Troostlied voor wie met Kerst alleen is (Willem Wilmink)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Kerstmis door Nemakin Aleksandr, 2010

 

Troostlied voor wie met Kerst alleen is

Wees niet zo bang voor kerst.
Het zijn twee dagen,
dat is niet meer dan achtenveertig uur.
En uren, het ene vlug, het andere trager,
uren vervliegen op den duur.

Raak niet verloren in herinneringen,
wees toch een beetje wijzer deze keer.
Zing maar ‘Stille nacht’ als je kunt zingen,
want stil zal het zijn, die nachten. Zeer.

Zing in jezelf: ‘De witte vlokken zweven.’
Terwijl de regen langs de pannen ruist.
Het kind is niet in Bethlehem gebleven:
Het is naar Golgotha verhuisd.

Gedenk de dieren op de schalen en borden,
die zitten meer dan jij in de puree.
Eten is beter dan gegeten worden
ook in de glans van Lucas 2.

Zeg ‘nee’ als mensen je te eten vragen,
want in een andermans gelukkige gezin
daar is de kerstboom enkel te verdragen
met een uitslaande brand erin.

Wees niet zo bang voor Kerst.
Het zijn twee dagen.

 


Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)
Kerstsfeer in Enschede, de geboorteplaats van Willem Wilmink

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

 

Toen (Jan Boerstoel)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Gerard van Honthorst: De aanbidding door de herders, 1622

 

Toen

Kerstmorgen vroeg… De prille jaren vijftig leden
buiten voelbaar onder de winterkou,
de rode kolenkachel was nog amper lauw,
maar de elektra-kaarsjes in de kerstboom deden

hun best, de kleine jongen wreef zijn handen,
maar bleef zich warmen aan hun zachte stille licht,
zo af en toe kneep hij zijn ogen dicht,
waardoor het nét leek of er echte kaarsjes brandden.

De mooie kaart van oma op het schrijfbureau,
“Gelukkig Kerstfeest” las hij… En dat was ook zo.

 

 
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)
Kerstsfeer op Het Plein in Den Haag

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Christmas Eve (Carol Ann Duffy)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 


Peter Paul Rubens: De aanbidding door de herders, ca. 1608

 

Christmas Eve

‘To Ella’

Time was slow snow sieving the night,
a kind of love from the blurred moon;
your small town swooning, unabashed,
was Winter’s own.

Snow was the mind of Time, sifting
itself, drafting the old year’s end.
You wrote your name on the window-pane
with your young hand.

And your wishes went up in smoke,
beyond where a streetlamp studied
the thoughtful snow on Christmas Eve,
beyond belief,

as Time, snow, darkness, child, kindled.
Downstairs, the ritual lighting of the candles.

 

 
Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)
George Square, Glasgow in de Kersttijd

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

Der Weihnachtsbaum (Hoffmann von Fallersleben)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Kerstmis door Felix Ehrlich, 1889

 

Der Weihnachtsbaum

Ich lag und schlief, da träumte mir
ein wunderschöner Traum;
es stand auf unserm Tisch vor mir
ein hoher Weihnachtsbaum.

Und bunte Lichter ohne Zahl,
die brannten ringsumher,
die Zweige waren allzumal
von goldnen Äpfeln schwer.

Und Zuckerpuppen hingen dran:
Das war mal eine Pracht!
Da gab´s, was ich nur wünschen kann
und was mir Freude macht.

Und als ich nach dem Baume sah
und ganz verwundert stand,
nach einem Apfel griff ich da,
und alles, alles schwand.

Da wacht´ ich auf aus meinem Traum.
Und dunkel war´s um mich:
Du lieber, schöner Weihnachtsbaum,
sag an, wo find´ ich dich?

Da war es just, als rief er mir:
“Du darfst nur artig sein,
dann steh´ ich wiederum vor dir —
jetzt aber schlaf nur ein!

Und wenn du folgst und artig bist,
dann ist erfüllt dein Traum,
dann bringet dir der Heil´ge Christ
den schönsten Weihnachtsbaum.”

 

 
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De Michaeliskirche in Fallersleben. De kerk werd in 1805 gebouwd door de vader van de dichter

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

Weihnachten (Max Dauthendey)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
De aanbidding van de herders door Charles Le Brun, 1689

 

Weihnachten

Die eisige Straße mit Schienengeleisen,
Die Häusermaße in steinernen Reih’n,
Der Schnee in Haufen, geisterweißen,
Und der Tag, der blasse, mit kurzem Schein.

Der Kirchtüre Flügel sich stumm bewegen,
Die Menschen wie Schatten zur Türspalte gehn;
Bekreuzen die Brust, kaum dass sie sich regen,
Als grüßen sie jemand, den sie nur sehn.

Ein Kindlein aus Wachs, auf Moos und Watten,
Umgeben von Mutter und Hirten und Stall,
Umgeben vom Kommen und Gehen der Schatten,
Liegt da wie im Mittelpunkte des All.

Und Puppen als Könige, aus goldnen Papieren,
Und Mohren bei Palmen, aus Federn gedreht,
Sie kamen auf kleinen und hölzernen Tieren,
Knien tausend und tausend Jahr im Gebet.

Sie neigen sich vor den brennenden Kerzen;
Als ob im Arm jedem ein Kindlein schlief,
Siehst du sie atmen mit behutsamen Herzen
Und lauschen, ob das Kind sie beim Namen rief.

        

 
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Würzburg, de geboorteplaats van Max Dauthendey

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind (Annette von Droste-Hülshoff)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Aanbidding der herders door Theodoor van Loon, ca. 1620

 

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind,
Im Kripplein eng und klein,
Das Kindlein ist ein Gotteskind,
Nennt erd’ und Himmel sein.

Zu Bethlehem, da liegt im Stall,
Bei Ochs und Eselein,
Der Herr, der schuf das Weltenall,
Als Jesukindchen klein.

Von seinem gold’nen Thron herab
Bringt’s Gnad und Herrlichkeit,
Bringt jedem eine gute Gab’,
Die ihm das Herz erfreut.

Der bunte Baum, vom Licht erhellt,
Der freuet uns gar sehr,
Ach, wie so arm die weite Welt,
Wenn’s Jesukind nicht wär’!

Das schenkt uns Licht und Lieb’ und Lust
In froher, heil’ger Nacht.
Das hat, als es nichts mehr gewußt,
Sich selbst uns dargebracht.

Oh, wenn wir einst im Himmel sind,
Den lieben Englein nah,
Dann singen wir dem Jesukind
Das wahre Gloria.

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff, de geboorteplaats van Annette von Droste-Hülshoff

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Christmas (John Betjeman)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Aanbidding der herders door Sebastiano Conca, 1720

 

Christmas

The bells of waiting Advent ring,
The Tortoise stove is lit again
And lamp-oil light across the night
Has caught the streaks of winter rain
In many a stained-glass window sheen
From Crimson Lake to Hookers Green.

The holly in the windy hedge
And round the Manor House the yew
Will soon be stripped to deck the ledge,
The altar, font and arch and pew,
So that the villagers can say
‘The church looks nice’ on Christmas Day.

Provincial Public Houses blaze,
Corporation tramcars clang,
On lighted tenements I gaze,
Where paper decorations hang,
And bunting in the red Town Hall
Says ‘Merry Christmas to you all’.

And London shops on Christmas Eve
Are strung with silver bells and flowers
As hurrying clerks the City leave
To pigeon-haunted classic towers,
And marbled clouds go scudding by
The many-steepled London sky.

And girls in slacks remember Dad,
And oafish louts remember Mum,
And sleepless children’s hearts are glad.
And Christmas-morning bells say ‘Come!’
Even to shining ones who dwell
Safe in the Dorchester Hotel.

And is it true,
This most tremendous tale of all,
Seen in a stained-glass window’s hue,
A Baby in an ox’s stall ?
The Maker of the stars and sea
Become a Child on earth for me ?

And is it true ? For if it is,
No loving fingers tying strings
Around those tissued fripperies,
The sweet and silly Christmas things,
Bath salts and inexpensive scent
And hideous tie so kindly meant,

No love that in a family dwells,
No carolling in frosty air,
Nor all the steeple-shaking bells
Can with this single Truth compare –
That God was man in Palestine
And lives today in Bread and Wine.

 
John Betjeman (28 augustus 1906 – 19 mei 1984)
Londen, Somerset House in de kersttijd. John Betjeman werd geboren in Londen.

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Kerstmis op de 408 (Jacques Schreurs)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Nativité door Jean-Baptiste Marie Pierre, ca. 1760

 

Kerstmis op de 408

Een stille Sloveen had het uitgedacht
Zoo’n vreemde man die geen tijding wacht
In een doode gang van de 408.

Wat doet een zwerver al met zijn tijd,
Wat doet al een kind in de eenzaamheid
Met zijn smart, zijn hart en zijn handen…..?
De wereld blijft hem vreemd en ver,
Zijn hart een duizelende ster,
Die nergens zal belanden….

Maar luistert hoe het Kerstmis was:
Een Kindje onder een oude jas,
Sterren en schapen en groen mos en gras
En een krib voor het steenen Kindje,
Een os en een ezel in een hol,
De schapen waren van witte wol,
En een Engel met een banderol
Van Gloria de wangen bol,
Kwam zingend aangevlogen.

Het Meisje hield haar handjes gevouwd,
De Man één hand voor de oogen;
Zij was iets te jong en hij iets te oud:
Sint Jozef had een rok van goud,
Maria een parelgrijze……;
De beeldjes sneed hij zelf uit hout,
De herders en ook de Wijzen.

De herders keken schuin en zoet,
Eén koning was er zwart als roet
En allen wel moe van reizen:
De koningen stonden met hun staf
Van wichelaars en rijken,
Een beetje te veel nog en achteraf,
Naar het steenen Kindje te kijken.

Een mijnlamp en een lampion
Lichtte de kompels vóór,
Waar het allernachtelijkst feest begon
En het lied en het nachtelijk koor,
Wie vierden ooit kerstmis zoo dicht bij de hel? –
Zei een zwarte man tot zijn zwarte gezel.

Toen werden zij stil en hun stem werd zacht
Ze wisten niet recht wàt het was:
De stille Sloveen of de heilige nacht,
Of het kindeke onder de jas
Ze gaven elkander de hand op het Kind,
Daar stonden die donkere kolossen,
Met oogen van gruis en tranen blind;
En een dwaze man, die kuste het Kind,
Dat de wereld komt verlossen
En altijd weer ergens een kribbe vindt –
En hooi en stroo en de adem van haar ossen.

 


Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)
Sittard, de kerk van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Jacques Schreurs werd geboren in Sittard.

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Kleine liederen voor den Kerstnacht (Gabriël Smit)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
De verkondiging aan de herders door Jacapo Bassano, 1557-58

 

Kleine liederen voor den Kerstnacht

I
Zing van den vrede,
de schaduw valt snel,
speel hier beneden
Gods kinderspel:

de snuivende dieren,
de schamele stal,
de wind door de kieren,
het deert niemendal.

het Kind in het midden,
Maria erbij,
het mompelend bidden
van Jozef terzij.

de stralende landen,
het hart van den tijd,
o fonkelend branden:
Gods vreedzaamheid.

geen kwade geruchten,
geen vijand, geen moord,
geen lafheid te duchten,
geen dubbel woord.

het jubelend zingen
van engelen, ver,
de stilte der dingen,
de rust van de ster –

zing van den vrede,
de schaduw valt snel.
speel hier beneden
Gods kinderspel.

 

 
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)
Utrecht, Pandhof. Gabriël Smit werd geboren in Utrecht.

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Am zweiten Weihnachtstage (Annette von Droste-Hülshoff)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Weihnachtsmarkt door Hans G. Jentzsch, 1907

 

Am zweiten Weihnachtstage
[Stephanus]

Jerusalem, Jerusalem!
Wie oft erschollen ist sein Ruf;
Du spieltest sorglos unter dem
Verderben, unter Rosses Huf
Und Rades Wucht. Schau, darum ist
Verödet deine Stätte worden,
Und du ein irres Küchlein bist,
Sich duckend unter Geierhorden.

Vorüber ist die heil’ge Zeit,
Wo deine Sinne ihn erkannt;
Noch seiner Wunder Herrlichkeit
Zieht nur als Sage durch das Land.
Der Weise wiegt sein schweres Haupt,
Der Tor will dessen sich entschlagen,
Und nur die fromme Einfalt glaubt
Und mag die Opfergabe tragen.

O bringt sie nur ein willig Tun,
Ein treues Kämpfen zum Altar,
Dann wird auf ihr die Gnade ruhn,
Ein hohes Wunder immerdar.
Doch bleibt es wahr: der Gegenwart
Gebrochen sind gewalt’ge Stützen,
Seit unsren Sinnen trüb und hart
Verhüllt ward seiner Zeichen Blitzen.

War einst erhellt der schwanke Steg,
Und klaffte klar der Abgrund auf,
Wir müssen suchen unsren Weg
Im Heiderauch ein armer Hauf.
Des Glaubens köstlich teurer Preis
Ward wie gestellt auf Gletschers Höhen;
Wir müssen klimmen über Eis
Und schwindelnd uns am Schlunde drehen.

Was, Herr, du ließest fort und fort,
Hat in die Seele wohl gebrannt;
Doch bleibt es ein geschriebnes Wort,
Unsichtbar die lebend’ge Hand.
Ach, nur wo Grübeln nicht und Stolz
Am Stamme nagt seit Tag und Jahren,
Blieb frisch genug das mark’ge Holz,
Frei durch Jahrtausende zu fahren.

So ist es, wehe, schrecklich wahr,
Daß Mancher, der zum starken Mast
Geschaffen, in der Zeit Gefahr
Die Glaubenssegel hat gebraßt,
Nun dürre Säule nackt und schwer
Nur krachend kündet durch das Wehen,
Hier sei in Zweifels schwarzem Meer
Ein mächtig Schiff am Untergehen.

O sende, Retter, deinen Blitz,
Der ihm den frommen Hafen hellt,
Da einst der starke Mast als Sitz
Der Pharuslampe sei gestellt.
Es trägt Gebirge ja dein Land,
Wo Cedern sich zu Cedern einen;
Laß nicht ein Sturmlicht den Verstand
Und einen Fluch die Kraft erscheinen!

Als Stephanus mit seinem Blut
Besiegelte den Christussinn,
Da legten Mörder, heiß vor Wut,
Zu eines Jünglings Füßen hin,
Der stumm und finster sich gesellt,
Die Kleider staubig, schweißbefeuchtet:
Und der ward Paulus, Christi Held,
Des Strahl die ganze Welt durchleuchtet.

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Winter op Burg Hülshoff, waar von Droste-Hülshoff werd geboren.

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.