De rijke jongeling (Willem de Mérode)

Bij de 28e zondag door het jaar


Christus en de rijke jongeling door Heinrich Hofmann, 1889


De rijke jongeling

Toen ik den Meester had gevonden,
En, teeken mijner heerlijkheid,
Voor Hem ontrolde het tapijt,
Waarop wij samen rusten konden,

Beminde Hij ’t gebaar, en sprak,
(Hoe scheen mij ’t kostlijk kleed geschonden;
Hoe snel had ik het opgewonden,)
Dat in den rand het beeld ontbrak.

Zag Hij ’t dan niet? goud overvloedig,
Het diepe groen en ’t bloeiend blauw
Versmolten samen tot een pauw,
Alleen, en schoon, en overmoedig.

Maar zeer bedroefd zag Hij mij aan
En bukte zich ter aarde neder,
En teekende: hoe doodlijk teeder
Bloedt over ’t nest de pelikaan.


Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Andreaskerk in Spijk (Delfzijl), de geboorteplaats van Willem de Mérode


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn volgende twee blogs van vandaag.



A Child’s Prayer (Matilda Betham-Edwards)

Bij de 27e zondag door het jaar


Jezus veroordeelt de schijnheiligheid van de Farizeeërs door Jacob Jordaens, 1660-1670


A Child’s Prayer

God make my life a little light,
Within the world to glow,—
A tiny flame that burneth bright,
Wherever I may go.

God make my life a little flower,
That giveth joy to all;—
Content to bloom in native bower
Although its place be small.

God make my life a little song,
That comforteth the sad;
That helpeth others to be strong,
And makes the singer glad.

God make my life a little staff
Whereon the weak may rest,—
That so what health and strength I have
May serve my neighbor best.

God make my life a little hymn
Of tenderness and praise,—
Of faith, that never waxeth dim,
In all His wondrous ways.


Matilda Betham-Edwards (4 maart 1836 – 4 januari 1919)
Church of St Mary Magdalene in Westerfield, de geboorteplaats van Matilda Betham-Edwards


Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn volgende twee blogs van vandaag.


A Shropshire Lad XLV (A. E. Housman)


Bij de 26e zondag door het jaar


Christus zegent de kinderen door Anthony Van Dyck, 1618-1620


A Shropshire Lad


If it chance your eye offend you,
Pluck it out, lad, and be sound:
‘Twill hurt, but here are salves to friend you,
And many a balsam grows on ground.

And if your hand or foot offend you,
Cut it off, lad, and be whole;
But play the man, stand up and end you,
When your sickness is your soul.


A. E. Housman (26 maart 1859 – 30 april 1936)
St. John the Baptist Church, Bromsgrove. A. E. Housman werd geboren in Bromsgrove (Fockbury)


Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn volgende twee blogs van vandaag.


Thank God for little children (Frances Harper)

Bij de 25e zondag door het jaar


Christus en de kinderen door Carl Bloch, ca. 1870


Thank God for little children

Thank God for little children,
Bright flowers by earth’s wayside,
The dancing, joyous lifeboats
Upon life’s stormy tide.

Thank God for little children;
When our skies are cold and gray,
They come as sunshine to our hearts,
And charm our cares away.

I almost think the angels,
Who tend life’s garden fair,
Drop down the sweet wild blossoms
That bloom around us here.

It seems a breath of heaven
Round many a cradle lies,
And every little baby
Brings a message from the skies.

Dear mothers, guard these jewels.
As sacred offerings meet,
A wealth of household treasures
To lay at Jesus’ feet.


Frances Harper (24 september 1825 – 25 februari 1911)
De Saint Francis Xavier Catholic Church in Baltimore, de geboorteplaats van Frances Harper


Zie voor de schrijvers van de 23e septmber ook mijn twee volgende blogs van vandaag.


Saint Peter (Henry Lawson)

Bij de 24e zondag door het jaar


Het sacrament van de wijding
(Christus presenteert de sleutels aan de heilige Petrus) door Nicolas Poussin, ca. 1630


Saint Peter

Now I think there is a likeness
‘Twixt St. Peter’s life and mine,
For he did a lot of trampin’
Long ago in Palestine.
He was ‘union’ when the workers
First began to organise,
And — I’m glad that old St. Peter
Keeps the gate of Paradise.

When the ancient agitator
And his brothers carried swags,
I’ve no doubt he very often
Tramped with empty tucker-bags;
And I’m glad he’s Heaven’s picket,
For I hate explainin’ things,
And he’ll think a union ticket
Just as good as Whitely King’s.

He denied the Saviour’s union,
Which was weak of him, no doubt;
But perhaps his feet was blistered
And his boots had given out.
And the bitter storm was rushin’
On the bark and on the slabs,
And a cheerful fire was blazin’,
And the hut was full of ‘scabs.’


When I reach the great head-station —
Which is somewhere ‘off the track’ —
I won’t want to talk with angels
Who have never been out back;
They might bother me with offers
Of a banjo — meanin’ well —
And a pair of wings to fly with,
When I only want a spell.

I’ll just ask for old St. Peter,
And I think, when he appears,
I will only have to tell him
That I carried swag for years.
‘I’ve been on the track,’ I’ll tell him,
‘An’ I done the best I could,’
And he’ll understand me better
Than the other angels would.

He won’t try to get a chorus
Out of lungs that’s worn to rags,
Or to graft the wings on shoulders
That is stiff with humpin’ swags.
But I’ll rest about the station
Where the work-bell never rings,
Till they blow the final trumpet
And the Great Judge sees to thin


Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)
De katholieke St Joseph’s Church in Grenfell, New South Wales, de geboorteplaats van Henry Lawson


Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn volgende blog van vandaag.


Effeta (Wiel Kusters)

Bij de 23e zondag door het jaar


Christus geneest een doofstomme man door Domenico Maggiotto, 18e eeuw



Ik lees in je brieven dat de dag begint,
en als ik opkijk denk ik dat ik leef.
Terwijl het licht zich door de kieren wringt,
komen de woorden die je schreef op dreef.

De nacht is stil en stom voorbijgegaan.
Ik zag dat iedere letter van jou zweeg,
in wat daar stond kon ik je niet verstaan.
Ik sprak wat in mijzelf, de oren leeg.

Nu is het buiten dag. Als daar bij jou.
Je letters drijven zich als duivels uit,
elk ding roept zacht een ander bij zijn naam.

De blinden open nu, ik hou, het raam.
Wat telt is enkel nog jouw stemgeluid,
de rest is licht en wit, van jou.


Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)
De Sint Martinuskerk in Spekholzerheide


Zie vooor de schrijvers van de 9e september ook mijn volgende blog van vandaag.

The Dirty Hand (Mark Strand)

Bij de 22e zondag door het jaar


Jesus en de Farizeeën door Ernst Zimmermann, ca. 1888


The Dirty Hand

My hand is dirty.
I must cut it off.
To wash it is pointless.
The water is putrid.
The soap is bad.
It won’t lather.
The hand is dirty.
It’s been dirty for years.

I used to keep it
out of sight,
in my pants pocket.
No one suspected a thing.
People came up to me,
Wanting to shake hands.
I would refuse
and the hidden hand,
like a dark slug,
would leave its imprint
on my thigh.
And then I realized
it was the same
if I used it or not.
Disgust was the same.

Ah! How many nights
in the depths of the house
I washed that hand,
scrubbed it, polished it,
dreamed it would turn
to diamond or crystal
or even, at last,
into a plain white hand,
the clean hand of a man,
that you could shake,
or kiss, or hold
in one of those moments
when two people confess
without saying a word…
Only to have
the incurable hand,
lethargic and crablike,
open its dirty fingers.

And the dirt was vile.
It was not mud or soot
or the caked filth
of an old scab
or the sweat
of a laborer’s shirt.
It was a sad dirt
made of sickness
and human anguish.
It was not black;
black is pure.
It was dull,
a dull grayish dirt.

It is impossible
to live with this
gross hand that lies
on the table.
Quick! Cut it off!
Chop it to pieces
and throw it
into the ocean.
With time, with hope
and its machinations,
another hand will come,
pure, transparent as glass,
and fasten itself to my arm.


Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)
St. Paul’s Roman Catholic Church in Summerside, Prince Edward Island, de geboorteplaats van Mark Strand


Zie voor de schrijvers van de 2e septemmber ook mijn twee volgdende blogs van vandaaag.