Jan Stanisław Skorupski, Ludwig Harig, Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupskiwerd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook alle tags voor Jan Stanisław Skorupski en ook mijn blog van 18 juli 2010 en eveneens mijn blog van 18 juli 2009.

Sonett vom Dienstag-Markt im Lido

die beste Musik ist die Ruhe
an der jeder Denker Freude hat
nur der Dumme zeigt sich immer laut
nicht wie im Tempel ohne Schuhe

die Bedingungen sind luxuriös
obwohl der Nebel die Laune stört
der Markt im Lido hat seinen Wert
deshalb verschwindet bald der Stress

im Lido fehlt mir die Fähigkeit
was man kochen kann und was backen
um den Magen besser zu fördern

in Venedig ist die Gelegenheit
Herrn Gott an den Füssen zu packen
und auch Mephisto bei den Hörnern

 

Sonett mit der Zweisimmen-Katze

schon eine Woche in Zweisimmen
und alles ist schön von frühmorgens
die gleiche Katze kommt mit Sorgen
hungrig miaut mit der Bettelstimme

Balkonboden ist neu gestrichen
das lustige Züglein pfeift nicht mehr
leider weil wir bedauern das sehr
vom Grill frisches Gemüse riechen

Schönwetterwolken auf den Bergen
jetzt lachen zu uns auf Balkonien
wo trotz uns leben nur die Zwerge

hier gibt’s eine breite Offerte
wo statt kirchlicher Zeremonien
in der Kirche hört man Konzerte

Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)
Doorgaan met het lezen van “Jan Stanisław Skorupski, Ludwig Harig, Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson”

William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: George Cruikshank

“A ccusations of ingratitude, and just accusations no doubt, are made against every inhabitant of this wicked world, and the fact is, that a man who is ceaselessly engaged in its trouble and turmoil, borne hither and thither upon the fierce waves of the crowd, bustling, shifting, struggling to keep himself somewhat above water–fighting for reputation, or more likely for bread, and ceaselessly occupied to-day with plans for appeasing the eternal appetite of inevitable hunger to-morrow–a man in such straits has hardly time to think of anything but himself, and, as in a sinking ship, must make his own rush for the boats, and fight, struggle, and trample for safety. In the midst of such a combat as this, the “ingenious arts, which prevent the ferocity of the manners, and act upon them as an emollient” (as the philosophic bard remarks in the Latin Grammar) are likely to be jostled to death, and then forgotten. The world will allow no such compromises between it and that which does not belong to it–no two gods must we serve; but (as one has seen in some old portraits) the horrible glazed eyes of Necessity are always fixed upon you; fly away as you will, black Care sits behind you, and with his ceaseless gloomy croaking drowns the voice of all more cheerful companions. Happy he whose fortune has placed him where there is calm and plenty, and who has the wisdom not to give up his quiet in quest of visionary gain.

Here is, no doubt, the reason why a man, after the period of his boyhood, or first youth, makes so few friends. Want and ambition (new acquaintances which are introduced to him along with his beard) thrust away all other society from him. Some old friends remain, it is true, but these are become as a habit–a part of your selfishness; and, for new ones, they are selfish as you are. Neither member of the new partnership has the capital of affection and kindly feeling, or can even afford the time that is requisite for the establishment of the new firm. Damp and chill the shades of the prison-house begin to close round us, and that “vision splendid” which has accompanied our steps in our journey daily farther from the east, fades away and dies into the light of common day.”

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)
Doorgaan met het lezen van “William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski”

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan S. Skorupski, Ricarda Huch, Tristan Corbière, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en eveneens mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Faits Divers

Je est un autre. Arthur Rimbaud

ik ben een vreemde in eigen bloed
mijn hartslag klopt aan andere deuren
van het schuim der goden herken ik de kleuren
maar het is ik die mij huiveren doe

het zijn de eigen ogen die mij breken
en de stenen
die als ontluikende bloemen
langzaam aan mijn ingewanden groeien

ik ben verdronken in dit drijfzandlied
van waaruit duizend doden smeken:

– in dit naaktlandschapp dat leven heet
drijft doodgezongen de tijd uiteen –
kringen verleden zonder heden
woorden klanken gestamel

 

Volluk

Ik groeide op in volksbuurten
als volksjongen
ik bezocht wekelijks het volksbadhuis
ooit at ik wel eens in een volksgaarkeuken
en af en toe in de Volkenbond bij het Entrepôtdok.

Op de Albert Cuypmarkt bezoek ik graag een volkskoffiehuis
waar ik luister naar volkswijsheid uit de volksmond;
mijn moeder was volksvrouw
en leed aan volksziekte of -woede:
Schoonhouden! Voeten vegen!
Wat moeten de buren wel denken!

Ik wierp wel eens een blik in een krant
die zich het Volksdagblad noemde
en een van de kranten die ik lees
heet de Volkskrant

Ik weet niets van volksaard of volkseigen
ik ben geen volksmenner of volksschrijver
en speel in geen enkel volkstheater

Ik ben niemands volksvertegenwoordiger
spreek namens geen enkele bevolkingsgroep
en schrijf dit in mijn volkstuin
in het Nederlands, de taal van het volk
waartoe ik behoor.

Volluk! Is daar iemand?

 vinkenoog

Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald, Hij groeide op in Dresden en bezocht daar een natuurwetenschappelijke bijzondere school. Popp studeerde aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig en daarna literatuurwetenschap en filosofie in Berlijn. In 2004 verscheen zijn dichtbundel Wie Alpen, in 2008 gevolgd door Kolonie Zur Sonne. Zijn roman Ohrenberg oder der Weg dorthin werd diverse keren bekroond. Samen met Uljana Wolf vertaalde hij werk van de Amerikaanse dichter Christian Hawkey. De bundel verscheen in 2008 onder de titel “Reisen in Ziegengeschwindigkeit`. Zie ook mijn blog van 14 juli 2009

Gibraltar

dahin (Goethe)

Kennst du, Geliebter, den Hass
Bäume, die spanische Wand
kennst du die Inseln, Kreuzfahrer
in ihren Ein-Mann-Torpedos –

Geliebter, verzeih, ich wollte nach Golgatha
aber im Wäscheschrank
lag nur ein gelber Revolver (so blieb ich).

Kennst du die See, Spuren von Kühnheit
im Schaum, Geliebter, im Schaum
kennst du das Land, seinen verrenkten Tragarm
schwer liegt es herum, unter der hungrigen Luft
planloser Wind
Wollspuren, Wärme und Staub darin.

Wie gern zög’ ich hinaus
wohnte, Geliebter, mit dir, unter Zitronen:
gingen nicht, in meinen tragischen Venen
die Elemente Gibraltars
schwer um und aller verschollenen Kaps
manische Augen, lidlos –

mein Herz ist eine Gräfin, umstellt von Pflegern am Rand der City, Geliebter
blöken die Mietklaviere!

popp

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

De Argentijnse schrijfster en vertaalster Alicia Steimberg werd geboren op 18 juli 1933 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

Uit: The Rainforest

„I’m in the rainforest, and it’s very hot and humid; at times a warm drizzle falls. Eyes closed, I lift my face to catch the water and drink a little, while a steel-blue and cadmium-yellow macaw watches

me without turning its head. This is how I spend my days, among charming monkeys, benevolent serpents, motionless parrots, and foliage that enfolds me. With each step I take, flower-laden branches envelop me. I’d gladly remain here, tasting raindrops and picking the occasional fruit from the lowest branches. The fruit resembles chirimoyas, mangos, bananas.

There’s no danger of getting lost in the rainforest. My compass guides me whenever it’s time to return. I know I have to head east, and in fifteen minutes I’m in the clearing where the hotel is located.

As you approach the hotel in the afternoon, you can smell dinner: there’s always rice with vegetables and meat, poultry, or seafood, everything seasoned with fragrant herbs. They raise the fowl in a chicken coop out back. I love to go in there and steal a freshly laid egg for the next morning’s breakfast. The chickens here don’t get a balanced diet, just natural food, so they have that marvelous, oldfashioned flavor and aroma. It reminds me of an educational poster I always used to look for in the library of the teacher’s college when I was studying for my degree. The poster was old and worn: it

almost certainly dated back to the nineteenth century when the school was founded, and I used it for a demonstration lesson for an elementary school class. It showed some multicolored chickens and a magnificent rooster, illuminated by a sunbeam streaming across a wire fence. In those hectic, tense years of my youth, when it frightened me to realize that I didn’t know what I wanted (I’m practically

an old woman now, and I’m still not sure), that chicken coop picture was like a refuge. As a girl, I used to get sick quite often, and Mama was convinced that the country, with its fresh air, was the key to good health.“

 steinberg 

Alicia Steimberg (Buenos Aires, 18 juli 1933)

 

De Russische dichter Jevgeny Jevtoesjenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Disbelief In Yourself is Indispensable

While you’re alive it’s shameful to worm your way into
the Calendar of Saints.
Disbelief in yourself is more saintly.
It takes real talent not to dread being terrified
by your own agonizing lack of talent.

Disbelief in yourself is indispensable.
Indispensable to us is the loneliness
of being gripped in the vise,
so that in the darkest night the sky will enter you
and skin your temples with the stars,
so that streetcars will crash into the room,
wheels cutting across your face,
so the dangling rope, terrible and alive,
will float into the room and dance invitingly in the air.

Indispensable is any mangy ghost
in tattered, overplayed stage rags,
and if even the ghosts are capricious,
I swear, they are no more capricious than those who are alive.

Indispensable amidst babbling boredom
are the deadly fear of uttering the right words
and the fear of shaving, because across your cheekbone
graveyard grass already grows.

It is indispensable to be sleeplessly delirious,
to fail, to leap into emptiness.
Probably, only in despair is it possible
to speak all the truth to this age.

It is indispensable, after throwing out dirty drafts,
to explode yourself and crawl before ridicule,
to reassemble your shattered hands
from fingers that rolled under the dresser.

Indispensable is the cowardice to be cruel
and the observation of the small mercies,
when a step toward falsely high goals
makes the trampled stars squeal out.

It’s indispensable, with a misfit’s hunger,
to gnaw a verb right down to the bone.
Only one who is by nature from the naked poor
is neither naked nor poor before fastidious eternity.

And if from out of the dirt,
you have become a prince,
but without principles,
unprince yourself and consider
how much less dirt there was before,
when you were in the real, pure dirt.
Our self-esteem is such baseness….
The Creator raises to the heights
only those who, even with tiny movements,
tremble with the fear of uncertainty.

Better to cut open your veins with a can opener,
to lie like a wino on a spit-spattered bench in the park,
than to come to that very comfortable belief
in your own special significance.

Blessed is the madcap artist,
who smashes his sculpture with relish-
hungry and cold-but free
from degrading belief in himself.
Vertaald door Antonina W. Bouis, Albert C. Todd en Jevgeni Jevtoesjenko

Jevtoesjenko

 Jevgeni Jevtoesjenko (Zima, 18 juli 1933)

 

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009. en ook mijn blog van 18 juli 2008 ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: Vanity Fair

„In Miss Jemima’s eyes an autograph letter of her sister, Miss Pinkerton, was an object of as deep veneration as would have been a letter from a sovereign. Only when her pupils quitted the establishment, or when they were about to be married, and once, when poor Miss Birch died of the scarlet fever, was Miss Pinkerton known to write personally to the parents of her pupils; and it was Jemima’s opinion that if anything could console Mrs. Birch for her daughter’s loss, it would be that pious and eloquent composition in which Miss Pinkerton announced the event.
In the present instance Miss Pinkerton’s “billet” was to the following effect:

 

-The Mall, Chiswick, June 15, 18-

Madam,
After her six years’ residence at the Mall, I have the honour and happiness of presenting Miss Amelia Sedley to her parents, as a young lady not unworthy to occupy a fitting position in their polished and refined circle. Those virtues which characterize the young English gentlewoman, those accomplishments which become her birth and station, will not be found wanting in the amiable Miss Sedley, whose industry and obedience have endeared her to her instructors, and whose delightful sweetness of temper has charmed her aged and her youthful companions.
In music, in dancing, in orthography, in every variety of embroidery and needlework, she will be found to have realized her friends’ fondest wishes. In geography there is still much to be desired; and a careful and undeviating use of the backboard, for four hours daily during the next three years, is recommended as necessary to the acquirement of that dignified deportment and carriage, so requisite for every young lady of fashion.

Your most obliged humble servant,
Barbara Pinkerton

P.S.–Miss Sharp accompanies Miss Sedley. It is particularly requested that Miss Sharp’s stay in Russell Square may not exceed ten days. The family of distinction with whom she is engaged, desire to avail themselves of her services as soon as possible.“

thackeray

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Uit: Enfance

„Voici enfin le moment attendu où je peux étaler le volume sur mon lit, l’ouvrir à l’endroit où j’ai été forcée d’abandonner… je m’y jette, je tombe… impossible de me laisser arrêter, retenir par les mots, par leur ens, leur aspect, par le déroulement des phrases, un courant invisible m’entraîne avec ceux à qui de tout mon être imparfait mais avide de per­fection je suis attachée, à eux qui sont la bonté, la beauté, la grâce, la noblesse, la pureté, le courage mêmes… je dois avec eux affronter des désastres, courir d’atroces dangers, lutter au bord de précipices, recevoir dans le dos des coups de poignard, être séquestrée, maltraitée par d’affreuses mégères, menacée d’être perdue à jamais… et chaque fois, quand nous sommes tout au bout de ce que je peux endurer, quand il n’y a plus le moindre espoir, plus la plus légère possibilité, la plus fragile vraisemblance… cela nous arrive… un courage insensé, la noblesse, l’intelligence parviennent juste à temps à nous sauver… .

C’est un moment de bonheur intense… toujours très bref… bientôt les transes, les affres me reprennent… évidemment les plus valeureux, les plus beaux, les plus purs ont jusqu’ici eu la vie sauve… jusqu’à présent… mais comment ne pas craindre que cette fois… il est arrivé à des êtres à peine moins parfaits… si, tout de même, ils l’étaient moins, et ils étaient moins séduisants, j’y étais moins attachée, mais j’espérais que pour eux aussi, ils le méritaient, se produirait au dernier moment… eh bien non, ils étaient, et avec eux une part arrachée à moi-même, précipités du haut des falaises, broyés, noyés, mortellement blessés… car le Mal est là, partout, toujours prêt à frapper…“

sarraute

Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 9 november 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Uit: Het huis van een zwerver (over Breyten Breytenbach)

„Een jonge schilder laat zijn academie in de steek en trekt de wereld in, komt na omzwervingen in Parijs terecht, maakt naam. Hij schrijft ook gedichten en poëtische prozastukken, die hem beroemd maken, zij het alleen in zijn vaderland, omdat ze in de taal daarvan geschreven zijn. Op zijn vijfentwintigste krijgt hij er een grote prijs voor. Een rimpelloos succesverhaal – ware het niet dat Breytenbach uit Zuid-Afrika kwam, dat hij inmiddels getrouwd was met zijn Zuid-Vietnamese geliefde, dat hij niet samen met haar zijn geboorteland binnen mocht om de prijs in ontvangst te nemen. Dat was in 1964. Vanaf die tijd, en zeker nadat hij in 1975 tijdens een clandestien bezoek aan Zuid-Afrika was gearresteerd en voor zeven jaar in de gevangenis verdween, kent de wereld hem als publiek personage.

Hij heeft die rol met verve gespeeld, eigenzinnig en met zoveel openhartige kritiek naar alle kanten dat geen enkele politieke stroming of partij hem ooit lang heeft kunnen gebruiken als mascotte van het eigen gelijk. Zijn werk als kunstenaar lijkt evenwel in de schaduw te zijn gebleven van zijn publieke faam. Ik zou geen andere, nog levende schrijver weten die zo bekend is en toch door zo weinigen wordt gelezen.

Naar de reden daarvan hoeft niet ver te worden gezocht. De kern van zijn werk is poëzie en met die poëzie nauw verwant proza, niet makkelijker te lezen dan bijvoorbeeld Lucebert of Claus, en geschreven in het Afrikaans. Om het uit de eerste hand te kunnen ondergaan moet je dus niet alleen die taal goed kennen, maar ook enige kijk hebben op moderne poëzie.“

nuis

Aad Nuis (18 juli 1933 – 8 november 2007)

 

De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Im Flirt mit Dame Gott

Für Paul Wühr

Ach Paul, mein lieber Paul, du dichtest mit Gespür
dich außerhalb der Zeit in eine helle Ferne,
die uns illuminiert wie Aladins Laterne:
Du reibst, und es erscheint dein Vers en miniature.

Es schwingt dein Silbenfuß im Takt und tanzt die Kür
im Flirt mit Dame Gott bis an den Rand der Sterne.
Der eine sucht den Sinn, der andre das Moderne.
So ist nun mal die Welt, was kann Paul Wühr dafür?

Der schmale Trampelpfad erweitert sich zur Pforte.
Was gibt es rundumher, was außerhalb der Worte,
die für uns Wörter sind und kein Begriff darüber?

Was bleibt, ist kurz gesagt des Lebens Paraphrase,
das Übel mit dem Kreuz, das Elend mit der Blase.
So stehen wir perplex dem Wortschrott gegenüber.

 

Das schreibende Subjekt

Ergreift der Mensch den Stift, schon wird er kategorisch.
Das schreibende Subjekt bedient sich der Poetik,
schmäht nicht das Regelwerk berechneter Ästhetik:
das Werk aus hohlem Bauch bleibt meistens illusorisch.

Gelehrtenverse sind gebildet und rhetorisch,
die auditive Kunst berauscht sich in Phonetik,
konkrete Poesie gefriert in Arithmetik,
das lyrische Gedicht ist meistens metaphorisch.

Ein ganzer Kanon steht dem Schreiber zur Verfügung,
dem schieren Leidendruck, der köstlichen Vergnügung:
es ist die ganze Welt auf einmal kreativ.

Den einen quält das All, den andern plagt die Enge,
es wechselt freies Spiel in arge Ausdruckszwänge:
der eine ist erwacht, dieweil der andre schlief

harig 

Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

Das Sonett über den Galgen-Kran

ich lache weil der Hausbesitzer
zeigt seine Maske – ein rarer Fall
die Skulptur dekoriert das Portal
er wird für uns wie ein Beschützer

in dem Literaturhaus – Tango
ich will nicht auf dem Boden sitzen
im DADA-Haus muss ich nicht schwitzen
Gala-Konzert-Probe mit Mango

vom Gran Café auf den Lindenhof
ist die schönste Aussicht in der Stadt
einen Kran dort bauen? – dumm und doof

ich erhänge mich auf dem Galgen
vorher gebe ich den guten Rat
macht doch nicht mehr solchen Dummheiten

skorupski

Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ricarda Huch werd op 18 juli 1864 in Braunschweig geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

Uralt Gebirge , wie vor Jahren

Uralt Gebirge , wie vor Jahren
Silbern gegossen in vollkommener Pracht
Ruhst du; weit bin ich umgefahren,
Wund komm ich aus verlorner Schlacht,
In deinem Schoß bald Staub mit meiner Habe,
Ein Traum, ein Nichts, und doch voll Ewigkeiten!
Dereinst zerbrech ich deine Felsenseiten
Und lodre glorreich aus geborstnem Grabe.

 

 Ein Todesengel, göttlich sanft und schön

 Ein Todesengel, göttlich sanft und schön,
Trägst du gen Himmel mächtig meine Seele.
Durch alle Nacht hindurch, wie Stürme wehn,
Fühlst du den Weg, den ich allein verfehle.
Wie rücken die Gestirne weit, so weit!
Der Erde fern und fern der Ewigkeit
Nichts faß ich mehr als deines Herzens Schlagen.
Ein Adler ist´s, der steigt: einst wird es tagen.

huch 

Ricarda Huch (18 juli 1864 – 17 november 1947)

 

De Franse dichter Tristan Corbière werd geboren op 18 juli 1845 in Morlaix in de Bretagne. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

Sonnet de nuit

O croisée ensommeillée,
Dure à mes trente-six morts !
Vitre en diamant, éraillée
Par mes atroces accords !

Herse hérissant rouillée
Tes crocs où je pends et mords !
Oubliette verrouillée
Qui me renferme… dehors !

Pour Toi, Bourreau que j’encense,
L’amour n’est donc que vengeance ?..
Ton balcon : gril à braiser ?…

Ton col : collier de garotte ?…
Eh bien ! ouvre, Iscariote,
Ton judas pour un baiser !

 

Pauvre garçon

Lui qui sifflait si haut, son petit air de tête,
Etait plat près de moi ; je voyais qu’il cherchait…
Et ne trouvait pas, et… j’aimais le sentir bête,
Ce héros qui n’a pas su trouver qu’il m’aimait.

J’ai fait des ricochets sur son coeur en tempête.
Il regardait cela… Vraiment, cela l’usait ?…
Quel instrument rétif à jouer, qu’un poète ! …
J’en ai joué. Vraiment – moi – cela m’amusait.

Est-il mort ?… Ah – c’était, du reste, un garçon drôle.
Aurait-il donc trop pris au sérieux son rôle,
Sans me le dire… au moins, – Car il est mort, de quoi ?…
Se serait-il laissé fluer de poésie…
Serait-il mort de chic, de boire, ou de phtisie,
Ou, peut-être, après tout : de rien… ou bien de Moi.

corbiere

Tristan Corbière (18 juli 1845 – 1 maart 1875)

Sculptuur van Edouard Corbière en Tristan Corbière in Morlaix

 

De Nederlandse romanschrijver en journalist Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Uit: Adriaan Venema: De zuivering (Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie)

“‘Voor het voetlicht, een verdediging’ was de titel van het artikel van Jan Gerhard Toonder. Allereerst kwam hij voor het imago van de kunstenaar zelf op514: ‘Wij wenschen vast te stellen, dat op 14 Mei 1940, toen het gordijn opging voor de grootste tragedie die zich ooit in Nederland afspeelde, de kunstenaars in groote meerderheid hun positie al bepaald hadden als verbeten vijanden van het nationaal-socialisme. Hiertoe behoorden ook verreweg de meesten van hen, die twee jaar later ingeschreven zouden worden in de Kultuurkamer.’

Toonder geeft daarvoor geen enkel bewijs; in ieder geval ben ik zijn naam in welke vooroorlogse protestactie van kunstenaars tegen nationaal-socialisme of fascisme dan ook niet tegengekomen. En op die ‘verbeten’ vijandschap van verreweg de meeste Kultuurkamer-aanmelders kom ik later nog terug.

 De oorlog brak uit en met veel pathos gaf Toonder weer wat in zijn visie de kunstenaar toen bezielde: ‘Vele kunstenaars voelden toen de noodzaak, zelfs de plicht, om de teneergeslagenen en stuurloozen een hart onder de riem te steken. Zij vatten den strijd op, zoowel tegen de zwakte, die op dat moment ons volk besloop, als tegen het regime dat met een geraffineerde geleidelijkheid aan ons werd opgedrongen. Ook nu streden zij met hun natuurlijk wapen-de kunst. En die groote, hernieuwde belangstelling voor de goede en gezonde Nederlandsche kunst, die sinds het najaar 1940 bij het Nederlandsche volk viel te constateeren, bewijst dat de kunstenaars de juiste snaar bespeelden. Zij brachten iets, dat fierdere sentimenten in het volk losmaakte. En het volk vroeg naar kunst, meer dan ooit, krachtiger dan ooit, omdat het er juist nu, in de steeds toenemende verdrukking, behoefte aan gevoelde, omdat het er kracht uit kon putten.

Wie dit ontkent, loochent de feiten.

Wie dit ontkent, beleedigt ons volk in zijn kunst-gevoeligheid.

Wie dit ontkent, ontkent de kunst als bron van geestkracht en leven.’

toonder

Jan Gerhard Toonder (18 juli 1914 – 25 augustus 1992)

 

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006 en ook mijn blog van 18 juli 2007.

Uit: Je wist het toch

“‘Henriëtje had ook een zuster: Mirjam.

In het witte huis aan het water had Mirjam haar geluk gevonden. Het leven had haar tot haar huwelijk toe niet verwend. Ze was de middelste thuis en kreeg bijvoorbeeld nooit een nieuwe jurk, omdat ze juist in de maat van de oudste viel. Wanneer de jongste hiervoor op haar beurt in aanmerking kwam, was het kledingstuk versleten. Ze mocht bijvoorbeeld nooit mee uit naar een bijzondere gelegenheid. Of ze was er te klein voor, of te groot. Dit maakte dat ze uiterst gauw beledigd was, zoals de ouders dat noemden. Ze werd dan eerst rood, dan lelijk en tenslotte allerverschrikkelijkst brutaal.

Op de h.b.s. was ze een minder dan middelmatige leerling. Ze kreeg alras vrijstelling van wiskunde en kon zich dus met zo’n ijver op de andere vakken toeleggen, dat ze haar talen heel goed leerde.

Wat moest ze toen na haar eindexamen beginnen? Ik wil trouwen dacht ze, en kinderen hebben, maar dit kon ze tegen haar ouders niet zeggen. Liefde en alles wat daar zo bij kwam was iets waarover je niet sprak, het gebeurde in je leven of het gebeurde niet[.] Daarbij wist ze zelf ook niet wat het eigenlijk betekende. Ze had zin van huis weg te gaan, en dat was alles.’

mendels 

Josepha Mendels (18 juli 1902 – 10 september 1995)

 

De natuurkundige en schrijver Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Uit: Open Letter To Kansas School Board

„I am writing you with much concern after having read of your hearing to decide whether the alternative theory of Intelligent Design should be taught along with the theory of Evolution. I think we can all agree that it is important for students to hear multiple viewpoints so they can choose for themselves the theory that makes the most sense to them. I am concerned, however, that students will only hear one theory of Intelligent Design.

Let us remember that there are multiple theories of Intelligent Design. I and many others around the world are of the strong belief that the universe was created by a Flying Spaghetti Monster. It was He who created all that we see and all that we feel. We feel strongly that the overwhelming scientific evidence pointing towards evolutionary processes is nothing but a coincidence, put in place by Him.

It is for this reason that I’m writing you today, to formally request that this alternative theory be taught in your schools, along with the other two theories. In fact, I will go so far as to say, if you do not agree to do this, we will be forced to proceed with legal action. I’m sure you see where we are coming from. If the Intelligent Design theory is not based on faith, but instead another scientific theory, as is claimed, then you must also allow our theory to be taught, as it is also based on science, not on faith.“

henderson

Bobby Henderson (Roseburg, 18 juli 1979)

The Flying Spaghetti Monste Doodle Google

Simon Vinkenoog, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, William Makepeace Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski, Ricarda Huch, Tristan Corbière, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Hij overleed op 12 juli jongstleden. Vandaag is Simon Vinkenoog begraven op begraafplaats St. Barbara in Amsterdam-West.  Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en eveneens mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009.

Dichter onderweg

Herneem, o woord, uw hoge vlucht
de tijd wacht al een eeuwigheid.
Auto’s roesten, stormen razen
en de huiselijke haard wordt bedreigd.

Hoor toe, o klank, onder uw voeten
het ritme van wielen op de rails,
met in uw geheugen de eigen stappen
op duizenden kilometers aardoppervlak.

O kom, geduld, laat uw ogen genieten
van het landschap dat zich uitspreidt
tussen stations en oases; enkele reis
hemel-op-aarde mensenrijk.

Behoud, o woord, uw kracht
als het water om uw voeten wast –
het werk is aan de werkelijkheid,
het leven neemt zichzelf ter harte.

 

Het gedicht

Het gedicht schrijft zichzelf:
het wiekt zich een recordvlucht door de tijd
het baant zich wrikkend een weg door tegemoetkomend verkeer
het zucht hardop, het gilt, huilt en fluistert-

het spreekt hardop,
het luistert en het doet soms alsof
alles kapot is
alles stuk slaat
alles verkeerd is
alles mis…

Het gedicht herneemt de ademhaling,
stuwt de bloedsomloop,
doet het hart slaan-
brengt geest en lichaam in beweging, leeft mee en leeft voort,
het slaat gaten in de herinnering
wiekt op
her stelt
slaat in
stemt toe
en in:
het gedicht.
Het gedicht is een wasdag, een afscheid,
een overstroming, een oponthoud, een deur dicht
die open waait, een zuiver weten dat
zonder het gedicht het leven niet is.

Zonder klanken op maat
gerangschikt in ritme of rijm
geen reden voor de pijn
geen echo aan het woord
geen zegen op het leven
geen ingang tot werkelijkheid.

Geen schilderkunst, geen voor-of nadenken,
geen verwondering, humor, gulle lach,
geboorteslag, stervensdag- zonder het gedicht.

Het broze, onaantastbare, beeldhouwwoordbericht,
bizonder gemengd nieuws, supervoorpaginaverhaal-
gekruid de dag, gepeperd de lessen, ontroerend de stem:

het gedicht: jij bent het

simon-vinkenoog

Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

 

De Argentijnse schrijfster en vertaalster Alicia Steimberg werd geboren op 18 juli 1933 in Buenos Aires. In 1951 voltooide zij haar opleiding aan het Instituto Nacional del Profesorado in Buenos Aires, waarna zij bevoegd was onderwijs in vreemde talen te geven. Drie jaar later behaalde zij aan het zelfde instituut een graad voor Engels. In 1971 verscheen haar eerste roman Músicos y relojeros. Haar tweede roman La loca 101 volgde in 1973. In 1992 ontving Steimberg de gerenommeerde  Premio Planeta Biblioteca del Sur voor haar roman Cuando digo Magdalena. Zij werkte eveneens als vertaalster vanuit het Engels en geeft workshops schrijven.

Uit: Call Me Magdalena

When you leave the main road you have to walk down a long dirt path to get to the entrance of Las Lilas. There’s no gate: the wooden front door is tall and majestic, its topmost part safeguarded against furtive visitors by sharp little iron posts. On both sides of the door are walls whose uppermost portions are similarly protected. While the walls and door are almost impregnable, if you simply walk about fifty yards in either direction, you’ll come upon a very thick, although not very tall, evergreen hedge. With the help of a machete, you can hack an opening in the hedge and pass through to the other side, or, by walking just a bit farther, the furtive visitor will discover that the evergreen hedge turns into a simple wire fence, not even barbed wire, that he can cross by placing one foot on the wire below and lifting up the wire on top with one hand. Once inside, the intruder will find himself in a cultivated field. He’ll wend his way to the entry by sidling along close to the fence, and then next to the wall (since if he crosses the open field, his figure will be discernible from a distance).If the wheat is fully grown, he’ll proceed waist-deep among the stalks. If he’s not wearing boots, the thistles will prick him and he’ll be exposed to snakebite, or he’ll be covered by little red bugs that will torment him later on, because those red bugs get under your skin and you can get rid of them only by rubbing the affected part with soap, creating a layer of insulation that asphyxiates them.”

Steimberg

Alicia Steimberg (Buenos Aires, 18 juli 1933)

 

De Russische dichter Jevgeny Jevtoesjenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008

Don’t Disappear

Don’t disappear…. By disappearing from me,
you will disappear from yourself,
betraying your own self forever,
and that will be the basest dishonesty.

Don’t disappear…. To disappear is so easy.
It’s impossible to resurrect one another.
Death drags down too deep.
Death even for a moment is too long.

Don’t disappear…. Forget the third shadow.
In love there are only two. There are no thirds.
We both will be pure on Judgment Day,
when the trumpets call us to account.

Don’t disappear…. We have redeemed sin.
We both are free of the law, we are sinless.
We are worthy together of the forgiveness of those
whom we have unintentionally wounded.

Don’t disappear…. One can disappear in an instant,
but how could we meet later in the centuries ahead?
Is your double possible in the world,
and my double? Only barely in our children.

Don’t disappear…. Give me your palm.
I am written on it-this I believe.
What makes one’s last love terrible
is that it is not love, but fear of loss.

 

Vertaald door Antonina W. Bouis, Albert C. Todd en Yevgeny Yevtushenko

 

Birthday

Mother, let me congratulate you on
the birthday of your son.
You worry so much about him. Here he lies,
he earns little, his marriage was unwise,
he’s long, he’s getting thin, he hasn’t shaved.
Oh, what a miserable loving gaze!
I should congratulate you if I may
mother on your worry’s birthday.
It was from you he inherited
devotion without pity to this age
and arrogant and awkward in his faith
from you he took his faith, the Revolution.
You didn’t make him prosperous or famous,
and fearlessness is his only talent.
Open up his windows,
let in the twittering in the leafy branches,
kiss his eyes open.
Give him his notebook and his ink bottle,
give him a drink of milk and watch him go.

Yevgeny_Yevtushenko

Jevgeni Jevtoesjenko (Zima, 18 juli 1933)

 

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2008 ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: Roundabout Papers

As some bells in a church hard by are making a great holiday clanging in the summer afternoon, I am reminded somehow of a July day, a garden, and a great clanging of bells years and years ago, on the very day when George IV. was crowned. I remember a little boy lying in that garden reading his first novel. It was called the “Scottish Chiefs.” The little boy (who is now ancient and not little) read this book in the summer-house of his great grandmamma. She was eighty years of age then. A most lovely and picturesque old lady, with a long tortoise-shell cane, with a little puff, or tour, of snow-white (or was it powdered?) hair under her cap, with the prettiest little black-velvet slippers and high heels you ever saw. She had a grandson, a lieutenant in the navy; son of her son, a captain in the navy; grandson of her husband, a captain in the navy. She lived for scores and scores of years in a dear little old Hampshire town inhabited by the wives, widows, daughters of navy captains, admirals, lieutenants. Dear me! Don’t I remember Mrs. Duval, widow of Admiral Duval; and the Miss Dennets, at the Great House at the other end of the town, Admiral Dennet’s daughters; and the Miss Barrys, the late Captain Barry’s daughters; and the good old Miss Maskews, Admiral Maskew’s daughter; and that dear little Miss Norval, and the kind Miss Bookers, one of whom married Captain, now Admiral Sir Henry Excellent, K.C.B.? Far, far away into the past I look and see the little town with its friendly glimmer. That town was so like a novel of Miss Austen’s that I wonder was she born and bred there? No, we should have known, and the good old ladies would have pronounced her to be a little idle thing, occupied with her silly books and neglecting her housekeeping. There were other towns in England, no doubt, where dwelt the widows and wives of other navy captains; where they tattled, loved each other, and quarrelled; talked about Betty the maid, and her fine ribbons indeed! took their dish of tea at six, played at quadrille every night till ten, when there was a little bit of supper, after which Betty came with the lanthorn; and next day came, and next, and next, and so forth, until a day arrived when the lanthorn was out, when Betty came no more: all that little company sank to rest under the daisies, whither some folks will presently follow them. How did they live to be so old, those good people?.”

Thackeray

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008.

Uit: Tropismes

« … deviendra grand, mais oui, le temps passe vite, ah, c’est une fois passé vingt ans que les années se mettent à courir plus vite, n’est-ce pas ? Eux aussi trouvaient cela ? et elle se tenait devant eux dans son ensemble noir qui allait avec tout, et puis, le noir, c’est bien vrai, fait toujours habillé… elle se tenait assise, les mains croisées sur son sac assorti, souriante, hochant la tête, apitoyée, oui, bien sûr, elle avait entendu raconter, elle savait comme l’agonie de leur grand-mère avait duré, c’est qu’elle était si forte, pensez donc, ils n’étaient pas comme nous, elle avait conservé toutes ses dents à son âge… Et Madeleine ? Son mari… Ah, les hommes, s’ils pouvaient mettre au monde des enfants, ils n’en auraient qu’un seul, bien sûr, ils ne recommenceraient pas deux fois, sa mère, la pauvre femme, le répétait toujours — Oh ! oh ! les pères, les fils, les mères ! — l’aînée était une fille, eux qui avaient voulu avoir un fils d’abord, non, non, c’était trop tôt, elle n’allait pas se lever déjà, partir, elle n’allait pas se séparer d’eux, elle allait rester là, près d’eux, tout près, le plus près possible, bien sûr, elle comprenait, c’est si gentil, un frère aîné, elle hochait la tête, elle souriait, oh, pas elle la première, oh, non, ils pouvaient être tout à fait rassurés, elle ne bougerait pas, oh, non, pas elle, elle ne pourrait jamais rompre cela tout à coup. Se taire ; les regarder ; et juste au beau milieu de la maladie de la grand-mère se dresser, et, faisant un trou énorme, s’échapper en heurtant les parois déchirées et courir en criant au milieu des maisons qui guettaient accroupies tout au long des rues grises, s’enfuir en enjambant les pieds des concierges qui prenaient le frais assises sur le seuil de leurs portes, courir la bouche tordue, hurlant des mots sans suite, tandis que les concierges lèveraient la tête au-dessus de leur tricot et que leurs maris abaisseraient leur journal sur leurs genoux et appuieraient le long de son dos, jusqu’à ce qu’elle tourne le coin de la rue, leur regard. »

nathalie-sarraute

Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 9 november 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008.

Uit: Het huis van een zwerver

Een jonge schilder laat zijn academie in de steek en trekt de wereld in, komt na omzwervingen in Parijs terecht, maakt naam. Hij schrijft ook gedichten en poëtische prozastukken, die hem beroemd maken, zij het alleen in zijn vaderland, omdat ze in de taal daarvan geschreven zijn. Op zijn vijfentwintigste krijgt hij er een grote prijs voor. Een rimpelloos succesverhaal – ware het niet dat Breytenbach uit Zuid-Afrika kwam, dat hij inmiddels getrouwd was met zijn Zuid-Vietnamese geliefde, dat hij niet samen met haar zijn geboorteland binnen mocht om de prijs in ontvangst te nemen. Dat was in 1964. Vanaf die tijd, en zeker nadat hij in 1975 tijdens een clandestien bezoek aan Zuid-Afrika was gearresteerd en voor zeven jaar in de gevangenis verdween, kent de wereld hem als publiek personage.

Hij heeft die rol met verve gespeeld, eigenzinnig en met zoveel openhartige kritiek naar alle kanten dat geen enkele politieke stroming of partij hem ooit lang heeft kunnen gebruiken als mascotte van het eigen gelijk. Zijn werk als kunstenaar lijkt evenwel in de schaduw te zijn gebleven van zijn publieke faam. Ik zou geen andere, nog levende schrijver weten die zo bekend is en toch door zo weinigen wordt gelezen.

Naar de reden daarvan hoeft niet ver te worden gezocht. De kern van zijn werk is poëzie en met die poëzie nauw verwant proza, niet makkelijker te lezen dan bijvoorbeeld Lucebert of Claus, en geschreven in het Afrikaans. Om het uit de eerste hand te kunnen ondergaan moet je dus niet alleen die taal goed kennen, maar ook enige kijk hebben op moderne poëzie. Om er bovendien van te houden moet je enige affiniteit bezitten met Breytenbachs visie op de wereld, die lijnrecht in strijd is met de ideologie die tot voor kort de heersende kaste in zijn land bijeenhield.”

Nuis

Aad Nuis (18 juli 1933 – 8 november 2007)

 

De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2008.

Vor dem Finale
Yokohama 2000

I
Es kommt, wie’s kommen muß, wenn Glaube, Hoffnung, Liebe
sich anzuschicken droh’n, als Sinn des Spiels zu gelten –
statt Freiheit von Moral. Die Ethik muß man schelten,
die sich hervorgedrängt: Zum guten Schluß gibt’s Hiebe.

Der Zufall herrscht im Spiel, Gedränge und Geschiebe,
herrscht Einfall des Genies, Gerechtigkeit herrscht selten.
Gebot und Anarchie: Dazwischen liegen Welten.
Im wahren Spiele herrscht die freie Kraft der Triebe.

So schließt sich folgenreich der dunkle Zauberkreis.
Der eine ist belehrt, er fügt sich dem Geheiß
der strengen Disziplin. Der andre ist spontaner.

Was wird das Endspiel sein? Ein hartes Arbeitsstück?
Ein Kunstwerk, filigran? Wem widerfährt das Glück,
dem braven deutschen Mann, dem kecken Brasilianer?

Harig_-Ludwig

Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupskiwerd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Unermesslich

Glück ist unermesslich
Ich kehrte zum Lächeln zurück
Die Fotografie des Krankenhausfensters
Duftet nach Mai
Ein gelber Stein spielt mit dem Echo
Des Nachtigallenklangs
Die Schwestern sind barmherzig
Vor himmelblauer Anmut
Wird die Erde unter der Sünde
Zum Paradies
Wohl fault die böse Leber
Schon geht der Atem schwer
Die Schwestern sind mir treu

skoruprupski

Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ricarda Huch werd op 18 juli 1864 in Braunschweig geboren. Zij studeerde geschiedenis, filosofie en filologie in Zürich waar in 1891 zij als eerste vrouw haar studie met een promotie afsloot. Onder het pseudoniem Richard Huch verscheen in hetzelfde jaar haar eerste dichtbundel. Verhalen, romans en theaterstukken volgden. Haar roman “Erinnerungen von Ludolf Ursleu dem Jüngeren” verscheen als eerste onder haar eigen naam. Tijdens WO I woonde zij in Zwitserland. Na de oorlog woonde zij in München waar zij in 1924 eresenator werd aan de Ludwig-Maximilians-Universität. In 1931 ontving zij de Goethe prijs van de stad Frankfurt.

Wie die zierlichen Schwalben sich rüsten

Wie die zierlichen Schwalben sich rüsten
Zum Fluge nach wärmeren Küsten!
Ich schau ihrem Schwarme nach
Und rüttle an meinem Gitter.
Kommt heim ihr im Lenzgewitter,
Baut, Vögel, an meinem Dach
Und sagt, was ihr draußen vernommen:
Will die Freiheit noch immer nicht kommen?

 

Geheimnis

Augen meiner Liebe, schöner See,
Schaut mich an, damit ich euch ergründe,
Daß mein Herz hinab als Taucher geh,
Suche, wo sich euer Glanz entzünde.
Schimmerst, Seele, du gleich einer bunten
Muschel? Glühst du als versenkter Hort?
Bist du eine Perle, die dort unten
Aufwärts singt ihr farbig Strahlenwort?

r_huch

Ricarda Huch (18 juli 1864 – 17 november 1947)

 

De Franse dichter Tristan Corbièrewerd geboren op 18 juli 1845 in Morlaix in de Bretagne. Zijn ontdekker was niemand minder dan Paul Verlaine die hem in 1883 als eerste Poète maudit prees.  De herontdekking van het werk van Corbière werd ingleid door het surrealisme rondom André Breton. Ook T.S. Eliot en Ezra Pound waardeerden zijn werk. Gedichten van hem werden verschillende keren op muziek gezet.

Bonsoir

Et vous viendrez alors, imbécile caillette,
Taper dans ce miroir clignant qui se paillette
D’un éclis d’or, accroc de l’astre jaune, éteint.
Vous verrez un bijou dans cet éclat de tain.

Vous viendrez à cet homme, à son reflet mièvre
Sans chaleur… Mais, au jour qu’il dardait la fièvre,
Vous n’avez rien senti, vous qui – midi passé –
Tombez dans ce rayon tombant qu’il a laissé.

Lui ne vous connaît plus, Vous, l’Ombre déjà vue,
Vous qu’il avait couchée en son ciel toute nue,
Quand il était un Dieu ! … Tout cela – n’en faut plus. –

Croyez – Mais lui n’a plus ce mirage qui leurre.
Pleurez – Mais il n’a plus cette corde qui pleure.
Ses chants… – C’était d’un autre ; il ne les a pas lus.

 

Nature morte

Des coucous l’Angelus funèbre
A fait sursauter, à ténèbre,
Le coucou, pendule du vieux,

Et le chat-huant, sentinelle,
Dans sa carcasse à la chandelle
Qui flamboie à travers ses yeux.

– Ecoute se taire la chouette…
– Un cri de bois : C’est la brouette
De la Mort, le long du chemin …

Et, d’un vol joyeux, la corneille
Fait le tour du toit où l’on veille

Le défunt qui s
‘en va demain.

tristancorbiere

Tristan Corbière (18 juli 1845 – 1 maart 1875)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 juli 2007.

De Nederlandse romanschrijver en journalist Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914.

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006.

De natuurkundige en schrijver Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon.

Simon Vinkenoog 80 jaar, Yevgeny Yevtushenko, William Makepeace Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Jan Skorupski, Bobby Henderson

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geborenen is vandaag dus 80 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Dichter onderweg

Herneem, o woord, uw hoge vlucht
de tijd wacht al een eeuwigheid.
Auto’s roesten, stormen razen
en de huiselijke haard wordt bedreigd.

Hoor toe, o klank, onder uw voeten
het ritme van wielen op de rails,
met in uw geheugen de eigen stappen
op duizenden kilometers aardoppervlak.

O kom, geduld, laat uw ogen genieten
van het landschap dat zich uitspreidt
tussen stations en oases; enkele reis
hemel-op-aarde mensenrijk.

Behoud, o woord, uw kracht
als het water om uw voeten wast –
het werk is aan de werkelijkheid,
het leven neemt zichzelf ter harte.

 

Nova gedicht

Schotschrift of schietgebed,
liefdesgedicht of lied van protest:

als het maar wordt meebeleefd,
vleugels krijgt en verlossend wordt.

Als de doem eenmaal plaats maakt
                                                voor de moed,
is al wat je doet
                                         een levende groet:

‘Al wat beweegt
zal in beweging blijven

er op en of eronder
een keuze is er niet

niets dat beklijft
en alles zal verdwijnen

je leven een vuurwerk
of niet’

 

Uiteindelijk staat alle dichten stil

 

Uiteindelijk staat alle dichten stil.

Wanneer

het lijdend voorwerp, onderwerp geworden,

niet meer handelen, vervoegen wil

 

Wanneer de tijdnood dringt

en het geweld dit leven op de knieën dwingt

 

Wanneer de dagen zich verschuilen

De angst niet meer ontwaakt

(het samenwakend slapen

geen haast meer maakt)

 

Staan in de woorden de gedachten stil.

 

Wij worden omgeroepen en gezocht:

 

‘Ver-moe-de-lijk va-ren-de…

Zich met spoed naar huis

te be-ge-ven… Toe-stand

zeer ern-stig… O-ver-komst

dring-end ge-wenst…’

 

De onbegonnen reis die aan beraad

het hand en toe-val overlaat

 

Het visum oneindig verlengd

tot in de laatste magere jaren,

 

baart waanzicht, welgeteld. Een vijand

onverlaat, die overloopt,

 

en elke hartstocht stil. Verschaald.

 

vinkenoog

Simon Vinkenoog (Amsterdam, 18 juli 1928)

 

 

De Russische dichter Yevgeny Yevtushenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Epistle to Neruda

Superb,
Like a seasoned lion,
Neruda buys bread in the shop.
He asks for it to be wrapped in paper
And solemly puts it under his arm:
“Let someone at least think
that at some time
I bought a book…”
Waving his hand in farewell,
like a Roman
rather dreamily royal,
in the air scented with mollusks,
oysters,
rice,
he walks with the bread through Valparaiso.
He says:
” Eugenio, look!
You see–
over there, among the puddles and garbage,
standing up under the red lamps
stands Bilbao-with the soul
of a poet — in bronze.
Bilbao was a tramp and a rebel.
Originally
they set up the monument, fenced off
by a chain, with due pomp, right in the center,
although the poet had lived in the slums.
Then there was some minor overthrow or other,
and the poet was thrown out, beyond the gates.
Sweating,
they removed
the pedestal
to a filthy little red-light district.
And the poet stood,
as the sailor’s adopted brother,
against a background
you might call native to him.
Our Bilbao loved cracking jokes.
He would say:
‘On this best of possible planets
there are prostitutes and politutes —
as I’m a poet,
I prefer the former.'”
And Neruda comments, with a hint of slyness:
“A poet is
beyond the rise and fall of values.
It’s not hard to remove us from the center,
but the spot where they set us down
becomes the center!”
I remember that noon,
Pablo,
as I tune my transistor at night, ny the window,
now,
when a wicked war with the people of Chile
brings back the smell of Spain.
Playing about at a new overthrow,
politutes in generals’ uniforms
wanted, whichever way they could,
to hustle your poetry out of sight.
But today I see Neruda–
he’s always right in the center
and, not faltering,
he carries his poetry to the people
as simply and calmly
as a loaf of bread.
Many poets follow false paths,
but if the poet is with the people to the bitter end,
like a conscience-
then nothing
can possibly overthrow poetry.

Vertaald door Arthur Boyars amd Simon Franklin

 

 

Yevgeny Yevtushenko

Yevgeny Yevtushenko (Zima, 18 juli 1933)

 

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007  en ook mijn blog van 18 juli 2006.

 

Uit: Vanity Fair

 

“Well, then. The flowers, and the presents, and the trunks, and bonnet-boxes of Miss Sedley having been arranged by Mr. Sambo in the carriage, together with a very small and weather-beaten old cow’s-skin trunk with Miss Sharp’s card neatly nailed upon it, which was delivered by Sambo with a grin, and packed by the coachman with a corresponding sneer—the hour for parting came; and the grief of that moment was considerably lessened by the admirable discourse which Miss Pinkerton addressed to her pupil. Not that
the parting speech caused Amelia to philosophize, or that it armed her in any way with a calmness, the result of argument; but it was intolerably dull, pompous, and tedious; and having the fear of her schoolmistress greatly before her eyes, Miss Sedley did not venture, in her presence, to give way to any ebullitions of private grief. A seed-cake and a bottle of wine were produced in the drawing-room, as on the solemn occasions of the visits of parents, and these refreshments being partaken of, Miss Sedley was at liberty to depart.

You’ll go in and say good-bye to Miss Pinkerton, Becky!” said Miss Jemima to a young lady of whom nobody took any notice, and who was coming downstairs with her own bandbox.

“I suppose I must,” said Miss Sharp calmly, and much to the wonder of Miss Jemima; and the latter having knocked at the door, and receiving permission to come in, Miss Sharp advanced in a very unconcerned manner, and said in French, and with a perfect accent, “Mademoiselle, je viens vous faire mes adieux.”

Miss Pinkerton did not understand French; she only directed those who did: but biting her lips and throwing up her venerable and Roman-nosed head (on the top of which figured a large and solemn turban), she said, “Miss Sharp, I wish you a good morning.” As the Hammersmith Semiramis spoke, she waved one hand, both by way of adieu, and to give Miss Sharp an opportunity of shaking one of the fingers of the hand which was left out for that purpose.”

William_Makepeace_Thackeray

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

Uit: Le Planétarium

 

Mon gendre aime les carottes râpées. Monsieur Alain adore ça. Surtout n’oubliez pas de faire des carottes râpées pour Monsieur Alain. Bien tendres… des carottes nouvelles… Les carottes sont-elles assez tendres pour Monsieur Alain ? Il est si gâté, vous savez, il est si délicat. Finement hachées… le plus finement possible… avec le nouveau petit instrument… Tiens… c’est tentant… Voyez, Mesdames, vous obtenez avec cela les plus exquises carottes râpées… Il faut l’acheter. Alain sera content, il adore ça. Bien assaisonnées… de l’huile d’olive… “la Niçoise” pour lui, il n’aime que celle-là, je ne prends que ça… Les justes proportions, ah, pour ça il s’y connaît… un peu d’oignon, un peu d’ail, et persillées, salées, poivrées… les plus délicieuses carottes râpées… Elle tend le ravier… “Oh, Alain, on les a faites exprès pour vous, vous m’aviez dit que vous adoriez ça…”

 

Un jour il a eu le malheur, dans un moment de laisser-aller, un moment où il se tenait détendu, content, de lui lancer cela négligemment, cette confidence, cette révélat
ion, et telle une graine tombée sur une terre fertile cela a germé et cela pousse maintenant : quelque chose d’énorme, une énorme plante grasse au feuillage luisant : Vous aimez les carottes râpées, Alain.

 

Alain m’a dit qu’il aimait les carottes râpées. Elle est à l’affût. Toujours prête à bondir. Elle a sauté là-dessus, elle tient cela entre ses dents serrées. Elle l’a accroché. Elle le tire… Le ravier en main, elle le fixe d’un œil luisant. Mais d’un geste il s’est dégagé — un bref geste souple de sa main levée, un mouvement de la tête… “Non, merci…” Il est parti, il n’y a plus personne, c’est une enveloppe vide, le vieux vêtement qu’il a abandonné dont elle serre un morceau entre ses dents. »

 

Sarraute

Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 9 november 2007. 

Uit: Een dag op de Rijksacademie

 

“Hoe viel uit deze geïllustreerde verhalen in heel hun verscheidenheid een lijn te trekken naar het algemene thema, de maatschappelijke betekenis van de kunst? In wat hier volgt zal ik geen poging doen tot een verslag van de levendige discussie die op gang kwam. Zoals elke levendige discussie vloog ze van hak naar tak, hier en daar iets verhelderend om dan weer alle kanten uit te schieten. Ik heb een grote bewondering voor notulisten, maar ben er zelf geen. In plaats daarvan probeer ik hier, met behulp van gedachten van deelnemers aan de discussie, een eigen spoor te volgen.

Anna Tilroe hielp daarbij in veel opzichten, om te beginnen door de rol te schetsen van de internationale kunstwereld: de sterke, vooral in enkele Westerse centra gesitueerde infrastructuur van critici, musea, galeries, een publiek van ingewijden met een eigen jargon en eigen, uiteraard aan mode onderhevige noties over kunst. Het is deze kunstwereld die, volgens eigen kwaliteitsnormen, kunstenaars selecteert, legitimeert, geld en aanzien te verdelen heeft. Het ligt dus voor de hand dat kunstenaars die losraken uit hun conventionele achtergrond en de sprong maken naar de grote wereld, zullen proberen zo goed mogelijk aansluiting te krijgen bij de normen en noties van deze machtige club. Van verzet daartegen bij de kunstenaars zelf is nauwelijks iets te merken: ieder zoekt zijn eigen weg, kiest zijn voorgangers en voorbeelden, bewijst op zijn minst lippendienst aan de wachtwoorden van de dag.

Toch is de kunstwereld een wankele affaire. Hij heeft nauwelijk vertakkingen naar grote delen van de echte wereld: Afrika, Zuid-Amerika. Omdat daar ook nauwelijks een lokale, kritisch selecterende infrastructuur bestaat, betekent dat een enorme barrière voor de kunstenaars uit die gebieden. Maar het is ook een zwakte van de kunstwereld zelf. Sterker: ook in het Westen zelf lijkt die wereld steeds meer als een rozige ballon boven de samenleving te zweven. Grote delen van het publiek, ook van het sterk bij zaken van kunst en cultuur betrokken publiek, keren zich af van wat daarbinnen opgeld doet. In de ballon zelf
heerst ondertussen steeds meer onzekerheid. Wat is eigenlijk kwaliteit? Oude zekerheden raken omstreden, steeds meer lijkt de overtuiging veld te winnen dat selecteren naar kwaliteitscriteria onbegonnen werk is. En daarmee vervaagt de grens tussen de kunstwereld en de veel grotere en rumoerige wereld van de globale massacultuur.”

 

Nuis

Aad Nuis (18 juli 1933 – 8 november 2007)

 

De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007.

 

 

Bruder Eichendorff

Den kleinen Reisebus durchweht ein sanfter Hauch von Sprache,
streift die Haut und schmeichelt unsren Ohren.
Es ist das Zauberwort des reichsten, reinsten Toren:
Kein schales Lautgeklirr, kein schnöder Schall und Rauch.

Es sprudelt jedes Wort zugleich aus Kopf und Bauch.
Gespeichert ist sein Werk von forschen Professoren:
Roman, Essay, Gedicht in Mikroprozessoren,
dem einen zum Genuß, dem andren zum Gebrauch.

O Bruder Eichendorff, nein, du bist kein Aggressor,
nicht laute Reimfabrik, nicht fauchender Kompressor,
du bist ein Stück Natur, und wenn du sprichst, dann blüht’s.

Es liebt und preist dich hier der reisende Professor,
auch er braucht weder Text- noch EDV-Prozessor,
ihm sprießt dein Weltgedicht im Humus des Gemüts.

 

Im Flirt mit Dame Gott
Für Paul Wüh

Ach Paul, mein lieber Paul, du dichtest mit Gespür
dich außerhalb der Zeit in eine helle Ferne,
die uns illuminiert wie Aladins Laterne:
Du reibst, und es erscheint dein Vers en miniature.

Es schwingt dein Silbenfuß im Takt und tanzt die Kür
im Flirt mit Dame Gott bis an den Rand der Sterne.
Der eine sucht den Sinn, der andre das Moderne.
So ist nun mal die Welt, was kann Paul Wühr dafür?

Der schmale Trampelpfad erweitert sich zur Pforte.
Was gibt es rundumher, was außerhalb der Worte,
die für uns Wörter sind und kein Begriff darüber?

Was bleibt, ist kurz gesagt des Lebens Paraphrase,
das Übel mit dem Kreuz, das Elend mit der Blase.
So stehen wir perplex dem Wortschrott gegenüber.

harig

Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

 Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 juli 2007.

De Nederlandse romanschrijver en journalist Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914.

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006.

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië.

De natuurkundige en schrijver Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon.

 

 

 

Simon Vinkenoog, Yevgeny Yevtushenko, William Makepeace Thackeray, Jan Gerhard Toonder, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Josepha Mendels, Ludwig Harig, Jan Skorupski, Bobby Henderson

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren en groeide op bij z’n alleenstaande moeder in de Pijp. Op 21-jarige leeftijd begon hij Blurb. In de periode 1950-51 verschenen van dit Nederlandse literaire blad 8 nummers, gestencild en in kleine oplage. Tot nummer 4 werd het tijdschrift door Simon Vinkenoog vanuit Parijs als een eenmanspublicatie uitgegeven. Daarna werkten nog andere experimentele schrijvers mee, Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, WF Hermans, Hans Lodeizen, … . Samen met het tijdschrift Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in. Hij woonde acht jaar in Parijs, waar hij zeven jaar (van 1949 tot 1956) werkzaam was bij de UNESCO. In 1950 debuteerde hij als dichter met Wondkoorts. Van 1968 tot 2004 werkte hij mee aan het alternatieve tijdschrift Bres. Oprichter Ted Klautz vroeg hem destijds om een artikel over LSD voor het twaalfde nummer. Daarna zou een lange reeks bijdragen volgen in de rubriek ‘Wereld in beweging’. Tot op heden trad Vinkenoog maar liefst zesmaal in het huwelijk. In 2004 werd hij officieus gekozen tot Dichter des Vaderlands. Begin 2006 heeft hij samen met Spinvis een nieuw project, waar Vinkenoog gedichten voorleest onder muzikale begeleiding van Spinvis en band. Hiervan is een CD verschenen genaamd Ja!.

Uit: Liefde

“Het opgroeien op school, hoe het zich plagend en snoevend uit. De Nederlander heeft de trekken van leedvermaak in zich, hij lacht om andermans ongeluk, hij heeft een huichelaar achter elke elleboog. O, ik ken hem zo goed. Ik ben er zelf bij geweest.

‘Spreek je moerstaal’, ‘Je moet je niet zo aanstellen’, (het ww aanstellen niets van doen met: aanstelling), Vrijman heeft het eens in de HP onderkend als calvinistisch gebrek aan showbusiness-mentaliteit, er is geen ‘uitgaansleven’ (behalve wij en onze vrienden, overal); tegen elke voorstelling, gebeuren, happening waarvoor hij niet heeft betaald, of die buiten het geaccepteerde vermaakspatroon valt, kijkt de Nederlandse burger aan als een gedupeerde, een indemalinggenomenwordende. Dat is zijn angst.

Ik ben een bereisde Roel. Ik ga vrij uit. Ik bevrijd me, vergroot het Raadsel dat God heet met mijn persoon, ik leef terecht in een raadsel. Ik doe niet niets.

Ik ga niet tegen. Ik doe altijd alles (of zoveel ik kan).

Mijn dagen vullen zich als mijn nachten – ik ken geen verveling; als ik ‘niets’ doe relax ik.

De liefde is de ervaring van het gevecht om erkenning. Ik word erkend, drift, bezinning, vergetelheid, de blues, de vereniging, de pijn die wordt beloond, de straf uitgezeten.

Ik wist zoveel niet, wat had ik losgelaten? Een vrouw, een zoon (ik was achttien en wettelijk meerderjarig, want getrouwd, en aansprakelijk voor m’n daden, maar wie lichtte mij voor? Geen band: kerkgenootschap, familie, ouders, vrienden) en een grote desillusie: de idealistische, historisch-dialektieke materialistische jeugdbeweging (het anjv).

Ook zó ben ik geweest. Een andere wereld (zonder hoerejongens op de Singel bij het Spui, geen ‘stijfselbaan’ nog tussen Munt en Rembrandtsplein). Ik dacht tot de tegenvoeters te behoren, de andersgeaarden; de homofielen (COC-definitie), ook hier liggen gelukkige en ongelukkige ervaringen. Ook via de homoseksualiteit ben ik opgegroeid tot ‘wie ik ben’, na m’n dertigste pas kon en mocht ik ontdekken dat ik niet alleen de vrouwelijke, maar ook de mannelijke rol (aktief na passief) in de homoseksuele liefde kon spelen.

Nu ken ik seks. ‘

simon-vinkenoog

Simon Vinkenoog (Amsterdam, 18 juli 1928)
Portret door Tonny Holsbergen

 

De Russische dichter Yevgeny Yevtushenko werd geboren in Zima in Irkutsk op 18 juli 1933. Hij verhuisde naar Moskou in 1944 waar hij van 1951 tot 1954 aan het Gorki Instituut literatuur studeerde. Zijn eerste belangrijke verhalende gedicht Zima Junction (In het Engels) werd gepubliceerd in 1956, maar internationale roem verwierf hij in 1961 met Bai Yar, waarin hij het Russische en nazistische antisemitisme veroordeelde. Het gedicht werd tot 1984 niet in Rusland zelf gepubliceerd, hoewel het er wel vaak voorgedragen is.

Memento

Like a reminder of this life
of trams, sun, sparrows,
and the flighty uncontrolledness
of streams leaping like thermometers,
and because ducks are quacking somewhere
above the crackling of the last, paper-thin ice,
and because children are crying bitterly
(remember children’s lives are so sweet!)
and because in the drunken, shimmering starlight
the new moon whoops it up,
and a stocking crackles a bit at the knee,
gold in itself and tinged by the sun,
like a reminder of life,

and because there is resin on tree trunks,
and because I was madly mistaken
in thinking that my life was
over,
like a reminder of my life –
you entered into me on stockinged feet.
You entered – neither too late nor too early –
at exactly the right time, as my very own,
and with a smile, uprooted me
from memories, as from a grave.
And I, once again whirling among
the painted horses, gladly exchange,
for one reminder of life,

all its memories

 

Verlaine

The guide was quoting Verlaine to me:
in one gesture of easy fine feeling
he swept his hand over Paris,
under the rustle of the thin rain.
The verses are irrecoverable,
they ripple like water lit by stars.
‘The sound of it, sir, is beautiful.’
I nod, I say the sound is beautiful.
Paris forgets. Verlaine in vellum
standing as if by the decree of God
stiff on the book-shelf of the bourgeoisie.
How beautiful it is with gin and lime
in prospect of a good night of sleep,
that short, discreet reading aloud.
Proper to do some honour to Verlaine.
And beautiful?

Beautiful.
But this
as I remember not as you remember
belongs to you and I return you it.
Verlaine afflicted you. I do not know you.
That misfit of your false pieties
inflamed with alcohol–wrong, you remarked.
Am I too hasty? You distort your faces.
Beautiful?
It murdered him by inches.
He was assassinated. Jeers hit at him
from the street-corners. Your kind of
morality consumed him to ashes.
Oh tight drum-bellies drinking to Verlaine!
–these poet-murderers are poet-quoters.

 

Vertaald door Peter Levi and Robin Milner-Gulland

Yevtushenko

Yevgeny Yevtushenko (Zima, 18 juli 1933)

 

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Onder verschillende pseudoniemen werkte hij mee aan tijdschriften zoals Fraser’s Magazine en Punch. “The Book of Snobs” uit 1846 gaf hem de faam als satiricus van de hypocrisie van de Engelse maatschappij. Zijn doorbraak als romanschrijver kwam er met de publicatie van Vanity Fair in 1847. Een jaar later verscheen The History of Pendennis, een grotendeels autobiografische zedenschildering van de gentry (lagere adel). Velen zien The History of Henry Esmond als zijn meesterwerk, een historische roman uit 1852 die speelt onder koningin Anna. Daarna volgen nog : The Newcomers (1853-1855), The Virginians (1857), Lovel the Widower (1860) en The Adventures of Philip en Denis Duval (1862). Zie ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: Vanity Fair (Vauxhall)

“I KNOW that the tune I am piping is a very mild one (although there are some terrific chapters coming presently), and must beg the good-natured reader to remember, that we are only discoursing at present about a stock-broker’s family in Russell Square, who are taking walks, or luncheon, or dinner, or talking and making love as people do in common life, and without a single passionate and wonderful incident to mark the progress of their loves. The argument stands thus—Osborne, in love with Amelia, has asked an old friend to dinner and to Vauxhall—Jos Sedley is in love with Rebecca. Will he marry her? That is the great subject now in hand.

  We might have treated this subject in the genteel, or in the romantic, or in the facetious manner. Suppose we had laid the scene in Grosvenor Square, with the very same adventures—would not some people have listened? Suppose we had shown how Lord Joseph Sedley fell in love, and the Marquis of Osborne became attached to Lady Amelia, with the full consent of the Duke, her noble father: or instead of the supremely genteel, suppose we had resorted to the entirely low, and described what was going on in Mr. Sedley’s kitchen;—how black Sambo was in love with the cook (as indeed he was), and how he fought a battle with the coachman in her behalf; how the knife-boy was caught stealing a cold shoulder of mutton, and Miss Sedley’s new femme de chambre refused to go to bed without a wax candle; such incidents might be made to provoke much delightful laughter, and be supposed to represent scenes of “life.”

Thackeray

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)

 

De Nederlandse romanschrijver en journalist Jan Gerhard Toonder werd geboren in Rotterdam op 18 juli 1914. Hij was de jongere broer van de striptekenaar en -schrijver Marten Toonder. Jan Gerhard voer korte tijd op zee en studeerde enige tijd economie te Rotterdam. Hij reisde veelvuldig naar Ierland en verbleef geruime tijd op Ibiza. Toonder voorzag in zijn onderhoud als reclametekstschrijver en free-lance journalist. In 1939 debuteerde hij met de roman Een man zet door, het begin van een omvangrijk en sterk gevarieerd oeuvre waarin veel autobiografische elementen een rol spelen. Hij beoefende een breed scala aan genres: hij schreef romans die in de vertellerstraditie staan, experimentele romans, streekromans (bijv. Eiland in de verte, 1959), historische verhalen, verhalen voor damesbladen en science-fictionromans (bijv. Opstaan op zaterdag, 1966). Voorts schreef hij in samenwerking met Anthonie West over astrologie in Het astrologische argument (1971).

Onder de pseudoniemen Jan Nielsen en Gerard Spiegel schreef hij tal van verhalen voor versch. periodieken. Zijn roman De tijger in de staart (1969) vertoont kenmerken van de detectiveroman, maar bevat ook occulte trekken. Het boek verscheen onder het ps. Jurgen Abel. Het meest bekend werd het als boekenweekgeschenk in 1970 gepubliceerde verhaal Kasteel in Ierland. Sterk anekdotisch en autobiografisch zijn de romans De dronken kanarie (1975) en De spin in de badkuip (1976). In 1981 verscheen De hartjacht, het gevarieerde verhaal over een eiland in de Middellandse Zee dat eigendom wordt van een projectontwikkelaar.

Citaat

“De thuisblijvers zeiden wel eens dat het een vlucht was, je terugtrekken uit het echte en belangrijke leven en ergens anders lekker op een goedkoop plekje in de zon gaan zitten, zonder verantwoordelijkheid of zorgen. Zulke dingen zeiden ze van kloosterlingen en kluizenaars ook. Wie dit zeiden, zagen iets over het hoofd. Als je niet meer dagelijks betrokken bent bij het wereldgebeu
ren en niet langer dringt om een plaats op de voorste rijen, dan heb je ook niets om je achter te verschuilen voor het gezelschap van jezelf. Wanneer je de zee en de bomen, de dieren, de sterren, meer gaat liefhebben dan het politiek engagement en de economische conjunctuur, dan kun je je niet meer verbergen voor de grote verwondering. Als je de tijd gaat zien en de stilte gaat horen, kun je niet meer ontkomen aan de zin van het bestaan; en dat is zo’n schrikwekkende verantwoordelijkheid dat je wellicht zult vluchten, terug naar wat ze het echte en belangrijke leven noemen.”

Toonder

Jan Gerhard Toonder (18 juli 1914 – 25 augustus 1992)

 

De Franse schrijfster Nathalie Sarraute werd geboren op 18 juli 1900 in Ivanova, Rusland. Na de scheiding van haar ouders toen zij twee jaar was verhuisde zij met haar moeder naar Parijs. Haar debuut Tropismes (1939) laat zich lezen als poëzie in proza; het is een verzameling van 24 korte schetsen over naamloze personen, waarmee ze naar eigen zeggen de nonverbale verlangens en emoties (‘tropismen’) wilde blootleggen die voorafgaan aan – en schuil gaan achter – alledaagse woordenstromen. Het publiek, maar ook de literaire kritiek, moest er niets van hebben. Ook Sarraute’s ‘antiroman’ Portrait d’un inconnu (1948), waarin ze varieerde op Balzacs Eugénie Grandet, kreeg pas enige bekendheid nadat ze in L’ère du soupçon (1956) aan de hand van essays over onder meer Kafka en Faulkner de traditionele roman had doodverklaard. Vanaf dat moment stond ze bekend als als pionier van de Nouveau Roman (zie Robbe-Grillet), een status die ze bevestigde met Le planétarium (1959, een parabel over het schrijven) en de verhalenbundel Ici (1995, de observaties van een vrouw die lijdt aan geheugenverlies). Behalve romans, verhalen en essays schreef Sarraute nog zes toneelstukken (waarbij ook tropismen de basis vormden) en de autobiografie Enfance (1983). Sarraute’s herinneringen aan een verscheurde jeugd – tussen gescheiden ouders in Rusland en Frankrijk – werden haar grootste publiekssucces.

Uit: Enfance

On a mis dans ma chambre une vieille commode achetée chez un brocanteur, elle est en bois sombre, avec une épaisse plaque de marbre noir, des tiroirs ouverts se dégage une forte odeur de renfermé, de moisi, ils contiennent plusieurs énormes volumes reliés en carton recouvert d’un papier noir à veinules jaunâtres… le marchand a oublié ou peut-être négligé de les retirer… c’est un roman de Ponson du Terrail, Rocambole.

Tous les sarcasmes de mon père… « C’est de la camelote, ce n’est pas un écrivain, il a écrit… je n’en ai, quant à moi, jamais lu une ligne… mais il paraît qu’il a écrit des phrases grotesques… “Elle avait les mains froides comme celles d’un serpent…” c’est un farceur, il se moquait de ses per­sonnages, il les confondait, les oubliait, il était obligé pour se les rappeler de les représenter par des poupées qu’il enfermait dans ses placards, il les en sortait à tort et à travers, celui qu’il avait fait mourir, quelques cha­pitres plus loin revient bien vivant… tu ne vas tout de même pas perdre ton temps… » Rien n’y fait… dès que j’ai un moment libre je me dépêche de retrouver ces grandes pages gondolées, comme encore un peu humides, parsemées de taches verdâtres, d’où émane quelque chose d’intime, de secret… une douceur qui ressemble un peu à celle qui plus tard m’enveloppait dans une maison de province, vétuste, mal aérée, où il y avait partout des petits escaliers, des portes dérobées, des passages, des recoins sombres…”

sarraute2

Nathalie Sarraute (18 juli 1900 – 19 oktober 1999)

 

De Nederlandse schrijver, criticus en politicus Aad Nuis werd geboren op 18 juli 1933 in Sliedrecht. Hij publiceerde in Propria Cures, Hollands weekblad, Tirade, Haagse Post, Ons Erfdeel en de Volkskrant. Hij studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1994 tot 1998 was Nuis staatssecretaris van Onderwijs en Cultuur in het Kabinet-Kok I. In 1998 voegde hij de Concertzender toe aan het publieke bestel. Nuis was ook de man die met de spellingswijziging van 1996 de tussen-n in het Nederlands invoerde.

Drie van Lesbos

De zee is Grieks en blauw, de passagiers
turen zwijgend in drie talen:
geen dolfijn te zien.

*

Hagedis, kleine sauriër,
met jou is het hollen of stilstaan
als een dode tak. Beweegt je oog?

*

Inslag! Daar spat de cipres omhoog.
De olijfboom schiet vol uitroeptekens.
Alles komt goed, sust de vijgenboom.

nuis

Aad Nuis (Sliedrecht, 18 juli 1933)

 

De Nederlandse schrijfster Josepha Judica Mendels werd geboren op 18 juli 1902 te Groningen. Zie ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: Rolien en Ralien (1947)

“- Over reizen gesproken, zou jij naar Parijs willen, Rolien?
– Neen, antwoordt ze, liever naar Amsterdam, want ik kan daarginds niet praten.
– Maar zou jij naar Parijs willen om je in een jongetje te laten veranderen?
– In een jongetje? herhaalt ze verrast.
– Ja heus, dat kan. Maar je moet er heengaan voor je twaalfde verjaardag. En dan kom je terug in een groen manchester pakje.
Nu komt haar moeder binnen. – En met korte haren, zegt haar Vader nog. Deze kleine fantasie schenkt hem de kinderlijke voldoening een ogenblik te mogen geloven aan een zoon. Dat hij deze woorden ook aan het kind meegedeeld heeft, ontgaat hem. Evenals de uitwerking ervan. Het merendeel der ouders zaait zo kwistig het eerste zaad, waaruit die sombere en geweldige plant, eenzaamheid, verrijst. En wanneer onverwacht iets van haar schaduw hen bereikt, stoten zij in naïeve verbazing een of ander zinnetje uit, als: – Hoe komt ons kind toch zo… van wie heeft ze dat in ’s hemelsnaam?

Die avond, als ze zich heeft uitgekleed, gaat ze naakt voor de spiegel staan. – Ik heet Rolien, zegt ze, en dan zal ik Rudolf heten. Maar wat zullen ze daar aan me veranderen? Haar hand glijdt over haar borstjes, omsluit de schuchtere welving, glijdt langs haar smalle dijen. Ze ontdekt de eerste donzige haartjes en denkt: dit hebben de poppen toch niet. Zelfs de oude Moederpop is blank en glad en ik heb het wel… Ik heb het wel. Dat strelen van haar eigen koele vingers over haar warme huid is iets heel prettigs. Ze herhaalt het de avonden die volgen. En zo wordt het een spelletje. Haar spelletje, dat niemand anders in de wereld kent.”

mendels

Josepha Mendels (18 juli 1902 – 10 september 1995)

 

De Duitse schrijver Ludwig Harig werd geboren op 18 juli 1927 in Sulzbach. Al sinds midden jaren vijftig publiceert hij literaire teksten. Ook vertaalde hij Franse literatuur, waaronder werk van Raymond Queneau wiens stijl invloed had op zijn eigen manier van schrijven. Bij een groter publiek werd hij bekend met zijn roman Ordnung ist das ganze Leben uit 1986 waarin hij aan de hand van de levensgeschiedenis van zijn vader ook zijn eigen jeugd en de geschiedenis van zijn familie verwerkte

Uit: Die Wahrheit ist auf dem Platz

I
Es kommt, wie’s kommen muß, wenn Glaube, Hoffnung, Liebe
sich anzuschicken droh’n, als Sinn des Spiels zu gelten –
statt Freiheit von Moral. Die Ethik muß man schelten,
die sich hervorgedrängt: Zum guten Schluß gibt’s Hiebe.

Der Zufall herrscht im Spiel, Gedränge und Geschiebe,
herrscht Einfall des Genies, Gerechtigkeit herrscht selten.
Gebot und Anarchie: Dazwischen liegen Welten.
Im wahren Spiele herrscht die freie Kraft der Triebe.

So schließt sich folgenreich der dunkle Zauberkreis.
Der eine ist belehrt, er fügt sich dem Geheiß
der strengen Disziplin. Der andre ist spontaner.

Was wird das Endspiel sein? Ein hartes Arbeitsstück?
Ein Kunstwerk, filigran? Wem widerfährt das Glück,
dem braven deutschen Mann, dem kecken Brasilianer?

II
Die Aussicht auf den Sieg hält Kahn in seiner Pranke.
Längst sind hinweggefegt der Brite, der Franzose,
der tapfre Belgier auch in seiner roten Hose:
Zwei matte eins zu null: Hoch lag die letzte Schranke.

Gibt’s nun das alte Spiel, Gezerre und Gezanke?
Ein mancher wagt beherzt die flippige Prognose
dem Augenschein zum Trotz: Vielleicht trifft unser Klose,
wenn Schneider ihn bedient mit einer schönen Flanke.

Hilft wohl ein Stoßgebet? Es zollen ihm Tribut
die Frau aus Ingolstadt, der Mann vom Zuckerhut:
Da muß der liebe Gott zwangsläufig sich entscheiden.

Ist es der weiße Gott, der schwarze Gott, der gelbe?
Ich kenne mich nicht aus. Ganz gleich ob es derselbe:
Der Sieger darf sich freu’n, wer unterliegt, muß leiden.

Harig

Ludwig Harig (Sulzbach 18 juli 1927)

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Behalve schrijven heeft Skorupski nog een aantal andere werkterreinen. Zo is hij docent muziek, wiskunde en filosofie, beheerder van een galerie en van een theater en medeoprichter van de internationale kunstenaarsgroep nula horo en van het Esperanto-PEN-Centro. Zijn teksten verschijnen in het Duits, Pools en Esperanto. Jan Stanisław Skorupski is Zitsers burger en woont in Zürich.

Der 1. Januar

auf dem San Marco zu Silvester
brodelt die wirrwärrige Masse
so formiert sich die neue Klasse
mit Petarden-Chaos-Orchester

wenn du ein bisschen Freiheit empfinden willst
geh weg weit von der Masse
in den Hafen des Gedank-Abenteuers
für die Stille kamen die schlimmen Zeiten

du findest in der einsamen Gondel
nur die Ursache des Seufzers
den Trug-Effekt der Ausgelassenheit

die Kanäle sind angeschwollen von Champagner
trotzdem: es ist nicht leicht Erinnerungen zu versenken
wenn du nachhaus frühmorgens zurückkehrst

Skorupski

Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)

 

De natuurkundige en schrijver Bobby Henderson werd geboren op 18 juli 1979 in Roseburg, Oregon. Henderson schreef in juni 2005 een brief  om te protesteren tegen het besluit van de Kansas State Board of Education om intelligent design als alternatief voor de biologische evolutie in het onderwijs op te nemen. In de open brief getuigde Henderson van zijn geloof in de bovennatuurlijke Schepper, genoemd het Flying Spaghetti Monster, ofwel de Spaghedeity omdat hij gelijkenis vertoond met spaghetti en gehaktballen.

Uit: The Gospel of the Flying Spaghetti Monster (2006)

The Eight “I’d Really Rather You Didn’ts”

1.I’d really rather you didn’t act like a sanctimonious holier-than-thou ass when describing my noodly goodness. If some people don’t believe in me, that’s okay. Really, I’m not that vain. Besides, this isn’t about them so don’t change the subject.

2.I’d really rather you didn’t use my existence as a means to oppress, subjugate, punis
h, eviscerate, and/or, you know, be mean to others. I don’t require sacrifices, and purity is for drinking water, not people.

3.I’d really rather you didn’t judge people for the way they look, or how they dress, or the way they talk, or, well, just play nice, Okay? Oh, and get this into your thick heads: woman = person. man = person. Samey = Samey. One is not better than the other, unless we’re talking about fashion and I’m sorry, but I gave that to women and some guys who know the difference between teal and fuchsia.

4.I’d really rather you didn’t indulge in conduct that offends yourself, or your willing, consenting partner of legal age AND mental maturity. As for anyone who might object, I think the expression is go f*** yourself, unless they find that offensive in which case they can turn off the TV for once and go for a walk for a change.

5.I’d really rather you didn’t challenge the bigoted, misogynistic, hateful ideas of others on an empty stomach. Eat, then go after the b*******.

6.I’d really rather you didn’t build multi million-dollar churches/temples/mosques/shrines to my noodly goodness when the money could be better spent (take your pick):

A.Ending poverty

B.Curing diseases

C.Living in peace, loving with passion, and lowering the cost of cable
7.I might be a complex-carbohydrate omniscient being, but I enjoy the simple things in life. I ought to know. I AM the creator.

I’d really rather you didn’t go around telling people I talk to you. You’re not that interesting. Get over yourself. And I told you to love your fellow man, can’t you take a hint?

8.I’d really rather you didn’t do unto others as you would have them do unto you if you are into, um, stuff that uses a lot of leather/lubricant/Las Vegas. If the other person is into it, however (pursuant to #4), then have at it, take pictures, and for the love of Mike, wear a CONDOM! Honestly, it’s a piece of rubber. If I didn’t want it to feel good when you did it I would have added spikes, or something.” 

Henderson

Bobby Henderson (Roseburg, 18 juli 1979)

Adam en het Flying Spaghetti Monster
Geen portret beschikbaar