Daniël Dee, Hans Magnus Enzensberger

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

Urban legend in de supermarkt

Als je toch naar de supermarkt gaat neem dan wat liefde voor me
mee, maar niet die goedkope van de Euro Shopper.

In Holland staat een supermarkt. En ze gaat in haar eentje naar de
supermarkt, op het moment dat een verloofde haar vriend in het bos
ziet bungelen aan een boom boven de auto waar ze op hem had
gewacht.

Het verhaal gaat dat er ooit een vakkenvuller heeft staan dansen bij
het toiletpapier, omdat een caissière met hem uit wilde gaan. Zo zijn
er meer fantastische verhalen.

In een ander huis wordt een babysitter keer op keer gebeld door een
onbekende die meldt dat ze naar de kinderen moet kijken…

Alles veramerikaniseert daarom koopt ze geen chocoladebroodjes bij
de broodafdeling, omdat ze niet in de plastic zakjes passen. Als ze
net iets te lang naar de tijdschriften staart, steelt iemand haar
winkelwagentje.

Het is niet leuk om single te zijn, het is onhandig. De maatschappij
is niet berekend op vrijgezellen. Elk product dat je koopt in de
supermarkt is voor minimaal twee personen of meer bedoeld.

Jaloezie voor alle moeders met hetzelfde masker van liefde voor hun
pasgeborenen. Jaloezie voor hangende pubers die gulzig goedkope
Lambrusco inslaan.

Ze snapt wel dat er soms mensen doordraaien en met een uzi of
ander semi-automatisch wapen een supermarkt inlopen. Het zijn die
hufters die stralen van hun eigen zelfvoldane gelijk die je tot het
uiterste drijven.

Ze probeert uit alle macht niet te denken aan een supermarktinfarct
met zuchtende sissende klanten aan de kassa. Ze denkt er toch aan.
Op de hoek van mijn straat, voor de supermarkt zit een zwerver. De
armzalige sloeber heeft een kartonnen bordje voor zich gestald met
de tekst: ‘Twee vrouwen en een kind te onderhouden.’

Twee vrachtwagens komen in botsing. De achterdeuren van de een
klappen open. Apenkadavers rollen de straat in. Een onbemand
winkelwagentje rolt de parkeerplaats af.

 

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

De nieuwe mens

Deze nieuwe mens
ziet er vreemd uit.

Aangenaam,
deze ongelijkenis.

“Helemaal z’n vader.”
Hopelijk niet.

Hij werkt hard,
brengt geluid voort.

Wij komen er niet achter,
wat hij wil.

Ademt, verteert,
kruipt, jammert.

aarzelend ontdekt hij
de Tweeëenheid.

Klautert aan woorden
omhoog, oefent

schommelen, wippen,
stoutmoedigheid, angst.

Op een dag, slimmer
dan wij, verbluft hij ons.

Dan, terwijl wij
langzaam sterven,

gaat hij ons, onstuitbaar,
steeds meer gelijken.

 

Vertaald door Monique de Waal

 

Hans Magnus Enzensberger
(Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn blog van 12 november 2018 en ook mijn blog van 12 november 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Kinderfest im Herbst (Hoffmann von Fallersleben), Hans Magnus Enzensberger

Bij Sint Maarten

 

Sint Maarten door Rolf Dieter Meyer-Wiegand., z.j.

 

Kinderfest im Herbst

Doch ehe der Herbst uns ganz verläßt,
So bringt er uns noch ein Kinderfest:
Sobald es Abend, zieh’n wir aus
Und wandern singend von Haus zu Haus,

Und bitten dem heiligen Martin zu Ehren
Uns kleinen Kindern was zu bescheren.
Da reicht man uns Äpfel und Nüsse dar,
Zuweilen auch Honigkuchen sogar.

Wir sprechen unsern Dank dafür aus
Und wandern dann in ein anderes Haus.
Nun laßt uns heute singen auch
Wie’s ist am Martinstag der Brauch!

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874) Schloss Fallersleben. Tegenwoordig is in een vleugel van het slot het Hoffmann von Fallersleben museum gevestigd.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Raddraaier

iets waaraan men zich vastklampen kan,
bijvoorbeeld prikkeldraad.
iets onvergankelijks,
mijnentwege een houten been.
ja wie dat had,
een houvast.

of althans in zijn hoofd
een gave wereld,
laat ons zeggen: drie pond cement.

wat willen jullie, ik beken.
onder mijn haren
wil het niet hard worden.

verdekt opgesteld onder de wol
mijn samenzweringstoestel:
doodsvijand van alles
wat ons heilig moet zijn
en basta.

tien hoog tien cellen:
als dat geen hoogverraad is!
ik heb niets aan te voeren
tot mijn verdediging.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba, William Matthews

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

Creditur

Schon das schiere Nichts
hat es in sich.
Bauchschmerzen
für Metaphysiker.
Die Null zu erfinden
war kein Zuckerlecken.

Als dann auch noch
irgendein Inder
auf die Idee kam, etwas
könne weniger sein als nichts,
streikten die Griechen.

Auch den Gottesgelehrten
war nicht wohl dabei.
Blendwerk, hieß es,
eine Versuchung des Teufels.

Das sollen natürliche Zahlen sein,
riefen die Zweifler,
minus eins, minus eine Milliarde?

Nur wer Geld hatte,
und das waren die wenigsten,
der hatte keine Angst:

Schulden, Abschreibungen,
doppelte Buchführung.
Die Welt wurde abgezinst.
Die Arithmetik – ein Füllhorn.

Wir haben alle Kredit,
sagten die Banker.
Eine Sache des Glaubens.

Seitdem wird immer größer,
was weniger ist als nichts.

 

Die Instrumente

Augenschere, Marknagel, Blasensprenger –
man hört es nicht gerne.
Selbst die Chirurgen hüten sich,
uns den Hohlmeißel vorzuführen,
das wäre zu hart, den Uteruslöffel,
das wäre nicht höflich, die Hirnspatel
und den Leberhaken. Erst, wenn es weh tut,
in der Notaufnahme, vertrauen wir uns
mit geschlossenen Augen der Penisklemme,
dem Blutschöpfer an. Ja, dann!
Gebenedeit, heißt es, jetzt auf einmal,
seid ihr, Vulvaspreizer und Knochenraspel,
unsre einzige Hoffnung,
kurz vor der letzten Ölung.

 

Vrije tijd

Grasmaaier, zondag,
die de seconden maait
en het gras.

Er groeit gras
over het dode gras
dat over de doden is gegroeid.

Wie dat horen kon!

De maaier dreunt,
overstemt
het schreiende gras.

De vrije tijd vreet zich vet.
Wij bijten geduldig
in het frisse gras.

 

Vertaald door René Smeets


Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

The barbarians’ return

In the evening
when the Barbarians return from the West mounted on concepts,
sent as emissaries of huge salami factories,
don’t ask about their horses,
put out the fire
stuff your mouth with embers
fill your memory with ashes
and head for the Himalayas with your trumpet
cultivate avalanches
change your sex, name or Linnaean kingdom
mingle with a gaggle of geese
go honk-honk and seize
the moment – be an Eskimo
when the green ice-nerve in Antarctica
slowly relaxes
propose to the plump lascivious seal
lick honey from the federal administrator’s fingers
or simply stand meekly and listen to
the howl of the crude oil of the locomotive
giving birth in the middle of the field without a midwife
to a procession of tiny luminous creatures.

 

Nature’s democracy

In March dustbins explode
splattering the neorealist darkness
with flame-red cats.
The town boils below their greedy phosphorus
a kiss smelling saccharine like brimstone,
pregnant women might suddenly flow into the room
but for the heavy sandbags
grumbling in front of the TV
blowing into the eternal soup.
Swarms of butterflies slip under girls’ skirts
and my hand falls heavy with pollen.
A tiny thermoelectric generator installed in fools’ mouths
now reaches full productivity
(poor and lazy, I’m not the least afraid).
A child pisses on the church steeple
and God welcomes the warm jet
like a rheumatic heel that needs soothing.
A rotten potato tossed on the empty plot of ground
shows its little green penis
like a sign of nature’s democracy.


Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Carlos Fuentes overleed op de 15e mei van dit jaar. Zie ook alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

Uit: The Years with Laura Diaz

“I got up early to take care of my business before the film team set up in front of Diego’s murals. It was 6 a.m. in the month of February. I expected darkness. I was ready for it. But its duration sapped my energy.
“If you want to do some shopping, if you want to go to a movie, the hotel limo can take you and pick you up,” they told me at the reception desk.
“But the center of town is only two blocks from here,” I answered, both surprised and annoyed.
“Then we can’t take any responsibility.” The receptionist gave me a practiced smile. His face wasn’t memorable.
If the guy only knew that I was going farther, much farther, than the center of town. Though I didn’t know it yet, I was going to reach the heart of this hell of desolation. Walking quickly, I left behind the cluster of skyscrapers arranged like a constellation of mirrors — a new medieval city protected against the attacks of barbarians — and it took me only ten or twelve blocks to get lost in a dark, burned-out wasteland of vacant lots pocked with scabs of garbage.
With each step I took — blindly, because it was still dark, because the only eye I had was my camera, because I was a modern Polyphemus with my right eye glued to the Leica’s viewfinder and my left eye closed, blind, with my left hand extended forward like a police dog, groping, tripping sometimes, other times sinking into something I could smell but not see — I was penetrating into a night that was not only persisting but being reborn. In Detroit, night was born from night.
I let the camera drop onto my chest for an instant, I felt the dull blow over my diaphragm — two diaphragms, mine and the Leica’s — and the sensation was repeated. What surrounded me was not the prolonged night of a winter dawn; it wasn’t, as my imagination would have me believe, a nascent darkness, disturbed companion of the day.
It was permanent darkness, the unexpected darkness of the city, its companion, its faithful mirror. All I had to do was turn right around and see myself in the center of a flat, gray lot, adorned here and there with puddles, fugitive paths traced by fearful feet, naked trees blacker than this landscape after a battle. In the distance, I could see spectral, broken-down Victorian houses with sagging roofs, crumbling chimneys, empty windows, bare porches, dilapidated doors, and, from time to time, the tender and immodest approach of a leafless tree to a grimy skylight. A rocking chair rocked, all by itself, creaking, reminding me, vaguely, of other times barely sensed in memory …”


Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)
Cover Mexicaanse uitgave

 

De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Zie ook allle tags voor Nilgün Yerli op dit blog.

Uit: De garnalenpelster

“Mijn moeder zei: ‘Ik begrijp dat je in de war bent, als we nu in Turkije woonden dan leefde je in één soort geloof en wanneer er maar één is van iets dan is er geen verwarring, maar zodra je kunt vergelijken komt er verwarring en een tijd om te kiezen.’
‘Moet ik dan kiezen voor een geloof?’
‘Kijk, er zijn vele geloven, maar er is maar één God, en dat zorgt er in ieder geval voor dat je niet verward daarover raakt.’
‘Maar als er maar één god is, waarom zijn er dan zoveel geloven?’
‘Er zijn toch ook zoveel soorten mensen.’
‘Ja, en dus?’
‘De kern en het uitgangspunt van bijna alle geloven is reinheid, puurheid, eerlijkheid, behulpzaamheid en dat er een God is. Maar ieder geloof heeft zijn eigen regels. Zo zijn er bij de islam vijf geboden: een bezoek naar Mekka, zekat: hulp aan de armen, vijf maal daags bidden, vasten in de vastenmaand en geloven in een God de almachtige.’
‘Ja, en geen varkensvlees eten, en vrouwen moeten een hoofddoek op, en mannen moeten besneden worden, en vrouwen mogen niks, en geen alcohol drinken, je zegt wel dat er maar vijf geboden zijn maar er zijn honderden andere regels die er nog bijkomen.’
Mijn moeder glimlachte, en als zij glimlachte dan leek dat een zon die scheen op een grauwe dag. […] Zij wist alles in mijn ogen.
‘Luister, je bent nog maar tien jaar. Toen ik zo oud was als jij, had ik deze vragen ook en ik ging naar mijn vader. […] Om te beginnen hoefde ik helemaal geen hoofddoek op als ik dat niet wilde, daar kwam bij, dat het alles met de interpretatie van de koran had te maken.’

 
Nilgün Yerli (Kirsehir, 11 november 1969)
Cover

 

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook alle tags voor Luigi Malerba op dit blog.

Uit: Uit het dagboek van een dromer (Vertaald door F.J.P. Verbrugge)

“Rome, 10-11 januari
Tegen de heuvel is iets ergs gebeurd, een spoorwegongeluk misschien. Midden door dorre takken heen klim ik omhoog, met grote moeite. Er liggen lichamen op de grond, verminkt, verbrand, even beneden de spoorlijn waarop nu in zijn eentje een goederenwagon aan komt rijden die stopt op de plaats van het ongeluk. De wagon lijkt onecht, van karton. Uit de warhoop van verminkte lichamen richten zijn twee gestalten op: een vrouw, in het donker gekleed, mager, jong van lichaam, met een verbrande stomp op de plaats van het hoofd; en zij verwijdert zich samen met een man, eveneens met een hoofd dat veranderd is in een vormeloze klomp kool. Ik identificeer me met de man, ik bèn de man met het verkoolde hoofd, en ik spoor de vrouw aan om naar een plaats niet veraf te gaan waar iets aan de hand is wat ons aangaat. De weg is niet lang, maar zwaar en ongewis door de toestand van de twee, die struikelen over de stenen, elkaar beurtelings op de been houden terwijl ze zigzag voortgaan, en het pad, dat over woest terrein loopt, kwijtraken en weer terugvinden. Tenslotte komen de twee aan (wij komen aan) op een open plek, beschut door dicht en hoog struikgewas. De jonge vrouw zonder hoofd strekt zich uit in het gras, volkomen uitgeput. Ze ademt moeizaam, ze is duidelijk aan het einde van haar krachten. Nu komt er een onheilspellende figuur met een bijl in de hand, een soort groffe, ruige boerenkerel, en zonder een moment te verliezen haalt hij uit en slaat het blad van de bijl diep in de zij van de vrouw. Het probleem van het doden van de vrouw, een daad die niet gesteld had kunnen worden als de vrouw eerder gestorven was, lijkt opgelost. Helaas is het nu míjn beurt. Op dit punt word ik wakker.”


Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

De Amerikaanse dichter en essayist William Procter Matthews III werd geboren op 11 november 1942 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor William Matthews op dit blog.

The Bear at the Dump

Amidst the too much that we buy and throw
away and the far too much we wrap it in,
the bear found a few items of special
interest—a honeydew rind, a used tampon,
the bone from a leg of lamb. He’d rock back
lightly onto his rear paws and slash
open a plastic bag, and then his nose—
jammed almost with a surfeit of rank
and likely information, for he would pause—
and then his whole dowsing snout would
insinuate itself a little way
inside. By now he’d have hunched his weight
forward slightly, and then he’d snatch it back,
trailed by some tidbit in his teeth. He’d look
around. What a good boy am he.
The guardian of the dump was used
to this and not amused. “He’ll drag that shit
every which damn way,” he grumbled
who’d dozed and scraped a pit to keep that shit
where the town paid to contain it.
The others of us looked and looked. “City
folks like you don’t get to see this often,”
one year-round resident accused me.
Some winter I’ll bring him down to learn
to love a rat working a length of subway
track. “Nope,” I replied. Just then the bear
decamped for the woods with a marl of grease
and slather in his mouth and on his snout,
picking up speed, not cute (nor had he been
cute before, slavering with greed, his weight
all sunk to his seated rump and his nose stuck
up to sift the rich and fetid air, shaped
like a huge, furry pear), but richly
fed on the slow-simmering dump, and gone
into the bug-thick woods and anecdote.

 

Bedtime

Usually I stay up late, my time
alone. Tonight at 9o I can tell
I’m only awake long enough
to put my sons to bed.
When I start to turn off lights
the boys are puzzled. They’re used
to entering sleep by ceding to me
their hum and fizz, the way they give me
50¢ to hold so they can play
without money. I’m their night-light.
I’m the bread baked while they sleep.
And I can scarcely stand up, dry
in the mouth and dizzied
by fatigue. From our rooms
we call back and forth the worn
magic of our passwords and let one
another go. In the morning Sebastian
asks who was the last to fall
asleep and none of us cares or knows.

 
William Matthews (11 november 1942 – 12 november 1997)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

Zungenwerk

Dein seltsamer, stockender Singsang,
jahrzehntelang fortgesetzt,
und der Singsang des Andern –
Flüstern, Summen, Keuchen, Stammeln –
wirre Wirbelstürme im Luftmeer:

Der gewandteste unter den Muskeln,
die Zunge allein – denke dir
eine einsame Zunge,
die sich vor dir auf dem Teller windet –,
die Zunge allein tut es nicht.

Seufzen, Murmeln, Schreien und Radebrechen –
»Qui la sua voce soave«, »Zu Befehl«,
»London Interbank Offered Rate«,
oder Verwickelteres
wie Koran oder Kosmologie:

Da geht es nicht ab ohne Blasebalg,
Ansatzrohr, Resonanzhöhlen;
da werden Knorpel gedreht, gekippt;
Deckel heben und senken,
Öffner und Schließer

spannen sich und erschlaffen,
Fasern, Membranen werden erregt,
immer so fort, innen,
im Andern, arbeitet es,
es arbeitet, innen, in dir:

eine Polsterpfeife, ein Zungenwerk,
unberechenbar, schwer verständlich,
ein chaotischer Oszillator,
immer so fort, bis ihr versteht,
oder bis euch die Luft ausgeht.

 

Für Karajan und andere

Drei Männer in steifen Hüten
vor dem Kiewer Hauptbahnhof –
Posaune, Ziehharmonika, Saxophon –

im Dunst der Oktobernacht,
die zwischen zwei Zügen zaudert,
zwischen Katastrophe und Katastrophe:

vor Ermüdeten spielen sie, die voll Andacht
in ihre warmen Piroggen beißen
und warten, warten

ergreifende Melodien, abgetragen
wie ihre Jacken und speckig
wie ihre Hüte, und wenn Sie da

fröstelnd gestanden wären unter Trinkern,
Veteranen, Taschendieben,
Sie hätten mir recht gegeben:

Salzburg, Bayreuth und die Scala
haben dem Bahnhof von Kiew
wenig, sehr wenig voraus.

 
Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Doorgaan met het lezen van “Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba”

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba, Kurt Vonnegut

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

A

Bevor du B sagst, verweile doch,
horch, bedenk,
was du gesagt hast. Ein Vokal,
der wenig bedeutet,
viel in Bewegung setzt.
Einmal den Mund aufgemacht,
und du treibst deine sterbliche Hülle
zu Leistungen an
von kosmischer Komplexität:
ganze Kaskaden von Reizen,
Berechnungen, Turbulenzen,
hinter dem Rücken dessen,
der Ich ist – vom Gehirn,
das nicht redet
und jeder Wissenschaft spottet,
zu schweigen.

 

Das somnambule Ohr

Wie sollst du je wieder einschlafen,
wenn in der menschenleeren Stunde
ehe es hell wird,
das Haus klopft und scharrt,
wenn du es murmeln hörst
hinter der Wand?

Diese Schüsse, kommen sie aus einem Film,
den niemand sieht,
oder stirbt da einer im Treppenhaus?
Etwas gurrt, wo keine Taube lebt,
etwas ächzt – ein alter Kühlschrank
oder ein längst verschwundenes Liebespaar.

In den Ventilen zischt das Gas.
Es werden schwere Möbel gerückt.
Etwas tropft. Der Dampf tickt.
Das Wasser stürzt durch die Röhren.
Wer trinkt, wer duscht,
wer entleert sich da?

Und als es endlich still ist –
das Haus hält vor Angst die Luft an –,
vernimmst du ein Sirren,
fast jenseits des Hörbaren,
geisterhaft dünn wie der glitzernde Ring
eines unaufhaltsamen Zählers,

der sich im Dunkeln dreht.

 
Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Doorgaan met het lezen van “Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba, Kurt Vonnegut”

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

Der Untergang der Titanic – Zwölfter Gesang

Von diesem Augenblick an verläuft alles planmäßig.
Der stählerne Rumpf vibriert nicht mehr, still
liegen die Maschinen, längst sind die Feuer gelöscht.
Was ist los? Warum machen wir keine Fahrt? Man lauscht.
Draußen im Korridor werden Rosenkränze gemurmelt.
Die See ist glatt, schwarz, glasig. Mondlos die Nacht.
Oh, es ist nichts! Es ist nichts zerbrochen an Bord,
keine Vase und kein Champagnerglas. Man wartet
in kleinen Gruppen, wortlos, geht auf und ab,
im Pelz, im Schlafrock, im Overall, man gehorcht.
Jetzt werden Taue aufgerollt, Planen fortgezogen
von den Booten, Davits ausgeschwenkt. Es ist,
als hätten die Passagiere Tabletten geschluckt. Dieser Mann z. B.,
der sein Cello hinter sich herzieht über das endlose Deck,
man hört, wie der Sporn an den Planken kratzt,
immerzu kratzt, kratzt und man fragt sich: Wie
ist das nur möglich? – Ah! schau! eine Notrakete! –
Aber es ist nur ein schwaches Zischen, schon verpufft
am Himmel, im Widerschein die Gesichter bläulich und leer.
Still stehen Liftboys, Masseusen und Bäcker Spalier.
Auf der California, einem alten Kahn, zwölf Meilen weiter,
dreht sich in seinem Bett der Funker um und schläft ein.
Achtung Achtung! Frauen und Kinder zuerst! – Wieso eigentlich?
Antwort: We are prepared to go down like gentlemen. –
Auch gut. – Sechzehnhundert bleiben zurück. Die Ruhe an Bord
ist unvorstellbar. – Hier spricht der Kapitän. Es ist genau
zwei Uhr, und ich befehle: Rette sich wer kann! – Musik!
Zur letzten Nummer erhebt der Kapellmeister seinen Stock.

 

Avondjournaal

Bloedbad om een handvol rijst,
hoor ik, voor elkeen elke dag
een handvol rijst: trommelvuur
op dunne hutten, onduidelijk
hoor ik het, bij het avondeten.

Op de geglazuurde dakpannen
hoor ik rijstkorrels dansen,
een handvol, bij het avondeten,
rijstkorrels op mijn dak:
de eerste maartregen, duidelijk.

Vertaald door René Smeets

 
Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Doorgaan met het lezen van “Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba”

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes

Bij Sint Maarten

 

 

Sint Maarten verdeelt de mantel door Anthony van Dyck, rond 1618

 

 

St. Martin’s Day

In damp dark, we parents and children
line up in groups behind teachers
in the Pausenhof of the Grundschule

to walk in procession to the park
behind the baroque palace. As we
move forward in unison, we sing songs

to celebrate the legend of a knight on horseback
who cut his cloak in half with his sword
to comfort a beggar on foot. The children

carry tiny flames through the dark
in lanterns they have made in school
and hooked to the end of sticks.

“Laterne, Laterne, Sonne, Mond und Sterne,”
they sing. In Elizabeth’s blue box burns
a candle illuminating a paper angel, an apple,

a moon, and a star cut out in construction
paper she glued together. Before the arched
Orangerie in the park, the children stand

in semicircles to sing. Some play recorders,
some play violins, some tap rhythm
on tambourines. Behind them, facing

us parents, is a big illuminated sheet,
before which silhouetted children
actors mime the action of Martin

and his beggar as classmates narrate their
lines. At the end, all sing the round
“Hebet die Laterne / Lift the lanterns,”

repeat the refrain “Licht zu bringen
in dieser Welt / To bring light into this
world,” and follow a rider on horseback

into the dark. As they wind along geometric
walkways in the Schlosspark, stringing
beads of light through the dark with their

handmade lanterns, I remember the first question
Elizabeth asked after we arrived in Erlangen:
“Daddy, do they celebrate Chanukah here?”

Fifty years after the Kristallnacht, I see
burning beads of light along looping walkways
merge into the menorah held in uplifted hands.

 

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

Doorgaan met het lezen van “Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes”

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger

Bij Sint Maarten

 

Sint-Maarten, Sint-Maarten

Sint-Maarten, Sint-Maarten
De koeien hebben staarten
De varkens hebben oren,
Daar zijn ze mee geboren.
De ossen hebben horens
De kerken hebben torens
De torens dragen klokken
De meisjes dragen rokken
De jongens hebben broeken aan
Daar komt sintemaarten aan

 

El Greco, Sint Maarten en de bedelaar, 1597/1599

 

Sankt Martin

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin ritt durch Schnee und Wind,
Sein Roß, das trug ihn fort geschwind.
Sankt Martin ritt mit leichtem Mut,
Sein Mantel deckt’ ihn warm und gut.

Im Schnee saß, im Schnee saß,
Im Schnee, da saß ein armer Mann,
Hatt Kleider nicht, hatt Lumpen an.
“O helft mir doch in meiner Not,
Sonst ist der bitt’re Frost mein Tod!”

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin zog die Zügel an,
Sein Roß stand still beim armen Mann.
Sankt Martin mit dem Schwerte teilt
Den warmen Mantel unverweilt.

Sankt Martin, Sankt Martin,
Sankt Martin gab den halben still:
Der Bettler rasch ihm danken will
Sankt Martin aber ritt in Eil
Hinweg mit seinem Mantelteil.

 

Jacob van Oost de Oudere (1603 – 1671), Sint Martin

Doorgaan met het lezen van “Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger”

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Call it love

Jetzt summen in den nackten Häusern die Körbe

auf und nieder

lodern die Lampen

betäubend

schlägt der April durchs gläserne Laub

springen den Frauen die Pelze im Park auf

ja über den Dächern preisen die Diebe den Abend

als hätte wie eine Taube aus weißem Batist

als hätte unvermutet und weiß und schimmernd

die Verschollene hinter den Bergen, den Formeln,

die Ausgewiesne auf den verwitterten Sternen,

ohne Gedächtnis verbannt

ohne Paß ohne Schuhe

sich niedergelassen auf ihre bittern

todmüden Jäger

Schön ist der Abend.

Das Nelkenfeld

Wie dein Gesicht, eine tausendblättrige Alba, so hell,

eine Schar sich öffnender Tage:

und ich, mich freuend an dem was unzählig ist, zähle,

bis es dunkel wird, den Duft dieser Wimpern,

wie sie die kurze Zeit bebend blühn in der Brise,

und rate ratlos, wohin

wird das Unglück die Schneisen zeichnen

für den Einflug der Fledermäuse,

die fallen herab ins zarte Feld

wie Neurosen des Himmels,

ins zarte Feld, das nichts verderben kann,

und nichts kann es retten,

das nichts und niemand erretten kann,

und niemand kann es verderben.

Obsession

Im Rauch, auf seinem Schleudersitz denkt der Pilot,

im Sturzflug, auch in seiner Zelle der Ausgehungerte,

auch der betäubte Greis in der Klinik, auch der Einsiedler

in der Wüste denkt, wie ich, wie der überflüssige,

der auf den Füßen geht über den trüben Boulevard

an Frauen, an dunkle Frauen, die blond sind, fieberhaft,

an ihren Geruch, an das Perlmutt der Fingernägel

auf dem blonden Haar der dunklen Frauen, die schlaflos

und matt an den heiligen Mann in der Klinik denken,

an den Stürzenden auf seinem Strohsack, in seinerWüste,

selbst an den überflüssigen denken sie flüchtig, der wirr

und süchtig auf demWeg zum Fluß mit sich selber spricht

und an nichts denken kann, nur an die Frauen,

die dunklen Frauen, die jetzt vielleicht an ihn denken,

wie er hungrig über die Brcke taumelt im Dunkeln.

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Doorgaan met het lezen van “Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli”

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2006 en ook mijn blog van 11 november 2007 en ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2009.

 

 

Zum Abgewöhnen 

 

Sie ist ja so sensibel, die Ärmste.

Ein scheeler Blick, eine Absage,

ein bißchen Ärger, mir

macht das nichts aus, aber sie

ist weich im Nehmen.

 

Schon ist sie gekränkt,

beklagt sich, droht mit Migräne.

Dann wieder bockt sie, -stellt sich taub, will nicht,

spielt die Unergründliche.

.

Ja, diese ewige Nörglerin

geht mir oft auf die Nerven.

Aber was soll ich machen?

Unzertrennlich sind wir,

bis daß der Tod uns scheide,

.

meine Psyche und mich.

 

 

 

Nänie auf die Liebe

 

Dies haarige Zeichen
auf der Abortwand
wer erriete daraus
die Lieder der Tränen
die Gewitter der Lust
die tausend und eine Nacht
in der das Geschlecht der Menschen
wie ein Meerleuchten
sich verzehrt hat
bewahrt
und vergessen

 

Von Gezeugten
und Ungezeugten
zeugt nichts hier
als dies haarige Zeichen
eingeritzt
in die verkohlte Abortwand.

 

 

 

Aktaufnahme

 

Der Donner in der Augustnacht hat mich geweckt,
aber du hast das Laken fortgeworfen im Schlaf,
traumlos, unberührt vom elektrischen Sturm.
Magnesiumblitze blenden deine geschlossenen Lider.
Ein violettes Weiß leuchtet auf deiner atmenden Hüfte,
während tausendfach das tanzende Wasser auf dem Dach rasselt.

 

 

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut”