John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Ali Smith, Jorge Luis Borges, Johan Fabricius, Robert Herrick

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: Turtles All The Way Down

“At the time I first realized I might be fictional, my weekdays were spent at a publicly funded institution on the north side of Indianapolis called White River High School, where I was required to eat lunch at a particular time—between 12:37 P.M. and 1:14 P.M.—by forces so much larger than myself that I couldn’t even begin to identify them. If those forces had given me a different lunch period, or if the tablemates who helped author my fate had chosen a differ­ent topic of conversation that September day, I would’ve met a different end—or at least a different middle. But I was beginning to learn that your life is a story told about you, not one that you tell.
Of course, you pretend to be the author. You have to. You think, I now choose to go to lunch, when that monotone beep rings from on high at 12:37. But really, the bell decides. You think you’re the painter, but you’re the canvas.
Hundreds of voices were shouting over one another in the cafeteria, so that the conversation became mere sound, the rushing of a river over rocks. And as I sat beneath fluorescent cylinders spewing aggressively artificial light, I thought about how we all believed ourselves to be the hero of some personal epic, when in fact we were basically identical organisms colo­nizing a vast and windowless room that smelled of Lysol and lard.
I was eating a peanut butter and honey sandwich and drinking a Dr Pepper. To be honest, I find the whole process of masticating plants and animals and then shoving them down my esophagus kind of disgusting, so I was trying not to think about the fact that I was eating, which is a form of thinking about it.
Across the table from me, Mychal Turner was scribbling in a yellow-paper notebook. Our lunch table was like a long­ running play on Broadway: The cast changed over the years, but the roles never did. Mychal was The Artsy One. He was talking with Daisy Ramirez, who’d played the role of my Best and Most Fearless Friend since elementary school, but I couldn’t follow their conversation over the noise of all the others.
What was my part in this play? The Sidekick. I was Daisy’s Friend, or Ms. Holmes’s Daughter. I was somebody’s something.
I felt my stomach begin to work on the sandwich, and even over everybody’s talking, I could hear it digesting, all the bacteria chewing the slime of peanut butter-the students inside of me eating at my internal cafeteria. A shiver con­ vulsed through me.“


John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

 

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer) werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook alle tags voor Drs. P op dit blog.

 

Venus van Milo

Het schrijnt mij van mijn hart tot in mijn d
Ze is zo koud, en toch zo lief, zo licht
En haar gebrek vervult mij met erb
Och, kon ik haar slechts troosten en verw
Al was het met een incompleet gedicht.

 

Telescoop

Dit maal komt telescooprijm aan bod
Een bij ’t zien al te snappen methode
Om de tijd die u zwaar valt te doden
Doe dit niet met breedvoerige oden –
Volg de nieuwe verskunstige mode
Vindt u dit nog te moeilijk? Mijn God!

Men maakt zich boos op die neutronenbom
In Nederland, in ’t Kremlin, zelfs in Rome…
Zijn oorlogswapens, door de bank genomen
Dan iets waarbij je lekker weg kunt dromen?
Dus met of zonder – kome maar wat kome
En ’t komt er geen seconde later om.

Voor dichters ga ik zelden plat
Tentije, J.J.L. ten Kate
En nog een aantal kan ik haten
Of minstens ongelezen laten
Maar ik waardeer in hoge mate
Light verse, mits goed – als in dit blad.

 

Streekroman

‘Marie trekt naar de stad en wordt frivool.
Boer Teunis stopt de kousen, zorgt voor pap.
De achterlijke Wobbe groeit als kool’.

Hij maakt een paard nerveus en krijgt een trap.
Zijn toekomst oogde toch al niet zo best
En nu ontgaat hem ook het vaderschap.

Boer Teunis sterft. Het vee krijgt runderpest
En Wobbe kan het niet meer aan. Maar dan…
Marie (nog mooi) terug in ’t oude nest!

‘Een nieuwe ramp! De vlam slaat in de pan!
Wat is hij flink, die jonge brandweerman.’

 
Drs. P (24 augustus 1919 – 13 juni 2015)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook alle tags voor Marion Bloem op dit blog.

Uit: Haar goede hand

“Over mijn moeder heb ik veel geschreven.
Of eigenlijk dat ook weer niet. Ik heb telkens iets van haar geleend en het gehavend teruggegeven. Ze heeft daarover nooit geklaagd, terwijl het niet gepast is om van iemands trouwservies ongevraagd de theepot, een ontbijtbord, botervloot of schoteltje uit de kast te nemen, die te gebruiken en niet netjes te retourneren, maar maanden, jaren later in scherven, of op een verkeerde manier gelijmd, in een etalage te presenteren met de trotse woorden: ‘Kijk eens wat ik heb gemaakt! Je mag er net zo vaak naar kijken als je wilt.’
Ze vragen haar vaak: ‘Ben je niet trots op je dochter, die schrijfster?’
Meestal antwoordt ze: ‘Ik ben trots op alle vier mijn kinderen, op het ene niet meer dan op het andere, ze zijn allemaal gelijk.’
Mijn moeder durft wat ze werkelijk vindt niet hardop te zeggen. Misschien zelfs niet te denken. Daarom zeg ik het voor haar: het is geen benijdenswaardig lot om moeder van een auteur te zijn die zich permitteert jouw verleden, heden en toekomst als hutspot op te dienen en daarbij verwacht dat je de portie gretig consumeert, en vervolgens beweert dat het heus goed heeft gesmaakt.
Ze is kleurrijker dan ik zwart-op-wit kan beschrijven. Ze is complexer dan een leesbaar boek tolereert en ze is dapperder dan ik in zinnen kan uitdrukken.
Mijn broers en zus adviseer ik dit boek niet te lezen, tenzij met het besef dat hun moeder de mijne niet is en de mijne niet de vrouw is van mijn zeven jaar geleden overleden vader, noch de dame over wie haar buurvrouw de laatste jaren telkens klaagt: ‘Ze gaat wel vreselijk achteruit. Ze is vaak erg verward. Ze zou niet meer op zichzelf moeten wonen, het wordt levensgevaarlijk, weet je dat.”

 
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

De Nederlandse schrijver en rapper Pepijn Lanen werd geboren in Utrecht op 4 augustus 1982. Zie ook alle tags voor Pepijn Lanen op dit blog.

Uit: Sjeumig

“Druppels uitgezwete alcohol dansten via zijn voorhoofd, wangen en nek zijn kraag in. Eerder al had hij zijn laptop geopend, de vingers gekruist dat de e-mail met de bevestiging van de desbetreffende afspraak nog openstond. Gelukkig kwam hij er juist op dat moment achter dat de accu helemaal leeg was geraakt. De chauffeur stuurde de elektrische mobiel nog maar een hoek om en keek in de achteruitkijkspiegel naar een zwetende jongeman met een rood hoofd die zijn blik ontweek.
Via de navigatie van zijn telefoon probeerde hij het adres te lokaliseren, aangezien de chauffeur steeds desgevraagd op zijn Tom- Tom-kastje tikte met een harige dikke vinger en vervolgens ‘nee’ schudde, waarna er soms een paar huidschilfers op zijn schouders belandden. Elke hap adem die hij nam voelde als een ingeslikt stuk ziekte. De chauffeur was buiten de auto de straat op gegaan om een paar lokaaltjes aan de tand te voelen over het nu bijna mythische adres van zijn bestemming. Vanaf zijn zitplaats op de achterbank zag hij mensen met hun hoofd schudden en de chauffeur met één hand in zijn zij en de andere aan zijn achterhoofd krabben. ‘Het leven is een gekke poppenkast’ stond op een sticker op het dashboard. De navigatie van zijn telefoon gaf aan a) dat zij geen flauw idee had waar in vredesnaam om gevraagd werd en b) dat het helemaal geen zin had om het uit te gaan zoeken omdat er precies bijna niks aan ontvangst mogelijk was. Het ding eindigde zijn monoloog met ‘O ja, ik ben helemaal leeg’ in de vorm van een abrupt zwart geworden scherm.
Honderdtweeënzestig euro en vijfenzeventig cent stond er op de teller, en de chauffeur was er onderhand klaar mee. Niet alleen voelde het meer en meer alsof de opgegeven locatie niet bestond, hij begon ook te twijfelen aan de mogelijkheid of zijn passagier überhaupt wel beschikte over de liquide middelen om hem te compenseren voor het ritje.
De chauffeur had vriendelijk doch onvriendelijk aangegeven niet langer de Robin bij zijn Batman dan wel de Jeeves bij zijn Wooster te willen zijn. De chauffeur stelde daarom ook voor dat er afgerekend werd en eenieder zijn eigen weg zou vervolgen. Toen hij aangaf dat hij moest pinnen om het verschuldigde bedrag in te kunnen lossen kreeg de chauffeur bijna een rolberoerte.”


Pepijn Lanen (Utrecht, 4 augustus 1982)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Mythos

“These days the origin of the universe is explained by proposing a Big Bang, a single event that instantly brought into being all the matter from which everything and everyone are made.
The ancient Greeks had a different idea. They said that it all started not with a bang, but with CHAOS.
Was Chaos a god – a divine being – or simply a state of nothingness? Or was Chaos, just as we would use the word today, a kind of terrible mess, like a teenager’s bedroom only worse?
Think of Chaos perhaps as a kind of grand cosmic yawn. As in a yawning chasm or a yawning void.
Whether Chaos brought life and substance out of nothing or whether Chaos yawned life up or dreamed it up, or conjured it up in some other way I don’t know. I wasn’t there. Nor were you. And yet in a way we were, because all the bits that make us were there. It is enough to say that the Greeks thought it was Chaos who, with a massive heave, or a great shrug, or hiccup, vomit or cough, began the long chain of creation that has ended with pelicans and penicillin and toadstools and toads, sea-lions, seals, lions, human beings and daffodils and murder and art and love and confusion and death and madness and biscuits.
Whatever the truth, science today agrees that everything is destined to return to Chaos. It calls this inevitable fate entropy: part of the great cycle from Chaos to order and back again to Chaos. Your trousers began as chaotic atoms that somehow coalesced into matter that ordered itself over aeons into a living substance that slowly evolved into a cotton plant that was woven into the handsome stuff that sheathes your lovely legs. In time you will abandon your trousers – not now, I hope – and they will rot down in a landfill or be burned. In either case their matter will at length be set free to become part of the atmosphere of the planet. And when the sun explodes and takes every particle of this world with it, including the ingredients of your trousers, all the constituent atoms will return to cold Chaos. And what is true for your trousers is of course true for you.
So the Chaos that began everything is also the Chaos that will end everything.
Now, you might be the kind of person who asks, ‘But who or what was there before Chaos?’ or ‘Who or what was there before the Big Bang? There must have been something.”


Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Schotse schrijfster en journaliste Ali Smith werd geboren op 24 augustus 1962 in Inverness. Zie ook alle tags voor Ali Smith op dit blog.

Uit: Autumn

It was the worst of times, it was the worst of times. Again. That’s the thing about things. They fall apart, always have, always will, it’s in their nature. So an old old man washes up on a shore. He looks like a punctured football with its stitching split, the leather kind that people kicked a hundred years ago. The sea’s been rough. It has taken the shirt off his back; naked as the day I was born are the words in the head he moves on its neck, but it hurts to. So try not to move the head. What’s this in his mouth, grit? it’s sand, it’s under his tongue, he can feel it, he can hear it grinding when his teeth move against each other, singing its sand-song: I’m ground so small, but in the end I’m all, I’m softer if I’m underneath you when you fall, in sun I glitter, wind heaps me over litter, put a message in a bottle, throw the bottle in the sea, the bottle’s made of me, I’m the hardest grain to harvest, to harvest…
the words for the song trickle away. He is tired. The sand in his mouth and his eyes is the last of the grains in the neck of the sandglass.
Daniel Gluck, your luck’s run out at last.
He prises open one stuck eye. But –
Daniel sits up on the sand and the stones – is this it? really? this? is death?
He shades his eyes. Very bright.
Sunlit. Terribly cold, though.
He is on a sandy stony strand, the wind distinctly harsh, the sun out, yes, but no heat off it. Naked, too. No wonder he’s cold. He looks down and sees that his body’s still the old body, the ruined knees.
He’d imagined death would distil a person, strip the rotting rot away till everything was light as a cloud.
Seems the self you get left with on the shore, in the end, is the self that you were when you went.
If I’d known, Daniel thinks, I’d have made sure to go at twenty, twenty five.
Only the good.
Or perhaps (he thinks, one hand shielding his face so if anyone can see him no one will be offended by him picking out what’s in the lining of his nose, or giving it a look to see what it is – it’s sand, beautiful the detail, the different array of colours of even the pulverized world, then he rubs it away off his fingertips) this is my self distilled. If so then death’s a sorry disappointment.

 
Ali Smith (Inverness, 24 augustus 1962)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Jorge Luis Borges op dit blog.

Calle Piedras en calle Chile

Door deze straten liep ik vele dagen.
Ik herinner me ze niet. Niet dichterbij
dan de uitheemse Ganges lijken mij
die ochtenden en avonden. Ze schragen
me niet langer. Ze zijn gedweeë klei
van mijn verleden, door de tijd verteerd
of door de kunsten gemanipuleerd
en niet ontcijferd door wichelarij.
Misschien dat er een zwaard in het duister was,
wellicht groeide daar ook een roos. Vervlochten
schimmen verzamelen hen in hun krochten.
Niets. Het enige dat mij nog rest is as.
Wanneer ik van mijn maskers ben bevrijd
ben ik in de dood alleen vergetelheid.

 

Vertaald door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer

 

A Patio

At evening
they grow weary, the patio’s two or three colours.
Tonight, the moon, bright circle,
fails to dominate space.
Patio, channel of sky.
The patio is the slope
down which sky flows into the house.
Serene,
eternity waits at the crossroad of stars.
It’s pleasant to live in the friendly dark
of entrance-way, arbour, and cistern.

 

Vertaald door A. S. Kline

 

Rain

The afternoon has brightened up at last
For rain is falling, sudden and minute.
Falling or fallen. There is no dispute:
Rain is a thing that happens in the past.

Who hears it fall retrieves a time that fled
When an uncanny windfall could disclose
To him a flower by the name of rose
And the perplexing redness of its red.

Falling until it blinds each windowpane,
Within a suburb now long lost this rain
Shall liven black grapes on a vine inside

A certain patio that is no more.
A long-awaited voice through the downpour
Is from my father. He has never died.

 

Vertaald door A.Z. Foreman

 
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)
Borstbeeld in Buenos Aires

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook alle tags voor Johan Fabricius op dit blog.

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

“Blok trok een ernstig gezicht, spoog zo er eens voor zich heen en mat met zijn ogen de grond af. ‘Zie je dat paaltje, helemaal daarginds?’
‘Dat daar?’
‘Nee, nog eentje verder. Zo lang is-t-ie vast wel van ’t galjoen tot aan de spiegel.’
En de schipper ging met zijn beide zoons de zeilen inrollen.
Padde had er zwijgend bij staan luisteren, pakte nu zijn emmertje weer op, en de beide jongens vervolgden hun weg. ‘Die sprong in de tjalk viel niet mee!’ zei Padde. ‘’t Was een heel eind!’
Maar Hajo gaf geen antwoord.
Zo kwamen de jongens op de Italiaanse zeedijk. Er lag een brede strook ijs.
Plotseling bleef Hajo stilstaan. Padde schoot gedachteloos nog een eindje door. Toen hield hij stil en keek verbaasd om. De blik in Hajo’s ogen duidde op onweer.
‘Kijk eens, Padde,’ zei Hajo langzaam en wees voor zich uit. ‘Wat zie je daar op het ijs?’
‘Hemeltje!’ zei Padde, ‘daar is er een aan het botkloppen.’
‘Juist! Er is er een in mijn bijt aan het botkloppen. Ken jij hem? Ik niet.’
Padde begon opgewonden te blazen. ‘In onze bijt! Nee, wie het is, kan ik niet zien. Ik zie niet zo goed als jij.’ En Paddes ogengeknip onderstreepte deze verklaring.
‘Kom mee,’ beval Hajo.
Padde stelde voor zichzelf vast dat het weer een spannende middag kon worden.
Samen stevenden ze op de roekeloze botklopper af.
Het was een netgeklede jongen, die, een emmertje naast zich, energiek met een bijl op het ijs klopte, om de door de kou verdoofde bot te wekken en naar de bijt te lokken waarin het verraderlijke net hing. De jongen was zo in zijn werk verdiept, dat hij niet merkte wat hem boven het hoofd hing.
Padde kon zijn verontwaardiging niet langer verkroppen: toen ze de dijk afgingen, rende hij op de ijverige klopper toe. Maar vlak bij hem gekomen, had hij het ongeluk uit te glijden; hij plofte achterover op het ijs – dat weinig meegaf! – en kwam verbouwereerd overeind.”


Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
Cover

 

De Engelse dichter en priester Robert Herrick werd geboren in Londen en gedoopt op 24 augustus 1591. Zie ook alle tags voor Robert Herrick op dit blog.

 

To Electra

I dare not ask a kiss,
I dare not beg a smile,
Lest having this, or that,
Will make me proud the while.

No, no the utmost share,
Of my heart’s desire be,
Only to kiss that air,
That lately kissed thee

 

Another Grace for a Child

Here a little child I stand
Heaving up my either hand;
Cold as paddocks though they be,
Here I lift them up to Thee,
For a benison to fall
On our meat, and on us all. Amen.

 
Robert Herrick (24 augustus 1591 – 15 oktober 1674)
Portret op een titelblad uit 1648

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2017 en ook mijn blog van 24 augustus 2014 deel 2.

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit:The Fault in Our Stars

“Late in the winter of my seventeenth year, my mother decided I was depressed, presumably because I rarely left the house, spent quite a lot of time in bed, read the same book over and over, ate infrequently, and devoted quite a bit of my abundant free time to thinking about death.
Whenever you read a cancer booklet or website or whatever, they always list depression among the side effects of cancer. But, in fact, depression is not a side effect of cancer. Depression is a side effect of dying. (Cancer is also a side effect of dying. Almost everything is, really.) But my mom believed I required treatment, so she took me to see my Regular Doctor Jim, who agreed that I was veritably swimming in a paralyzing and totally clinical depression, and that therefore my meds should be adjusted and also I should attend a weekly Support Group.
This Support Group featured a rotating cast of characters in various states of tumor-driven unwellness. Why did the cast rotate? A side effect of dying.
The Support Group, of course, was depressing as hell. It met every Wednesday in the basement of a stone-walled Episcopal church shaped like a cross. We all sat in a circle right in the middle of the cross, where the two boards would have met, where the heart of Jesus would have been.
I noticed this because Patrick, the Support Group Leader and only person over eighteen in the room, talked about the heart of Jesus every freaking meeting, all about how we, as young cancer survivors, were sitting right in Christ’s very sacred heart and whatever.
So here’s how it went in God’s heart: The six or seven or ten of us walked/wheeled in, grazed at a decrepit selection of cookies and lemonade, sat down in the Circle of Trust, and listened to Patrick recount for the thousandth time his depressingly miserable life story—how he had cancer in his balls and they thought he was going to die but he didn’t die and now here he is, a full-grown adult in a church basement in the 137th nicest city in America, divorced, addicted to video games, mostly friendless, eking out a meager living by exploiting his cancertastic past, slowly working his way toward a master’s degree that will not improve his career prospects, waiting, as we all do, for the sword of Damocles to give him the relief that he escaped lo those many years ago when cancer took both of his nuts but spared what only the most generous soul would call his life.
AND YOU TOO MIGHT BE SO LUCKY!
Then we introduced ourselves: Name. Age. Diagnosis. And how we’re doing today. I’m Hazel, I’d say when they’d get to me. Sixteen. Thyroid originally but with an impressive and long-settled satellite colony in my lungs. And I’m doing okay.”

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius”

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: Paper Towns (Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders)

“Zoals ik het zie krijgt ieder mens een wonder. Dat zit zo: ik zal wel nooit door de bliksem worden getroffen of een Nobelprijs winnen of dictator van een eilandje in de Stille Zuidzee worden of terminale oorkanker krijgen of spontaan in brand vliegen. Maar als je alle onwaarschijnlijke dingen bij elkaar neemt, krijgt ieder van ons vast wel met minstens één ervan te maken. Ik had het kikkers kunnen zien regenen. Ik had voet op Mars kunnen zetten. Ik had door een walvis verslonden kunnen worden. Ik had met de koningin van Engeland kunnen trouwen of maanden op zee kunnen overleven. Maar mijn wonder was anders. Mijn wonder was dit: dat van alle huizen in alle woonwijken in heel Florida, het huis waar ik kwam wonen nu net het huis naast dat van Margo Roth Spiegelman was.
Onze woonwijk, Jefferson Park, was vroeger een marinebasis. Maar toen had de marine die niet meer nodig en gaven ze het land terug aan de burgers van Orlando, Florida, die besloten er een enorme woonwijk te bouwen, want dat doen ze in Florida met land. Vlak nadat de eerste huizen waren gebouwd, kwamen mijn ouders en die van Margo er wonen, naast elkaar. Margot en ik waren twee jaar.
Voor Jefferson Park een soort Pleasantville werd, en voor het een marinebasis was, was het eigendom van een echte Jefferson, een man die Dr. Jefferson Jefferson heette. Er is een school in Orlando die naar Dr. Jefferson Jefferson is genoemd, en ook een grote liefdadigheidsinstelling, maar het fascinerende en raar-maar-ware aan Dr. Jefferson Jeffferson is dat hij helemaal geen doctor was.
Hij was gewoon iemand die sinaasappelsap verkocht en Jefferson Jefferson heette. Toen hij rijk en machtig werd stapte hij naar de rechter en maakte van Jefferson zijn tweede voornaam door als eerste voornaam ‘Dr.’ te kiezen. Hoofdletter D. Kleine letter r. Punt.
Margo en ik waren negen. Omdat onze ouders bevriend waren, speelden we soms met elkaar. Dan reden we op onze fiets langs de doodlopende stratennaar Jefferson Park, de naaf van het wiel dat onze wijk vormde.”

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: An Abundance of Katherines

“The morning after noted child prodigy Colin Singleton graduated from high school and got dumped for the 19th time by a girl named Katherine, he took a bath. Colin had always preferred baths; one of his general policies in life was never to do anything standing up that could just as easily be done lying down. He climbed into the tub as soon as the water got hot, and he sat and watched with a curiously blank look on his face as the water overtook him. The water inched up his legs, which were crossed and folded into the tub. He did recognize, albeit faintly, that he was too long, and too big, for this bathtub—he looked like a mostly grown person playing at being a kid.
As the water began to splash over his skinny but unmuscled stomach, he thought of Archimedes. When Colin was about four, he read a book about Archimedes, the Greek philosopher who’d discovered you could measure volume by water displacement when he sat down in the bathtub. Upon making this discovery, Archimedes supposedly shouted “Eureka! ” and then ran naked through the streets. The book said that many important discoveries contained a “Eureka moment.” And even then, Colin very much wanted to have some important discoveries, so he asked his mom about it when she got home that evening.
“Mommy, am I ever going to have a Eureka moment?”
“Oh, sweetie,” she said, taking his hand. “What’s wrong?”
“I wanna have a Eureka Moment,” he said, the way another kid might have expressed longing for a teenage mutant ninja turtle.
She pressed the back of her hand to his cheek and smiled, her face so close to his that he could smell coffee and make-up. “Of course, Colin baby. Of course you will.” But mothers lie. It’s in the job description.
Colin took a deep breath and slid down, immersing his head. I am crying, he thought, opening his eyes to stare through the soapy, stinging water. I feel like crying so I must be crying, but it’s impossible to tell because I’m underwater. But he wasn’t crying. Curiously, he felt too depressed to cry. Too hurt. It felt as if she’d taken the part that cried from him.”

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.

 

 

Peer

De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer

De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snij de peer

In weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukje peer

De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer

 

 

 

Troostvogel

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

 

88/1

Nu maak ik eens van een getal gewag
‘Dat wordt vervelend’, zegt u bij uzelf
Of maakt het u misschien wat zenuwachtig?

’t Is tweemaal vierenveertig, acht maal elf…
Komaan, u bent de rekenkust toch machtig?
Of kom er een machientje aan te pas?

Het is – jawel, u weet het – achtentachtig
U had al zo’n idee dat dat het was
Zo blijkt weer wat goed onderwijs vermag

Dus achtentachtig is waarom het gaat
Lees door: ik ben nog lang niet uitgepraat.

 

 

Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

Doorgaan met het lezen van “Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, A. S. Byatt, Arthur West, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Herderslied

Ziehier, een liefelijke vertelling
Omtrent een herder en een fluit
Wij zien de herder op een helling
Daar laat hij al zijn schaapjes uit
Ze grazen nu eens naar beneden
En dan weer grazen zij omhoog
Maar overal zijn zij tevreden
Dit was deel 1 van mijn betoog

‘Het wordt eentonig’ zegt de herder
‘Ik denk dat ik eens verder trek’
Helaas, daar is een wegversperder
Een huizenhoog metalen hek
De herder zegt: ‘We moeten stoppen’
De schaapjes stoppen allemaal
En blaten droevig met hun koppen
Maar ik ga door met mijn verhaal

En wat doet nu de slimme herder?
Wat hij moet doen bedenkt hij vlug
Hij zegt: ‘We kunnen hier niet verder’
‘En daarom gaan we maar terug’
En om de schaapjes op te fleuren
Blaast hij een wijsje op zijn fluit
Dat hoort u binnenkort gebeuren
Want deze fabel is nu uit.

 

De afsluitdijk (1932)

Scheepvaartbedrijvigeid!
Talloze zeedieren!
Toen kwam de afsluitdijk –
Ging de zaak dicht

Pech voor de zeldzame
Coloratuurgarnaal
Die men te laat, helaas
In had gelicht.

 

Het goede boek

Het goede boek – je kunt het zomaar kopen
Je neemt het mee, je zet het in een kast
Het zal je nimmer voor de voeten lopen
Maar legt, zodra je wilt, een wereld open
En daarin ben je dan zijn eregast

 drs.p.

Drs. P. (Thun, 24 augustus 1919)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Ik was bij de een

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
gefluisterd
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
negedicht
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist

 

Bij hem

Terwijl hij zijn schoenveter
strikte keek ik
uit het raam en
zag hoe de zon al verdween
achter het dak van de buren

nu wij zo lang
vruchteloos hadden
zitten praten over
een later dat ontbreekt
in ons verschiet
Kijk,

het betrekt, zei ik
Hij lachte, niet
vrolijk, niet triest
en we gingen tóch naar
buiten omdat het binnen
donker was

bloem 

Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Stephen Fry in America

 „I have often felt a hot flare of shame inside me when I listen to my fellow Britons casually jeering at the perceived depth of American ignorance, American crassness, American isolationism, American materialism, American lack of irony and American vulgarity. Aside from the sheer rudeness of such open and unapologetic mockery, it seems to me to reveal very little about America and a great deal about the rather feeble need of some Britons to feel superior. All right, they seem to be saying, we no longer have an Empire, power, prestige or respect in the world, but we do have ‘taste’ and ’subtlety’ and ‘broad general knowledge’, unlike those poor Yanks.

What silly, self-deluding rubbish! What dreadfully small-minded stupidity! Such Britons hug themselves with the thought that they are more cosmopolitan and sophisticated than Americans because they think they know more about geography and world culture, as if firstly being cosmopolitan and sophisticated can be scored in a quiz and as if secondly (and much more importantly) being cosmopolitan and sophisticated is in any way desirable or admirable to begin with. Sophistication is not a moral quality, nor is it a criterion by which one would choose one’s friends. Why do we like people? Because they are knowledgeable, cosmopolitan and sophisticated? No, because they are charming, kind, considerate, exciting to be with, amusing … there is a long list, but knowing what the capital of Kazakhstan is will not be on it.“

 fry

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Book of Sand and Shakespeare’s Memory (Vertaald door Andrew Hurley)

The Disk

I am a woodcutter. My name doesn’t matter. The hut I was born in, and where I’m soon to die, sits at the edge of the woods. They say these woods go on and on, right to the ocean that surrounds the entire world; they say that wooden houses like mine travel on that ocean. I wouldn’t know; I’ve never seen it. I’ve not seen the other side of the woods, either. My older brother, when we were boys he made me swear that between the two of us we’d hack away at this woods till there wasn’t a tree left standing. My brother is dead now, and now it’s something else I’m after, and always will be. Over in the direction where the sun goes down there’s a creek I fish in with my hands. There are wolves in the woods, but the wolves don’t scare me, and my ax has never failed me. I’ve not kept track of how old I am, but I know I’m old—my eyes don’t see anymore. Down in the village, which I don’t venture into anymore because I’d lose my way, everyone says I’m a miser, but how much could a woodcutter have saved up?

I keep the door of my house shut with a rock so the snow won’t get in. One evening I heard heavy, dragging footsteps and then a knock. I opened the door and a stranger came in. He was a tall, elderly man all wrapped up in a worn-out old blanket. A scar sliced across his face. The years looked to have given him more authority than frailty, but even so I saw it was hard for him to walk without leaning on his stick. We exchanged a few words I don’t recall now. The finally the man said:

“I am without a home, and I sleep wherever I can. I have wandered all across Saxony.”

His words befitted his age. My father always talked about “Saxony”; now people call it England.

There was bread and some fish in the house. While we ate, we didn’t talk. It started raining. I took some skins and made him a pallet on the dirt floor where my brother had died. When night came we slept.

borges

Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in Weimar. In

de jaren 1980 was hij een belangrijke voorvechter van de alternatieve schrijvers en kunstscène in Prenzlauer Berg. In de vroege jaren 1990 werd hij ontmaskerd als een voormalige medewerker van het ministerie van Staatsveiligheid. Van 1969 tot 1971, leerde hij het beroep van een letterzetter in Dresden. In 1972 werkte hij o.a. als assistent in een tweedehands boekhandel. Van 1974 tot 1975 liep hij stage bij de DEFA studio’s in Babelsberg, van 1976-1978 was Anderson auteur aan de School voor Film en Televisie Potsdam. Sinds 1981 is Anderson freelance schrijver in Berlijn. Anderson heeft in 1990 mede de poëzie-uitgeverij drukkerij Galrev opgericht. Sinds 1975 was Anderson onder het pseudoniem David Menzer, Fritz Müller en Peters medewerker van het Ministerie voor Staatsveiligheid. Hij bespioneerde speciaal collega-kunstenaars en vrienden in de wijk Prenzlauer Berg. Zijn ontmaskering door Wolf Biermann en Jürgen Fuchs was aanleiding tot een heftig en uitgebreid debat.

Uit: Jeder Satellit hat einen Killersatelliten

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der schwarze vogel februar tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im august alles zurück dreht um es wieder september zu nennen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen denn die gelegenheitsstunde an der weissen parkuhr unschuld hat zwei zeiger die jedes lied sechzig mal teilen & das ist auch das alibi für das ende der zeit 

alle dinge liegen klar in meinem herzen nichts wird vergessen werden denn der punkt am ende ist nach zwei der menschlichen seiten offen & nur auf den pfauenaugen taut der schnee zum mittag restlos 

alle dinge liegen klar in meinem herzen so dass mir nichts bleibt als an den abenden wenn ich der graue spiegel über dem wortefluss bin jenes schwarze recht eck nacht auf die namen & reime zu legen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen zeugen wird es nicht geben mutter sag dass der krieg eine erfindung ist & alles wurde nur 

erfunden um in den spielhöllen die väterlichen taschen zu wechseln 

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der weisse vogel november tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im februar alles zurück dreht um es wieder frühling zu nennen 

 anderson

 Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)

 

De Britse dichter en musicus Linton Kwesi Johnson werd geboren in Chapelton (Jamaica) op 24 augustus 1952. Toen hij nog jong was vertrok hij naar Groot-Brittannië om daar succes te krijgen als dichter. Hij ontdekte daar echter dat in Engeland buitenlanders slecht werk konden krijgen. Hij kreeg grote bekendheid toen hij zijn gedichten met reggaemuziek combineerde. Zijn bekendste plaat is Bass Culture, met de kleine hit Englan is a Bitch.Het meeste dichtwerk van Johnson is politiek georiënteerd en handelt voornamelijk over de ervaringen als Britse Afrikaans-Cariben in Groot Brittannië. Zijn meest bekende gedichten schreef hij tijdens het bewind van premier Margaret Thatcher. De gedichten bevatten beschrijvingen van de racistische wreedheden van de politie in die tijd. Johnsons gedichten verschenen voor het eerst in het tijdschrift Race Today, die zijn eerste gedichtenbundel Voices of the Living and the Dead in 1974 uitbracht. Zijn tweede bundel, Dread Beat An’ Blood, verscheen in 1975 bij Bogle-L’Ouverture. Een verzameling gedichten van hem verscheen onder de titel Mi Revalueshanary Fren bij Penguin Modern Classics. Johnson is daarmee een van de drie dichters waarvan ooit bij leven werk is gepubliceerd door Penguin Modern Classics.

 

Inglan is a bitch

W’en mi jus’ come to Landan toun
mi use to work pan di andahgroun
but workin’ pan di andahgroun
y’u don’t get fi know your way aroun’

Inglan is a bitch
dere’s no escapin’ it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi get a lickle jab in a big ‘otell
an’ awftah a while, mi woz doin’ quite well
dem staat mi aaf as a dish-washah
but w’en mi tek a stack, mi noh tun clack-watchah!

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
noh baddah try fi hide fram it

w’en dem gi’ you di lickle wage packit
fus dem rab it wid dem big tax rackit
y’u haffi struggle fi mek en’s meet
an’ w’en y’u goh a y’u bed y’u jus’ cant sleep

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
a noh lie mi a tell, a true

mi use to work dig ditch w’en it cowl noh bitch
mi did strang like a mule, but, bwoy, mi did fool
den awftah a while mi jus’ stap dhu ovahtime
den aftah a while mi jus’ phu dung mi tool

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u haffi know how fi suvvive in it

well mi dhu day wok an’ mid dhu nite wok
mi dhu clean wok an’ mid dhu dutty wok
dem seh dat black man is very lazy
but it y’u si how mi wok y’u woulda sey mi crazy

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u bettah face up to it

dem have a lickle facktri up inna Brackly
inna disya facktri all dem dhu is pack crackry
fi di laas fifteen years dem get mi laybah
now awftah fiteen years mi fall out a fayvah

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi know dem have work, work in abundant
yet still, dem mek mi redundant
now, at fifty-five mi gettin’ quite ol’
yet still, dem sen’ mi fi goh draw dole

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
is whey wi a goh dhu ‘bout it?

johnson

Linton Kwesi Johnson (Chapelton, 24 augustus 1952)

 

 De Engelse schrijfster A. S. Byatt werd geboren als Antonia Susan Drabble op 24 augustus 1936 in Sheffield. Met haar roman Obsessie (oorspr. Possession, 1990) won ze in 1990 de Booker Prize. A.S. Byatt werd onder meer bekend door haar kritiek op de boeken van J.K. Rowling. In 2004 sprak Byatt in Leiden de 33e Huizingalezing uit (‘From soul to heart to psyche to personality). Op 8 februari 2010 ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit Leiden.

Uit: Babel Tower

„The thrush has his anvil or altar on one fallen stone in a heap, gold and grey, roughly squared and shaped, hot in the sun and mossy in the shade. The massive rubble is in a clearing on a high hill. Below is the canopy of the forest. There is a spring, of course, and a little river flowing from it.
The thrush appears to be listening to the earth. In fact he is looking, with his sideways stare, for his secret prey in the grass, in the fallen leaves. He stabs, he pierces, he carries the shell with its soft centre to his stone. He lifts the shell, he cracks it down. He repeats. He repeats. He extracts the bruised flesh, he sips, he juggles, he swallows. His throat ripples. He sings. His song is liquid syllables, short cries, serial trills. His feathers gleam, creamy and brown-spotted. He repeats. He repeats.
Characters are carved on the stones. Maybe runes, maybe cuneiform, maybe ideograms of a bird’s eye or a creature walking, or pricking spears and hatchets. Here are broken alphabets, a and ?, C and T, A and G. Round the stones are the broken shells, helical whorls like empty ears in which no hammer beats on no anvil. They nestle. Their sound is brittle. Their lips are pure white (Helix hortensis) and shining black (Helix nemoralis). They are striped and coiled, gold, rose, chalk, umber; they rattle together as the quick bird steps among them. In the stones are the coiled remains of their congeners, millions of years old.
The thrush sings his limited lovely notes. He stands on the stone, which we call his anvil or altar, and repeats his song. Why does his song give us such pleasure?“

 byatt

A. S. Byatt (Sheffield, 24 augustus 1936)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en politiek journalist Arthur West werd geboren op 24 augustus 1922 in Wenen. Door de vorming van een anti-fascistische verzetsgroep in zijn school was Arthur West aan het eind van het schooljaar 1938 als onwaardig raciaal uitgesloten van school. West vluchtte eind januari 1939 met zijn ouders uit Oostenrijk naar Engeland. Daar werkte hij als arbeider in een schoenenfabriek. In 1940, hij was een zogenaamde “vijandelijke buitenlander (Duits paspoort) werd hij gedeporteerd en geïnterneerd in een kamp in New South Wales, Australië. In 1941 werd hij vrijgelaten, keerde terug naar Engeland en werkte hij o.a. als metaalbewerker. In 1942 werd hij lid van de Communistische Jeugd Liga. Zijn eerste literaire pogingen werden gepubliceerd in de organen van deze jeugdorganisatie. In 1944 werd hij ingezet tijdens de landing in Normandië en nam hij deel aan de oorlog in Italië. Net als vele andere repatrianten ging hij in november 1946 terug naar Wenen. West was lid van de Oostenrijkse Communistische Partij en werkte als redacteur en corrector in de uitgeverij van de KPO Globus. Zijn persoonlijke contacten en vriendschappen met Oostenrijkse kunstenaars, in het bijzonder auteurs, omvatten onder meer namen als Elfriede Jelinek, Peter Turrini, Erika Danneberg, Ernst Hinterberger, Francis Kaïn, Marie-Therèse Kerschbaumer, Karl Paryla, Erwin Riess, Gerhard Ruiss, Michael Scharang Heinz Rudolf Unger, Helmut Zenker.

Haiku’s

Stadt bräunlich in Weiß;
Frost ringt um ihre Unschuld,
doch Tau befleckt sie.

 

Scheerosenjunge
spreizen die Schnäbel: Es taut
Eiszapfentröpfchen.

 

Wolke aus Staren
kreuzt den Blick auf durchsonnte
Flugspur des Menschen.

 

 Herbst in der Schwebe:
Erntegold schmückt die Scheune;
der Acker ist kahl.

 west

 Arthur West (24 augustus 1922 – 16 augustus 2000)

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

„Baas Wouter meesmuilde.

Maar zijn gezicht betrok toen zijn boze vrouw de smidse binnenstoof en snauwde: ‘Ben je doof? D’r is al driemaal volk geroepen in de winkel, en m’n bieten staan aan te branden!’

De hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’ keek verbluft naar de deur, die alweer met een slag dichtgevallen was, zette toen grommend de voorhamer neer. Peter Hajo bleef alleen, – tuurde in de vlammen van de oven.

‘Kom maar eens terug als je zestien bent…’ – Over twee jaar! Alsof hij niet het werk van een zestienjarige jongen zou kunnen doen! Hij zétte het alle zestienjarige jongens in Hoorn om die bout vast te houden zoals hij dat daareven had gedaan! Was er één bij, die hem aandurfde? Had hij Peer den Vos geen pak slaag gegeven als hij in zijn leven niet had gehad, omdat hij (zonder het te vragen!) in de bijt was gaan vissen die Peter Hajo in het ijs had gekapt? Peer den Vos, die wel een hoofd groter was dan hij!

’t Was een gemene streek om hem als landkikker te laten rondspringen, hem, die, toen hij nauwelijks lopen kon, de touwen die de binnenzeilende vissers zijn oudere vrienden toewierpen al met een echte zeemansknoop om de meerpalen sloeg; hem, die zich op z’n vijfde jaar stiekem in vaders botter had verscholen en mee ter haringvangst was gegaan!

Hoe snakte hij ernaar op zee te zwalken zonder een streepje land mijlen in de omtrek; hoe snakte hij ernaar de wijde wereld te zien en met echte zeebenen terug te komen en op te snijden net als die bruingebrande pikbroeken die met Jan Pieterszoon Coen naar de Oost waren getogen en nu de waarheid spraken of logen, juist als het hun inviel, zonder dat een landrot zeggen kon: ‘Je zuigt uit je duim!’ – De Oost… daar was voorlopig helemáál geen kans op. Misschien later, als hij eerst een paar reizen met een walvisvaarder had gemaakt; als het vel van zijn handen was gebarsten door het zout; als de traanlucht in z’n haar en in z’n kleren hing, – misschien zouden ze hem dan willen meenemen. Jandorie! Peter Hajo zag een beeld opdoemen van bergen, fladderende papegaaien, dansende wilden, van apen, tijgers, krokodillen…

Weg was het beeld.“

fabricius

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
Beeld van de scheepsjongens van Bontekoe door beeldhouwer Jan van Druten in Hoorn.

 

De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Corduroy Mansions

„Passing off, thought William. Spanish sparkling wine—filthy stuff, he thought, filthy—passed itself off as champagne. Japanese whisky—Glen Yakomoto!—was served as Scotch. Inferior hard cheese—from Mafia-run factories in Catania—was sold to the unsuspecting as Parmesan.
Lots of things were passed off in one way or another, and now, as he stood before the bathroom mirror, he wondered if he could be passed off too. He looked at himself, or such part of himself as the small mirror encompassed-just his face, really, and a bit of neck. It was a fifty-one-year-old face chronologically, but would it pass, he wondered, for a forty-something-year-old face?
He looked more closely: there were lines around the eyes and at the edge of the mouth but the cheeks were smooth enough. He pulled at the skin around the eyes and the lines disappeared. There were doctors who could do that for you, of course: tighten things up; nip and tuck. But the results, he thought, were usually risible. He had a customer who had gone off to some clinic and come back with a face like a Noh-play mask-all smoothed out and flat. It was sad, really. And as for male wigs, with their stark, obvious hairlines, all one wanted to do was to reach forward and give them a tug. It was quite hard to resist, actually, and once, as a student-and when drunk-he had done just that. He had tugged at the wig of a man in a bar and . . . the man had cried. He still felt ashamed of himself for that. Best not to think about it.
No, he was weathering well enough and it was far more dignified to let nature take its course, to weather in a National Trust sort of way. He looked again at his face. Not bad. The sort of face, he thought, that would be hard to describe on the Wanted poster, if he were ever to do anything to merit the attention of the police-which he had not, of course. Apart from the usual sort of thing that made a criminal of everybody: “Wanted for illegal parking,” he muttered. “William Edward French (51). Average height, very slightly overweight (if you don’t mind our saying so), no distinguishing features. Not dangerous, but approach with caution.”

 mccall

Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948)

 

De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Zie en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Alchemist

„The boy’s name was Santiago. Dusk was falling as the boy arrived with his herd at an abandoned church. The roof had fallen in long ago, and an enormous sycamore had grown on the spot where the sacristy had once stood.

He decided to spend the night there. He saw to it that all the sheep entered through the ruined gate, and then laid some planks across it to prevent the flock from wandering away during the night. There were no wolves in the region, but once an animal had strayed during the night, and the boy had had to spend the entire next day searching for it.

He swept the floor with his jacket and lay down, using the book he had just finished reading as a pillow. He told himself that he would have to start reading thicker books: they lasted longer, and made more comfortable pillows.

It was still dark when he awoke, and, looking up, he could see the stars through the half-destroyed roof.

I wanted to sleep a little longer, he thought. He had the same dream that night as a week ago, and once again he had awakened before it ended.

He arose and, taking up his crook, began to awaken the sheep that still slept. He had noticed that, as soon as he awoke, most of his animals also began to stir. It was as if some mysterious energy bound his life to that of the sheep, with whom he had spent the past two years, leading them through the countryside in search of food and water. “They are so used to me that they know my schedule,” he muttered. Thinking about that for a moment, he realized that it could be the other way around: that it was he who had become accustomed to “their” schedule.“

 coelho

Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)

90 Jaar Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

Negentig jaar Drs. P.

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Dat is vandaag dus precies 90 jaar geleden.

 

Kloosterlied

 

Papyrus de Tweede, het teder aanbeden en edele hoofd van de hierarchie

Had redelijke vrede met zedeloosheden als lederen koorhemd en pederastie

“De lust, na het werken”, placht hij op te merken, “in kerken de perken te buiten te gaan

Is niet zo sinister, want niemand verliest er; wie kiest er ook anders het priesterbestaan?

Maar zie nu toch hier es, verzuchtte Papyrus, het kwalijke virus van den Tempelier

Het klooster, men proost er, men bloost er niet eens.Iedereen minnekoost er met Oosterse zwier

Al bouwen ze gothisch, ze zijn zo chaotisch exotisch, vooral op erotisch gebied…

Kannuniken gun ik een kans om te frunniken. Broeders zijn loeders, die gun ik het niet

 

O, kon ik een monnik een tonic zien drinken, een zuster beluster op koffie zien zijn

Dan liet ik hen zwieren, maar nee: deze klieren versieren maar bieren, likeuren en wijn

Voortdurend een kater en watergeklater van non en van pater, van abt en abdis

Dat moet zich wel wreken: men hoort nu al spreken door Brusselse leken van ‘Monniken Pis’

De heilige vader werd kwader en kwader, en nam in dit kader een nader besluit:

‘In kloostergebouwen geen slempen, geen sjouwen – wel stoken of brouwen, maar zonder geluid

Toch zijn ze me dierbaar, dus eens in de vier jaar doe ik hun plezier daar met een vrije dag

Dan duld ik inschikkelijk hun onverkwikkelijk prikkelgesmikkel en schrikkelgedrag’

 

 

Koude

Het absolute nulpunt

Is geen kermisattractie of flauwekulstunt

Het is de allerlaagst denkbare temperatuur

En dan mag men wel spreken van bijzonder guur

 

 

 

In het glaasje kijken

‘Indien ik eens uit een vergrootglas mocht drinken

Hoe groot zou ik dan kunnen worden, papa?’

De vraag van de jongen mag achterlijk klinken

Correctie: Martijntje was heus bij de pinken

Wel vijf jaar oud slechts, dus gaat u maar na

 

De vader verklaarde, didactisch bevlogen

‘Geenszins! Een vergrootglas, daar drinkt men niet uit

Uw groei ligt ook stellig niet in zijn vermogen

En als het vergroot is, is ’t alleen in uw ogen’

‘Hoe gaat zulks precies in zijn werk?’ vroeg de guit

 

‘Dat glas is een kijkglas, waardoor ge kunt kijken

En daar het glas bol is ontstaat het visioen

Dat letters of torretjes groter gaan lijken

Het komt doordat lichtstralen af moeten wijken’

En hier moest Martijntje het dan maar mee doen

 

drs_p

Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem.

 

 

 

Ik was bij de een

 

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
gefluisterd
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
negedicht
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist

 

 

 

Uit: In de kamer van mijn vroeger

 

Later is vroeger verdwenen.
Of nee, vroeger is later,
nee, vroeger is nu alweer weg,
terwijl later veel eerder dan
vroeger zal verdwijnen.
En vroeger dacht ik: later wordt het leuk,
maar later denk ik: vroeger was het leuker,
alleen wist ik dat vroeger over later nog niet.
en dat is ’t leuke van later, dat je weet
dat je vroeger nog niet wist wat je later zou weten,
terwijl je later, veel later, nou juist alles weer vergeet
wat je wist over vroeger, nu, en zelfs later, en zelfs
dat er ooit eens iets anders dan heden is geweest.

 

bloem

Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957.

 

Uit: Moab Is My Washpot

“We are living in a statistically rare and improbable period of British life. The last twenty years are the only twenty years of our history in which children have not been beaten for misbehaviour. Every Briton you can think of, from Chaucer to Churchill, from Shakespeare to Shilton, was beaten as a child. If you are under thirty, then you are the exception. Maybe we are on the threshold of a brave new world of balanced and beautiful Britons. I hope so.

You won’t find me offering the opinion that beating is a good thing or recommending the return of the birch. I frankly regard corporal punishment as of no greater significance in the life of most human beings than bustles, hula-hoops, flared trousers, side-whiskers or any other fad. Until, that is, one says that it isn’t. Which is to say, the moment mankind decides that a practice like beating is of significance then it becomes of significance. I should imagine that were I a child now and found myself being beaten by schoolmasters I would be highly traumatised by the experience, for every cultural signal would tell me that beating is, to use the American description, a “cruel and unusual punishment” and I would feel singled out for injustice and smart and wail accordingly.”

Fry-stephen

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires.

 

Uit: The Modesty of History (Vertaald door Ruth L. C. Simms)

 

“On September 20, 1792, Johann Wolfgang von Goethe (who had accompanied the Duke of Weimar on a military expedition to Paris) saw the finest army of Europe inexplicably repulsed at Valmy by some French militiamen, and said to his disconcerted friends: “In this place and on this day, a new epoch in the history of the world is beginning, and we shall be able to say that we have been present at its origin.” Since that time historic days have been numerous, and one of the tasks of governments (especially in Italy, Germany, and Russia) has been to fabricate them or to simulate them with an abundance of preconditioning propaganda followed by relentless publicity. Such days, which reveal the influence of Cecil B. De Mille, are related less to history than to journalism. I have suspected that history, real history, is more modest and that its essential dates may be, for a long time, secret. A Chinese prose writer has observed that the unicorn, because of its own anomaly, will pass unnoticed. Our eyes see what they are accustomed to seeing. Tacitus did not perceive the Crucifixion, although his book recorded it.

 

Those thoughts came to me after a phrase happened to catch my eye as I leafed through a history of Greek literature. The phrase aroused my interest because of its enigmatic quality: “He brought in a second actor.” I stopped; I found that the subject of that mysterious action was Aeschylus and that, as we read in the fourth chapter of Aristotle’s Poetics, he “raised the number of actors from one to two.” It is well known that the drama was an offshoot of the religion of Dionysus. Originally, a single actor, the hypokrites, elevated by the cothurnus, dressed in black or purple and with his face enlarged by a mask, shared the scene with the twelve individuals of the chorus. The drama was one of the ceremonies of the worship and, like all ritual, was in danger of remaining invariable. Aeschylus’ innovation could have occurred on but one day, five hundred years before the Christian era; the Athenians saw with amazement and perhaps with shock (Victor Hugo thought the latter) the unannounced appearance of a second actor.”

 

borges

Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren.

 

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

„Baas Wouter meesmuilde.
Maar zijn gezicht betrok toen zijn boze vrouw de smidse binnenstoof en snauwde: ‘Ben je doof? D’r is al driemaal volk geroepen in de winkel, en m’n bieten staan aan te branden!’
De hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’ keek verbluft naar de deur, die alweer met een slag dichtgevallen was, zette toen grommend de voorhamer neer. Peter Hajo bleef alleen, – tuurde in de vlammen van de oven.
‘Kom maar eens terug als je zestien bent…’ – Over twee jaar! Alsof hij niet het werk van een zestienjarige jongen zou kunnen doen! Hij zétte het alle zestienjarige jongens in Hoorn om die bout vast te houden zoals hij dat daareven had gedaan! Was er één bij, die hem aandurfde? Had hij Peer den Vos geen pak slaag gegeven als hij in zijn leven niet had gehad, omdat hij (zonder het te vragen!) in de bijt was gaan vissen die Peter Hajo in het ijs had gekapt? Peer den Vos, die wel een hoofd groter was dan hij!
’t Was een gemene streek om hem als landkikker te laten rondspringen, hem, die, toen hij nauwelijks lopen kon, de touwen die de binnenzeilende vissers zijn oudere vrienden toewierpen al met een echte zeemansknoop om de meerpalen sloeg; hem, die zich op z’n vijfde jaar stiekem in vaders botter had verscholen en mee ter haringvangst was gegaan!
Hoe snakte hij ernaar op zee te zwalken zonder een streepje land mijlen in de omtrek; hoe snakte hij ernaar de wijde wereld te zien en met echte zeebenen terug te komen en op te snijden net als die bruingebrande pikbroeken die met Jan Pieterszoon Coen naar de Oost waren getogen en nu de waarheid spraken of logen, juist als het hun inviel, zonder dat een landrot zeggen kon: ‘Je zuigt uit je duim!’ – De Oost… daar was voorlopig helemáál geen kans op. Misschien later, als hij eerst een paar reizen met een walvisvaarder had gemaakt; als het vel van zijn handen was gebarsten door het zout; als de traanlucht in z’n haar en in z’n kleren hing, – misschien zouden ze hem dan willen meenemen. Jandorie! Peter Hajo zag een beeld opdoemen van bergen, fladderende papegaaien, dansende wilden, van apen, tijgers, krokodillen…
Weg was het beeld.“

Fabricius_Johan_LM

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2006

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008.

 

 

De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Hij was professor in het medisch recht, maar is tegenwoordig vooral bekend als schrijver van de serie Het beste dames detectivebureau. In 2003 werd hij in Engeland gekozen tot schrijver van het jaar.

 

Uit: 44 Scotland Street

 

“Pat stood before the door at the bottom of the stair, reading the names underneath the buttons. Syme, Macdonald, Pollock, and then the name she was looking for: Anderson. That would be Bruce Anderson, the surveyor, the person to whom she had spoken on the telephone. He was the one who collected the rent, he said, and paid the bills. He was the one who had said that she could come and take a look at the place and see whether she wanted to live there.

“And we’ll take a look at you,” he had added. “If you don’t mind.”

So now, she thought, she would be under inspection, assessed for suitability for a shared flat, weighed up to see whether she was likely to play music too loudly or have friends who would damage the furniture. Or, she supposed, whether she would jar on anybody’s nerves.

She pressed the bell and waited. After a few moments something buzzed and she pushed open the large black door with its numerals, 44, its lion’s head knocker, and its tarnished brass plate above the handle. The door was somewhat shabby, needing a coat of paint to cover the places where the paintwork had been scratched or chipped away. Well, this was Scotland Street, not Moray Place or Doune Terrace; not even Drummond Place, the handsome square from which
Scotland Street descended in a steep slope. This street was on the edge of the Bohemian part of the Edinburgh New Town, the part where lawyers and accountants were outnumbered – just – by others.”

 

mccall-smith

Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948) 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Coelho had al vroeg interesse in de literatuur, wat zijn vader beschouwde als een vorm van afwijkend gedrag. Pogingen om hem te “genezen” versterkten echter zijn artistieke belangstelling, die hij uitleefde in de hippie-beweging van Brazilië. Zijn studie rechten staakte hij in 1970 om te gaan reizen door het Latijnsamerikaanse continent, en naar Europa. Later in de jaren zeventig maakte hij met zijn vrouw een reis door Europa, waar het concentratiekamp Dachau grote indruk maakte. Hij had daar een visioen, waarin een man aan hem verscheen. Twee maanden later kwam hij die man in Amsterdam werkelijk tegen. De man raadde hem aan zich te bekeren tot het katholicisme, en een pelgrimsreis naar Santiago de Compostela te ondernemen. Dat leidde tot het boek De pelgrimstocht naar Santiago (1987). Een jaar later verscheen De Alchemist, wat zorgde voor Coelho’s internationale doorbraak.

Paulo Coelho leeft met zijn vrouw Christina afwisselend in Rio de Janeiro en in Tarbes in de Franse Pyreneeën.

 

Uit: Eleven Minutes

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria. Wait a minute. “Once upon a time” is how all the best children’s stories begin and “prostitute” is a word for adults. How can I start a book with this apparent contradiction? But since, at every moment of our lives, we all have one foot in a fairy tale and the other in the abyss, let’s keep that beginning.

 

Once upon a time, there was a prostitute called Maria.

Like all prostitutes, she was born both innocent and a virgin, and, as an adolescent, she dreamed of meeting the man of her life (rich, handsome, intelligent), of getting married (in a wedding dress), having two children (who would grow up to be famous) and living in a lovely house (with a sea view). Her father was a travelling salesman, her mother a seamstress, and her hometown, in the interior of Brazil, had only one cinema, one nightclub and one bank, which was why Maria was always hoping that one day, without warning, her Prince Charming would arrive, sweep her off her feet and take her away with him so that they could conquer the world together.

While she was waiting for her Prince Charming to appear, all she could do was dream. She fell in love for the first time when she was eleven, en route from her house to school. On the first day of term, she discovered that she was not alone on her way to school: making the same journey was a boy who lived in her neighborhood and who shared the same timetable. They never exchanged a single word, but gradually Maria became aware that, for her, the best part of the day were those moments spent going to school: moments of dust, thirst and weariness, with the sun beating down, the boy walking fast, and with her trying her hardest to keep up.”

 

coelho

Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)