Drie Koningen (Willem de Mérode), Carl Sandburg

 

Bij het feest van Driekoningen

 

Aanbidding der wijzen door Bartolomé Esteban Murillo, ca. 1655

 

Drie Koningen

Hij, met zijn fonkelende oogen
In ’t bruine perkament gelaat,
Buigt ’t hoofd en houdt de knie gebogen
En kust de voet van ’t Kind dat staat

En stort de schatting zijner landen:
Het toornig roode goud, ter aard,
En voelt den greep der kleine handen
Bewegen in zijn breeden baard.

Hij, in den witten wollen kleede,
Die zijn vrijwillig lachen won,
Kostert zich in den hoogen vrede,
Een stapelwolk verguld van zon.

Hij brengt den triesten wierook, zoete
Herinnering aan vreugde en waan,
En aan berouw, gebed en boete,
En bidt den kleinen Koning aan.

En hij, die gladgeboende zwarte
In ’t flodderige groen habijt,
Die met zijn zwoel zwaarmoedig harte
Nadert tot Gods blijmoedigheid,

Hij brengt de bittre mirr’, die booze
Nijd, en halsstarigge overmoed,
En al de vunzige en vooze
Begeerten bijt uit ’t troebel bloed.

Toen hij nog weifelde om ’t te vragen,
Droeg hij het trapllend Jongsken al.
Maria loech vol welbehagen.
Jozef kuischte den leemen stal.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Andreaskerk in Spijk, de geboortgeplaats van Willem de Mérode

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Drie ballen

Jabowsky’s huis ligt in een zijstraat en alleen de regen wast de stoffige drie ballen.
Toen ik een maand geleden langs het raam liep lagen daar in trotse afzondering:
Een familiebijbel met het koperen slot eraf, een houten klok met verdwenen slinger,
En een porseleinen crucifix met het glazuur gekerfd waar de linker elleboog van Jezus wordt afgebeeld.
Ik liep er vandaag langs en ze waren er allemaal, liggend in trotse afzondering,
de klok en het crucifix zeiden niet meer en niet minder dan voorheen,
en een gele kat lag in een streepje zon te slapen naast de familiebijbel met het slot eraf.
Alleen de regen wast de stoffige drie ballen voor Jabowsky’s huis in een zijstraat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Carl Sandburg. Borstbeeld door Avard T. Fairbanks, 1958

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.  

Weihnachten (Theodor Storm), Kerstgedicht (Joseph Brodsky)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Weihnachten in Niederbobritzsch/Sachsen mit Kirche und Pfarrhaus door Burkhard Foltz, 2015

 

Weihnachten

Mir ist das Herz so froh erschrocken,
das ist die liebe Weihnachtszeit!
Ich höre fern her Kirchenglocken
mich lieblich heimatlich verlocken
in märchenstille Herrlichkeit.

Ein frommer Zauber hält mich wieder,
anbetend, staunend muß ich stehn;
es sinkt auf meine Augenlider
ein goldner Kindertraum hernieder,
ich fühl’s, ein Wunder ist geschehn.

 

Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Husum, de geboorteplaats van Theodor Storm, in kerstsfeer

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Kerstgedicht

Stel je eens voor, die nacht een lucifer afstrijken
en door de kieren in de vloer de kou meekrijgen;
neem een leeg bord om daar een maaltijd op te missen
en voel vervolgens de woestijn – die overal is.

Stel je de stal voor: daar een lucifer afstrijken
en naar de beesten en de vuurkorf, het gereedschap kijken
en met een handdoek je gezicht afdrogen: zo misschien
het ingepakte kind en Jozef en Maria zien.

Stel je de wijzen voor, de trage karavanen
richting de stal, drie lijnen, overal vandaan,
richting de ster. De lading kraakt, een koebel klinkt,
het schemert donkerblauw boven het kind
dat zelf geen klokken hoort – die moet hij nog verdienen.

En stel je God voor in het verre donker
die voor het eerst zichzelf ziet in dit mensenkind –
een thuisloze die zich in deze thuisloze terugvindt.

 

Vertaald door Menno van der Beek

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Portret door Robert Morgan, 1986

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zur heiligen Weihnacht (Adolph Kolping)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

De geboorte van Christus door Jean-Baptiste Marie Pierre,
2e helft 18e eeuw

 

Zur heiligen Weihnacht

Es strebte aus der Nacht des Lebens
Die Menschheit stets nach Glück und Licht,
Doch suchte sie den Weg vergebens
Jahrtausende und fand ihn nicht.

Da liess den Friedensgruss erschallen
Durch Engelsmund das Christuskind,
Es bot den wahren Frieden allen,
Die eines guten Willens sind.

Es nahm auf sich der Menschheit Bürde
Und gab des reinen Herzens Glück,
Es gab dem Weibe seine Würde,
Dem Sklaven gab es sie zurück.

O, lasst uns dieses Kindlein preisen,
Das uns versöhnte mit dem Grab,
Das uns das grosse Ziel der Weisen,
Den Frieden und die Wahrheit, gab.

Ihr Mütter, eilt im Geist zur Krippe,
In der das Kindlein Jesu lag,
Und betet nicht bloss mit der Lippe,
Nein, mit dem Herzen betet nach:

“O Jesu, segne mein Bestreben
Für meine Kinder, dass ich sie,
Die Du für Dich mir hast gegeben,
Für Deinen Himmel auch erzieh’!

Lass mich sie lehren, Dir zu dienen,
Steh Du mir auch, Maria, bei,
Damit ein jedes unter ihnen
Dem Kinde Jesu ähnlich sei!”

Heil euch, ihr Mütter, Heil am Tage
Der Rechenschaft, wenn jede dann
Auf ihres Richters ernste Frage
Mit frohem Herzen sagen kann:

“Die Kinder, Herr, die ich geboren,
Ich führte sie zum Heil, zum Glück,
Ich habe keines Dir verloren,
Ich geb’ sie Dir, mein Gott, zurück!”

 

Adolph Kolping (8 december 1813 – 4 december 1865)
Schloss Loersfeld in Kerpen. Adolph Kolping werd in Kerping geboren.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn blog van 25 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

De kerstboom (Martinus Nijhoff), Ingo Baumgartner

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

De aanbidding door de herders door Guido Reni, 1642

 

De kerstboom

De kaarsen branden tusschen mandarijnen,
Sneeuwsterren, speelgoed en gekleurde noten.
De kind’ren zingen, en de dauw der groote
Oogen beweegt en blinkt in ’t trillend schijnen.

Hoor hoe ze zingen: ‘Nu zijt wellekome’ –
‘k Voel moeders hand weer die de mijne houdt,
En huiver bij den geur van ’t schroeiend hout
Als toen ik zong: ‘Gij zijt van ver gekomen -’

En daar staat weer de stal van Bethlehem,
Sneeuw op het dak en licht door roode ramen! –
– Moeder, wij waren veel te lang niet samen,
– Ik heb het lied vergeten met uw stem.

Zij strijkt weer door mijn haar en zegt: ‘Ach jongen,
Elk jaar dat jij er niet bent bij geweest,
Meende ik je stem te hooren, hier op ’t feest,
Vlak naast me en weenend als de kind’ren zongen.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Kerstsfeer in Den Haag, de geboorteplaats van Martinus Nijhoff

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Kerstmarkt

Bomen dragen ronde vruchten,
sparren siert een lichtjeskrans.
Vlokken tuimelen in het dichte
takkenwerk der mooi verlichte
bomen, dansen er een rondedans.

Mensen haasten zich in lange rijen
Vakmanschap naast snuisterijen.
Feestlantaarns aan de wanden,
Glanzend suikerwerk en lekkernijen
stralen als door toverhanden.

Kerstmarkten alom ingericht,
mensenmassa’s zonder overzicht,
maar behorend tot die oorden,
waar de zware ernst van woorden
ten onder gaat in ‘t warme licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maria Verkündigung (Johannes Rothensteiner), Kenneth Rexroth

Bij de 4e zondag van de Advent

 

De Annunciatie door Mathieu Le Nain, ca. 1650

 

Maria Verkündigung

Das Mondlicht ruht wie Schnee so bleich
Auf Dach und First in stiller Stunde,
Und durch den weiten Traumbereich
Geht weihevoll geheime Kunde:
Mir ist, als stünde still die Zeit,
Und dort sei Nazareth am Hügel,
Und jenes Haus, mondglanzbeschneit,
Es lausche bang dem Klang der Flügel.

So kehrt im Sternenlauf zurück
Die ewig gnadenreiche Stunde,
Da Erdenleid und Himmelsglück
Versöhnt sich küßten Mund an Munde,
Die Stunde, da beim Engelsgruß
Des Vaters Wort ist Fleisch geworden,
Und Stern an Stern zum Friedensschluß
Rauschten in mächtigen Akkorden.

Mir ist, als stünde still die Zeit,
Versenkt in ihrer Andacht Schauer,
Als öffne sich der Himmel weit
Dem Sehnenden aus Angst und Trauer;
Wie einst im Kinderparadies
Vermeint das Auge durchzudringen,
Bis wo am Thron gebeugten Knies
Die Seraphim ihr Loblied singen.

Lebendig webt und wogt die Nacht
Von ungeahnten Heimlichkeiten;
Ein neues Leben ist erwacht;
Der Himmel ruht am Herz der Zeiten.
O wundervoll Mysterium
In dieses Lebens Nacht und Trauer;
Wie fühlt die Seele freudig stumm
Der Ewigkeit verhaltne Schauer!

Sternbilder zittern tief im Blau
Gleichwie der Harfen goldne Saiten;
Und, o! die wunderholde Frau,
Die Auserwählte aller Zeiten!
Es steigt ein süß-geheimes Graun
Aus meines Herzens tiefster Fülle;
Mir ist, als sei zum lichten Schaun
Erblüht des Glaubens Knospenhülle,

Als sei die Zeitlichkeit verrauscht
Und Erdenglück und -weh versunken;
Denn meine ganze Seele lauscht
Nur himmelan, vor Freude trunken.
Die Nacht der Schatten ist vorbei;
Es ruht beseligt das Verlangen,
Und was der Friede Gottes sei,
Ist leis dem Herzen aufgegangen.

 

Johannes Rothensteiner (21 januari 1860 – 26 september 1936)
Kerstsfeer in St. Louis (Missouri), de geboorteplaats van Johannes Rothensteiner

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Ademtocht en engelen: Alleen deze nacht

Maanlicht nu boven Malibu
De winternacht de paar sterren
Ver weg miljoenen kilometers
De zee gaat maar door
Voor altijd over de hele aarde
Ver zo ver als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als je ogen
Liefje liefje liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen dit
Ons ene voor eeuwig
Zo klein zo oneindig
Zo kortstondig zo onmetelijk
Onvergankelijk als onze handen die elkaar raken
Zo onsterfelijk als de door vuur verlichte wijn die we drinken
Almachtig als deze enkele kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit zal
Eindigen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

St. John Baptist (Thomas Merton), Kenneth Patchen

Bij de 3e zondag van de Advent

 

De prediking van Johannes de Doper door Mattia Preti, ca. 1665.
Fine Arts Museums of San Francisco

 

St. John Baptist

I
When, for the fifteenth year, Tiberius Caesar
Cursed, with his reign, the Roman world,
Sharing the Near-East with a tribe of tetrarchs,
The Word of God was made in far-off province:
Deliverance from the herd of armored cattle,
When, from the desert, John came down to Jordan.

But his prophetic messages
Were worded in a code the scribes were not prepared to understand.
Where, in their lexicons, was written: “Brood of vipers,”
Applied, that is, to them?

“Who is this Lamb, Whose love
Shall fall upon His people like an army:
Who is this Savior, Whose sandal-latchet
This furious Precursor is afraid to loose?”

His words of mercy and of patience shall be flails
Appointed for the separation of the wheat and chaff.
But who shall fear the violence
And crisis of His threshing-floor
Except the envious and selfish heart?
Choose to be chaff, and fear the Winnower,
For then you never will abide His Baptism of Fire and Spirit.
You proud and strong,
You confident in judgment and in understanding,
You who have weighed and measured every sin
And have so clearly analyzed the prophecies
As to be blinded on the day of their fulfillment:
Your might shall crumble and fall down before Him like a wall,
And all the needy and the poor shall enter in,
Pass through your ruins, and possess your kingdom.

This is the day that you shall hear and hate
The voice of His beloved servant.
This is the day your scrutiny shall fear
A terrible and peaceful angel, dressed in skins,
Knowing it is your greedy eyes, not his, that die of hunger.
For God has known and loved him, from his mother’s womb,
Remembering his name, filling his life with grace,
Teaching him prophecy and wisdom,
To burn before the Face of Christ,
Name Him and vanish, like a proclamation.

II
Tell us, Prophet, Whom you met upon the far frontier
At the defended bridge, the guarded outpost.

“I passed the guards and sentries,
Their lances did not stay me, or the gates of spikes

Or the abysses of the empty night.
I walked on darkness

To the place of the appointed meeting:
I took my sealed instructions,
But did not wait
For compliment or for congratulation from my hidden Captain.
Even at my return
I passed unseen beside the stern defenders
In their nests of guns,
And while the spies were trying to decode some secret
In my plain, true name.
I left them like the night wind.”

What did you learn on the wild mountain
When hell came dancing on the noon-day rocks?

“I learned my hands could hold
Rivers of water
And spend them like an everlasting treasure.
I learned to see the waking desert
Smiling to behold me with the springs her ransom,
Open her clear eyes in a miracle of transformation,
And the dry wilderness
Suddenly dressed in meadows,
All garlanded with an embroidery of flowering orchards
Sang with a virgin’s voice,
Descending to her wedding in these waters
With the Prince of Life.
All barrenness and death lie drowned
Here in the fountains He has sanctified,
And the deep harps of Jordan
Play to the contrite world as sweet as heaven.”

But did your eyes buy wrath and imprecation
In the red cinemas of the mirage?

“My eyes did not consult the heat of the horizon:
I did not imitate the spurious intrepidity
Of that mad light full of revenge.
God did not hide me in the desert to instruct my soul
In the fascism of as asp or scorpion.
The sun that burned me to an Arab taught me nothing:
My mind is not in my skin.
I went into the desert to receive
The keys of my deliverance
From image and from concept and from desire.
I learned not wrath but love,
Waiting in darkness for the secret stranger
Who, like an inward fire,
Would try me in the crucibles of His unconquerable Law:
His heat, more searching than the breath of the Simoon,
Separates love from hunger
And peace from satiation,
Burning, destroying all the matrices of anger and revenge.
It is because my love, as strong as steel, is armed against all hate
That those who hate their own lives fear me like a sabre.”

III
St. John, strong Baptist,
Angel before the face of the Messiah
Desert-dweller, knowing the solitudes that lie
Beyond anxiety and doubt,
Eagle whose flight is higher than our atmosphere
Of hesitation and surmise,
You are the first Cistercian and the greatest Trappist:
Never abandon us, your few but faithful children,
For we remember your amazing life,
Where you laid down for us the form and pattern of
Our love for Christ,
Being so close to Him you were His twin.
Oh buy us, by your intercession, in your mighty heaven,
Not your great name, St. John, or ministry,
But oh, your solitude and death:
And most of all, gain us your great command of graces,
Making our poor hands also fountains full of life and wonder
Spending, in endless rivers, to the universe,
Christ, in secret, and His Father, and His sanctifying Spirit.

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
Detail van het altaarretabel (het grootste in Frankrijk) in de kerk Saint-Pierre te Prades, de geboorteplaats van Thomas Merton.

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911 in Niles, Ohio. Zie ook alle tags voor Kenneth Patchen op dit blog.

 

Schepping

Waar de doden ook zijn, ze daar zijn en
Niets meer. Maar jij en ik kunnen verwachten
Engelen te zien in het weidegras die lijken
Op koeien –
En waar we ook zijn in het paradijs
in een gemeubileerde kamer zonder bad en
zes verdiepingen hoog
Is alles God! Wij lezen
Elkaar voor, genietend van het geluid van de s’en
Die uitglijden over de f’s en veel is goed
Genoeg om het haar op ons hoofd overeind te laten staan, zoals Rilke en Wilfred Owen

Elke persoon die van een andere persoon houdt,
Waar ook ter wereld, is bij ons in deze kamer –
Ook al zijn er slagvelden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Patchen (13 december 1911 – 8 januari 1972)

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13 december ook mijn blog van 13 december 2018 en ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Allerzielen (Bert Deben), Ilse Aichinger

Bij Allerzielen

 

Allerzielen door Josef Jíra, 1984

 

Allerzielen

Hij wandelt door de Winterlaan
vermoeidheid tekent zijn gezicht
maar elke stap is heel gericht
hij weet waar hij naartoe wil gaan

het is niet ver meer hier vandaan
gedachten in zichzelf gericht
de nevel glinstert in het licht
de weg die hij graag in wil slaan

hij ziet een glimlach in de mist
gezichten uit verleden tijd
ze groeten hem, hij ziet voldaan
hoe zij op hem te wachten staan

hij zegt dat hij is voorbereid
en voor zichzelf al heeft beslist.

 

Bert Deben (Antwerpen, 1960)
De Antwerpse begraafplaats Schoonselhof

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Voorlopig advies

Ten eerste
moet je geloven
dat het dag wordt,
als de zon opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja.
Ten tweede
moet je geloven
en met alle macht,
dat het nacht wordt,
als de maan opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja
of knik meegaand met je hoofd,
dat accepteren ze ook.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blogs van 2 november 2018.

A Poem For All Saints Day (Stephen Spender), Ilse Aichinger

Bij Allerheiligen

 

Glas-in-lood-raam in All Saints’ Church, Stamford, Lincolnshire

 

A Poem For All Saints Day

I think continually of those who were truly great.
Who, from the womb, remembered the soul’s history
Through corridors of light, where the hours are suns,
Endless and singing. Whose lovely ambition
Was that their lips, still touched with fire,
Should tell of the Spirit, clothed from head to foot in song.
And who hoarded from the Spring branches
The desires falling across their bodies like blossoms.

What is precious, is never to forget
The essential delight of the blood drawn from ageless springs
Breaking through rocks in worlds before our earth.
Never to deny its pleasure in the morning simple light
Nor its grave evening demand for love.
Never to allow gradually the traffic to smother
With noise and fog, the flowering of the spirit.

Near the snow, near the sun, in the highest fields,
See how these names are fêted by the waving grass
And by the streamers of white cloud
And whispers of wind in the listening sky.
The names of those who in their lives fought for life,
Who wore at their hearts the fire’s centre.
Born of the sun, they travelled a short while toward the sun
And left the vivid air signed with their honour.

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995) Interieur van All Saints Church in Londen, de geboorteplaats van Stephen Spender

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Winterantwoord

De wereld is gemaakt uit stof
die overweging vereist:
geen ogen meer
om de witte weiden te zien
geen oren in de takken
om hetgeroezemoes van de vogels te horen.
Grootmoeder, waar zijn je lippen gebleven
om de grassen te proeven
en wie ruikt voor ons de hemel ten einde,
wiens wangen wrijven zich vandaag
nog kapot aan de muren in het dorp?
Is het niet een donker bos,
waar we in zijn geraakt?
Nee, grootmoeder, het is niet donker
Ik weet het, ik woonde lang
bij de kinderen aan de rand,
en het is ook geen bos.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Corpus Christi (Evelyn Underhill), William Styron, Christoph Meckel

Bij Sacramentsdag

 

De sacramentsprocessie In Sitges door Arcadi Mas i Fondevila, 1887

 

Corpus Christi

Come, dear Heart!
The fields are white to harvest: come and see
As in a glass the timeless mystery
Of love, whereby we feed
On God, our bread indeed.
Torn by the sickles, see him share the smart
Of travailing Creation: maimed, despised,
Yet by his lovers the more dearly prized
Because for us he lays his beauty down—
Last toll paid by Perfection for our loss!
Trace on these fields his everlasting Cross,
And o’er the stricken sheaves the Immortal Victim’s crown.

From far horizons came a Voice that said,
‘Lo! from the hand of Death take thou thy daily bread.’
Then I, awakening, saw
A splendour burning in the heart of things:
The flame of living love which lights the law
Of mystic death that works the mystic birth.
I knew the patient passion of the earth,
Maternal, everlasting, whence there springs
The Bread of Angels and the life of man.

Now in each blade
I, blind no longer, see
The glory of God’s growth: know it to be
An earnest of the Immemorial Plan.
Yea, I have understood
How all things are one great oblation made:
He on our altars, we on the world’s rood.
Even as this corn,
Earth-born,
We are snatched from the sod;
Reaped, ground to grist,
Crushed and tormented in the Mills of God,
And offered at Life’s hands, a living Eucharist.

 

Evelyn Underhill (6 december 1875  – 15 juni 1941) — St Peter’s Church in Wolverhampton, de geboorteplaats van Evelyn Underhill

 

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

Uit: The Confessions of Nat Turner

“And that is that you not only had a fantastic amount of niggers who did not join up with you but there was a whole countless number of other niggers who was your active enemies. What I mean in simple terms, Reverend, is that once the alarm went out, there was niggers everywhere—who were as determined to protect and save their masters as you were to murder them. They was simply livin’ too well! All the time that you were carryin’ around in that fanatical head of your’n the notion that the niggers were going to latch on to your great mission, as you put it, an’ go off to some stinkin’ swamp, the actual reality was that nine out of ten of your fellow burrheads just wasn’t buyin’ any such durn fool ideas. Reverend, I have no doubt that it was your own race that contributed more to your fiasco than anything else. It just ain’t a race made for revolution, that’s all. That’s another reason that nigger slavery’s goin’ to last for a thousand years.” He rose from his seat across from me. “Well, I got to go, Reverend. I’ll see you tomorrow. Meanwhile, I’ll put down in my deposition to the court which precedes your confession that the defendant shows no remorse for his acts, and since he feels no guilt his plea will be that of ‘not guilty.’ Now, one last time, are you sure you feel no remorse at all? I mean, would you do it again if you had the chance? There’s still time to change your mind. It ain’t goin’ to save your neck but it’ll surer’n hell look better for you in court. Speak up, Reverend.” When I made no reply to him he left without further word. I heard the cell door slam shut and the bolt thud home in the slot with its slippery chunking sound. It was almost night again. I listened to the scrape and rustle of fallen leaves as the cold air swept them across the ground. I reached down to rub my numb and swollen ankles and I shivered in the wind, thinking: Remorse? Is it true that I really have no remorse or contrition or guilt for anything I’ve done? Is it maybe because I have no remorse that I can’t pray and that I know myself to be so removed from the sight of God? As I sat there, recollecting August, I felt remorse impossible to know or touch or find. All I could feel was an entombed, frustrate rage—rage at the white people we had killed and those we had failed to kill, rage at the quick and the dead, rage above all at those Negroes who refused us or fled us or who had become the enemy—those spiritless and spineless wretches who had turned against us. Rage even at our own minuscule force, which was so much smaller than the expected multitude! For although it ravaged my heart to accept it, I knew that Gray was not wrong: the black men had caused my defeat just as surely as the white. And so it had been on that last day, that Wednesday afternoon, when after having finally laid waste to twoscore dwellings and our force of fifty had rallied in the woods to storm Major Ridley’s place, I had caught sight for the first time of Negroes in great numbers with rifles and muskets at the barricaded veranda, firing back at us with as much passion and fury and even skill as their white owners and overseers who had gathered there to block our passage into Jerusalem.”

 

William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006) Cover

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

Houten sleutel

Het was het gewicht van de sleutel in haar zak
maar ze had hem nooit uit haar zak gehaald,
hij was daar onzichtbaar in gebleven.
Alleen het sleutelgat ontbrak,
ergens in de wereld was er een sleutelgat,
oud, van hout, dat er alleen was voor de sleutel.
Voor het eerst haalde ze de sleutel uit haar zak,
hij was oud, van hout, met een bekraste baard,
en ze zei tegen de sleutel in haar hand:

Het huis is van ons, we kennen het niet,
we kennen het huis niet, het is alleen maar van ons.
We hebben het niet gebouwd, gekocht, gestolen,
we hebben het niet nodig, het is alleen maar van ons.
We weten niet of de deur een grendel heeft
een gordijn of een sleutelgat.
Het huis is van ons, maar we kennen het niet.
Het huis is van ons, maar we kennen het niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Pentecost (Malcolm Guite), Ralf Thenior

Prettige Pinksterdagen!

 

Pinksteren. Mozaïek. Illustratie op de website van de
Basilica Minore del Santo Niño in Cebu in de Filipijnen

 

Pentecost

Today we feel the wind beneath our wings
Today the hidden fountain flows and plays
Today the church draws breath at last and sings
As every flame becomes a Tongue of praise.
This is the feast of fire,air, and water
Poured out and breathed and kindled into earth.
The earth herself awakens to her maker
And is translated out of death to birth.
The right words come today in their right order
And every word spells freedom and release
Today the gospel crosses every border
All tongues are loosened by the Prince of Peace
Today the lost are found in His translation.
Whose mother-tongue is Love, in every nation.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Uganda Christian University in Ibanda, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Angst om te zwemmen

Soms is het gewoon een boottocht
op een brede rivier als de Elbe;
de hemel hangt laag, grijs-vochtige
lucht omringt de eenzame figuur
op de boei en uit het kielzog
stijgt het verleden op: hier
zou ik al eens dood zijn geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Zie voor meer gedichten over Pinksteren ook de tag Pinksteren op dit blog.