Gerard Walschap, Tim Hofman, Willem M. Roggeman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog.

Uit: Een mens van goeden wil

“Zijn strijd heeft Thijs op den ouderdom van acht jaren ingezet. Met een kat. Hij zat op een vroegen zomerdag met zijn rug tegen den steenput in de schaduw van een vlier fluitjes te snijden. De lucht was korenblauw, het dak rood, de muur wit, met groene deur en blinden, de grond ervoor zwart van de sinteltjes, alles helder, rustig, vredig en Thijs dacht: ik ben blij. De kat zat al meer dan een half uur slapend te loeren op den rand van het lage dak; een halve meter onder haar had vader het kanariekooitje aan den muur gehangen. Opeens viel ze met de kooi naar beneden, het kanarievogeltje vloog gek van hier naar daar. Thijs zag de kat het kleine gele diertje bij den kop door de tralies trekken. Ze verdween er mee. Al zijn bloed stond stil, hij werd vlak in het hart gestoken, de rand van den steenput verkilde in zijn rug tot een klomp ijs. Hij stond op, met looden beenen; hij hijgde diep alsof hij aan de lucht die er was opeens niet meer genoeg had. Staande kon hij zich ook niet geduren. Hij ging en wist niet waarheen. Onbewust koos hij de richting van den beemd waar zijn vader wissen aan ’t snijden was. Maar hij kon over de gracht niet, waar hij honderden keeren over gesprongen was. Hij volgde ze tot waar zij in de beek vloeit. Daar bleef hij zitten, moe, door een last gedrukt en hij dacht: ik heb pijn.
‘s Avonds kookt moeder botermelk en bakt aardappelen met wat ajuin in zoete lies. Thijs at en sprak niet, al hadden de anderen het over den kanarievogel. Hij beet zelfs op de botermelk. Voor zijn oogen lag de kat achter de stoof te pinkoogen. Na den maaltijd gaan broer en zuster nog wat buiten spelen, vader gaat gehurkt naast den dorpel zitten fluiten, moeder ruimt de tafel af en wascht het gerief. Maar Thijs zocht in vaders’ werkschuurtje den zwaarsten hamer, zette zich op zijn knieën achter de kat, haalde zijn zwaai met twee handen en haar kop deed krak. Zij schoot weg om buiten onder den vlier te sterven en nu eindelijk kon de kleine Thijs schreien, de beklemming loste, zijne gerechtigheid was geschied.
Van buiten riep vader wie de kat doodgeslagen had, binnen riep moeder: Onze Thijs. Ze lachte, vader floot voort, floot alleen maar iets rapper.
Moeder lachte altijd. Haar klein huisje was onderhouden en proper. Zeteltjes, vogelkooitjes, een hoos over de hesp aan ’t plafond, een standerd voor drie bloempotten, alles door den man gevlochten uit gekleurde wijmen, maakten het vriendelijk en gezellig. Haar man was stil, goed en sterk, haar kinderen waren schoon en ferm, twee jongens, een meisje.”

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)
Cover soundtrack van de gelijknamige dramaserie uit 1973-74


De Nederlandse presentator, blogger, journalist, dichter en columnist Tim Hofman werd geboren in Vlaardingen op 9 juli 1988. Zie ook alle tags voor Tim Hofman op dit blog.

Aftrekkelijk

Ik val al dagen in slaap met
papier naast mijn bed;
soms leeg of beschreven
maar meestal bevlekt.

Dat worden geen woorden
Maar het zaad dat er staat
Trekt wat ongeboren
Is af van de daad.

 

Tijdelijk

Gelukkig stierf hij
op de laatste dag
van zijn leven.

Elk ietsje eerde
rwas zonde geweest,
al was het maar
heel even.

Tim Hofman (Vlaardingen, 9 juli 1988)


De Vlaamse dichter en schrijver Willem Maurits Roggeman werd geboren in Brussel op 9 juli 1935. Zie ook alle tags voor Willem M. Roggeman op dit blog.

Regen

Ik geloof niet in de werkelijkheid.
Ik geloof in mijn droom:
dat alles eenmaal leven moet,
ook de stenen, de huizen,
de aarde aan mijn schoenen.
Ik geloof dat ook de regen
eens zal ademhalen
en verliefd worden.
Daarom streel ik de regen.
Daarom sla ik de zon.

 

Het mechanisme van de inspiratie

Met toevallig gekozen woorden
schrijft hij een gedicht
dat handelt over een droom
waarin hij zelf optreedt
als de glorieuze uitvinder
van een vreemde machine
die dromen voortbrengt
waarin hij voorkomt
schrijvend aan een gedicht
waarin hij
met toevallig gekozen woorden
handelt over een droom
waarin hij zelf optreedt
als de glorieuze uitvinder
van een vreemde machine
die dromen voortbrengt
waarin hij voortkomt
schrijvend aan een gedicht
met toevallig gekozen woorden.

Willem M. Roggeman (Brussel, 9 juli 1935)


De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

Schizophren

Du bist eine ehrliche Haut.
Ich glaub dir kein Wort.
Du redest verrücktes Zeug
aus Angst,
ich könnte dich anfassen.
Du stellst nie Fragen.

Hast du einen Wortschatz?

 

Schliesskorb

Triefend vor Häßlichkeit, Ungestalt, Abgestalt
Auge, verweilst du, wo? auf dem alten,
aus reinen Weiden geflochtenen Korb.
Mit Blindheit Geschlagene flochten die Ruten.

Unansehnlich, triefend, häßlich auch sie,
Auge, du hast sie gesehn, blaukittlig,
blöd und dunkel in ihrer Werkstatt,
trüb, von schimmelnden Nächsten hergeliebt.

Als Knaben ließ meine Mutter mich kaufen
bei Blinden diesen Schließkorb, beisammenzuhalten
meine sieben Sachen auf den Schul- und Irrwegen.

Liebste Augenweide meines Zimmers ist er nun,
ein Flechtwerk, ein Staat aus innig Umschlungenen.
Wie Rinde von Ruten ist Blindheit abgestreift.

 

Schmetterlinge

Franz von Assisi predigte den Tieren.
Er lehrte sie mit seinem Zeigefinger
die Frömmigkeit von Menschen seinesgleichen,
wie Orpheus einst den Tieren vorgesungen.
Da flog ein Falter ihm auf seinen Finger.
So, meine Seele, sing ich von den Blüten,
ich rede zu den Menschen von den Tieren.
Als ich längst schweige, fliegt vor meinem Mund
dein Schmetterling auf meine Zungenspitze.

Hans Arnfrid Astel (München, 9 juli 1933)


De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

Nobody riding the roads today

Nobody riding the roads today
But I hear the living rush
far away from my heart
Nobody meeting on the streets
But I rage from the crowded
overtones of emptiness
Nobody sleeping in my bed
But I breathe like windows
broken by emergencies
Nobody laughing anymore
But I see the world split
and twisted up like open stone
Nobody riding the roads today
But I hear the living rush
far away from my heart

 

Poem About Process And Progress
for Haruko

Hey Baby you betta
hurry it up!
Because
since you went totally
off
I seen a full moon
I seen a half moon
I seen a quarter moon
I seen no moon whatsoever!

I seen a equinox
I seen a solstice
I seen Mars and Venus on a line
I seen a mess a fickle stars
and lately
I seen this new kind a luva
on an’ off the telephone
who like to talk to me
all the time

real nice

 

For Alice Walker (A Summertime Tanka)

Redwood grove and war
You and me talking Congo
gender grief and ash

I say, ‘God! It’s all so huge’
You say, ‘These sweet trees: This tree’

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)  

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

Not Being Oedipus

Not being Oedipus he did not question the Sphinx,
Nor allow it to question him. He thought it expedient
To make triends and try to influence it.
In this he entirely succeeded,

And continued his journey to Thebes.The abominable thing
Now tame as a kitten (though he was not unaware
That its destructive claws were merely sheathed)
Lolloped along beside him —

To the consternation of the Reception Committee.
It posed a nice problem: he had certainly overcome
But not destroyed the creature — was he or was he not
Entitled to the hand of the Princess

Dowager Jocasta? Not being Oedipus
He saw it as a problem too. For frankly he was not
By natural instinct at all attracted to her.
The question was soon solved —

Solved itself, you might say; for while they argued
The hungry Sphinx, which had not been fed all day,
Sneaked off unobserved, penetrated the royal apartments,
And softly consumed the lady.

So he ascended the important throne of Cadmus,
Beginning a distinguished and uneventful reign.
Celibate, he had nothing to fear from ambitious sons;
Although he was lonely at nights,

With only the Sphinx, curled up upon his eiderdown.
Its body exuded a sort of unearthly warmth
(Though in fact cold-blooded) but its capacity
For affection was strictly limited.

Granted, after his death it was inconsolable,
And froze into its own stone effigy Upon his tomb.
But this was self-love, really —
It felt it had failed in its mission.

While Thebes, by common consent of the people, adopted
His extremely liberal and reasonable constitution,
Which should have enshrined his name — but not being Oedipus,
It vanished from history, as from legend.

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)
Portret door Peter Edwards, 1988-89

 

De Engelse schrijver, tekenaar, illustrator en dichter Mervyn Peake werd geboren op 9 juli 1911 in Lushan (Kuling) in Jiangxi, een province in centraal China. Zie ook alle tags voor Mervin Peake op dit blog.

Uit: Gormenghast

“This hall that ran along the top story of the north wing was presided over by the curator, Rottcodd, who, as no one ever visited the room, slept during most of his life in the hammock he had erected at the far end. For all his dozing, he had never been known to relinquish the feather duster from his grasp; the duster with which he would perform one of the only two regular tasks that appeared to be necessary in that long and silent hall, namely to flick the dust from the Bright Carvings.
Entering at seven o’clock, winter and summer, year in and year out, Rottcodd would disengage himself of his jacket and draw over his head a long, grey overall which descended shapelessly to his ankles. Having flicked at the first carving on his right, Rottcodd would move mechanically down the long phalanx of colour, stopping for a moment before each carving, his eyes running up and down it and all over it, and his head wobbling knowingly on his neck, before he introduced his feather duster.
One humid afternoon, a visitor did arrive to disturb Rottcodd as he lay deeply hammocked, for his siesta was broken by a rattling of the door handle which was apparently performed in lieu of the more popular practice of knocking at the panels. The sound echoed down the long room and then settled in the fine dust on the boarded floor. The sunlight squeezed itself between the thin cracks in the blind. Even on a hot, stifling, unhealthy afternoon such as this, the blinds were down and the candlelight filled the room with an incongruous radiance. At the sound of the door handle being rattled Rottcodd sat up suddenly. The thin bands of moted light edging their way through the shutters barred his dark head with the brilliance of the other world. As he lowered himself over the hammock, it wobbled on his shoulders, and his eyes darted up and down the door returning again after their rapid and precipitous journey to the agitations of the door handle. Gripping his feather duster in his right hand, Rottcodd began to advance down the bright avenue, his feet giving rise at each step to little clouds of dust. When he at least reached the door the handle had cease to vibrate. Lowering himself suddenly to his knees he placed his head and the vagaries of his left eye (which was for ever trying to dash up and down the vertical surface of the door), he was able by dint of concentration to observe, within three inches of his keyholed eye, an eye which was not his, being not only of a different colour to his own iron marble, but being, which is more convincing, on the other side of the door. This third eye which was going through the same performance as the one belonging to Rottcodd, belonged to Flay, the taciturn servant of Sepulchrave, Earl of Gormenghast.”

Mervyn Peake (9 juli 1911 – 17 november 1968)
Cover

 

De Tsjechische schrijver en dichter Jan (Nepomuk) Neruda werd op 9 juli 1834 geboren in Praag. Zie ook alle tags voor Jan Neruda op dit blog.

Uit: Die Hunde von Konstantinopel (Reisebilder, vertaald door Christa Rothmeier)

„Er legte den Rechnungsbetrag auf die Untertasse und ging fort; die Kellnerin nahm nicht einmal Notiz von ihm und sammelte bei Gelegenheit das Geld ein. In den Münchner Cafés bedienen ausschließlich Frauen, und der Kaffee wird auf französische Art erst am Tisch aus großen Kannen eingegossen. Ja, bezüglich der Tracht muß ich noch eine Eigenheit erwähnen. Einen Zylinder tragen hier als besonders markantes Kleidungsstück nur die Schornsteinfeger. Die schwarzen, rußigen Gestalten mit der Leiter über der Schulter und dem Seidenkamin auf dem Kopf sehen sehr gut aus. Soldaten sind ausnahmslos mit Zeug aus blauem Tuch bekleidet. Allerdings konnte ich in ihrer weniger geschmackvollen Aufmachung keinerlei größeren praktischen Nutzen als bei uns entdecken. Das Waffenvolk ist durchweg jung; kaum gedrillt, wird es beurlaubt. Leibesübung ist beim Militär ein wichtiger Gegenstand. Schicker ist nur die Leibwache, besteht aber überwiegend aus grauhaarigen, alten Leuten. Den Polizeidienst versieht die Gendarmerie, die auf der Straße jeden sehr wachsam mustert und einen Verdächtigen augenblicklich nach Ausweisen fragt. »Spitzl« heißt man hier nur ein gerades Kipfel, mit oder ohne Salz.
*
Sowohl beim bayerischen Landbewohner als auch beim Städter zeigt sich Wohlstand. Ersterer versteht es, auch wenn er unfruchtbaren Boden besitzt, durch ständigen Fleiß und Gebrauch verschiedenster Mittel trotzdem viel aus ihm herauszuholen. Dörfer sind hier sehr selten, und ein Bahnpassagier erblickt erst dann eines, wenn er in Böhmen schon das sechste gesehen hätte. Ein starker Handel existiert in München nicht, die Eisenbahnen verdienen hauptsächlich am Transportgut. An den ankommenden Ausländern profitieren aber die Münchner viel. Und was sie hinzuverdienen, verstehen sie mit Ererbtem zu verbinden und zu erhalten.“

Jan Neruda (9 juli 1834 – 22 augustus 1891)
München, het populaire terras “Tambosi” bij de Hofgarten

 

De Duitse schrijver, draaiboekauteur en producent Peter Märthesheimer werd geboren op 9 juli 1937 in Kiel. Zie ook alle tags voor Peter Märthesheimer op dit blog.

Uit: Das forschende Kind

„Das ist gut, sagte Fassbinder, darüber machen wir unseren ersten Film. Und zu dem Werkzeugmacher von Ford, der uns bei der Entwicklung der Drehbücher beraten sollte, sagte er: “Also, da will einer beispielsweise was Gutes, und er schafft es auch, und dann stellt sich heraus, dass es für seine Kollegen was Schlechtes war. Was hat der Mann falsch gemacht? Nun, sagt der Werkzeugmacher, vielleicht hätte er sich vorher mit seinen Kollegen besprechen sollen. Eben, sagt Fassbinder zufrieden, und da er es nun nicht getan hat, muss er daraus fürs nächste Mal lernen. Und genau so einen Fall brauchen wir, und dann hätten wir den ersten Film auch schon zusammen. Er hatte dem Werkzeugmacher nicht gesagt, dass er einen Film über die Notwendigkeit solidarischen Handelns machen wollte. Er hatte auch nicht gesagt, dass er den gewünschten Fall aus der Wirklichkeit nur als Versatzstück für die Wirklichkeit gebrauchen würde, weil es ihm eigentlich nur darum ging, eine bestimmte Haltung zu zeigen, die die Menschen gegenüber der Wirklichkeit einnehmen könnten: den unverbrüchlichen Glauben nämlich, dass sie selbst die Kraft haben, den Lauf der Dinge zu bestimmen, anstatt sich ihm verzagt zu unterwerfen. Die Kritiker haben diese Filme dann kritisiert, weil die Arbeiter in den Filmen nicht so aussahen, wie in der Wirklichkeit, und die Filme von Christian Ziewer gelobt, in denen die Arbeiter ihren Vorstellungen entsprachen. Der einzige, der Fassbinder verteidigt hat, war Christian Ziewer.
*
Alle wichtigen Figuren in Fassbinder-Filmen scheinen mit der Identität, die sie nun einmal haben, nicht einverstanden zu sein, sträuben sich nicht nur gegen die Situation, in der sie sind, sondern auf eine merkwürdige Weise immer auch gegen sich selbst – als ob sie aus ihrer eigenen Haut herauswollten, als ob sie sich nach etwas sehnten, das sie auch sein könnten, ohne doch vorher vorab zu wissen, was das denn wäre: etwas leichtes, schwebendes, wolkenhaftes jedenfalls, kann man der eindringlichen Aura dieser Figuren entnehmen, fernab von der Schwermut, die sie in ihrem konkreten Leben wie ein Gefängnis umgibt, der Traum von einer Utopie, die keiner beim Namen zu nennen weiß, die einen aber auf eine verzweifelte Weise mit Hoffnung erfüllt.
Fassbinders Utopie hatte radikal naive, fast biblisch vereinfachte Züge: in einer künftigen Gesellschaft, die so sicher kommen würde wie ein Tag dem anderen folgt, würden die Menschen frei miteinander umgehen können, frei von Armut und Not, frei von Unterdrückung und Bevormundung, frei vor allem von jeder Art von Angst.“

Peter Märthesheimer (9 juli 1937 – 18 juni 2004)
Rainer Werner Fassbinder


Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit:Houtekiet

“Zij zouden misschien heel den avond gelachen hebben, indien zij niet nijdig geworden ware als een spin omdat hij zeide: neen, dàt vergeet ik nooit meer. Dat, de rest dus wel, ze wil dadelijk naar huis. Juist daarom breekt een tweede maal zijn geweld los, over haar lichaam dat zich machteloos poogt omhoog te werken. Want Houtekiet houdt men zich niet van het lijf zooals de eerste beste stalknecht: hare twee wijsvingers knijpt hij samen boven haar hoofd, verweer u dan maar.
Terwijl hij in haren arm ligt als een gevelde eik, vraagt zij hoe hij heet. Jan. Zegt hem dat zij dezen tweeden keer nooit zal vergeten, Jan en begint hem gelaat en banden te kussen, dan te vertroetelen zijn haren en jongen baard, die donkerblond zijn en dicht gekruld. Hij laat zich alles goed welgevallen tot ze kreunt of hij van haar houdt. Dat ziet ge van hier, zegt hij, ik ken u niet eens. Ze kan hem zelfs niet doen bekennen dat ze mooi is, al kleedt ze zich op den rug liggend gansch uit. O, had ze maar meer kunnen doen! Hadde hij hare borsten opengesneden om te zien wat er in zit, zij zou gezegd hebben: kijk maar, Jan. Ze lag naakt en zeide: daar, wat hij nu wel zegde. Niets. Maar wat op dat uur overal rondom hen in Deps dier, vogel en insekt deden, herhaalde hij, even argeloos natuurlijk en verwoed.
Hij beval haar zoo plots naar huis te gaan, dat zij, eenmaal aangekleed, niet meer wist waar dat huis stond, want ze ging recht de hei in, lachte, wreef zich de oogen, zei dat ze dronken was en niet meer op haar beenen stond en wou weer in zijn arm gaan liggen. Toen ze, de plank over, weer in de wei was, hoorde ze hem roepen: Koekoek, koekoek en zij juichte koekoek terug. Deze, hun roep, wordt later wijd in den omtrek bekend. Nog roept men ons, Houtekieters achterna: Koekoek. Twee die ’s avonds eenzame wegskens zoeken, gaan, zeggen wij, koekoek doen. Wil ons iemand wijsmaken dat hij bij den gebuur maar een rijf of teems wil gaan leenen, koekoek zeggen wij.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

 

De Nederlandse presentator, blogger, journalist, dichter en columnist Tim Hofman werd geboren in Vlaardingen op 9 juli 1988. Zie ook alle tags voor Tim Hofman op dit blog.

Tripolair

De driehoek met vier kanten
werd met regelmaat gepest.
Men gaf dan vaak als reden:
‘Jij bent anders dan de rest.’

Ook had hij vier hoeken,
deed aan zijn naam geen eer:
hij wilde er maar drie
en niet die ene meer.

Ach,
dacht het gedrocht,
wat maakt het nu nog uit?
Dood gaan we toch…
Dus nam hij een besluit.

Na zijn sprong vanaf de toren
versplinterd als gebroken glas,

ging hij in de boeken
als figuur met nog meer hoeken

 
Tim Hofman (Vlaardingen, 9 juli 1988)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

Sonntag

Mit einem
Fuß im Bachtal, dem
anderen

hinterm Berg,
stand nach dem Regen
der Bogen.

Dreifaltig
ist das Sonnenlicht,
blau, gelb, rot.

 

Sonntagabend

Mauersegler fliegen abends
kreischend dir ums Haus,
und in den öden Straßen
ruckt die Frau am ungewohnten Kleid.
Vom Speisekammerfenster
sieht der Mond nicht schlechter aus.
Es wäre alles recht so. Nur
man wüßte eben über manches gern Bescheid.

 

Springkraut

Indische
Kräuter bespringen
die Ufer.

Hummeln ins
blühende Springkraut,
kehren ein,

rückwärts raus,
zwischen zwei Fingern
zeigst du mir

das Springen
der reifen Schote,
du erschrickst

auch selbst, springst
ein Stück beiseite,
als wärest

du selber
das Springkräutchen »Rühr-
mich-nicht-an«.

 
Hans Arnfrid Astel (München, 9 juli 1933)

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

In Memoriam: Martin Luther King, Jr.

I
honey people murder mercy U.S.A.
the milkland turn to monsters teach
to kill to violate pull down destroy
the weakly freedom growing fruit
from being born

America

tomorrow yesterday rip rape
exacerbate despoil disfigure
crazy running threat the
deadly thrall
appall belief dispel
the wildlife burn the breast
the onward tongue
the outward hand
deform the normal rainy
riot sunshine shelter wreck
of darkness derogate
delimit blank
explode deprive
assassinate and batten up
like bullets fatten up
the raving greed
reactivate a springtime
terrorizing

death by men by more
than you or I can

STOP

 

II
They sleep who know a regulated place
or pulse or tide or changing sky
according to some universal
stage direction obvious
like shorewashed shells

we share an afternoon of mourning
in between no next predictable
except for wild reversal hearse rehearsal
bleach the blacklong lunging
ritual of fright insanity and more
deplorable abortion
more and
more

 
June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)
Affiche

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

Song of the Death-Watch Beetle

Here come I, the death-watch beetle
Chewing away at the great catherdral;

Gnawing the mediaeval beams
And the magnificent carved rood screen

Gorging on gospels and epistles
From the illuminated missals;

As once I ate the odes of Sappho
And the histories of Manetho,

The lost plays of Euripides
And all the thought of Parmenides.

The Sibyl’s leaves which the wind scattered,
And great aunt Delia’s love letters.

Turn down the lamp in the cooling room:
There stand I with my little drum.

Death. Watch. You are watching death.
Blow out the lamp with your last breath.

 
John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)
Portret door Thomas Watt, ca.1954

 

De Engelse dichteres en schrijfster Ann Radcliffe werd geboren op 9 juli 1764 in Londen. Zie ook alle tags voor Ann Radcliffe op dit blog.

Evening

Evening veil’d in dewy shades,
Slowly sinks upon the main;
See th’ empurpled glory fades,
Beneath her sober, chasten’d reign.

Around her car the pensive Hours,
In sweet illapses meet the sight,
Crown’d their brows with closing flow’rs,
Rich with chystal dews of night.

Her hands, the dusky hues arrange
O’er the fine tints of parting day;
Insensibly the colours change,
And languish into soft decay.

Wide o’er the waves her shadowy veil she draws,
As faint they die along the distant shores;
Through the still air I mark each solemn pause,
Each rising murmur which the wild wave pours.

A browner shadow spreads upon the air,
And o’er the scene a pensive grandeur throws;
The rocks-the woods a wilder beauty wear,
And the deep wave in softer music flows.

And now the distant view where vision fails
Twilight and grey obscurity pervade;
Tint following tint each dark’ning object veils,
Till all the landscape sinks into the shade.

Oft from the airy steep of some lone hill,
While sleeps the scene beneath the purple glow;
And evening lives o’er all serene and still,
Wrapt let me view the magic world below!

And catch the dying gale that swells remote,
That steals the sweetness from the shepherd’s flute;
The distant torrent’s melancholy note
And the soft warblings of the lover’s lute.

Still through the deep’ning gloom of bow’ry shades
To Fancy’s eye fantastic forms appear;
Low whisp’ring echoes steal along the glades
And thrill the ear with wildly-pleasing fear.

Parent of shades!-of silence!-dewy airs!
Of solemn musing, and of vision wild!
To thee my soul her pensive tribute bears,
And hails thy gradual step, thy influence mild.’

 
Ann Radcliffe (9 juli 1764 – 7 februari 1823)
Canaletto, Gezicht op de stad Londen in het midden van de achttiende eeuw, ca. 1746

 

De Engelse schrijver, tekenaar, illustrator en dichter Mervyn Peake werd geboren op 9 juli 1911 in Lushan (Kuling) in Jiangxi, een province in centraal China. Zie ook alle tags voor Mervin Peake op dit blog.

Uit: Gormenghast

“Young Steerpike glued his eye to the hole, keeping the heavy gold frame from swinging back with his shoulder. All at once he found himself contemplating a narrrow-chested man with a shock of grey hair and glasses which magnified his eyes so that they filled the lenses up to their gold rims, when the central door opened, and a dark figure stole forth, closing the door behind him quietly, and with an air of the deepest dejection. Steerpike watched him turn his eyes to the shock-headed man, who inclined his body forward clasping his hands behind him. No notice was taken of this by the other, who began to pace up and down the landing, his dark cloak clasped around him and trailing on the floor at his heels. Each time he passed the doctor, for such it was, that gentleman inclined his body, but as before there was no response, until suddenly, stoppping immediately before the physician in attendance, he drew from his cape a slender rod of silver mounted at the end with a rough globe of black jade that burned around the edges with emerald fire. With this unusual weapon the mournful figure beat sadly at the doctor’s chest as though to inquire whether there was anyone at home.
The doctor coughed. The silver and jade implement was pointed at the floor, and Steerpike was amazed to see the doctor, after hitching his exquisitely creased trousers to a few inches above his ankle, squat down. His great vague eyes swam about beneath the magnifying lenses like a pair of jellyfish seen through a fathom of water. His dark grey hair was brushed out over his eyes like thatch. For all the indignity of his position it was with a great sense of style that he became seated following with his eyes the gentleman who had begun to walk around him slowly.
Doctor Prunesquallor, with his hyena laugh, his bizarre and elegant body, his celluloid face. His main defects? The insufferable pitch of his voice; his maddening laughter and his affected gestures. His cardinal virtue? An undamaged brain.”

 
Mervyn Peake (9 juli 1911 – 17 november 1968)
Illustratie: Irma en Alfred Prunesquallor

 

De Tsjechische schrijver en dichter Jan (Nepomuk) Neruda werd op 9 juli 1834 geboren in Praag. Zie ook alle tags voor Jan Neruda op dit blog.

Uit:Die Hunde von Konstantinopel (Reisebilder, vertaald door Christa Rothmeier)

„Man merkt erst hier, um wieviel wir in Österreich gebildeter sind; wir kämen gar nicht auf die
Idee, derart anzugeben.
Ich hätte ihnen die Geschmacklosigkeit erklärt, wären die Bayern nicht so schreckliche Grobiane. Man kann ihnen gar nichts erklären, weil sie einen sofort vor die Tür setzen. Diese Grobheit wird im bayrischen Dialekt »Gemütlichkeit« genannt. Hier ist jeder gemütlich,
derjenige, der einem auf der Straße das Fell über die Ohren zieht, derjenige, bei dem man etwas kauft, und auch der, der einen bedient. Eine Kellnerin, die mir auf einen Gulden herausgab, hatte unterdessen mit dem neben mir sitzenden Gast, der sich mit seinem
Bekannten unterhielt, folgendes Gespräch: »Können Sie nicht das Maul halten, wenn ich rechne? Ich lass’ mich doch nicht von Ihren blöden Reden durcheinanderbringen!
« Ich empfahl mich ihr so unterwürfig wie möglich, erkühnte mich, ihr einen Sechser
Trinkgeld zu geben, und gleich war sie »ungemütlich«; sie öffnete den breiten Mund zu einem Lächeln und sagte zu mir: »Kummen’s boald wieder!« Der Gast dort aber murmelte etwas, was sich ausnahm wie: »Wegen so an lumpigen Ausländer! ’s ischt so a Pollacke!«
Ansonsten ist das Volk gutherzig, redlich und vertrauensselig. In den Kaffeehäusern beispielsweise, sowohl in weniger als auch mehr eleganten, sah ich niemals, daß ein Gast die Kellnerin zum Zahlen gerufen hätte, wenn sie nicht gerade neben ihm stand.“

 
Jan Neruda (9 juli 1834 – 22 augustus 1891)
Het huis met de twee zonnen in Praag met links een gedenkplaat voor Jan Neruda

 

De Duitse schrijver, draaiboekauteur en producent Peter Märthesheimer werd geboren op 9 juli 1937 in Kiel. Zie ook alle tags voor Peter Märthesheimer op dit blog.

Uit: Das forschende Kind

„Ein Held, sagte Fassbinder, ist ja dazu da, dass er tut, was der Zuschauer auch gerne tun würden, war zu tun er sich aber nicht traut. Und was die Wirklichkeit angeht, sagte Fassbinder, muss der Held ja nicht wirklich gewinnen, wenn das in der Wirklichkeit nun mal nicht geht. Aber er muss sich Mühe geben und gewinnen, und der Zuschauer muss ihm wünschen, dass er gewinnt, und wenn er dann doch verliert, dann muss der Zuschauer empört darüber sein, dass die Welt ihn nicht hat gewinnen lassen diesmal, aber er wird dran glauben, dass er das nächste Mal auf alle Fälle gewinnen wird. Dazu hat man ja das Kino. Das Fernsehen, sagte ich, aber ich hatte verstanden, dass Fassbinder mit Kino nur etwas meinte, was die Menschen zum Träumen über ihre besseren Möglichkeiten bringen könnte.
Acht Stunden sind kein Tag hat eine sehr einfache Erzählstruktur, eine sehr einfache Erzählweise, sehr einfach zu begreifende Erzählinhalte.
Gerade diese radikalen Vereinfachungen, die das Genre nahelegte, machen diese fünf Filme auch so lehrreich, sie sind doch gleichsam durchsichtig und lassen die Mittel erkennen, die Fassbinder eingesetzt hat, um die erwünschten Wirkungen zu erreichen: Etablierung der Figuren, Exposition des Konflikts, Identifikation mit der Hauptfigur, Identifikation schließlich mit der besonderen Haltung, die die Hauptfigur gegenüber dem Konflikt einnimmt, das klassische dramaturgische Handlungsmuster also. Fassbinder hatte es den einschlägigen Familienserien entliehen, von denen er sich in der Vorbereitungszeit jeden Meter ansah, dessen er nur habhaft werden konnte. Aber das ist doch die Bourgeoisie, sagte ich und wir müssen eine Serie über Arbeiter machen.
Das ist ja der Witz, sagte Fassbinder, dass unsere Arbeiter so tun müssen, als ob sie die Bourgeoisie wären, nämlich frei und selbstbewusst und frech, und nicht so eingeschüchtert und sorgenvoll, wie die Arbeiter in den Arbeiterfilmen immer aussehen. Sollen unsere Filme den Leuten Spaß machen oder Angst? Spaß natürlich, sagte ich, und Mut zum Kämpfen. Aber die Bourgeoisie kämpft nun einmal erfolgreich mit individuellen Strategien, und die Arbeiter können nur als Klasse kämpfen.“

 

 
Peter Märthesheimer (9 juli 1937 – 18 juni 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit:Houtekiet

“Met de andere hand grijpt hij haar pols en houdt hem in bedwang. Dat nu kan op de hoeve geen enkel man. Want aangegrepen in stal, schuur of onder de koe, vlucht Lien nooit voor een man en roept ook nooit: één wrong en los is ze, zelfs uit de greep van Leo, die een zak graan op de kar gooit zoals gij en ik een bussel stroo.
‘Merci Mieke,’ zegt Houtekiet.
Zij, ontstemd: ‘Ik heet Lien.’
De koe die, weeral dwars, hem niet naar de wei wil volgen, trekt hij, als wederdienst voor de dronk, eenvoudig bij de horens tot waar ze zijn moet. Ook dat kan niemand anders: geen dier verdraagt dat ge aan zijn horens komt.
Van avond naar avond groeit haar verlangen hem weer te zien. Alsof de dwarse koe het weet, en haar uit Deps wil houden, blijft ze de zevende dag in de wei. Lien gaat nochtans Deps in. Zacht en smekend roept ze er vruchteloos zijn naam. Alsof de oude Mandus ook van haar verlangen weet, vertelt hij nog tergender langzaam dan anders dat hij de boswachter gezien heeft. Als hem de eer te beurt gevallen is de boswachter te zien, deze grote der aarde, heeft de boswachter gewoonlijk Houtekiet gezien en de hoop uitgesproken hem nog deze nacht te kunnen neerschieten en in de grond steken gelijk een hond vol schurft.
Van eindeloos ver vertrekt Mandus’ verhaal. ‘Schoon weer, Mandus, zegt hij zo. Ja, zeg ik, boswachter, als ’t zo maar blijft. ’t Zal zo blijven, Mandus, zegt hij zo. Ik zeg zo, mijn gedacht is van niet, boswachter.’ Plots gilt Lien, nijdig als een spin, dat al dat schoon weer er niet bij te pas komt, zeg wat hij gezegd heeft en daarmee uit. Weer heeft hij gezegd dat Houtekiet er vannacht aan moet. ‘Ik schiet hem neer, Mandus, en ik steek hem in de grond gelijk een hond vol schurft.’ Hij heeft het telkens met dezelfde woorden gezegd.
Na die nacht echter van angstig luisteren naar het schot dat nooit afgaat, kan zij Houtekiet toelachen, breed en zalig, hem de emmer melk aanbieden en hij drinkt hem half leeg. Daarna neemt hij met grote eenvoud haar borsten en ontknoopt haar jak. Het is haar te veel dat zij voortmelkt, zwaar en rood ligt haar hoofd aan de flank van de koe. Als hij het zijne onder haar arm doorsteekt om aan haar harde, witte borst te zuigen, poogt zij nog te gekscheren, dat zij zelf nog geen melk heeft, maar de lach versterft tussen haar trillende lippen en opeenklemmende tanden: hij wringt haar van de driepoot. Als zijn uitgewoede mond op de hare valt, schiet een sterke straal koemelk tussen hun beider lippen: onbewust heeft zij de koedeem geledigd die zij nog in de hand hield. Hoe lachen zij.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer”

Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe

Dolce far niente – Bij de Tour de France

 

 
 Mark Cavendish

 

Uit: Mark Cavendish, een tijdbom op twee wielen

“Cavendish is, naast de beste sprinter van het afgelopen decennium, een onhandelbaar klein kind dat niet tegen zijn verlies kan. Als hij een keer niet wint, schreeuwt en scheldt hij iedereen verrot – en smijt hij met alles wat hij in zijn handen krijgt.
Hij riskeert alles in de laatste kilometers van de koers. Hij duikt in gaatjes die alleen hij ziet, hij stuurt onderdoor in blinde bochten en hij rijdt renners van de fiets; eerder in deze Tour veegde hij Bauke Mollema ook al van een rotonde. In de Ronde van Zwitserland van drie jaar terug waren zijn collega’s zó klaar met zijn kamikazeacties, dat ze twee minuten staakten om de jury ervan te overtuigen dat er moest worden opgetreden tegen het Engelse testosteronbommetje. En o wee als een andere renner een gevaarlijke actie uithaalt waarvan hijzelf het slachtoffer is. De klassementsrenners moeten van hem opzouten uit de voorposten van het peloton in de aanloop naar een sprint en hij bestempelde een legertje jonge sprinters als brokkenpiloten. Vorig jaar riep hij in de Giro dat Roberto Ferrari naar huis moest toen die van links naar rechts zwiepte en daarmee het halve peloton op zijn muil legde.
Daar was ik het destijds mee eens, overigens. Wie lijf en leden van zijn collega’s riskeert door bodychecks, kopstoten of zwiepers verdient het niet om in het peloton te rijden. Daarom had de jury van de Tour Cavendish van mij ook naar huis mogen sturen na zijn actie van gisteren.
Cavendish kreeg uiteindelijk geen enkele sanctie. Hij werd niet teruggezet naar de laatste plaats, hij werd niet uit de koers gezet, hij hoefde geen boete te betalen. Het is een schoolvoorbeeld van klassenjustitie. Als Veelers of een onbekende Kazak hetzelfde had gedaan, was de beslissing van de jury heel anders uitgevallen.
Dat Cavendish er zonder straf vanaf kwam, was maar aan één ding te danken: zijn status.”

 
Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

Bewaren

Doorgaan met het lezen van “Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe”

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit: Celibaat

“Uit het naamlooze volk, dat toen nog niet zelf zijn naam kon schrijven, werkte zich een man op tot welstand. Dat is lang geleden, niemand onzer heeft er gedenken van. Hij was groot, mager, zwijgzaam en hij kon zijn klak even goed aan zijn neus hangen als aan den kapstok. Een naam in een akt voor doop, huwelijk of dood heeft niets te beteekenen, maar in een koopakt, gepasseerd voor notaris, wordt hij belangrijk. Toen de naam van dezen man keer na keer geschreven werd op notarieele stukken, want hij kocht grond, grond en nog weer grond, bemerkte men dat het een adellijke naam was. Eens bracht de man zelfs adelbrieven mee en de notaris deed bewonderend: hm, sapperloot, man! De man stak ze weer op zak zonder boe of ba. Jaren en jaren had zijn adellijk geslacht in mest en scheeve koterijen zijn kwaad geboet en zijn bloed vernieuwd. Nu trad het uit den donkere en uit de naamloosheid der massa weer naar voren.
De boer had zeven zonen, geen dochters. Zij waren kleiner dan hij, maar breeder gebouwd, met korte nekken en hun neuzen waren dezelfde roofvogelsnavels. Twee ervan trouwden. De anderen begrepen dat het goed niet in zeven stukken mocht verdeeld worden en dat hun bloed te krachtig was voor huiselijke teelt. Zij namen de meiden en alle welstellender boerendochters, die er van droomden een d’Hertenfeldt te trouwen. Het waren cynieke gierige krachtmenschen, die uiterlijk kerk en sacrament erkenden, maar in den grond aan God noch gebod geloofden. Zachte gevoelens kenden zij niet. De meisjes die zij bedrogen, moesten volgens hen maar beter oppassen. Zij hielpen in nood als het hun van nut kon zijn, als zij het zich in het hoofd gezet hadden, als men niet betoogde dat ze het moesten omdat het zooveel als een plicht was, en als men zei dat ze niet durfden.
Tegen die durft ge niets doen, zei een van hun knechten toen de gendarmen hem kwamen halen omdat hij dien nacht gestroopt had. De oudste stond van tafel op, ging in de deur staan, zoodat de gendarmen niet binnen konden, en zei dat het een vergissing was, want de knecht had den heelen nacht met hem gewaakt bij een drachtige vaars.”

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

Doorgaan met het lezen van “Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, Mervyn Peake, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs”

Peter Märthesheimer, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs, Jean Cassou

De Duitse schrijver, draaiboekauteur en producent Peter Märthesheimer werd geboren op 9 juli 1937 in Kiel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2009 en ook mijn blog van 9 juli 2010

Uit: Das forschende Kind

„Ende 1969 traf ich Fassbinder zum ersten Mal. Ich war damals Dramaturg beim Westdeutschen Rundfunk und hatte eine Fernsehserie über eine Arbeiterfamilie im Kopf. Dass ich sie im Kopf hatte und nirgend anderswo, war zugleich auch mein Problem: mein Kopf war ein Soziologenkopf, und der konnte mir nur allzu genau beweisen, dass das, was ich vorhatte, nicht zu machen war. Was ich vorhatte, war quasi die Verfilmung einer Kategorie von Ernst Bloch, Der aufrechte Gang nämlich. Nur war offensichtlich, dass die proletarische Wirklichkeit durch das buchstäbliche Gegenteil dieser Maxime gekennzeichnet war: eine düstere, graue, kraftlose, perspektivlose Wirklichkeit, eingezäunt von Tarifverträgen, Arbeitszeitabkommen, Überstundenregelungen, verwaltet von Gewerkschaften, Betriebsräten und Ortskrankenkassen – da war weit und breit kein autonom handelndes Subjekt zu finden, wie ich es mir für eine solche Serie gewünscht hätte, sondern nur passiv reagierende Objekte, über diehinweg der Alltag sich widerstandslos vollzog. Die schlechten Verhältnisse durch einen Film aber einfach noch einmal zu verdoppeln, wollte ich nicht, also war ich drauf und dran, mein Projekt zu begraben. Da sah ich Katzelmacher und schickte spontan mein gesammeltes Elendsmaterial an dessen Regisseur: wenn schon, könnte der vielleicht Rat wissen, denn sein Film, der zwar auch von der schlechten Realität handelte, hatte mich wenigstens wütend auf die Realität gemacht. Und sein Handwerk schien der junge Mann, der mir bisher hauptsächlich auf Illustriertenfotos aufgefallen war, auf denen er gelangweilt neben gerade schrottreif gefahrenen Sportwagen posierte, ja auch halbwegs zu beherrschen.“

Peter Märthesheimer (9 juli 1937 – 18 juni 2004)
Doorgaan met het lezen van “Peter Märthesheimer, Ann Radcliffe, John Heath-Stubbs, Jean Cassou”

John Heath-Stubbs, Jean Cassou, Johanna Schopenhauer, Johann Götz, Alexis Piron, Matthew Lewis, Robert Gratzer, Barbara Cartland

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook mijn blog van 9 juli 2007 en ook mijn blog van 9 juli 2009.

A Charm Against The Tooth-Ache

Venerable Mother Toothache
Climb down from your white battlements,
Stop twisting in your yellow fingers
The fourfold rope of nerves;
And tomorrow I will give you a tot of whiskey

To hold in your cupped hands,
A garland of anise flowers,
And three cloves like nails.

And tell the attendant gnomes
It is time to knock off now,
To shoulder their little pick-axes,
Their cold-chisels and drills.
And you may mount by a silver ladder
Into the sky, to grind
In the cracked polished mortar
Of the hollow moon.

By the lapse of warm waters,
And the poppies nodding like red coals,
The paths on the granite mountains,
And the plantation of my dreams.

 

John_Heath_Stubbs

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)

 

 

De Franse schrijver, dichter en vertaler Jean Cassou werd geboren op 9 juli 1897 in Deusto bij Bilbao.Zie ook mijn blog van 9 juli 2007 en ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

 

Une belle histoire où l’on dit : demain

 

La plaie que, depuis le temps des cerises

je garde en mon coeur s’ouvre chaque jour.

En vain les lilas, les soleils, les brises

viennent caresser les murs des faubourgs.

 

Pays des toits bleus et des chansons grises

qui saignes sans cesse en robe d’amour

explique pourquoi ma vie s’est éprise

du sanglot rouillé de tes vieilles cours.

 

Aux fées rencontrées le long du chemin

je vais racontant Fantine et Cosette.

L’arbre de l’école, à son tour, répète

 

une belle histoire où l’on dit : demain …

Ah ! jaillisse enfin le matin de fête

où sur les fusils s’abattront les poings !

 

Cassou

Jean Cassou (9 juli 1897 – 18 januari 1986)
Buste in Jardin des Plantes, Parijs

 

De Duitse schrijfster Johanna Schopenhauer werd geboren in Danzig op 9 juli 1766. Zie ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Uit: Ausflug an den Niederrhein und nach Belgien im Jahr 1828

„Wer kennt den kölner Dom nicht fast so gut, als hätte er selbst vor diesem Riesenbau staunend und bewundernd gestanden, seit Boisserée mit unendlich treuer Beharrlichkeit sein großes, unglaublich mühevolles Werk vollendete! Nach diesem Meister nur mit Worten, oder auch mit dem Griffel eine umständliche Darstellung desselben unternehmen zu wollen, wäre ein eben so überflüßiges als unbelohnendes, ja ein fast frevelhaftes Wagniß.

Alle Kölner, vom Vornehmsten bis zum Geringsten im Volke, hängen mit warmem Patriotismus an diesem ihren alten Meisterwerk gothischer Baukunst. Sowie er dasteht, unvollendet, durch die unglückliche Wahl der zu bald verwitternden Steinart schon bei seinem ersten Entstehen dem, um viele Jahrhunderte zu früh einge
tretenen, Verfalle geweiht, ist der ehrwürdige Tempel ihnen heilig und werth; und sie wollen in unveränderter Gestalt ihn erhalten wissen. Ganz Köln kam in Bewegung, als vor einigen Jahren, bei der nur zu nothwendig gewordenen Reparatur des edeln Baues, der seit Jahrhunderten obenstehende Krahnen von dem einzigen halbvollendeten Thurme heruntergenommen wurde, und das Volk ruhte nicht eher, bis es ihn wieder an seiner alten Stelle sah, der er doch keineswegs zur besondern Zierde gereicht.

Jeder Fremde, der betrachtend vor dem Dome verweilt, findet unter den Vorübergehenden sehr bald einen freiwilligen Cicerone, der sich zu ihm gesellt, und ohne eine Belohnung dafür zu erwarten, über Alles, was er zu wissen verlangen könnte, ihm gehörige Auskunft gibt; der Kutscher, dem ich bei meiner ersten Ausflucht in Köln anbefahl, mich vor allen Dingen rings um den Dom zu fahren, machte mir ein so freundliches Gesicht, als ob ich ihm einen Kronthaler zum Trinkgelde gegeben hätte.“

 

schopenhauer

Johanna Schopenhauer (9 juli 1766 – 17 april 1838)

 

 

De Duitse dichter, vertaler en geestelijke Johann Nikolaus Götz werd geboren op 9 juli 1721 in Worms. Zie ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Hymen und die Truppen Amors.

Hymen stand im Hinterhalte:
Als ein Heer von Amuretten
Seines Reiches Grenzen nahte!
Wer da! rief er halberschrocken,
Wer da! – oder soll ich schiesen?
Holder Bruder, sprach ihr Führer,
Fürchte nichts von Amors Truppen.
Unser Endzweck ist nicht dieser,
Deine Lande zu verheeren
Oder in Besitz zu halten:
Wir verlangen nur den Durchzug!

 

Goetz

Johann Nikolaus Götz (9 juli 1721 – 4 november 1781)

 

De Franse dichter en schrijver Alexis Piron werd geboren op 9 juli 1689 in Dijon. Zie ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

 

Mon testament

 

Je veux qu’aprè ma mort cent putains toutes nues

Soient, dessus mon tombeau, cent fois par jour foutues,

Et que les cordeliers, en chantant leurs offices,

Aient tous les vits bandants dans le cul des novices,

Et que les jacobines en prêchant leurs sermons,

 

En exhortant les vits, prêchent contre les cons ;

Et que sans consulter tant de législateurs,

On partage mon bien aux plus fameux fouteurs ;

Et qu’on donne mes os à mes apothicaires

Pour servir de canule à donner des clystères ;

Afin qu’après ma mort, ainsi que j’ai vécu,

Je sois encore utile au service du cul.

 

piron-portrait

Alexis Piron (9 juli 1689 – 21 januari 1773)

 

 

De Engelse schrijver Matthew Gregory Lewis werd geboren op 9 juli 1775 in Londen. Zie ook mijn blog van 9 juli 2007 en ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Uit: The Monk

 

„Whatever was the occasion, it is at least certain that the Capuchin Church had never witnessed a more numerous assembly. Every corner was filled, every seat was occupied. The very Statues which ornamented the long aisles were pressed into the service. Boys suspended themselves upon the wings of Cherubims; St. Francis and St. Mark bore each a spectator on his shoulders; and St. Agatha found herself under the necessity of carrying double. The consequence was, that in spite of all their hurry and expedition, our two newcomers, on entering the Church, looked round in vain for places.

However, the old Woman continued to move forwards. In vain were exclamations of displeasure vented against her from all sides: In vain was She addressed with—’I assure you, Segnora, there are no places here.’—’I beg, Segnora, that you will not crowd me so intolerably!’—’Segnora, you cannot pass this way. Bless me! How can people be so troublesome!’—The old Woman was obstinate, and on She went. By dint of perseverance and two brawny arms She made a passage through the Crowd, and managed to bustle herself into the very body of the Church, at no great distance from the Pulpit. Her companion had followed her with timidity and in silence, profiting by the exertions of her conductress.

‘Holy Virgin!’ exclaimed the old Woman in a tone of disappointment, while She threw a glance of enquiry round her; ‘Holy Virgin! What heat! What a Crowd! I wonder what can be the meaning of all this. I believe we must return: There is no such thing as a seat to be had, and nobody seems kind enough to accommodate us with theirs.’

 

Matthew_Lewis

Matthew Lewis (9 juli 1775 – 14 mei 1818)
Portret door Henry William Pickersgill, 1809

 

De Oostenrijkse schrijver, journalist, dramaturg en uitgever Robert Gratzer werd geboren op 9 juli 1948 in Mariahof. Zie ook mijn blog van 9 juli 2007 en en ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

Uit: Lorbeerreiser

 

JULI 1864, IM GOLF VON MEXIKO

Daß au
ßerhalb von Triest und Wien manch unösterreichische Widerwärtigkeiten auftreten können

 

Galgengesichter sind das, sagte Kapitän Richard Bari, ganz und gar Galgengesichter! Die Leut sollen aufpassen und ihre Waffen bereit halten!

Weil auch in Havana Fälle von Gelbfieber aufgetreten waren, hatte Kapitän Bari am 11. Juli auslaufen lassen. Die Novara war daraufhin eine Woche im Golf von Mexiko gekreuzt und hatte am 19. vor den Alagranen in der Campechebank Anker gesetzt. Nun schwärmten die Beiboote aus; die Männer machten sich auf, die Riffe zu besuchen und nach Möglichkeit an Bord eines der gescheiterten Fahrzeuge zu gelangen, die als Wracks in den Untiefen dümpelten. Und sie trafen auf vereinzelte Indianer: Einige zogen sich landwärts zurück, gewissermaßen widerspenstig, als die Österreicher ihre Boote an die kleinen Landbildungen setzten, andere beobachteten sie, anscheinend teilnahmslos auf einem winzigen Eiland oder auf einem Wrack hockend wie ein Geier, aus den Augenwinkeln.

 

Gratzer

Robert Gratzer (9 juli 1948 – 6 mei 2004)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 9 juli 2009.

 

De Britse schrijfster Dame Barbara Cartland werd geboren in Edgbaston (Birmingham), op 9 juli 1901.