Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay, Marina Lewycka

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook alle tags voor Mongo Betiop dit blog.

 

Uit: Le Rebelle I

 

« Réalisme et progressisme Comment se comporte le maître pris à contre-pied par de brusque mutations extérieures politiques, idéologiques ou religieuses qui contraignent tout d’un coup à rendre leur liberté à ses esclaves ? D’abord, il fait apparemment bonne figure, s’efforce de s’accommoder de la nouvelle situation et même d’y adhérer avec ferveur ; cela dure ce que cela dure. Mais bientôt les vieux instincts reviennent en force tourmenter consciemment ou inconsciemment notre héros ; le doute l’assaille. Après tout, pourquoi la liberté des esclaves ? Est-elle vraiment conforme au destin ? Et si elle était réprouvée par l’ordre profond du monde, c’est-à-dire par la nature. »

 

 

 

Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

Doorgaan met het lezen van “Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay, Marina Lewycka”

Op herhaling: José Emilio Pacheco, Mongo Beti, Czesław Miłosz, Georges Duhamel, John Gay, Thomas Lovell Beddoes

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Hij doceerde literatuur aan diverse universiteiten in de VS en in het Verenigd Koninkrijk. Pacheco’s eerste gedichtenbundel Los elementos de la noche verscheen in 1963 en werd in het zelfde jaar gevolgd door de roman El viento distante.

 

High treason

I do not love my country. Its abstract splendor
is beyond my grasp.
But (although it sounds bad) I would give my life
for ten places in it, for certain people,
seaports, pinewoods, fortresses,
a run-down city, gray, grotesque,
various figures from its history
mountains
(and three or four rivers).

 

The elements of the night

Beneath this small, dry empire summer has whittled down,
faith lies toppled—all those tall, farsighted days.
In the last valley
destructiveness is glutted
on conquered cities, affronted by the ash.

Rain extinguishes
the woodland lit by lightning.
Night passes on its venom
Words crack against the air.

Nothing is restored, nothing gives back
that glowing green to the scorched fields.

Neither will the water, in its exile
from the fountain, succeed its own sweet
rise, nor the bones of the eagle fly
through its wings again.

Vertaald door George McWhirter and Alastair Reid

 

Pacheco

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

Doorgaan met het lezen van “Op herhaling: José Emilio Pacheco, Mongo Beti, Czesław Miłosz, Georges Duhamel, John Gay, Thomas Lovell Beddoes”

Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay, Marina Lewycka

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009 en ook mijn blog van 30 juni 2010.

 

Uit: Mission to Kala (Vertaald door Peter Green)

„The village laid siege to me socially from the early morning onwards. First of all there were the young boys. They invaded my uncle’s house loaded with books and slates. They begged me to teach them to read, write, do sums, and understand the pictures in their books. Then came the grown men, who all wanted me to write letters for them. Since my arrival they had all taken it into their heads to place orders with European-style shops, I became their public scribe, scribbling away from morning to night under the absorbed and tireless gaze of an ever-increasing crowd.

Finally, there was the weaker sex — so weak, in fact, that I never found out just why young girls and women verging on middle age came and stared at me whenever they could manage it. They did nothing else, just stared: it was a simple kind of self-indulgence.“

 


Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

Doorgaan met het lezen van “Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay, Marina Lewycka”

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar, Mongo Beti, Georges Duhamel, John Gay

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009.

 

Mijnheid

‘Mijn ouders, mijn man, mijn zuster.’
Ik ontbijt in een cafetaria, luister aandachtig.
Vrouwenstemmen ritselen en vinden hun vervulling
in het ritueel dat we zo nodig hebben.
Tersluiks beschouw ik hun beweeglijke monden.
En ik geniet ervan hier op aarde de zijn,
nog een ogenblik, samen, hier op aarde,
om onze kleine mijnheid te celebreren.

 

De zin

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’

‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’

‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

 

Tafel [2]

In deze auberge aan de wankele pracht van de zee
beweeg ik me als in een aquarium, bewust van mijn vergaan,
temidden van ons, zo sterfelijk dat we nauwelijks leven.
Hoewel we ook rouwen, verheugt mij deze gemeenschap
van blikken, gebaren, aanrakingen, van nu en eeuwen her.
Ik dacht dat ik de stilzetting van de tijd zou afsmeken,
maar ik leer me verzoenen, zoals anderen voor mij.
En ik voel alleen aan de dingen die hier blijven:
de messen met hoornen heft, de tinnen schotels,
het blauwe porselein, sterk hoewel breekbaar,
en, als een wachter-rots tussen
troebele golven,
glimmend gepolijst, deze zware
tafel van hout.

Vertaald doorGerard Rasch

 

 

 czeslaw_milosz

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974.

 

Uit: Spieltrieb

 

Nichts wies auf einen Donnerstag hin. Fern von den geregelten Abläufen der Städte, fern von Schulalltag, Morgenzeitung und Abendnachrichten verloren die Namen der Wochentage mit solcher Geschwindigkeit an Bedeutung, dass man sich fragte, ob sie ihre Bezeichnungen jemals zu Recht getragen hätten. Die Zeit sprang aus ihrem Korsett, dehnte und streckte sich nach Belieben und ließ die Annahme, man sei erst anderthalb Tage zuvor in Dahlem angereist, als dummdreisten Trick des Erinnerungsvermögens erscheinen. An gefühlter Zeit waren seit der Ankunft zwei Wochen vergangen, und Ada fing bereits an, ihr gewöhnliches Leben für unglaubwürdig zu halten. Mit etwas mehr Erfahrung hätte sie im prompten Plausibilitätsverlust der eigenen Herkunft ein zeitgemäßes Talent zum Vagabundieren erkannt. So aber hielt sie den Effekt für eine Folge des ungewohnten Alleinseins unter Menschen, das sich gegenüber dem üblichen Alleinsein ohne Menschen durch spürbar höheren Kräfteverbrauch auszeichnete.
Gegen zehn am Abend beendete Smutek die Vorbereitungen zu einer fiktiven Stadtführung durch Wien. In den verschiedenen Räumen des Hauses bereiteten Schülergruppen die Darstellung von Sehenswürdigkeiten und, Oxymoron hin oder her, von wichtigen historischen Ereignissen vor, bemalten Tapeten, probten dramatische Szenen, klebten Photos und Postkarten an die Wände. Ada hatte darum gebeten, wegen mangelnder Teamfähigkeit ein Stück Musil auswendig lernen und vortragen zu dürfen. Als Smutek die Schüler mit fröhlicher Stimme und geräumigen Handbewegungen entließ, drehte sich in ihr noch immer ein Geschwader nicht zu Ende gedachter Gedanken, so dass die Aussicht, den restlichen Abend zwischen menschlichen Kapseln unbekannten Inhalts zu verbringen, unerträglich erschien. Ungesehen gelangte sie in die Eingangshalle, schnürte die Laufschuhe zu und floh ins Freie.

 

 

Juli_Zeh
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960.

 

Uit: De waterkar

 

Ik ben een reiziger uit noodzaak, niet uit liefde. Overal ter wereld kom ik mensen tegen die mij benijden om mijn werk, dat me letterlijk overal brengt, en die verbaasd zijn dat ik hun enthousiasme niet deel. Meestal probeer ik mijn gevoelens te verbergen, want je wordt zo gauw voor blasé aangezien. Met name verre bestemmingen vertegenwoordigen voor mij voornamelijk een onaangename confrontatie met armoede, vervuiling en verspilling. Het gelukkigst ben ik wanneer mijn werkgevers mij vragen om enkele weken in Europa of de Verenigde Staten door te brengen,
maar helaas gebeurt dat niet zo vaak.
Ik ben adviseur voor een internationale investeringsmaatschappij en het is mijn opdracht om organisaties en projecten in het buitenland te bezoeken die mogelijk interessant zouden kunnen zijn voor onze maatschappij. Zo’n dertig procent van onze belangen zit in het bedrijfsleven van de zogeheten emerging markets, de opkomende economieën; wat we vroeger derdewereldlanden noemden. Dit klinkt nobeler dan het is, want uiteraard investeren wij uitsluitend in financieel gezonde en veelbelovende ondernemingen. Naar aanleiding van mijn analyse ter plaatse wordt besloten of mijn werkgever geld in een bepaald bedrijf gaat steken.
Wanneer ik op reis moet is het voornamelijk naar de meest achterlijke gebieden die zich op deze aardkloot bevinden. De aldaar aanwezige mogelijkheden om te investeren dienen zeer grondig onderzocht te worden en dat laat de directie bij voorkeur aan mij over. Vanwege mijn kritisch inzicht, zoals men beweert. Het is waar dat mijn maatstaven hoog zijn, en dat is precies de reden waarom ik au fond een afkeer van mijn werk heb. Vrijwel nergens in die regionen vind je immers een betrouwbare zakelijke onderneming, gebaseerd op voldoende kapitaal en met een hoge productiviteit. Een afspraak punctueel nakomen blijkt vaak al een hele opgave. Mijn rapporten vallen in de meeste gevallen dan ook negatief uit, en dat spijt mijzelf soms meer dan de maatschappij, lijkt het wel.”

 

 

Zirkzee
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van Algiers.

 

Uit: Fern von Medina (Vertaald doorHans Thill)

 

»Die Weigerung, mit der sie, die geliebte Tochter Mohammeds, den Nachfolgern entgegentritt, wird sie lange in sich lebendig halten, als einen Splitter, den sie mit sich trägt. Es geht um ihre Rechte als Tochter, um ihr Erbteil. Nein, hier geht es nicht um einen Garten, nicht um einige Güter in Medina und Umgebung, sondern um ein Symbol von weit höherer Bedeutung; so versteht es Fatima.>Nein<, sagt Fatima anklagend, >ihr habt die Absicht, mir meine Rechte als Tochter zu nehmen!< Sie könnte noch weiter gehen, könnte sagen: >Mohammed ist kaum tot, da habt ihr die Stirn, sogleich seine eigene Tochter zu enterben, die einzige lebende Tochter des Propheten!< Die entrechtete Fatima steht an der Spitze einer endlosen Prozession von Mädchen …Mit ihren Forderungen tritt Fatima vor Abu Bekr. DasZimmer ist voll mit Gefährten, sie bleibt aufrechtstehen; keinen dieser Männer würdigt sie eines Blickes.«

 

 

Assia_Djebar
Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 30 juni 2009.

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939.

 

Uit: Self-consuming second-person fiction: Jose Emilio Pacheco’s “Tarde de Agosto” (door Kimberly A. Nance)

 

Pacheco’s “Tarde de agosto” (from the collection of stories El viento distante [The Distant Wind]) juxtaposes two commonplace versions of male initiation in a fresh and ironic take on both: “boy embarrasses himself in front of first love” and “war makes men of boys.” Told in the Spanish second-person familiar tu by a narrator who is never explicitly identified, the action takes place in a single afternoon during the narratee-protagonist’s adolescence. Sleeping, waking, or immersed in his Bazooka novels, the quiet boy dreams of glorious wars and of the only person who pays him any attention: Julia, his twenty-year-old cousin. On the afternoon in question he is sent along with Julia and her boyfriend, Pedro, to a park where the usual posted prohibition against disturbing the animals or picking the flowers sparks fantasies of desperate forays into enemy territory. Transported to “Tobruk, Narvik, Dunkerke, Las Ardenas, Iwo Yima, Midway, Monte Cassino, El Alamein, Varsovia” (23), the boy becomes a combat hero, capable of any action. When Julia mentions she would like to take one of the squirrels home as a pet and Pedro refuses because “habia cien, mil, cien mil guardabosques para guardar el bosque y las ardillas” (24) (“there were a hundred, a thousand, a hundred thousand rangers on patrol to protect the park and the squirrels”) (69),(1) the boy has his orders. A moment later he is cornered in a tree and both the branch and his soldierly courage begin to give way. Ten interminable minutes pass before he can descend, pale and tearful and bereft of his illusions of valor. Julia reproaches Pedro for laughing at him, and no one speaks during the tense ride home. Although the boy consigns the Bazooka collection to the flames of the boiler, the memory of the afternoon is indelible.“

 

 jemilio_pacheco1

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé.

 

Uit: L’ironie et l’humour dans Le pauvre christ de Bomba de Mongo Beti (door Fernando Lambert)

 

„On ne peut parler du Pauvre Christ de Bomba de Mongo Beti, sans penser à l’Aventure ambiguëde Cheikh Hamidou Kane.

Ces deux romans nous plongentchacun dans un univers religieux caractéristique. Mais, alors que l’Islam possède de solides racines dans l’Afrique de l’Ouest, le Christianisme apparaît tout à fait étranger au Cameroun. Ses représentants sont considérés par Beti comme les agents les plus efficaces de l’entreprise coloniale. Cela suffit sans doute à expliquer pourquoi l’Église catholique est placée au centre du roman, le Pauvre Christ de Bomba, de sorte qu’elle constitue une des structures essentielles, sinon la principale, de l’univers romanesque de Beti. Elle est présente aussi dès la première oeuvre, Ville cruelle3, où elle met son pouvoir moral au service de l’administration coloniale.

Son influence demeure implicite dans Mission terminée4. Par contre, dans le quatrième roman, le Roi miraculé5, elle revient au premier rang : elle entre en conflit avec les valeurs fondamentales de la société traditionnelle, en particulier la polygamie.

Au-delà de la thèse anti-cléricale et anti-chrétienne que beaucoup de critiques y ont d’abord vue, le Pauvre Christ de Bomba illustre bien la manière dont Beti tire sa matière romanesque du monde missionnaire camerounais qu’il connaît bien. Ce roman, qui représente très dignement la littérature de

contestation en Afrique, permet de mettre en lumière ce qui se révèle être l’originalité de Beti. L’auteur est visiblement hanté par le monde colonial en général, et d’une façon spéciale par le monde missionnaire.“

 

Beti
Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

 

De Franse dichter, romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs.

 

La devinette  

Oh ! Papa ! Toi qui sais tout

Toi qui lis dans tous les livres

Et même dans le journal,

Où les lettres sont si fines,

Oh, Papa ! Devine ! Devine !

Ses yeux sont deux billes de verre,

Ses oreilles, feuilles de chou,

Il a mis la peau de son père

Avec son nez en caoutchouc

Il fait peur aux petits enfants

Qu’est-ce que c’est ?

C’est l’éléphant !

Il dit tout ce qu’on lui fait dire

Il est vert. Il parle du nez.

Il nous demande avec colère

Si nous avons bien déjeuné

Oh ! Père, tu le reconnais ?

C’est un père, le perroquet !

 

 

Duhamel
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon.

 

IF THE HEART OF A MAN

 

IF the heart of a man is deprest with cares,

The mist is dispell’d when a woman appears;

Like the notes of a fiddle, she sweetly, sweetly

Raises the spirits, and charms our ears.

Roses and lillies her cheeks disclose,

But her ripe lips are more sweet than those.

Press her,

Caress her,

With blisses,

Her kisses

Dissolve us in pleasure, and soft repose.

 

 

gayjohn
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 30 juni 2007en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 30 juni 2009.

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Jacqueline Zirkzee, Assia Djebar, Mongo Beti, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, John Gay

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

Uit: Hündchen am Wegesrand (Vertaald door Doreen Daume)

 

“Um mein Land kennenzulernen, hatte ich mich in einem Zweispännerauf den Weg gemacht. Ich hatte einen großen Vorrat an getrocknetem Futter dabei und einen hinten am Wagen angebundenen, klappernden Eimer, der dazu diente, die Pferde zu tränken. Auf dieser Reise lernte ich die verschiedensten Gegenden kennen, manche waren hügelig, andere waldig, wieder andere ähnlich der Pußta. Dort ballte sich der Rauch über den Dächern der Gehöfte zusammen, so daß es aussah, als würden diese brennen. Das kam daher, weil diese Gebäude keinen Rauchfang hatten. Ich fuhr auch durch Felder und Seenlandschaften. Wie herrlich war es doch, sich auf diese Art vorwärts zu bewegen, die Zügel schleifen zu lassen, zu warten, bis hinter den Bäumen langsam ein Dorf oder ein Park erschien und darin das Weiß eines Gutshofs. Und immer sprang uns sofort ein kleiner bellender Hund entgegen, eifrig und pflichtbewußt. Das war am Anfang des Jahrhunderts, an dessen Ende wir uns nun befinden. Ich erinnere mich nicht nur an die Menschen, die dort lebten, sondern auch an die Generationen von Hunden, die ihnen bei ihren täglichen Geschäften Gesellschaft leisteten, und einmal, ich weiß nicht woher, sicher war es in einem Traum, den ich gegen Morgen hatte, kam mir diese drollige und fast zärtliche Bezeichnung für sie in den Sinn: “Hündchen am Wegesrand”. Ohne Kontrolle. Er konnte seine Gedanken nicht kontrollieren. Sie irrten herum, wo sie wollten, und wenn er ihnen nach ging, wurde ihm übel. Denn es waren keine guten Gedanken, sie brachten es an den Tag, daß er in seinem tiefsten Innern grausam war. Das mußte er sich eingestehen. Er dachte, daß die Welt ein einziges Jammertal sei und daß die Menschen nichts anderes verdienten als ihren eigenen Untergang. Gleichzeitig hatte er den Verdacht, daß die Grausamkeit seiner Phantasie und sein Schaffensimpuls irgendwie zueinander gehörten.Vorübergehend und nur zum Schein Morgens aufstehen und zur Arbeit gehen, mit den Menschen durch Gefühle der Liebe, der Freundschaft oder der Feindschaft verbunden sein – und sich die ganze Zeit darüber im klaren sein, daß all dies nur vorübergehend und zum Schein ist. Unerschütterlich und greifbar warin ihm eigentlich nur die Hoffnung, diese war so stark, daß ihn das Leben selbst bereits ungeduldig machte.”

 

czeslaw_milosz

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Haar eerste boek was Adler und Engel dat in 2002 werd onderscheiden met de Deutsche Bücherpreis voor het beste debuut. Haar reis door Bosnië en Herzegovina in 2001 was de basis voor haar boek Die Stille ist ein Geräusch. Juli Zeh studeerde rechten in Passau, Krakau, New York en Leipzig. Zeh schrijft ook korte verhalen, theaterstukken en jeugdboeken.

 

Uit: Adler und Engel

“Ich habe den Eindruck, dass diese Nacht ein paar Grad kühler ist als die Nächte zuvor. Das wäre, in Übereinstimmung mit meinen Berechnungen, sogar logisch. Es muss Ende August sein, also wird die Hitze nachlassen, falls die Erde nicht doch feststeckt au
f ihrer Umlaufbahn, und es wird regnen, irgendwann, vielleicht schon bald.

Mir kommt der Verdacht, dass Clara im Schuppen überhaupt nur auf den Regen wartet, wie eine dieser Wüstenpflanzen, die während der Trockenphasen braun, flach und eingeschrumpft für Monate in einem Winkel liegen können und dabei sogar tot sind im biologischen Sinn. Sobald sie aber Wasser bekommen, erblühen sie innerhalb von Minuten, wachsen zur zehnfachen Größe an, werden grün und nahezu schön. Ich habe dieses Phänomen klar vor Augen, mir fällt sogar der Name der Pflanze ein: Rose von Jericho. Gleichzeitig sehe ich Clara vor mir, wie sie bei den ersten fallenden Tropfen auf Knien und Ellenbogen ins Freie kriechen und solange im Regen liegen bleiben wird, bis sie kräftig genug ist, um sich zu erheben und alleine zu gehen, und dann wird sie diesen Hof verlassen, soviel steht fest. Das würde erklären, warum sie da drin liegt wie ausgeknipst. Tot im biologischen Sinn. Ich werde den Wetterbericht hören müssen. Ich werde einen Gartenschlauch kaufen, ihn am Hahn neben dem Tor anschließen und Wasser auf das Dach des Schuppens und gegen die Fensterscheiben trommeln lassen, um auszuprobieren, ob Clara reagiert, ob sie nach einer Weile kriechend auf der Schwelle erscheint. Lisa von Jericho. »

 

Juli_Zeh

Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Hoogverraad

 

Ik houd niet van mijn land.

Zijn bovenaardse praal

is ongrijpbaar.

Maar (nu komt er een gemeenplaats)

ik gaf mijn leven

voor tien van zijn landstreken,

voor zekere personen,

havens, dennenbossen,

forten,

een rommelige stad,

grauw, monsterlijk,

voor enkele figuren uit zijn geschiedenis,

bergen en drie of vier rivieren.

 

 

Vertaler onbekend

 

 

 

Varken tegenover God

 

Ik ben zeven jaar. Door het raam op de boerderij

zie ik hoe een man een kruis slaat

en tot het slachten van een varken overgaat.

Ik wil het schouwspel niet zien.

Bijna menselijk, het voorafgaande

gegil waar ik naar luister.

(Bijna menselijk, zeggen de zoölogen,

zijn de organen van het varken, dat slim is,

meer nog dan honden of paarden.)

Schepselen Gods, zo noemt mijn grootmoeder hen.

Broeder varken, zou de Heilige Franciscus hebben gezegd.

En nu het mes erin en gedruppel van bloed.

En ik ben nog klein maar vraag me al af:

Schiep God de varkens om te worden gevreten?

Wie geeft hij gehoor: het smekende varken

of hem die een kruis slaat voor bij het keelt?

Als God bestaat, waarom dan lijdt dit varken?

Het vlees pruttelt in de olie.

Straks zal ik schrokken als een varken.

Maar ik zal geen kruis slaan aan tafel.

 

Vertaald door Barber van de Pol

 

 

jose_emilio_pacheco

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Na haar debuutroman Mykene (2001), een historische roman over de Trojaanse Oorlog, schreef ze een romantische bewerking van de legende van Tristan en Isolde: Het Boek van Tristan en Isolde (2004). Ze was co-auteur van de briefroman Iris & Valentine. In 2008 verscheen Het Heksenhuis, een historische roman gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. Zirkzee groeide op in Oegstgeest en studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

 

Uit: Mykene

 

“Ik, Klytemnestra, koningin van Mykene, dochter van de dappere Tindareos, befaamd om mijn schoonheid en schranderheid, heerseres over een uitgestrekt rijk; ik vernietigde de vijanden van ons machtige land en bood de berooide slachtoffers van wrede invallers een toevlucht. Ik aanbad de Drie Godinnen en zag erop toe dat zij kregen wat hun toekwam, en méér; ik hield mij aan de ongeschreven wetten.

Ik heb mijn rijk staande gehouden terwijl overal om ons heen de paleizen ten onder gingen in vuur en geweld. De mensen kunnen vrijelijk over de wegen lopen. In de burcht van Mykene staan de poorten open. De muren en kantelen dromen in de zon; de waterputten zij
n toegankelijk voor alle reizigers.

Ik overwon degenen die met wapens de grenzen van Mykene overschreden en vernietigde hen, maar smekelingen die in vrede kwamen liet ik slechts een rechtvaardige belasting betalen, jaar na jaar, in kleding en graan, voor de magazijnen.”

 

zirkzee

Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960)

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig. Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van Algiers. Assia Djebar is historica, geografe, schrijfster en cineaste. Ze is directeur van het Centrum voor Franse en Francofone Studies aan de Universiteit van Louisiana (V.S.). Djebar is internationaal de bekendste schrijfster uit de Maghreb. Romans van haar zijn in veertien talen vertaald. Zij is een voorvechtster voor de rechten van de (moslim)vrouw, schrijft vaak over het verschil tussen een vrouw die Westers is opgevoed en de traditioneel opgevoede vrouwen en de geschiedenis van Algerije. Hoewel de schrijfster in het begin in het Frans schreef, is ze ook een studie klassiek Arabisch begonnen om haar ouderlijke taal beter te beheersen en om ook in die taal te schrijven. Ze ontving o.a. in 1997 de Yourcenar Prijs en in 2000 de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels.

 Uit:  Weisses Algerien (Vertaald door Hans Thill)

 

»Aus der Tiefe des Friedhofs schlagen in Wellen die Hymnen nach vorn, branden bis zum Grab, überkreuzen, vermischen sich dort: in der Berbersprache, in arabischem Dialekt, auf französisch. Nach einem Moment der Schwebe bricht dann der Gesang der Internationale hervor. Noch ein wenig unsicher steigt die Strophe empor, es ist das erste Mal auf einem muslimischen Friedhof. Von der anderen Seite kommen patriotische Lieder. Die Offiziellen sind starr vor Angst, als ob die Menge gleich losgelassen würde … gegen sie. Als die Chöre und Lieder zum ersten Mal aussetzen, versucht der Imam, mit seiner Rede zu beginnen … in klassischem Arabisch. Das Publikum heult auf. Die Gesänge der Berber steigen von allen Seiten auf, diesmal um die Rede zu übertönen. Aus der Tiefe schrauben sich die ersten you-you-Rufe der traditionellen Frauen empor, durchschneiden den Lärm. Die immer noch schrägen Sonnenstrahlen verleihen der Szene eine Aureole.«

 

Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

Uit: Le Rebelle I

 

Abstraction devrait être faite, au moins provisoirement, du contenu de l’enseignement de tel professeur : faisons simplement remarquer, en passant, que des notions telles que la bonne orthographe, la correction de la langue, etc… s’agissant d’étudiants africains qui, on ne répétera jamais assez cette lapalissade, ne sont pas des Français (et dont le français ne fut jamais la langue maternelle, n’en déplaise à M. Senghor, et cela d’ailleurs en partie par la faute de l’implacable censure des gouvernements des potentats francophiles), demanderaient pour le moins à être renouvelées et précisées par un libre débat, entre responsables français et responsables africains compétents – de préférence aux béni-oui-oui cooptés pour venir faire de la figuration dans ce genre d’instances.“

 

Mongo_Beti

Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

Uit: Le cinéma

 

“Jamais invention ne rencontra un intérêt plus général et plus ardent. Le cinéma est encore dans son enfance, mais le monde entier lui a fait confiance. Le cinéma a, dès son début, enflammé les imaginations, rassemblé des capitaux énormes, gagné la collaboration des savants et des foules, fait naître, employé, usé des talents innombrables, variés. Il consomme une grande quantité d’efforts, de courage et d’invention. Tout cela pour un résultat minime. Je donne tous les films du monde pour une pièce de théâtre, pour un tableau de peinture, pour un symphonie ! Toutes les œuvres qui ont tenu quelque place dans ma vie, toutes les œuvres d’art dont la connaissance a fait de moi un homme, représentaient d’abord une conquête. J’ai dû les aborder de haute lutte après une fervente passion. Par contre, l’œuvre cinématographique ne soumet notre esprit et notre cœur à nulle épreuve. Elle
nous dit tout de suite ce qu’elle sait. Par nature, elle est mouvement, mais elle nous laisse immobiles, comme paralytiques. Beethoven, Molière, Vinci, j’en appelle trois, il y en a cent, voilà vraiment l’art ! Le cinéma m’a parfois diverti, parfois même ému, jamais il ne m’a demandé de me surpasser. Le cinéma n’est pas un art ! »

 

georges_duhamel

Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)
Houtgravure door Constant Le Breton.

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

 

Another 

 

Tis a moon-tinted primrose, with a well

Of trembling dew; in its soft atmosphere,

A tiny whirlwind of sweet smells, doth swell

A lady bird; and when no sound is near

That elfin hermit fans the fairy bell

With glazen wings, (mirrors on which appear

Atoms of colours that flizz by unseen

And struts about his darling flower with pride.

But, if some buzzing gnat with pettish spleen

Come whining by, the insect ‘gins to hide

And folds its flimsy drapery between

His speckled buckler and soft silken side.

So poets fly the critics snappish heat,

And sheath their minds in scorn and self-conceit.

 

beddoes

Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)

 

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008.

 

AN ELEGY ON A LAP-DOG

 

SHOCK’S fate I mourn; poor Shock is now no more,

Ye Muses mourn, ye chamber-maids deplore.

Unhappy Shock! yet more unhappy fair,

Doom’d to survive thy joy and only care!

Thy wretched fingers now no more shall deck,

And tie the fav’rite ribbon round his neck;

No more thy hand shall smooth his glossy hair,

And comb the wavings of his pendent ear.

Yet cease thy flowing grief, forsaken maid;

All mortal pleasures in a moment fade:

Our surest hope is in an hour destroy’d,

And love, best gift of heav’n, not long enjoy’d.

 

Methinks I see her frantic with despair,

Her streaming eyes, wrung hands, and flowing hair

Her Mechlen pinners rent the floor bestrow,

And her torn fan gives real signs of woe.

Hence Superstition, that tormenting guest,

That haunts with fancied fears the coward breast;

No dread events upon his fate attend,

Stream eyes no more, no more thy tresses rend.

Tho’ certain omens oft forewarn a state,

And dying lions show the monarch’s fate;

Why should such fears bid Celia’s sorrow rise?

For when a lap-dog falls no lover dies.

 

Cease, Celia, cease; restrain thy flowing tears,

Some warmer passion will dispel thy cares.

In man you’ll find a more substantial bliss,

More grateful toying, and a sweeter kiss.

 

He’s dead. Oh lay him gently in the ground!

And may his tomb be by this verse renown’d.

Here Shock, the pride of all his kind, is laid;

Who fawn’d like man, but ne’er like man betray’d.

 

 

gay
John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)
Portret door William Aikman

 

 

 

Czesław Miłosz, José Emilio Pacheco, Georges Duhamel, Mongo Beti, Thomas Lovell Beddoes, John Gay

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006 en ook mijn blog van 30 juni 2007.

Child of Europe

1
We, whose lungs fill with the sweetness of day.
Who in May admire trees flowering
Are better than those who perished.

We, who taste of exotic dishes,
And enjoy fully the delights of love,
Are better than those who were buried.

We, from the fiery furnaces, from behind barbed wires
On which the winds of endless autumns howled,
We, who remember battles where the wounded air roared in
paroxysms of pain.
We, saved by our own cunning and knowledge.

By sending others to the more exposed positions
Urging them loudly to fight on
Ourselves withdrawing in certainty of the cause lost.

Having the choice of our own death and that of a friend
We chose his, coldly thinking: Let it be done quickly.

We sealed gas chamber doors, stole bread
Knowing the next day would be harder to bear than the day before.

As befits human beings, we explored good and evil.
Our malignant wisdom has no like on this planet.

Accept it as proven that we are better than they,
The gullible, hot-blooded weaklings, careless with their lives.

2
Treasure your legacy of skills, child of Europe.
Inheritor of Gothic cathedrals, of baroque churches.
Of synagogues filled with the wailing of a wronged people.
Successor of Descartes, Spinoza, inheritor of the word ‘honor’,
Posthumous child of Leonidas
Treasure the skills acquired in the hour of terror.

You have a clever mind which sees instantly
The good and bad of any situation.
You have an elegant, skeptical mind which enjoys pleasures
Quite unknown to primitive races.
Guided by this mind you cannot fail to see
The soundness of the advice we give you:
Let the sweetness of day fill your lungs
For this we have strict but wise rules.

3
There can be no question of force triumphant
We live in the age of victorious justice.

Do not mention force, or you will be accused
Of upholding fallen doctrines in secret.

He who has power, has it by historical logic.
Respectfully bow to that logic.

Let your lips, proposing a hypothesis
Not know about the hand faking the experiment.

Let your hand, faking the experiment
No know about the lips proposing a hypothesis.

Learn to predict a fire with unerring precision
Then burn the house down to fulfill the prediction.

4
Grow your tree of falsehood from a single grain of truth.
Do not follow those who lie in contempt of reality.

Let your lie be even more logical than the truth itself
So the weary travelers may find repose in the lie.

After the Day of the Lie gather in select circles
Shaking with laughter when our real deeds are mentioned.

Dispensing flattery called: perspicacious thinking.
Dispensing flattery called: a great talent.

We, the last who can still draw joy from cynicism.
We, whose cunning is not unlike despair.

A new, humorless generation is now arising
It takes in deadly earnest all we received with laughter.

5
Let your words speak not through their meanings
But through them against whom they are used.

Fashion your weapon from ambiguous words.
Consign clear words to lexical limbo.

Judge no words before the clerks have checked
In their card index by whom they were spoken.

The voice of passion is better than the voice of reason.
The passionless cannot change history.

6
Love no country: countries soon disappear
Love no city: cities are soon rubble.

Throw away keepsakes, or from your desk
A choking, poisonous fume will exude.

Do not love people: people soon perish.
Or they are wronged and call for your help.

Do not gaze into the pools of the past.
Their corroded surface will mirror
A face different from the one you expected.

7
He who invokes history is always secure.
The dead will not rise to witness against him.

You can accuse them of any deeds you like.
Their reply will always be silence.

Their empty faces swim out of the deep dark.
You can fill them with any feature desired.

Proud of dominion over people long vanished,
Change the past into your own, better likeness.

8
The laughter born of the love of truth
Is now the laughter of the enemies of the people.

Gone is the age of satire. We no longer need mock.
The sensible monarch with false courtly phrases.

Stern as befits the servants of a cause,
We will permit ourselves sycophantic humor.

Tight-lipped, guided by reasons only
Cautiously let us step into the era of the unchained fire.

(New York,1946)

milosz

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007.

The Great Inquisitor

Sir, keep silence or we will shut your mouth
with a whipping.
We will disable it under the red-hot iron.
With the tongs of the Law we will twist your tongue.

Do not force us to resort to extremes.
Keep silence. Shut up. Do not speak.
The judge is not to be judged.
He dispenses justice, he decides all.
He is the mind that thinks in our place.

Whereas you are nobody, you don’t know anything.
You are merely called the accused.
How presumptuous of you to aspire to defend yourself.

Do you suppose that in the valley of Jehoshaphat
you would dare rebuke God the Father
for the just form in which he shaped this world?

Are you aware of it? You are guilty of a crime.
You will not know which, you will not know which,
you will die not knowing.
You must pay for it. And in such a way.

No, no: do not open your mouth. Do not interrupt.
Respect the Judge and his High Office.
He is the law, he is here to judge you.
You are in danger of becoming guilty
of Lese Majesty. Acept and be quiet.

Do you wish, sir, that I lose my patience?
Do not force me to exit from my right mind.
I will add to your account of sins
the nefarious crime of blasphemy.

Do not come to me with that rubbish of human rights.
You are no longer human: you are the enemy.
Do see in this patter a formal pretext
that covers up and conceals the dossier.

In a few moments we will make an offering of your body
on the altar of the Good, of Goodness and Fraternal Order.

 

Vertaald door Nicolás Suescún.

Jose_Emilio_Pacheco

José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007.

Uit: Israël, clef de l’Orient

Est-il possible de regarder sans étonnement et sans malaise la carte géographique de cette région du Proche-Orient ? Je ne le crois pas. J’ai cent fois repris cette carte, au cours de mon voyage, et, cent fois, j’ai fait des vœux pour que de nouvelles répartitions du sol puissent tracer des frontières plus logiques, moins absurdes, moins fatalement menacées par les incidents d’une guérilla dont on n’aperçoit pas le terme. Les peuples dits arabes, parce qu’ils ont été finalement soumis à la religion musulmane, puis aux confuses disciplines de la Ligue arabe, ces peuples, souvent, m’ont inspiré de la pitié, et même de la sympathie.  J’ai fait de fréquents séjours en pays d’Islam.  J’ai vu ces foules misérables, sous-alimentées, exploitées depuis des siècles par des souverains ou des féodaux que l’égoïsme retranche des multitudes parmi lesquelles ils vivent en parasites, et cela depuis le Maroc jusqu’aux rives du Golfe Persique. S’il est aisé de fanatiser ces pauvres gens, il est difficile de les ramener au calme. Les événements du Proche-Orient, depuis le coup de force tenté par le dictateur égyptien, ont fait apparaître au grand jour les ambitions des hommes et des groupements politiques. Les chanteurs de  l’Internationale ont favorisé de mille manières la nationalisation d’une grande voie maritime, internationale dès le principe. Les Etats-Unis d’Amérique, oubliant les devoirs que leur dicte leur position à la tête des nations occidentales, ont montré que la ruse a souvent le visage et la démarche de l’erreur. Un seul pays a prouvé qu’il savait ce qu’il voulait  qu’il demandait seulement la paix et les moyens de travailler, et ce pays, c’est Israël. Une seule nation a compris, salué, secondé l’admirable effort d’Israël, et c’est la France. Dans cette douloureuse épreuve, l’O.N.U. a fait mesurer une fois de plus et ses vices de structure et sa lamentable impuissance, l’O.N.U. qui donne, aveuglément, la même capacité électorale à des nations qui ont une longue et glorieuse histoire, aussi bien qu’à de vagues peuplades qui ne peuvent s’enorgueillir d’un seul homme remarquable, l’O.N.U. qui ferme les yeux devant les crimes des puissants et se montre impitoyable envers de petits Etats qui n’ont pour toute fortune que leur courage et leur génie. »

duhamel

Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007.

Uit: Peuples noirs – peuples Africains

“Dix-huit ans après les indépendances, voici enfin une publication noir importante contrôlée financièrement, idéologiquement et techniquement par des Africains francophones noirs, et par eux seuls.

Voici la première grande publication noire francophone totalement indépendante non seulement des gouvernements africains, mais aussi de tous les hommes, de toutes les institutions, de tous les organismes derrière lesquels se dissimule habituellement le néo-colonialisme de Paris : chefs d’État soi-disant charismatiques, coopération, assistance technique, francophonie, etc.

Voici la première grande publication noire francophone résolue à proclamer aussi ouvertement qu’il le faudra la seule vérité qui, aujourd’hui, tient à cœur à tous les Noirs également : l’Afrique rejette désormais toutes les tutelles, celle de Paris autant que celle de Washington, celle de Moskou aussi bien que celle de Pékin…

Voici enfin une publication noire francophone décidée à conformer sa pratique à cet axiome : le capitalisme, voilà l’ennemi mortel de l’Afrique. »

Beti

Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007.

Ballad Of Human Life

WHEN we were girl and boy together,
We toss’d about the flowers
And wreath’d the blushing hours
Into a posy green and sweet.
I sought the youngest, best,
And never was at rest
Till I had laid them at thy fairy feet.
But the days of childhood they were fleet,
And the blooming sweet-briar-breath’d weather,
When we were boy and girl together.

Then we were lad and lass together,
And sought the kiss of night
Before we felt aright,
Sitting and singing soft and sweet.
The dearest thought of heart
With thee ’t was joy t
o part,
And the greater half was thine, as meet.
Still my eyelid’s dewy, my veins they beat
At the starry summer-evening weather,
When we were lad and lass together.

And we are man and wife together,
Although thy breast, once bold
With song, be clos’d and cold
Beneath flowers’ roots and birds’ light feet.
Yet sit I by thy tomb,
And dissipate the gloom
With songs of loving faith and sorrow sweet.
And fate and darkling grave kind dreams do cheat,
That, while fair life, young hope, despair and death are,
We ’re boy and girl, and lass and lad, and man and wife together.

beddoes

Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007.

IF LAWYER’S HAND IS FEE’D

A FOX may steal your hens, sir,
A whore your health and pence, sir,
Your daughter rob your chest, sir,
Your wife may steal your rest, sir,
A thief your goods and plate.

But this is all but picking,
With rest, pence, chest and chicken;
It ever was decreed, sir,
If lawyer’s hand is fee’d, sir,
He steals your whole estate.

gayjohn

John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

José Emilio Pacheco, Mongo Beti, Czesław Miłosz, Georges Duhamel, John Gay, Thomas Lovell Beddoes

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Hij doceerde literatuur aan diverse universiteiten in de VS en in het Verenigd Koninkrijk. Pacheco’s eerste gedichtenbundel Los elementos de la noche verscheen in 1963 en werd in het zelfde jaar gevolgd door de roman El viento distante.

 

High treason

I do not love my country. Its abstract splendor
is beyond my grasp.
But (although it sounds bad) I would give my life
for ten places in it, for certain people,
seaports, pinewoods, fortresses,
a run-down city, gray, grotesque,
various figures from its history
mountains
(and three or four rivers).

 

 

The elements of the night

 

Beneath this small, dry empire summer has whittled down,
faith lies toppled—all those tall, farsighted days.

In the last valley

destructiveness is glutted

on conquered cities, affronted by the ash.

 

Rain extinguishes
the woodland lit by lightning.

Night passes on its venom

Words crack against the air.

 

Nothing is restored, nothing gives back
that glowing green to the scorched fields.

 

Neither will the water, in its exile
from the fountain, succeed its own sweet

rise, nor the bones of the eagle fly

through its wings again.

 

 

Vertaald door George McWhirter and Alastair Reid

 

 

Pacheco

 José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

De Kameroense schrijver Mongo Beti (eig. Alexandre Biyidi) werd geboren op 30 juni 1932 in Mbalmayo, een klein dorp ten zuiden van Yaoundé. Beti doceerde literatuur in Rouen. Om politieke redenen moest hij naar Frankrijk vluchten. Na 1992 woonde hij weer in Kameroe. Tot zijn omvangrijke werk behoren de romans »Mission terminée« (1957) und »L’Histoire du fou« (1994).

 

Uit: Africains, si VOUS PARLIEZ (2005)

 

« Quoi qu’en disent les radotages de vos théoriciens tiers-mondistes, Monsieur le Président de la République française, quoi qu’en disent les ethnologues d’un autre âge qui s’empressent autour de vous et assurent vous livrer l’âme noire toute nue, un peuple déshérité ne saurait transformer son présent ni conquérir son avenir sans élever la voix et même frapper du poing sur la table.

Dans les dispositions de l’Elysée à l’égard de l’Afrique, rien n’a changé ; c’est toujours le même choix, en faveur des dictateurs, contre les peuples. Les espérances politiques de nos peuples ont été le plus souvent soit trahies, soit mystifiées…

Les pouvoirs franco-africains organisent donc le vide, le silence morose, le côtoiement des individus, des groupes, des catégories, des ethnies, jamais leur dialogue et leur interpénétration, en un mot l’obscurantisme… Broyés par des institutions culturelles dont la fatalité est de nous aliéner, nous prétendons créer une littérature qui soit l’expression authentique de notre moi collectif.

Si les Français se bouchèrent jadis les oreilles, quand nous tentions de leur conter l’histoire somme toute fade de notre résistance sous la colonisation, niant que celle-ci ait jamais eu le visage que nos plumes perverses s’obstinaient à tracer, que feront-ils a fortiori lorsque nous en viendrons fatalement à conter l’histoire atroce de trente ans de néo-colonialisme ?

Il faut nécessairement que nous la racontions, cette histoire-là. A nos enfants d’abord, parce que c’est un devoir de se transmettre de génération en génération les histoires sans lesquelles il n’y a pas d’histoire ni de mémoire collective. »

 

 

Beti

Mongo Beti (30 juni 1932 – 8 oktober 2001)

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook mijn blog van 30 juni 2006.

 

A Song on the End of the World

 

On the day the world ends
A bee circles a clover,
A fisherman mends a glimmering net.
Happy porpoises jump in the sea,
By the rainspout young sparrows are playing
And the snake is gold-skinned as it should always be.

 

On the day the world ends
Women walk through the fields under their umbrellas,
A drunkard grows sleepy at the edge of a lawn,
Vegetable peddlers shout in the street
And a yellow-sailed boat comes nearer the island,
The voice of a violin lasts in the air
And leads into a starry night.

 

And those who expected lightning
and thunder
Are disappointed.
And those who expected signs and archangels’ trumps
Do not believe it is happening now.
As long as the sun and the moon are above,
As long as the bumblebee visits a rose,
As long as rosy infants are born
No one believes it is happening now.

 

Only a white-haired old man, who would be a prophet
Yet is not a prophet, for he’s much too busy,
Repeats while he binds his tomatoes:
There will be no other end of the world,
There will be no other end of the world.

 

 

So Little

 

I said so little.
Days were short.

Short days.
Short nights.
Short years.

I said so little.
I couldn’t keep up.

My heart grew weary
From joy,
Despair,
Ardor,
Hope.

The jaws of Leviathan
Were closing upon me.

Naked, I lay on the shores
Of desert islands.

The white whale of the world
Hauled me down to its pit.

And now I don’t know
What in all that was real.

 

 

Vertaald door Czeslaw Milosz and Lillian Vallee

 

Milosz

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Franse romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. De bioloog en medicus werd lid van de Académie francaise in 1935. Als arts maakte hij van zeer nabij de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog mee, die hij heeft beschreven in de novellenbundels Vie des martyrs en Civilisation. Duhamels problematiek van de onbeduidende, alledaagse, twijfelende mens, symbool voor de mensheid als geheel, was zijn tijd vooruit. Zijn roman Confession de minuit, de eerste van een reeks over hoofdpersoon Salavin, een typische antiheld, werd bekroond met de Prix Goncourt.

 

Uit: Scènes de la vie future

 

“Toutes les œuvres qui ont tenu quelque place dans ma vie, toutes les œuvres d’art dont la connaissance a fait de moi un homme, représentaient, d’abord, une conquête. J’ai dû les aborder de haute lutte et les mériter après une fervente passion. Il n’y a pas lieu, jusqu’à nouvel ordre, de conquérir l’œuvre cinématographique. Elle ne soumet notre esprit et notre cœur à nulle épreuve. Elle nous dit tout de suite tout ce qu’elle sait. Elle est sans mystère, sans détours, sans tréfonds, sans réserves. Elle s’évertue pour nous combler et nous procure toujours une pénible sensation d’inassouvissement. Par nature, elle est mouvement ; mais elle nous laisse immobiles, appesantis et comme paralytiques.

Beethoven, Wagner, Baudelaire, Mallarmé, Giorgione, Vinci – je cite pêle-mêle, j’en appelle six, il y en a cent, voilà vraiment l’art. Pour comprendre l’œuvre de ces grands hommes, pour en exprimer, en humer le suc, j’ai fait, je fais toujours des efforts qui m’élèvent au-dessus de moi-même et qui comptent parmi les plus joyeuses victoires de ma vie. Le cinéma parfois m’a diverti, parfois même ému ; jamais il ne m’a demandé de me surpasser. Ce n’est pas un art, ce n’est pas l’art. »

georges-duhamel-1

Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)

 

De Engelse dichter en dramaturg John Gay werd op 30 juni 1685 geboren in Barnstaple, Devon. Gay was van 1712 tot 1714 secretaris van de hertogin van Monmouth. In 1713 verscheen het gedicht Rural sports, opgedragen aan Alexander Pope, met wie hij bevriend was. In 1714 publiceerde hij Gay’s Sheperd’s week, een serie herdersgedichten. In 1716 verscheen Trivia, or the Art of Walking the Streets of London, een gedicht in drie delen, mede geïnspireerd door Jonathan Swift. In 1727 verscheen zijn eerste serie van de populaire Fables.

The beggar’s opera, waarvan de eerste uitvoering plaats vond in 1728, in Londen, was een reactie op de toenemende invloed van de Italiaanse opera en met name gericht op Georg Friedrich Händel. Qua werk was het niet alleen bedoeld als persiflage ten aanzien van de Italiaanse opera, maar gaf het ook de mogelijkheid, middels satirische teksten, kritiek te leveren op het corrupte bestuur van de eerste minister Sir Robert Walpole. Ook verschenen er voor het eerst gewone mensen op het toneel.

 

Uit:  The Beggar’s Opera

 

FILCH.

‘Tis Woman that seduces all Mankind,
By her we first were taught the wheedling Arts:
Her very Eyes can cheat; when most she’s kind,
She tricks us of our Money with our Hearts.
For her, like Wolves by Night we roam for Prey,
And practise ev’ry Fraud, to bribe her Charms;
For suits of Love, like Law, are won by Pay,
And Beauty must be fee’d into our Arms.

 

PEACHUM. But make haste to Newgate, Boy, and let my Friends know what I intend; for I love to make them easy one way or other.

FILCH. When a Gentleman is long kept in suspence, Penitence may break his Spirit ever after. Besides, Certainty gives a Man a good Air upon his Trial, and makes him risque another without Fear or Scruple. But I’ll away, for ‘tis a Pleasure to be the Messenger of Comfort to Friends in Affliction.

Gay

John Gay (30 juni 1685 – 4 december 1732)

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Hij studeerde aan het Pembroke College in Oxford. Daar baarde hij opzien met zijn – later door hem verloochende – verzameling gedichten The improvisatore (1821) en met de dramatische compositie The bride’s tragedy (1822). Ook bezocht hij universiteiten in Duitsland tot hij vanwege zijn radicale politieke opvattingen in 1833 verbannen werd uit Beieren en naar Zwitserland uitweek. Zijn dichterlijke nalatenschap verscheen onder de titel Poems, with a memoir in 1851.

 

A BEAUTIFUL NIGHT

How lovely is the heaven of this night,
How deadly still its earth! The forest brute
Has crept into his cave, and laid himself
Where sleep has made him harmless like the lamb.
The horrid snake, his venom now forgot,
Is still and innocent as the honied flower
Under his head: and man, in whom are met
Leopard and snake, and all the gentleness
And beauty of the young lamb and the bud,
Has let his ghost out, put his thoughts aside
And lent his senses unto death himself.

 

 

A DAY OF SURPASSING BEAUTY

The earth is bright, her forests all are golden;
A cloud of flowers breathes blushing over her,
And, whispering from bud to blossom, opens
The half-awakened memory of the song
She heard in childhood from the mystic sun.
There is some secret stirring in the world,
A thought that seeks impatiently its word:
A crown, or cross, for one is born to day.

 

 

beddoesT

Thomas Lovell Beddoes (20 juni 1803 – 26 januari 1849)