Ad Zuiderent, Leo Pleysier, Adriaan Bontebal, Guntram Vesper, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Ian Fleming, Sjoerd Leiker, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

Sequens 1

…die zal zijn vader en moeder verlaten,
die zal familie en vrienden verlaten,
zijn vrouw en kinderen verlaten, door hen
verlaten worden, die zal bij de pakken
neerzitten tot hij ook die kan verlaten
die zal zijn zintuigen verlaten en zijn
ledematen, zal zijn organen verlaten,
zijn geslachtelijkheid, zijn cellen,
die zal zichzelf te niet doende
zijn nalatenschap verlaten en de
nalatenschap zal verlaten, vergeten,
verdwijnen, oplossen, los van het zijne
taken, verenigd met celloos, orgaanloos,
geslachtloos, ledeloos, zintuigloos
gezang van laat laat laat verlaten –
die zal met het hoofd in de handen
niet weten welke liefsten hij verliet.

 

Sequens 2

…die zal zijn cellen zoeken en zijn
organen, zal zijn geslachtelijkheid zoeken,
zijn ledematen, zijn zintuigen, die zal
naar de pakken zoeken waarbij bij zat,
hij zal kruipen waar hij niet gaan kan,
daar zal hij door hen gezocht vrouw en kinderen
zoeken, zal hij familie en vrienden zoeken,
zijn vaderen moeder, die zal zichzelf hervindende
op zoek gaan naar eigenschappen en de
eigenschappen zullen zoeken, bedenken,
opduiken, uitbreiden, vast aan het zijne
raken, verlost van zintuigloos, ledeloos,
geslachtloos, orgaanloos, celloos gemompel
van laat laat laat het zoeken toch na
die zal met het hoofd in de wolken
weer weten welke liefsten hij zocht.


Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. Zie ook alle tags voor Leo Pleysier op dit blog.

Uit: De weg naar Kralingen

“Uit het ochtendnieuws vernemen dat de Belgische Petroleumfederatie nog maar eens een prijsverhoging aankondigt voor volgende week: huisbrand gaat voortaan 10,30 BF per liter kosten, de prijs van de benzine wordt opgetrokken tot 23,60 BF. Niet voor niets dus dat het begrip ‘sprokkelmaand’ hier in het dorp sedert enige tijd weer letterlijk wordt genomen en zelfs wordt uitgebreid. Zie maar: heel de winter lang en ook nu nog kan men in de omliggende bossen het janken horen van de motorzagen, het kletsen van bijlen in de takken, het over en weer rijden van tractors die de boomstammen het bos uit sleuren, of die met hoogopgestapelde ladingen weer huistoe rijden. Overwinteren blijkt plotseling weer problematisch te worden. Lijfsbehoud blijkt ineens ook weer te maken hebben met beschutting tegen de vrieskoude. En wat de temperaturen betreft: de vreemde mogendheid die het mocht gemunt hebben op dit landje doet er goed aan zijn invasiestrategie nog eens te bekijken in het licht van wat alhier in de winter van het voorbije jaar bleek. De wissels van de Belgische Spoorwegen functioneren niet meer vanaf het ogenblik dat het kwik onder de 10o C daalt. Ideaal tijdstip dus om met een militair treinkonvooi in één ruk tot vlak voor de poorten van het Nato Hoofdkwartier te Evere of tot aan de voet van het EEG-complex te Brussel door te stomen.
Door het raam de kinderen zien die blauw van de kou op hun fietsjes naar school toe rijden. Als zij verdwenen zijn, valt op hoe de beweging over de weg die naar het dorp voert plotseling in rust omslaat. Wie zijn woonst nu nog niet verlaten heeft, vertrekt vandaag niet meer. Die blijft alleen achter in huis en weet zich voor de rest van de dag enkel nog vaag verbonden met hier en daar een jonge moeder die baby’s oppast, met huisvrouwen die alweer lang begonnen zijn met opruimen en schoonmaken, met werklozen die door de keuken lopen drentelen in afwachting van het ogenblik waarop zij naar het stempellokaal moeten, met hier en daar een bedlegerige zieke die heeft afgebeld op zijn werk, met ouwelui op rustpensioen.”

 
Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal werd als Aad van Rijn op 28 mei 1952 in Leidschendam geboren. Zie ook alle tags voor Adriaan Bontebal op dit blog.

Uit: Tot hier en niet verder (Het eerste avondmaal)

“Met enkele collega’s moest ik een voordracht verzorgen in een jongerencentrum te Zoetermeer. Het pad van een schrijver gaat bepaald niet over rozen. Men dacht ons te verwennen; juist op die dag werd het eethuisje van die tent geopend en ons viel de eer te beurt om als voorproevers van het dorp te fungeren. Daar moet je echt mij voor hebben: je kan net zo goed een generaal vragen de verslaggeving van een vredesdemonstratie te doen. IJzeren Heinig kweet ik me van mijn taak. Laat ik het erop houden, dat het eetbaar was en niet eens vegetarisch. Vaak zie je in dat soort tenten een interne tegenstelling: aan de ene kant gezondheidsfanatisme in de eethoek, terwijl men aan de andere kant de begroting van het totale centrum sluitend probeert te krijgen door de bezoekers te pushen zoveel mogelijk bier en wijn te zuipen. Na afloop van de maaltijd kwam de ‘chef’ aan onze tafel: een zenuwachtige inboorlinge, de moeder van een medewerker. ‘Bent u één van de dichters van vanavond?’ vroeg ze mij. Ik beging de stommiteit om dat, uit een soort misplaatste trots, toe te geven. Ze vertelde me dat ze ter completering van de inrichting graag een spreuk aan de muur wilde hebben en of ik die maar even kon verzinnen. De dichter als tekstverwerker in de meest letterlijke zin van het woord.. Om depri van te worden, maar ik ben de rotste niet, nou ja, niet altijd, dus ik dacht een ogenblik na en schreef: ‘Hier smaken bonen keer op keer Zoeter en naar meer.’ Ik begreep hem zelf niet zo goed, maar het rijmde en zij was in de wolken. Ik had er eigenlijk meteen alweer spijt van. Ieder zijn vak en ik kan het ontwerpen van wandtegeltjes beter overlaten aan Toon Hermans of Nel Benschop. En stroop om monden smeren is ook al geen dagelijkse hobby van me. Daarom schreef ik, toen zij weer terug naar de keuken was, een volgende spreuk voor haar om de zaak weer in evenwicht te brengen. Ik had graag haar gezicht gezien toen zij bij het afruimen een servetje tegenkwam met daarop de tekst:
‘Toch is het hier een zwijnenstal.
Was getekend: Bontebal.’


Adriaan Bontebal (28 mei 1952 – 11 februari 2012)

 

De Duitse schrijver Guntram Vesper werd geboren op 28 mei 1941 in Frohburg. Zie ook alle tags voor Guntram Vesper op dit blog.

Uit: Nördlich der Liebe und südlich des Hasses

„Meistens wird lautes Jammern unterdrückt, damit der Tote nicht wider aufgeschrien werde. Der Herr ist tot. Dann geht jemand durch die Ställe mit demselben Ruf, um das Vich zu wecken. Das Kinn wird aufgebunden, auch durch ein Rasenstück gestützt. Der Tote soll kein Nachzeh-rer werden. Nach der Waschung muß das Wasser an einem Ort vergraben werden, wo niemand darübergehen kann. Be-vor jedoch der Tote in einen Sarg gelegt wird, hebt man ihn vom Bett auf eine Bank oder ein Brett in der Wohnstube. Das Brett wird später an eine sumpfige Wegstelle oder über einen Bach gelegt. Es mahnt vielleicht doch. Zwei ganze oder halbe Nächte wird die Leiche verwacht, um den Toten durch Scherze zu unterhalten. Auch werden diese Nächte zu Stell-dichein und ausgelassenen Pfänderspielen genutzt. Kinder berühren, küssen, beißen die nackte große Zehe des Toten. Bleibt er geschmeidig, so folgt ihm bald ein anderer Haus-bewohner. Auf alle Fälle schütte man dem Zug einen Topf Wasser nach. Die nächstverwandten Männer legen die Hüte nicht ab. Öfter wird die Leiche im offenen Sarg begraben, das Gesicht von einem kleinen Brett verdeckt. Einige Orte kennen sogar den Gemeinsarg, aus dem die Leiche genom-men wird, um auf einer Bohle in das Grab gelassen zu wer-den. Nacheinander, immer aus anderer Sicht, tragen die Angehörigen der Gemeinde die Biografie des Verstorbenen klagend vor. Die Dämmerung ist für Fehlgeburten und Selbstmörder. Abgerissene und abgenommene Gliedmaßen kommen beiseite, bis sie Platz in einem Sarg finden. War der Tote verschuldet, so hat die ‘Witwe ihren Gürtel ins Grab zu geben. Anschließendes Essen heißt nicht selten: das Fell versaufen. Je schneller einer vergessen werden muß, desto prächtiger soll das Begräbnis sein. Deshalb werden selbst im Stall lische und Bänke aufgestellt. Ehrenplätze für Pfarrer, Arzt, Hebamme, Kirchendiener, Bürgermeister, Totengrä-ber, Schreiner, die Verwandten der Leiche. Alkohol verleitet zu Schlägereien. Die folgende Nacht verbringen die Haus-bewohner am Tisch sitzend. Es dürfen nur einsilbige Wörter gesprochen, nur unumstößliche Wahrheiten verkündet wer-den. Zu allen Zeiten hat es den Herrn und den Knecht gege-ben. Gut und schlecht. Arm und reich. Hoch und tief. Rechts und links. Vorschrift bleibt Vorschrift.“


Guntram Vesper (Frohburg, 28 mei 1941)
Cover

 

De Duitse schrijver Frank Schätzing werd geboren in Keulen op 28 mei 1957. Zie ook alle tags voor Frank Schätzing op dit blog.

Uit: Breaking News

„Die Vorstellung beginnt von Hagen Besitz zu ergreifen, dass sie ihm genau einen der Säcke verpasst haben, unter denen sich die Entführten an den Szenarien ihres Sterbens abgearbeitet haben. Als seien nicht Hunderte solcher Säcke im Umlauf, Tausende. Wer stellt sowas eigentlichher, denkt er. Gibt es einen Versandhandel für Geiselnehmer? – Aktionswochen, jetzt zugreifen! Kapuze, blickdicht, in S, M oder L, exzellente Qualität, ein Jahr Garantie, sofort lieferbar. Dazu Fußfesseln ›Dadullah‹ mit geräuscharmem Klickverschluss. Nie wieder Knotenmachen, wenn’s schnell gehen muss, klick, und die Fessel sitzt. Bei Abnahme von zehn Sets gibt es den Folterkasten ›Fromme Taten‹ als Gratisgeschenkdazu,alsozögernSienicht!RufenSiejetztan,verschlüsselt unter – Degas. Keller. Bakhtari. Seit Husain ihm eröffnet hat, den Aufenthaltsort der drei Entwicklungshelfer zu kennen, die seit anderthalb Monaten vermisst werden, denkt Hagen an nichts anderes. Zwei Mitarbeiter einer deutschen Hilfsorganisation und ihr einheimischer Fahrer, auf dem Weg nach Qowngowrat im nördlichen Kunduz­Delta verschollen, wohin sie mit einerWagenladungMedikamenteundInfusionslösungenaufgebrochen waren. Nie angekommen. Zuletzt gesehen in der Gegend um Aqli Bur, einem Kaff, das zwischen Reisfeldern und Melonenplantagen in eine Hügelkette gekrümelt liegt, keine zehn Kilometer von Kunduz­Stadt entfernt. Das Übliche. Lehmbauten, Strohdächer, Ziegen, winkende Kinder. Dort sind sie verschwunden. DreiTagespäterinformiertdieOrganisation–HealAfghanistan,ein Name, dem das Odium der Selbstüberschätzung anhaftet – das Auswärtige Amt und gibt eine Pressemeldung heraus. Der Faktengehalt geht gegen null. Es gibt kein Bekennervideo, keine Forderung.“

 
Frank Schätzing (Keulen, 28 mei 1957)

 

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Minding Frankie

“Yes, but she wants a hairdo.”
“You mean she trusts us again?” Sometimes life was extraordinary.
“No, I don’t think she was ever here before. . . .” He looked bewildered.
“And your interest in all this, Father?”
“I am Brian Flynn and I am acting chaplain at St. Brigid’s Hospital at the moment, while the real chaplain is in Rome on a pilgrimage. Apart from being asked to bring in cigarettes and drink for the patients, this is the only serious request I’ve had.”
“You want me to go and do someone’s hair in hospital?”
“She’s seriously ill. She’s dying. I thought she needed a senior person to talk to. Not, of course, that you look very senior. You’re only a girl yourself,” the priest said.
“God, weren’t you a sad loss to the women of Ireland when you went for the priesthood,” Katie said. “Give me her details and I’ll bring my magic bag of tricks in to see her.”
“Thank you so much. I have it all written out here.” Father Flynn handed her a note.
A middle-aged woman approached the desk. She had glasses on the tip of her nose and an anxious expression.
“I gather you teach people the tricks of hairdressing,” she said.
“Yes, or more the art of hairdressing, as we like to call it,” Katie said.
“I have a cousin coming home from America for a few weeks. She mentioned that in America there are places where you could get your hair done for near to nothing cost if you were letting people practice on you.”
“Well, we do have a students’ night on Tuesdays; people bring in their own towels and we give them a style. They usually contribute five euros to a charity.”
“Tonight is Tuesday!” the woman cried triumphantly.
“So it is,” Katie said through gritted teeth.
“So, could I book myself in? I’m Josie Lynch.”
“Great, Mrs. Lynch—see you after seven o’clock,” Katie said, writing down the name. Her eyes met the priest’s. There was sympathy and understanding there.
It wasn’t all champagne and glitter running your own hairdressing salon.”


Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)
Hier bij een portret door Maeve McCarthy in 2015

 

De Britse schrijver Ian Fleming werd geboren op 28 mei 1908 in Londen. Zie ook alle tags voor Ian Fleming op dit blog.

Uit: Thunderball

“Would you like to know what I think of you?’ She smiled. ‘Every woman likes to hear about herself. Tell me, but make it sound true, otherwise I shall stop listening.’ `I think you’re a young girl, younger than you pretend to be, younger than you dress. I think you were carefully brought up, in a red-carpet sort of way, and then the red carpet was suddenly jerked away from under your feet and you were thrown more or less into the street. So you picked yourself up and started to work your way back to the red carpet you had got used to. You were probably fairly ruthless about it. You had to be. You only had a woman’s weapons and you probably used them pretty coolly. I expect you used your body. It would be a wonderful asset. But in using it to get what you wanted, your sensibilities had to be put aside. I don’t expect they’re very far underground. They certainly haven’t atrophied. They’ve just lost their voice because you wouldn’t listen to them. You couldn’t afford to listen to them if you were to get back on that red carpet and have the things you wanted. And now you’ve got the things.’ Bond touched the hand that lay on the banquette between them. ‘And perhaps you’ve almost had enough of them.’ He laughed. ‘But I mustn’t get too serious. Not about the smaller things. You know all about them, but just for the record, you’re beautiful, sexy, provocative, independent, self-willed, quick-tempered, and cruel.’ She looked at him thoughtfully. ‘There’s nothing very clever about all that. I told you most of it. You know something about Italian women. But why do you say I’m cruel?’ `If I was gambling and I took a knock like Largo did and I had my woman, a woman, sitting near me watching and she didn’t give me one word of comfort or encouragement I would say she was being cruel. Men don’t like failing in front of their women.’ She said impatiently, ‘I’ve had to sit there too often and watch him show off. I wanted you to win. I cannot pretend. You didn’t mention my only virtue. It’s honesty. I love to the hilt and I hate to the hilt. At the present time, with Emilio, I am half way. Where we were lovers, we are now good friends who understand each other. When I told you he was my guardian, I was telling a white lie. I am his kept woman. I am a bird in a gilded cage. I am fed up with my cage and tired of my bargain.’


Ian Fleming (28 mei 1908 – 12 augustus 1964)
Cover

 

De Nederlandse schrijver en dichter Sjoerd Leiker werd geboren in Drachten op 28 mei 1914. Zie ook alle tags voor Sjoerd Leiker op dit blog.

Uit: Kind van het elysium

“Het bruine Pierke heeft tot dezen stond geen lang verhaal van zijn leven. Het ventje is nu vijf jaar oud.
Vijf jaar geleden werd hij geboren in een klein huis met een bladeren dak. Daar dichtbij stond een palmboom, roerloos in den zengenden zon van Nederlandsch Oost-Indië. Met dezen naam was zeer in het bijzonder zijn vader verbonden. Zijn vader was fuselier van het Indisch leger. Zijn moeder was een bruine vrouw, een Javaansche. Hij heeft haar oogen, heur blauwzwarte haren en haar tengere gestalte als een onvervreemdbaar erfdeel meegekregen naar dit koude land: Nederland, Friesland.
De vader van het bruine Pierke kreeg groot verlof. Hij mocht in Friesland of ook in Indië zijn pensioen gaan beuren en behoefde er niet dát voor te doen. Geen slag. Hij kon tot aan zijn dood toe de lijn trekken.
Hij kwam te wonen in het huis met het bladeren dak en zag gaarne vanuit de schaduw hoe de kinders zich vermeiden in het heete zand. Maar toen hij daar zoo zat en al in geen maand gehoorzaamd had aan eenig bevel, geeft acht, linksom en rechtsom, werd hij peinzend en treurig. Hij schreef een brief naar zijn moeder, om wie hij eigenlijk nooit gegeven had en die zelf blij was, dat hij met zijn ongedurigheid onder de knoet van het leger zat. Nu schreef hij sentimenteel over het leven, dat hem murw gemaakt had, over zijn jammerlijke fouten van vroeger, over zijn goede hoedanigheden van thans en over zijn pensioen. Hij schreef niet over zijn vrouw, de bruine vrouw, en evenmin over zijn kinderen. Hij zou zoo graag weer bij zijn moeder de beenen om de kachel strekken, wat pijpje rooken, zooals vader vroeger deed en eens weer met wanten aan door een kouden wintermorgen stappen. En schaatsen…… Neen, daar kwam hij niet aan toe. Dat was haast te mooi om aan te denken. Hij kon wel schreien van heimwee.”


Sjoerd Leiker (28 mei 1914 – 15 december 1988)

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

Ondeugd en dood

Ondeugd en dood! Wat een verleiding gloeit,
en hoeveel wellust ademt er in een klein woord!
De ondeugd en de dood steken met eendere angel,
en alleen hij ontkomt aan hun gesels
die het geheimzinnige woord op het hart bewaart –
de troostende sleutel van een ander bestaan.

 

Ineens werden vanuit de wolken

Ineens werden vanuit de wolken
het tafeltje en de koude thee verguld.
Kalm aan, winters hemellichaam,
val niet achter het zwarte bos!

Laat nog wat glanzen in blozende pracht,
nog wat krassen met de vlijtige pen.
In zijn bedrijvig knersen leeft
heel de zucht over mijn bestaan.

Met een trillende, stekelige stroom
rent hij van de gesplitste punt –
en op het brede blad sta ik dan
afgespiegeld… nee, niet ik:

slechts een hoekige kromme,
het vluchtige profiel van die hoogten,
waar, opgaand en neervallend,
mijn geest lijdt en leeft.

Vertaald door Jan Paul Hinrichs

 
Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)Rond 1915

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Maeve Binchy, Sjoerd Leiker, Vladislav Chodasevitsj, Thomas Moore, Ian Fleming, Maximilian Voloshin, Bernhard Severin Ingemann

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Quentins

“Brenda and her friend Nora had been inseparable during catering college. They made plans for life, which varied a bit depending on what was happening. Sometimes they thought they would go to Paris together and learn from a French chef. Then they might set up a thirty-bedroom hotel in the countryside, which would have a waiting list of six months for people trying to come and stay.
In reality, of course, it was slightly different. Shifts here and there and a lot of waitressing. Too many people after the same jobs, plenty of young men and women with experience. Nora and Brenda found it hard going at the start.
So they went to London, where two things of great significance happened. Nora met an Italian man called Mario who said he loved her more than he loved life itself. And Nora certainly loved him as much, if not more.
Brenda at the time caught a heavy cold, which turned into pneumonia, and as a result lost her hearing for a time. She regarded this deafness as a terrible blow. She, who could almost hear the grass grow before her illness.
“I was never sympathetic enough to deaf people,” she wept to the busy doctor who gave her leaflets on lip-reading classes and told her to stop this self-pity, her hearing would return in time.
So Brenda went to the classes, mainly much older people, men and women struggling with hearing aids.
She learned how to practice on a VCR machine. You watched the news with the volume turned down over and over until you could guess what they were saying, and then you turned it up very high to check if you were right.
Miss Hill, the teacher, loved Brenda, as she was so eager to learn. Brenda learned tostudy people’s faces as they spoke, trying to make sense of what she couldn’t hear. Brenda understood that the hard letters to hear were the ones in the middle of a word. Most people could read the word “pay” or “pan,” for example, but it was much harder to see a hidden consonant like an L or an R in the middle of a word. “Pray” or “plan” were much more difficult to work out. You had to do that from the meaning of the sentence.”

 
Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)

Doorgaan met het lezen van “Maeve Binchy, Sjoerd Leiker, Vladislav Chodasevitsj, Thomas Moore, Ian Fleming, Maximilian Voloshin, Bernhard Severin Ingemann”

Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy, Fritz Hochwälder, Henri-Pierre Roché, Maximilian Voloshin

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: A Week in Winter

“Everyone had their own job to do on the Ryans’ farm in Stoneybridge. The boys helped their father in the fields, mending fences, bringing the cows back to be milked, digging drills of potatoes; Mary fed the calves, Kathleen baked the bread, and Geraldine did the hens.
Nor that they ever called her Geraldine-she was “Chicky” as far back as anyone could remember. A serious little girl pouring out meal for the baby chickens or collecting the fresh eggs each day, always saying, “Chuck, chuck, chuck,” soothingly into the feathers as she worked. Chicky had names for all the hens, and no one could tell her when one had been taken to provide a Sunday lunch. They always pretended it was a shop chicken, but Chicky always knew.
Stoneybridge was a paradise for children during the summer, but summer in the west of Ireland was short, and most of the time it was wet and wild and lonely on the Atlantic coast. Still, there were caves to explore, cliffs to climb, birds’ nests to discover, and wild sheep with great curly horns to investigate. And then there was Stone House. Chicky loved to play in its huge overgrown garden. Sometimes the Miss Sheedys, three sisters who owned the house and were ancient, let her play at dressing up in their old clorhes.
Chicky watched as Kathleen went off to train to be a nurse in a big hospital in Wales, and then Mary got a job in an insurance office. Neither of those jobs appealed to Chicky at all, but she would have to do something. The land wouldn’t support the whole Ryan family. Two of the boys had gone to serve their time in business in big towns in the West. Only Brian would work with his father.“
Chicky’s mother was always tired and her father always worried. They were relieved when Chicky got a job in the knitting factory. Not as a machinist or home knitter but in the office. She was in charge of sending out the finished garments to customers and keeping the books. It wasn’t a great job but it did mean that she could stay at home, which was what she wanted. She had plenty of friends around the place. and each summer she fell in love with a different O’Hara boy but nothing ever came of it.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is binchy.jpg
Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)

Doorgaan met het lezen van “Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy, Fritz Hochwälder, Henri-Pierre Roché, Maximilian Voloshin”

Leo Pleysier, Ad Zuiderent, Adriaan Bontebal, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. Zie ook alle tags voor Leo Pleysier op dit blog.

Uit:De weg naar Kralingen

“Maart
Maar letterlijk nog, de daver op het lijf. Want ’s morgens het overgordijn opentrekken en tegen een strakke, staalgrijze hemel aankijken. Het spichtige wintergras plat tegen de hardbevroren grond gedrukt door de sinds een week opnieuw uit het noordoosten waaiende wind die vanuit alle hoeken en pijpen om het huis blaast. Op het terras twee kippen die ineengedoken tegen de onderkant van het keukenraam beschutting voor de nacht hebben gezocht. Het is duidelijk te zien hoe de schaarse tipjes groen van de bottende vlier, de krent en de wilg terug ineengeschrompeld zijn tot paars-bruine restjes die spoedig weer los zullen laten. Achteraan in de tuin enkele merels die wat op en neer door het gras en tussen het struikgewas wippen. (En wrijft de slaper zich de ogen uit alsof nu pas tot hem doordringt dat er een buitengebeuren is dat ook zonder hem zijn gang wel gaat?)
Maart, maar zich telkens weer laten inpakken door de lichtelijk gespannen verwachting waarmee men omstreeks deze tijd van het jaar bij het opstaan de tuin in kijkt. Zo onderhand zou men toch al wel beter mogen weten? Nou ja, een nasleep wellicht van de lagere-school-tijd die ons heeft opgezadeld met een seizoen-gevoel dat nooit meer van de stereotypen bevrijd zal kunnen worden. Er waren de leeslesjes die ieder jaar weer van sneeuw- en ijspret spraken zodat wij, opgeladen zoals we daar vaak van geraakten, thuis massa’s ijssleeën in elkaar begonnen te timmeren. In alle maten en soorten hadden we er op de duur, maar vaak genoeg zonder dat we heel die winter lang ook maar één keer onze bouwsels op het ijs beproeven konden. Spreek maar niet van de fascinerende plaatjes met blije kinderen die in de heldere vroegte van de Paasmorgen eieren raapten in de met lentezon overgoten gazons. In werkelijkheid beperkte het paaseieren rapen zich tot een krij sende aangelegenheid met ruziënde broers en zusjes in het natte grasperkje aan de voorkant van het hut. We konden al wel beter hebben geweten ja.”

 
Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

Doorgaan met het lezen van “Leo Pleysier, Ad Zuiderent, Adriaan Bontebal, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy”

Leo Pleysier, Adriaan Bontebal, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. Zie ook alle tags voor Leo Pleysier op dit blog.

Uit: Wit is altijd schoon

“Heb ik het hier anders niet schoon behangen in de keuken? vroeg ze, Gusta.
Ik zei: amai, héél schoon! Zei ik.
Zo een schoon effen behang! Hebt ge dat zelf gedaan?
’t Is percies dat de schilder geweest is, zei ik, zo schoon gedaan!
Maar ik ben toch echt niet goed zenne, Gusta, zei ik, ik ben percies aan het doodgaan.
Ja, zei ze, maar het was ook een heel werk, dat behangen.
Eerst dat oud papier d’r afdoen.
Want dat zag er nogal uit, zei ze, dat oud papier.
Vuil en vet. En losgekomen.
Haar dochter Josee was komen helpen, zei Gusta, want behangen zelf, dat ging haar toch niet zo goed niet meer af.
Iedere keer dat traplereke op en af, dat was niks meer voor haar, zei ze.
En Josee had dat ook gezegd tegen haar.
Moe, gij gaat die keuken toch niet alleen behangen zeker!
Dat is toch geen werk!
Iedere keer dat traplereke op en af mee die lange panden vol lijm en pap!
Dat is toch geen werk zo alleen!
Ik zal wel ’s een dag komen helpen, had Josee gezegd.
O da’s goed Josee, had Gusta gezegd, ik zal dan al beginnen mee het oud papier eraf te halen want da’s ook al een heel werk, dat oud papier d’er afhalen, en als ik daarmee gedaan heb, zal ik wel eens bellen.
Wel ja, doe dat, had Josee gezegd, als ge daarmee gedaan hebt, dan belt ge maar en dan zal ik wel eens een dag komen helpen.”

 
Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

Doorgaan met het lezen van “Leo Pleysier, Adriaan Bontebal, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming, Walker Percy”

Adriaan Bontebal, Leo Pleysier, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming

De Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal werd als Aad van Rijn op 28 mei 1952 in Leidschendam geboren. Zie ook alle tags voor Adriaan Bontebal op dit blog.

ONTWAKEN

Ieder ontwaken
een feest

Ik sta op
rek me uit en
krab me eens flink
aan het onderlijf

Als rijpe vruchten
vallen de eitjes
van mijn schaamluis
op het dauwvochtige
slaapkamerzeil

Iedere morgen
een feest

Zwarte koffie
zware shag en
scharreleieren
bij het ontbijt

 

 

PAULUS POTTERSTRAAT

naar De Dapperstraat van J.C.Bloem

De legen kom je aan de randen tegen
Waar stoffig op de schoorsteen prijkt:
‘Over mijn lijk naar de Schilderswijk’
Dat volk ervaart de rust als zegen

Maar zo niet ik, voor mij geen kassen
Hoewel ik van een dorpje ben
De stad niet echt van huis uit ken
Haal ‘k nu mijn lucht uit uitlaatgassen

Als kneuter ben ik afgemeld
Mijn teugen zijn steeds voller teugen
De stedeling hij kent geen maat

Tevreden heb ik vastgesteld
Ik deug niet en ik zal nooit deugen
Dom weg gelukkig in de Potterstraat

 

Adriaan Bontebal (28 mei 1952 – 11 februari 2012)

Doorgaan met het lezen van “Adriaan Bontebal, Leo Pleysier, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore, Ian Fleming”

Ian Fleming, Walker Percy, Patrick White, Sjoerd Leiker, Fritz Hochwälder

De Britse schrijver Ian Fleming werd geboren op 28 mei 1908 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 mei 2007 en ook mijn blog van 28 mei 2009en ook mijn blog van 28 mei 2010

 

Uit:Diamonds Are Forever

 

„With its two fighting claws held forward like a wrestler’s arms the big pandinus scorpion emerged with a dry rustle from the finger-sized hole under the rock.

There was a small patch of hard, flat earth outside the hole and the scorpion stood in the centre of this on the tips of its four pairs of legs, its nerves and muscles braced for a quick retreat and its senses questing for the minute vibrations which would decide its next move.

The moonlight, glittering down through the great thorn bush, threw sapphire highlights off the hard, black polish of the six-inch body and glinted palely on the moist white sting which protruded from the last segment of the tail, now curved over parallel with the scorpion’s flat back. Slowly the sting slid home into its sheath and the nerves in the poison sac at its base relaxed. The scorpion had decided. Greed had won over fear.

Twelve inches away, at the bottom of a sharp slope of sand, the small beetle was concerned only with trudging on towards better pastures than he had found under the thorn bush, and the swift rush of the scorpion down the slope gave him no time to open his wings. The beetle’s legs waved in protest as the sharp claw snapped round his body, and then the sting lanced into him from over the scorpion’s head and immediately he was dead.

After it had killed the beetle the scorpion stood motionless for nearly five minutes. During this time it identified the nature of its prey and again tested the ground and the air for hostile vibrations. Reassured, its fighting claw withdrew from the half-severed beetle and its two small feeding pincers reached out and into the beetle’s flesh. Then for an hour, and with extreme fastidiousness, the scorpion ate its victim.“

 

Ian Fleming (28 mei 1908 – 12 augustus 1964)

 

Doorgaan met het lezen van “Ian Fleming, Walker Percy, Patrick White, Sjoerd Leiker, Fritz Hochwälder”

Ian Fleming, Maria Müller-Gögler, Henri-Pierre Roché, Maximilian Voloshin, B. S. Ingemann, J. D. Wyss, C. H. von Ayrenhoff, Xin Qiji

De Britse schrijver Ian Fleming werd geboren op 28 mei 1908 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 mei 2007.

 

Uit: Doctor No

 

„Punctually at six o’clock the sun set with a last yellow flash behind the Blue Mountains, a wave of violet shadow poured down Richmond Road, and the crickets and tree frogs in the fine gardens began to zing and tinkle.

Apart from the background noise of the insects, the wide empty street was quiet. The wealthy owners of the big, withdrawn houses—the bank managers, company directors and top civil servants—had been home since five o’clock and they would be discussing the day with their wives or taking a shower and changing their clothes. In half an hour the street would come to life again with the cocktail traffic, but now this very superior half mile of’ Rich Road’, as it was known to the tradesmen of Kingston, held nothing but the suspense of an empty stage and the heavy perfume of night-scented jasmine.

Richmond Road is the ‘best’ road in all Jamaica. It is Jamaica’s Park Avenue, its Kensington Palace Gardens, its Avenue D’lena. The ‘best’ people live in its big old-fashioned houses, each in an acre or two of beautiful lawn set, too trimly, with the finest trees and flowers from the Botanical Gardens at Hope. The long, straight road is cool and quiet and withdrawn from the hot, vulgar sprawl of Kingston where its residents earn their money, and, on the other side of the T-intersection at its top, lie the grounds of King’s House, where the Governor and Commander-in-Chief of Jamaica lives with his family. In Jamaica, no road could have a finer ending.“

 

Flemming

Ian Fleming (28 mei 1908 – 12 augustus 1964)

 

 

 

De Duitse schrijfster Maria Müller-Gögler werd geboren op 28 mei 1900 in Leutkirch im Allgäu. Zij volgde een docentenopleiding en werkte als lerares tot zij van 1924 tot 1929 in München en Tübingen germanistiek, filosofie en pedagogie ging studeren. In 1935 verscheen haar al in de jaren twintig geschreven roman Die Magd Juditha. In 1942 volgde de roman over de koningsdochter Beatrix von Schwaben die al zeer jong trouwde met keizer Otto IV. Naast romans  publiceerde Müller-Gögler talrijke verhalen en gedichten en in drie delen, verschenen tussen 1970 en 1977, haar memoires.

 

Uit: Erinnerungen – Hinter blinden Fenstern

 

Der Tanzlehrer war ein nicht mehr ganz junger dunkelhaariger, dunkeläugiger, überschlanker Mann mit geschmeidigen Bewegungen und galanten Allüren, wie ich sie nur aus Schilderungen in Romanen kannte – in einem Kino war ich noch nie gewesen. Wenn einige von uns im stillen gehofft hatten, zu dem Kurs würden junge Männer, vielleicht Sekundaner und Primaner des Ravensburger Gymnasiums, eingeladen, so wurden sie in ihren Hoffnungen enttäuscht. Die Hälfte der Tanzschülerinnen wurde ausersehen, die “Herren” zu markieren. Ich gehörte dazu, vermutlich auf Grund meiner Körpergröße und meiner “Führereigenschaften”. Die Rolle war insofern begehrenswert, als der Tanzlehrer sich aus der Herrengarde seine Partnerinnen wählte, damit diese Gelegenheit bekamen, sich wenigstens vorübergehend in der weiblichen Pose zu üben.

Der Augenblick, in dem Herr Geiger sich vor einer verneigte und um einen Tanz bat, wurde von deren “Herren” täglich ersehnt. Die Spannung war umso größer, als der Kavalier nicht nach einer bestimmten Ordnung verfuhr. Es kam ihm nicht darauf an, eine Tänzerin zwei- oder dreimal hintereinander zu wählen und andere zu übersehen. Am meisten fieberte die blonde Friedel aus Freiburg nach seinem Tanzarm.”

 

mueller_leutkirch

Maria Müller-Gögler (28 mei 1900 – 23 september 1987)
Leutkirch im Allgäu (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

De Franse schrijver, journalist en verzamelaar Henri-Pierre Roché werd op 28 mei 1879 geboren te Parijs. Zijn vader, die apotheker was, pleegde zelfmoord door van het balkon van hun woning op de Boulevard Arago te springen. Tot zijn vijftigste zou Roché daar met zijn moeder blijven wonen. Zijn liefdesleven rond 1910 beschreef hij in 1943. Hij schreef toen zijn eerste novelle, getiteld Jules et Jim en uitgegeven in 1953. In 1961 werd de novelle verfilmd door François Truffaut, die het boek in 1956 in een tweedehandsboekenwinkel kocht, met in de hoofdrol Jeanne Moreau. Roché, onder de naam Jim, en zijn Duitse vriend Franz Hessel, onder de naam Jules, dongen beiden om de hand van Heleen Grund. In 1906 ontmoette Roché de schrijver Franz Hessel, waarschijnlijk in het café La Closerie des Lilas, de verzamelplaats van Duitstalige kunstenaars in Montparnasse. Samen maakten zij reizen naar Duitsland en Griekenland. In Parijs ontmoetten zij de Duitse Helen Grund. In 1913 trouwde Franz met Helen in Berlijn en na een kort verblijf in Parijs keerden zij in verband met WO I terug naar Duitsland. Franz vocht in het Duitse leger aan het Oostfront. In 1956 verscheen van Roché zijn tweede novelle Les deux anglaises et le continent. Ook deze novelle, die ging over Roché en Violet en Margaret Hart, werd door François Truffaut verfilmd.

 

Uit: Victor

 

„PIERRE est seul dans sa chambre du sous-sol, carrée, très bien chauffée. C’est plutôt une cave qui lui sert de chambre. Près du plafond, une fenêtre en largeur permet de voir les jambes des passants. De vieux meubles impossibles, mais un bon grand lit de fer à deux.

Des pas crissent dans la neige. On frappe sec. Il est minuit. Entrent en coup de vent Victor, François et une girl brune et maline, qu’ils tiennent solidement chacun par un bras. Ses grands yeux noirs sont pleins de colère.

Victor – Nous te présentons Patricia, une amie. Au Café Brevoort elle a fait un scandale idiot. Et nous avions à causer, François et moi.

François – Nous lui avons donné à choisir entre deux punitions. Un peu d’huile de ricin (on en vend au café) ou toi. Nous t’avons dépeint. Elle t’a préféré.

Pierre était d’abord ennuyé de l’irruption. Il allait dormir et se levait tôt. Lui et Patricia se considéraient.

Victor – On ne te l’amène pas à la légère. Il y a des raisons.

Patricia – Je vous connais tous deux. Vous ne faites jamais rien à la légère, malgré vos airs de Pégase. Vous êtes comme deux papes. J’aurais dû vous arroser avec le siphon, au café. Soit, allez vous-en. Laissez-moi.

Pierre – OK. Je garde Patricia.

Les deux sortirent en vitesse sans dire au revoir et Pierre entendit le son du moteur de course de François. Patricia se promenait dans la pièce.“

 

 

Roche

Henri-Pierre Roché (28 mei 1879 – 9 april 1959)

 

 

 

De Russische dichter, schrijver en schilder Maximilian Voloshin werd geboren op 28 mei 1877 in Kiev. Rond 1890 begon hij gedichten te schrijven en te vertalen. In 1897 ging hij naar Moskou om rechten te studeren. Vanaf 1900 maakte hij verschillende reizen. In 1901 vestigde hij zich in Parijs waar hij bij Jelisaweta Kruglikova schilderlessen volgde en lezingen aan de Sorbonne bijwoonde. In 1910 verscheen met de verzamelbundel Gedichten 1900 – 1910 zijn eerste boek in druk. Al in 1907 had hij een huis gekocht in Koktebel, waar hij zijn jeugd had doorgebracht. In de jaren van WO I trok hij zich daar steeds vaker terug. Meer en meer wijdde hij zich aan het schilderen van landschappen.

 

 

Along Cain’s Ways, Tragedy of Materialistic Culture (Fragment)

 

Machine has won over man:

It needed a slave to take away its sweet,

To comfort its insides with pure oil,

To feed it coal and take away its excrements,

And then it started asking for itself,

The swarming bundle of muscles and of wills

Brought up in hungry discipline

And greedy rude who cheapened his spirit

For joys of mediocrity and comforts.

Machine has taught man to think appropriately

And logically discuss the findings.

It visually proved to him

That there is no spirit, only substance,

That man is nothing but a machine himself,

That the starry cosmos is merely a mechanism

To manufacture time, that thought

Is just a simple product of the brain digestion,

That mere sustenance defines the spirit,

That genius is a degeneration,

That culture means an increase in the number

Of the consumer needs,

That the ideal is general well-being

And stomach satisfaction,

That there is One Universal Worldly Stomach

And there is no other Gods beside it….

 

 

 

Vertaald door Natasha Levitan

 

Voloshin
Maximilian Voloshin (28 mei 1877 – 11 augustus 1932)
Portret door Boris Kustodiev, 1924

 

 

 

De Deense dichter en schrijver Bernhard Severin Ingemann werd geboren op 28 mei 1789 in Thorkildstrup op het eiland Falster. Onder invloed van de romantiek ontstonden zijn eerste gedichten. Vanaf 1825 begon hij verhalen te publiceren. Met het epos Valdemar den Store og hans Maend” uit 1824 begon hij aan een srie historische werken, waarin hij – volgens eigen zeggen naar het voorbeeld van Sir Walter Scott – de vele facetten van de geschiedenis van zijn eigen land beschreef.

 

Uit: The Sealed Room

 

“For many years there stood in a side street in Kiel an unpretentious old frame house which had a forbidding, almost sinister appearance, with its old-fashioned balcony and its overhanging upper stories.  For the last twenty years the house had been occupied by a greatly respected widow, Madame Wolff, to whom the dwelling had come by inheritance.  She lived there quietly with her one daughter, in somewhat straitened circumstances.

What gave the house a mysterious notoriety, augmenting the sinister quality in its appearance, was the fact that one of its rooms, a corner room on the main floor, had not been opened for generations. The door was firmly fastened and sealed with plaster, as well as the window looking out upon the street.  Above the door was an old inscription, dated 1603, which threatened sudden death and eternal damnation to any human being who dared to open the door or efface the inscription.  Neither door nor window had been opened in the two hundred years that had passed since the inscription was put up. But for a generation back or more, the partition wall and the sealed door had been covered with wall paper, and the inscription had been almost forgotten.

The room adjoining the sealed chamber was a large hall, utilized only for rare important events.  Such an occasion arose with the wedding of the only daughter of the house.  For that evening the great hall, as it was called, was brilliantly decorated and illuminated for a ball.  The building had deep cellars and the old floors were elastic.”

 

BS_Ingemann

Bernhard Severin Ingemann (28 mei 1789 – 24 februari 1862)

 

 

 

De Zwitserse schrijver Johann David Wyss werd geboren op 28 mei 1743 in Bern. Hij studeerde theologie en filosofie in Bern en Lausanne. Grote bekendheid kreeg zijn boek over de Zwitserse familie Robinson. Oorspronkelijk geschreven voor zijn kinderen tussen 1794 en 1798 en zonder bedoelin het uit te geven. Dat deed pas zijn zoon in 1812. Het werd het meest vertaalde Zwitserse boek aller tijden en een bestseller.

 

Uit: The Swiss Family Robinson

 

“The tempest had raged for six days, and on the seventh seemed to increase. The ship had been so far driven from its course, that no one on board knew where we were. Every one was exhausted with fatigue and watching. The shattered vessel began to leak in many places, the oaths of the sailors were changed to prayers, and each thought only how to save his own life. “Children,” said I, to my terrified boys, who were clinging round me, “God can save us if he will. To him nothing is impossible; but if he thinks it good to call us to him, let us not murmur; we shall not be separated.” My excellent wife dried her tears, and from that moment became more tranquil. We knelt down to pray for the help of our Heavenly Father; and the fervour and emotion of my innocent boys proved to me that even children can pray, and find in prayer consolation and peace.

We rose from our knees strengthened to bear the afflictions that hung over us. Suddenly we heard amid the roaring of the waves the cry of “Land! land!” At that moment the ship [pg 002] struck on a rock; the concussion threw us down. We heard a loud cracking, as if the vessel was parting asunder; we felt that we were aground, and heard the captain cry, in a tone of despair, “We are lost! Launch the boats!” These words were a dagger to my heart, and the lamentations of my children were louder than ever. I then recollected myself, and said, “Courage, my darlings, we are still, above water, and the land is near. God helps those who trust in him. Remain here, and I will endeavour to save us.”

 

swyss

Johann David Wyss (28 mei 1743 – 11 januari 1818)

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Cornelius Hermann von Ayrenhoff werd geboren op 28 mei 1733 in Wenen. Hij schreef classisistische drama’s in de stijl van Racine en Corneille die door de oplomst van de romantiek echter al tijdens zijn leven in vergetelheid raakten. Meer succes had hij met zijn blijspelen zoals „Der Postzug oder die noblen Passionen“ (1769), dat een lievelingsstuk was van Frederik II van Pruisen.

 

Uit: Der Postzug oder die noblen Passionen

 

DER VERWALTER. Sie wissen also nicht, Jungfer Lisette, in welcher Absicht mich die Baroninn schon wieder rufen läßt?

LISETTE. Das sagte sie mir nicht, und es wäre Kunst es zu errathen. Sie hat heut so vielerley Dinge im Kopfe, daß sie selbst nicht weiß, was sie will und nicht will. Wenn wir doch diese Festivität schon überstanden hätten!

DER VERWALTER. Ja wohl – und Ich von meinem Interims-Haushofmeister-Amte wieder los wäre! Das ist nun diesen Morgen das zwölftemal, daß ich gerufen werde; achtmal bloß des Stalles wegen.

LISETTE. Wundert Sie das, Herr Verwalter? Sie kennen doch den Grafen von Reitbahn?

DER VERWALTER. Nein! ich hatte eben den Tag, da er hier war, in den herrschaftlichen Weingärten zu thun.

LISETTE. So muß ich Ihnen also sagen, daß dieser Herr Bräutigam von unserm Fräulein, der größte, der berühmteste Pferdenarr im ganzen Lande ist – ein Mensch, der nichts anders thut und denkt, als reiten, fahren, und halsbrechen. Darum ist unsre Frau in Sorgen, es möchte wohl gar die ganze Heyrath in Trümmer gehen, wenn dem Grafen bey seiner Ankunft, von ungefähr unsre Stallordnung mißfiele.

 

PostzugGemaltGeorgMelchiorKraus3

Cornelius Hermann von Ayrenhoff (28 mei 1733 – 15 augustus 1819)
Illustratie bij de „Postzug“ door Georg Melchior Krauss (Geen portret beschikbaar)

 

 

De Chinese dichter Xin Qiji werd geboren op 28 mei 1140 in Jinan, in de provicie Shandong.  Behalve dichter was hij ook een militaire leider tijdens de Zuidelijke Song-dynastie. Tijdens zijn militaire loopbaan behaalde hij vele overwinningen. In 1194 trok hij zich terug op het platteland en wijdde hij zich aan de vervolmaking van zijn dichtkunst.

In days when I was young

In days when I was young and didn’t know the taste of sorrow
I like to climb the storied tower,
I like to climb the storied tower;
To write the latest odes I forced myself to tell of sorrow.

 

Now that I understand the taste of sorrow altogether
I would like to tell, but stop,
I would like to tell, but stop;
Instead I say, ‘What a cool day! Such lovely autumn weather!’

 

 

 

Vertaald door A. Ayling & D. Mackintosh

 

 

jinan-shangdong

Xin Qiji (28 mei 1140 – 1207)
Jinan, Shandong (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Ian Fleming, Leo Pleysier, Frank Schätzing, Maeve Binchy, Thomas Moore

De Britse schrijver Ian Lancaster Fleming werd geboren op 28 mei 1908 in Londen. Fleming was de jongere broer van reisverhalenschrijver Peter Fleming. Hij werd opgeleid op Eton, en de militaire academy Sandhurst. Hierna vertrok hij naar het buitenland om talen te studeren. Hij werkte als journalist in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Aan het begin van de oorlog werd hij aangenomen als persoonlijk assistent van de directeur van Naval Intelligence, John Godfrey. Dit gaf hem de achtergrond en ervaring om goede spionageverhalen te schrijven. Het eerste James Bond verhaal, Casino Royale, werd uitgebracht in 1953.

 

Uit: Casino Royale

“The scent and smoke and sweat of a casino are nauseating at three in the morning. Then the soul-erosion produced by high gambling—a compost of greed and fear and nervous tension—becomes unbearable and the senses awake and revolt from it.

James Bond suddenly knew that he was tired. He always knew when his body or his mind had had enough and he always acted on the knowledge. This helped him to avoid staleness and the sensual bluntness that breeds mistakes.

He shifted himself unobtrusively away from the roulette he had been playing and went to stand for a moment at the brass rail which surrounded breast-high the top table in the salle privee.

Le Chiffre was still playing and still, apparently, winning. There was an untidy pile of flecked hundred-mille plaques in front of him. In the shadow of his thick left arm there nestled a discreet stack of the big yellow ones worth half a million francs each.

Bond watched the curious, impressive profile for a time, and then he shrugged his shoulders to lighten his thoughts and moved away.

The barrier surrounding the caisse comes as high as your chin and the caissier, who is generally nothing more than a minor bank clerk, sits on a stool and dips into his piles of notes and plaques. These are ranged on shelves. They are on a level, behind the protecting barrier, with your groin. The caissier has a cosh and a gun to protect him, and to heave over the barrier and steal some notes and then vault back and get out of the casino through the passages and doors would be impossible. And the caissiers generally work in pairs.”

 

FLEMING

Ian Fleming (28 mei 1908 – 12 augustus 1964)

 

De Belgische schrijver Leo Pleysier werd geboren in Rijkevorsel op 28 mei 1945. In zijn verhalende proza onderzoekt hij zijn verhouding tot zijn geboortestreek en zijn familieleden. Zijn eerste boeken (Mirliton en Niets dan schreeuw) zijn experimenteel van taal en compositie en ik-gericht. Gaandeweg heeft de auteur zijn horizon verruimd: van zijn eigen streek (Waar was ik weer?) naar Engeland (Shimmy), Afrika (Zwart van het volk), India en China (De Gele Rivier is bevrozen, De trousse). Wit is altijd schoon (1989), waarin hij zijn spraakzame moeder na haar dood laat ‘voortratelen’, zorgde voor de doorbraak bij het grote publiek. Wit is altijd schoon werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 1989 en bekroond met de Ferdinand Bordewijkprijs 1990. Hierop volgden De kast (1991), De Gele Rivier is bevrozen (1993) en Volgend jaar in Berchem (2000), waarin respectievelijk een zus, een tante non en de vader centraal staan. De dieven zijn al gaan slapen (2003) bevat een mengeling van autobiografische en poëticale fragmenten. In 2007 verscheen de roman De latino’s.

 

Uit: Een plaasterspook van Szukalski

 

“De tweede en wellicht ook de laatste keer dat ik haar zag – in 1978 – was toen ze na de dood van vader mijn moeder kwam bezoeken. Tegen alle verwachtingen in was ze ineens dan toch aangekomen. Maar in het begin had ik het gevoel dat het iemand anders was die ze onder de naam van tante Roza naar België hadden gestuurd. Weg die vervaarlijke, monumentale kap. Wat ze nu droeg was van een veel kleiner en veel eenvoudiger formaat en was zo opgespeld dat een gedeelte van het hoofdhaar zichtbaar bleef. En zowaar ook zíj bleek in het bezit van een stel benen. Nylons droeg ze ook al. Ze was gekleed in blauw-en-grijs. Een scherpgesneden, ouderwetse schooljuffrouw. Een vergrijsde verpleegster. Maar evengoed een nuchtere, taaie, zakelijke, geïnteresseerde en relativerende dame die in geen enkel opzicht nog overeenkwam met het beeld dat ik me van haar op basis van al die brieven en van mijn herinnering gevormd had. Spraakzaam, vief en attent was ze. Er was veel raadselachtigheid die ze had kwijtgespeeld maar tevens was daar dan ook weer een nieuwsoortige raadselachtigheid voor in de plaats gekomen. Waren wij het of was zij het die zo veranderd was ondertussen? In alle geval, er klopte nauwelijks nog iets aan het beeld van de frenetieke zieltjesjaagster dat ik me door de jaren heen van haar gevormd had. Hoe fout ik daarmee zat, dat bleek nu maar al te duidelijk. Broodnuchter en beraden
was ze. Ze wist evengoed dan gelijk wie wat er te koop was op de wereld. En voor wie wel en voor wie niet dat allemaal te koop was, wist ze nog véél beter. Haar ietwat plechtige, nog vooroorlogse Nederlands dat ik kende van haar brieven bleek ze evenwel te hebben bewaard.

‘Al die schone huizen en gebouwen die er bijgekomen zijn hier overal in ’t land!’

‘Al die blinkende auto’s op de brede straten en verharde wegen.’

‘De welstand onder de mensen.’

‘Alles zo ordelijk en proper geregeld!’

‘En de kinderen van ’t straat!’

 

 

Pleysier

Leo Pleysier (Rijkevorsel, 28 mei 1945)

 

De Duitse schrijver Frank Schätzing werd geboren in Keulen op 28 mei 1957. Schätzing studeerde communicatiewetenschappen en richtte zijn eigen reclamebureau INTEVI op, waarvan hij nog steeds directeur is. Schätzing is begin jaren negentig begonnen hij met schrijven en na enkele novelle en satires verscheen. In 1995 verscheen zijn eerste Duitstalige roman Tod und Teufel. Naast zijn werk als reclamemaker is Frank Schätzing ook actief als muziekproducent.

Schätzing bereikte zijn grootste succes na het schrijven van zijn science fiction boek Der Schwarm.

 

Uit: Der Schwarm

 

„Anawaks Gedanken rasten. Wahrscheinlich war der Rumpf bereits an einigen Stellen gerissen. Er musste etwas tun. Vielleicht konnte er die Tiere irgendwie ablenken.
Seine Hand fuhr zum Gashebel.
Im selben Moment zerriss ein vielstimmiger Schrei die Luft. Aber er kam nicht von dem weißen Dampfer, sondern erscholl gleich hinter ihm, und Anawak wirbelte herum.
Der Anblick hatte etwas Surreales. Direkt über dem Boot der Tierschützer stand senkrecht der Körper eines riesigen Buckelwals. Beinahe schwerelos wirkte er, ein Wesen von monumentaler Schönheit, das krustige Maul den Wolken zugereckt, und immer noch stieg er weiter empor, zehn, zwölf Meter über ihre Köpfe hinweg. Den Herzschlag einer Ewigkeit lang hing er einfach nur so am Himmel, sich langsam drehend, und die meterlangen Flipper schienen ihnen zuzuwinken.
Anawaks Blick wanderte an dem springenden Koloss entlang. Nie hatte er etwas zugleich so Schreckliches und Großartiges gesehen, nie aus solcher Nähe. Alle, Jack Greywolf, die Menschen in den Zodiacs, er selber, legten den Kopf in den Nacken und starrten auf das, was nun auf sie zukommen würde.
»Oh mein Gott«, flüsterte er.“

 

SCHAETZING

Frank Schätzing (Keulen, 28 mei 1957)

 

De Ierse schrijfster en columniste Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Binchy studeerde aan University College Dublin. Zij werkte eerst als lerares en later als journaliste voor de Irish Times. Haar romans spelen vaak in Ierland en en beschrijven de spanningen tussen het landelijke en stedelijke leven, de tegenstellingen tussen Engeland en Ierland en de veranderingen sinds WO II. Maeve Binchy is een echte bestsellerauteur waarvan al meer dan 6 miljoen boeken verkocht zijn.

 

Uit: Valentine park

 

“It all depended on what form you were in at school, whether there was a fuss about St Valentine’s Day or not. It had nothing to do with the age, it was all to do with the mood. Last year Miss Park remembered all the fourteen-year-olds had been obsessed with Valentines, there had been a fever of activity for three weeks before and two weeks after the day itself. This year they were a different bunch. Miss Park always tried to be in some way relevant to the world about her and gave them a little lesson on St Valentine and who he was and might have been. They yawned at the story. She could find no takers for the legends about the saint who in Roman times had defied the orders of an Emperor and continued to marry loving couples even when there was a decree against it.

“He was very foolish,” said Alice Jones sternly.

Miss Park went on to say that the tradition of Valentine’s Day may have had more to do with the fact that it was traditionally the day that birds began to mate.

“Well, really!” Susan Green said disapprovingly.

Miss Park sighed to herself. What an unromantic lot this crowd were. Hard-hearted little Hannahs, determined to get on, anxious to do well. Perhaps this is what the Nineties might be all about.

But then Miss Park remembered that last year she had sighed too: they had been too obsessed with the day and the possible cards it might bring and she had been worried then in case their expectations were too high and their excitement too unrealistic.

Miss Park, who had great self-knowledge, told herself that there was no way of pleasing her. She was obviously a woman who could never be pleased, no matter how things turned out.”

 

binchy

Maeve Binchy (Dalkey, 28 mei 1940)

 

De Ierse dichter en songwriter Thomas Moore werd geboren op 28 mei 1779 in Dublin. Zie ook mijn blog van 28 mei 2006.

 

At the Mid Hour of Night

AT the mid hour of night, when stars are weeping, I fly

To the lone vale we loved, when life shone warm in thine eye;

And I think oft, if spirits can steal from the regions of air

To revisit past scenes of delight, thou wilt come to me there,

And tell me our love is remember’d even in the sky.

 

Then I sing the wild song it once was rapture to hear,

When our voices commingling breathed like one on the ear;

And as Echo far off through the vale my sad orison rolls,

I think, O my love! ‘tis thy voice from the Kingdom of Souls

Faintly answering still the notes that once were so dear.

 

THOMASMoore

Thomas Moore (28 mei 1779 – 25 februari 1852)