In Memoriam T. van Deel

In Memoriam T. van Deel

De Nederlandse dichter en literair criticus T. van Deel is overleden, meldde uitgeverij Querido vrijdag. Hij stierf maandag op 74-jarige leeftijd in Amsterdam. Zie ook alle tags voor T. van Deel en ook voor Tom van Deel op dit weblog.

Epithalamion

Twee schelpen wordt er wel gezegd
die ooit aaneen ooit vanelkaar maar
nu ten slotte. Of zou het eigenste,
het duplicaat, nu juist geen ring, geen
nest of huis, geen woning zijn, alleen
verveelde spiegeling. Wat heel niet past
maar toch gelijkt, aantrekt, vervoert
is waard om goed bezegeld, bestreden
en bemind, in eindeloze aandacht
beslist omarmd te houden. Twee schelpen ja
maar twee in hoogst verrukt onpassen.

 

Gebeurtenis

Op zoek naar een gebeurtenis
genoeg voor dit gedicht
kwam ik een koolmees tegen
Ik bukte en bekeek hem
van dichtbij wat nader
en zag dat hij ging sterven
Zijn oog liet mij dat weten
Hij beefde in zijn veertjes
en kon niet meer bewegen
Iets in hem was fel bezig
de overhand te nemen
Ik heb hem daar gelaten
boven de koude steen

 

Vooruitzicht

Hoe plezierig is het niet om iets
in het vooruitzicht te hebben, een
veldje met pas begonnen bloemen, of
een berg die naar behoren de lucht
in steekt. Het is alsof de wereld met
zulke gunstbewijzen aan het tijdelijke
zich verontschuldigt voor het wrede
dat haar eigen is. Want meestal
zien we weinig, is het donker, nacht.
Er is zeker durf, en zelfs wel moed,
voor nodig om het veldje in te lopen
of de berg te beklimmen, wetend dat
ze daarmee voorgoed voorbij zulen zijn.

Tom van Deel (21 februari 1945 – 12 augustus 2019)


In Memoriam R.A. Basart

In Memoriam R.A. Basart

De Nederlandse dichter en schrijver R.A. Basart is dinsdag op 72-jarige leeftijd overleden. R.A. Basart werd op 2 september 1946 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor R. A. Basart op dit blog.

Berichten

1
Weer met de zon voor niks vroeg opgegaan;
de ganse dag vergeefs gewacht
op de Messias.
Nu daalt de duisternis, als stof,
op wat geen schaduw is van vroeger.

2
Bedankt. Maar in de gloria… nee, niet
bepaald. Ik zit hier maar te zitten met je
natte ansicht op mijn schoot, tuur in de

kille achtertuin en luister naar de kolen
die verschuiven in ’t fornuis, waarbij, o,
eeuwig de pantoffels smeulen… (Zeg

nu zelf: wat leven is dat voor een boerjongkerel!)
En telkens weer probeer ik
kom terug te schrijven – tevergeefs, het

zal je nooit bereiken, nooit zolang mijn
linkerhand de rechter achtervolgt op het
papier en uitwist wat zojuist geschreven is.

 

Omne animal

Wat meer beangstigt dan:
ik zal er niet meer zijn, is
de gedachte: alles gaat dood-
gewoon door, zei zij, droogde
haar navel, gaapte, wond
de wekker op.

R.A. Basart (2 september 1946 – 25 juni 2019)


In Memoriam Leo Herberghs

In Memoriam Leo Herberghs

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Herberghs is in de nacht van vrijdag op zaterdag overleden. Hij was 94 jaar. Zie ook alle tags voor Leo Herberghs op dit blog.

oude wandelingen

maar de wind is een adelaar
die op ons jaagt, die ons kaal
plukt. we leggen onze snavel
tegen onze borstveren aan

de wind naait met zijn naaigaren
onze ogen dicht. wij draaien
rond een met zilver beslagen
kerktoren die we niet naderen

weggelegd worden we in de laden
van wind en weggedragen
in de diepste aardlagen.
niemand die ons terugvindt

 

Portret van een landschap        

I Bezijden

Waar het licht is, vult het de vlakken, ontvouwt het zijn
zwarten, legt het schaduw op vierkanten, daalt het onder het
vlak: een water misschien dat stil lag.

En het wreedste in de struik, het blijdste, de grond daaronder
angstig. Wat het daar nadert, nadert het langzaam.

Als het nabij is? Waar zal het zich neerleggen? Waarvoor zal
het zich hoeden, waar zal het zich bergen?

Alsof het er niet was. Iemand zag het en toen was het er.
Nooit was het er vroeger geweest. Die het gezien had was
daarna weggegaan, was er daarna niet meer.

Alsof het terug was onder het blauwe, weggenomen was van
het gele.
Alsof het bij sparappels was gaan wonen, bij eikenbladeren,
gegaan was naar het stille van varens, naar kelders, naar zolders.

Dat vlakke was er: een pad.

Alsof het later geworden was, alsof het eerder was begonnen.
Alsof het er vroeger geweest was, ervoor was, erna. Alsof het
daarna op was gehouden, weer was begonnen, schuil was
gegaan.

 

VII Afdrift

Aan alle kanten is het zichtbare zichtbaar, trekt zich daarna
terug, wordt kleiner. Zoveel licht: tot aan de verblinding.
Zoveel duisternis: daarin verliest het zich.
Iets wil het kennen voor het nacht wordt. Het schuift door
onder het liggende: of het daarginds is. Achter het water gaat
het: of het omhoog gaat. Wat is hoger dan water? Wat is lager
dan water?
Het staat en is rond. Of is het niet rond en hangt het?
Wat daar omheen is, is het vlakke. Paden zijn er: wat iemand
zich herinnert. Als de smaak van zichtbare druiven.
Kon het maar liggen zoals de akker ligt. Kon het maar ongeoogst
blijven en ongemaaid. Kon het maar troost zijn.

Ontmoet het dit en waar? Staat het bij een boom en wacht
het? Is het bij de bocht met de vis? Staat het stil waar het is? Is
het er als het komt, bij wat daar waait, wat daar aan de zoom
gezien wordt? Even staat het, zoveel wind in zijn afscheid.

Waarom is het hier, rust het hier uit, ligt het zo, wordt het
weggedragen en neergelegd waar iemand het kan zien, waar
het niet meer kan weggaan.

Zover als het te zien is, is het overal, maakt het de wind overal
donker.
Het is ergens en het staat er. Nergens komt het vandaan, nergens
gaat het heen. Nog even is het te zien. En daarna.


Leo Herberghs (Heerlen, 21 juli 1924 – 11 mei 2019)

In Memoriam Rosamunde Pilcher

In Memoriam Rosamunde Pilcher

De Britse schrijfster Rosamunde Pilcher is gisteren op 94-jarige leeftijd overleden. Rosamunde Pilcher werd op 22 september 1924 geboren in Lelant, Cornwall, Groot-Brittannië. Zie ook alle tags voor Rosamunde Pilcher op dit blog.

Uit: The Shell Seekers

“Well … if you’re really all right, I might put it off for a bit. I’m ac-tually frightfully busy this weekend. Mumma, have you spoken to Nancy yet?” “No. I did think about it, and then I chickened out. You know how she fusses. I’ll call tomorrow morning, when Mrs. Plackett’s here, and I’m safely dug in and can’t possibly be budged.” “How are you feeling? Truthfully, now.” “Perfectly all right. Except, as I told you, a bit short of sleep.” “You won’t do too much, will you? I mean, you won’t plunge out into the garden and start digging trenches or moving trees?” “No, I won’t. I promise. Anyway, everything’s hard as iron. You couldn’t get a spade into the earth.” “Well, thank God for small mercies. Mumma, I must go, I’ve got a colleague here in the office with me …” “I know. Your secretary told me. I’m sorry I disturbed you, but I wanted you to know what was happening.” “I’m glad you did. Keep in touch, Mumma, and cherish yourself a little.” “I will. Goodbye, my darling,” “Goodbye, Mumma.”
She rang off, put the telephone back on the table, and leaned back in her chair. Now, there was nothing more to be done. She discovered that she was very tired, but it was a gentle tiredness, assuaged and comforted by her surroundings, as though her house were a kindly person, and she was being embraced by loving arms. In the warm and firelit room and the deep familiar armchair, she found herself surprised by, filled by, the sort of reasonless happiness she had not experienced for years. It is because I am alive. I am sixty-four, and I have suffered, if those idiot doctors are to be believed, a heart attack. Whatever. I have survived it, and I shall put it behind me, and not talk nor think about it, ever again. Because I am alive. I can feel, touch, see, hear, smell; look after myself; discharge myself from the hospital; find a taxi, and get myself home. Mere are snowdrops coming out in the garden, and spring is on the way. I shall see it. Watch the yearly miracle, and feel the sun grow warmer as the weeks slip by. And because I am alive, I shall watch it all happen and be part of that miracle. Shc remembered the story of dear Maurice Chevalier. How does it feel to be seventy? they had asked him. Not too bad, he had replied. When you consider the alternative. But for Penelope Keeling it felt a thousand times better than just not too bad. Living, now, had become not simple existence that one took for granted, but a bonus, a gift, with every day that lay ahead an experience to be savoured. Time did not last forever. I shall not waste a single moment, she promised herself. She had never felt so strong, so optimistic. As though she was young once more, starting out, and something marvellous was just about to happen.”


Rosamunde Pilcher (22 september 1924 – 6 februari 2019)

In Memoriam Amos Oz

In Memoriam Amos Oz

De Israëlische schrijver Amos Oz is op 79-jarige leeftijd overleden. Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Judas (Vertaald door Hilde Pach)

“Atalja Abarbanel legde hem duidelijk zijn verplichtingen en de regels van het huis uit. Ze liet hem de ijzeren wenteltrap zien die van de keuken naar zijn zolderkamer leidde. Staande, onder aan die wenteltrap, instrueerde ze Sjmoeël over zijn werk en de gang van zaken in de keuken en bij de was, haar hand rustte met gespreide vingers op haar heup, terwijl de andere hand even over zijn trui fladderde, om van zijn mouw een strootje of een dor blaadje te plukken dat in de wol was blijven steken. Ze koos haar woorden nauwkeurig, zakelijk, maar toch met een stem die hem deed denken aan een warme, donkere kamer:
‘Kijk, het zit zo. Wald is een nachtdier: hij slaapt altijd tot de middag, omdat hij ’s nachts wakker is en wakker blijft tot in de vroege ochtenduren. Elke avond van vijf tot tien of elf ga jij bij hem zitten om samen een gesprek te voeren in de boekenkamer. En daaruit bestaat zo’n beetje je hele functie. Iedere dag om halfvijf ga je erheen om petroleum bij te vullen en de kachel aan te steken. Je geeft de goudvissen in het aquarium te eten. Je hoeft niet speciaal je best te doen om gespreksonderwerpen te verzinnen; hij zal er wel voor zorgen dat jullie meer dan genoeg gespreksstof hebben. Al zul je er snel genoeg achter komen dat hij tot de mensen behoort die vooral praten omdat ze geen moment van stilte kunnen verdragen. En wees vooral niet bang om met hem in discussie te gaan, integendeel, hij leeft juist helemaal op als je het niet met hem eens bent. Als een oude hond die het nog steeds fijn vindt dat er af en toe een vreemde komt om hem een reden te geven zich boos te maken en te blaffen, heel soms zelfs om een beetje te bijten. Al is het alleen maar om te spelen. Daarbij kunnen jullie allebei zoveel thee drinken als je maar wilt: kijk, hier staat de waterketel en hier het theeconcentraat en de suiker en hier een koektrommel. Elke avond om zeven uur warm je in de keuken de pap op die altijd op het elektrische verwarmingsplaatje op je staat te wachten, bedekt met aluminiumfolie, en zet je die voor hem neer. Meestal werkt hij zijn maaltijd snel en met smaak naar binnen, maar ook als hij er maar een beetje van proeft of helemaal weigert te eten, dring je niet aan. Vraag hem alleen aan het eind of je het blad al kunt meenemen en zet dan alles zoals het is op de keukentafel. Naar de wc kan hij zich op eigen kracht voortbewegen, op krukken. Om tien uur moet je hem er altijd aan herinneren dat hij zijn medicijnen inneemt. En om elf uur, of zelfs iets voor elven, laat je een volle thermosfles met warme thee voor hem achter op het bureau, en dan ben je vrij om te gaan. Nadat je afscheid van hem hebt genomen, ga je nog even naar de keuken en wast het bord en de beker af en zet je alles in het afdruiprek boven de gootsteen. ’s Nachts leest en schrijft hij meestal, maar bijna altijd verscheurt hij ’s ochtends alles wat hij ’s nachts geschreven heeft.”

 
Amos Oz (4 mei 1939 – 28 december 2018)

In Memoriam Michaël Slory

In Memoriam Michaël Slory

De Surinaamse dichter Michaël Arnoldus Slory is gisteren op 83-jarige leeftijd overleden. Michaël Arnoldus Slory werd geboren in Totness, district Coronie in Suriname, op 4 augustus 1935. Zie ook alle tags voor Michaël Slory op dit blog.

Sinaasappel, bitter is je schil

Sinaasappel,
bitter is je schil
maar zoet je orgeade.

Loon naar werken.

Op Afobaka wil ik zijn
als de arbeiders staken,
de morgen zich boort
in de papaya,
het bauxiet woedend zingt
over zoveel misbruik,
zoveel leugens
zoveel misleiding.

 

Aan de eerbiedwaardige lichtekooi van Sartre

De wonde
van de neger
in New York.

Een warme haat.

Schreeuw
die elke stap fijnmaalt.

Een drassig moeras
deze wonde.

 

Brasa mi ori…

Brasa mi ori na ini wan odi, bifosi mi krei.
Brasa mi ori, bikasi tide mi firi taki mi londrei.
A libi na wan steifi, steifi toko?
Brasa mi ori nanga yu lafendra nanga yu spesrei.           

 

Vertaling:

Groet me met…

Groet me met een omhelzing, dat ik niet ween.
Omhels mij, want vandaag voel ik de leegte.
Is het leven dan een worstelen in de modder?
Omhels me met je geur van lavendel en specerij.

 

slory

Michaël Slory (4 augustus 1935 – 19 december 2018)

In Memoriam Wilhelm Genazino

In Memoriam Wilhelm Genazino

De Duitse schrijver Wilhelm Genazino is gisteren op 75-jarige leeftijd overleden. Wilhelm Genazino werd geboren op 22 januari 1943 in Mannheim. Zie ook alle tags voor Wilhelm Genazino op dit blog.

Uit: Tarzan am Main

“Ich vergesse nicht, wie es war, als ich Anfang der siebziger Jahre nach Frankfurt kam – natürlich aus beruflichen Gründen wie fast alle, die sich in Frankfurt ansiedeln.
Und auf Menschen traf, die, genau wie ich selbst, allesamt Provinzler waren, die ihre Heimat verlassen hatten, um Anschluss »nach oben« zu finden. Erst später habe ich verstanden, dass sich in diesem merkwürdigen Zusammentreffen vieler, ein wenig scheuer Neubürger etwas sehr Frankfurt-Typisches ausdrückte: Die Stadt war und ist bis zur Grenze ihrer Belastbarkeit offen für Fremde und Flüchtlinge aller Art, was ihr oft angekreidet wird; freilich nicht von den Zugewanderten selbst, die die Herbergs- Atmosphäre der Stadt zu schätzen wissen. Vielsprachigkeit und Übernationalität verhindern, dass die dickflüssige lokale Eppelwoi-Welt dominant wird. Stattdessen kann man beobachten, dass auf den Holzbänken der Sachsenhäuser Kneipen inzwischen Deutsch sprechende Amerikaner, Japaner und Koreaner Platz genommen haben und austesten, ob der Eppelwoi vielleicht auch ihr Hausgetränk werden könnte. Das erfreut die Lokalpatrioten; auf den Gedanken, dass sie, die Einheimischen, inzwischen selbst die Exoten geworden sind, können sie (oder dürfen sie) nicht kommen. Das wiederum fällt anderen, nicht zufällig ausländischen Beobachtern auf, zum Beispiel der türkischen Soziologin und Islamkritikerin Necla Kelek. Sie hat sich mit dem Integrationskonzept der Stadt beschäftigt, das am 30. September 2010 in der Stadtverordnetenversammlung verabschiedet wurde. Frau Kelek zählt Frankfurt zu den Gemeinden, die »einen besonders hohen Bevölkerungsanteil mit Migrationshintergrund« haben. Und: »In einigen Stadtteilen Frankfurts ist absehbar, dass die autochthone deutsche Bevölkerung zukünftig in der Minderheit sein wird.« Das war neu: Inzwischen machen sich Ausländer darüber Sorgen, dass es zu viele Ausländer in der Stadt gibt. Frau Kelek hat ausgerechnet, dass »von den mehr als 670 000 Einwohnern mehr als ein Drittel, etwa 200 000, einen Migrationshintergrund haben. Bei den Vierzehn- bis Achtzehnjährigen bereits jeder Zweite«. Sie verbindet ihre Beobachtungen mit dem Vorwurf an die deutschen Verwaltungen, diese sähen das Immigrationsdefizit ausschließlich als »Bringschuld« der deutschen Behörden – und versäumten, die Ausländer selbst zu fordern. Die Deutschen, so Frau Kelek (in der FAZ), »formulieren Erwartungen an die deutsche Gesellschaft; Erwartungen an die Migranten, ein Teil Deutschlands zu werden, gibt es nicht«. Und: »Migranten sind keine Mündel, wir müssen sie fordern. Sie sind auch keine Kinder, die vor Überforderung geschützt werden müssen.”


Wilhelm Genazino (22 januari 1943 – 12 december 2018)