Dolce far niente, Lucy Maud Montgomery, Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm

Dolce far niente

 

 
Juin en Languedoc door Michel Vézinet, z.j.

 

A Summer Day

I
The dawn laughs out on orient hills
And dances with the diamond rills;
The ambrosial wind but faintly stirs
The silken, beaded gossamers;
In the wide valleys, lone and fair,
Lyrics are piped from limpid air,
And, far above, the pine trees free
Voice ancient lore of sky and sea.
Come, let us fill our hearts straightway
With hope and courage of the day.
II
Noon, hiving sweets of sun and flower,
Has fallen on dreams in wayside bower,
Where bees hold honeyed fellowship
With the ripe blossom of her lip;
All silent are her poppied vales
And all her long Arcadian dales,
Where idleness is gathered up
A magic draught in summer’s cup.
Come, let us give ourselves to dreams
By lisping margins of her streams.
III
Adown the golden sunset way
The evening comes in wimple gray;
By burnished shore and silver lake
Cool winds of ministration wake;
O’er occidental meadows far
There shines the light of moon and star,
And sweet, low-tinkling music rings
About the lips of haunted springs.
In quietude of earth and air
‘Tis meet we yield our souls to prayer.

 

 
Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
De haven van New London (vroeger Clifton), Prince Edward Island, de geboorteplaats van de dichteres

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Toen Robert Ross op donderdag 29 november om 10.20 vanuit het zuiden in Parijs aankwam, gealarmeerd door een telegram van Reginald Turner met de tekst ‘Almost hopeless’, en hij met eigen ogen had gezien hoe hopeloos Wildes ziekbed inderdaad was, besloot hij op zoek te gaan naar een priester die de stervende dichter in extremis zou kunnen bijstaan. Dat had er niet alleen mee te maken dat Ross, net als Turner trouwens, van huis uit zelf rooms-katholiek was, het was in de eerste plaats een logisch uitvloeisel van Oscar Wildes eigen, levenslange fascinatie voor de Kerk van Rome. Hoewel hij in zijn ontvankelijke jaren evenzeer dweepte met de Griekse mythologie en haar pantheïstische rijkdom, ofschoon hij in 1876 toetrad tot de vrijmetselarij, en zijn jaren van sybaritisch esthetendom op het eerste gezicht slechts een zeer wereldlijke indruk maken, is het rooms-katholicisme als ‘de grootste en meest romantische godsdienst’ een telkens terugkerend geestelijk ideaal voor hem geweest. Na zijn vrijlating uit de gevangenis van Reading in 1897 was het zijn eerste aandrang om in het klooster te treden, maar het antwoord dat hij per omgaande van de jezuïeten op Farm Street in Londen ontving, namelijk dat hij daar eerst een jaar over moest nadenken, moet hem – impulsief als hij was – niet alleen als teleurstellend maar ook als onrealistisch hebben getroffen. Dat veranderde evenwel niets aan zijn voornemen om zich ooit tot het Roomse geloof te bekeren, en bij gelegenheid van zijn laatste bezoek aan Rome, in het voorjaar van 1900, zocht hij zo vaak de pauselijke zegen te verkrijgen, als wilde hij zich daarmee opladen voor zijn vaste voornemen om naar de katholieke Kerk over te gaan. In elk geval, zo had hij reeds jaren tevoren gezegd, is het rooms-katholicisme de enige godsdienst om in te sterven.
Robert Ross had dus groot gelijk toen hij die donderdagmiddag 29 november op zoek ging naar een priester. Maar dat was niet zo eenvoudig, want het moest wel iemand zijn die Engels sprak. Om vier uur ’s middags vond hij de toen eenendertigjarige Ierse Broeder van het Heilig Kruis Father Cuthbert Dunne, verbonden aan de Engelse R.K. Kerk van Saint-Joseph op de Avenue Hoche nr. 50, bereid om hem onmiddellijk te vergezellen, terug naar de rue des Beaux-Arts.”
Op grond van zijn priesterlijke waardigheid heeft Father Dunne bijna een halve eeuw lang geweigerd om te reageren op de speculaties en verdachtmakingen die het sterfbed en de bekering van Oscar Wilde bleven omringen. Een van de telkens opgeworpen vragen was of Wilde wel voldoende bij kennis is geweest om de hem toegediende riten geldigheid te verlenen. Maar Father Dunne bewaarde een categorisch zwijgen, tot hij in de jaren veertig opnieuw een nogal malicieus artikel las, waarin aan de bekering werd getwijfeld met een beroep op de Wilde-biografie van de aarts-fantast, journalist en amateur-Casanova Frank Harris, die zich trouwens zelf indertijd verre van Wildes sterfbed had gehouden.”


Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)
Het graf van Oscar Wilde op Père-Lachaise in Parijs

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

„Was wollte ich eigentlich damals haben? Das, was der Verlag Hartleben im Klappentext annoncierte? Einen Autor, aus dessen Schriften man so leicht belehrt, so angenehm unterhalten werden kann? Ich wollte mich nicht belehren lassen. Auch nicht auf angenehme Weise. Ich war auf der Suche nach Lesegrotten, in die ich hineinspazieren konnte, in denen ich mich verlaufen konnte. Diese Begegnung ist nicht ohne Folgen geblieben. Etwas glühte nach von damals, von den Überraschungen im Umgang mit seinen Büchern; und etwas von heute strahlt zurück auf dieses Erlebnis; etwas von heute, wo Jules Verne ganz in der Nähe von Kafka und Beckett und Robert Walser in meinem Regal steht. Lesen und Leben sind bei mir, meine ich, zu stark miteinander vermischt. Das eine ist ohne das andere nicht denkbar. Aber gerade deshalb ist es auch schwer, mit Sicherheit zu sagen, was damals diesen außergewöhnlichen Eindruck auf mich gemacht hat. Seine Komik, seine Phantastik, seine eigenartige Poesie haben mich wahrscheinlich mehr fasziniert als das technische Inventar. So wie ich heute (und auf die Kopulation zwischen zwei Zeitabschnitten kommt es mir an) Verne nicht als den großen technischen Vorausschauer sehe.
Das, was er an technischem Beiwerk anbietet, kann man ohne Mühe auch in den zeitgenössischen illustrierten Zeitungen, in Reiseberichten und Sachbüchern nachlesen. Verne hat das auch gelesen. Er hat alles geplündert, was ihm in die Hände kam. Er schnitt, sammelte, klebte wieder zusammen; und aus diesen Fetzen entstanden unerhört bizarre Bilderbogen mit merkwürdig zusammengeschrumpften Perspektiven. Er ist nicht der Erfinder der Ballone und Unterseeboote und Flugmaschinen, aber er setzt sie in Bewegung, und sie bewegen sich nach seinem Kommando in seinen Büchern, die zugleich magisch sind und real, komisch und melancholisch, grausam zärtlich entsetzlich und poetisch und fratzenhaft und fabelhaft.“


Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)
Saalfeld/Saale, markt

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

Uit:Die beiden Hälften der Walnuss

„Zwar wissen wir auch über viele andere Länder der Erde meist weniger als »gefühlt«; im Falle Bulgariens nimmt diese Unkenntnis aber manchmal gespenstische Züge an. Eine Anekdote des in Wien lebenden Schriftstellers Di-mitrd Dinev veranschaulicht das auf humorvolle Weise. Dinev wurde oft gefragt, woher er denn stamme. Kaum hatte er geantwortet: »Aus Bulgarien«, kam auch schon die Gegenfrage: wo das denn liege? Eines Tages wurde es ihm zu bunt. Er beschloss, den Spieß umzudrehen und die Probe aufs Exempel zu machen. »Im Norden., so begann Dinev seine Umschreibung, »grenzt es an Rumä-nien mit der Donau als Grenzfluss. Im Osten haben wir das Schwarze Meer. Im Südosten den europäischen Zipfel der Türkei. Im Süden Griechenland, und im Westen Mazedonien und Serbien. Na, jetzt dürfte es aber kinderleicht sein, oder?. Doch sein Gegenüber runzelte die Stirn, schaute ihn entgeistert an und stammelte: »Aber … da ist doch nichts?!« Ein weiterer Klassiker ist der Bu-Bu-Effekt, der auch vor Menschen mit abgeschlossenem Hochschulstudium und einem Reiseverhalten, das über Stranddestinationen mit Sonnengarantie hinausgeht, nicht Halt macht. Er schlägt vorzugsweise auf Stehempfängen und anderen Small-Talk-Treffen zu: »Wo leben Sie eigentlich?«
»In Bulgarien..
»Ah, in Bukarest?« »Nein, die bulgarische Hauptstadt heißt Sofia.« »Ach ja, natürlich, entschuldigen Sie. Und wie lebt es sich so in Rumänien?. Die gängigen Erklärungen für Bulgariens Totalabsenz in vielen Köpfen sind meines Erachtens nicht sehr triftig. Langjährige Abriegelung hinter dem Eisernen Vorhang ist kein Spezifikum Bulgariens; sie betraf auch andere Länder, in denen nach dem Zweiten Weltkrieg kommu-nistische Parteien, mehr oder weniger ferngesteuert von der Kommunistischen Partei der Sowjetunion, an die Macht gehievt wurden. Formen der kyrillischen Schrift werden auch in Serbien, der Ukraine und Russland be-nutzt; und die Schrift der Griechen können auch nur wenige Westeuropäer lesen. Die angebliche Kleinheit des Landes wird durch häufige Erwähnung ebenfalls nicht wahrer: Bulgarien steht unter den bislang 47 Staa-ten, die ganz oder teilweise zu Europa gezählt werden, mit 110.000 Quadratkilometern an sechzehnter Stelle, lässt also ganze 31 Staaten, Kleinstaaten und europäische Staatenteile hinter sich; bei der Bevölkerung belegt es mit mehr als 7 Millionen Menschen an zwan7irter Stelle einen oberen Mittelfeldplatz.“

 
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

A Day Off (Lucy Maud Montgomery)

Dolce far niente

 

Sleeping Angel door Kelly Borsheim, 2010-2012

 

A Day Off

Let us put awhile away
All the cares of work-a-day,
For a golden time forget,
Task and worry, toil and fret,
Let us take a day to dream
In the meadow by the stream.

We may lie in grasses cool
Fringing a pellucid pool,
We may learn the gay brook-runes
Sung on amber afternoons,
And the keen wind-rhyme that fills
Mossy hollows of the hills.

Where the wild-wood whisper stirs
We may talk with lisping firs,
We may gather honeyed blooms
In the dappled forest glooms,
We may eat of berries red
O’er the emerald upland spread.

We may linger as we will
In the sunset valleys still,
Till the gypsy shadows creep
From the starlit land of sleep,
And the mist of evening gray
Girdles round our pilgrim way.

We may bring to work again
Courage from the tasselled glen,
Bring a strength unfailing won
From the paths of cloud and sun,
And the wholesome zest that springs
From all happy, growing things.

 

Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
Clifton, nu New London, vuurtoren. Lucy Maud Montgomery werd geboren in Clifton

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 1 en ook deel 2.

Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Britse staatsman en schrijver Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock op 30 november 1874. Zie ook alle tags voor Winston Churchill op dit blog.

Uit:The Crossing

“These lapses of my father’s were a perpetual source of wonder to me,–and, I must say, of delight. They occurred only when a passing traveller who hit his fancy chanced that way, or, what was almost as rare, a neighbor. Many a winter night I have lain awake under the skins, listening to a flow of language that held me spellbound, though I understood scarce a word of it.
“Virtuous and vicious every man must be,
Few in the extreme, but all in a degree.”
The chance neighbor or traveller was no less struck with wonder. And many the time have I heard the query, at the Cross-Roads and elsewhere, “Whar Alec Trimble got his larnin’?”
The truth is, my father was an object of suspicion to the frontiersmen. Even as a child I knew this, and resented it. He had brought me up in solitude, and I was old for my age, learned in some things far beyond my years, and ignorant of others I should have known. I loved the man passionately. In the long winter evenings, when the howl of wolves and “painters” rose as the wind lulled, he taught me to read from the Bible and the “Pilgrim’s Progress.” I can see his long, slim fingers on the page. They seemed but ill fitted for the life he led.
The love of rhythmic language was somehow born into me, and many’s the time I have held watch in the cabin day and night while my father was away on his hunts, spelling out the verses that have since become part of my life.“

 
Winston Churchill (30 november 1874 – 24 januari 1965)

Doorgaan met het lezen van “Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara”

Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Britse staatsman en schrijver Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock op 30 november 1874. Zie ook alle tags voor Winston Churchill op dit blog.

Uit: The Crossing

“I was born under the Blue Ridge, and under that side which is blue in the evening light, in a wild land of game and forest and rushing waters. There, on the borders of a creek that runs into the Yadkin River, in acabin that was chinked with red mud, I came into the world a subject ofKing George the Third, in that part of his realm known as the province ofNorth Carolina.
The cabin reeked of corn-pone and bacon, and the odor of pelts. It had two shakedowns, on one of which I slept under a bearskin. A rough stone chimney was reared outside, and the fireplace was as long as my father was tall. There was a crane in it, and a bake kettle; and over it great buckhorns held my father’s rifle when it was not in use. On other horns hung jerked bear’s meat and venison hams, and gourds for drinking cups, and bags of seed, and my father’s best hunting shirt; also, in a neglected corner, several articles of woman’s attire from pegs. These once belonged to my mother. Among them was a gown of silk, of a fine, faded pattern, over which I was wont to speculate. The women at the Cross-Roads, twelve miles away, were dressed in coarse butternut wool and huge sunbonnets. But when I questioned my father on these matters he would give me no answers.
My father was–how shall I say what he was? To this day I can only surmise many things of him. He was a Scotchman born, and I know now that he had a slight Scotch accent. At the time of which I write, my early childhood, he was a frontiersman and hunter. I can see him now, with his hunting shirt and leggings and moccasins; his powder horn, engraved with wondrous scenes; his bullet pouch and tomahawk and hunting knife. He was a tall, lean man with a strange, sad face. And he talked little save when he drank too many “horns,” as they were called in that country.” 


Winston Churchill (30 november 1874 – 24 januari 1965)

Doorgaan met het lezen van “Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara”

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook alle tags voor Sir Philip Sidney op dit blog.

 

Astrophel and Stella: I

Loving in truth, and fain in verse my love to show,

That she, dear she, might take some pleasure of my pain,–

Pleasure might cause her read, reading might make her know,

Knowledge might pity win, and pity grace obtain,–

I sought fit words to paint the blackest face of woe;

Studying inventions fine her wits to entertain,

Oft turning others’ leaves, to see if thence would flow

Some fresh and fruitful showers upon my sunburn’d brain.

But words came halting forth, wanting invention’s stay;

Invention, Nature’s child, fled step-dame Study’s blows;

And others’ feet still seem’d but strangers in my way.

Thus great with child to speak and helpless in my throes,

Biting my truant pen, beating myself for spite,

“Fool,” said my Muse to me, “look in thy heart, and write.”

 

Astrophel and Stella: III

Let dainty wits cry on the sisters nine,

That, bravely mask’d, their fancies may be told;

Or, Pindar’s apes, flaunt they in phrases fine,

Enam’ling with pied flowers their thoughts of gold.

Or else let them in statelier glory shine,

Ennobling newfound tropes with problems old;

Or with strange similes enrich each line,

Of herbs or beasts which Ind or Afric hold.

For me, in sooth, no Muse but one I know;

Phrases and problems from my reach do grow,

And strange things cost too dear for my poor sprites.

How then? even thus: in Stella’s face I read

What love and beauty be; then all my deed

But copying is, what in her Nature writes.

 

Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Gedenksteen inSt Paul’s Cathedral, Londen

Doorgaan met het lezen van “Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara”

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het  kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

The Bargain

 

My true love hath my heart, and I have his,

By just exchange one for another given:

I hold his dear, and mine he cannot miss,

There never was a better bargain driven:

My true love hath my heart, and I have his.

 

His heart in me keeps him and me in one,

My heart in him his thoughts and senses guides:

He loves my heart, for once it was his own,

I cherish his because in me it bides:

My true love hath my heart, and I have his.

 


Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Standbeeld in Shrewsbury

 

Doorgaan met het lezen van “Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara”

Jan G. Elburg, Mark Twain, John McCrae, Jonathan Swift, Philip Sidney, John Bunyan, Rudolf Lavant, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2007 en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Aubade voor zedelijke normen

En het gaat voort. wij maken het hof aan een vliegveld.
vinden wij. goed goed goed praten zullen wij niet.
het is tijd voor een lief gebed: knieën uit de broek
gekipt en sneeuw bestellen om een oude vaderfabel
voor ongelovige ogen op te voeren.
was u neer? was u gepoot? was u verzekerd
tegen uw eigen gevoel van ongelijk? wat lijkt
u het beste van al die engelen met straalaandrijving?
boog u diep? was u deemoedig? wij maken het hof.
praten moet ik. goed goed. praten moet ik.
op zekere dag waren wij met onze zakken vol

van zekerheden. rookten zij onze woorden als sigaren.
stonden wij voor een muizenfluim besef.
woonden wij. ternauwernood. leidden wij
de dag in met lang opstaan, jankend om zeep
van vergetelheid. om de jeuk van ons voorhoofd
te wassen.

en het gaat voort. wij op trams voor de dromen
vluchtend, voor de ogen van onze scholingsboeken,
voor de verstelde vrouwen en dekens, voor de kolen,
voor het ontbijt, eer de kinderen ons aankijken,
wilden vervellen uit de waarheid, van schaamte
geschoren zijn met gave kaken. men moet leven kunnen
zonder lange tanden van alsem in de mond die praten
moet. stil, wij maken het hof aan een vliegveld.
Een ijver kenmerkt ons om het zaad van onze daden
chloorkalk te ofreren. op vrijersvoeten gaan wij onszelf
becijferen. of wij een verbazend bestaan beëindigen.
of wij zijn opgeleid. had u een moeder? had u te eten?
wij hadden een moeder uit angst voor ons willen.
en het gaat voort.

 

 

Heks Heks

Tover jij?
je leeft zo eenvoudig
als duizend anderen
binnen een tent van Frans katoen
met je borsten in twee kleine voorkamers
binnen een huisje van dunne kleren
zo klein zo klein
dat je benen de straat op moeten

je droomt zo bescheiden in je ogen
je werkt zo eenvoudig met je schouders
als duizend en een vrouwen
waarom moet mijn stem dan buigen
of een prinses voorbijkomt?

ik geef mij over
er komt een onmetelijke
vredige luchtvloot over

bekèn het maar je
(heks heks)
doet het, nietwaar, toveren.

elburg

Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

 

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens) werd geboren op 30 november 1835 te Florida. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Uit: The War Prayer

 

“It was a time of great and exalting excitement. The country was up in arms, the war was on, in every breast burned the holy fire of patriotism; the drums were beating, the bands playing, the toy pistols popping, the bunched firecrackers hissing and spluttering; on every hand and far down the receding and fading spread of roofs and balconies a fluttering wilderness of flags flashed in the sun; daily the young volunteers marched down the wide avenue gay and fine in their new uniforms, the proud fathers and mothers and sisters and sweethearts cheering them with voices choked with happy emotion as they swung by; nightly the packed mass meetings listened, panting, to patriot oratory which stirred the deepest deeps of their hearts, and which they interrupted at briefest intervals with cyclones of applause, the tears running down their cheeks the while; in the churches the pastors preached devotion to flag and country, and invoked the God of Battles beseeching His aid in our good cause in outpourings of fervid eloquence which moved every listener. It was indeed a glad and gracious time, and the half dozen rash spirits that ventured to disapprove of the war and cast a doubt upon its righteousness straightway got such a stern and angry warning that for their personal safety’s sake they quickly shrank out of sight and offended no more in that way.

Sunday morning came — next day the battalions would leave for the front; the church was filled; the volunteers were there, their young faces alight with martial dreams — visions of the stern advance, the gathering momentum, the rushing charge, the flashing sabers, the flight of the foe, the tumult, the enveloping smoke, the fierce pursuit, the surrender! Then home from the war, bronzed heroes, welcomed, adored, submerged in golden seas of glory! With the volunteers sat their dear ones, proud, happy, and envied by the neighbors and friends who had no sons and brothers to send forth to the field of honor, there to win for the flag, or, failing, die the noblest of noble dea
ths. The service proceeded; a war chapter from the Old Testament was read; the first prayer was said; it was followed by an organ burst that shook the building, and with one impulse the house rose, with glowing eyes and beating hearts, and poured out that tremendous invocation
God the all-terrible! Thou who ordainest! Thunder thy clarion and lightning thy sword!”

 

mark-twain

Mark Twain (30 november 1835 – 21 april 1910)

 

De Canadese dichter, schrijver, arts, kunstenaar en militair (Luitenant-kolonel) John Alexander McCrae werd geboren in Guelph (Ontario) op 30 november 1872. Hij heeft zich onderscheiden in de Boerenoorlog (1899-1902) waaraan hij als arts-vrijwilliger deelnam. In 1901 nam hij ontslag uit militaire dienst en wijdde zich aan een medische carrière tot op 4 augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij zich opnieuw meldde als vrijwilliger. Hij werd benoemd tot arts bij de First Brigade van de Canadian Field Artillery. McCrae schreef met een zekere regelmaat gedichten waarvan ook een aantal in literaire bladen werd geplaatst. Op 22 april 1915 werden de eerste aanvallen met  chloorgas ingezet te Boezinge, de plaats waar McCrae als arts frontdienst verrichtte tijdens de gevechten. Diep onder de indruk van de gebeurtenissen schreef hij op 3 mei het gedicht In Flanders Fields, misschien wel het meest bekende gedicht uit deze oorlog. McCrae is gestorven aan een longontsteking en hersenvliesontsteking, dienstdoend in een veldhospitaal. Hij is 45 jaar oud geworden.

 

In Flanders Fields

 

In Flanders fields the poppies blow

Between the crosses, row on row,

That mark our place; and in the sky

The larks, still bravely singing, fly

Scarce heard amid the guns below.

 

We are the Dead. Short days ago

We lived, felt dawn, saw sunset glow,

Loved and were loved, and now we lie,

In Flanders fields.

 

Take up our quarrel with the foe:

To you from failing hands we throw

The torch; be yours to hold it high.

If ye break faith with us who die

We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.

 

 

 

The Anxious Dead

 

O guns, fall silent till the dead men hear

Above their heads the legions pressing on:

(These fought their fight in time of bitter fear,

And died not knowing how the day had gone.)

 

O flashing muzzles, pause, and let them see

The coming dawn that streaks the sky afar;

Then let your mighty chorus witness be

To them, and Caesar, that we still make war.

 

Tell them, O guns, that we have heard their call,

That we have sworn, and will not turn aside,

That we will onward till we win or fall,

That we will keep the faith for which they died.

 

Bid them be patient, and some day, anon,

They shall feel earth enwrapt in silence deep;

Shall greet, in wonderment, the quiet dawn,

And in content may turn them to their sleep.

 

john_mccrae

John McCrae (30 november 1872 – 28 januari 1918)

 

De Engelse schrijver Jonathan Swift werd op 30 november 1667 in Dublin geboren uit Engelse ouders. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Uit: Gullivers Reizen (Vertaald door Sem Davids)

 

Mijn naam is Lemuel Gulliver. In het jaar 1699 was ik scheepsdokter op een groot zeilschip, de Antilope. We voeren van Engeland naar Oost-Indië. Het was gezellig aan boord. Af en toe werd er iemand ziek en dan maakte ik hem weer beter. Maar grote rampen hadden we eigenlijk nog niet meegemaakt. Tot het op een dag, op 5 november 1699, vreselijk hard begon te stormen. Ons schip waaide heen en weer en we waren allemaal erg bang. De matrozen waren de hele tijd aan het jammeren, en de stuurman trok uit alle macht aan het stuur, om ervoor te zorgen dat het schip niet omsloeg. En ik?

Nou ja, het enige wat ik kon doen was mezelf goed vasthouden aan een grote paal. En die paal was mijn redding. Want een grote golf kwam, tilde het schip hoog op, en sloeg het in stukken uiteen op het woeste water. Ik voelde hoe ik in het koude water landde, en bleef mezelf vasthouden aan de paal. In de verte hoorde ik mijn naam schreeuwen: “Gulliver! Gulliver!” Maar al gauw hoorde ik niets meer.

Ik weet niet hoe lang ik in dat water heb gelegen. Maar uiteindelijk zag ik land. Met mijn laatste krachten zwom ik er naartoe. Uitgeput viel ik op het warme zand, en daar moet ik in slaap zijn gevallen.

Toen ik wakker werd, was ik helemaal stijf. Ik moest wel acht uur geslapen hebben. Ik wilde opstaan en mezelf eens lekker uitrekken… maar ik kon me niet bewegen! En toen voelde ik, dat ik met honderden kleine touwtjes vastgebonden zat! Om me heen hoorde ik allemaal stemmetjes. Toen voelde ik iets over mijn lichaam lopen. Met veel moeite tilde ik mijn hoofd op, en ik zag dat het een heel klein mannetje was. Het mannetje was niet groter dan mijn hand. Maar hij was niet alleen. Om mij heen en op mijn lichaam zag ik honderden kleine mensjes. Ze zagen er keurig gekleed uit en liepen opgewonden heen en weer. Ik hoorde heel vaak het woord “Lilliput, Lilliput!” dus ik denk dat ze daarmee bedoelden dat dit het eiland Lilliput was, en dat zij Lilliputters waren. Veel van die Lilliputters hadden een kleine pijl en boog, die ze op mij hadden gericht. Ik probeerde me los te rukken van de touwen, maar de kleine mensen schoten pijlen op me. Die pijlen waren vlijmscherp en deden gemeen zeer. Ik besloot maar rustig te blijven liggen om te zien wat ze van me wilden.

Een mannetje, dat heel deftige kleren aanhad, klom via mijn been omhoog en liep over mijn lichaam naar mijn borst. Daar bleef hij staan en hij begon tegen mij te praten. Maar de taal die hij sprak verstond ik niet. Toen hij uitgepraat was, liet ik met gebaren weten dat ik honger had. Dat begreep hij. Er kwamen ineens honderd Lilliputters aan, met kleine manden vol eten. Er was brood, maar dat was niet groter dan de nagel van mijn duim. En het vlees was niet groter dan de vleugel van een musje. Ik at wel drie stukken vlees tegelijk, en stopte vier broden tegelijk in mijn mond. De mensen keken vol verbazing toe. Toen liet ik merken dat ik graag wilde drinken. De kleine mensjes wisten al wel dat ze met een heel grote beker moesten komen, dus kwamen ze met een grote regenton. Voor mij was het niet groter dan een yoghurtbekertje, maar er waren drie Lilliputters voor nodig om hem te tillen.”

 

Swift_portrait

Jonathan Swift (30 november 1667 – 19 oktober 1745)
Portret van Swift in Marble Hill House, London

 

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het  kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

My True Love Hath My Heart, And I Have His 

 

My true-love hath my heart, and I have his,

By just exchange, one for the other giv’n.

I hold his dear, and mine he cannot miss;

There never was a better bargain driv’n.

His heart in me keeps me and him in one,

My heart in him his thoughts and senses guides;

He loves my heart, for once it was his own;

I cherish his, because in me it bides.

His heart his wound received from my sight:

My heart was wounded with his wounded heart;

For as from me, on him his hurt did light,

So still me thought in me his hurt did smart:

Both equal hurt, in this change sought our bliss:

My true love hath my heart and I have his.

 

 

Some Lovers Speak 

 

Some lovers speak when they their Muses entertain,

Of hopes begot by fear, of wot not what desires:

Of force of heav’nl
y beams, infusing hellish pain:

Of living deaths, dear wounds, fair storms, and freezing fires.

 

Some one his song in Jove, and Jove’s strange tales attires,

Broidered with bulls and swans, powdered with golden rain;

Another humbler wit to shepherd’s pipe retires,

Yet hiding royal blood full oft in rural vein.

 

To some a sweetest plaint a sweetest style affords,

While tears pour out his ink, and sighs breathe out his words:

His paper pale despair, and pain his pen doth move.

 

I can speak what I feel, and feel as much as they,

But think that all the map of my state I display,

When trembling voice brings forth that I do Stella love.

 

SidneyVAold

Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)
Naar een miniatuur van Sir Isaac Oliver

 

De Engelse dichter en schrijver John Bunyan werd geboren op 30 november 1628 in Harrowden bij Bedford. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Upon The Lord’s Prayer 

 

Our Father which in heaven art,

Thy name be always hallowed;

Thy kingdom come, thy will be done;

Thy heavenly path be followed

By us on earth as ‘tis with thee,

We humbly pray;

And let our bread us given be,

From day to day.

Forgive our debts as we forgive

Those that to us indebted are:

Into temptation lead us not,

But save us from the wicked snare.

The kingdom’s thine, the power too,

We thee adore;

The glory also shall be thine

For evermore.

 

bunyan

John Bunyan (30 november 1628 – 31 augustus 1688)
Standbeeld in Bedford

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Lavant (eig. Richard Cramer) werd geboren op 30 november 1844 in Leipzig. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

In der Vorstadt

 

(Nach dem Englischen des Francis W. L. Adams)

 

In finstrer Nacht, durch koterfüllte Gassen,

In dem Kanalgewirr und unter Bäumen

Der dumpfe Taktschritt ungesehner Massen,

Ein stöhnend Atmen wie aus wüsten Träumen!

Gespenstisch alles! Nur ein Lichtlein wacht –

Das ist der Vormarsch der Armee der Nacht!

 

Die Wunden all, die durch die Nacht Vertierten,

Die da in Höhlen und in Gruben wohnen,

Die Frau’n, die tränenlos ins Dunkel stierten,

Sie ziehen alle mit uns wie Dämonen.

Schließt eure Reihn! Welch blanker Schimmer lacht?

Die Bajonette der Armee der Nacht!

 

Mann, Weib und Kind, so kommen wir gezogen,

In erzner Säule, schweigend und gewaltsam.

Es drängen sich die Reihn wie Meereswogen,

Düster und feierlich und unaufhaltsam.

Der Dämm’rung zu, die leis im Ost entfacht,

Wälzt sich die drohende Armee der Nacht!

 

Lavant

Rudolf Lavant (30 november 1844 – 6 december 1915)

 

De Britse staatsman en schrijver Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock op 30 november 1874. Zie ook mijn blog van 30 november 2007 en ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Uit: Speech before Commons (June 4, 1940)

 

“We are assured that novel methods will be adopted, and when we see the originality, malice and ingenuity of aggression which our enemy displays we may certainly prepare ourselves for every kind of novel stratagem and every kind of brutal and treacherous manoeuvre. I think no idea is so outlandish that it should not be considered and viewed with a watchful, but at the same time steady, eye.

We must never forget the solid assurances of sea power and those which belong to air power if they can be locally exercised. I have myself full confidence that if all do their duty and if the best arrangements are made, as they are being made, we shall prove ourselves once again able to defend our island ho
me, ride out the storms of ware outlive the menace of tyranny, if necessary, for years, if necessary, alone.

At any rate, that is what we are going to try to do. that is the resolve of His Majesty’s Government, every man of them. that is the will of Parliament and the nation. The British Empire and the French Republic, linked together in their cause and their need, will defend to the death their native soils, aiding each other like good comrades to the utmost of their strength, even though a large tract of Europe and many old and famous States have fallen or may fall into the grip of the Gestapo and all the odious apparatus of Nazi rule.

We shall not flag nor fail. We shall go on to the end. We shall fight in France and on the seas and oceans; we shall fight with growing confidence and growing strength in the air. We shall defend our island whatever the cost may be; we shall fight on beaches, landing grounds, in fields, in streets and on the hills. We shall never surrender and even if, which I do not for the moment believe, this island or a large part of it were subjugated and starving, then our empire beyond the seas, armed and guarded by the British Fleet, will carry on the struggle until in God’s good time the New World with all its power and might, sets forth to the liberation and rescue of the Old. .”

 

churchill

Winston Churchill (30 november 1874 – 24 januari 1965)

 

De Canadese schrijfster Lucy Maud Montgomery werd geboren in Clifton op 30 november 1874. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

Uit: Anne Of Green Gables

 

“Mrs. Rachel Lynde lived just where the Avonlea main road dipped down into a little hollow, fringed with alders and ladies’ eardrops and traversed by a brook that had its source away back in the woods of the old Cuthbert place; it was reputed to be an intricate, headlong brook in its earlier course through those woods, with dark secrets of pool and cascade; but by the time it reached Lynde’s Hollow it was a quiet, well-conducted little stream, for not even a brook could run past Mrs. Rachel Lynde’s door without due regard for decency and decorum; it probably was conscious that Mrs. Rachel was sitting at her window, keeping a sharp eye on everything that passed, from brooks and children up, and that if she noticed anything odd or out of place she would never rest until she had ferreted out the whys and wherefores thereof.
There are plenty of people, in Avonlea and out of it, who can attend closely to their neighbors business by dint of neglecting their own; but Mrs. Rachel Lynde was one of those capable creatures who can manage their own concerns and those of other folks into the bargain.
She was a notable housewife; her work was always done and well done; she “ran” the Sewing Circle, helped run the Sunday-school, and was the strongest prop of the, Church Aid Society and Foreign Missions Auxiliary. Yet with all this Mrs. Rachel found abundant time to sit for hours at her kitchen window, knitting “cotton warp” quilts–she had, knitted sixteen of them, as Avonlea housekeepers were wont to tell in awed voices-and keeping a sharp eye on the main road that crossed the hollow and wound up the steep red hill beyond. Since Avonlea occupied a little triangular peninsula jutting out into the Gulf of St. Lawrence, with water on two sides of it, anybody who went out of it or into it had to
pass over that hill road and so run the unseen gauntlet of Mrs. Rachel’s all-seeing eye.”

 

lucy-maud-montgomery 

Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)