Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Mariella Mehr, Markus Werner, Malin Schwerdtfeger, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog en ook mijn blog van 3 april 2006.

Het spoorwachtershuisje!

Het spoorwachtershuisje!
Daar kan je in als je wil, met je probleem. Kan je er
wonen.
Dat is wat ik voor je heb gewenst voor als de tijd
komt dat je het spoor opzoekt.
Schoorsteen, boom ernaast, schuur voor het hout. Ik
had gedacht dat het ongeveer moet zijn alsof je in
een kindertekening intrekt. Klinkt goed, toch?
Nee, er is niks verder. Klimop.
Vermaak je met de seizoenen of bouw een vogelhuis
als je moeite hebt met loslaten.
Waar je het mee moet doen dit, vriend. Niet weer
wegrennen.
Lange winters, ik weet het, nog langere zomers.
Maar dat uitgerekend jij niet gelukkig kon zijn, wordt
met de dag minder waar.
En, oh ja, je krijgt een taak en dat is de wissel. De
wissel is jouw taak.

 

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Ze staan vaak, uit zelfbehoud afwezig, op speelplaatsen
hun laatste hummels te schommelen.

Thuis is het niets dan hommeles
nu overspelige echtgenotes ongewroken blijven,
de diepste belediging tenslotte is die
door geveinsde jaloezie.

Het kind komt terecht. Vaders die volgens de Linda
aan hun tweede leg zijn weten het:
je hebt het slechts een ego te voeren.

Verlegen om een sluitende moraal,
hebben ze hun dwalingen te overdenken
nadat alle dans uit hen werd gehaald,
koppig als het zaad ook is.

Wat rest zijn deze schuwe insemineerders.
Op een dag mislukt de daad, ze zijn op weg
naar het eeuwige grazen.

Hun schaduwweduwes moeten de krant erop nazien.

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Mariella Mehr, Markus Werner, Malin Schwerdtfeger, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Malin Schwerdtfeger, Mariella Mehr, Markus Werner, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Club Artis

De dieren in de dierentuin slapen er niet lichter om
als ik de nacht uit kom

het hoofd losgeschroefd onder de arm gestoken
als een vissenkom vol
vissenvoer

Wreed klinkt de lachband steeds
pleng koosjere biggels voor me dan spoel ik eroverheen

Een dimensie dicht bij deze ontstaat waarin iedereen
sterrenstatus heeft
en ze voor ons grijze muizen naar behoren terugdeinzen
als torens olifanten
in elkaars armen wankelen

Wat de een verdraagt drukt de ander naar omlaag

Ook bestaat er liefde onder de mensen
voorliefde

 

Leidsman

Voorlopig zit het hem in de snit:
een leerling zonder meester draag ik zijn kleren af,
de kleren van een afgelegde.

Buig, buig diep voor het onbekende. Recht me.
Ik steek zijn kraag op, beklop mezelf, zoekend naar-
sleutels, de mijne.

Het is te wijten aan mijn rusteloosheid dat het lijkt
of mijn geest niet aankomt, nog niet is uitgevaren.
Tot die tijd heb ik me tevreden te stellen met een beeltenis
zonder stem.

Noem het gebrek aan inzicht in de aard van een schim.
Vergelijk Vergilius. Door hem verder te verzinnen
kon Dante zijn eigen leidsman zijn,
kon hij zichzelf de hel uit wijzen en zich tegelijk
door haar laten afleiden.

Dus vertel ik mezelf weer eens
van de zomer die nog maar pas begon. Hoe in het hart
van de kamer een vlieg gonsde die
op zijn gezicht landde en zijn mondholte in kroop.

Wat kon ik doen? Uit het dodenrijk heeft men
niets te verjagen.

Hem aanraken durfde ik niet: zijn voorhoofd
zou barsten onder een kus van mij.

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Malin Schwerdtfeger, Mariella Mehr, Markus Werner, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan, Malin Schwerdtfeger

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Naar de daken

Als ik opkijk is het nacht.
De maan verschijnt, het is die uit de kindertijd:
pips maar bont gemutst. Nu dwaalt mijn blik
naar mijn werkeloze handen als gaf een herinnering af.
Had ik al gezegd dat ik geen ondragelijk geheim heb?
Soms waan ik me onderwerp van twist tussen deze of gene listige goden.
Mijn onbegrip een ode aan hun almacht,
als ik dat eens durfde geloven. Dan weer denk ik de holle lach
van de alleman te horen, maar het blijkt slechts de wereld
van de verrekijk en de uitgekiende gein van elkaar opzettelijk
verkeerd begrijpen. Niets doet minder pijn of het is doodgeboren.
Inenen wens ik mijn vod van een gemoed uitgeslagen
en ik vraag me af: wat wacht ons op het dak?
Welke overheerlijke vloek rijpt daar in de sferen?
Naar de daken ja! En dan maar wachten tot morgen de luchten
van postmodern blauw – het oude grijs – naar een trouwer blauw
verschieten en mij de staar wegnemen, in het kraaiennest
van de antenne gezeten, want op mijn plek
ben ik de vogel in de krok zijn bek en
het is begonnen te hongeren.

 

Stomme vogel

Ik had me teruggetrokken om ergens op te mediteren,
waarop weet ik niet meer. Toen hij me eindelijk belde.

Ik zei dat ik me gevangen voelde in deze kersenboomgaard
– hij zei dat het hem niks verbaasde – en er een joekel
van een boom was hier, met een net erover waar
een vogel in vastzat die zich vol had gevreten van de
kersen en nu onder het net uit wilde maar niet kon,
hoe ik ook probeerde te helpen door het net te lichten.

Ik was almaar moe. In mijn hoofd deden namen de
ronde, gezichten ook. Wat ik nodig had, ik kon er niet
opkomen. Wat ik niet nodig had, ik zag het overal.
In de smalende groene velden, in de kersen rondom
de bomen die de geur van likeur verspreidden.

Er was een betekenisloze stilte.
Hij zei: en je weet het, altijd een steen los in
de muur achterlaten voor mij.

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan, Malin Schwerdtfeger, Romenu
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan, Malin Schwerdtfeger”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Uit: Portret van een onaangepaste

“Voorlopig gesterkt door je nieuwe voorkomen als ondergrondse rebellenleider uit de toekomst is het nu zaak om ook een en ander uit te dragen. Want bekeken word je en besproken ook en de mensen hè, de mensen, ik vraag ’t je, wat valt er eigenlijk nog van ze te vinden? In hun goeie bedoelingen geloof je al niet meer sinds je over dat ongeluk hebt gehoord van die vrouw die overstak en werd aangereden, niet omdat ze van zichzelf te traag was, maar omdat een gek vanaf de stoep ‘Kijk uit!’ riep en daarmee d’r gang had onderbroken. Daarna zie je alleen nog maar de legio dooie slachtoffers voor je, de slachtoffers van het goedbedoelde ‘Kijk uit!’ sinds het allereerste Begin Der Moderne Tijden, een uitdrukking van holle verbazing op hun gezichten. Koeristus, dat onsterfelijke ‘Kijk uit!’ galmt zowat door de eeuwen heen, rechtstreeks je oren in.”
(…)

Nee, dat was niet zomaar een dag geweest, achteraf, dat was de dag dat hij zijn grootste geheim prijsgaf en je wist ’t eigenlijk al toen ie ’t vertelde. Een groter geheim heeft ie nooit gehad. Wat ’t precies met jou te maken heeft, weet je niet, maar je besluit genoegen te nemen met je vermoedens, geloven heet dat, en in ene ben je kalm op dat moment.”

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Icarus, dat is pas een klassieker
zeker als hij het vertelde

Van de verbaasde adelaar voorbij

En dan dat: van was! dus
kijk uit Icarus – te laat
Icarus

Langer dan het levend verkolen
het vallen zelf
duurde eindeloos

 

Houd het luchtig

De hartenboer werd ik genoemd
Ik droomde dat ik tussen de zigeuners wandelde.
Zij hadden hun verhalen en een oude chirurgijn
tegen de ergste pijn.

Uit een woonwagen leefde ik
voor het dobbelspel en de accordeon
terwijl ik een bok mijn hok liet trekken.

De gevallen kinderen met hun tronies
toonden mij hun potten vol glimwormen.
Het wonder gedoofd, vertelde ik ze
van de afgod schaamte.

Ik doorleefde mijn driften en was niet langer
vrekkig met het levenslied.

Langs de weg verschenen alle beesten
uit de zodiak,
om ons roerloos aan te zien.

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Bob Flanagan, Louis de Bourbon

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Etiquette voor een stervende

Allereerst is het goed om te beseffen dat je de dood
momenteel gezicht geeft.

Mocht je nog tot praten in staat zijn, zie dan af
van spreekwoordelijke gezegdes. Zing liever
een mopje uit de kindertijd, maar let erop
dat de woorden zonder context blijven. Houd het
luchtig.
Bij twijfel mompel je, dit combineert ook prima
met respiratie-apparatuur.

Laatkomers dienen voor de gelegenheid meteen
vergeven.
In plaats van nu te opteren voor de dubieuze glimlach,
neem je je sentimentele verantwoordelijkheid waar
door bij het slaken van de laatste adem
de duim omhoog te steken.

Een universele geruststelling in rigor mortis
die het de nabestaanden verwaardigd is te bewaren
achter glas als relikwie van de familie.

In geval van een onverhoopt afscheid onder vreemden
zoals zich dit wel voordoet bij een verkeersongeluk:
lieg de laatste blik als je niet in de positie bent
het hoofd af te wenden.

Voel je je onverwachts avontuurlijk? Lach eens hardop.
Maar kijk uit voor de kakel. Neem een ruim getal
als je voelt dat je moet aftellen, je hoeft niet uit te
komen.

Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Bob Flanagan, Louis de Bourbon”

Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Malin Schwerdtfeger, Markus Werner

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook mijn blog van 3 april 2006 en ook mijn blog van 27 december 2010.

Laatste natuurervaring

Het had even geleken of een vogel me vanochtend
toezong vanuit een plantsoen. Dus trok ik erop uit.
Nu sta ik naast een niervormig ven
voor een loofbos dat dienst doet als vluchtheuvel,
pech, telefoon dood, tot voor kort nog door de bomen
zwaaiend naar een tankstation.
Een en ander in overweging genomen,
kan ik zeggen dat mijn ongeluk, zoals dat gaat
bij kleine mensen, nooit meer was dan
een aangemeten verontwaardiging.
Maar hier in de ruis van de ring, afslag Amersfoort,
met een onbewegelijk luchtruim als mijn getuige,
is mijn schreeuw eenmalig subliem.
Mijn waanzin een verheffend feit.

 

Omstandigheden uit te breken

Neem een personage
geef dat personage een virus om zijn antivirus te redden
(bedenk iets – iets)

Ontwerp hem net zo intelligent nee véél intelligenter nee
morsig wiskundige
die zijn theorie op viltjes pent en opzichtig laat verdwijnen
in zijn binnenzak tot postuum aangezien
voor genie eigen

Nadat er niets onvoorziens meer gebeurde
toonde ik me een week lang bereidwillig lijk

Lag daarvoor stil op de bank onder afbakpizzakorsten
concentreerde me op het aanmoedigen van maden
mijn verborgen organen te proberen

Schoor me maandag boven de wasbak bloedeloos glad


Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Doorgaan met het lezen van “Bernard Wesseling, Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Malin Schwerdtfeger, Markus Werner”

Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Malin Schwerdtfeger, Markus Werner, Mariella Mehr

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Édouard Nabe op dit blog.

Uit: Au régal des vermines

„Qui ne rêve pas d’être jeté en prison pour ce qu’il a écrit? C’est le désir intime de bien des graphologues, je suis certain! Tout Balzac pour un poème d’Ezra Pound!

Il est interdit de donner de la poésie aux animaux. Le monde est un zoo que Pound voit de sa cage. On aime venir arracher des griffes du vieux tigre quelques feuillets épars.

Céline, bien sûr, qui savait que la noblesse passait par les menottes. C’est la Classe suprême! Enfermé n’est rien, c’est condamné à mort qu’il faut: c’est la seule fierté, l’unique but de l’homme de lettres. Condamné à mort pour ce qu’on a écrit! Voilà la seule carte de visite qu’on s’arrache tous.

C’est là qu’on voit l’indicible complicité de la Subversion et de l’Inquisition. Les Lois n’ont qu’une justification: faire payer le prix fort aux débiteurs. Estampiller la vérité d’un danger qu’aucun buvard ne pourra sécher. Le calbuth d’acier pour les couilles au cul. Le visa du « quelque chose à dire ». Les Russes, les Argentins, tous les dissidents ne suffisent plus: on n’emprisonnera bientôt plus les idées mais la musique. Le jour où un musicien sera condamné à mort grâce à sa musique, parce qu’elle sera trop insupportablement dangereuse le monde ira mieux.

Les Baumettes, voilà l’ambition suprême. Le centre de la Poésie. Le Panthéon des Crapules!… Je rajouterai que Sade, coupable de trois fois rien, est celui qu’on a mis le plus longtemps en Prison pour lui permettre d’écrire les crimes qui justifieraient sa détention. Le type même de l’écrivain criminel par excellence est celui qui est allé payer sa sentence à l’intérieur de sa punition: il a comme amorti par l’écriture des plus inimaginables méfaits de l’humanité son incarcération injuste.

L’Erreur judiciaire était presque parfaite. Les vingt-sept années de Sodome, Justice ou les Prospérités du Cabanon, l’Innocence dans le Mouroir, le Crime Écrit de l’Infortune, ce que vous voudrez… La quête du pilori macère chez tous les poètes. Ce sont tous des hagards du boisseau. Sous le désir du couperet: voilà l’histoire.


Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Marc-Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Malin Schwerdtfeger, Markus Werner, Mariella Mehr”

Wendy Coakley-Thompson, Marc-Édouard Nabe, Markus Werner, Mariella Mehr, Louis de Bourbon, Wilfrid Sheed, Louis Bromfield

De Amerikaanse schrijfster Wendy Coakley-Thompson werd geboren op 27 december 1966 in Brooklyn, New York. Coakley-Thompson behaalde een BA in Speech and Theater (Broadcasting) aan het Montclair State College in Upper Montclair, New Jersey, en een MA in Communication Arts aan het William Paterson College in Wayne. Zij sloot haar studies af met een PhD in Education (Instructional Design, Development, and Evaluation) aan de Syracuse University in Syracuse, New York.

Uit: Triptych

„All the mirth and frivolity ceased, though, with the knock on the door. Ally, Tim, and Jonathan exchanged glances. Ally’s heart beat so hard in her chest that she could’ve sworn that Tim and Jonathan heard it. Jonathan calmly put his fork down and reassuringly squeezed Ally’s forearm. “Come in,” he called.

The door opened. Nicky Benjamin, in the usual green scrubs and white coat, came in. A tall, deathly pale white man with washed-out brown eyes and a full head of salt-and-pepper hair came in with Nicky. He wore the same doctor’s uniform as Nicky and carried a metal chart and an enormous brown envelope. Ally recognized him as Gordon Pepperman.

Ally also recognized the looks on their faces. She could remember wearing the same expression when having to tell loved ones that a family member had died on the table. Instinctively, she reached for Jonathan’s hand and clasped her fingers tight between his.

“Morning,” Nicky said, a bit too sunny for it to be real. “That breakfast looks delicious, Jonathan.”

Jonathan was cool and collected. He pushed Tim forward. “My cousin, Tim Lamb,” he announced. “He brought it for me.”

“It’s from Mr. T’s,” Tim said.

“It’s nice to have caring family,” Gordon Pepperman piped up in his posh, middle-class British accent.

Ally wanted to scream. Enough about the fucking fish!  “So, what’s the prognosis?” she asked with a tight smile.

Nicky took the hint, realizing, apparently, that he should get to the point. “Yes, the prognosis,” he repeated. “Well, Jonathan, Ally, just to recap here, last night, we x-rayed Jonathan’s brain when you came in last night. I consulted with Gordon here. We read the x-rays.”

Gordon handed Nicky an x-ray film from the massive envelope in his hand. Nicky turned on the wall-mounted light board and clipped the film to the lit screen. “If you look really closely…”

They all did. “There’s a shadow on the x-ray,” Ally murmured.

“Precisely,” Gordon said. “But it’s undefined. So we did a full neurological workup on Jonathan… the CT scan, the MRI that made you a little claustrophobic – sorry about that, Jonathan – everything.”

wendy-lg

Wendy Coakley-Thompson (New York, 27 december 1966)

 

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. In 1969 veestigde zijn familie zich in Boulogne-Billancourt. Kort daarop oogstte zijn vader, de jazz-musicus Marcel Zanini, succes met het chanson Tu veux ou tu veux pas. Dakzij zijn vader kwam Édouard in contact met andere musici, maar ook met schilders en tekenaars zoals Charlie Hebdo. In 1976 speelde hij guitaar op een plaat van zijn vader. Zijn eerste boek Au Régal des vermines verscheen in 1985. Het boek was ietwat omstreden wegens zijn thematiek. Nabe sneed er onderwerpen in aan als jazz, homosexualiteit, ouders, vrouwen, zionisme en racisme. Zijn  tweede boek Zigzags (1986), bevatte verschillende genres als essays, proza, novellen en gedichten. Vanaf 1983 hield hij een dagboek bij, waarvan het eerste deel verscheen in 1991. In 1998 verschheen een roman over zelfmooord Je suis mort. In 2003 maakte hij een reis naar Bagdad om te protesteren tegen de oorlog
die op uitbreken stond. Zijn boek daarover Printemps de feu werd in Frankrijk slecht ontvangen, maar geprezen in het Midden-Oosten. Op zijn eigen website en in blogs blijft hij zich uitspreken over actuele onderwerpen.

Pourquoi avoir peur de l’Islam

Pourquoi avoir peur de l’Islam,
Religion verte et si dorée
Qui a encore envie de l’Âme,
Et dont bandent les minarets?

Cinq fois par jour, le muezzin
Hurle à l’amour pour rappeler
Que la foi – espèce d’usine
À jouir – mieux que la télé

(Et beaucoup plus fort que le shit),
Abrutit l’homme d’une extase
Culminant chez ceux qu’on dit Chiites
Et que  l’instinct de mort embrase.

Ce qui fait trembler l’Occident
Prosterné devant Internet,
C’est l’oeil-pour-oeil, le dent-pour-dent
Mal supporté par les mauviettes.

Les médias méritent des bombes!
Les voilà, les vrais tyranniques.
L’information est dans la tombe.
Adieu, versets journalistiques!

«Le porc se tourne vers La Mecque!»
C’est ce que dit Petit Satan
Qui pousse tant et tant de mecs
À imiter le Grand Satan.

J’ai rien contre ce Mahomet,
Mais je ne suis pas son adorant.
Dommage que certains omettent
Que tout n’est pas dans le Coran.

Nous sommes encore au Moyen Âge?
Le coupable n’est pas Allah.
Vous n’avez pas fait le ménage:
Voilà pourquoi Dieu s’en alla.

Marc_Edouard_Nabe

Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

De Zwitserse schrijver Markus Werner werd geboren op 27 december 1944 in Eschlikon (Kanton Thurgau). Zie ook mijn blog van 27 december 2006 en ook mijn blog van 27 december 2007 en ook mijn blog van 27 december 2008.

 

Uit: Festland

 

„Fort, aber wohin. Hierhin natürlich, in die Arme eines entschiedenen Frühlings. Durchwärmt, wie ich bin, schaue ich staunend zurück, und je höher die Sonne steigt, desto ungläubiger werden die Augen — so wie jene des Wanderers, der über dem Nebel steht, in dem er eben ging. Ich atme, ich atme aus.

Mitte März, nach einem übertrieben zahmen Winter, wurde es eisig. Man fror. Man bedauerte sich und die Knospen und hatte ein Thema. Oder hätte eines gehabt, wäre man unter die Menschen gegangen und nicht versiegelt gewesen. Wenn es schon schwerfiel, morgens die Vorhänge zu öffnen, wie undenkbar war dann ein Händedruck, gar ein Gespräch.

Meistens lag ich. Und während ich sonst, um zum Telefon zu eilen, sogar das Bad verließ, gelang es mir jetzt wegzuhören, und das Geräusch des von der Stuhllehne gleitenden und auf den Teppich fallenden Pullovers erschreckte mich mehr. Aber daß Josef seit Wochen aufsässig war und für meinen Wunsch nach Absonderung kein Verständnis hatte, nur einen Fachbegriff — dies überschwemmte

mich mit Unmut. Ich mußte fort. Ich mußte aktiv werden, um passiv sein zu können.

Falls Josef meinte, mein reduzierter Biotonus — so seine Diagnose — verwandle mich in eine Puppe, die er bequem umhalsen konnte, dann irrte er. Ich habe immer, von meiner Schwäche für weiße Schokolade abgesehen, einen starken Willen gehabt, in der Sprache der Männer einen Kopf aus Granit, und so erschöpft, daß ich mein Verlangen nach Ruhe und Rückzug nicht hätte durchsetzen können, wenn nötig durch Flucht, war ich nun auch wieder nicht. Allerdings, gleich nach der Prüfungsfeier in der Aula hatten mich alle Kräfte verlassen, ich war auf Josef angewiesen und auf den Handlauf des Treppengeländers, um meine Wohnung zu erreichen, wo ich zusammenfiel und mich als zuckendes Nervenbündel durch Nächte und Tage heulte. — Aber seither war fast ein Monat vergangen, ein dumpfer, schlafreicher Monat; der Körper folgte mir jetzt wieder, wenn auch bedächtig, da er nur zögernde Befehle hörte. Es ging besser, und wäre es gelungen, mich zu entriegeln und meine Menschenfurcht zu überwinden, ich hätte mich als fast schon wiederhergestellt empfinden dürfen. Ich stand am offenen Fenster. Eisluft, gelassen fallender Schnee. Fort, aber wohin, sagte ich laut.

Es dunkelte. Erfolgreich hatte ich mein Studium beendet, jetzt beugte ich mich aus dem Fenster und begriff jeden Freitod. Ich füllte die Bettflasche, drückte sie an die Brust und ging mit wiegenden Schrittchen umher.“

 

werner_markus

Markus Werner (Eschlikon, 27 december 1944)

 

De Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook mijn blog van 27 december 2008.

 

Uit: Aus Nachrichten aus dem Exil

 

Kein Meer lag uns zu Füßen,

im Gegenteil, wir sind ihm

mit knapper Not entgangen, als

uns – kein Unglück, sagt man, kommt allein –

der stählerne Himmel ans Herz fesselte.

 

Umsonst haben wir an den Schädelstätten

um unsere Mütter geweint,

und tote Kinder mit Mandelblüten bedeckt,

sie zu wärmen im Schlaf, dem langen.

 

In schwarzen Nächten sät man uns aus

um dann, in den Morgenstunden,

die Erde von uns Nachgeborenen leerzufegen.

 

Noch im Schlaf such’ ich Dir Wildkraut und Minze;

Fall ab, Auge, sage ich zu Dir,

und daß Du nie in ihre Gesichter sehen sollst,

wenn ihre Hände zu Stein werden.

 

Darum das Wildkraut, die Minze.

Sie liegen Dir still auf der Stirn,

wenn die Mäher kommen.

 

 

Uit:  Das Sternbild des Wolfes

 

Wirf keinen Blick zurück,

denn sonst erstarren dort

Freunde zu Salz oder

kommen im Feuer um.

 

Wenn ihr Heimweg verfolgt,

ihr Gang beweint wird,

sind auch sie keines

Lebens mehr sicher.

 

Wirf keinen Blick zurück.

Lass die Lebenden gehen,

während wir mit Toten

Herz um Herz verschachern.

 

Gib sie frei, die von gestern,

sie sollen sich nicht wie wir

im brennenden Dornbusch verlieren,

 

der uns längst krank gemacht

hat, weil niemand unserer

Abschiede gedenkt.

 

Mareella_Mehr

Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

 

De Nederlandse dichter Louis de Bourbon werd geboren in Renkum op 27 december 1908. Bourbon was een achterkleinzoon van de in 1845 te Delft overleden Franse troonpretendent Karl Wilhelm Naundorff, wiens nazaten, onterecht zou later blijken, gerechtigd waren de naam Bourbon te voeren.

Louis de Bourbon studeerde rechten te Nijmegen en behaalde daar in 1933 de meestertitel. Hij publiceerde zijn literaire werk in Het Venster en later in De Gemeenschap, waar hij redacteur van werd. Daarnaast was hij werkzaam in de journalistiek (o.a. in Nederlands Oost-Indië). Van 1938 tot 1941 was hij burgemeester van Escharen. In 1941 is hij benoemd tot burgemeester van Oss. Vanwege toenemende onvrede over de maatregelen van de Duitse bezetter nam Bourbon ontslag in 1943. Hij dook onder bij de kunstschilder Jacques van Mourik in Plasmolen en ging in het verzet. De Duitse bezetter veroordeelde hem bij verstek ter dood. Daags na de bevrijding van Oss (19 september 1944) werd Bourbon als waarnemend burgemeester van Oss aangewezen. In 1946 trad hij terug en wijdde zich vooral aan de letteren. Hij trouwde met de dochter van de man bij wie hij ondergedoken was geweest, Ity van Mourik. Door de Leuvense professor Jean-Jacques Cassiman werd in 1998 aangetoond dat Naundorffs DNA niet verwant was met dat van familie De Bourbon. Aldus is Louis de Bourbon geen nazaat van Lodewijk XVI.

 

Moeder

 

I

Eens, toen de lichten stierven in de stad

ben ik bezweken aan het vuur van binnen,

mijn oogen brandden en het hart ging zingen:

ik had het leven nooit zoo liefgehad.

 

Maar later, toen herinneringen kwamen,

donker en ijzig als een winternacht,

en mij ontstelden met hun harde namen

en dwaze, oorspronglooze klacht.

 

Wat moest ik anders doen dan als een kind

in wanhoop dooden roepen bij den naam?

ik huiver, langzaam opent zich het raam:

ik ben een wees; wie zoekt mij als een wind?

 

II

Na dezen nacht weet ik u in ons midden:

soms stoot gij aan mijn glas

soms gloeit gij als een vuur,

en plotsling wordt het leege uur

zooals het vroeger was:

gevuld en om te bidden.

 

III

Is dit de bloem niet, die gij hebt gedragen

in uw doode handen van glas?

ik herken uw gelaat aan de geur van de dagen

toen alles zoo anders was.

 

Maar deze bloem neem ik mee in mijn lot,

– uw teeken, uw lach op mijn zwerven –

zie: liefde deed u een wereld verwerven

dicht aan de voeten van God.[

 

IV

Is er een plaats aan uw donkerste zijde

wanneer ik moe ben en komen wil?

ik ben bereid om het lichtkleed te spreiden

van u naar God’s heiligen wil.

 

Ik ben bereid om eeuwig te zwijgen

zooals ik op aarde deed,

om alles te geven en niets te krijgen,

wanneer ik nog éénmaal weet:

 

Dit is de vrouw in wier huivrende leden,

moe van onzegbaar geduld,

ik als een wonder ben nedergegleden,

wier lichaam ik heb gevuld.

 

Dit is de vrouw die met wijze gebeden

mijn hoofd en mijn handen heeft geboetseerd,

die de pijn van haar lot aan mijn oor heeft beleden

en de schaduwen van mijn bed heeft geweerd.

 

De sterren hebben al eeuwen gezworven

om dezen smartplaneet,

maar ik weet: mijn moeder is niet gestorven,

zij is slechts verrezen uit leed.

 

bourbonportr

Louis de Bourbon (27 december 1908 – 8 januari 1975)

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Wilfrid Sheed werd geboren op 27 december 1930 in Londen. Zijn ouders, Francis “Frank” Sheed and Mary “Maisie” Ward, waren prominente katholieke uitgevers, zowel in Engeland als in de VS. Sheed bracht zijn jeugd in beide landen door voordat hij in Oxford ging studeren. Zijn eerste roman A Middle Class Education (1961) is gebaseerd op zijn ervaringen in Oxford. Over zijn ouders schreef hij ook een biografie. In 2007 verscheen zijn studie over Amerikaanse muziek The House That George Built (with a little help from Irving, Cole and a Crew of about Fifty)

 

Uit: The House That George Built


There are several ways of defining and measuring an era, but an excellent place to start is by checking out the media of the day and what they could or could not do at the moment. For example, when sound recording first came along, the singers belted into it as if performing to an empty stadium. The name that springs to mind is Caruso, the world’s biggest voice. But with the coming of microphones in the 1920s, singing became more personal, and the name became Bing Crosby, the world’s friendliest voice. So songs became brisker and less operatic, to suit not only the mike but the piano rack and the record cabinet. In short, the familiar thirty-two-bar song, which now seems to have been fixed in the stars, was actually fixed by the practicalities of sheet-music publishing and confirmed by the limitations of ten-inch records.
Or one might define an era in terms of women’s fashions and the consequent rise of impulse dancing on improvised dance floors. You can’t really jitterbug in a hoopskirt or bustle. Swing follows costume, and the big news was that by the 1910s skirts had become just loose enough and short enough to liberate the wearer from the tyranny of twirling through eternal waltzes in ballrooms as big as basketball courts, and freed her to do fox-trots and anything else that could be done in short, quick steps on, if necessary, living room floors with rugs rolled up. So that’s what the boys wrote for next. By the 1920s, the whole lower leg could swing out in Charlestons and other abandoned exercises. Songwriters celebrated that with a decade of fast-rhythm numbers. This has always been a dancing country, and never more so than in the Depression, when people trucked their blues away in marathons, or in seedy dance halls. “Ten Cents a Dance” was better than no income at all. And the Lindy Hop was as good as a gym class too.
And so on, through the arrival of women’s slacks in the late 1930s and their increased popularity in World War II for both work and play— Rosie the Riveter could jitterbug on her lunch break without leaving the floor. All she needed was a beat. Which brings us with a final bump and a grinding halt to rock and roll and the totally free-form dancing of today, which can be done with no clothes at all to a beat in your own head while you’re watching something else on television.“

 

Sheed

Wilfrid Sheed (Londen, 27 december 1930)

 

De Amerikaanse schrijver Louis Bromfield werd geboren op  27. Dezember 1896 in Mansfield, Ohio. Na een studie landbouw studeerde hij filosofie en literatuur aan de Columbia-Universiteit. Van deze universiteit werd hij later eredoctor. Tijdens WO I vocht hij als  hij soldaat in Frankrijk. Terug in de VS werkte hij als lector, dramaturg en als muziek- en theatercriticus. In 1927 ontving hij de Pulitzer Prijs voor Early Autumn.

 

Uit: The Green Bay Tree

 

„THE drawing-room of the house in the Rue Raynouard was a long, high-ceilinged room with tall windows opening upon a terrace and a sloping lawn which ran down to the high wall that shut out the dust and the noise of the Rue de Passy. It was curiously like the muffled, shuttered drawing-room in the old house in Cypress Hill, not because the furnishings were the same; they were not. From Shane’s Castle Lily brought only two things . . the glowing Venice and the portrait of her father. Mr. Turner’s flamboyant painting hung above the black marble mantelpiece in the Rue Raynouard. The portrait of John Shane hung against the satinwood paneling opposite the row of tall windows. The similarity was not an easy thing to define, for its roots lay in nothing more tangible than the bond between old Julia Shane and her daughter Lily, in a subtle sense of values which the one had passed on to the other.

The cold, impersonal hand of a decorator had nothing to do with either room. There was no striving toward a museum accuracy of period. The effect was much warmer, much more personal than that. The distinction was achieved by the collection, bit by bit, of beautiful things each chosen for some quality which warmed the heart of the purchaser . . . carpets, bits of crystal and carved jade on ebony stands, books, cushions, chairs, pictures, sconces, candelabra, brocades and old Italian damasks, footstools, and mirrors which coldly reflected the warm bodies of beautiful women. Even in a city where taste and beauty were the rule, the drawing-room in the Rue Raynouard was a marvel of these qualities. It was more beautiful than the rooms of Madame Gigon’s respectable friends; for these women were French bourgeoises and neither wealth nor decorators could endow them with a quality that descends from Heaven only upon the few and the blessed. These women admired Madame Shane’s drawing room and envied it . . . all of them Madame de Cyon, the Comtesse de Turba, Madame Marchand, the mysterious old Madame Blaise, who people said had been a famous beauty in her youth; Geneviève Malbour, who wrote novels as dowdy as herself and struck the literary note. even the rich Duchesse de Gand, who frequented the royalist soirées and the parties given by the chic Jews, and only came occasionally to Madame Gigon to placate her husband whose title was created by the first Napoleon. They attempted to imitate the seductive, quiet beauty of Numero Dix but they failed somehow, perhaps because they could not resist introducing a pillow of just the wrong, violent shade or a pair of rubber plants, or some monstrous piece of furniture from the period of the Second Empire. – „

 

Bromfield_louis

Louis Bromfield (27 december 1896 – 18 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn vorige blog van vandaag.