Jaap Harten, Nazim Hikmet en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

De kersentuin of een andere tuin

Met de samovar onder seringen
De nacht zien met helder oog
Nu vogels hun nesten wiegen
In slaap achter netten van dauw
Zie beemden ontvangen het voorjaar
De wereld bloeit zonder geluid
De nacht speelt zijn glazen toeter
De dag heeft een heldere bijl

Maar buiten dit park is het anders
Het rijk heeft twee ogen van schaduw
En water dat stroomt is nog blauw
Toch spiegelt een bloedrode wolk

De nachtegaal van Natasja
Lag gisteren dood op het tuinpad
O weemoed die niet is te noemen
IJskoude vogel van glas

Sindsdien wordt het al later
Najaden ontvluchten het bos
Wind dommelt voorover in kelken
Met een kille hand bloeit de tijd

Ik zie een hemel van tranen
In je ogen terwijl je zingt
De nacht brak zijn glazen toeter
De dag houdt zijn heldere bijl

 

Oude boksers

zijn meestal niet pedant meer: hun
beweeglijkheid is afgenomen (de gouden

jaren van het touwtjespringen en stoten tegen peervormige
elastisch opgehangen ballen, de matches met

hun vileine spookgedaanten: rook in de zaal, hete
in konijne- of duurder bont en glinsterwerk gepropte

vrouwen – de kerstbomen der sportwereld – die geen mah
yongg spelen maar wel 69, de deining van met pommade

belakte pooiers die hun bierviltjes wegmikken, boeh roepen
bij een clinch of backhand en zweten als pianosjouwers

hopend op een feestelijk blauw oog, groot als een
admiraalsvlinder, in de ring vol cholerisch gedreun –

ja díe jaren zijn voorbij). Uitgeteld
kijken zij naar de tv, schuifelen door de vertraagde

film van eigen triomfen en staren naar hun afgehakte
voelsprieten op de vloer, waar het kleed slijtplekken

vertoont maar de onmenselijke katten
nog niets aan lenigheid hebben ingeboet.

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

Onafhankelijk van geboortedata

Over Leven
1

Leven is geen grapje,
je moet in grote ernst leven,
zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje,
dus zonder daarbuiten of daarna iets extra’s te verwachten,
je moet je dus uit alle kracht voor het leven inzetten.

Je moet leven serieus nemen,
dus zo, dat je bijvoorbeeld
met je armen op je rug gebonden, en je rug tegen de muur,
of in het lab,
in een witte jas, met een enorme bril,
kunt sterven voor de mensen,
en wel voor mensen die je zelf nooit hebt gezien
en zonder dat iemand je ertoe dwong
en ook nog eens terwijl je weet dat het mooiste
wat je hebt en het meest waarachtige leven is.

Dus neem je leven steeds zo ernstig op
dat je bijvoorbeeld nog op je zeventigste olijven plant,
en dan niet om je kinderen iets na te laten of zoiets,
maar omdat je niet in de dood gelooft, al ben je bang om dood te gaan,
en je dus de balans naar leven door laat slaan.


2

Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep,
met de kans niet meer
op te staan van de witte operatietafel.
Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan
toch lach je om een Bektaşi-grap,
kijk je uit het raam of het gaat regenen
of wacht je toch ongeduldig op
de laatste nieuwsberichten.

Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden
bevind je je aan het front.
Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval
voorover stort en sterft.
Je weet dit met een vreemde wrok,
maar toch ben je razend benieuwd
hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.

Stel, je zit achter tralies,
loopt al tegen de vijftig,
en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen.
Toch koester je de band met buiten,
met mens en dier, met strijd en wind,
met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.

Dus in welke toestand, op welke plek ook
moet je leven als ging je nooit dood…


3

Onze wereld koelt af,
een ster tussen de sterren,
nog wel een van de kleinste,
een spikje bladgoud op blauw fluweel,
die reusachtige wereld van ons.

Ooit koelt deze wereld af
en zal niet eens als een ijsklomp
of een dode wolk,
maar als een lege notendop wegtollen
in het eindeloze stikdonker.

Nu al daarvan de pijn te dragen,
de droefenis te voelen.
Zozeer moet je van deze aarde houden
dat je kunt zeggen:
‘Ik heb geleefd…’

Vertaald door Wim van den Munkhof

Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het negende van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Lieve Bart,

Het is bijna middernacht en het begin van 10 mei 1996 en op de een of andere manier zal de Tweede Wereldoorlog wel in mijn genen terecht zijn gekomen en daardoor in mijn hormonen, want ik was weer tamelijk in strijd met mijzelf vanavond.

Tevreden kan ik zijn met het feit dat ik überhaupt op jou ben afgestapt, maar de vraag die ik mij voorgenomen had te stellen kwam er weer niet uit, Daar heb ik weer een tijdje van gebaald, maar op dit moment troost ik mij ook alweer met een paar gedachten : ten eerste is het al een hele vooruitgang met de vorige ledenvergadering van november. En men heeft mij ook in gesprek gezien met jou !

Ziehier mijn eigen persoonlijke aarzelende vorderingen in assertiviteit. Ik compenseer dat nu natuurlijk weer door mij op de tekstverwerker uit te leven op een manier die ik wel onder de knie heb : met geschreven woorden. Overigens twijfel ik er niet aan dat er weer een dag komt dat wij weer ergens anders dan op de ledenvergadering koffie drinken samen. Die dag komt zo zeker als de regen na de zonneschijn.

Precies. Zo komt ook onze volgende ontmoeting na het afscheid van vanavond. Weet je trouwens wat ik voelde ? Niet zozeer voor jou, als wel tussen ons ? Vriendschap. Gewone, alledaagse, ongeromantiseerde, nuchtere vriendschap. Wij zaten ook wel zo ouderwets knus naast elkaar naar het forumgesprek van Cees en de dames te luisteren dat het zelfs voor de ogen van Roel een lust moet zijn geweest !

Hoe dan ook. Ik heb er de computercursus van vanavond graag voor over gehad. Of ik wil ingaan op het inhoudelijke gedeelte van deze avond ? Ik ben het met je eens – en niet omdat jij het bent, zoals boze tongen nu al beweren – dat het COC zich als organisatie wél het lot van de Roze Zaterdag moet aantrekken.

L’art pour 1’art has always existed. Every honest artist, and for that matter every honest craftsman, has been and remains under an obligation to it, and there is nothing mystical about it. On the contrary, it is a thoroughly rational attitude, and during the nineteenth century – not unlike its logical and social counterpart ” business is business ” – it acquired if possible an even higher rationality, all the more so after the shift in artistic orientation away from the central value of religion and the church. p.42

L’art pour l.’art and “business is business” are two branches of the same tree. p.43

Akzo Nobel schrapt 190 banen in de chemie-sector. Waat halen wij toch nieuwe banen vandaan ? Behalve dan dat de wapenindustrie injecties per minuut krijgt om draaiende te blijven ?

Vroom en Dreesman ziet volgens Stefan tegenwoordig iets in een groter assortiment kaarsen.

Queen : you don’t fool me.

17.07 uur. Veel gesluimerd bij MTV. Via die muziek is ook veel te regelen. Thats truth, that”s live. Raphaël.

18:11:20,00 Stefan gebeld, maar hij was er nog niet. Ik zit aan de koffie en kijk naar Verbotene Liebe !

19:35:47,00 AFCA en Brussel. Daar had Mariëtte het verder over. (Parijs). Barcelona. Brussel : Stand by. Liberia. Arnhem heeft zeker weer iets om voor te bidden. En ik om dankbaar voor te zijn. Stefan belde net. Hij was net terug uit ZUrich. Exit. 20.34:59,00

New York. Stand by. Zo kan het toch echt niet jongens. Een paar kinderen vol stoppen met alcohol en drugs en ze dan wat geweertjes in handen geven om uit te testen.

Goed. Iemand had een reis van 17 uur en 1600 kilometer nodig om tot bezinning te komen. Mij lucht het enorm op Steefje. Ik kan, gezien die drijvende krachten die jou tot die expeditie gebracht hebben hooguit vermoeden waartoe jij allemaal in staat bent. En Mark heeft het nu zijn Walter verteld. Voorlopig is er “sense” naast de “sensibility” gekomen. Gefeliciteerd. “Een dikke streep eronder gezet”, zei je. Met die mentaliteit komt jouw innerlijke rust vanzelf wel terug.

Alle mogelijkheden – van verblijfsvergunning tot verhuizen zijn bij een etentje doorgenomen. En Stefan heeft er zijn verstand uiteindelijk nog het beste bij gehouden. Nu heeft hij nog drie weken om zich voor te bereiden op zijn examens. Zelf denk ik dat hij diep in zijn hart ook al afscheid heeft genomen van het hele avontuur. Daarvoor heeft hij toch zijn zekerheid en comfort te lief.

Nee, een flat van een miljoen kopen samen en dan in de zon beginnen te dromen van een andere man in een regenachtig Nederland. Wat kan een mens zich toch op de hals halen.

Generaal Couzy en zijn kritiek op de burgertop van defensie. En de secretaris generaal van defensie met kritiek op Couzy.

23.11 uur De moeheid komt er echt uit. Dit keer niet naar Paradox.”

Generaal Hans Couzy (23 september 1940 – 10 maart 2019)


Zie voor de schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Jaap Harten, Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Nick Cave, Peter Drehmanns, Nathan Hill

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

In de schaduw van hout

Wij waren niet nieuwsgierig
naar woorden en ook niet
naar cijfers, grijs als het haar
van de meester. Wij zaten
in de vergeelde foto
van een klas, een
ontbloeiend mechaniek
van jeugd.

De meesten onder ons
hadden houten ouders;
in de zomer vol meloenen en bessen
lieten zij hun schaduw na,
vol wantrouwen
als een vogelverschrikker die
toch altijd weer
verkeerd begrepen wordt.

En de dichte bossen
waar wij met een fluit op zak
in verdwenen; de hooiberg waar
wij koppig stoeiden met snelle, groene
spieren; en later
de nachten op hol
in het zadel van liefde: wisten
de houten beelden er iets van?

Nee. Of deden alsof.
Zij gingen met de kippen
op stok onder een paraplu
van zelfgenoegzaamheid.
Zij sliepen als runen.
De nacht, als honderd zwarte
katten, danste stug bijgeloof
op het koord van hun slaap.

 

Schlechte Zeit für Lyrik (Bertolt Brecht)

1
Al deze vragen:
de opgestoken duim van een bloemblad,
de naakte iris achter oogharen
die eklipseren voor het
zien, dat weer nieuwe
vragen oproept:

een braadpan vol kinderwoorden,
feeën van een bladzij losgescheurd
en voor 3 à 4 sekonden
kopulerend met een jongensbroek.

Waar zijn de lichtgewicht
kampioenen in demonie
die vanuit 1939
opeens vuur spuwen in dit gedicht?

Vriendjes als mieren
rondkruipend over de zolder,
ik mijn vaders kepi
opgeprikt als een grimas.

Erekties. Vechtpartijen.
Scherpe geur van oksels
zout als tranen.

Vragen.
Geen tijd voor lyriek

 
Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

Not Adlestrop

Not Adlestrop, no – besides the name
hardly matters. Nor did I languish in June heat.
Simply, I stood, too early, on the empty platform,
and the wrong train came in slowly, surprised, stopped.
Directly facing me, from a window,
a very, very pretty girl leaned out.

When I, all instinct,
stared at her, she, all instinct, inclined her head away
as if she’d divined the much married life in me,
or as if she might spot, up platform,
some unlikely familiar.

For my part, under the clock, I continued
my scrutiny with unmitigated pleasure.
And she knew it, she certainly knew it, and would
not glance at me in the silence of not Adlestrop.

Only when the train heaved noisily, only
when it jolted, when it slid away, only then,
daring and secure, she smiled back at my smile,
and I, daring and secure, waved back at her waving.
And so it was, all the way down the hurrying platform
as the train gathered atrocious speed
towards Oxfordshire or Gloucestshire.

 

Failure

Writing should be dedicated living, and ordinary heroes go lame,
torn like bits of poems, bits of voices into the wind.
I should be vocal for all the dumb ; for the homeless be home,
for the hunted be shelter. Oh make this ink a land.

I should be forever new and tum towards them with pure surprise,
endow the lonely with gifts far lovelier than this look,
and cage their ragged shadows in my eyes
that fly down tearward. But only ghosts people this book.

Humanity, the earth is richer where you stand.
So I wish myself imagined, a young legendary sage
·possessed with worlds of blood and flesh, not this faltering hand
that limps in pain and poverty over each uncreated page.


Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Lodewijk van Deyssel werd geboren op 22 september 1864 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Lodewijk van Deyssel op dit blog.

Uit: Jongensjeugd-schetsen

“Achter de schouders van den vader ging Adriaan door den gang. Het was hier stiller dan op straat. Van den wind was weinig meer te hooren. De gang was wit, maar het ganglampje was al op en dit maakte hier en daar goud-geele plekken op het wit, met breede, flauw goud doorwemelde, licht zwarte schaduw-randen. Het lampje was daar boven, aan het achter-einde van den gang, een kleine blank-geele vlam met een donkerder randje, met een, naar boven smaller, rond lampeglaasje, zoo doorzichtig als water, er om heen. Van boven eindigde het lampeglaasje met een open rontetje.
Aan de kleêrenkast gekomen, bergden zij hier hun kleêren in. Terwijl Adriaan met reikenden rechter arm de donkere kast in was, voelend met zijn hand de andere kleêren, waar-tusschen hij zijn jas aan den kapstok hing, hield hij zijn linker hand, recht opgestrekt en met zijn voorarm ook naar boven, tegen den rug van zijn vader aan, alsof dit bepaald noodig was om zich te houden bij het reiken.
Het heele huis was stil en op de trappen, tot boven toe, was niemand. Zij gingen de trap op, Adriaan achter zijn vader. De looper voelde zacht aan na de steenen van de straat en je kon de stappen bijna niet hooren. Alleen kwam nu en dan een van hun vier voeten tegen een looper-roede aan en dit gaf een geluid, dat prettig was om te hooren. Op het huiskamer-portaal brandde de groote lantaarn. Dit was het tweede licht in huis waar zij aan kwamen. Vader kwam met zijn hand naar achter zich, terwijl Adriaan achter hem liep, en nam zijn zakdoek uit een achterzak van zijn jas. Deze was groot en wit met vele kleine vlaktetjes en kromminkjes en rond gebogen vlakjes met veel butsjes en driehoekig uitstekende, alleenige dunne eindjes.
Voor de huiskamerdeur zag men nu het matje liggen in het licht. Dit was klein, lankwerpig en licht bruin en met een oranje rooden rand, en was hard en zacht onder je voeten.
De huiskamerdeur was nu geheel in ’t licht en over-dag, als de lantaarn uit was, altijd in donker. Je zag nu de post van de deur, die om de deur heen was en die aan dezen kant van de deur meer als een deurpost gezien werd omdat er overal witte, door het lantaarnlicht licht goud gekleurde, muur om heen was. Je zoû aan den anderen kant nooit er zoo aan gedacht hebben dat de huiskamerdeur een deur was en met een post er om heen zooals dat ook bij andere deuren is. De deur was hier ook met lichter kleur geverfd dan aan den binnen-kant. Hij was gesloten. De kruk was daar en onbewegelijk stil. En boven de deur was nu het goud aan het goud-lokkig jongens-kopje veel duidelijker.”


Lodewijk van Deyssel (22 september 1864 – 26 januari 1952)
Portret door Kees Verwey, 1941

 

De Australische singer / songwriter, dichter, schrijver en acteur Nicholas Edward Cave werd geboren in Warracknabeal op 22 september 1957. Zie ook alle tags voor Nick Cave op dit blog.

Uit: The Death of Bunny Munro

“He hears it now above the bombination of the air conditioner and it is sufficiently apocalyptic to almost arouse his curiosity. But not quite.
The watermark on the ceiling is growing, changing shape – a bigger breast, a buttock, a sexy female knee – and a droplet forms, elongates and trembles, detaches itself from the ceiling, freefalls and explodes on Bunny’s chest. Bunny pats at it as if he were in a dream and says, ‘Libby, baby, where do we live?’
‘Brighton.’
‘And where is Brighton?’ he says, running a finger along the row of miniature bottles of liquor arranged on the bedside table and choosing a Smirnoff.
‘Down south.’
‘Which is about as far away from ‘up north’ as you can get without falling into the bloody sea. Now, sweetie, turn off the TV, take your Tegretol, take a sleeping tablet – shit, take two sleeping tablets – and I’ll be back tomorrow. Early.’
‘The pier is burning down’, says Libby.
‘What?’
‘The West Pier, it’s burning down. I can smell the smoke from here.’
‘The West Pier?’
Bunny empties the tiny bottle of vodka down his throat, lights another cigarette, and rises from the bed. The room heaves as Bunny is hit by the realisation that he is very drunk. With arms held out to the side and on tiptoe, Bunny moonwalks across the room to the window. He lurches, stumbles and Tarzans the faded chintz curtains until he finds his balance and steadies himself. He draws them open extravagantly and vulcanised daylight and the screaming of birds deranges the room. Bunny’s pupils contract painfully as he grimaces through the window, into the light. He sees a dark cloud of starlings, twittering madly over the flaming, smoking hulk of the West Pier that stands, helpless, in the sea across from the hotel. He wonders why he hadn’t seen this before and then wonders how long he has been in this room, then remembers his wife and hears her say, ‘Bunny, are you there?’
‘Yeah,’ says Bunny, transfixed by the sight of the burning pier and the thousand screaming birds.
‘The starlings have gone mad. It’s such a horrible thing. Their little babies burning in their nests. I can’t bear it, Bun,’ says Libby, the high violin rising.”

 


Nick Cave (Warracknabeal , 22 september 1957)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog

Terwijl

Terwijl de trein te velde trekt
verdwijn je maximaal
in met fluweel beknuffelde banken
tussen Omsk en Otranto.

Terwijl de taxi’s talmen voor Termini
struikel je danig
de napalmnacht binnen,
koppeltekens boven je beduimelde ogen
accolades in je mondhoeken
een dubbele tong in je hand.

Terwijl de hotelkamer openscheurt
val je voluit
tussen de regels van het opengeslagen bed –
en op het nachtkastje troont het happy end,
het jachtgeweer van de schrijver
in de open mond van de dag
in de stofstorm van wat weg was
van wat drab was.

 

Nog zowat

en dat de conducteur steeds opnieuw
langskomt en je kaartje bekladt
en dat het stof nooit ophoudt
neer te dalen en dat het zicht beperkt
blijft rondkolken en dat de konijnen zachtjes
sudderen en dat je rechtop moet lopen
en dat de bitten beschuimd zijn
in de tuigkamer en de teugels onontwarbaar
en dat de paarden de stal niet meer ruiken
en dat het sneeuwt in het apenhuis
en dat mijn meisje haar vingers zoekt
in het lange gras bezijden de roofdierverblijven
en dat de rantsoenkaarten verkruimelen
tussen mijn tanden en geen touw meer valt
vast te knopen aan welke geloofsrichting
dan ook

 
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Nathan Hill werd geboren in Cedar Rapids, Iowa, in 1976. Zie ook alle tags voor Nathan Hill op dit blog.

Uit: The Nix

“All I actually know right now,” the reporter says, “is that things were thrown.”
“What things?”
“That is unclear at this time.”
“Was the governor struck by any of the things? Is he injured?”
“I believe he was struck, yes.”
“Did you see the attackers? Were there many of them? Throwing the things?”
“There was a lot of confusion. And some yelling.”
“The things that were thrown, were they big things or small things?”
“I guess I would say small enough to be thrown.”
“Were they larger than baseballs, the thrown things?”
“No, smaller.”
“So golf- ball- size things?”
“Maybe that’s accurate.”
“Were they sharp? Were they heavy?”
“It all happened very fast.”
“Was it premeditated? Or a conspiracy?”
“There are many questions of that sort being asked.”
A logo is made: Terror in Chicago. It whooshes to a spot next to the anchor’s ear and flaps like a flag in the wind. The news displays a map of Grant Park on a massive touch- screen television in what has become a commonplace of modern newscasting: someone on television communicating via another television, standing in front of the television and controlling the screen by pinching it with his hands and zooming in and out in super- high definition. It all looks really cool.”

 
Nathan Hill (Cedar Rapids, 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Jaap Harten

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Harten werd door een jarenlange vriendschap met actrice Else Mauhs (1885-1959) aangezet tot schrijven. In 1954 debuteerde hij met de dichtbundel “Studio in daglicht”. In 1964 verscheen met de verhalenbundel “Operatie Montycoat” zijn eerste proza. Harten was gefascineerd door de stad Berlijn, wat een belangrijke rol speelde in de roman “De getatoeëerde Lorelei“ (1968). Over Mauhs publiceerde hij in 1984 de biografische roman “Else Mauhs”, de ontvoering van een legende. Harten woonde in Den Haag en werkte bij het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leefde samen met de kunstschilder Oskar Lens (1930-2017), die hij reeds kende vanuit zijn jeugd. Van zijn vader, de importeur van VolvoTrucks, erfde hij een grote geldsom. Lens en hij richtten daarvan in 1988 het Jaap Harten Fonds op, een stichting die projecten in de Nederlandse kunst en letteren ondersteunt.

Uit: De getatoeëerde Lorelei.

“In het wapen van Berlijn staat een beer. Nu wil ik daar niet mee spotten, want vroeger (en niet eens zo lang geleden ook) hebben in de Berlijnse bossen, in Grunewald, Spandau en Jungfernheide, wilde beren rondgelopen, en de echte Pruis vindt het geen belediging met een wilde, ruigbehaarde beer vergeleken te worden. Toch zou men, sprekend van Berlijn, eerder geneigd zijn aan de adelaar te denken; die koele roofvogel met zijn dreigende vleugels, die in twee wereldoorlogen verminkende explosieven op Europa heeft laten vallen. Dit verhaal speelt in Berlijn, in de tijd van de republiek van Weimar. Een tijd van vergeelde foto’s met matelots, Bubikoppen en een verbannen keizer ergens in een kleine plaats in Nederland. Het geld duizelingwekkend gedevalueerd. Er wa was een groot tekort aan arbeid; er heerste vrijwel overal grote ontevredenheid. In MUnchen, maar soms ook in Berlijn, schilderden mannen in bruine hemden hakenkruizen op de muren. Je hoorde de naam Hitler meer en meer noemen. Hij was nog niet aan de macht, maar het gevaar sloop naderbij, concretiseerde zich hier en daar in geschreeuwde leuzen en vechtpartijen. Om kort te zijn: het was 1930.
De Lorelei sleepte zich voort, een gedeukte parasol kribbig in haar rechterhand omhoog houdend, langs éen van de zandpaden aan de oever van de Wannsee, op weg naar het Teehaus. Ze naderde twee jongens, die haar met vriendelijke spot bekeken. `Und nun guck her, ich werde dir etwas zeigen. Die grosse Hure, die Hure Babylon, die dort am Wasser entlang geht,’ zei Kraut tegen Charleston-Charly, die loom naast hem in het gras lag. Hij zei het te luid, maar waarschijnlijk had hij het zo bedoeld. De Lorelei, die het tweetal dicht genaderd was en zijn woorden gehoord moest hebben, keek hem evenwel schw5.rmerisch aan en gaf hem, hoewel ze deksels goed wist dat het een vergeelde theatertruc was, een tikje met haar parasol. `Kognak, um Gotteswillen!’ De schaarse schmink die ze opgesmeerd had begon het al te begeven.”

 
Jaap Harten (Blaricum, 22 september 1930)