Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies vijftien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

Uw naam

Wanneer mijn lied mag leven na mijn dood,
Zal onze liefde niet vergeten wezen.
Ons zwakke hart mag voor het sterven vreezen,
Maar nooit vergaat wat zuiver is en groot.

De wereld wentelt zich in stillen nood,
Wijl stormen licht woest aan de kim ontstegen.
Wij zien den schrikkelijken vlammenregen,
Die lang geleden aan een ster ontspoot.

En zoo zal onze liefde lichtend zijn
En als een purperroode vlammenschijn
Spelen op schoone en lieflijke gezichten,
Die lezen, en zij sidderen tezaem,
Wanneer de glans van uw beminden naam
Hun oogen tegenslaat uit mijn gedichten.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Bram Corbijn (een jongere vriend) en Willem de Mérode in Eerbeek – 1931 – voor de tuindeuren van De Mérode

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Over Barbies en God enzo

Toen werd alles anders:

de pop die als verjaardagscadeau
uit plastic en paardenhaar
naar haar evenbeeld geschapen was
werd God
en God kreeg kleertjes
die zij
een kleuter verkleed als vrouw van beneden de dertig
het mooiste vond en nee

ze kon niet even komen
want haar pop wilde graag blijven dus
bleven ze spelen

 

Maskerade

Er was geen tafel
maar we speelden dat
hetgeen ons scheidde van elkaar
die tafel was

Ik zag je
door de onrust van de wijn
in het geheven glas dat er niet was
wat waziger

Je keek me aan
gebaarde dat je me doorzag
en hield de uitdrukking van je gezicht
met beide handen
als een masker stevig vast
alleen je ogen zag ik onbedekt
als het uitzicht op
een afgrond die beklemt

Nooit hebben wij elkaar gekend

 

Zilverberk

Gebonden aan de tak, maar geboren met het verlangen van de
koolmees om de lucht in te vluchten, enerzijds helgroen, ander-
zijds als zilverfolie schitterend in lentelicht, heeft elk van de con-
fettisnippertjes een vrije wil en een gespleten geest die de dingen
niets dan twijfel bracht: links, rechts, ja, nee – ruis in het sneeuw-
beeld van je tv – of niet, nee, niet niet, aldus, daar in de slanke
boom, verward, het twitterende berkenblad.

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Naar Venetië

De zwarte sluier op het gezicht van een vrouw
Doet denken aan schaduwen op een röntgenfoto,
En huizen, langs de oever aan elkaar geregen,
Weten misschien iets dat standhoudt.

Iemand vraagt waar je vandaan komt
En jij denkt: vanuit de diepten van de bron.
Een dienstmeisje heeft je eruit gevist.

Verbleekt blauw op een linnen dak,
Vochtige wind op de huid van de wangen,
En het schip houdt halt bij de oever.

Terwijl het tegen de steiger schuurt,
Mensen instappen in het licht van naakte waterdruppels
En de dunne jurk van een vrouw
Je doet vragen of ze het niet koud heeft
(Je zou haar graag je sjaal lenen)
Voel je de deinende bodem.

Oud en breed, met een sluw oog zit
Een meeuw op een paal
En ziet eruit alsof hij om je glimlacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Victor Hugo, Hermann Lenz

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook alle tags voor Victor Hugo op dit blog.

Uit: Les Miserables (Vertaald door  Isabel F. Hapgood)

“When Jean Valjean left the Bishop’s house, he was, as we have seen, quite thrown out of everything that had been his thought hitherto. He could not yield to the evidence of what was going on within him. He hardened himself against the angelic action and the gentle words of the old man. “You have promised me to become an honest man. I buy your soul. I take it away from the spirit of perversity; I give it to the good God.”
This recurred to his mind unceasingly. To this celestial kindness he opposed pride, which is the fortress of evil within us. He was indistinctly conscious that the pardon of this priest was the greatest assault and the most formidable attack which had moved him yet; that his obduracy was finally settled if he resisted this clemency; that if he yielded, he should be obliged to renounce that hatred with which the actions of other men had filled his soul through so many years, and which pleased him; that this time it was necessary to conquer or to be conquered; and that a struggle, a colossal and final struggle, had been begun between his viciousness and the goodness of that man.
In the presence of these lights, he proceeded like a man who is intoxicated. As he walked thus with haggard eyes, did he have a distinct perception of what might result to him from his adventure at D—-? Did he understand all those mysterious murmurs which warn or importune the spirit at certain moments of life? Did a voice whisper in his ear that he had just passed the solemn hour of his destiny; that there no longer remained a middle course for him; that if he were not henceforth the best of men, he would be the worst; that it behoved him now, so to speak, to mount higher than the Bishop, or fall lower than the convict; that if he wished to become good he must become an angel; that if he wished to remain evil, he must become a monster?
Here, again, some questions must be put, which we have already put to ourselves elsewhere: did he catch some shadow of all this in his thought, in a confused way? Misfortune certainly, as we have said, does form the education of the intelligence; nevertheless, it is doubtful whether Jean Valjean was in a condition to disentangle all that we have here indicated. If these ideas occurred to him, he but caught glimpses of, rather than saw them, and they only succeeded in throwing him into an unutterable and almost painful state of emotion. On emerging from that black and deformed thing which is called the galleys, the Bishop had hurt his soul, as too vivid a light would have hurt his eyes on emerging from the dark. The future life, the possible life which offered itself to him henceforth, all pure and radiant, filled him with tremors and anxiety. He no longer knew where he really was. Like an owl, who should suddenly see the sun rise, the convict had been dazzled and blinded, as it were, by virtue.”

 

Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Portret door Léon Bonnat, 1879

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Oude villa

I.
Paarse aders en ouderdomsvlekken op de slapen,
Plus schoenen met gebarsten lak.
Bedienden eleganter dan hun gebieders.

Bedienden zijn er niet meer, alleen
Een werkend stel dat hier gratis mag wonen,
Omdat de vrouw poetst en kookt,
Maar toch loon krijgt. Voor
Het helpen op feestjes.

De gastheer proost op “onze helpers”,
En alles lijkt alsof het nog is zoals het vroeger was:
Met de gevel, ondersteund door pilaren,
De tuin die een gepensioneerde nog steeds verzorgt.

II.
Dames en heren,
Die worden uitgenodigd voor het diner, praten over de tijd,
Toen de villa werd gebouwd:
“De gevel en pilaren bij de ingang
Zouden nu weg moeten,
Dan zou het een modern huis zijn. “

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en eveneens mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies veertien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

De ziekenzuster

Zij heeft de nachtwaak bij het bed
Der vreemdelinge, die gaat sterven.
En zij aanvaardt de plicht tot erven
Van angst en pijn en dood; ’t gebed,
Dat zij eerst prevelt, en dan plechtig
als miserere en credo zingt,
Wordt zoo grootmachtig, dat ’t aemechtig
Hoofd rustig op het kussen zinkt.

Zij ziet het leven uit de handen
Wegtrekken en ’t verheft zich stom
In ’t hol gelaat, en staat te branden
Al een nachtlichtje in een kom.
Nog eens bewegen zich de handen
En draait ’t nu doode hoofd zich om.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

Januari

onder een lage bestralende zon
spot de fietser
even verderop in de amper uitgebotte heg
door takken gedragen
een kraai
die er schoon op zijn rug slaapt

in de wintervorst schittert het dier
en schittert het havengebied
met de fietser die naderbij ziet dat de kraai
niet zichzelf is

verloren is hij
in de heg naast het fietspad een handschoen

een want die onthand nog iets grijpt
dat het zelf niet begrijpt

 

Toen op de Waddenzee

Je hoorde hoe de boot gedwee
zijn strepen in het water sneed,
het zweven van de meeuw
en de verwachtingsvolle stemmen
die jou toen al wilden kennen,
in het duister tastend naar een naam,
nog voordat je de kop opstak.
Je zwom al tijden met ons mee.
Je mag er zijn, je drijft
met toegeknepen ogen nog
met ons mee op de getijden.

 

Nieuwe wereld

In de Wijkertunnel raak je de verbinding kwijt,
verdwijn je.

Tussen tegels rij je
in de pulsgewijs verlichte schemer
van een grensgebied,
een niemandsland
onder het Noordzeekanaal.

Een verjaardag in Haarlem,
het leven dat er was –
de mogelijkheden die je achterlaat.

Niet ben je
de bestuurder die zijn wagen in de vangrail klapt.

Vol verwachting rij je
met je medereizigers binnen de lijnen omhoog,
het licht,
een nieuwe wereld in.

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

Lente

Bij het bos, in de greppel, het verse gras
Geniet van je vingers:
Sinds lang weer iets dat leeft,
Zij het ook van
een oude man.
Verberg de kikker in je groen,
Laat hem voor een otter wegkruipen,
Zegt de oude man tegen het verse gras
En hoopt dat hij gehoord wordt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Mano Bouzamour, Hermann Lenz

De Nederlandse schrijver Mano Bouzamour werd geboren op 19 maart 1991 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Mano Bouzamour op dit blog.

Uit: Bestsellerboy

‘We willen je een contract aanbieden, jongen. Wanneer heb je tijd om langs te komen?’
Ik draaide van verbazing een rondje om mijn as. Volledig omringd door schapen. Sommige werden een beetje onrustig door de afwezigheid van de herder. Een paar begonnen te blaten.
Hij vroeg: ‘Hoor ik daar nou schapen?’
Ik sloeg voorzichtig met de stok op hun wollen vacht om ze stil te krijgen. Maar ze maakten nog meer geluid.
‘Ja, nee… Ja.’
‘Is morgen alweer het slachtfeest?’
Er was keihard gelach te horen, dus lachte ik mee.
‘Nee, volgens mij niet. Ik zit in Marrakech.’
‘Wat doe je daar?’
‘Dat vraag ik me ook af.’
‘Sorry?’
‘Ik zei: “De toerist uithangen.”’
‘Voor hoelang?’
‘Nog tien dagen.’
‘Tien dagen? Dat duurt me te lang. Lukt het je om morgenochtend terug te vliegen?’
‘Ehm, dat weet ik niet.’
De uitgever zei: ‘Als je een terugvlucht voor morgenochtend boekt, betaal ik die.’
‘Sorry maar dit gaat me veel te snel allemaal.’
Hij zei: ‘Mooie dingen gaan snel.’
Ondertussen kwam de herder lachend uit de bosjes terwijl hij zijn broek optrok en zijn riem met moeite dichtdeed. Hij keek mij voldaan aan, pakte zijn wandelstaf van de grond en zei: ‘Yallah, yallah.’ En aangezien hij met zijn wollige vrienden in kreten communiceerde, had die herdershufter het dus hoogstwaarschijnlijk tegen mij.
De uitgever vroeg: ‘Zie ik je dus morgen? Tekenen we meteen dat contract.’
Ik smeet de stok in de bosjes, baande me een weg uit de kudde en liep alleen verder in westelijke richting.
‘Ik ga even kijken of dat lukt.’
‘Laat je me weten wanneer je landt op Schiphol? Dan laat ik je door mijn chauffeur oppikken.’

 

Mano Bouzamour (Amsterdam, 19 maart 1991)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

Lieve tijd

Wat was het
Alles bij elkaar?

Eeuwige wijsheden
Kunnen ze van jou niet verwachten.
Misschien heb je iets gemist.

Liefdesaffaires en reizen?
De gezichten van de landen?
Je hebt tenslotte het een en ander gezien
Tussen Leningrad en San Francisco,
Evenwel onder onaangename omstandigheden
Maar dat maakt niet uit.

Oh, lieve tijd.

Je bent blij als je ongehinderd
Ergens loopt of ligt
Aan de bosrand bijvoorbeeld.

Bij heldere hemel een blik in de verte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hermann Lenz

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Verloren gezicht

Niemand vertellen wat je beweegt
Omdat het iedereen zou verbazen
Die ’t zou vernemen.

Ook in de dood je gezicht behouden,
Met een glimlach indien mogelijk,
En niet al te gekrompen.

Of denk je: wat kan het jou schelen?
Wie gaat er naast je die de beslissing neemt?

Niemand. Voor het eeuwige
Heb je zelfs je gezicht niet nodig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Ulrike Syha, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: Submission (Vertaald door Lorin Stein)

“In that time he had managed to write books that made me consider him a friend more than a hundred years later. Much, maybe too much, has been written about literature. (I know better than anyone; I’m an expert in the field.) Yet the special thing about literature, themajor art form of a Western civilization now ending before our very eyes, is not hard to define. Like literature, music can overwhelm you with sudden emotion, can move you to absolute sorrow or ecstasy; like literature, painting has the power to astonish, and to make you see the world through fresh eyes. But only literature can put you in touch with another human spirit, as a whole, with all its weaknesses and grandeurs, its limitations, its pettinesses, its obsessions, its beliefs; with whatever it finds moving, interesting, exciting, or repugnant. Only literature can grant you access to a spirit from beyond the grave—a more direct, more complete, deeper access than you’d have in conversation with a friend. Even in our deepest, most lasting friendships, we never speak so openly as when we face a blank page and address an unknown reader. The beauty of an author’s style, the music of his sentences, have their importance in literature, of course; the depth of an author’s reflections, the originality of his thought, certainly can’t be overlooked; but an author is above all a human being, present in his books, and whether he writes very well or very badly hardly matters—as long as he gets the books written and is, indeed, present in them. (It’s strange that something so simple, so seemingly universal, should actually be so rare, and that this rarity, so easily observed, should receive so little attention from philosophers in any discipline: for in principle human beings possess, if not the same quality, at least the same quantity, of being; in principle they are all more or less equally present; and yet this is not the impression they give, at a distance of several centuries, and all too often, as we turn pages that seem to have been dictated more by the spirit of the age than by an individual, we watch these wavering, ever more ghostly, anonymous beings dissolve before our eyes.) In the same way, to love a book is, above all, to love its author: we wish to meet him again, we wish to spend our days with him. During the seven years it took me to write my dissertation, I got to live with Huysmans, in his more or less permanent presence. Born in the rue Suger, having lived in the rue de Sèvres and the rue Monsieur, Huysmans died in the rue Saint-Placide and was buried in Montparnasse. He spent almost his entire life within the boundaries of the Sixth Arrondissement of Paris, just as he spent his professional life, thirty years and more, in the Ministry of the Interior and Ecclesiastical Affairs.”

 
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)
Cover van de Engelse uitgave

 

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook alle tags voor Victor Hugo op dit blog.

Extase

Et j’entendis une grande voix.
Apocalypse.

J’étais seul près des flots, par une nuit d’étoiles.
Pas un nuage aux cieux, sur les mers pas de voiles.
Mes yeux plongeaient plus loin que le monde réel.
Et les bois, et les monts, et toute la nature,
Semblaient interroger dans un confus murmure
Les flots des mers, les feux du ciel.

Et les étoiles d’or, légions infinies,
À voix haute, à voix basse, avec mille harmonies,
Disaient, en inclinant leurs couronnes de feu ;
Et les flots bleus, que rien ne gouverne et n’arrête,
Disaient, en recourbant l’écume de leur crête :
― C’est le Seigneur, le Seigneur Dieu!

 

Le Poète Au Calife

Tous les habitants de la terre sont devant lui comme un néant; i
l fait tout ce qui lui plaît ; et nul ne peut résister à sa main puissante, ni lui dire:
Pourquoi avez-vous fait ainsi ?
Daniel.

Ô sultan Noureddin, calife aimé de Dieu !
Tu gouvernes, seigneur, l’empire du milieu,
De la mer rouge au fleuve jaune.
Les rois des nations, vers ta face tournés,
Pavent, silencieux, de leurs fronts prosternés
Le chemin qui mène à ton trône.

Ton sérail est très grand, tes jardins sont très beaux.
Tes femmes ont des yeux vifs comme des flambeaux,
Qui pour toi seul percent leurs voiles.
Lorsque, astre impérial, aux peuples pleins d’effroi
Tu luis, tes trois cents fils brillent autour de toi
Comme ton cortège d’étoiles.

Ton front porte une aigrette et ceint le turban vert.
Tu peux voir folâtrer dans leur bain, entr’ouvert
Sous la fenêtre où tu te penches,
Les femmes de Madras plus douces qu’un parfum,
Et les filles d’Alep qui sur leur beau sein brun
Ont des colliers de perles blanches.

Ton sabre large et nu semble en ta main grandir.
Toujours dans la bataille on le voit resplendir,
Sans trouver turban qui le rompe,
Au point où la mêlée a de plus noirs détours,
Où les grands éléphants, entre-choquant leurs tours,
Prennent des chevaux dans leur trompe.

Une fée est cachée en tout ce que tu vois.
Quand tu parles, calife, on dirait que ta voix
Descend d’un autre monde au nôtre ;
Dieu lui-même t’admire, et de félicités
Emplit la coupe d’or que tes jours enchantés,
Joyeux, se passent l’un à l’autre.

Mais souvent dans ton cœur, radieux Noureddin,
Une triste pensée apparaît, et soudain
Glace ta grandeur taciturne ;
Telle en plein jour parfois, sous un soleil de feu,
La lune, astre des morts, blanche au fond d’un ciel bleu,
Montre à demi son front nocturne

 
Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Cover

 

De Nederlandse dichter Carel Steven Adama van Scheltema werd geboren in Amsterdam op 26 februari 1877. Zie ook alle tags voor Adama van Scheltema op dit blog.

Stadsklokken

Een laatste roep der donkre stad verzonk,
Het zwijgend water wiegde gouden spranken,
Nog poosde een late lichtschijn bij een kranke,
Bij zure arbeid, of een zoete dronk.

Toen galmde de verlaten stad en schonk
Een donkre stroom van volle bronzen klanken
In mijne open ziel, – ik boog tot danken,
Toen ’t dreunend antwoord in een cirkel klonk.

Zo breekt een lied uit elke hoge toren,
En slaat een band van jublende geluiden
Om ieder eenzaam hart, dat nog kan horen;

Een krans van klokken komt me ’t uur beduiden,
Daar stijgt mijn donkre ziel in lichte koren –
Daar slaat mijn hart, dat als een klok gaat luiden!

 

Vrede

Vrede spreid gij uw zachte vleugels
Over de donkere aarde heen –
Over de moede en de gewonden,
Over de duizenden, die verzwonden,
Over al de snikkende monden,
Die verbleekt zijn van geween!

Vrede daal gij uit de lichte sferen,
Waarheen gij vluchtet voor deze wereldsmart,
Daal over hen, die u hebben verraden,
En over de dwazen, die op u smaadden,
En over de blinden, die om u baden,
Daal – daal gij weder in ons hart!

Opdat uw liefde daar weder wone,
Opdat uw liefde ons weer genas –
Liefde bove’ onze ijdele wensen,
Liefde over alle ijdele grenzen,
Liefde alleen, van mens tot mensen,
Die eindelijk leerden wat liefde was!


Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924)
Rond 1915

 

De Engelse dichter George Granville Barker werd geboren op 26 februari 1913 in Loughton, Essex. Zie ook alle tags voor George Barker op dit blog.

At Thurgarton Church (Fragment)
To the memory of my father

Haunting the December
fields their bitter lives
entreat us to remember
the lost spirit that grieves
over these fields like a scarecrow.

That grieves over all it ever
did and all, all not
done, that grieves over
its crosspurposed lot:
to know and not to know.

The masterless dog sits
outside the church door
with dereliction haunting its
heart that hankers for
the hand that loved it so.

Not in a small grave
outside the stone wall
will the love that it gave
ever be returned, not for all
time or tracks in the snow.

More mourned the death of the dog
than our bones ever shall
receive from the hand of god
this bone again, or all
that high hand could bestow.

As I stand by the porch
I believe that no one has heard
here in Thurgarton Church
a single veritable word
save the unspoken No.


George Barker (26 februari 1913 – 27 oktober 1991)

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Ulrike Syha werd geboren op 26 februari 1976 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Ulrike Syha op dit blog.

Uit: Privatleben

“Es schneit noch nicht. Nebel legt sich die Hänge eines erstaunlich nichtssagenden Mittelgebirges. Ein kleiner Teil der Menschheit fährt mit dem Zug durch Deutschland.

ER Und um gleich mit der Wahrheit anzufangen: Ich gehöre dazu. Zu dieser Minderheit. Wir haben die Welt von unseren Kindern nur geliehen. Ich fürchte, es gibt eine Menge Leute, die behaupten würden, das sei eine Art Motto von ihnen. Sie wissen schon. Klimaschutz. Im Schlamm feststeckende, sterbende Pinguine und so weiter. Wir haben die Welt von unseren Kindern nur geliehen. Schrecklich. Um aber nicht bloß mit der Wahrheit anzufangen, sondern auch eine Weile bei ihr zu bleiben, müsste ich Ihnen an dieser Stelle eigentlich erklären, wie es dazu kam, dass ich keinen Führerschein mehr habe. Und auf die degradierende Mithilfe der Bahn angewiesen bin. Aber ich denke, diese kleine, für mich etwas beschämende Anekdote sparen wir uns noch auf.
DER SCHAFFNER Personalwechsel. Ihre Fahrkarten, bitte.
ER Für einen anderen Moment unseres geselligen Beisammenseins hier.
DER SCHAFFNER Hallo. Die Fahrkarte, der Her, wenn’s recht wäre.
ER Verstehen Sie mich bitte nicht falsch. Aber ich rede nicht übermäßig GERNE über mich und mein Privatleben.
SIE Was du nicht sagst.
ER Hm?
SIE Nichts. Du warst im Zug. Du warst im Zug und redest nicht übermäßig gerne über dich und dein Privatleben.
ER Ja. Ich bin im Zug. Und IIAHE zu diesem Zeitpunkt gar kein Privatleben, über das sich reden ließe.
DER SCHAFFNER Hallo? Jemand zu Hause? Ich hab nicht bis morgen Zeit.
ER Was? Oh, Entschuldigung. Hier, bitte.
DER SCHAFFNER Sie haben ja sogar eine Reservierung. Warum stehen Sie dann hier mitten im Gang?
ER Ich, äh — also —
DER SCHAFFNER Mit Ihrem Gepäck? Tut mir leid, aber das geht nicht.
ER Ich werfe einen wenig entspannten Blick auf den von mir reservierten Platz. An einem Vierertisch. Um den Tisch gruppiert: eine junge Mutter mit Kind. Eine Thennoskanne. Apfelschnitten. Eine Mittdreißigerin mit dunklen Locken, die so unentwegt telefoniert, seit sie eingestiegen ist, dass sie es bislang nicht mal geschafft hat, Trenchcoat und Hut auszuziehen. Trenchcoat und HUT. In welchem Jahrzehnt ist die denn stecken geblieben. Ihr gegenüber, am Fenster, auf meinem Platz natürlich, ein im Vollrausch vor sich hin.“

 
Ulrike Syha (Wiesbaden, 26 februari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

Verlorenes Gesicht

Niemand verraten, was dich bewegt,
Weil es jeden befremden würde,
Wenn er’s erführe.

Auch im Tod dein Gesicht behalten,
Möglichst mit einem Lächeln
Und nicht allzu geschrumpft.

Oder denkst du: was kümmert’s dich?
Wer geht neben dir, der die Entscheidung fällt?

Niemand. Vor dem Ewigen
Brauchst du nicht mal dein Gesicht.

 

Liebe Zeit

Was war es,
Im Ganzen gesehen?

Ewige Weisheiten
Können sie von dir nicht erwarten.
Vielleicht hast du etwas versäumt.

Liebschaften und Reisen?
Die Gesichter der Länder?
Immerhin sahest du mancherlei
Zwischen Leningrad und San Francisco,
Allerdings unter ungemütlichen Umständen,
Aber es macht nichts.

Ach, du liebe Zeit.

Froh bist du, wenn du unbehelligt
Irgendwo gehst oder liegst,
Am Waldrand zum Beispiel.

Bei klarer Luft ein Blick in die Weite.

 

Meeresluft

Milde Meeresluft.
Der Himmel zuweilen gewitterschwarz.

Dann ein Abendlicht,
Als wäre etwas zu finden,
Wenn einer unbeirrt westwärts fliegt.

Vielleicht leuchtende Ewigkeit.

 
Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

De Tsjechische schrijver en dichter Antonín Sova werd geboren op 26 februari 1864 in Pacov (Dt. Patzau). Zie ook alle tags voor Antonín Sova op dit blog.

Fields

Now wheatstalks massed turn yellow, ripening bounty,
down footpath mazes mystic music stringing,
portent of harvest-tide, in this, our county,
where now to hazel groves the birds come winging,
as stones glow, while the waters, shallow flowing,
their shell-strewn sandy courses are revealing,
the air sears hot, far hamlets dab-wise showing
on the horizon, contoured hills appealing…
The fields are tables, spread full brimming, golden…
Who laboured, let him reap, in peace enchanted.
By blood, sweat, calloused palms to Him beholden,
unto His folk, the Lord this land has granted.

 

Vertaald door Václav Z J Pinkava

 

The First Concert

Pallid, in black array he strode
And marked the hush beneath his feet,
The air breathed perfume out and heat,
The hall with russet lustre glowed. —

Gossamer-like before him shed.
In muslin, silk and lace arrayed,
Half in the light and half in shade,
Ladies in semi-circle spread.

Billows of dark and golden hair;
These scarlet lips, these eyes on fire!
See, silhouettes of black attire,
See, the lorgnettes with gloating stare!

His violin with dazing spell
Grips the hushed air in deep refrains,
From the piano gentle strains
In waves of joy and potence fell. —

His master, whose renown is o’er
Astray within some passage quakes,
In sudden dread within him wakes
His debut in the days of yore.

Critics to shun was his desire,
Their infamy and their applause,
Their hatred with its gaping jaws,
Whose will drags beauty in the mire.

Constrained afresh, he seeks the hall;
His shrivelled fingers, how they quiver! —
Perchance that someone will deliver
His name this evening from its fall?

 

Vertaald door Paul Selver

 
Antonín Sova (26 februari 1864 – 16 augustus 1928)
Rond 1910

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver en acteur Jean Teulé werd geboren op 26 februari 1953 in Saint-Lô, Manche. Zie ook alle tags voor Jean Teulé op dit blog

Uit: Entrez dans la danse

« Strasbourg – 12 juillet 1518
Rue du Jeu-des-Enfants, une femme sort d’une maison avec le sien dans les bras. Elle est blonde, constellée de taches de rousseur sur le nez et les pommettes sans doute dues au soleil encore brûlant aujourd’hui à l’approche de midi. Retenu au creux d’un coude gauche, le nourrisson ébloui, de trois mois, grimace. La jeune mère très mince, contre le front du petit, étend les doigts de sa main droite en visière pour le protéger de la lumière. Pâle, sans éclat ni luxe – robe grise de crin rêche et vaste voile noir usé enveloppant l’enfant nu dont la peau est si fragile –, ses pas la guident le long de la voie dans un choc régulier de sabots à travers des excréments en putréfaction, des odeurs fétides, des nuées de mouches. Aux abords d’une place entourée de façades à colombages, contre la porte d’un asile, décorée d’une croix, qu’on n’ouvre pas, des gens en haillons tambourinent. L’enfant frémit. La blonde lui bouche les oreilles. Il plisse ses lèvres pour pleurer, elle y dépose un index et traverse un marché vide sans rien aux étals. À présent, sous les arcades d’une rue plus large, les galets arrondis qui la pavent tordent les chevilles de la mère jusqu’à un imposant bâtiment officiel surmonté d’une girouette aux couleurs rouges et blanches de la ville. Elle poursuit tout droit, atteint, à l’ombre des remparts, un pont couvert chapeauté d’une toiture. Au milieu de cette passerelle, elle s’arrête et jette son enfant à la rivière. Dans une onde chargée de chaux éteinte, mauvaise à boire, le nourrisson balance. Ses petits membres y ondulent comme s’il dansait. Il culbute, roule parmi les remous pollués, pivote encore sur lui-même puis coule. Sa génitrice se retourne. Tout est dit pour elle. Par une venelle isolée où la misère pleure, pauvre voile sans boussole, sans étoile, elle s’égare ensuite sous le drapeau de l’évêché devant la somptueuse demeure privée de l’évêque. Un va-et-vient de lourdes cloches sonne midi à la cathédrale, plus haut édifice d’Occident. Celle qui a foutu son fils à la baille lève la tête. Un nuage passe. L’éclat du soleil se voile d’un crêpe alors les ombres roulent sur les sculptures des trois portails – représentations de saints, de prophètes, vices terrassés par des vertus, vierges sages et d’autres folles. Les statues intégrées à l’architecture, fondues dans la pierre, semblent en surgir et s’animer d’un pied sur l’autre. Les corps taillés dans du grès rose paraissent bouger autour des vitraux colorés de l’immense rosace. L’infanticide revient rue du Jeu-des-Enfants.”

 
Jean Teulé (Saint-Lô, Manche, 26 februari 1953)

 

De Nederlandse dichter, schrijver, letterkundige en theoloog Elias Annes Borger werd geboren in Joure op 26 februari 1784. Zie ook alle tags voor Elias Annes Borger op dit blog.

Uit: Iets voor mijn kind

Ja, treuren is mijn werk , en ’t huis een wildernis,
Waar eens het stil geluk de huwelijkstrouw bekroonde
Een stoel staat aan mijn zij, maar ‘k mis haar aan den disch,
Die eens mijn liefde en zorg, met liefde en zorg beloonde.

Komt mij , in d’ ochtendstond , het flaauwe schemerlicht
Aan de armen van den slaap , na korte rust , ontrukken,
Vergeefs in ’t rond gezocht , naar ’t vriendlijk aangezigt,
Om op dat beeld der deugd den morgenzoen te drukken.

Dan rijs ik uit het bed, bij ’t graauwen van den dag,
Om in den stillen hof, mijn’ boezem lucht te Geven.
De tuinmuur kaatst terug den weerklank van ’t geklag,
En elke kreet dien ‘k slaak , wordt weer in ’t oor gedreven.

Of wordt eens mijn gerucht vervangen door den wind,
Die lispelt in den top der hoogo notenboomen,
Dan hoort verbeelding haar, die mijne ziel bemint
En ‘k zie verrukt omhoog, alsof haar geest zal komen.

Neen ! ’t is mijn gade niet : zij is voor eeuwig heen.
Ik voel op ’t heet gelaat den kouden drop der bladen,
’t Geboomte hoort mijn klagt , en deelt in mijn geween;
En schijnt het treurig loof , in tranendauw te baden.

En ik verbied mijn’ zoon, zijn’ bittren nood en rouw
Te ontboezemen voor God der wenen schets en hoeder:
Neen, nooit heb ik bemind mijn vroeg gestorven vrouw
Zoo ik haar kind belet te weenen om zijn moeder.


Elias Annes Borger (26 februari 1784 – 12 oktober 1820)  

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Ulrike Syha, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: Onderworpen (Vertaald door Martin de Haan)

“Gedurende alle jaren van mijn naargeestige jeugd bleef Huysmans voor mij een metgezel, een trouwe vriend; nooit voelde ik twijfel, nooit overwoog ik op te geven of me op een ander onderwerp te richten. Toen, op een namiddag in juni 2007, na lang te hebben gewacht en al even lang te hebben getreuzeld, wat langer zelfs dan toelaatbaar was, verdedigde ik voor de jury van de universiteit Paris IV-Sorbonne mijn proefschrift: Joris- Karl Huysmans, of het einde van de tunnel. Meteen de volgende ochtend (of misschien dezelfde avond nog, dat kan ik niet met zekerheid zeggen, de avond van mijn promotie was eenzaam en erg alcoholisch) begreep ik dat een deel van mijn leven ten einde was, en waarschijnlijk het beste deel.
Datzelfde geldt in onze nog altijd westerse en sociaaldemocratische samenlevingen voor iedereen die klaar is met zijn studie, maar de meeste mensen beseffen het niet, of niet meteen, verblind als ze zijn door de drang naar geld, of misschien naar consumptie bij de primitiefsten, degenen die het sterkst verslaafd zijn geraakt aan bepaalde producten (zij vormen een minderheid, de meesten zijn bedachtzamer en bedaarder en raken domweg gefascineerd door geld, die ‘onvermoeibare Proteus’), en nog meer verblind door de drang om zich te bewijzen, een benijdenswaardige sociale positie te verwerven in een wereld waarvan ze aannemen en hopen dat die competitief is, daartoe geprikkeld door hun verafgoding van wisselende iconen: sportlieden, mode. of websiteontwerpers, acteurs en modellen.
Om diverse psychologische redenen die ik niet kan en niet wil analyseren, week ik vrij ver van een dergelijk patroon af. Op 1 april 1866, toen hij achttien jaar oud was, begon Joris-Karl Huysmans zijn carriere als ambtenaar zesde klas bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Eredienst. In 1874 bracht hij in eigen beheer een eerste bundel prozagedichten uit, Le drageoir à épices, die weinig recensies kreeg, afgezien van een bijzonder vriendschappelijk artikel van Theodore de Banville. Zijn debuut in het bestaan had niets opzienbarends, zoveel moge duidelijk zijn.
Zijn ambtelijke leven verstreek, en ook zijn leven in het algemeen. Op 3 september 1893 werd hem het Legioen van Eer toegekend voor zijn verdiensten binnen het overheidsapparaat. In 1898 ging hij met pensioen, toen hij – na verrekening van de periodes van buitengewoon verlof – zijn reglementaire dertig jaar dienst erop had zitten.”

 
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)
Cover van de Hongaarse uitgave

Doorgaan met het lezen van “Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Ulrike Syha, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger”

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: De kaart en het gebied (Vertaald door Martin de Haan)

“Op het schilderij staat Houellebecq tegenover een bureau bezaaid met beschreven of halfbeschreven vellen papier. Achter hem, op een afstand die naar schatting vijf meter bedraagt, is de witte muur volledig behangen met naadloos tegen elkaar geplakte, met de hand beschreven vellen. Ironisch genoeg, zo benadrukken de kunsthistorici, lijkt Jed Martin in zijn werkwijze bijzonder veel belang aan de tekst te hechten, zich volledig op de tekst te concentreren, zonder enige verwijzing naar de werkelijkheid. Alle literatuurhistorici bevestigen evenwel dat Houellebecq in de loop van zijn werkfase weliswaar graag de muren van zijn kamer volhing met allerhande documenten, maar dat het meestal foto’s betrof, afbeeldingen van de plaatsen waar hij de scènes van zijn romans situeerde; en zelden geschreven of halfgeschreven scènes. Toch, hoewel hij hem afbeeldt te midden van een wereld van papier, heeft Jed Martin waarschijnlijk geen standpunt willen innemen omtrent het vraagstuk van het realisme in de literatuur; evenmin heeft hij getracht Houellebecq in verband te brengen met een formalistisch standpunt, dat de schrijver trouwens expliciet had verworpen. Waarschijnlijk is de waarheid veel eenvoudiger en heeft hij zich laten meeslepen door een zuiver plastische fascinatie voor het beeld van die vertakte, onderling verbonden tekstblokken, die elkaar voortbrengen als een gigantische poliep.
Hoe dan ook besteedden weinig mensen bij de presentatie van het schilderij aandacht aan de achtergrond, die in de schaduw werd gesteld door de ongelofelijke expressiviteit van het personage. De schrijver, vereeuwigd op het moment dat hij net een door te voeren correctie heeft aangegeven op een van de vellen op het bureau vóór hem, lijkt in een trancetoestand te verkeren, bezeten van een furie die sommigen niet geschroomd hebben als demonisch te betitelen; zijn hand met de corrigerende pen, behandeld met een lichte bewegingsonscherpte, werpt zich op het vel ‘met de snelheid van een cobra die zich ontspant om toe te happen,’ zoals Wong Fu Xin het beeldend formuleert, waarschijnlijk met een ironische knipoog naar de clichés van metaforische overdaad die traditioneel met auteurs uit het Verre Oosten worden geassocieerd (Wong Fu Xin zag zichzelf in de eerste plaats als dichter; maar zijn gedichten worden nauwelijks meer gelezen en zijn zelfs niet eenvoudig meer te verkrijgen; terwijl zijn essays over het werk van Martin in kunsthistorische kringen nog altijd als een onontkoombare referentie gelden).”

 
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

Doorgaan met het lezen van “Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé”

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: Platform (Vertaald door Martin de Haan)

“Midden in een dronkenschap, vlak voor de totale versuffing, beleef je soms momenten van intense helderheid. De teloorgang van de seksualiteit in het Westen was onmiskenbaar een sociologisch verschijnsel van enorme omvang, het had geen zin dat te willen verklaren aan de hand van individuele psychologische factoren; toen ik een blik op Jean-Yves wierp, besefte ik dat hij een perfecte illustratie van mijn stelling vormde, het was bijna gênant. Niet alleen neukte hij niet meer en had hij ook geen tijd meer om het te proberen, erger nog, hij had er niet eens echt zin meer in, hij voelde het leven uit zijn lichaam wegvloeien, hij begon de geur van de dood te ruiken. ‘Toch…’ wierp hij na een lange aarzeling tegen, ‘heb ik gehoord dat er vrij veel belangstelling voor parenclubs is.’
‘Nee, die lopen juist steeds slechter. Er gaan veel nieuwe tenten open, maar die moeten binnen de kortste keren weer sluiten omdat ze geen klanten hebben. In feite zijn er in Parijs maar twee die overeind kunnen blijven, Chris et Manu en de 2 + 2, en ook die zijn alleen op zaterdagavond vol; voor een agglomeratie van tien miljoen inwoners is dat weinig, en het is veel minder dan begin jaren negentig. Partnerruil is leuk, maar de formule begint steeds meer uit de mode te raken, want de mensen hebben geen zin om wat dan ook te ruilen, laat staan hun partner, dat past niet meer bij de moderne mentaliteit. Volgens mij heeft het nu net zoveel overlevingskansen als het liften in de jaren zeventig. De enige categorie die momenteel echt in een behoefte voorziet, is de SM…’ Op dat moment wierp Valérie me een wanhopige blik toe en gaf me zelfs een schop tegen mijn schenen. Ik keek haar verbaasd aan, het duurde even voordat ik het begreep: nee, natuurlijk ging ik het niet over Audrey hebben; ik gaf een geruststellend knikje. Jean-Yves had de onderbreking niet eens opgemerkt.
‘Dus,’ vervolgde ik, ‘aan de ene kant zie je honderdduizenden westerlingen die alles hebben wat ze willen, maar geen seksuele bevrediging meer kunnen vinden: ze zoeken, ze zoeken onophoudelijk verder, maar ze vinden niets, en daar worden ze doodongelukkig van. Aan de andere kant zie je miljarden individuen die niets hebben, die omkomen van de honger, jong sterven, in erbarmelijke omstandigheden leven en niets anders meer hebben om te verkopen dan hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit. Het is zo klaar als een klontje: dit is een ideale ruilsituatie. De poen die daarmee te halen valt is haast onvoorstelbaar: meer dan in de informatica, meer dan in de biotechnologie, meer dan in de media-industrie; er is geen enkele economische sector die de vergelijking kan doorstaan.’

 
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

Doorgaan met het lezen van “Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé, Elias Annes Borger”

Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé

De Franse dichter en schrijver Michel Houellebecq werd geboren in Réunion op 26 februari 1956. Zie ook alle tags voor Michel Houellebecq op dit blog.

Uit: Soumission

“La sous-population qui dispose du meilleur taux de reproduction, et qui parvient à transmettre ses valeurs, triomphe ; à leurs yeux c’est aussi simple que ça l’économie, la géopolitique même ne sont que de la poudre aux yeux : celui qui contrôle les enfants contrôle le futur, point final. Alors le seul point capital, le seul point sur lequel ils (la Fraternité musulmane, ndlr) veulent absolument avoir satisfaction, c’est l’éducation des enfants. […] Chaque enfant français doit avoir la possibilité de bénéficier du début à la fin de sa scolarité d’un enseignement islamique.”,
(…)

“Je me rendais bien compte pourtant, et depuis des années, que l’écart croissant, devenu abyssal, entre la population et ceux qui parlaient en son nom, politiciens et journalistes, devait nécessairement conduire à quelque chose de chaotique, de violent et d’imprévisible. La France, comme les autres pays d’Europe occidentale, se dirigeait depuis longtemps vers la guerre civile, c’était une évidence…”
(…)

“Et ce combat nécessaire pour l’instauration d’une nouvelle phase organique de civilisation ne pouvait plus, aujourd’hui être mené au nom du christianisme ; c’était l’islam, religion sœur, plus récente, plus simple et plus vraie”

 
Michel Houellebecq (Réunion, 26 februari 1958)

Doorgaan met het lezen van “Michel Houellebecq, Victor Hugo, Adama van Scheltema, George Barker, Hermann Lenz, Antonin Sova, Jean Teulé”