Wilfred Smit, Matthijs Kleyn, Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, John Ciardi, Scott Oden

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

Parabel

Zo zag ik een erwt weifelen
aan een stoeprand,
de erwtenbloesem onzeker zijn
naar welke wind
haar dolle rose hoofd te hangen –

en de bloesem nikte, er kwam een hand
in handschoen haar bedekken,
en de erwt viel, er kwam een schoen
om op haar te staan.

 

Stilleven

Twee harten op een schotel
met glimlichten van droefenis,
een aarden kruik waaruit
de geest staat te verwaaien,
wat klein rood fruit
dat deze noen gevallen is
maar nooit de grond bereikte –

en de tuinier was daarbij als fazant
verbeeld, het schot hoog aan de hals;
dit is om aan mijn vriendin te geven,
een aansporing tot stiller leven.

Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Ik zie je

“Als ik het terras op loop, zit ze aan een lange tafel. Ik loop erheen en ga naast haar zitten. Ze negeert me. Een meisje dat tegenover haar aan tafel zit, kijkt me verbaasd aan.
‘En jij bent?’ vraagt ze.
‘Fender.’ Ik steek mijn hand uit.
‘O, grappige naam. Ik ben Frida,’ zegt ze tijdens het schudden.
‘Frida de kunstenares of Frida van ABBA?’
‘Frida van ABBA,’ antwoordt Frida.
‘Dat is volgens mijn vader ook een kunstenares. Kunnen we je ergens mee helpen?’
‘Nee, ik ga zo naar de film. Die film is nog niet begonnen, want die begint niet op een terras.’
Onder de tafel wordt mijn pink geaaid. Ik vermoed dat het haar pink is waarmee ze de mijne streelt, maar het zou ook haar wijsvinger kunnen zijn. Of haar duim. Haar handen zijn te klein om me voor te kunnen stellen hoe ze voelen. Ze kijkt me weer aan door de glazen van haar zonnebril.
‘Hoelang duurt het nog voor de film begint?’ vraagt ze zacht naast me.
‘Niet zo heel lang meer,’ zeg ik.
‘En waar gaat die over?’
‘Over een jongen en een meisje die iets bij elkaar vinden wat ze nooit eerder hebben gevonden.’
‘Klinkt cliché.’
‘Maar dat is het niet. Want aan deze twee mensen is niets cliché. Deze horen bij elkaar in al hun gektes.’
‘Loopt de film goed af?’
‘Dat weet ik niet, ik heb ’m nog niet gezien. Maar ik denk het wel. Want we houden allebei niet van films die niet goed aflopen, dus we zullen er alles aan doen.’
‘Sorry,’ zegt Frida, ‘maar kennen jullie elkaar?’
‘Ja,’ antwoordt ze terwijl ze haar zonnebril afdoet, ‘maar het lijkt alsof hij me niet wil leren kennen. Hij reageert niet eens als ik hem op een vol terras sms.’
De trilling die ik wilde negeren.
‘Hoe kom je aan mijn nummer?’ vraag ik.
‘Van die lelijke website van die op sterven na dood zijnde videotheek van je.’
‘Sta ik zo ook in je telefoon? Als de jongen van de op-sterven-nadoodvideotheek?’

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Maria oder die Geschichte eines Verbrechens (El túnel, vertaald door Helga Castellanos)

“Es wird genügen, wenn ich erwähne, dass ich Juan Pablo Castel bin, der Maler, der María Iribarne umgebracht hat. Ich nehme an, dass der Prozess noch allen in Erinnerung ist und dass zu meiner Person keine näheren Erklärungen erforderlich sind.
Obwohl nicht einmal der Teufel weiß, woran sich die Leute erinnern, geschweige denn, warum. Es ist so, dass ich immer gedacht habe, es gäbe kein kollektives Erinnerungsvermögen, was vielleicht eine Art Verteidigung des Menschengeschlechts ist. Der Satz »Früher war alles besser« weist nicht darauf hin, dass früher weniger Schlechtes geschah, sondern dass – glücklicherweise – die Leute das Schlechte vergessen. Selbstverständlich hat ein solcher Satz keine Allgemeingültigkeit. Ich zum Beispiel zeichne mich dadurch aus, dass ich mich vorzugsweise an alles Schlechte erinnere, und so könnte ich fast sagen, dass »früher alles schlechter war«, wenn es nicht so wäre, dass mir die Gegenwart genauso entsetzlich vorkommt wie die Vergangenheit. Ich erinnere mich an so viel Unheil, an so viele zynische und grausame Gesichter, an so viele schlechte Taten, dass die Erinnerung daran für mich wie das zaghafte Licht ist, das ein dreckiges Museum der Scham beleuchtet. Wie oft habe ich mich Stunde um Stunde in eine dunkle Ecke meines Ateliers verkrochen, wenn ich eine Nachricht in der Spalte der Polizeiberichte gelesen hatte! Aber es ist ja so, dass dort nicht immer die schändlichsten Taten der Menschheit aufgeführt werden. Bis zu einem gewissen Punkt sind Verbrecher eher saubere, eher harmlose Menschen. Diese Behauptung stelle ich nicht auf, weil ich selbst einen Menschen getötet habe. Nein, es ist meine ehrliche und tiefe Überzeugung. Ein Individuum ist schädlich? Dann wird es eben beseitigt, und fertig. Das ist das, was ich eine gute Tat nenne. Denken Sie einmal, wie viel schlechter es für die Gesellschaft ist, wenn dieses Individuum sein Gift weiterhin verspritzt und wenn man, statt es zu beseitigen, seinem Treiben dadurch Einhalt gebieten will, indem man sich in die Anonymität flüchtet, in üble Nachrede und ähnliche Gemeinheiten. Was mich angeht, so muss ich bekennen, dass ich es heute bedauere, die Zeit meiner Freiheit nicht besser genutzt und sechs oder sieben Typen, die ich kenne, nicht beseitigt zu haben.“

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)
Affiche voor de film « The Tunnel” uit 1988

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

Phénix

L’oiseau se portera au-devant de nos tètes,
Une épaule de sang pour lui se dressera.
Il fermera joyeux ses ailes sur le faîte
De cet arbre ton corps que tu lui offriras.

Il chantera longtemps s’éloignant dans les branches,
L’ombre viendra lever les bornes de son cri.
Refusant toute mort inscrite sur les branches
Il osera franchir les crêtes de la nuit.

Cette pierre ouverte est-ce toi, ce logis dévasté,
Comment peut-on mourir ?
J’ai apporté de la lumière, j’ai cherché,
Partout régnait le sang.
Et je criais et je pleurais de tout mon corps.

 

Sur une pietà de tintoret

Jamais douleur
Ne lut plus élégante dans ces grilles
Noires, que dévora le soleil.
Et jamais Élégance ne lut cause plus spirituelle.
Un feu double, debout sur les grilles du soir.

Ici,
Un grand espoir fui peintre.
Oh, qui est plus réel
Du chagrin désirant ou de l’image peinte ?
Le désir déchira le voile de l’image.
L’image donna vie à l’exsangue désir.

Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)
De Pietà door Tintoretto uit 1559

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Zie ook alle tags voor John Ciardi op dit blog.

Most Like An Arch This Marriage

Most like an arch—an entrance which upholds
and shores the stone-crush up the air like lace.
Mass made idea, and idea held in place.
A lock in time. Inside half-heaven unfolds.

Most like an arch—two weaknesses that lean
into a strength. Two fallings become firm.
Two joined abeyances become a term
naming the fact that teaches fact to mean.

Not quite that? Not much less. World as it is,
what’s strong and separate falters. All I do
at piling stone on stone apart from you
is roofless around nothing. Till we kiss

I am no more than upright and unset.
It is by falling in and in we make
the all-bearing point, for one another’s sake,
in faultless failing, raised by our own weight.

 

The Catalpa

The catalpa’s white week is ending there
in its corner of my yard. It has its arms full
of its own flowering now, but the least air
spills off a petal and a breeze lets fall
whole coronations. There is not much more
of what this is. Is every gladness quick?
That tree’s a nuisance, really. Long before
the summer’s out, its beans, long as a stick,
will start to shed. And every year one limb
cracks without falling off and hangs there dead
till I get up and risk my neck to trim
what it knows how to lose but not to shed.
I keep it only for this one white pass.
The end of June’s its garden; July, its Fall;
all else, the world remembering what it was
in the seven days of its visible miracle.

What should I keep if averages were all?

John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)
Cover biografie

 

De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: A Gathering of Ravens

“No place where your Nailed God is welcome,” Grimnir said. “So watch your tongue, little fool.”
Étaín nodded, her eyes wide with fear.
Grimnir led them to the water’s edge, to where someone had drawn a slender punt up on shore. Étaín looked dubiously at the flat-bottomed boat. It seemed as old as the forest, its boards black and shiny with use and decay. A pole lay next to it.
“Get in,” Grimnir said.
“We shouldn’t be here,” Étaín replied, backing away from the water. “This place is… wrong. It’s evil. I can feel it.”
“Evil, eh? What do you know about evil? Get in the boat. We’re close, now.”
Étaín shook her head, her trembling hands clasped before her. Something inimical to her lived among these trees, something unnatural whose hatred and malevolence warped the bosom of the earth itself. That island…
“Get in the gods-be-damned boat, little fool!” roared Grimnir. The echo of his voice profaned the silence. Boughs rustled on a phantom wind; Étaín imagined she could hear spectral laughter, as though whatever dwelled here took great pleasure in her terror. She backpedaled. She was on the verge of fleeing from this cursed grove when Grimnir sprang.
Étaín screamed. She had the impression of lips skinning back from yellowed fangs and eyes blazing like coals an instant before his fist hammered into the side of her jaw and sent her sprawling into oblivion.”
Étaín woke by a fire — a great, roaring blaze that filled the glade with warmth and light. She lay with her back against a fallen log, her hands bound behind her. A dull ache radiated from her bruised jaw. Her ears rang, yet. She blinked, looked around, and tried to remember how she’d gotten here — wherever here was.
What she’d taken for a glade was actually a bight in the living palisade of trees that girt the small island, a grassy cove dominated by a stone-curbed fire pit. It was fully dark, now, but Étaín could still see the black lake beyond, its surface gleaming like a sheet of dark ice. It was snowing; fat flakes hissed and died in the crackling flames rising from the pit.”

Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Wilfred Smit, Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

Brief

Het grotestadskind schrijvend
aan haar grootvader, zegt niet:

men noemt mij mager,
een klein kreng waar straks
madelieven in een kring
omheen zullen staan -, maar:

’t is erger met mijn pop
sinds u daarbuiten woont.

ach, nu is zij moegeschreven
aan grootvader – de enveloppe
omsluit haar liefderijk,
een pop onder een lila deken.

 

Rococo

Gracielijk en licht sterven,
een kleine zucht in de paniers
en ’t is niet meer.

dien avond heeft men ons
gekleed te bed gelegd,
als in een rose medaillon
voor iedereen te kijk –

en o bepoederde horreur,
het clavecimbel speelt door.

 

 
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)
Soerabaja, Rode Brug

Doorgaan met het lezen van “Wilfred Smit, Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn”

Ernesto Sabato, Wilfred Smit, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

« Beneath his harshness, my father hid a more vulnerable side, a candid and generous heart. He had an amazing esthetic sense, and when the family moved to La Plata, he designed our house. Late in life, I became aware of his passion for plants, which he cared for with a tenderness that I had not seen before in his dealings with people. I have never known him to go back on his word, and with age, I was able to admire his fidelity to his friends. As in the case of Don Santiago, the town tailor who became ill with tuberculosis. When Doctor Helguera informed him that his only hope was to move to the mountains in Córdoba, my father accompanied him there in one of those tiny railway cabins in which contagion seemed guaranteed.
I always remember this attitude. It was an expression of his devotion for friendship, which I was only able to appreciate years after his death. Life can sometimes appear to be a long series of missed opportunities. One day, it was too late to tell him that we loved him despite everything and to thank him for his efforts to warn us of the inevitable misfortunes of life; these misfortunes teach us important lessons.
Not all my memories of my father are terrible; I remember with nostalgia some joys, like the evenings when I would sit on his knees and he would sing the songs from his home, or when, in the afternoon, after his card game at the Social Club, he would bring me a box of Mentolina, the mints that we all liked so much.
Unfortunately, he is gone now, and some fundamental things between us have remained unsaid. When love can no longer be expressed, and the old wounds are left untended, we discover the ultimate solitude: that of the lover without his beloved, the child without his parents, the father without his children.
Many years ago I went to that town, Paola de San Francesco, where my father fell in love with my mother. I caught a glimpse of his childhood in that eternally longed-for place, facing the Mediterranean, and my eyes clouded over.”

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

Doorgaan met het lezen van “Ernesto Sabato, Wilfred Smit, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok”

John Ciardi

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Na de dood van zijn vader in 1919, werd hij opgevoed door zijn Italiaanse moeder (die analfabeet was) en zijn drie oudere zussen, die allemaal zo zuinig leefden en spaarden tot ze genoeg geld had om hem te laten studeren. Ciardi begon zijn hogere studies aan het Bates College in Lewiston, Maine, maar stapte over naar de Tufts University in Boston, waar hij studeerde onder de dichter John Holmes. Hij behaalde zijn diploma in 1938, en won een studiebeurs voor de universiteit van Michigan , waar hij zijn master’s degree behaalde ende eerste van vele prijzen voor zijn poëzie won. Ciardi leerde kort aan de universiteit van Kansas City voordat hij in 1942 bij de Amerikaanse luchtmacht ging. Hij vloog als boordschutter zo’n twintig missies boven Japan. Hij werd ontslagen in oktober 1945 met de rang van sergeant en met verschillende onderscheidingen. Ciardi’s dagboek , Saipan, werd postuum gepubliceerd in 1988. Na de oorlog keerde Ciardi terug naar de UKC. Van 1946 tot 1953 was hij assistent-hoogleraar aan Harvard University. In zijn tijd aan Harvard  begon Ciardi zijn lange samenwerking met de Bread Loaf Writers Conference aan het Middlebury College in Vermont, waar hij bijna 30 jaar lezingen over poëzie gaf.

Ciardi had zijn eerste dichtbundel “Homeward to America” in 1940, voor de oorlog, gepubliceerd. Zijn volgende bundel “Other Skies” werd gepubliceerd in 1947. Zijn derde boek “Live Another Day” kwam uit in 1949. Ciardi was begonnen om voor zijn lessen aan Harvard Dantes Goddelijke Komedie te vertalen en ging daarmee verder gedurende heel zijn tijd daar. Zijn vertaling van “Inferno” werd gepubliceerd in 1954. De vertaling van “De Louteringsberg” volgde in 1961 en die van “Paradiso” in 1970. Van 1953 tot 1961 doceerde hij creatief schrijven aan de Rutgers University, waarna hij koos voor een lucratieve carrière  in het college tour circuit.

Ciardi schreef ook een reeks boeken over etymologie : “A Browser’s Dictionary” (1980), “A Second Browser’s Dictionary” (1983) en “Good Words to You” (1987). Hij raakte tijdens de tegencultuur van de late jaren 1960 en 1970 wat in de vergetelheid.  In 1956 ontving Ciardi de Prix de Rome van de Amerikaanse Academie van Kunsten en Letteren. Hij won ook de American Platform Association’s Carl Sandburg Award in 1980. Als erkenning van het werk van Ciardi wordt jaarlijks de John Ciardi Lifetime Achievement Award voor poëzie toegekend aan een Italiaans- Amerikaanse dichter voor zijn levenswerk.

Suburban

Yesterday Mrs. Friar phoned.’Mr. Ciardi,
how do you do?’ she said. ‘I am sorry to say
this isn’t exactly a social call. The fact is
your dog has just deposited-forgive me-
a large repulsive object in my petunias.’

I thought to ask, ‘Have you checked the rectal grooving
for a positive I.D.?’ My dog, as it happened,
was in Vermont with my son, who had gone fishing-
if that’s what one does with a girl, two cases of beer,
and a borrowed camper. I guessed I’d get no trout.

But why lose out on organic gold for a wise crack
‘Yes, Mrs. Friar,’ l said, ‘I understand.’
‘Most kind of you,’ she said. ‘Not at all,’ I said.
I went with a spade. She pointed, looking away.
‘I always have loved dogs,’ she said, ‘but really!’

I scooped it up and bowed. ‘The animal of it.
I hope this hasn’t upset you, Mrs. Friar.’
‘Not really,’ she said, ‘but really!’ I bore the turd
across the line to my own petunias
and buried it till the glorious resurrection

when even these suburbs shall give up their dead.

 

White Heron

What lifts the heron leaning on the air
I praise without a name. A crouch, a flare,
a long stroke through the cumulus of trees,
a shaped thought at the sky – then gone. O rare!
Saint Francis, being happiest on his knees,
would have cried Father! Cry anything you please

But praise. By any name or none. But praise
the white original burst that lights
the heron on his two soft kissing kites.
When saints praise heaven lit by doves and rays,
I sit by pond scums till the air recites
It’s heron back. And doubt all else. But praise.

 

Men Marry What They Need

Men marry what they need. I marry you,
morning by morning, day by day, night by night,
and every marriage makes this marriage new.

In the broken name of heaven, in the light
that shatters granite, by the spitting shore,
in air that leaps and wobbles like a kite,

I marry you from time and a great door
is shut and stays shut against wind, sea, stone,
sunburst, and heavenfall. And home once more

inside our walls of skin and struts of bone,
man-woman, woman-man, and each the other,
I marry you by all dark and all dawn

and have my laugh at death. Why should I bother
the flies about me? Let them buzz and do.
Men marry their queen, their daughter, or their mother

by hidden names, but that thin buzz whines through:
where reasons are no reason, cause is true.
Men marry what they need. I marry you.

John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)