Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit:Iedereen krijgt klappen

„Die vechtlust, die energie. Wauw! Ik raakte ervan in de ban. Het zweet spatte alle kanten op. Ik kon er wel uren naar kijken. Naar die klappende, sterke mannen. Hun verwoestende kracht. Die kracht daagde me uit.
Op een dag ben ik naar binnen gelopen. Een ouwe man kwam op me af lopen.
‘Meneer, ik wil hier trainen,’ zei ik.
‘Mijn moeder ook,’ reageerde die ouwe vals en hij draaide zich weer om.
Maar ik bleef aandringen. ‘Meneer, meneer, ik ben serieus. Ik ben echt serieus. Ik heb talent, meneer! Ik wil echt! Ik zal het bewijzen! Laat het me bewijzen!’
Met een frons in zijn ouwe kop keek de man mij doordringend aan. ‘Kom dan maar mee,’ zei hij na een diepe zucht. Alsof ik de zoveelste was die fantaseerde dat hij de nieuwe Mohammed Ali was. Ik liep achter hem aan, de zaal door, nagekeken door die boksende krachtpatsers. Ze sloegen hard op de bokszakken. Sommigen waren aan het touwtjespringen.Achter in de zaal van de boksschool Serious Gym mocht ik mijn jas uittrekken.
‘Laat maar zien,’ zei de man kleinerend en hij knipoogde naar een langharige spierbundel. ‘Laat maar eens zien aan opa.’
Ik mocht helemaal losgaan op de stootzak. Ik gooide er alle woede uit. Als een bom die heel Amsterdam kon platleggen.
Nee, heel Europa. De wereld! Zoveel woede had ik in me. Baf! Baf! Baf! Ik stootte alles van me af.
Baf! Baf! Baf! Ik hijgde als een hond.
Toen ik klaar was, zag ik hoe Mickey en de twee jongens die aan het trainen waren mij verrast aanstaarden.Ik had duidelijk indruk gemaakt met mijn natuurtalent.Ze keken me aan zoals geen enkele stiefvader ooit naar me had gekeken. Met iets van bewondering in de ogen.
Nooit eerder had ik zoveel bewondering gevoeld. Ik kreeg ook zomaar schouderklopjes. En vriendelijke tikjes tegen mijn achterhoofd. Ik voelde me sterk. Ik voelde me verdomme eens gewaardeerd. Eye of the Tiger! Mr T., champion of the world.
‘Hier valt wat van te maken! Morgenochtend om acht uur in de gym,’ zei Mickey enthousiast. ‘En geen minuut later!’

 
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

Doorgaan met het lezen van “Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien”

Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Het schnitzelparadijs

“Godallemachtig, wat een lelijk gebouw!
Op de veranda lopen toeristen in doorzichtige ochtendjaponnen heen en weer te toeristen, met verkennende tongen aan de slanke pilaren likkend. Maak je geen illusies, het is gewoon staal – ook al ben je dan op vakantie, verzin geen bevrijding.
(Flitsende gedachten. Het zijn speklagen, melkkleurig met zwarte pigmentvlekken, open mond… Ach, laat je ogen niet bederven, boy.) Hoerenontvangers rekken zich hun mooie goede leven uit, gapend naar een zon die er wel en niet is…
Ik krijg een waas voor mijn ogen. Mijn conditie is niet meer wat ie is geweest. Ik ben maanden lam geweest, heb gewoon half in coma gelegen, o boy. Maar ik begin weer opnieuw. Met frisse moed, en heel klein, kleiner dan ik eigenlijk ben, simpeler, kijk ik toe: gezichten lezen, stappen volgen, stage lopen en luisteren, veel luisteren. Kijken over het muurtje van ‘de Pannenhoek’, hoe het met de liefde, de vrijheid, de hoop, de dromen is gesteld.

 
Noah Valentyn als Nordip in de film uit 2005

Het is het leven in het klein, had Meerman gezegd, toen hij mij het vrijwilligerscontract liet ondertekenen.
Ik had opgebeld en kreeg, na het een-momentje-geduld-alstublieft-hij-komt-er-aan en nog-een-momentje-geduld-alstublieft-heeft-u-nog-een-ogenblikje? van een warme stem die stoute gedachten opriep, Meerman aan de lijn, die mij heel aardig te woord stond:
‘Waarmee kan ik je van dienst zijn? Wil je werken? Er is voldoende werk, kom maar, vraag maar naar Meerman. En wees erop voorbereid dat je moet spelen.’
‘Spelen?’
‘Ja, want we willen graag weten hoe jij speelt.’
Ik wist dat de keuken de allerbeste plaats zou zijn voor een stage, voor iemand die opnieuw wilde beginnen, voor een kind dat al zijn speelgoed heeft stukgeslagen in de hoop iets nieuws te krijgen. Wat heb ik misdaan dat ik, gewapend met dit schuldgevoel in mijn rugtas, opnieuw wil beginnen? Wat achtervolgt mij dat ik dit allemaal van een afstand wil bezien?
Herinneringen… o boy… herinneringen…”

 
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

Doorgaan met het lezen van “Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien”

Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Pizzamafia

“Zijn vragende ogen vraten mij zowat op. Het is niet eerlijk, dacht ik. Dat hij zo naar me kijkt en dat hij allemaal van die rare dingen zegt. Ik wil tijd hebben om te voetballen, om te pokeren, om met Alice te eten en romantisch naar Texel te gaan. O, wat hadden we het op haar verjaardag toch leuk gehad. Ze was echt trots op die gare rap van me. En ik wil zoveel mogelijk leren, om uiteindelijk op de beurs van Amsterdam te werken.”
(…)

 
 Scene uit de film Pizza Maffia uit 2011 

Ik pakte een sigaret. ‘Ja,’ zei ik. ‘De situatie is echt klote.’ ‘Ja, de situatie is verdomd klote.’ ‘Ja, de situatie is echt shit.’ ‘Ja, de situatie is echt fokking shit.’ En daar bleef het dan bij: we hadden duidelijk allebei niet echt zin om erover te praten.
Wallah, ik moest toch wat zeggen, dus vroeg ik tussen het snikken door: ‘Het komt toch wel goed, Haas?’ Haas sprong op. ‘Wat doe je, jankerd. Je bent toch geen homo?’
(…)

– “Hij”, snauwde hij. “Hij hier ….deze slaapmuts. Deze schetenkweker. Deze ballenpoetser. Deze kontenkrabber…”. Het was alsof hij het woordenboek voor scheldnamen uit zijn hoofd aan het leren was. Hij ging maar door en door. “Deze tenenkaasvreter had allang in de zaak van zijn vader moeten staan.”

 
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

Doorgaan met het lezen van “Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O’Brien”

Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

 

Uit:  Lehrjahre im Schnitzelparadies (Vertaald door Franca Fritz)

 

»Ist das alles? Ist das schon alles?« Lautstärke und Klang meiner Stimme erinnern wohl an ein Transistorradio, dessen Batterien fast leer sind. Wachsam beobachten meine Augen das Messer, das sich dank Amimuns unkontrollierter Energie immer mehr in Richtung meiner Brust vorzittert.
Seine Ohren wackeln, glühend rot vor Wut. »Was soll denn sonst noch sein, Spülwurm? Was ist mit euch Jungs los? Euch haben sie wohl schon völlig auf ihre Seite gezogen, mit diesen komischen, faden Weißbrot- und Weihnachtsmannmärchen. Aber mich kriegen sie nicht!« Er schlägt sich kräftig gegen die Brust. Eine harte Faust küsst das Schneidbrett. Vorderzähne graben sich in die Unterlippe. »Ich bin und bleibe ein maro, Nordip, außer ich gewinne zwanzig Millionen Mäuse im Lotto. Typen wie ihr macht uns nur lächerlich. Ihr mit eurem Gelehrtengequatsche. Und was hat dir das gebracht? Du schrubbst hier Pfannen und Töpfe. Aber sieh dir mal die Chinesen oder die Türken an – über die spricht oder schreibt niemand, keine Zeitung, kein einziger Fernsehsender, niemand weiß, was die machen. Denen ihr Leben ist denen ihr Leben. Sie verkaufen sich nicht selbst, verstehsdu. Sie haben alle ihre eigenen Läden, arbeiten füreinander, unterstützen sich gegenseitig, bewahren ihren Stolz und that’s it.« Er schluckt. Der Apfel in seiner Kehle hüpft auf und nieder. »Zwischen die kriegt keiner auch nur einen Fingerbreit. Hast du schon mal irgendjemand über die meckern hören? Oder hast du … Spülwurm, dummer kahler Pickelhering… hast du vielleicht schon mal einen Chinesen mehr Niederländisch reden hören als >Sambal dazu<? Und alle rufen: >Prima, ja, machen Sie es ruhig scharf… ja, prima, lecker… leckres chinesisches Essen … < Die sind stolz. Die sagen nur das, was nötig ist. Aber ihr… ihr Kahlköppe, ihr müsst ja mal wieder ein Riesentheater um uns machen, euch selbst verleugnen, eure Seele an Schitan verkaufen, Couscous für sie aufwärmen und sogar die Teller noch ablecken, euch anpassen und auch so … auch so ein Weißbrot-Aromie werden wollen. Ich schwör dir, noch keine zwanzig Jahre und ihr sitzt allesamt mit ‘nem String am Hintern mit euren Kindern rund um ein geräuchertes grinsendes ekliges Dreckschwein und singt fröhlich Weihnachtslieder wie: Morgen, Kinder, wird’s was geben … «

 

 

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

Doorgaan met het lezen van “Khalid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley”

70 Jaar Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Khalid Boudou, Charles Cros, John Hegley

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Vandaag viert hij zijn 70e verjaardag. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

 

Uit: Undercover

“Wer belästigt da? Wer will, soll, muss verkaufen? Ich will eintauchen ins Zentrum der heiß laufenden Drähte. Zu diesem Zweck habe ich mich auf eine Anzeige in einer Regionalzeitung gemeldet. Zwei Tage später werde ich in den Köln-Turm einbestellt, wir sind ein Dutzend Bewerber. Ein junger Mann mit federndem Schritt und offenem Jackett begrüßt uns. Wir betreten ein weiß gestyltes, cleanes Großraumbüro. „Frischfleisch“, ruft einer der Altgedienten. Ein flotter Enddreißiger kommt uns entgegen, verbindlich lächelnd stellt er sich als „Teamleiter“ vor, zeigt auf unsere Arbeitsplätze und macht uns auf die Spiegel neben den Flachbildschirmen aufmerksam. Darunter lese ich: „Schau in diesen Spiegel. Was du siehst, ist einmalig.“ – „Ab und an da reinschauen und lächeln“, empfiehlt der Teamleiter, „das hebt die Stimmung. Wir sind hier gut drauf.“

Wenig später beginnen die Vorstellungsgespräche. Zu den Kandidaten gehören: ein Türsteher, eine Werbefachfrau, eine Friseurin und ein Verkaufsprofi, der zuvor in einem anderen Unternehmen Kundenbetreuer war. Der Teamchef prüft, ob wir gewandt oder stockend reden, wie überzeugt und überzeugend wir unsere Biografien und Motive vortragen. Wenige Tage später werden einige von uns unterrichtet, dass sie für einen Tag zur unbezahlten Probearbeit kommen dürfen. Nicht alle dürfen. Ich darf. Außerdem noch der Verkaufsprofi, die Werbefachfrau und zwei Studentinnen.

CallOn zählt mit mehr als 600 Beschäftigten in fünf Niederlassungen und einem Jahresumsatz von 70 Millionen Euro zur Oberklasse der Branche. Firmenchef Eckhard Schulz will, so sagt er der Presse, weitere 700 Stellen schaffen, überdies seien 2000 Heimarbeitsplätze geplant. Das Unternehmen gibt sich erfolgreich – daran haben auch ein lange schwebendes Verfahren wegen Steuerhinterziehung in zweistelliger Millionenhöhe und die vorübergehende Inhaftierung von Eckhard Schulz nichts geändert. Unser Teamleiter stellt klar: CallOn ist ein anständiges Haus.”

 

Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

Doorgaan met het lezen van “70 Jaar Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Khalid Boudou, Charles Cros, John Hegley”

P. N. van Eyck, Khalid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Mysterie

Soms luister ik lang naar het zwijgen
Van die donkre viool, mijn hart,
En scheemring na schemering zijgen
Door een stilte die sluimert en mart.

Doch eindlijk begint het te trillen,
Of een zucht langs de snaren streelt,
Of een enkel met liedren te stillen
Verlangen er droomt vóór het speelt.

En een mijmring van tonen zingt éven
Uit de stilte, als de huivrende geest
Eener geur die schaduws deed beven…
Maar mijn ziel is vervúld geweest.

En hetgeen in haar duister blijft hangen,
Een levende smart schoon ze zwijgt,
Is de snik van een eindloos verlangen
Uit een droefheid die woordenloos hijgt.

 

Verzegelde fontein

Groen-omlommerd, wit-betegeld,
Springfontein, nog immer zwijgt gij?
Stil-bekommerd, dicht-verzegeld,
Ziel in ’t donker, woordeloos, híjgt gij?

Zie de purperen bloemtros bengelen
In ’t geblaarte. Hóor de lente,
Zoet als ’t lief in Kedars tente,
Loof- en vogelstemmen mengelen.

Moet uw hof nog langer wachten?
Breek het zegel voor de noen:
Stort de pijn der donkere nachten
In de drift van ’t lustseizoen.

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

Doorgaan met het lezen van “P. N. van Eyck, Khalid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm”

P. N. van Eyk, Khalid Boudou, Charles Cros, Günter Wallraff, Michael Schindhelm, John Hegley, Tim O’Brien, Louis Untermeyer, Inge Merkel, Sergej Aksakov

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2007 en ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Zomerregen

Regen, regen, gij kleine regen,
Daar straks, van even terzijde, schuin
Door de uchtendstilte neergezegen
Op klim- en struikroos van de tuin.

En nu, de vochtige naglans tegen
Uit mij, dit donker perk, gebeurd,
Regen, regen, gij kleine regen,
Eén witte bloem, die trilt en geurt.

 

Bij Spinoza’s portret

Meester van ’t stil, wijs woord, lichtend fanal
Dat al wat is doordringt; de heldere blik,
Die dwars door waan en wankelbaar beschik
Het Ene als grond, vorm, zin zag van ’t Getal.

Van ’t diepste zwijgt wie stamelt: God is Al, –
Gij, grote Ziel, aanschouwde in ’t Ogenblik
’t Volmaakte Godsgeheim van ’t ik-loos Ik,
Dat door uw wijsheid spreekt en spreken zal.

Uw geest schiet stralen verder dan men weet:
Gij zelf de zuivere vorm van al dat licht,
Sterk en onschendbaar, boven sterfelijk lot.

Die vol van liefde vóor u staat, vergeet
Uw tijdelijkheid, en ziet in uw gezicht
Het hoog gezicht van ’t Eeuwige, onze God.

eyck

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Uit: Het schnitzelparadijs

Hoe zou ik je een indruk kunnen geven hoe het er hier in mijn hoekje uitziet, waarmee zou ik het kunnen vergelijken? Een kleine vuilnisbelt? Een SM-studio voor extravagante bejaarden? Een duizelige modderpoel? Een bassin voor jonglerende bacteriën? Werkelijk, de bacteriën hebben in deze soeppolder tussen de muizenkeutels een eigen bacillenstaat opgericht, ze gaan hier naar school, in het schnitzellaboratorium, drinken gezamelijk een pintje, doen aan carrièreplanning, organiseren wedstrijden wie het eerst bij de soep is, en doen toelatingsexamen voor de Hogere Bederfschool.”

(…)

“Waar haalde de tijd het recht vandaan om mij de zon, de vijgenboom, het magische zand, de fluittonen van mijn neef en de verhalen van mijn grootvader te ontnemen en deze te verruilen voor regen, Tita Tovenaar, nepchocola en sprookjes? En terwijl ik de vraag als natte kleuter bleef stellen, in lengte van dagen, zei mijn buurvrouw Malade, al even herhaaldelijk: ‘Ga dan maar terug, als het hier niet zóóó fijn is…’ En ik ontgroeide het antwoord, het maakte allemaal niets meer uit, ik liet me aaien door diezelfde aardige buurvrouw, die me plakjes ontbijtkoek met boter gaf. Ze wilde zo graag voor dit arme kind met wilde krullen uit het verre Afrika zorgen…

Met diezelfde buurvrouw, mevrouw Malade, zou ik een haat-liefdeverhouding beginnen. Ik werd ontbijtkoekmoe, had genoeg van haar nep-verzorgende smeerpraktijken en heel netjes zei ik tegen haar – dat soort taal had ik al snel opgepikt – toen ze weer eens met haar kromme tenen in slippers en niets dan een badjas aan voor het hek stond, een bord vol plakjes ontbijtkoek voor zich uitgestoken: ‘Stop die koek maar tussen uw drillende olifantenbillen…!’”

boudou

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2007 en ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Les quatre saisons – L’hiver

C’est l’hiver. Le charbon de terre
Flambe en ma chambre solitaire.

La neige tombe sur les toits.
Blanche ! Oh, ses beaux seins blancs et froids !

Même sillage aux cheminées
Qu’en ses tresses disséminées.

Au bal, chacun jette, poli,
Les mots féroces de l’oubli,

L’eau qui chantait s’est prise en glace,
Amour, quel ennui te remplace !

 

A une chatte

Chatte blanche, chatte sans tache,
Je te demande, dans ces vers,
Quel secret dort dans tes yeux verts,
Quel sarcasme sous ta moustache.

Tu nous lorgnes, pensant tout bas
Que nos fronts pâles, que nos lèvres
Déteintes en de folles fièvres,
Que nos yeux creux ne valent pas

Ton museau que ton nez termine,
Rose comme un bouton de sein,
Tes oreilles dont le dessin
Couronne fièrement ta mine.

Pourquoi cette sérénité ?
Aurais-tu la clé des problèmes
Qui nous font, frissonnants et blêmes,
Passer le printemps et l’été ?

Devant la mort qui nous menace,
Chats et gens, ton flair, plus subtil
Que notre savoir, te dit-il
Où va la beauté qui s’efface,

Où va la pensée, où s’en vont
Les défuntes splendeurs charnelles ?
Chatte, détourne tes prunelles ;
J’y trouve trop de noir au fond.

 cros.jpg

Charles Cros (1 oktober 1842 – 9 augustus 1888)
Karikatuur

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2006 en ook mijn blog van 1 oktober 2007 en ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Uit: Schwarz auf weiß. Fremd un ter Deutschen

“Fürstlich sind die Gärten, an denen wir entlang fahren sollen. Der muskelbepackte Gondelkapitän empfängt uns in breitester sächsischer Mundart: »Ich begrüße Sie ganz herzlich hier bei uns an Bord bei Ihrer Gondelfahrt. Wir umrunden den Hauptteil des Fürstenparks Wörlitz, und zwar den Schlossgarten.«

Ich habe mich als Mitfahrer recht zeitig eingefunden und als einer der Ersten auf dem kleinen flachen Ruderkahn Platzgenommen, der rings um mit Bänken versehen ist. Ich sitze hinten, neben mir bleibt alles frei, obwohl es nach und nach eng wird auf dem Boot. Einer der Gäste, ein auf den ersten Blick nicht unsympathisch wirkender Zeitgenosse – Typ Gymnasiallehrer Physik und Mathematik –, schiebt sich vor sichtig auf der Längsbank zu mir hin, schaut mich an und gibt eine Bestellung auf: »Ich hätt’

gern zwei Bier.« Als ich nicht reagiere, wiederholt er: »Zwei Bier,bitte.«

Wie ist er auf die Idee gekommen? Ich habe keine Kellnerkluft an, keine Bierflaschen in der Hand, keine Gläser, kein Geschirrtuch, ich stehe nicht einmal, sondern sitze hier wie er.

»Kein Service, nix Service?« Er lässt nicht locker.

»Nee, nee«, antworte ich, »nix Service« und habe erst ein mal Ruhe.

Dass ich ihm lächelnd Paroli geboten habe, macht mich in seinen Augen jedoch nicht sympathischer. Jedenfalls hält der schlanke, graue Herr Abstand, obwohl es auf dem Boot immer enger wird. Der Bootsführer foedert seine Gäste auf, doch bitte aufzurücken. Aber der Mann hält dagegen: »Ob wir das wollen, das ist hier die Frage. Ich will mal hier genießen meine Boots fahrt.« Doch der Kapitän der Barke lässt keine Ausrede gelten und wiederholt seine Aufforderung. So setzt sich der Vorsichtige schließlich neben mich – »rutsch mal ein Stück hin« –, unter den mitleidig-belustigten Blicken der anderen Reisenden.”

wallraf

Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

 

De Duitse schrijver, vertaler en dramaturg  Michael Schindhelm werd geboren op 1 oktober 1960 in Eisenach. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Uit: Mein Abenteuer Schweiz

„Ich komme aus Ostdeutschland. Im Esszimmer meiner Familie hing ein grosses Intarsienbild mit einer Ansicht vom Lac Léman und dem Schloss Chillon. Aus einem dunkelbraunen Röhrenradio zwitscherte einst die Stimme Vico Torrianis, auf dem Tisch stand manchmal ein Gericht, das in meiner Erinnerung mit dem identisch sein muss, was man in der Schweiz Hirnischnitten nennt. Die Schulferien verbrachte ich ein paar Mal in der Sächsischen Schweiz. In unserem Städtchen lebte ein Schweizer. Bis zu meinem vierunddreissigsten Lebensjahr gab es sonst kein nennenswertes gegenseitiges Interesse zwischen dem Land und mir.

Ich kam aus Ostdeutschland. Am Abend des Umzugs traf der Möbelwagen ein. Die Packer wollten ein Europameisterschaftsspiel zwischen England und Deutschland sehen. Sie kamen aus Tschechien und waren offenkundig dazu aufgelegt, die Deutschen beim Siegen zu erleben. Wir fanden in der Nähe unseres neuen Zuhauses eine Eckkneipe, in der ein Fernseher lief und die Leute bis auf die Strasse hinaus sassen. Ich kann mich an den Ausgang des Spiels nicht erinnern, aber die Deutschen müssen eine gute Partie geboten und deutlich gewonnen haben. Die Männer von der Spedition waren am nächsten Morgen trotzdem nicht besonders gut gelaunt, denn sie waren in der Kneipe am Abend zuvor die einzigen Anhänger der Deutschen gewesen.

Das sonstige Publikum, Schweizer, Italiener, Franzosen und Jugoslawen, hatten mit den Engländern gefiebert. Ich beschloss, die Jungs zu trösten und einen Kasten Bier zu besorgen. Im nächstgelegenen Supermarkt waren alkoholische Getränke merkwürdigerweise nicht zu haben; nebenan bei Coop staunte ich dann nicht schlecht über den Betrag, den ich für zwölf Flaschen Feldschlösschen zahlen sollte. Ich versuchte herauszufinden, wie viel von diesem Preis für das Flaschenpfand draufging, wurde jedoch von dem asiatischen Verkäufer nicht verstanden und wollte erst mal nicht einsehen, wieso ich für irgendein Depot eine Art Steuer entrichten sollte.“

schindhelm

Michael Schindhelm (Eisenach, 1 oktober 1960)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

The Death of a Scoutmaster

How I remember the old scoutmaster
nobody could start a camp-fire faster
I can see the old scoutmaster in the old scout hut
saying always carry a plaster
in case you cut yourself
if it doesn’t happen to you it could happen to your
dog
you could be chopping up the firewood
when you mistake him for a log
if it doesn’t happen to your dog
it could happen to your glasses
they could be knocked to the floor
by the long arm of the law
when you’re standing on the corner
and a copper on a push-bike signalling a left turn
passes by
if it’s a friend you need you need a friend indeed
you need a plaster
you need your money and your keys
but more than these you need a plaster
always carry a plaster the scoutmaster told us
they found one in his pocket
the day a bus ran over him.

hegley.jpg

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

De Amerikaanse schrijver Tim O’Brien werd geboren op 1 oktober 1946 in Austin, Minnesota. Hoewel O’Brien in de jaren zestig tegen de oorlog in Vietnam, ging hij toch het leger in om tegen de communisten te vechten in het Aziatische land. Het vooruitzicht dienst te weigeren en naar Canada te ‘vluchten’ vond hij nog erger, zo schrijft hij in zijn memoires. Terug in Amerika ging hij aan Harvard University studeren. Tijdens de vakantiemaanden werkte hij als journalist voor de Washington Post. In 1973 debuteerde hij met zijn memoires ‘If I Die in a Combat Zone, Box Me Up and Send Me Home’. In 1978 won hij de National Book Award met ‘Going after Cacciato’.

Uit: The Vietnam in Me

„In February 1969, 25 years ago, I arrived as a young, terrified pfc. on this lonely little hill in Quang Ngai Province. Back then, the place seemed huge and imposing and permanent. A forward firebase for the Fifth Battalion of the 46th Infantry, 198th Infantry Brigade, LZ Gator was home to 700 or 800 American soldiers, mostly grunts. I remember a tar helipad, a mess hall, a medical station, mortar and artillery emplacements, two volleyball courts, numerous barracks and offices and supply depots and machine shops and entertainment clubs. Gator was our castle. Not safe, exactly, but far preferable to the bush. No land mines here. No paddies bubbling with machine-gun fire.

Maybe once a month, for three or four days at a time, Alpha Company would return to Gator for stand-down, where we took our comforts behind a perimeter of bunkers and concertina wire. There were hot showers and hot meals, ice chests packed with beer, glossy pinup girls, big, black Sony tape decks booming “We gotta get out of this place” at decibels for the deaf. Thirty or 40 acres of almost-America. With a little weed and a lot of beer, we would spend the days of stand-down in flat-out celebration, purely alive, taking pleasure in our own biology, kidneys and livers and lungs and legs, all in their proper alignments. We could breathe here. We could feel our fists uncurl, the pressures approaching normal. The real war, it seemed, was in another solar system. By day, we’d fill sandbags or pull bunker guard. In the evenings, there were outdoor movies and sometimes live floor shows — pretty Korean girls breaking our hearts in their spangled miniskirts and high leather boots — then afterward we’d troop back to the Alpha barracks for some letter writing or boozing or just a good night’s sleep.

So much to remember. The time we filled a nasty lieutenant’s canteen with mosquito repellent; the sounds of choppers and artillery fire; the slow dread that began building as word spread that in a day or two we’d be heading back to the bush. Pinkville, maybe. The Batangan Peninsula. Spooky, evil places where the land itself could kill you.“

 obrien

Tim O’Brien (Austin, 1 oktober 1946)
Als militair

 

De Amerikaanse dichter en bloemlezer Louis Untermeyer werd geboren op 1 oktober 1885 in New York City. Na een korte opleiding begon Untermeyer zonder diploma in het bedrijf van zijn vader, waar hij bleef tot 1923, op het laatst als vice-president. Hij wijdde zich daarna aan zijn carrière als schrijver. Zijn eerste gedichtenbundel, First Love verscheen 1911. Untermeyer publiceerde meer dan 100 boeken, waaronder zijn zeer invloedrijke bloemlezingen van de Amerikaanse en Britse poëzie, maar ook kinderboeken, parodieën, en biografieën. Als vertaler bracht hij o.a. Heinrich Heine en Gottfried Keller onder de aandacht van zijn landgenoten. Hij was betrokken bij de oprichting van The Seven Arts, een tijdschrift dat een belangrijk forum was voor jonge dichters, onder wie Robert Frost. IMet Frost verbond Untermeyer een lange vriendschap. In 1956 kreeg hij van de Poetry Society of America de gouden medaille. Hij was ook een Poet Laureate Consultant in Poetry van de Library of Congress van 1961 tot 1963. Untermeyer was vóór de Eerste Wereldoorlog betrokken bij de uitgave van het marxistische tijdschrift The Masses. Net als veel van zijn kameraden, keerde hij zich tegen deelname van Amerika aan de oorlog.

Faith

What are we bound for? What’s the yield
Of all this energy and waste?
Why do we spend ourselves and build
With such an empty haste?

Wherefore the bravery we boast?
How can we spend one laughing breath
When at the end all things are lost
In ignorance and death? . . .

The stars have found a blazing course
In a vast curve that cuts through space;
Enough for us to feel that force
Swinging us through the days.

Enough that we have strength to sing
And fight and somehow scorn the grave;
That Life’s too bold and bright a thing
To question or to save.

 

Feuerzauber

I never knew the earth had so much gold —
The fields run over with it, and this hill,
Hoary and old,
Is young with buoyant blooms that flame and thrill.

Such golden fires, such yellow — lo, how good
This spendthrift world, and what a lavish God —
This fringe of wood,
Blazing with buttercup and goldenrod.

You too, beloved, are changed. Again I see
Your face grow mystical, as on that night
You turned to me,
And all the trembling world — and you — were white.

Aye, you are touched; your singing lips grow dumb;
The fields absorb you, color you entire . . .
And you become
A goddess standing in a world of fire!

untermeyer

 Louis Untermeyer (1 oktober 1885 – 18 december 1977)

 

De Oostenrijkse schrijfster Inge Merkel werd geboren op 1 oktober 1922 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008 en ook mijn blog van 1 oktober 2009.

Uit: Der rote Rock

“Ein Leser, der bis zuletzt durchhalten und nicht am Ende dieses verstrickte Gewirr von Mitteilungen und Textfragmenten zornig vom Tisch gewischt oder jedenfalls resignierend still zur Seite gelegt haben will, sollte erfahren, wer hier berichtet und wer mal sie ist und mal ich ist und letztendlich was für einer ICH ist.

Nicht dumme Heimlichtuerei veranlasst mich, dem neugierigen und verständnisbereiten Leser die ganze Wirrsal unaufgelöst und unerklärt vor die witternde Nase zu setzen. Ich bin selbst etwas ratlos und sehe mich in diesem Wort- und Satzgeröll von beiden Beinen gerissen und abgestürzt. Aber ich will nun endlich vernünftig anfangen und die Lage zu erklären versuchen.

Sie und ich ist, wie man im Roman sagt, die Hauptperson, um die herum und aus der heraus alles aufgeschrieben wurde. Genau genommen eine achtzigjährige Frau auf der Endstrecke ihres Lebens. Ja, auf der Endstrecke. Manche Leser mögen denken: was interessiert mich der sterile Rest eines Lebens, wo nichts Wissenswertes mehr geschieht, wo auf jeden Schritt und jeden Atemzug bereits der Schatten des Todes fällt, mit Furcht oder ohne oder mit nur fallweiser Furcht.

Schwieriger ist zu erklären, wer ICH bin. Denn unsere, das heißt meine Existenz ist nicht allgemein bekannt, obwohl jeder lebende Mensch ungeachtet besonderer Merkmale wie Geschlecht, sozialer Stand und Sprache einen wie mich hat, genau gesagt, mit mir zusammen geboren wurde, mich aber nicht sehen oder spüren kann, mich bestenfalls manchmal ahnt. ICH bin ein Comes, eine Wesensgattung, die bei der Schöpfung nicht eingeplant war, sondern aus bestimmten Gründen als Nachtrag und Korrektur ins Leben gerufen wurde, von Gott, der bei eingehender Betrachtung seiner Lieblingsschöpfung, des Menschen, zu zweifeln begann und in Ratlosigkeit fiel. Er hatte sich dieses Wesen zwischen Gott und Tier mit Liebe und großer Erwartung ausgeformt: Lehm, angehaucht mit seinem Atem, wie man es sich vorstellt und erzählt und geschrieben hat. Gedacht als ein Geschöpf zu seiner, Gottes, Unterhaltung, denn das Leben der Natur, einschließlich der organischen, läuft ja sehr einförmig ab und langweilte bald durch seine angeschaffene Gleichförmigkeit.”

 merkel

Inge Merkel (1 oktober 1922 – 15 januari 2006)

 

De Russische schrijver Sergej Aksakov werd geboren op 1 oktober 1791 in Oefa. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2008..

Uit: Years of Childhood (Vertaald door J. D. Duff)

Once in the early morning I woke, or became conscious, and could not recognize where I was.  All was unfamiliar: the large lofty room, the bare walls of fir planks, new and very thick, the strong smell of resin.  The sun – a summer sun, apparently – was just rising, and, as it shone through a window on my right above a thin canopy spread over me, was brightly reflected on the opposite wall.  Near me was my mother sleeping uneasily, in her clothes and with no pillows.  Even now I seem to see her black hair straying in disorder over her pale thin face. 

(…)

I was very fond of the smell of resin, which was sometimes used to fumigate our nursery.  I smelt the sweet transparent blobs of resin, admired them and played with them; they melted in my hands and made my long thin fingers sticky; then my mother washed and dried my hands, and I began to doze.  Visible objects became confused before me: I thought that we were driving, and that I refused to take some medicine which was offered me, and that the figure beside me was not my mother, but my nurse Agatha or my foster-mother…  How I went to sleep, and what happened afterwards, I have quite forgotten.“

 aksakov

Sergej Aksakov (1 oktober 1791 – 12 mei 1859)
Cover