Marguerite Yourcenar, Nino Haratischwili, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Udo Kawasser, Frank Keizer

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“Besides, a good three-quarters of my life escapes this definition by acts: the mass of my wishes, my desires, and even my projects remains nebulous and fleeting as a phantom; the remainder, the palpable part, more or less authenticated by facts, is barely more distinct, and the sequence of events is as confused as that of dreams. I have a chronology of my own which is wholly unrelated to anything based on the founding of Rome, or on the era of the Olympiads. Fifteen years with the armies have lasted less long than a single morning at Athens; there are peoples whom I have seen much of through out my life whom I shall not recognize in Hades. Planes in space overlap likewise: Egypt and the Vale of Tempe are near, indeed, and I am not always in Tibur when I am here. Sometimes my life seems to me so commonplace as to be unworthy even of careful contemplation, let alone writing about it, and is not at all more important, even in my own eyes, than the life of any other person. Sometimes it seems to me unique, and for that very reason of no value, and useless, because it cannot be reduced to the common experience of men. No one thing explains me: neither my vices nor my virtues serve for answer; my good fortune tells more, but only at intervals, without continuity, and above all, without logical reason. But the mind of man is reluctant to consider itself as the product of chance, or the passing result of destinies over which no god presides, least of all himself. A part of every life, even a life meriting very little regard, is spent in searching out the reasons for its existence, its starting point, and its source. My own failure to discover these things has sometimes inclined me toward magical explanations, and has led me to seek in the frenzies of the occult for what common sense has not taught me. When all the involved calculations prove false, and the philosophers themselves have nothing more to tell us, it is excusable to turn to the random twitter of birds, or toward the distant mechanism of the stars.
Marullinus, my grandfather, believed in the stars. This tall old man, emaciated and sallow with age, conceded to me much the same degree of affection, without tenderness or visible sign, and almost without words, that he felt for the animals on his farm and for his lands, or for his collection of stones fallen from the sky. He was descended from a line of ancestors long established in Spain, from the period of the Scipios, and was third of our name to bear senatorial rank; before that time our family had belonged to the equestrian order. Under Titus he had taken some modest part in public affairs. Provincial that he was, he had never learned Greek, and he spoke Latin with a harsh Spanish accent which he passed on to me, and for which I was later ridiculed in Rome.”

 
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en Antinous, marmeren borstbeelden in het British Museum

 

De Georgische schrijfster en regisseuse Nino Haratischwili werd geboren op 8 juni 1983 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Nino Haratischwili op dit blog.

Uit: Het achtste leven (Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post) 

“Eigenlijk heeft dit verhaal meer dan één begin. Ik vind het moeilijk om er een te kiezen. Omdat ze allemaal het begin vormen. Je zou dit verhaal kunnen beginnen in een oud huis in Berlijn — niet bepaald opvallend en met twee naakte lichamen in bed. Met een man van zevenentwintig, een ongelofelijk getalenteerd musicus, die volop bezig is zijn ta-lent te vergooien aan zijn grillen, het onstilbare verlangen naar intimiteit en de drank. Maar je kunt het verhaal ook beginnen met een meisje van twaalf, dat besluit de wereld waarin ze leeft een nee in het gezicht te slingeren en op zoek te gaan naar een ander begin voor zichzelf en haar verhaal. Of je kunt helemaal teruggaan naar de wortels en daar beginnen. Of je begint met alle drie de mogelijkheden tegelijk.
Op het moment dat Aman Baron, die meestal ‘de baron of ook alleen ‘baron werd genoemd, me bekende dat hij hartverscheurend veel, ondraaglijk licht, schreeuwend luid en sprakeloos stil van me hield — en dat met een enigszins ziekelijke, verzwakte, illusieloze en bewust har-de liefde —, verliet mijn twaalfjarige nichtje Brilka haar hotel in Amsterdam en liep naar het station. Ze had alleen een rugzak bij zich, bezat nauwelijks contant geld en hield een broodje tonijn in haar hand. Ze wilde naar Wenen en kocht een voordelig weekendkaartje, dat alleen geldig was voor regionale treinen. Bij de receptie had ze een met de hand geschreven briefje achtergelaten, waarop stond dat ze niet van plan was om met de dansgroep naar haar vaderland terug te keren en dat het geen zin had om haar te zoeken. Precies op dat moment stak ik een sigaret op en kreeg ik een hoestbui — deels omdat het me te veel werd wat ik te horen kreeg, deels omdat ik me had verslikt in de rook. Aman, die ik zelf nooit ‘de baron noemde, kwam meteen naar me toe, klopte me zo hard op mijn rug dat ik geen lucht meer kreeg en keek me sprakeloos aan. Ook al was hij maar vier jaar jonger dan ik, toch voelde ik me tientallen jaren ouder en bovendien was ik hard op weg een tragische figuur te worden, zonder dat het echt iemand opviel, want ik was inmiddels een eersteklas huichelaar. Aan zijn gezicht zag ik hoe teleurgesteld hij was — zo’n reactie had hij na zijn bekentenis niet van me verwacht. Vooral niet nadat hij me had voorgesteld hem te vergezellen op de tournee waar hij over twee weken aan zou beginnen. Buiten begon het zachtjes te regenen, het was juni, een warme avond met gewichtloze wolken, die de hemel sierden als kleine dotjes watten. Toen ik mijn hoestbui te boven was en Brilka in de eerste trein van haar odyssee was gestapt, gooide ik de balkondeur open en plofte ik neer op de bank. Ik had het gevoel dat ik stikte. Ik woonde in een vreemd land, had het contact met de meeste mensen van wie ik ooit had gehouden en die vroeger iets voor me betekenden, verbroken en een gasthoog-leraarschap aangenomen, dat me weliswaar zekerheid verschafte, maar niets met mij te maken had.”

 
Nino Haratischwili (Tbilisi, 8 juni 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Lutz Seiler werd geboren op 8 juni 1963 in Gera. Zie ook alle tags voor Lutz Seiler op dit blog.

das neue reich

fernsprechrauschen, vogelhusten: zuerst gehst du
noch einmal alles durch in den gedanken; die
blaue waffelkachel gab es schon, brusthoch

der braune sockel, öl und
die gebüsch-motive: nadelnd, fast
musik ist das
herausrieseln der stimmen aus
den kugellampen. kein
labyrinth & keine chandoshysterien, nur

wortgeruch & falsche nelken: früher
war es nicht vergittert dieses fenster, nicht
gemarkert diese schrift komm in
den totgesagten technikpark – fischgrätenestrich

 

im felderlatein

einmal begründet sind wir ein bast
auf der borke
zu gast in der rinde & inneres kind
der ausfall strassen. diese

strassen sind eine leise gesprochene
sprache noch über das einmal
gesagte hinweg an den gärten
ins felderlatein. dort

sitzt das kind auf einem hügel die
welt ist aus sand gemurmelte sprachen
rollen nach innen wollen
auch wasser brücken

            & strassen
benötigen leise
rollende sprachen das
eigene kind im felderlatein

 
Lutz Seiler (Gera, 8 juni 1963)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Ulf Stolterfoht op dit blog.

[stechapfel]

stechapfel: symptomerinnerung verschwommen. ein ständiges
kommen und gehen. nichtsdestotrotz soll ich die kinder nämlich
nennen. also gut: tanzwut, tobsucht, lachkrämpfe – oft platzt da-
bei die kopfhaut ab. das lappt! und wird begleitet von stechendem
durst. immer ratsam krug most. apfel gegen apfel in stellung ge-
bracht. trink mit bedacht. vermeid es vor allem, den kellner zu

reizen. der guckt schon. spürt einen durst von anderer art. überhaupt
macht man das ganze besser daheim, lädt sich befreundete melisti
ein, beißt rein und weiß den waschraum in der nähe. noch schöner
natürlich im freien. drei plätze – geprüft und für besonders geeignet
befunden: der zwetschgengarten hinter dem schickhardtstraßen-
gesundheitsamt, sehr steil und strengstens verboten, einstieg von

oben, bei nacht. im winter nimmst du am besten den schlitten mit.
ähnlich versprechend, genauso steil und genauso verboten: der wein-
berg oberhalb knodels, mit mittigem sprinkler und hütte für giftler.
die wußte schon der clan zu nutzen. zum dritten, und gleichfalls stark
hängend, aber erlaubt: amoener hag zwischen waldeck und sonnen-
berg, für wirklich alle arten des mißbrauchs empfohlen: hier lagert

die stirn unter birnen, bereitet den apfel der chef. das beste sind ja
die kerne. unstern darüber, sich stetig steigernder zwang. die anderen
orte unterliegen dem bann, bei bösem verkrust und wirkmachtverlust.
ich aber, alleine dem leser verpflichtet, nenne noch drei: faßkeller
unter der sakristei, luftschutzbunker rebenreute und herrn nemsyans
geradezu himmlisches dunkel. auch da ward man manchmal geduldet.

 
Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

De Hongaarse schrijver en film- en theaterregisseur Péter Gárdos werd geboren op 8 juni 1948 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Péter Gárdos op dit blog.

Uit: Ochtendkoorts (Vertaald door Rebekka Hermán Mostert)

“Het was een wisselvallige zomerdag toen mijn vader Zweden binnenvoer.
De oorlog was net drie weken voorbij.
Er waaide een stormachtige noordenwind over de Oostzee en het schip dat op weg was naar Stockholm werd heen en weer gesmeten door metershoge golven. Mijn vader had een plek op het onderste middendek, waar de mensen op strozakken lagen en zich krampachtig aan de rand van hun ligplaats vastklampten om het verschrikkelijke deinen te weerstaan.
Nog geen uur na vertrek kreeg mijn vader het plotseling benauwd. Eerst hoestte hij bloederig schuim op en ging hij op zijn zij liggen, maar daarna begon hij zo luid te rochelen dat zijn doodsstrijd haast het geluid van de brekende golven tegen de scheepswand overstemde. Omdat hij als een ernstig geval werd beschouwd, was hij al bij voorbaat in de eerste rij vlak bij de klapdeuren gelegd. Zijn lichaam, licht als een veertje, werd nu door twee matrozen naar de naburige kajuit gedragen.
De scheepsarts aarzelde niet. Er was geen tijd voor pijnstillers. Hij stak een flinke naald tussen twee ribben in mijn vaders borstkas. Het was een godswonder dat de naald op de juiste plek uitkwam. Terwijl de arts een halve liter vocht tussen de longvliezen vandaan zoog, werd het zuigapparaat binnengebracht. De injectienaald werd vervangen door een kunststof buis, en met een pompje werd snel nog eens anderhalve liter vocht afgetapt.
Nu ging het beter met mijn vader.
Toen de kapitein op de hoogte werd gesteld van de succesvolle levensreddende actie, verleende hij de ernstig zieke man een grote gunst. Hij liet hem in een dikke deken gewikkeld op het bovendek plaatsnemen. Gezwollen wolken verzamelden zich boven het granietgrauwe water. De kapitein stond in een smetteloos uniform naast mijn vaders ligstoel.
‘Spreekt u Duits?’
Mijn vader knikte.
‘Gelukgewenst met uw ontsnapping.”


Péter Gárdos (Boedapest, 8 juni 1948)

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Zie ook alle tags voor Gwen Harwood op dit blog.

Last Meeting

Shadows grazing eastward melt
from their vast sun-driven flocks
into consubstantial dusk.
A snow wind flosses the bleak rocks,

strips from the gums their rags of bark,
and spins the coil of winter tight
round our last meeting as we walk
the littoral zone of day and night,

light’s turncoat margin: rocks and trees
dissolve in nightfall-eddying waters;
tumbling whorls of cloud disclose
the cold eyes of the sea-god’s daughters.

We tread the wrack of grass that once
a silver-bearded congregation
whispered about our foolish love.
Your voice in calm annunciation

from the dry eminence of thought
rings with astringent melancholy:
‘Could hope recall, or wish prolong
the vanished violence of folly?

Minute by minute summer died;
time’s horny skeletons have built
this reef on which our love lies wrecked.
Our hearts drown in their cardinal guilt.’

The world, said Ludwig Wittgenstein,
is everything that is the case.
– The warmth of human lips and thighs;
the lifeless cold of outer space;

this windy darkness; Scorpio
above, a watercourse of light;
the piercing absence of one face
withdrawn for ever from my sight.

 
Gwen Harwood (8 juni 1920 – 5 december 1995)
Taringa

 

De Nederlandse schrijver Herman Jan (Han) Friedericy werd op 8 juni 1900 geboren in Stadskanaal in de gemeente Onstwedde. Zie ook alle tags voor H. J. Friedericy op dit blog.

Uit: De nieuwe gast

“Singapore, donderdagmorgen 10 uur.

Dat zal de nieuwe kamergenoot zijn. Ik hoor de deur opengaan en koffers neerzetten. Ik kan niet zien wat er gebeurt, want ik houd de halve deurtjes, die de grote hotelkamer in tweeën delen, altijd gesloten. Na al deze jaren lijkt mij niets aantrekkelijker dan wat eenzaamheid en niets schijnt moeilijker te verwerven.
De Chinese boy zegt iets en een Engelse, wat hese stem antwoordt. Het is de stem van een dikke man van een jaar of vijftig, van een man, die er alles van weet en die zich geen knollen voor citroenen laat verkopen. Zelfs niet na een tweede wereldoorlog. Dadelijk zal hij over de tochtdeuren kijken, mij zwetend en met een hoogrood gezicht in bed zien liggen en – als ik mijn ogen dicht heb – zich terug trekken, óf – als ik mijn ogen open houd – iets zeggen in de trant van ‘Good morning… what is the matter with you?’ Ik zal mijn ogen maar open houden, dan is het meteen gebeurd. ‘Nothing, serious, sir,’ zal ik zeggen, ‘a slight fit of dengue fever.’
Ik vind het jammer, dat de Australiër vertrokken is. Als hij zich ’s morgens gebaad en gekleed had keek hij over de Singapore-deuren heen en met zijn luide, joviale stem informeerde hij dan of ik me al wat beter voelde. Ik zei steevast ja en dan kwam hij, in het vroege morgenuur al transpirerend, op de rand van mijn bed zitten. ‘Mijn God, wat een hitte,’ zei hij onveranderlijk, de beslagen bril oppoetsend en mij vriendelijk, met de kleine, lichtblauwe ogen knipperend, aanziend, ‘maak me niet wijs, dat je het in deze streken ooit plezierig gevonden hebt.’ Ik had hem verteld, dat ik lang op Sumatra, Java en Borneo had gewerkt, dat ik nu met een opdracht van mijn regering in Singapore zat en dat ik van het Oosten hield. Wat deze liefde nu precies inhield, had ik hem niet verteld: in de eerste plaats had ik daar geen zin in en in de tweede plaats zou hij het niet begrepen hebben. In elk geval wilde het niet zeggen, dat ik me op dat moment gelukkig voelde. Daarvoor was ik te koortsig, had ik te veel pijn in al mijn ledematen en lag ik te lang wakker. Het is niet goed om wakker te liggen, vlak na een oorlog. Zij komen dan terug en lachen net als vroeger.“

 
 H. J. Friedericy (8 juni 1900 – 23 november 1962)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Oostenrijkse dichter, vertaler, danser en choreograaf Udo Kawasser werd geboren in 1965 in Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Udo Kawasser op dit blog.

Uit: Einbruch der Landschaft

„…meine neue Vermieterin, eine Mulattin kocht mir die wie Kartoffeln schmeckenden Malangas als Schonkost, sie hat mir auch ein Glas Wein mit einer Zigarre in einen Winkel gestellt, San Lázaro werde mir helfen, meinte sie und lächelte. liege nackt auf dem fadenscheinigen Laken des Lagers, möchte gerne ein wenig schlafen, aber der Metzger aus dem hinteren Gebäude muss schon wieder einmal am frühen Abend besoffen sein und beschallt die ganze Nachbarschaft mit Julio Iglesias, immer die gleichen, triefenden Lieder, schon seit zwei Stunden, doch niemand, der sich traute, bei ihm anzuklopfen wie mir Mayra, die Vermieterin erklärt hat, aus Angst, der Metzger könnte sie oder ihn das nächste Mal, wenn eine Ladung Fleisch ins Geschäft kommt, leer ausgehen oder einen höheren Preis zahlen lassen. das Fenster hier hat keine Scheiben, nur Holzläden mit Lamellen. Stimmen, Haushaltsgeräusche, plärrende Radios und Fernseher, das Rumpeln und Hupen unsichtbarer Autos werden vom böigen Wind hereingeweht, passieren in einem unentwegt geführten akustischen Angriff die porösen Wände (heißt nicht der Himmel bei Hölderlin Halle?), wie sich der eindringenden Außenwelt erwehren, mein Durchgangsleib, Havanna, das Glied, ein zusammengeschrumpfter Rumpffortsatz, liegt taub zwischen den Beinen, hat einen Tropfen Urin auf das Schamhaar geperlt, wische es mit dem Laken ab, da bricht der Luftstrom ab, ersterben die Fernseher, Radios und Julio Iglesias, auch die Deckenlampe ist mit einem Schlag erloschen: apagón, Stromausfall im Viertel, die Frage ist nur, wie lange es dauern wird, obwohl es mir hier, zum Siechtum verdammt, ohnehin gleichgültig sein kann. ob ich je wieder etwas von Vida hören werde, ohne die ich wohl nie von diesem Zimmer erfahren hätte, Mayra hat zwar keine Lizenz und das Zimmer ist in einem bedeutend schlechteren Zustand als das erste im Vedado, aber dafür zahle ich ihr weniger und selbstverständlich hatte ich nicht bleiben können, nachdem die Vermieterin, so eine Orientalin oder hatte sie zu Vida Palästinenserin gesagt, wie sie hier in der Hauptstadt abschätzig zu den Leuten aus dem Osten sagen… unmöglich länger dort zu bleiben!“

 
Udo Kawasser (Vorarlberg, 1965)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frank Keizer werd geboren in Leeuwarden in 1987. Met Maarten van der Graaff en Daniël Labruyère richtte hij in 2012 het online literaire periodiek “Samplekanon” op. Hij publiceerde in nY, Tirade, DW B, hard//hoofd en Het Liegend Konijn. Keizer debuteerde in 2016 met de bundel “Onder normale omstandigheden”.

want onder normale omstandigheden
ben ik opgegroeid
en in de crisisjaren ben ik volwassen geworden
dus is mijn poëzie een poëzie
van de crisis
waarin ik uiteengespat ben en schrijf
met wat er overblijft
de rotzooi die ik niet opruim
maar warm laat worden
in mijn handen, ingewanden
en het netwerk
dat oververhit raakt
en de weinig fijnzinnige realiteit toont
van iemand
die zevenentwintig is in 2015
en aan de beschrijving van zijn realiteit niet toekomt

 
Frank Keizer (Leeuwarden, 1987)

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juni ook mijn blog van 8 juni 2017.

Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Michael Basse

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“When I consider my life, I am appalled to find it a shapeless mass. A hero’s existence, such as is described to us, is simple; it goes straight to the mark, like an arrow. Most men like to reduce their lives to a formula, whether in boast or lament, but almost always in recrimination; their memories oblingingly construct for them a clear and comprehensible past. My life has contours less firm. As is commonly the case, it is what I have not been which defines me, perhaps, most aptly: a good soldier, but not a great warrior; a lover of art, but not the artist which Nero thought himself to be at his death; capable of crime, but not laden with it. I have come to think that great men are characterized precisely by the extreme position which they take, and that their heroism consists in holding to that extremity throughout their lives. They are our poles, or our antipodes. I have occupied each of the extremes in turn, but have not kept to any one of them; life has always drawn me away. And nevertheless neither can I boast, like some plowman or worthy carter, of a middle-of-the-road existence.
The landscape of my days appears to be composed, like mountainous regions, of varied materials heaped up pell-mell. There I see my nature, itself composite, made up of equal parts of instinct and training. Here and there protrude the granite peaks of the inevitable, but all about is rubble from the landslips of chance. I strive to retrace my life to find in it some plan, following a vein of lead, or of gold, or the course of some subterranean stream, but such devices are only tricks of perspective in the memory. From time to time, in an encounter or an omen, or in a particular series of happenings, I think that I recognize the working of fate, but too many paths lead nowhere at all, and too many sums add up to nothing. To be sure, I perceive in this diversity and disorder the presence of a person; but his form seems nearly always to be shaped by the pressure of circumstances; his features are blurred, like a face reflected in water. I am not of those who say that their actions bear no resemblance to them. Indeed, actions must do so, since they alone give my measure, and are the sole means of engraving me upon the memory of men, or even upon my own memory (and since perhaps the very possibility of continuing to express and modify oneself by action may constitute the real difference between the state of the living and of the dead). But there is between me and these acts which compose me an indefinable hiatus, and the proof of this separation is that I feel constantly the necessity of weighing and explaining what I do, and of giving account of it to myself. In such an evaluation certain works of short duration are surely negligible; yet occupations which have extended over a whole lifetime signify just as little. For example, it seems to me as I write this hardly important to have been emperor.”

 
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en Antinous, sculptuur van Malcolm Lidbury voor het LGBT History & Art Project Cornwall UK, 2016

Continue reading “Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Michael Basse”

Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Udo Kawasser, Michael Basse

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“Almost everything that we know about anyone else is at second hand. If by chance a man does confess, he pleads his own cause and his apology is made in advance. If we are observing him, then he is not alone. They have reproached me for liking to read the police reports of Rome, but I learn from them, all the time, matter for amazement; whether friends or suspects, familiars or persons unknown, these people astound me; and their follies serve as excuse for mine. Nor do I tire of comparing the clothed and the unclothed man. But these reports, so artlessly detailed, add to my store of documents without aiding me in the least to render a final verdict. That this magistrate of austere appearance may have committed a crime in no way permits me to know him better. I am henceforth in the presence of two phenomena instead of one, the outer aspect of the magistrate and his crime.
As to self-observation, I make it a rule, if only to come to terms with that individual with whom I must live up to my last day, but an intimacy of nearly sixty years’ standing leaves still many chances for error. When I seek deep within me for knowledge of myself what I find is obscure, internal, unformulated, and as secret as any complicity. A more impersonal approach yields informations as cool and detached as the theories which I could develop on the science of numbers: I employ what intelligence I have to look from above and afar upon my life, which accordingly becomes the life of another. But these two procedures for gaining knowledge are difficult, and require, the one, a descent into oneself, the other, a departure from self. Out of inertia I tend, like everyone else, to substitute for such methods those of mere habit, thus conceiving of my life partly as the public sees it, with judgments readymade, that is to say poorly made, like a set pattern to which an unskillful tailor laboriously fits the cloth which we bring him. All this is equipment of unequal value; the tools are more or less dulled; but I have no others: it is with them that I must fashion for myself as well as may be some conception of my destiny as man.”

 
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en Antinous, standbeeld in Florence

Continue reading “Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Péter Gárdos, Gwen Harwood, H. J. Friedericy, Udo Kawasser, Michael Basse”

Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“But books lie, even those that are most sincere. The less adroit, for lack of words and phrases wherein they can en-close life, retain of it but a flat and feeble likeness. Some, like Lucan, make it heavy, and encumber it with a solemnity which it does not possess; others, on the contrary, like Petronius, make life lighter than it is, like a hollow, bouncing ball, easy to toss to and fro in a universe without weight. The poets transport us into a world which is vaster and more beautiful than our own, with more ardor and sweetness, different therefore, and in practice almost uninhabitable. The philosophers, in order to study reality pure, subject it to about the same transformations as fire or pestle make substance undergo: nothing that we have known of a person or of a fact seems to subsist in those ashes or those crystals to which they are reduced. Historians propose to us systems too perfect for explaining the past, with sequence of cause and effect much too exact and clear to have been ever entirely true; they rearrange that dead, unresisting material, but I know that even Plutarch will never recapture Alexander. The story-tellers and spinners of erotic tales are hardly more than butchers who hang up for sale morsels of meat attractive to flies. I should take little comfort in a world without books, but reality is not to be found in them because it is not there whole.
Direct observation of man is a method still less satisfactory, limited as it frequently is to the cheap reflections which human malice enjoys. Rank, position, all such hazards tend to re-strict the field of vision for the student of mankind: my slave has totally different facilities for observing me from what I possess for observing him, but his means to do so are as limited as my own. Every morning for twenty years, old Euphorion has handed me my flask of oil and my sponge, but my knowledge of him ends with his acts of service, and his knowledge of me ends with my bath; any effort on the part of either emperor or slave to learn more straightway produces the effect of an indiscretion.”

 
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en zijn jonge minnaaar Antinous (Brits Museum)

Continue reading “Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann”

Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann, Sina Klein, Michael Basse

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

Little by little this letter, begun in order to tell you of the progress of my illness, has become the diversion of a man who no longer has the energy necessary for continued application to affairs of state; it has become, in fact, the written meditation of a sick man who holds audience with his memories. I propose now to do more than this: I have formed a project for telling you about my life. To be sure, last year I composed an official summary of my career, to which my secretary Phlegon gave his name. I told as few lies therein as possible; regard for public interest and decency nevertheless forced me to modify certain facts. The truth which I intend to set forth here is not particularly scandalous, or is so only to the degree that any truth creates a scandal. I do not expect your seventeen years to understand anything of it. I desire, all the same, to instruct you and to shock you as well. Your tutors, whom I have chosen myself, have given you this severe education, well supervised and too much protected, perhaps; from it I hope that eventually great benefit will accrue both to you and to the State. I offer you here, in guise of corrective, a recital stripped of preconceived ideas and of mere abstract principles; it is drawn wholly from the experience of one man, who is myself. I am trusting to this examination of facts to give me some definition of myself, and to judge myself, perhaps, or at the very least to know myself better before I die. Like everyone else I have at my disposal only three means of evaluating human existence: the study of self, which is the most difficult and most dangerous method, but also the most fruitful; the observation of our fellowmen, who usually arrange to hide their secrets from us, or to make us believe that they have secrets; and books, with the particular errors of perspective to which they inevitably give rise.I have read nearly everything that our historians and poets have written, and even our story-tellers, although the latter are considered frivolous; and to such reading I owe perhaps more instruction than I have gathered in the somewhat varied situations of my own life. The written word has taught me to listen to the human voice, much as the great unchanging statues have taught me to appreciate bodily motions. On the other hand, but more slowly, life has thrown light for me on the meaning of books.

 
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Stanbeeld bij de Villa Adriana, Tivoli

Continue reading “Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann, Sina Klein, Michael Basse”

Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann, Sina Klein, Michael Basse

 

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

 

Uit:Het hermetisch zwart (Vertaald door Jenny Tuin)

“Sinds bijna een eeuw bediende hij zich van zijn geest als van een wig om naar beste vermogen de kieren te verbreden van de muur die ons aan alle kanten insluit. De scheuren werden wijder, of liever gezegd het leek of de muur vanzelf zijn vastheid verloor, zonder evenwel zijn ondoorzichtigheid prijs te geven, alsof het een muur van rook was in plaats van een muur van steen. De voorwerpen speelden niet langer hun rol van nuttige accessoires. Zoals een matras zijn vulsel, lieten ze hun substantie ontsnappen. Een woud vulde de kamer. Dat krukje, afgemeten naar de afstand die het zitvlak van een zittend mens van de grond scheidt, die tafel die dient om aan te schrijven of te eten, die deur die een hoeveelheid lucht, door wanden ingesloten, verbindt met een aangrenzende hoeveelheid lucht, verloren deze hun door een timmerman gegeven redenen van bestaan, om niet anders meer te zijn dan stammen of takken, gestroopt gelijk de Bartholomeusfiguren van kerkschilderingen, beladen met spookachtige bladeren en onzichtbare vogels, nog kreunend onder sinds lang bedaarde stormen, en met hier en daar een druppel gestold sap die de schaaf erop had achtergelaten. Die deken en die oude kleren aan een spijker tegen de muur wasemden de geur van volvet, melk en bloed uit. Die schoenen die naast het bed gaapten hadden meebewogen met de adem van een os, liggend in een weiland, en een uitgebloed varken krijste in het vet waarmee de schoenlapper ze had ingesmeerd. De gewelddadige dood was overal, net als in een slagerij of op een galgenveld. Een geslachte gans schreeuwde in de pen die gebruikt zou worden om op oude lompen gedachten neer te schrijven die men waardig achtte te blijven voortbestaan. Alles was iets anders: dat hemd dat de zusters Bernardijnen voor hem wasten was een vlasakker, blauwer dan de hemel, en ook een bos vezels, te weken gelegd op de bodem van een vaart.”

Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Ulf Stolterfoht op dit blog.

 

 

muttersprache 1968/1:
freund-feind-kennung

 

nach jahren zähsten rum-modulns wehte im vorigen

gedicht so etwas wie ein lüftchen – ein reichlich

laues allerdings. inzwischen wissen andre mehr. man

munkelt seien reingefleischte (blutjunges urgestein

 

darunter) vereinzelt sogar bestarbeiter – gleichwohl

geneigt nennwert mit -leistung zu verwechseln. so

ändert sich zunächst nicht viel / das ausspiel zeigt

sich relativ stabil: zentnerschwerer ästhet gegen die

 

pflegeleichten pfundskerls – sie wolln so schreiben wie

sie sind! ER darf – sie nicht! macht davon auch gebrauch.

baut erstmals eine klammer auf (einschluß egal. hier teil

fürs ganze seine wahl: wo “faktisch fetisch” bildlich

 

trifft packt “bildhaft fetisch” faktisch zu. räumt leicht

umnachtet ein: es könnte eine andre sein. sie schließt des-

ungeachtet von allein) auf diesmal folgenschweren prall:

lumpenelite gegen erstarktes deutungsproletariat. bei

 

drucklegung ergebnis offen. leiser verdacht erweist sich

schnell als ausgemacht: das projektil im anflug auf das ziel.

hieße auf kunst nach anschuß hoffen. umsonst! das letzte

wort “discorporate” (… legt nah den körper zu verlassen).

 

 

 

Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

 

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Zie ook alle tags voor Gwen Harwood op dit blog.

 

 

The Glass Jar

To Vivian Smith


A child one summer’s evening soaked
a glass jar in the reeling sun
hoping to keep, when day was done
and all the sun’s disciples cloaked
in dream and darkness from his passion fled,
this host, this pulse of light beside his bed.

Wrapped in a scarf his monstrance stood
ready to bless, to exorcize
monsters that whispering would rise
nightly from the intricate wood
that ringed his bed, to light with total power
the holy commonplace of field and flower.

He slept. His sidelong violence summoned
fiends whose mosaic vision saw
his heart entire. Pincer and claw,
trident and vampire fang, envenomed
with his most secret hate, reached and came near
to pierce him in the thicket of his fear.

He woke, recalled his jar of light,
and trembling reached one hand to grope
the mantling scarf away. Then hope
fell headlong from its eagle height.
Through the dark house he ran, sobbing his loss,
to the last clearing that he dared not cross:

the bedroom where his comforter
lay in his rival’s fast embrace
and faithless would not turn her face
from the gross violence done to her.
Love’s proud executants played from a score
no child could read or realize. Once more

to bed, and to worse dreams he went.
A ring of skeletons compelled
his steps with theirs. His father held
fiddle and bow, and scraped assent
to the malignant ballet. The child dreamed
this dance perpetual, and waking screamed

fresh morning to his window-sill.
As ravening birds began their song
the resurrected sun, whose long
triumph through flower-brushed fields would fill
night’s gulfs and hungers, came to wink and laugh
in a glass jar beside a crumpled scarf.

So the loved other is held
for mortal comfort, and taken,
and the spirit’s light dispelled
as it falls from its dream to the deep
to harrow heart’s prison so heart may waken
to peace in the paradise of sleep.

 

 

Gwen Harwood (8 juni 1920 – 5 december 1995)

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Bisinger op dit blog.

 

 

Eine Sonnenbrille

 

Geschlossen ist noch immer oder schon
wieder das Roland-Café über ein Jahr
lang war in Bratislava ich nicht sitz
auf dem Hauptplatz der Altstadt dennoch
heute trink Rotwein im Freien vor diesem
Café Maximilian das ich bisher nicht kann-
te habe Ansichtskarten verfaßt versuche
jetzt das Gedicht hier zu schreiben nicht
ersatzlos ist geblieben das Roland-Café
so vermisse ichs nicht rauche DALILA
EXTRA LIGHTS im Schatten weder schwitz-
end noch fröstelnd in leidlich bewegter
Luft notier ich Erleben von Gegenwart
erstmals in Bratislava in diesem Jahr 98
hab ich so nebenbei eine Sonnenbrille
sehr preisgünstig gekauft

 

 

 

Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Oostenrijkse dichter, vertaler, danser en choreograaf Udo Kawasser werd geboren in 1965 in Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Udo Kawasser op dit blog.

 

 

am monte fusco

für familie corcione

 

ein scirocco seit letzter nacht
in meinem kopf und rüttelnder falke
eine art dampfküche oder in böen prasselnde
sahara zwischen orangen feigen zitronen
bäume geschmetterte fragezeichen
jener rotkehlchengesang aus einem anderen november
auf chios die feuchte hundeschnauze
im gesicht
hast du schon
die ersten mandarinen ihren geruch
an den fingern
mit der schlafmangel an den schläfen
schon aufgestanden dieser anfälligkeit für wind
gedichte luftfracht aus südlichen breiten
ein raubtieratem hat mir die hefte
vom dach geweht die linien der küste
gelöscht aber vielleicht
hat auch die insel zu driften
begonnen das schwindende kap
von misenum monte
di procida

 

 

 

Udo Kawasser (Vorarlberg, 1965)


 

 

De Duitse dichter Levin Westermann werd in 1980 in Meerbusch, Nordrhein-Westfalen, geboren. Zie ook alle tags voor Levin Westermann op dit blog.

 

 

vor den toren der stadtlag das land
mit den wellen aus gras und den wäldern aus baum.
da wohnen die mörder, sagten die alten,
doch wir lachten sie aus und zogen davon,
in kleidern aus federn und wind.
wir kamen zurück mit moos auf den händen
und honig im haar, die alten jedoch
lagen stumm in den stuben, sie waren ganz kalt
und aus stein.

 

 

 

Levin Westermann (Meerbusch, 1980)

 

 

 

De Duitse dichteres Sina Klein werd geboren in 1983 in Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Sina Klein op dit blog.

 

 

ophelia phlegmatisch

 

liegt es an der mondtablette,
halbe, volle – monatstakte –
ihrerstatt statistin einer nacht ?

halten tage die gestalt steril ?
– still, halt still für chirurgie:
wir fischen sie aus ihrem bett …

formaldehyd-getränkte sie,
ist hell von allen ethanolen,
watte innen, hüllen laken

schnitt / ein tisch – ma belle – skalpelle …
akt seziert zurück sich bis auf szene,
bis auf alles sehnen – dort wo’s klafft –
schläft hamlet.

 

 

 

Sina Klein (Düsseldorf, 1983)

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Basse werd geboren in 1957 in Bad-Salzuflen / Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Michael Basse op dit blog.

 

 

Gestreift

 

Etwas
hat mich
mann ohne leier
gestreift

vielleicht war es der schein
(der vorschein der nachschein
der schöne schein der scheißschein
der augenblick das augengift
und wie sie damit verfahren)

ich nahm es nicht an
es nahm mich nicht an

etwas
ohne namen ohne gesicht
hat mich
mann ohne zaumzeug
gestreift

Michael Basse (Bad-Salzuflen, 1957)

Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

 

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

”Whatever I had I chose to have, obliging myself only to possess it totally, and to taste the experience to the full. Thus the most dreary tasks were accomplished with ease as long as I was willing to give myself to them. Whenever an object repelled me, I made it a subject of study, ingeniously compelling myself to extract from it a motive for enjoyment. If faced with something unforeseen or near cause for despair, like an ambush or a storm at sea, after all measures for the safety of others had been taken, I strove to welcome this hazard, to rejoice in whatever it brought me of the new and unexpected, and thus without shock the ambush or the tempest was incorporated into my plans, or my thoughts. Even in the throes of my worst disaster, I have seen a moment when sheer exhaustion reduced some part of the horror of the experience, and when I made the defeat a thing of my own in being willing to accept it. If ever I am to undergo torture (and illness will doubtless see to that) I cannot be sure of maintaining the impassiveness of a Thrasea, but I shall at least have the resource of resigning myself to my cries. And it is in such a way, with a mixture of reserve and of daring, of submission and revolt carefully concerted, of extreme demand and prudent concession, that I have finally learned to accept myself.

(…)

Halcyon seasons, solstice of my days… Far from exaggerating my former happiness, I must struggle against too weak a portrayal; even now the recollection overpowers me. More sincere than most men, I can freely admit the secret causes of this felicity: that calm so propitious for work and for discipline of the mind seems to me one of the richest results of love. And it puzzles me that these joys, so precarious at best, and so rarely perfect in the course of human life, however we may have sought or received them, should be regarded with such mistrust by the so-called wise, who denounce the danger of habit and excess in sensuous delight, instead of fearing its absence or its loss; in tyrannizing over their senses they pass time which would be better occupied in putting their souls to rights, or embellishing them. At that period I paid as constant attention to the greater securing of my happiness, to enjoying and judging it, too, as I had always done for the smallest details of my acts; and what is the act of love, itself, if not a moment of passionate attention on the part of the body? Every bliss achieved is a masterpiece; the slightest error turns it awry, and it alters with one touch of doubt; any heaviness detracts from its charm, the least stupidity renders it dull.

 

Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

Continue reading “Marguerite Yourcenar, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser”