Günter Grass, Katha Pollitt

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Ein weites Feld

„Den bei uns lagernden Briefwechsel, etwa mit der Tochter, konnte er derart zitatsicher abperlen, daß es ihm eine Lust gewesen sein muß, diese Korrespondenz in unvergänglicher Brieflaune fortzusetzen; schrieb er doch gleich nach der Öffnung der Berliner Mauer einen Metebrief an Martha Wuttke, die ihrer angegriffenen Nerven wegen in Thale am Harz zur Kur war: »… Mama hat sich natürlich zu Tränen verstiegen, während mir solche Ereignisse, die partout groß sein wollen, herzlich wenig bedeuten. Eher setze ich aufs aparte Detail, zum Beispiel auf jene jungen Burschen, unter ihnen exotisch fremdländische, die als sogenannte Mauerpicker oder Mauerspechte den zweifelsohne begrüßenswerten Abbruch dieser kilometerlangen Errungenschaft teils als Bildersturm, teils als Kleinhandel betreiben; sie rücken dem gesamtdeutschen Kunstwerk mit Hammer und Meißel zu Leibe, auf daß jedermann – und es fehlt nicht an Kundschaft – zu seinem Souvenir kommt …«
Hiermit ist gesagt, in welch zurückliegender Zeit wir Theo Wuttke, den alle Fonty nannten, aufleben lassen. Gleiches gilt für seinen Tagundnachtschatten. Ludwig Hoftaller, dessen Vorleben unter dem Titel »Tallhover« auf den westlichen Buchmarkt kam, wurde zu Beginn der vierziger Jahre des vorigen Jahrhunderts tätig, stellte aber seine Praxis nicht etwa dort ein, wo ihm sein Biograph den Schlußpunkt gesetzt hatte, sondern zog ab Mitte der fünfziger Jahre unseres Jahrhunderts weiterhin Nutzen aus seinem überdehnten Gedächtnis, angeblich der vielen unerledigten Fälle wegen, zu denen der Fall Fonty gehörte.
So war es denn Hoftaller, der am Bahnhof Zoologischer Garten belchernes Ostgeld versilberte, damit er sein Objekt dank westlicher Währung einladen konnte, den siebzigsten Geburtstag zu feiern: »Da kann man nicht still drüber weg. Muß begossen werden.«
»Das wäre, als wollte man mir die vorletzte Ehre erweisen.«
Fonty erinnerte seinen altgewohnten Kumpan an eine Situation, die sich durch Einladung der »Vossischen Zeitung« ergeben hatte. Ein Brief des Chefredakteurs Stephany war ins Haus gekommen. Doch schon vor hundert Jahren hatte er postwendend lustlos reagiert: »Siebzig kann jeder werden, wenn er einen leidlichen Magen hat.«
Erst als Hoftaller versprach, nicht, wie damals die »Vossin«, an die vierhundert Spitzen der Berliner Gesellschaft zu versammeln, sondern den Kreis der Feiernden klein zu halten, ihn sogar, wenn gewünscht, radikal auf das betagte Geburtstagskind und ihn, den Nothelfer in schwieriger Lage, zu beschränken, gab Fonty klein bei: »Möchte mich zwar lieber in meine Sofaecke drücken – mit demnächst siebzig darf man das –, aber wenn es denn sein muß, muß es was Besonderes sein.«
Hoftaller schlug den Künstlerklub »Möwe« in der Maternstraße vor. Danach bat er seinen Gast, das beliebte Theaterrestaurant »Ganymed« am Schiffbauerdamm zu erwägen. Nichts paßte. Und auch das »Kempinski« im Westen der Stadt war nicht nach Fontys Wünschen. »Mir schwebt«, sagte er, »etwas Schottisches vor. Nicht unbedingt mit Dudelsack, aber annähernd schottisch soll es schon sein …«

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Kleine troost

Koffie en sigaretten in een schoon café,
forsythia stak als een vochtige lucifer af tegen
een donderende hemel, dronken van zijn eigen ozon,

het wasgoed koel en knisperend en opgevouwen
weer in de lavendelkast – te laat om troost genoeg

te vinden in zulke kleine dagelijkse momenten

van schoonheid, vernieuwing, kalmte, te laat om je voor te stellen
dat mensen liever gelukkig zijn dan te lijden
en lijden toe te brengen. We zijn bijna aan het einde

maar o voor het einde, zoals de mussen elke nacht

naar hun geheime nesten vliegen in de groene koepel van de olm
O laat de laatste bus komen met

liefde voor de geliefde, laat de honger lijdende
hond de hoek omslaan en plotseling
als door een wonder, door zijn eigen straat, naar huis hollen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: De ochtendgave

‘O, braverd. Had je niet voor deze ene keer een beetje te laat kunnen komen…’
‘Saartje, zoiets zeg je toch niet tegen de bruidegom.’ De stem van mijn schoonmoeder klonk ongewoon grimmig, maar dat lag aan de spelden die ze tussen haar lippen geklemd hield.
‘Wees blij dat ik er ben. Ik was vanmorgen al halverwege de klim naar de spits van de Stevens, toen ik me ineens herinnerde dat ik beneden moest zijn. In het schip. Om te trouwen.’
‘Ga maar’, zei Sara. ‘Ga maar bommen tellen. Ik zie je straks wel.’
‘Ik wacht buiten.’
Braverd. Om haar te imponeren had ik mijn weerzin tegen dode lichamen overwonnen, en was ik in lijken gaan snijden. Alles voor de toekomstige kostwinning. En om ook nog eens tegemoet te komen aan de onbezoldigde, onbaatzuchtige taken die ze in het algemeen belang voor me weggelegd zag, tartte ik nu dagelijks mijn hoogtevrees door in de hoogste torens van de stad te klimmen. Daar werd ik geacht net zolang Franse projectielen te turven totdat er een het behaagde mij voor eeuwig van mijn acrofobie te verlossen. Geen kadaver, geen granaat ging ik uit de weg tegenwoordig om Sara voor me te winnen. En hoe begroette ze me op de ochtend van onze huwelijksdag?
‘O braverd…’
Het Dietse werkwoord vertreden liet zich in al z’n rijkdom kennen. Ik vertrad niet zozeer mezelf op de stoep, als wel de uitgestrooide maagdenpalmen, die zich na mijn eerste vinnige stappen nog in al hun sappigheid verend oprichtten, maar allengs slapper en papperiger werden bovenop hun eigen groene afdruk. Mijn vader had al een paar keer het koetsportier geopend, om vragend zijn hoofd naar buiten te steken. Ik had hem met een ongeduldig gebaar opgedragen geduld te oefenen.
‘Casp… Caspar?’
Hoe kon ik zo schrikken van haar zachte stem, die me zo eindeloos vertrouwd was, vooral sinds hij ook in mijn hoofd zat wanneer zij elders verbleef? Ik draaide me om. Tussen de twee rijen ligusters in hun potten kwam Sara langzaam en aarzelend op me af. Ik wist niet wat de vrouwen nog aan haar jurk versteld of verschikt hadden, maar hij viel perfect, en liet door de hoge taille haar benen langer lijken. Geen idee wat voor gietijzeren frame de buurtsmid rond haar boezem gegoten had, maar onder de jurk staken haar borsten recht vooruit, met zijden toppen die het licht vingen. Het roodbruine haar leek een flinke teint lichter dan normaal, misschien doordat ze met een of andere geraffineerde zeep de talg van haar hoofdhuid gewassen had. Ik rook tenminste niets van de dierlijke geur die zich altijd tussen de haarwortels nestelde en die zich, nadat ik Sara een keer krachtig over het hoofd gestreken had, aan mijn vingertoppen had gehecht – tot nachtelijk genot van mijn reuk- en nog een ander orgaan.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Job

Erger dan de steenpuisten en zweren
en de stank en de verschrikkelijke vliegen
was het geklets: denk na.
Je moet iets hebben gedaan.
Dingen gebeuren met een reden.
Wie kaatst.

Zijn leven vervloog in een wervelwind van kamelen en kinderen!
Toch wist hij genoeg om zijn mond te houden
toen zijn huid roze werd als die van een baby
en ’s nachts bedekten lammeren de verbrande velden.
Mensen zeiden zelfs dat hij er langer uitzag
in zijn mooie nieuwe gewaden: zie je?
Als een deur sluit, gaan er twee deuren open.

Niemand wilde iets horen
over de regen of de vader
of leviathan die de diepten scheidt
aan de zwarte rand van de wereld
onder het koude blauwe licht van de Plejaden.

De nieuwe zonen waren sterk en stelden geen moeilijke vragen,
de nieuwe dochters mooi, met glasgroene ogen.

 


Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

LIJST MET CIVIELE LIEDEREN

Vanavond wil ik praten met een fascist.
Bij zwak licht en bier, over Europa
en over bazen, de bazen van bazen.
Het zal zijn of we in een saloon zitten,
het gelag van een onderwaterstad.
En in het halfduister, in elkaars begeerte
zullen we Europa zien en weten dat er iets ouds
van ons is afgenomen.

Ik eet voor de televisie. Ik ben burger van een staat,
eet magnetronboerenkool, kijk naar een herhaling van Frasier.
Het is mijn plicht de worst te eten en het jusbakje leeg te drinken.
Online lees ik een polemisch stuk, dat ik ooit schreef,
en walg van het stijltje, de berekening.

Opeens begrijp ik dat ik niet op de toekomst wacht
en dat ik wegging bij God,
mijn familie, de ziel die in mij huisde.
Wat registreer ik?
Geen heimwee of dromen van thuis,
maar suizeling, woede, dode politiek.
Ik haat dit verminkte en ik haat de toekomst.
Ik ben een minerale waarheid,
omringd door zusters en broeders.

Ik ben de parasiet van een duister ding.
Door broeders en zusters ben ik omringd
en schrik wakker uit een dronken slaap.
Ik zit in de nachtbus en zie de maan
boven de akkers van Flakkee.
Agrarische sector, ik werkte in je
en nu ben ik ver weg van je grimmige schoonheid,
die door werkromantiek in een nachtbus
toegankelijk is en anders niet.

Toch genoot ik van de lichamelijkheid
van bollen pellen en tulpen koppen.
Maar het is mijn werk niet, ik hoef het niet te doen.
Ik heb de biotopen van de kennis gezien
en opwaarts ben ik mobiel geworden.
Mijn lichaam was mijn zomerbaan,
nu ben ik creatief.

Uit onbewustheid word ik wakker op Flakkee, somber eiland,
waar ik eerst een religieuze masochist was
en later naar de geest van de mensheid zocht.
Nu staat de maan boven de akkers in haar eigen afglans
en denk ik aan mijn ideeën, die dood zijn.

Mijn gedaante in Stad aan ’t Haringvliet.
Wat is hier aan de hand?
Over alles ligt de gloed van het private,
maar Stad aan ’t Haringvliet wil mij
iets anders zeggen.
Het verenigingsleven ligt stil.
Huizen en lantaarnpalen koelen af.
Er is niemand op het voetbalveld.
Ik neem plaats op de middenstip
en zie de lijnen.
Over het douchen na de wedstrijd
schreef ik een gedicht.
Over onze witte jongenslichamen,
onze homofobie.
De lichamen van mijn teamgenoten
waren mijn informatie.
Herinneringen aan iets collectiefs.
En wat nu?

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

Oud

Niemand meer om me Penelope te noemen,
treurde de oude gravin toen zij op de hoogte werd gebracht van het overlijden
van haar laatste jeugdvriendin. Heeft ze lang gezeten

in de tochtige hal, denkend: dat is het dan,
niemand over behalve meelopers en lakeien,
waarom nog doorgaan? De dood kan het niet helpen, dat hij er vriendelijk uitziet
wanneer al je vrienden daar wonen, terwijl

elke dag steeds meer lijkt op een rokerig feest
waar de muziek pijn doet en vreemden erop staan dat ze je kennen
tot je met je ogen knippert en glimlacht en in de muur verdwijnt
en naar je drankje staart en een boek van de plank pakt

en voor een minuut je ogen sluit en plotseling
iedereen met wie je kwam weg is
en mensen rare dingen doen in de hoeken.
Geen wonder dat je op je horloge kijkt

en tegen niemand in het bijzonder zegt
als je het niet erg vindt, denk ik dat ik nu maar naar huis ga.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Katha Pollitt, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Ż,eromski, Ida Pfeiffer, Philip Winkler

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

The Old Neighbors

The weather’s turned, and the old neighbors creep out
from their crammed rooms to blink in the sun, as if
surprised to find they’ve lived through another winter.
Though steam heat’s left them pale and shrunken
like old root vegetables,
Mr. and Mrs. Tozzi are already
hard at work on their front-yard mini-Sicily:
a Virgin Mary birdbath, a thicket of roses,
and the only outdoor aloes in Manhattan.
It’s the old immigrant story,
the beautiful babies
grown up into foreigners. Nothing’s
turned out the way they planned
as sweethearts in the sinks of Palermo. Still,
each waves a dirt-caked hand
in geriatric fellowship with Stanley,
the former tattoo king of the Merchant Marine,
turning the corner with his shaggy collie,
who’s hardly three but trots
arthritically in sympathy. It’s only
the young who ask if life’s worth living,
notMrs. Sansanowitz, who for the last hour
has been inching her way down the sidewalk,
lifting and placing
her new aluminum walker as carefully
as a spider testing its web. On days like these,
I stand for a long time
under the wild gnarled root of the ancient wisteria,
dry twigs that in a week
will manage a feeble shower of purple blossom,
and I believe it: this is all there is,
all history’s brought us here to our only life
to find, if anywhere,
our hanging gardens and our street of gold:
cracked stoops, geraniums, fire escapes, these old
stragglers basking in their bit of sun.

 
Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

De Nieuw-Zeelandse schrijfster Katherine Mansfield werd geboren op 14 oktober 1888 in Wellington. Zie ook alle tags voor Katherine Mansfield op dit blog.

Uit: The Journey To Bruges

“All the beauty and artificial flower of France had removed their hats and bound their heads in veils. A number of young German men, displaying their national bulk in light-coloured suits cut in the pattern of pyjamas, promenaded. French family parties—the female element in chairs, the male in graceful attitudes against the ship’s side—talked already with that brilliance which denotes friction! I found a chair in a corner against a white partition, but unfortunately this partition had a window set in it for the purpose of providing endless amusement for the curious, who peered through it, watching those bold and brave spirits who walked “for’ard” and were drenched and beaten by the waves. In the first half-hour the excitement of getting wet and being pleaded with, and rushing into dangerous places to return and be rubbed down, was all-absorbing. Then it palled—the parties drifted into silence. You would catch them staring intently at the ocean—and yawning. They grew cold and snappy. Suddenly a young lady in a white woollen hood with cherry bows got up from her chair and swayed over to the railings. We watched her, vaguely sympathetic. The young man with whom she had been sitting called to her.
“Are you better?” Negative expressed.
He sat up in his chair. “Would you like me to hold your head?”
“No,” said her shoulders
“Would you care for a coat round you? … Is it over? … Are you going to remain there?”… He looked at her with infinite tenderness. I decided never again to call men unsympathetic, and to believe in the allconquering power of love until I died—but never put it to the test. I went down to sleep.
I lay down opposite the old lady, and watched the shadows spinning over the ceilings and the wave-drops shining on the portholes.
In the shortest sea voyage there is no sense of time. You have been down in the cabin for hours or days or years. Nobody knows or cares. You know all the people to the point of indifference. You do not believe in dry land any more—you are caught in the pendulum itself, and left there, idly swinging. The light faded.”

 
Katherine Mansfield (14 oktober 1888 – 9 januari 1923)
Cover

 

De Duitse dichteres, schrijfster en filosofe Margarete Susman werd geboren op 14 oktober 1872 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Margarete Susman op dit blog.

Uit: Neue Gedichte

Es wachen in der toten Stadt die Feuer —
Die Brunnen schlafen und die Wolken stehn. I
n schweren Nebeln starb das letzte Wehn —
Doch wachen in der toten Stadt die Feuer.

Nun gehn wir zwei mit hohlen leisen Schritten,
Du führst mich, eine Waise, an der Hand,
Es blieb kein Lebender in diesem Land —
Die Feuer brennen — und wir gehn inmitten.

Auch du musst ziehn. Mein Atem sucht dich scheuer.
Siehst du die Flammen, welche meine sind?
O rette, rette dein verlornes Kind.
Es wachen in der toten Stadt die Feuer.

*

Die Mittagsfrau geht durch den weissen Schein;
Ihre Augen glühen und starren,
Kein Hoffen darin, kein Harren,
Trostlose Erfüllung allein.

So kurz die Schatten — sie wagen kaum,
Sich hart an den Weg zu legen,
Das Herz pocht in kurzen Schlägen,
Kurz wiegt der Schlaf ohne Traum.

Die Mittagsfrau schreitet unverhüllt,
Muss alles wissen und sehen —
Sie siehet sich selber gehen —
Des Zaubers Ring ist erfüllt.

 
Margarete Susman (14 oktober 1872 – 16 januari 1966)
Hamburg

 

De Poolse schrijver Stefan Żeromski werd geboren op 14 oktober 1864 in Strawczyn in de buurt van Kielce. Zie ook alle tags voor Stefan Żeromski op dit blog.

Uit: The Coming Spring (Vertaald door Bill Johnston)

“These were canons and clauses of the will, imposed with a smile amid caresses. It was a despotic rule and an autocracy so firm that nothing, literally nothing, could overcome it. Now that iron band had loosened and fallen away of its own accord. The fearful panic in his mother’s eyes—“What will your father say?”—had disappeared. His father was gone from the apartment and from the world, and his absence said: “Do what you will!” This freedom delighted Czaruś. It terrified his mother. Houses of Glass 15 “What’s going to happen now?” she kept whispering as she wrung her hands. Cezary asked no such questions. He promised his mother he would be obedient, just as if his father were present in his study. He had decided to behave, and reassured his mother with a thousand tender caresses. But deep down, his soul and body were bursting to cut loose. What he couldn’t obtain from his mother with willful caprices, he wheedled out of her by charm or by making a scene. Now he got his own way. He did what he felt like. He no longer perceived the boundaries that he had previously been forbidden to cross, and he threw himself left and right, backwards and forwards—so as to take a good look at everything that before had been proscribed. He spent entire days away from home getting up to mischief with his pals, playing games, having adventures and prowling about. When the vacation ended he “attended” grammar school and as before he had French and German, English and Polish lessons at home; but now it was little more than a series of arguments , sometimes even fights. He locked horns with every one of his schoolteachers, started quarrels and conducted endless judicial proceedings, for he constantly experienced “injustices” and “wrongs” that, as a person of honor, he had to avenge in a manner that was both appropriate and recognized as such by the competent authorities, that is to say, his “old” chums in the fifth class.”

 
Stefan Żeromski (14 oktober 1864 – 20 november 1925)
Stefan Żeromski met zijn zoon door Leon Wyczółkowski, 1897

 

De Oostenrijkse schrijfster en wereldreizigster Ida Laura Pfeiffer werd geboren in Wenen op 14 oktober 1797. Zie ook alle tags voor Ida Pfeiffer op dit blog.

Uit: Reise einer Wienerin in das Heilige Land

“23. März 1842
Heute fuhren wir um sechs Uhr morgens ab. Gleich unterhalb Preßburg teilt sich die Donau in zwei Arme und bildet die sehr fruchtbare Insel Schütt, welche zehn Meilen lang und sechs Meilen breit ist. Die Gegend bis Gran ist ziemlich einförmig, dann aber wird sie hübscher. Schöne Hügel und mehrere Berge umschließen dieselbe und bringen Abwechslung ins Gemälde.
Gegen sieben Uhr abends kamen wir in Pest an. Schade, daß es schon ganz finster war. Die wunderschönen Häuser, man könnte sagen Paläste, welche das linke Ufer der Donau zieren, sowie gegenüber die altertümliche und berühmte Festung und Stadt Ofen gewähren einen herrlichen Anblick und verdienen einen längeren Aufenthalt. Ich blieb nur über Nacht, weil ich schon einige Jahre früher mehrere Tage in Pest zugebracht hatte.
Da hier das Dampfschiff gewechselt wird, muß man beim Landen vorzüglich auf jenes Gepäck achthaben, welches man zu Wien nicht im Bureau übergeben hat.
Ich stieg im Gasthof »Zum Jägerhorn« ab. Es ist ein höchst eleganter Ort, aber unverschämt teuer. Ein kleines Stübchen im Hof kostete über Nacht vierundfünfzig Kreuzer.
Schon diesen ganzen Tag war mir sehr unwohl. Heftige Kopfschmerzen, Fieberschauer und wiederholtes Erbrechen ließen mich eine Krankheit und Unterbrechung meiner Reise befürchten. Wahrscheinlich waren diese Übelkeiten eine Folge des schmerzlichen Abschieds von geliebten Freunden und der Veränderung der Luft. Ich konnte nur mühsam mein bescheidenes Kämmerchen erreichen und legte mich gleich zu Bett. Doch glücklich besiegte meine gute Natur all diese Feinde der Gesundheit, und ziemlich erholt begab ich mich des folgenden Tages am 24. März 1842
auf unser neues Dampfschiff, die »Galatha« von sechzig Pferdekräften, welche mir aber nicht so nett und niedlich vorkam wie die »Marianne«, die uns von Wien nach Pest geführt hatte.”

 
Ida Pfeiffer (14 oktober 1797 – 27 oktober 1858)
In reiskostuum op een lithografie door Adolf Dauthage

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Philip Winkler werd in 1986 geboren in Neustadt am Rübenberge. Zie ook alle tags voor Philip Winkler op dit blog.

Uit: Hool

“Kai hebt seinen Arsch ein paar Zentimeter über den Sitz und fingert seine Puderdose aus der Gesäßtasche seiner Hollister-Jeans. Er schraubt sie auf und schaufelt sich ein Häufchen Koks auf den Daumen, hält ihn sich nacheinander unter die Nasenlöcher und snifft. Die Karre holpert ganz schön, aber er schafft es, dass nichts danebengeht. Er legt den Kopf zurück. Seine gegelte Boxerfrise schrappt über den fettigen Polsterbezug der Kopfstütze. Er hält mir die Dose hin.
»Auch was? Vielleicht machste dir dann mal nich’ in die Buchse.« Er grinst. Ich grinse zurück und sage: »Besser Hose voll als Nase voll, Herr Daum.« Er lacht. Schon lang her, dass ich mir irgendwas reingepfiffen habe. Während er die Dose zuschraubt, spreizt er den Mittelfinger ab. Von meinem Onkel kommt ein kehliges Räuspern. Kai zuckt die Schultern und schiebt die Dose zurück in seine Jeans. Er weiß ganz genau, dass Axel es nicht leiden kann, wenn wir uns vor einem Match mit irgendwas zuballern. Selbst Zeug wie Koks, das dir den Kopf klar macht. Aber das ist so eine Sache, die bekommt selbst Onkel Axel nicht aus den Leuten raus. Deswegen lässt er es meistens durchgehen, solange es niemand übertreibt. Ist ja selbst auch kein Kostverächter. Viele brauchen das gegen die Nervosität. Na ja, oder weil sie halt einfach Druffies sind. Aber wer sich nicht am Riemen reißen kann, den nimmt Axel nicht mit. Jedenfalls nicht auf wichtige Matches. Wie heute. Wenns wirklich drum geht, Hannover ehrenhaft zu vertreten. Kai ist zwar schon immer ordentlich dabei mit dem Koksen, aber er ist zu gut, um ihn zu Hause zu lassen. Die ganzen Pumperschränke wirken gegen ihn so wendig wie Planierraupen. Und dank mir hält er sich vor Matches etwas zurück. Außerdem weiß mein Onkel ganz genau, dass er nicht ständig mit mir rechnen könnte, wenn er Kai auf der Ersatzbank lassen würde.
Das gelbe Ortsschild von Olpe rauscht an der Beifahrerseite des T5 vorbei. Ich beuge mich vor, das Gesicht zwischen Hinkel und meinem Onkel.
»Jetzt gerade –«


Philip Winkler (Neustadt am Rübenberge, 1986)

E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Daniël Rovers, Péter Nádas, Katha Pollitt, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski, Philip Winkler

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

maggie and milly and molly and may

maggie and milly and molly and may
went down to the beach(to play one day)

and maggie discovered a shell that sang
so sweetly she couldn’t remember her troubles,and

milly befriended a stranded star
whose rays five languid fingers were;

and molly was chased by a horrible thing
which raced sideways while blowing bubbles:and

may came home with a smooth round stone
as small as a world and as large as alone.

For whatever we lose(like a you or a me)
it’s always ourselves we find in the sea

 

Spring is like a perhaps hand

Spring is like a perhaps hand
(which comes carefully
out of Nowhere)arranging
a window,into which people look(while
people stare
arranging and changing placing
carefully there a strange
thing and a known thing here)and

changing everything carefully

spring is like a perhaps
Hand in a window
(carefully to
and fro moving New and
Old things,while
people stare carefully
moving a perhaps
fraction of flower here placing
an inch of air there)and

without breaking anything.

 

9

there are so many tictoc
clocks everywhere telling people
what toctic time it is for
tictic instance five toc minutes toc
past six tic

Spring is not regulated and does
not get out of order nor do
its hands a little jerking move
over numbers slowly

we do not
wind it up it has no weights
springs wheels inside of
its slender self no indeed dear
nothing of the kind.

(So,when kiss Spring comes
we’ll kiss each kiss other on kiss the kiss
lips because tic clocks toc don’t make
a toctic difference
to kisskiss you and to
kiss me)

 
E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Cover

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Daniël Rovers, Péter Nádas, Katha Pollitt, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski, Philip Winkler”

E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

My Love

my love
thy hair is one kingdom
the king whereof is darkness
thy forehead is a flight of flowers

thy head is a quick forest
  filled with sleeping birds
thy breasts are swarms of white bees
  upon the bough of thy body
thy body to me is April
in whose armpits is the approach of spring

thy thighs are white horses yoked to a chariot
  of kings
they are the striking of a good minstrel
between them is always a pleasant song

my love
thy head is a casket
  of the cool jewel of thy mind
the hair of thy head is one warrior
  innocent of defeat
thy hair upon thy shoulders is an army
  with victory and with trumpets

thy legs are the trees of dreaming
whose fruit is the very eatage of forgetfulness

thy lips are satraps in scarlet
  in whose kiss is the combinings of kings
thy wrists
are holy
  which are the keepers of the keys of thy blood
thy feet upon thy ankles are flowers in vases
  of silver

in thy beauty is the dilemma of flutes

  thy eyes are the betrayal
of bells comprehended through incense

 

Who Knows If The Moon’s

who knows if the moon’s
a baloon,coming out of a keen city
in the sky—filled with pretty people?
(and if you and i should

get into it,if they
should take me and take you into their baloon,
why then
we’d go up higher with all the pretty people

than houses and steeples and clouds:
go sailing
away and away sailing into a keen
city which nobody’s ever visited,where

always
            it’s
                   Spring)and everyone’s
in love and flowers pick themselves

 
E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Zelfportret 1958

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski”

E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

As Is The Sea Marvelous

as is the sea marvelous
from god’s
hands which sent her forth
to sleep upon the world

and the earth withers
the moon crumbles
one by one
stars flutter into dust

but the sea
does not change
and she goes forth out of hands and
she returns into hands

and is with sleep….

love,
    the breaking

of your
        soul
        upon
my lips

 

somewhere i have never travelled, gladly beyond

somewhere i have never travelled, gladly beyond
any experience,your eyes have their silence:
in your most frail gesture are things which enclose me,
or which i cannot touch because they are too near

your slightest look easily will unclose me
though i have closed myself as fingers,
you open always petal by petal myself as Spring opens
(touching skilfully,mysteriously)her first rose

or if your wish be to close me, i and
my life will shut very beautifully ,suddenly,
as when the heart of this flower imagines
the snow carefully everywhere descending;

nothing which we are to perceive in this world equals
the power of your intense fragility:whose texture
compels me with the color of its countries,
rendering death and forever with each breathing

(i do not know what it is about you that closes
and opens;only something in me understands
the voice of your eyes is deeper than all roses)
nobody,not even the rain,has such small hands

 

My Mind Is

my mind is
a big hunk of irrevocable nothing which touch and
taste and smell and hearing and sight keep hitting and
chipping with sharp fatal tools
in an agony of sensual chisels i perform squirms of
chrome and execute strides of cobalt
nevertheless i
feel that i cleverly am being altered that i slightly am
becoming something a little different, in fact
myself
Hereupon helpless i utter lilac shrieks and scarlet
bellowings.

 
E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Als student in Harvard, 1915

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield”

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

In The Rain-

in the rain-
darkness,     the sunset
being sheathed i sit and
think of you

the holy
city which is your face
your little cheeks the streets
of smiles

your eyes half-
thrush
half-angel and your drowsy
lips where float flowers of kiss

and
there is the sweet shy pirouette
your hair
and then

your dancesong
soul.     rarely-beloved
a single star is
uttered,and i

think
       of you

 

 

I Like My Body When It Is With Your

i like my body when it is with your
body. It is so quite new a thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body.  i like what it does,
i like its hows.  i like to feel the spine
of your body and its bones,and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,
i like, slowly stroking the,shocking fuzz
of your electric furr,and what-is-it comes
over parting flesh….And eyes big love-crumbs,

and possibly i like the thrill

of under me you so quite new

 

 

It Is Funny, You Will Be Dead Some Day

it is funny, you will be dead some day.
By you the mouth hair eyes,and i mean
the unique and nervously obscene

need;it’s funny.  They will all be dead

knead of lustfulhunched deeplytoplay
lips and stare the gross fuzzy-pash
—dead—and the dark gold delicately smash….
grass,and the stars,of my shoulder in stead.

It is a funny,thing.  And you will be

and i and all the days and nights that matter
knocked by sun moon jabbed jerked with ecstasy
….tremble (not knowing how much better

than me will you like the rain’s face and

the rich improbable hands of the Wind)

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)

Zelfportret, 1958

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers, Katherine Mansfield, Margarete Susman, Stefan Żeromski”

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

if you like my poems let them

if you like my poems let them
walk in the evening,a little behind you

then people will say
“Along this road i saw a princess pass
on her way to meet her lover(it was
toward nightfall)with tall and ignorant servants.”

 

my father moved through dooms of love

my father moved through dooms of love
through sames of am through haves of give,
singing each morning out of each night
my father moved through depths of height

this motionless forgetful where
turned at his glance to shining here;
that if(so timid air is firm)
under his eyes would stir and squirm

newly as from unburied which
floats the first who,his april touch
drove sleeping selves to swarm their fates
woke dreamers to their ghostly roots

and should some why completely weep
my father’s fingers brought her sleep:
vainly no smallest voice might cry
for he could feel the mountains grow.

Lifting the valleys of the sea
my father moved through griefs of joy;
praising a forehead called the moon
singing desire into begin

joy was his song and joy so pure
a heart of star by him could steer
and pure so now and now so yes
the wrists of twilight would rejoice

keen as midsummer’s keen beyond
conceiving mind of sun will stand,
so strictly(over utmost him
so hugely) stood my father’s dream

his flesh was flesh his blood was blood:
no hungry man but wished him food;
no cripple wouldn’t creep one mile
uphill to only see him smile.

Scorning the Pomp of must and shall
my father moved through dooms of feel;
his anger was as right as rain
his pity was as green as grain

septembering arms of year extend
yes humbly wealth to foe and friend
than he to foolish and to wise
offered immeasurable is

proudly and(by octobering flame
beckoned)as earth will downward climb,
so naked for immortal work
his shoulders marched against the dark

his sorrow was as true as bread:
no liar looked him in the head;
if every friend became his foe
he’d laugh and build a world with snow.

My father moved through theys of we,
singing each new leaf out of each tree
(and every child was sure that spring
danced when she heard my father sing)

then let men kill which cannot share,
let blood and flesh be mud and mire,
scheming imagine,passion willed,
freedom a drug that’s bought and sold

giving to steal and cruel kind,
a heart to fear,to doubt a mind,
to differ a disease of same,
conform the pinnacle of am

though dull were all we taste as bright,
bitter all utterly things sweet,
maggoty minus and dumb death
all we inherit,all bequeath

and nothing quite so least as truth
–i say though hate were why men breathe–
because my Father lived his soul
love is the whole and more than all

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)

Self-portrait with sketchpad, 1939

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers”

E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2008 en ook mijn blog van 14 oktober 2009 en ook mijn blog van 14 oktober 2010.

 

“Gay” is the captivating cognomen

“Gay” is the captivating cognomen of a Young Woman of cambridge,

mass.

to whom nobody seems to have mentioned ye olde freudian wish;

when i contemplate her uneyes safely ensconced in thick glass

you try if we are a gentleman not to think of(sh)

the world renowned investigator of paper sailors–argonauta argo

harmoniously being with his probably most brilliant pupil mated,

let us not deem it miraculous if their(so to speak)offspring has that largo

appearance of somebody who was hectocotyliferously propagated

when Miss G touched n.y. our skeleton stepped from his cupboard

gallantly offering to demonstrate the biggest best busiest city

and presently found himself rattling for that well known suburb

the bronx(enlivening an otherwise dead silence with harmless quips, out

of Briggs by Kitty)

arriving in an exhausted condition, i purchased two bags of lukewarm

peanuts

with the dime which her mama had generously provided(despite courte-

ous protestations)

and offering Miss Gay one(which she politely refused)set out gaily for

the hyenas

suppressing my frank qualms in deference to her not inobvious perturba-

tions

unhappily, the denizens of the zoo were that day inclined to be uncouthly

erotic

more particularly the primates–from which with dignity square feet

turned abruptly Miss Gay away:

“on the whole”(if you will permit a metaphor savouring slightly of the

demotic)

Miss Gay had nothing to say to the animals and the animals had nothing

to say to Miss Gay

during our return voyage, my pensive companion dimly remarlted some-

thing about “stuffed

fauna” being “very interesting” . . . we also discussed the possibility of

rain. . .

E distant proximity to a Y.W.c.a. she suddenly luffed

–thanking me; and(stating that she hoped we might “meet again

sometime”)vanished, gunwale awash. I thereupon loosened my collar

and dove for the nearest l; surreptitiously cogitating

the dictum of a new england sculptor(well on in life)re the helen moller

dancers, whom he considered “elevating–that is, if dancing CAN be ele-

vating”

Miss(believe it or)Gay is a certain Young Woman unacquainted with the

libido

and pursuing a course of instruction at radcliffe college, cambridge, mass.

i try if you are a gentleman not to sense something un poco putrido

when we contemplate her uneyes safely ensconced in thick glass

 


E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)

Portret doorJohn Bedford

Doorgaan met het lezen van “E. E. Cummings, Péter Nádas, Katha Pollitt, Daniël Rovers”