijl jij tevergeefs naar mij zoekt
van oost naar west,
tot uiteindelijk de dood
ons beiden met zijn grauwe vlam verkoolt
.

Vertaald door Piet Thomas en Christian de Paepe

 

Romance van de zwarte smart

    Voor José Navarro Pardo

De pikhouwelen van de hanen
graven zoekend naar de dageraad,
wanneer Soledad Montoya
de donkere berg afdaalt.
Geel koper haar lijf
dat geurt naar paard en schaduw.
Berookte aambeelden haar borsten
die ronde liederen jammeren.
Soledad: naar wie vraag je
zonder gezelschap, op dit uur?
Ik vraag naar wie ik wil,
trouwens gaat jou dat wat aan?
Ik kom zoeken wat ik zoek,
mijn vreugde en mijn eigen ik.
Soledad van mijn smarten,
een paard dat op hol slaat
rent tenslotte in zee
en de golven verzwelgen het.
Van de zee wil ik niet horen:
de zwarte smart bot uit
op de olijfgronden
bij geruis van blaren.
Soledad, wat heb je een smart!

Hoe zielig die smart!
Je huilt citroensap
zuur van wachten en van mond.
Wat een diepe smart! Waanzinnig
dool ik door mijn huis,
mijn twee vlechten over de grond
van de keuken naar het bed.
Wat een smart! Ik word
gitzwart van lijf en kleren.
Ach, mijn linnen hemden!
Ach, mijn papaveren dijen!
Soledad: was je lichaam
met leeuwerikswater,
en gun je hart rust,
Soledad Montoya.

Daar beneden zingt de rivier:
strook van hemel en lover.
Het nieuwe licht wordt
met pompoenbloemen gekroond.
O smart van de zigeuners!
Klare smart en immer eenzaam.
O smart die diep verborgen stroomt
en dageraad die nimmer komt.

 

Vertaald door Lepus

 

The Little Mute Boy

The little boy was looking for his voice.
(The king of the crickets had it.)
In a drop of water
the little boy was looking for his voice.

I do not want it for speaking with;
I will make a ring of it
so that he may wear my silence
on his little finger

In a drop of water
the little boy was looking for his voice.

(The captive voice, far away,
put on a cricket’s clothes.)

Vertaald door W.S. Merwin

 Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Javier Beltran als Lorca en Robert Pattinson als Salvador Dali in de film »Little Ashes »,2008

Doorgaan met het lezen van “Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Margo Lanagan, Carel Peeters, Margaret Drabble”

Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Carel Peeters

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Margaret Drabble op dit blog.

Uit: The Red Queen

„This hard school served me well in my hard life. My mother, too, endured hardship in her early years. I used to wonder, childishly, whether it was my longing for red silk that brought all these disasters upon me and my house. For my desire was fulfilled, but no good came of it, and it brought me no happiness.
I was still a child when I received a red silk skirt of my own. It was brought to me from the palace, with other precious garments made for me at the queen’s command. I was presented with a long formal dress jacket of an opaque leaf-green brocade, and a blouse in buttercup-yellow silk with a grape pattern, and another blouse of a rich pale foxglove silk. I had been measured for these robes by the matron of the court, and they were lifted out and displayed to me by a court official, with much ambiguous and bewildering deference. I think my response to these rich and splendid artefacts was lacking in spontaneous delight and gratitude, though I did do my best to conceal my fear.
The red silk skirt was not a gift from the palace, although it was included in the fine royal display of gifts. I was to learn later that it had been made for me by my mother, as a reward and as a compensation for my elevation. She had made it secretly, at night, hanging curtains over her windows to hide the lights in her chamber as she worked. This is how she performed many of her household tasks – discreetly, quietly, modestly. My mother liked to hide her thrift and industry, and she avoided compliments on her domestic labours. At this time, I knew nothing of this special undertaking on my behalf. I stared at the red silk skirt in ungracious silence.

My mother reminded me that I had once expressed a wish for such things, and she watched my face for smiles of gratitude. I did not remember having expressed this wish, but I confess that she was right to have divined it in me. But now I was too sad and too oppressed to raise my eyes to look at my new finery. My illustrious future hung heavily upon me. I was nine years old, and I was afraid.“

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

Doorgaan met het lezen van “Margaret Drabble, Kristin Gore, Thomas Kling, Carel Peeters”

Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Kristin Gore, Margo Lanagan, Margaret Drabble

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada.

SINT RAFAEL (Córdoba)
Voor Juan Izquierdo Croselles

I
Gesloten koetsen kwamen
aan de oevers vol biezen
waar de golven een naakte
Romeinse torso polijsten.
Koetsen die de Guadalquivir
op zijn rijp kristal
tussen bloemblaadjes
en wolkenklanken spreidt.
De kinderen weven een lied
over wereldse ontgoocheling
bij de oude koetsen
verloren in de nocturne.
Maar Córdoba trilt niet
onder het vage mysterie:
als de schaduw het gebouw
van de rook optrekt,
stut een marmeren voet
zijn kuise en schrale glans
.

Bloemblaadjes van slap blik
borduren de zuivergrijze
tinten van de bries als een sprei
over de triomfbogen.
En terwijl de brug
tien Neptunuszuchten slaakt,
vluchten tabakventers
door de vervallen muur.

II
Een enkele vis in het water
dat de twee Córdobas verbindt:
Blank Córdoba van riet.
Córdoba van gebouwen.
Op de oever doen kinderen
onbewogen hun kleren uit,
leerjongens van Tobias
en Merlijnen in hun middel,
ze verstoren de vis
en vragen ironisch
wat hij verkiest: wijnbloemen
of maansikkelsalto’s.

Maar de vis die het water verguldt
en het marmer in rouw dompelt,
leert hen de les en het evenwicht
van een eenzame zuil.
De Aartsengel met donkere
Spaanse en Moorse pailletten,
zocht in de woelige golven
gefluister en bakermat.

Een enkele vis in het water.
Twee Córdobas van schoonheid.
Córdoba gebroken in stralen.
Hemels schraal Córdoba.

Vertaald door Lepus

 

Weg

Honderd rouwende ruiters,
waarheen gaan ze
door de neergevallen hemel
van de sinaasappelgaard?
Nooit bereiken ze
Cordoba of Sevilla.
En ook Granada niet, dat smacht
naar zee.
Die doezelige paarden
voeren hen mee
naar het labyrint van de kruisen
waar het lied huivert.
Waarheen gaan ze,
met zeven kreten in hun lijf gespijkerd,
de honderd Andalusische ruiters
van de sinaasappelgaard?

Vertaald door Bart Vonck

 

Gacela der überraschenden Liebe

Niemand begriff den dunklen Magnolien-
duft deines Bauches.
Niemand wußte, daß du zwischen den Zähnen
einen Kolibri der Liebe zu Tode quältest.

Tausend persische Pferdchen schliefen
auf dem Platz im Mondlicht deiner Stirn,
während ich vier Nächte lang deine
Taille, Feindin des Schnees, umschlungen hielt.

Zwischen Gips und Jasmin war dein Blick
ein blasser Zweig mit Samen.
Ich suchte, als Gabe für dich, in meiner Brust
die Elfenbeinbuchstaben, die ewig, ewig,

ewig bedeuten: Garten meiner Qual,
dein Körper für immer flüchtig,
das Blut aus deinen Adern in meinem Mund,
dein Mund schon lichtlos zu meinem Tode.

Vertaald door Johannes Beilharz

garciallorca

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936), Standbeeld in Madrid

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Morriën werd geboren op 5 juni 1912 in Amsterdam.

Ochtend

  De dag ontvangt mij met zijn zichtbaarheid.
De bomen staan in een nadrukkelijk licht.
Ik zie de bladeren afzonderlijk
en tussen hen fragmenten van de lucht.
Ik voel hoe mijn zelfstandigheid verloren gaat
en dat er nauwelijks verschil bestaat
tussen mijn ogen en het licht.

 

Ars Poetica

De dichter kent geen geheimen
waarover hij iets weet te zeggen
dat niet een woordspeling is,
het tijdverdrijf van zijn regels

Hij kiest uit een taal vol tekens
de tekens die stilte verbreiden:
zijn woord, uit stilte genomen,
keert tot de stilte terug.

Hij oefent zich in het zwijgen,
een tegenstrijdige zanger,
en zingt overstelpt door geluiden
een letterlijk lied aan de stilte.

 

Afscheid

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis.

Je kus is licht,
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet.

Maar achter deze hoek
een werelddeel,
achter dit ogenblik
een zee van tijd.

Zul je voorzichtig zijn?

morrien
Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002)

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 juni 2006 en mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008 en ook mijn blog van 5 juni 2009.

 

De Engelse schrijver Ken Follett werd geboren op 5 juni 1949 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008 en ook mijn blog van 5 juni 2009.

Uit: The Hammer of Eden

„A man called Priest pulled his cowboy hat down at the front and peered across the flat, dusty desert of South Texas.
The low dull green bushes of thorny mesquite and sagebrush stretched in every direction as far as he could see. In front of him, a ridged and rutted track ten feet wide had been driven through the vegetation. These tracks were called senderos by the Hispanic bulldozer drivers who cut them in brutally straight lines. On one side, at precise fifty-yard intervals, bright pink plastic marker flags fluttered on short wire poles. A truck moved slowly along the sendero.
Priest had to steal the truck.
He had stolen his first vehicle at the age of eleven, a brand-new snow white 1961 Lincoln Continental parked, with the keys in the dash, outside the Roxy Theatre on South Broadway in Los Angeles. Priest, who was called Ricky in those days, could hardly see over the steering wheel. He had been so scared he almost wet himself, but he drove it ten blocks and handed the keys proudly to Jimmy “Pigface” Riley, who gave him five bucks, then took his girl for a drive and crashed the car on the Pacific Coast Highway. That was how Ricky became a member of the Pigface Gang.
But this truck was not just a vehicle.
As he watched, the powerful machinery behind the driver’s cabin slowly lowered a massive steel plate, six feet square, to the ground. There was a pause, then he heard a low-pitched rumble. A cloud of dust rose around the truck as the plate began to pound the earth rhythmically. He felt the ground shake beneath his feet.
This was a seismic vibrator, a machine for sending shock waves through the earth’s crust. Priest had never had much education, except in stealing cars, but he was the smartest person he had ever met, and he understood how the vibrator worked. It was similar to radar and sonar. The shock waves were reflected off features in the earth–such as rock or liquid–and they bounced back to the surface, where they were picked up by listening devices called geophones, or jugs“.

Ken_Follett
Ken Follett (Cardiff, 5 juni 1949)

 

De Amerikaanse schrijfster Kristin Carlson Gore werd geboren op 5 juni 1977 in  Carthage, Tennessee. Zie ook mijn blog van 5 juni 2009.

 Uit: Sammy’s Hill

 „The party really started to rock when Willie Nelson and Queen Nefertiti began pouring shots. I downed one and felt my stomach immediately replaced by a large liquor bonfire that spread through my chest, its flames licking up the inside of my throat. Willie leaned over and whispered that Winnie the Pooh had the hots for me. No way! I loved that guy! As I watched Winnie get down on the dance floor, throwing smoldering Pooh Bear glances in my direction, I all of a sudden felt myself floating. Flapping my arms, I rose higher and higher. Soon I was at thirty thousand feet, and a bit chilly. I plucked the edge of the cloud nearest me and draped it over my shoulders, fashioning a cumulus-nimbus pashmina. Feeling quite stylish, I surveyed the landscape below. I checked in with the mountain ranges, the vast oceans, the tiny cities, the-

“… exceptionally long lines at the gas station. Congressman Francis, do you expect some sort of bailout package for Exxon?”

NPR’s Morning Edition crackled into my consciousness to remind me that I was not a party-hopping sorceress but rather a Capitol Hill staffer who only had twenty minutes to get to work.

Huh. If I didn’t do shots with Willie Nelson and Nefertiti, then why did I feel hungover?A brief glance into the kitchen brought it all back. Right, the bottle of wine from the ninety-nine-cent store. It had seemed like such a good deal at the time.

Okay, twenty minutes. Considering I was supposed to meditate for thirty, I’d have to postpone that until later. I’d also have to delay the fifteen-minute stomach crunch set, the do-it-yourself manicure, and the new dictionary word for the day. I promised myself I’d get to all that, but I knew I was lying. In reality, I would crawl home after working late, feeling too exhausted to do anything but maybe test out some ninety-nine-cent tequila.

But it was way too early in the day for such cynicism. As my dad always said, anything and everything is possible in the morning.

I’d never been a morning person.“

Gore

Kristin Gore (Carthage, 5 juni 1977)

 

De Australische schrijfster Margo Lanagan werd geboren op 5 juni 1960 in Waratah, New South Wales. Veel van haar boeken verschenen alleen in Australië. Een aantal van haar boeken trok echter wereldwijde aandacht. Haar verhalenbundel Black Juice won twee World Fantasy Awards en een 2006 Printz Honor Award. De bundel bevat ook het in veel bloemlezingen opgenomen korte verhaal “Singing My Sister Down.”

Uit: Tender Morsels

„Liga’s father fiddled with the fire, fiddled and fiddled. Then he stood up, very suddenly.
“I will fetch more wood.”
What’s he angry about? Liga wondered. Or worried, or something. He is being very odd.
Snow-light rushed in, chilling the house. Then he clamped the door closed and it was cozy again, cozy and empty of him. Liga took a deep private breath then blew it out, slowly. Just these few moments would be her own.
But her next breath caught rough in her throat. She opened her eyes. Gray smoke was cauliflowering out of the fireplace, fogging the air. The smell! What unnamable rubbish had fallen in the fire?
She coughed so hard she must put aside the rush mat she was binding the edge of and give her whole body over to the coughing. Then pain caught her, low, and folded her just like a rush-stalk, it felt, in a line across her belly, crushing her innards. She could hardly get breath to cough. Sparks that were not from the fire jiggled and swam in her eyes—she could not see the fire for the smoke. She could not believe what she was feeling.
The pain eased just as abruptly. It let her get up. It gave her a moment to stagger to the door and open it, her insides dangerous, liquid, hot with surprise and readying to spasm again.
Her father was halfway back from the woodpile, his arms full. He bared his teeth at her, no less. “What you doing out?” White puffs came with the words. “Get back inside. Who said you could come out?”
“I cannot breathe in there.” The cold air dived down her throat and she coughed again.
“Then go in and don’t breathe! Shut the door—you’re letting the smoke out. You’re letting the heat.” He dropped the wood in the snow.“

MargoLanagan

 Margo Lanagan (Waratah, 5 juni 1960)

 

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008 en ook mijn blog van 5 juni 2009.

Uit: The Pattern in the Carpet

„I had recently finished a novel, which I intended to be my last, in which I believed myself to have achieved a state of calm and equilibrium. I was pleased with The Sea Lady and at peace with the world. It had been well understood by those whose judgement I most value, and I had said what I wanted to say. I liked the idea of writing something that would take me away from fiction into a primary world of facts and pictures, and I envisaged a brightly coloured illustrated book, glinting temptingly from the shelves of gallery and museum shops amongst the greetings cards, mugs and calendars portraying images from Van Gogh and Monet. It would make a pleasing Christmas present, packed with gems of esoteric information that I would gather, magpie-like, from libraries and toy museums and conversations with strangers. I would become a jigsaw expert. It would fill my time pleasantly, inoffensively. I didn’t think anyone had done it before. I would write a harmless little book that, unlike two of my later novels, would not upset or annoy anybody.
It didn’t work out like that.
Not long after I conceived of this project, my husband Michael Holroyd was diagnosed with an advanced form of cancer and we entered a regime of radiotherapy and chemotherapy all too familiar to many of our age. He endured two major operations of hitherto unimagined horror, and our way of life changed. He dealt with this with his usual appearance of detachment and stoicism, but as the months went by I felt myself sinking deep into the paranoia and depression from which I thought I had at last, with the help of the sea lady, emerged. I was at the mercy of ill thoughts.
Some of my usual resources for outwitting them, such as taking long solitary walks in the country, were not easily available. I couldn’t concentrate much on reading, and television bored me, though DVDs, rented from a film club recommended by my sister Helen, were a help. We were more or less housebound, as we were told to avoid public places because Michael’s immune system was weak, and I was afraid of poisoning him, for he was restricted to an unlikely diet consisting largely of white fish, white bread and mashed potato.

Drabble

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Federico García Lorca, Adriaan Morriën, Ken Follett, Kristin Gore, Margaret Drabble, Thomas Kling, Carel Peeters, Ivy Compton-Burnett, David Hare, Otto F. Walter, Spalding Gray, Christy Brown

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006 en mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008.

 

TWIST

                                Voor Rafael Méndez

 

In het midden van het ravijn

blinken als vissen

de messen uit Albacete,

mooi van vijandelijk bloed.

Een scherp kaartspellicht

knipt in het felle groen

onstuimige paarden

en ruiterprofielen uit.

In de kruin van een olijfboom

wenen twee oude vrouwen.

De stier van de twist

stormt tegen de muren op.

Zwarte engelen brachten

zakdoeken en sneeuwwater mee.

Engelen met grote vleugels

van messen uit Albacete.

Juan Antonio uit Montilla

rolt dood de helling af,

zijn lichaam vol irissen

en granaatappels op zijn slapen.

Nu bestijgt hij een kruis van vuur

op weg naar de dood.

 

Vergezeld van een guardia civil

komt de rechter langs de olijfgaarden.

Glibberig bloed kermt

sprakeloos slangenlied.

Heren van de guardia civil:

hier gebeurde het oude verhaal.

Vier Romeinen en vijf Carthagers

vonden hier de dood.

 

De avond dol van vijgenbomen

en van hitsige geluiden

bezwijmt op de gewonde

dijen van de ruiters.

En zwarte engelen vlogen

door de avondlucht.

Engelen met lange vlechten

en harten van olie.

 

 

 

SINT GABRIËL (Sevilla)

                          Voor D. Agustin Viñuales

 

I

 

Een knappe jongeling, rank als riet,

brede schouders, slanke taille,

huid van een nachtelijke appel,

droeve mond en grote ogen,

pezen van hitsig zilver,

doolt door de verlaten straat.

Zijn lakleren schoenen

vertrappen de dahlia’s van de wind,

op het dubbele ritme, het lied

van kort en hemels verdriet.

Langs de hele zeekust

staat geen palm die hem evenaart,

noch gekroonde keizer

noch rijzende ster.

Als hij zijn hoofd buigt

naar zijn borst van jaspis,

zoekt de nacht vlakten

om neer te knielen.

De gitaren klinken alleen

voor de Aartsengel Gabriël,

temmer van duifjes

en vijand van treurwilgen.

Sint Gabriël: het kindje weent

in de buik van zijn moeder.

Vergeet niet dat de zigeuners

jou je kledij schonken.

 

Annuntiata van de Wijzen,

sjofel gekleed maar uitverkoren,

opent de deur voor de ster

die voorbijkwam in haar straat.

De Aartsengel Sint Gabriël

tussen lelie en glimlach,

achterkleinkind van de Giralda,

bracht haar een bezoek.

In zijn geborduurde vest

trillen verborgen krekels.

De sterren van de nacht

veranderden in klokbloemen.

Sint Gabriël: Ziehier

drie nagels van vreugde.

Je schittering opent jasmijnen

op mijn gloeiend gezicht.

God zegent je, Annuntiata.

Verrukkelijke Moriaanse.

Je zal een zoon baren mooier

dan de halmen van de wind.

O, Sint Gabriël, mijn oogappel!

Mijn allerliefste Gabriël!

Je neer te zetten op een stoel

van anjers, dat is mijn droom.

God zegent je, Annuntiata,

sjofel gekleed maar uitverkoren.

Op zijn borst zal je zoon

een maanvlek en drie wonden dragen.

O, Sint Gabriël wat schitter je!

Liefste Gabriël van mijn hart!

Diep in mijn borsten

welt al de lauwe melk.

God zegent je, Annuntiata.

Moeder van honderd koningshuizen.

Dor fonkelen je ogen,

als ruiterlandschappen.

 

Het kindje zingt in de schoot

van de verbaasde Annunciata.

Drie groene amandelkogels

trillen in zijn stemmetje.

 

Sint Gabriël klom al

op een ladder ten hemel.

De sterren van de nacht

veranderden in immortellen.

 

 

Vertaald door Gaston D’Haese

 

 

Lorca

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

Portret door José Bello

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Morriën werd geboren op 5 juni 1912 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006 en ook mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008.

 

 

Dag en nacht

 

Mijn moeder was een dagpauwoog

en vloog mijn vader veel te hoog.

Hij tastte radeloos naar haar

maar troostte zich met dat gebaar.

 

Met zulke ogen in ’t gezicht

was zij te donker voor zijn licht,

te teer voor zijn hardhandigheid

en er door niets op voorbereid.

 

Hij brak haar zonder dat hij ’t wilde,

uit liefde die geen liefde stilde,

zodat zij neerstreek, nooit meer vloog,

nog altijd mooi: een nachtpauwoog.

 

 

 

Landelijke liefde

 

Twee paarden bij een hek, terwijl het avond wordt.

De zware koppen naast elkaar, de schouders elkaar strelend,

een liefde even smekend als bevelend,

in een tevreden stilstand uitgestort.

 

Zo te beminnen met een lange hals vol manen,

een brede borst die op voorpoten rust,

terwijl het hele lichaam kust en wordt gekust

en ’t zonlicht valt in een geluk vol tranen.

 

 

 

Oorlog en vrede

 

De oorlog had iets vredigs zoals ook de vrede

op oorlog lijkt die niet wordt uitgestreden:

in Rotterdam wordt nog gevochten maar in Sloot

gaat iemand aan een andere ziekte dood.

 

Terwijl een machteloze wordt gemarteld

glimlacht de moeder tegen ’t kind dat tegenspartelt

a
ls het gezoogd, gewassen en gestreeld

tussen de ouders wordt verdeeld.

 

 

Morrien3

Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002)

 

De Engelse schrijver Ken Follett werd geboren op 5 juni 1949 in Cardiff, Wales. Zie  Zie ook mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008.

 

Uit: The Pillars of the Earth

 

In a broad valley, at the foot of a sloping hillside, beside a clear bubbling stream, Tom was building a house.

The walls were already three feet high and rising fast. The two masons Tom had engaged were working steadily in the sunshine, their trowels going scrape, slap and then tap, tap while their labourer sweated under the weight of the big stone blocks. Tom’s son Alfred was mixing mortar, counting aloud as he scooped sand on to a board. There was also a carpenter, working at the bench beside Tom, carefully shaping a length of beech-wood with an adze.

Alfred was fourteen years old, and tall like Tom. Tom was a head higher than most men, and Alfred was only a couple of inches less, and still growing. They looked alike, too: both had light brown hair and greenish eyes with brown flecks. People said they were a handsome pair. The main difference between them was that Tom had a curly brown beard, whereas Alfred had only a fine blond fluff. The hair on Alfred’s head had been that colour once, Tom remembered fondly. Now that Alfred was becoming a man, Tom wished he would take a more intelligent interest in his work, for he had a lot to learn if he was to be a mason like his father; but so far Alfred remained bored and baffled by the principles of building.“

 

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ken Follett (Cardiff, 5 juni 1949)

 

De Amerikaanse schrijfster Kristin Carlson Gore werd geboren op 5 juni 1977 in  Carthage, Tennessee. Zij groeide op in Washington. In 1999 studeerde zij af aan de Harvard University, waar zij ook redacteur was geweest van de Harvard Lampoon. Gore schreef twee romans: Sammy’s Hill (2004) en Sammy’s House (2007). Kristin Gore is een dochter van de politicus Al Gore en diens vrouw Tipper.

 

Uit: Sammy’s House

 

„It was when she started stripping that everyone realized something was wrong. This was an official White House event. A somewhat boring, completely respectable cruise on the Potomac River to thank everyone in the West Wing for the hard work that had won the election. But it was no longer boring.

Until the woman whipped off her tailored black jacket to reveal a star-spangled bra and a surprisingly elaborate dragon tattoo, the only remarkable thing about this cruise was that it was nineteen months late. The celebratory boat ride had been promised long ago, in the first month of our new administration, but no one minded that the business of running the country had continuously delayed its actual launch. Victory was prize enough—who needed a cruise?

I tore my eyes away from the increasingly explicit show to scan the crowd for RG. He’d gone below deck to take a call from President Wye, and I was relieved that he still seemed to be there, unaware of these antics. He was the vice president, and as a member of the White House staff, one of my duties was to protect him from public embarrassment whenever possible. That job had become significantly harder in the last thirty seconds.“

 

 

KristinGore

Kristin Gore (Carthage, 5 juni 1977)

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008.

 

Uit: The Needle’s Eye

 

„HE STOOD THERE AND WAITED. He was good at that. There was no hurry. There was plenty of time. He always had time. He was a punctual and polite person, and that was why he was standing there, buying a gift for his hostess. Politeness was an emotion- could one call it an emotion, he wondered? that was how he regarded it, certainly-an emotion that he both feared and understood.

There was only one woman in front of him in the off-licence, and she was certainly in no hurry either. She had not even got round to asking for anything yet, because she was too busy telling the man behind the counter about her granddaughter. Two weeks old, this child was, and the lady had just finished knitting her a pram-cover in stripes of white and
blue: it didn’t matter that it was blue and not pink, the daughter had said, she didn’t like pink anyway. The man behind the counter was interested in the story: not merely polite, but interested. One can tell the difference. The woman was short and broad and she was wearing bedroom slippers. What raffish districts of London his friends inhabited: NW1, this was, with all its smart contrasts. They depressed him unbearably, the well-arranged gulfs and divisions of life, the frivolity with which his friends took in these contrasts, the pleasure they took in such abrasions. It appalled him, the complacency with which such friends would describe the advantages of living in a mixed area. As though they licenced seedy old ladies and black men to walk their streets, teaching their children of poverty and despair, as their pet hamsters and guinea pigs taught them of sex and death. He thought of these things, sadly.“

 

 

Margaret-Drabble

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Kling werd geboren op 5 juni 1957 in Bingen. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006 en mijn blog van 5 juni 2007 en ook mijn blog van 5 juni 2008.

 

 

provinz

längst nicht voller rätischer
mond. provinzmond den das
bild sich reinzieht; der reindringt
in nennenswertn geschwindig-
keitn.
++++anweisun` eines stummfilm-
regisseurs: knarren im lärchholz, ja-
gende dazujagende staffage von
nachtwolkndetails. nachtgletscher,
hintn, als “spülbrühe” in isabellem
cair-obscur. alles in raschester auf-
lösun` begriffn! art städteraugn-
blende; nichtgewohnt von solcher
wildn jagd. ich mein, wilder fuhre,
da di handelsstraße, alberbestand
der allee verstopft von a bis zett
daß di maschine vonnötn ist um
den einkauf zu schaffn. in der stadt
m. wo kurgast dr. benn sich am glas
festhielt (lodener kurstadtmond),
vorzeitn.

 

 

 

bläue

anläufe; anläufe, es ans laufn
zu kriegn; diese blindanläufe für
leitmotive, für handzeichn. reanimations-
versuche am themen-, am textkadaver wobei
di zungnspizze sichtbar wird: di helfer-
zungn zungnhelfer beim hantieren; dies
handfläche auf handrükkn pumpm pumpm bis
di rippm knakkn. helfershelferzungn. was
di leistn beim überm herzaas hantiern.
ein schaun, ein schau
m in di runde; ein
zukkn mittn schultern, mit den zungn in
stillem, ständig wiederkehrendem licht.

 

 

Kling

Thomas Kling (5 juni 1957 – 1 april 2005)

 

 

De Nederlandse literair criticus Carel Peeters werd geboren in Nijmegen op 5 juni 1944. Peeters groeide op in Nijmegen, tot hij op zijn 14e met zijn ouders naar Amsterdam verhuisde. Na de middelbare school te hebben gevolgd begon hij in 1964 Nederlandse taal en letterkunde te studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studie schreef hij voor Het Parool zijn eerste literaire kritieken. Peeters studeerde uiteindelijk niet af.Hij werkte vanaf 1970 bij Elsevier Magazine als assistent van Wim Zaal en stapte in 1973 over naar het weekblad Vrij Nederland, waar hij de boekenbijlage opzette. In 1982 kreeg hij voor deze bijlage de CPNB Prijs. In 1997-1998 was Peeters ad interim hoofdredacteur van Vrij Nederland.Daarnaast was Peeters van Van 1987 tot 1992 bijzonder hoogleraar in de literaire kritiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor zijn kritisch en essayistisch werk, en met name voor zijn essaybundel Houdbare illusies, werd Peeters in 1985 de Dr. Wijnaendts Francken-prijs toegekend. In 2008 ontving hij de vijfjaarlijkse Jacobson-prijs.

 

Uit: Voor en na Mystiek lichaam

 

Mystiek lichaam markeert de overgang van spel naar ernst in de literatuur, zonder dat ze er overigens zwaarwichtig door is geworden. De harde en onaangename vragen die Mystiek lichaam opwierp, en de aandacht die Kellendonk vestigde op de ‘klaarblijkelijke levensfeiten’, veroorzaakten zo’n schok omdat hij het ondubbelzinnig en met brille deed: stijlvast, onverschrokken en sarcastisch. Het was alsof dat soort vragen in de literatuur niet meer bestond voor hij ze stelde: de mogelijke metafysische dimensie van het leven, het aandeel van het kwaad in de wereld, de beschaving die al geruime tijd de verkeerde richting in zou gaan, schrijven als ‘oprecht veinzen’. Niet eens zozeer wát Kellendonk aan de orde stelde veroorzaakte die schok, maar de groteske ernst waarmee hij ermee voor de dag kwam: het was donderende ‘ideeënmuziek’ die de postmoderne roes van het radicale relativisme en de concentratie op het loutere formalisme doorbrak.

Mystiek lichaam kan de sfeer verklaren die romans als Hoffman’s honger van Leon de Winter en De beproeving van Doeschka Meijsing mogelijk heeft gemaakt: allebei romans die het l’art pour l’art definitief de rug toekeren, zo definitief dat Hoffman’s honger doorschiet en in al zijn virtuositeit een knieval doet voor het gemakkelijk leesbare verhaal, en zo vol woede dat De beproeving een roman van te veel grote woorden en pathetiek wordt in een poging om vooral het echte leven op te roepen. Dit zijn extreme reacties op het uitgespeelde spel van werkelijkheid

 

CarelPeeters

Carel Peeters (Nijmegen, 5 juni 1944)

 

De Engelse schrijfster Ivy Compton-Burnett werd geboren op 5 juni 1884. Zij groeide op in een groot gezin in Hove en Londen en was de dochter van een bekend homeopathisch arts. In 1911 verscheen haar eerste roman, Dolores, die weinig opzien baarde en waar zij zich later enigszins van distantieerde. Het succes kwam met haar tweede werk, Pastors and Masters (1925) dat goed ontvangen werd en zeer lovende kritieken oogstte. Haar verdere werken kenden dezelfde stijl: het beschrijven van veelal alledaagse, maar soms ook schokkende, gebeurtenissen in grote Edwardiaanse gezinnen. Haar schrijfstijl was sober en humoristisch. Opvallend in haar werk is, dat de verhalen grotendeels in dialoogvorm zijn geschreven. Verder maakt zij spaarzaam gebruik van interpunctie. In 1967 werd zij onderscheiden met de titel ‘Dame Commander’ in de Orde van het Britse Rijk.

 

Uit: The Present And The Past

 

“Oh, dear, oh, dear!” said Henry Clare.

His sister glanced in his direction.

“They are pecking the sick one. They are angry because it is ill.”

“Perhaps it is because they are anxious,” said Megan, looking at the hens in the hope of discerning this feeling.

“It will soon be dead,” said Henry, sitting on a log with his hands on his knees. “It must be having death- pangs now.”

Another member of the family was giving his attention to the fowls. He was earnestly thrusting cake through the wire for their entertainment. When he dropped a piece he picked it up and put it into his own mouth, as though it had been rendered unfit for poultry’s consumption. His elders appeared to view his attitude either in indifference or sympathy.

“What are death-pangs like?” said Henry, in another tone.

“I don’t know,” said his sister, keeping her eyes from the sufferer of them. “And I don’t think the hen is having them. It seems not to know anything.”

Henry was a tall, solid boy of eight, with rough, dark hair, pale, wide eyes, formless, infantine features, and something vulnerable about him that seemed inconsistent with himself.“

 

 

comptonburnett

Ivy Compton-Burnett (5 juni 1884 – 27 augustus 1969)

 

De Britse schrijver, dramaturg en regisseur David Hare werd geboren op 5 juni 1947 in Sussex. Hare behaalde zijn ‘masters degree’ in Cambridge in 1968 en stichtte nog datzelfde jaar een experimenteel reizend gezelschap.  Nadat hij enkele producties regisseerde begon hij al spoedig zelf stukken voor het gezelschap te schrijven, zoals How Brophy Made Good (1969).  Met Slag (1970), The Great Exhibition (1972), en Knuckle (1974), bevestigde Hare zijn talent als toneelauteur en geducht criticus van de Britse moraal. Teeth ‘n’ Smiles (1975) schilderde het milieu van rockmuzikanten.

Het alom geprezen Plenty (1978) beschrijft de aftakelende persoonlijkheid van een vrouw over een periode van 20 jaar: een metafoor voor het verval van het Britse Rijk na WO II.  Hare schreef tevens meerdere stukken voor de televisie en regisseerde ook nog de films Wetherby (1985) en Strapless (1989). Hij regisseerde ook tijdens de jaren ’70s en ’80 nog in meerdere Londense theaters. Hare werd geridderd in 1998.

 

Uit: Obedience, Struggle and Revolt

 

“To give you the idea: I’ve noticed, among my friends and acquaintances, that I am, for some reason, one of the few people who positively looks forward to the speeches at weddings. I’d go further. For me, they’re the best part. Perhaps you may think me a cold fish when I admit that I have sometimes watched unmoved as t
he ring was slipped onto the finger, or as the first kiss was taken. (Priests always seem to be saying ‘Not yet.’) But I have never failed to feel a thrill of genuine anticipation when someone calls for silence and rolls out the magic words: ‘Unaccustomed as I am to public speaking’. In one heart at least, the announcement does not cause a sinking. Far from it. Part of my interest is clearly professional. I am, after all, a playwright, and there is nothing more revealing of character than when a proud father or a jealous ex-lover acting as best man is forced to rise to their feet and ‘offer a few words’. Yes, life is theatre, and the rituals which make private matters public are specially delicious. But I also love the prospect that, for once, somebody’s spool is going to be allowed to run and run. Mark it down as optimism, but I cannot help feeling — at least before they speak — that the longer someone goes on, the more you are likely to learn.”

 

david_hare

David Hare (Sussex, 5 juni 1947)

 

De zwitserse schrijver en uitgever Otto Friedrich Walter werd geboren op 5 juni 1928 in Rickenbach. Hij volgde een opleiding tot boekhandelaar in Zürich. Vanaf 1951 was hij secretaris en lector bij de Jakob Hegner Verlag. Vanaf 1956 was hij bij de Walter Verlag verantwoordelijke voor het literaire programma waarin schrijvers als Alfred Andersch, Helmut Heißenbüttel en Peter Bichsel uitgegeven werden. In 1969 kreeg hij de leiding over de Luchterhand Literaturverlag. Vanag 1982 werkte hij uitsluitend nog als zelfstandig schrijver.

 

Uit: Der Stumme

 

“Stummer, fuhr Breitenstein fort, wie ist das. Du hast’s ge- gehört. Klar? Gehört, und das Gericht will das wissen. Das Gericht will wissen, wo du dieses Kanisterpaket versteckt hast. Los, zeigen. …
Karbidlichtschlagschatten auf der linken Hälfte, und mit einem Schlag wusste Loth wieder, ein einziges Wort würde genügen, nur eines, und diese riesige Entfernung zwischen ihm und dem Mann dort, seinem Vater, würde nicht mehr sein, sie könnten zusammensein, und zusammen könnten sie alles aushalten. Aber seine Zunge kam aus ihren Klammern dahinten nicht los, so sehr sie sich spannte und hinter seinen Zähnen sich aufwölbte: nichts ausser diesem Lalllgeräusch, das keiner vernahm. Nein, und er schüttelte den Kopf. Er schüttelte ihn und kam wieder zu Breitenstein und den andern zurück, und Filippis sagte scharf: Stummer, du lügst. Du weisst es. Wo ist er! …
Da wusste Loth noch etwas anderes: dass es für ihn und dass es für den Vater zu spät war. Sie waren jetzt beide allein. Jeder für sich. Und es war ihm, als sei nun nicht mehr nur diese Sache mit dem Benzinkanister wichtig.”

 

 

otto_f_walter

Otto F. Walter (5 juni 1928 – 24 september 1994)

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Spalding Gray werd geboren op 5 juni 1941 in Barrington, Rhode Island. Na wat kleinere rollen in films werd hij beroemd met Swimming to Cambodia, de filmversie van zijn theatermonologen over zijn ervaringen bij het draaien van The Killing Fields in 1984. Begin jaren negentig publiceerde hij zijn eerste korte verhaal Impossible Vacation. In 2001 raakte hij ernstig verwond bij een auto-ongeluk. In januari 2004 werd hij als vermist opgegeven en in maart werd zijn lichaam geborgen uit de East River. Gezien zijn depressies t.g.v. het ongeluk ging men uit van zelfmoord.

 

Uit: Life Interrupted

 

„Then there was a surprise. About two weeks after that, Kathie, my wife, gave me a present of a trip to Ireland for the whole family. Kathie’s always coming up with these crazy trips. I remember she took us to the Ice Hotel up in Quebec City where you pay three hundred dollars a night to sleep on a block of ice. So Ireland was cushy. It was a rainy version of the Ice Hotel, I suppose. A little more whimsical, and rainy, and not frozen. I’d been six times before and wanted to go back. It made me laugh in a way that the United States doesn’t. We had rainy times but good times. In spite of the rain it was
a jolly place. I can remember Kathie and me riding bikes in the rain for hours and then coming upon this Irishman leaning against his bicycle with a golf hat on or whatever they wear, and he said, “How are you doing?” I said, “It’s just awful weather, it’s just awful,” and he said, “No, it’s not. It hasn’t gotten cold yet.”

So I like them; they’re optimistic and philosophical. They’re not industrialized, really –there was no industrial revolution — so they drive pretty haphazardly. They don’t have a great relationship to machinery, to say the least. There’s a lot of banging around and the roads are very narrow, and they just get in their cars and go, you know they just put the pedal to the metal and they’re going everywhere, in all directions.“

 

 

spaldinggray

Spalding Gray (5 juni 1941 – 10 januari 2004)

 

De Ierse dichter, schrijver en schilder Christy Brown werd geboren op 5 juni 1932 in Dublin. Hij was het tiende van 22 kinderen en groeide in armoede op. Ook leed hij aan athetose en kon alleen zijn linker voet gecontrolleerd bewegen. Zijn moeder stimuleerde hem echter zodanig dat hij zich niet alleen verstaanbaar kon maken, maar ook ging tekenen en schrijven. In 1954 verscheen zijn debuut My Left Foot dat in 1989 verfild werd met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol.

 

 

Sunday Visit

 

We finally found him

curled up in the chair like a many-wrinkled shell

staring blindly out at nothing

among a gathering of imbecilic fossils

his one good eye fastening fiercely onto life

the hair still sturdy though silver under the old cloth cap.

 

We finally found him

through all that terrible labyrinth of grey concrete cells

quietly rounding out his days

alone in a morass of moronic camaraderie

his doomed cellmates snoozing and snoring all around

and he with his one good eye defying the shadows.

 

The tears came then

not soft, but real

the tears of a real man broken by life

groping wildly with gnarled fingers at the straws of life

in that awful room of no life

and the television set blaring forth its banalities

drowning whatever words of comfort our futile tongues could offer.

 

I had no words for him

no words to span the heartbreak of years

when Samson-like he had stood between us and chaos

bringing to us the small rare trinkets of his love.

I had for him only whiskey

the old bitter gift

the poor tribute of one poorer i
n spirit

than that jaded near-blind half-deaf soul reclining so tamely

in a wicker chair

in a ward of fearful paralysing resignation

a ward full of already dead people

sleeping as the television blared.

 

Yet the hand that gripped mine spelled out love

and the raw lovely courage of that old landscaped face

put my feeble pity to shame.

 

 

christy-brown

Christy Brown (5 juni 1932 – 6 september 1981)

Met zijn moeder

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijfster ook mijn blog van 5 juni 2007.

De Egyptische schrijfster Alifa Rifaat werd op 5 juni 1930 in Caïro geboren.

 

Federico García Lorca, Margaret Drabble, Adriaan Morriën,Thomas Kling, Ken Follett, Alifa Rifaat

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006 en mijn blog van 5 juni 2007.

 

 

SINT MICHIEL (Granada)

                         Voor Diego Buigas de Dalmáu

Men ziet vanaf de balustrades
in de bergen, bergen, bergen,
muilezels en muilezelschaduwen
beladen met zonnebloemen.

Hun ogen in de schaduwplekken
worden dof van mateloze nacht.
In de krommingen van de wind
ritselt de brakke dageraad.

Een hemel van witte muilezels
sluit zijn kwikzilveren ogen
en geeft aan de kalme schemering
een finale van harten.
En het water wordt koud
opdat niemand het beroert.
Wild en open naakt water
in de bergen, bergen, bergen.

In de nis van zijn toren
toont Sint Michiel met kanten
getooid zijn mooie dijen
tussen lantarens geprangd.
De in het middaggebaar
getemde Aartsengel
veinst een zoete woede
van veren en nachtegalen.
Sint Michiel zingt in de ruiten;
Efebe van drieduizend nachten
geurend naar eau de cologne
staat hij ver van de bloemen.
De zee danst aan het strand,
een gedicht van balkons.
De oevers van de maan
verliezen biezen, krijgen stemmen.
Er komen volksmeiden
die zonnebloempitten eten,
hun konten groot en occult
als planeten van koper.
Er komen hoge heren te paard
en dames met triestig uiterlijk,
hun huid is donker van heimwee
naar een gisteren van nachtegalen.
En de bisschop van Manila
saffraanblind en arm,
leest de mis voor twee rijen,
voor vrouwen en voor mannen.

Sint Michiel houdt zich rustig
in de nis van zijn toren,
zijn rokken overladen
met spiegeltjes en sierraden.
Sint Michiel, koning van de glazen bollen
en van de oneven getallen,
in de Berberpracht
van kreten en uitkijktorens.

 

 

 

GESTORVEN UIT LIEFDE

                                  Voor Margarita Manso

Wat schittert daar toch
langs de hoge gaanderijen?
Sluit de deur, mijn zoon,
het sloeg net elf uur.
Zonder kwaad opzet schitteren
vier lantaarns in mijn ogen.
Wellicht zijn de buren
bezig met de koperpoets?

De afnemende maan,
zieltogende zilveren lookteen,
tooit de gele torens
met gele pruiken.
De nacht tikt huiverend
op de ruiten van de balkons,
achtervolgd door de duizend
honden die haar niet kennen,
en een geur van wijn en amber
komt uit de gaanderijen.

Briesjes van nat riet
en gerucht van oude stemmen
weerklonken onder de gebroken
boog van middernacht.
Ossen en rozen sliepen.
In de gaanderijen niets dan
de vier lichten die tierden
met Sint-Joriswoede.
Droevige vrouwen uit het dal
brachten zijn mannenbloed beneden,
rustig van afgesneden bloem
en bitter van jonge dij.
Oude vrouwen van de rivier
weenden aan de voet van de berg,
een onbegaanbare minuut
van haren en namen.
Witgekalkte gevels kaderen
in wit vierkant de nacht.
Serafijnen en zigeuners
speelden accordeon.
Moeder, als ik sterf,
waarschuw dan de heren.
Stuur blauwe telegrammen
van zuid naar noord.
Zeven kreten, zeven stralen bloed,
zeven dubbele papaverbollen
reten grauwe manen open
in de sombere salons.
Bedekt met afgehakte handen
en bloemenkroontjes,
weerklonk de vloekende zee,
van ik weet niet waar.
En de hemel sloeg met deuren
terwijl het bos plots ruiste
en de lichten jammerden
in de hoge gaanderijen.

 

 

 

ROMANCE VAN DE GEDAGVAARDE

                                  Voor Emilio Aladrén

Mijn eenzaamheid zonder rust!
Kleine ogen van mijn lichaam
en grote van mijn paard
sluiten zich niet tijdens de nacht
noch kijken ze naar de andere kant
waar een droom van dertien schepen
zich rustig verwijdert.
Maar helder en scherp
als wakkere schildknapen
turen mijn ogen naar een noorden
van metalen en steile rotsen,
waar mijn lichaam zonder aders
ijzige speelkaarten leest.

De zware waterossen
vallen de jongens aan
die baden in de maansikkels
van hun golvende horens.
En de hamers bezongen
op slaapwandelende aambeelden,
de slapeloosheid van de ruiter
en de slapeloosheid van het paard.

Op vijfentwintig juni
zeiden ze aan de Bittere:
Als je al zin hebt, mag je
de oleanders van je patio rooien.
Schilder een kruis op de deur
en zet je naam eronder,
want straks botten brandnetels
en dollekervel uit je zijde,
en naalden van natte kalk
zullen aan je schoenen vreten.
Het zal nacht zijn en donker
in de bedreigende bergen
waar de ossen van het water
dromerig biezen drinken.
Vraag om kaarsen en klokken.
Leer je handen vouwen,
en proef de kille wind
van metalen en steile rotsen.
Want over twee maanden
lig je opgebaard.

Santiago zwaait het slagzwaard
van een nevelvlek in de lucht.
Ernstige noodlottige stilte
viel uit de kromgetrokken hemel.

Op vijfentwintig juni
opende de Bittere
zijn ogen nog,
en op vijfentwintig augustus
ging hij liggen en deed ze toe.
Mannen daalden de straat af
om de gedagvaarde te zien,
die naar de muur staarde
met zijn eenzaamheid in rust.
En het vlekkeloze laken,
in strenge Romeinse plooi,
legde de dood in evenwicht
in zijn lijnrechte linnen.

 

 

Vertaald door Gaston D’Haese

 

lorca

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

 

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 5 juni 2007.

 

Uit: The Sea Lady

 

Posture, Ailsa, posture, said Ailsa Kelman to herself, as she straightened her shoulders, drew in another deep breath, and, upon cue, began to speak. Her strong, hoarse and husky voice, magnified to a trembling and intimate timbre of vibration by the microphone, loudly addressed the gathering. The audience relaxed, in comfortable (if in some quarters condescending) familiarity: they knew where they were going when they were led onwards by this siren-speaker. They felt safe with her expertise. She took them alphabetically through the shortlist, travelling rapidly through the cosmos and the bio¬sphere, sampling dangerous fruits, appraising the developing human embryo, interrogating the harmless yellow-beige dormouse, swimming with dwindling schools of cod and of herring, burrowing into the permafrost, and plunging down to the black smokers of the ocean floor. She summoned up bacteria and eubacteria and ancient filaments from the Archaean age, and presented her audience with the accelerating intersexuality of fish.
Behind her, around her, above her, in the wantonly and wastefully vast spaces of the Marine Hall, swam old-fashioned tubby three-dimensional life-size models of sharks and dolphins, like giant bath toys, and the more futurist magnified presences of plankton and barnacles and sea squirts and sea slugs. Ailsa Kelman shimmered and glittered as she approached her watery climax. And suddenly, all the foreplay of the foreshore was over: Ailsa Kelman declared that the intersexuality of fish had won! The hermaphrodite had triumphed!
Hermaphrodite: Sea Change and Sex Change was the winning title. The winning author was Professor Paul Burden, from the EuroBay Oceanographic Institute in Brittany and the University of California at San Diego.
Applause, applause, as a tall bearded marine biologist picked his way over the seabed of Marconi cables towards the platform to receive his cheque and present his weathered outdoor face to the bright unnatural lights. A television person conducted the applause, encouraging a crescendo, insisting on a diminuendo, attempting, not wholly successfully, to impose a silence. Some members of the captive audience were by now quite drunk, and, deprived of the false concentration of suspense, were growing restless.
The hermaphrodite had won!
‘This is a brilliantly written survey of gender and sex in marine species . . . prefaced by a poetic evocation of a distant and placid asexual past . . . covering bold hypotheses about the evolutionary origins of sexual reproduction, followed by startling revelations about current female hormone levels, current male infertility, and rising sexual instability caused by POPs and other forms of chemical hazards.”

 

 

drabble_1

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Morriën werd geboren op 5 juni 1912 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006 en ook mijn blog van 5 juni 2007.

 

 

ARS AMANDI

 

Het is lang niet gezegd
dat de twee mooiste mensen ter wereld
het meest van elkaar houden,
het meest of het best.

Zoals het even onbewezen is
dat de twee lelijkste mensen ter wereld
het minst van elkaar houden,
het minst of het slechtst.

Het donker gehoorzaamt
aan andere spelregels dan het licht.

Wat onze vingers voelen
wordt niet door onze ogen weerlegd.

Wie bewonderend zegt:
‘Lieveling, wat ben je lelijk!’
zegt het terecht.

 

 

Broederschap

 

Soms overvalt mij, alleen,
of in gezelschap, de angst
die ons allen verbroedert,
verbroedert en eenzaam, radeloos maakt.

Ineens lijkt alles postuum:
de boom, en de bladeren aan de boom,
de verkleurende lucht, de geklede mensen
en zelfs de verheven blankheid
van je zo innig bewonderde hals.

 

 

 

Billet Doux

 

Een vrouw liefhebben in haar zwakste ogenblikken,
wanneer wat leven was nu reeds dood schijnt te zijn
en in haar ogen alle zomers zijn gedoofd.
Haar lelijkheid aanbidden haar betraande blikken,
haar niet te overreden afkeer van het leven.
En soms is die ontreddering mij onontbeerlijk
en voel ik dat mijn hart, vol liefde en verachting,
gerust is en de dood aanvaardt, zoals ik vroeger
verlangde dat ik altijd jong zou zijn en leven.

 

 

adriaanMorrien

Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002)

De Duitse dichter en schrijver Thomas Kling werd geboren op 5 juni 1957 in Bingen. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006 en mijn blog van 5 juni 2007.

 

 

Working Song:

 

von eisen der bach,
und wie er uns antrieb!
antrieb, flüssig, das mühleisen, das uns begleitet.

knirschend der stein, knirschend begleitender stein.

und die mühle sprach.
sprang.

ihre mühlensprache sprach sie: flüssig,
in zerkleinerungsform.
sprach wie im rausch.

 

 

 

BUSLADUNGEN

puttengrün;
geharkter kies, »DER RHEIN IN
FLAMEN!«; das moost so schön,
das west!
betongestützte ritter-
burg, die schlößchen schweinchen-
rosa; bengalisch abends: pavian-
hinterteil;
filzlatschen kellerfarben
(muftige assemblage); der stolze
kastellan! (»den westflügel ham wir
NEU renoviert«, »gesandstrahlt hunger-
türmchen«);
ein hochberühmter schreibtisch
(FOTOGRAFIERVERBOT); intarsien im
knebelbart, ein ahnengähnen; dauerhafter
ludwignippes, die bibliothek im krieg
ein bißchen abgebrannt;
so angefressues
blattkapitell, KAPITÄLCHEN WERDEN
INSTALLIERT. erfrischungstüchlein rum-
gereicht; die hand (»cleveland/ohio
osaka zuhauf«), die hände ins wind-,
ins wasserspiel getaucht ACHTUNG!,
die busladung vom niederrhein! da gibts
noch einschußlöclier;
sind alle da? jetzt
wird der wein geprobt, lecker möselchen
mit doppeltem perkeo, silverlöffelchen,
geprägtes duodez DAS BUNTE RÜDESHEIMER
WAPPM; den »Alten Elephantenfriedhof«
schnell noch inspiziert. NICHT AUF DEM
RASN SPUCKN! PFAUEN-KNEBELN UNTERSAGT

 

 

kling

Thomas Kling (5 juni 1957 – 1 april 2005)

 

De Engelse schrijver Ken Follett werd geboren op 5 juni 1949 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 5 juni 2007.

 

Uit: World Without End

 

“Gwenda was eight years old, but she was not afraid of the dark.

When she opened her eyes she could see nothing, but that was not what scared her. She knew where she was. She was at Kingsbridge Priory, in the long stone building they called the hospital, lying on the floor in a bed of straw. Her mother lay next to her, and Gwenda could tell, by the warm milky smell, that Ma was feeding the new baby, who did not yet have a name. Beside Ma was Pa, and next to him Gwenda’s older brother, Philemon, who was twelve.

The hospital was crowded, and though she could not see the other families lying along the floor, squashed together like sheep in a pen, she could smell the rank odour of their warm bodies. When dawn broke it would be All Hallows, a Sunday this year and therefore a specially holy day. By the same token the night before was All Hallows Eve, a dangerous time when evil spirits roamed freely. Hundreds of people had come to Kingsbridge from the surrounding villages, as Gwenda’s family had, to spend Halloween in the sanctified precincts of the priory, and to attend the All Hallows service at daybreak.

Gwenda was wary of evil spirits, like every sensible person; but she was more scared of what she had to do during the service.

She stared into the gloom, trying not to think about what frightened her. She knew that the wall opposite her had an arched window. There was no glass—only the most important buildings had glass windows—but a linen blind kept out the cold autumn air. However, she could not even see a faint patch of grey where the window should be. She was glad. She did not want the morning to come.

She could see nothing, but there was plenty to listen to. The straw that covered the floor whispered constantly as people stirred and shifted in their sleep. A child cried out, as if woken by a dream, and was quickly silenced by a murmured endearment. Now and again someone spoke, uttering the half-formed words of sleep talk. Somewhere there was the sound of two people doing the thing parents did but never spoke of, the thing Gwenda called Grunting because she had no other word for it.

Too soon, there was a light. At the eastern end of the long room, behind the altar, a monk came through the door carrying a single candle. He put the candle down on the altar, lit a taper from it, and went around touching the flame to the wall lamps, his long shadow reaching up the wall each time like a reflection, his taper meeting the shadow taper at the wick of the lamp.”

 

 

folett

Ken Follett (Cardiff, 5 juni 1949)

Zie voor onderstaande schrijfster ook mijn blog van 5 juni 2007.

De Egyptische schrijfster Alifa Rifaat werd op 5 juni 1930 in Caïro geboren.

Ken Follett, Federico Garcia Lorca, Margaret Drabble, Alifa Rifaat, Adriaan Morriën, Thomas Kling

De Engelse schrijver Ken Follett werd geboren op 5 juni 1949 in Cardiff, Wales. Hij studeerde filosofie aan het University College Londonen werkte daarna enige jaren als journalistFoleet werd bekend met zijn thriller Eye of the Needle, waarvan meer dan 12 miljoen exemplaren werden verkocht. Het boek werd ook verfilmd. Naast thrillers schrijft Follet ook historische romans.

Uit: Whiteout

“TWO tired men looked at Antonia Gallo with resentment and hostility in their eyes. They wanted to go home, but she would not let them. And they knew she was right, which made it worse.
All three were in the personnel department of Oxenford Medical. Antonia, always called Toni, was facilities director, and her main responsibility was security. Oxenford was a small pharmaceuticals outfit—a boutique company, in stock market jargon—that did research on viruses that could kill. Security was deadly serious.

Toni had organized a spot check of supplies, and had found that two doses of an experimental drug were missing. That was bad enough: the drug, an antiviral agent, was top secret, its formula priceless. It might have been stolen for sale to a rival company. But another, more frightening possibility had brought the look of grim anxiety to Toni’s freckled face and drawn dark circles under her green eyes. A thief might have stolen the drug for personal use. And there was only one reason for that: someone had become infected by one of the lethal viruses used in Oxenford’s laboratories.
The labs were located in a vast nineteenth-century house built as a Scottish holiday home for a Victorian millionaire. It was nicknamed the Kremlin, because of the double row of fencing, the razor wire, the uniformed guards, and the state-of-the-art electronic security. But it looked more like a church, with pointed arches and a tower and rows of gargoyles along the roof.”

follett

Ken Follett (Cardiff, 5 juni 1949)

 

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006.

Ruiterlied

Córdoba,
ver en verloren. –

Zwart paardje, grote maan,
olijven in mijn alforja’s,
al ken ik alle wegen,
nooit kom ’k in Córdoba aan.

De wind en de vlakte door,
zwart paardje, rode maan;
van Córdoba zijn torens
ziet de dood mij aan.

Ach, mijn dapper paardje!
Ach, lange weg die we gaan,
Voor ik in Córdoba ben,
grijpt de dood mij aan.

Córdoba,
ver en verloren.

Vertaald door G.J. Geers

 

ONTMOETING

Jij niet, ik niet.
We kunnen elkaar
niet ontmoeten.
Jij…je weet wel waarom.
Wat heb ik van haar gehouden!
Ga nu je eigen weg.
Kijk naar de wonden
van de spijkers
in mijn handen.
Zie je dan niet hoe ik langzaam
leegbloed?
Kijk nooit meer om,
loop stilletjes heen
En bid zoals ik
tot Sint-Cajetanus,
want jij niet en ik niet,
we kunnen elkaar
niet ontmoeten.

 

ZELFMOORD
              Misschien kende je onvoldoende meetkunde.

De jongen zag geen uitkomst meer.
Tien uur was het in de morgen.
Zijn hart liep langzaam vol
met gebroken vlerken en bloemen van katoen.
Slechts één woord, wist hij,
bleef nog op zijn lippen.
Hij trok zijn handschoenen uit
en zachte as viel in zijn handen.
Vanop het balkon zag hij een toren.
Hij voelde zich balkon en toren.
Hij zag vast hoe de klok
stilstond in haar kast en naar hem staarde.
Hij zag zijn schaduw languit liggen
op de witte divan van zijde.
Met een bijl sloeg de jongen
de spiegel stuk. Meetkundig recht.
En over de alkoof van schimmen
gutste meteen een grote schaduwstraal.

Vertaald door Piet Thomas en Christian de Paepe

lorca

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

 

De Engelse schrijfster Margaret Drabble werd geboren op 5 juni 1939 in Sheffield, Yorkshire. Zij studeerde Engels aan het Newnham College, Cambridge. In 1960 ging zij deel uitmaken van de Royal Shakespeare Company in Stratford-upon-Avon, maar uiteindelijk koos zij voor een literaire loopbaan. Haar eerste roman A Summer Bird Cage verscheen in 1963.

Werk o.a.: The Millstone (1965), The Realms of Gold (1975), The Middle Ground (1980), A Natural Curiosity (1989), The Peppered Moth (2001), The Sea Lady (2006)

 Uit: The Red Queen (2004)

 “When I was a child, I pined for a red silk skirt. I do not remember all the emotions of my childhood, but I remember this childish longing well. One of my many cousins came to visit us when I was five years old, and she had a skirt of red silk with patterned edgings, lined with a plain red silk of a slightly darker shade. It was very fashionable, and very beautiful. The gauzy texture was at once soft and stiff, and the colour was bold. Woven into it was a design of little summer flowers and butterflies, all in red. I loved it and I fingered it. That skirt spoke to my girlish heart. I wanted one like it, but I knew that my family was not as wealthy as my mother’s sister’s family, so I checked my desire, although I can see now that my mother and my aunt could read the longing in my eyes. My aunt and my cousins were delicate in their tastes, and like most women of that era, like most women of any era, they liked fine clothes. They came to envy me my destiny, and all its lavish trimmings- well, for a time I believe they envied me. But I was brought up in a hard school, and, as a small child, I had no red silk skirt, and I concealed my longing as best I could.”

drabble

Margaret Drabble (Sheffield, 5 juni 1939)

 

De Egyptische schrijfster Alifa Rifaat werd op 5 juni 1930 in Caïro geboren. Zij stamde uit een Turks-Egyptische familie. In 1951 sloot zij een gedwongen huwelijk met een geoloog. Zij weigerde acht maanden lang het huwelijk te voltrekken en werd weer gescheiden. In 1955 publiceerde zij haar eerste verhaal, maar haar tweede man dwong haar ofwel voor hem of voor het schrijven te kiezen. Pas na diens dood in 1979 kon zij zich weer aan het schrijven wijden. Alifa Rifaat stierf in 1996 in Caïro.

Werk o.a. : Distant view of a minaret and other stories, (vert. D.Johnson-Davies) 1987, Die zweite Nacht nach tausend Nächten. Erzählungen, (vert. S.Taufiq (1991)

Uit: Die Mädchen von Burdain (Vertaald door R.Karachouli, 1995)

 »Eine Eule kam geflogen. Sie ließ sich auf einem Baum nieder und schrie. Im flüchtigen Lichtreflex erkannte Aziz gerade noch die schwarze Fratze des Teufels mit seinen verbrannten Lidern, den roten Augen und dem gestreckten Leib, bevor er den Kopf in den schwarz-glänzenden, langgeschwänzten Körper einzog. Die große Kerze im Mausoleum war dem Erlöschen nahe, als Sabiha, vor Freude lächelnd, die Pforte öffnete. Aziz schlüpfte eilig an ihr vorbei und verriegelte die Tür hinter sich.«

Rifaat

Alifa Rifaat (5 juni 1930 – ? 1996)
Boekomslag (geen portret beschikbaar)

 

De Nederlandse schrijver Adriaan Morriën werd geboren op 5 juni 1912 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006.

Uit: Plantage Muidergracht

“Juist als ik aan het eind van de middag bij Atheneum wil binnenlopen om een krant te kopen, hoor ik mijn voornaam roepen. Het is goddank een vrouwen- of meisjesstem. Ik kijk om over het pleintje om mij ervan te vergewissen dat ik het ben die wordt bedoeld en niet Adriaan van Dis die, misschien lichtelijk vermomd, zijn hoofd vanachter een beschutting uitsteekt om te zien of de kust veilig is. (God, wat moet die man, behalve innemend, hoffelijk, voorkomend, welgemanierd en goedgemutst ook zelfingenomen, hautain en blasé zijn, wat ik soms op mijn tv-scherm aan het optrekken van zijn bovenlip meen waar te nemen.) Nee, ik ben het wel degelijk die wordt geroepen, ondanks het barbaarse nawinterweer en het suspecte tijdstip van de dag. Ik zie Joke, de kleine, niet de blonde maar de donkere, flonkerende, die door Hans Verhagen ‘beukenootje’ wordt genoemd. Wij begroeten en kussen elkaar en zij laat mij twee of drie minuten van haar aanblik genieten, minuten die, nu ik dit schrijf, in mijn herinnering naglanzen. Ook nu glimlacht zij, want hoe zou zij het kunnen laten? Opnieuw stel ik vast, met een licht gevoel van voluptueuze vroomheid, alsof ik een levende relikwie gadesla, dat haar snijtanden elkaar bij de groei van haar gebit hebben verdrongen en op een weergaloze wijze enigszins over elkaar heen zijn geschoven, omdat Jokes ouders er niet aan hebben gedacht met haar naar de tandarts te gaan om haar een beugeltje te laten aanmeten. En gelukkig maar, want alleen het onvolmaakte is menselijk en aanbiddelijk, waard om in het geheugen te worden gekoesterd.”

Morrien

Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Kling werd geboren op 5 juni 1957 in Bingen. Hij groeide op in Hilden en bezocht het gymnasium in Düsseldorf. Daarna studeerde hij taal – en literatuurwetenschappen in Keulen, Düsseldorf en Wenen en verbleef hij enige tijd in Finland. In 1983 presenteerde hij hij, eerst in Wenen, later in Duitsland, zijn gedichten tijdens lezingen, die vaak het karakter hadden van een performance. Later trad hij ook op met de jazzmusicus Frank Köllges. Thomas Kling, beïnvloed door auteurs als Mayröcker, Jandl en Celan en door de Wiener Gruppe rondom Artmann en Bayer, was sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een van de belangrijkste Duitse dichters. Woordklank en woordmuziek spelen in zijn hoofdzakelijk voor de voordracht geschreven teksten een grote rol. Zijn eerste bundel verscheen in 1977 in de Zwiebelzwerg Verlag. Kling ontving o.a. de Else-Lasker-Schüler-Preis, Peter-Huchel-Preis en de Ernst-Jandl-Preis. Zie ook mijn blog van 5 juni 2006.

 

RATINGER HOF, ZETTBEH (3)

         »o nacht! ich nahm schon
flugbenzin ..«

nachtperformance, leberschäden,
schrille klausur
HIER KÖNNEN SIE
ANITA BERBER/VALESKA GERT BESICHTIGEN
MEINE HERRN .. KANN ABER INS AUGE GEHN
stimmts outfit? das ist dein auftritt!
schummrige westkurve (»um entscheidende
millimeter geschlagen«)
gekeckerte -fetzen
»süße öhrchen«, ohrläppchen metallverschraubt
beschädigtes leder, monturen, blitze
beschläge, fischgrät im parallel-
geschiebe; sich überschlagendes, -lapp
endes keckern (»gestern dä lappn wech«);
unser sprachfraß echt junkfood, echt
verderbliche ware, »süße öhrchen«, wir
stülpen unsere mäuler um JETZT mit der
(kühlschrank)nase flügeln (yachtinstinkt,
»paar lines gezogn«); nebenbei erklärter
maßen blitzkrieg/blickfick (JETZT LÄC
HELN!); havarierte
augenpaare (schwer
geädert), »man sieht sich«, kiesel im
geschiebe, man sieht nichts aber: über
gabe/rüberreichen von telefonnummern
(JETZT LECKEN!)
DAS HAARREGISTER: bei
steiler fülle, grannig gestylt, hoch
gesprühter edelwust, fiftyfifty,
gesperberte fönung, cherokeegerädert,
barbieverpuppung, teddysteiff, »sekthell
ihr busch«, weekend-allonge, Yves-Klein-blau,
pechschwanz, schläfenraster, freigelegte
schädeldecke, »um entscheidende millimeter
geschlagen!«
(von der kette
gelassen; bereit, zeitig, zum sprung;
zum absprung bereit, die jungens: paar
kanaken plattmachn, gefletschte pupillen,
panzerglasig; vollgestopft mit guten
pillen werden sie dann unter vorrückende
tanks gejagt, »haste ma ne mark für taxi«);
gerädert, bei steiler fülle, OP-bläue,
pechschwanz, schädelraster, ums ganze
haarregister laberschäden; sicherheit ja
die einzige ja: UM FÜNF WIRD HIER
DAS LICHT ANGEHN .. DAS VOLLE LICHT ..
AUFTRITT VON PHANTOMSCHMERZEN .. UND
ANGST DAS KALTE LAKEN

kling

Thomas Kling (5 juni 1957 – 1 april 2005)