Dolce far niente, J. Neil C. Garcia, Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Jan van Aken

Dolce far niente

 


Homomonument, Amsterdam

 

Uit: Poems from Amsterdam (Fragment)

XXIII

This city tolerates soft drugs and sex,
so why shouldn’t it tolerate gayness?

It’s not called The World’s Gay Capital
for nothing. Gay saunas, S & M leather

hotels, bookstores, condomeries:
all havens for the other persuasion.

Along any busy straat or in any plein,
they semaphor to the lost and looking

with the universal signal of pride:
flapping pennants of the queer rainbow.

Of course, it hasn’t always been this way,
as the Homomonument in Wester Markt

affectingly reminds us. Sodomites burned
or fed to dogs in Europe and the Americas.

Same-sex offenders exorcised, lobotomized,
or electrically convulsed by self-hating shrinks

and hysterical priests. Women-loving women
and men-loving men banished from hearth

and home, denied the bracing sunlight, cheated
of all creature comfort. A whole humanity

shoved by bigoted hearts to the margin:
all the wide-eyed lives ruined, despoiled,

whose memory this trigonometric shrine
lapped by canal water does lovingly honor…

 

 
J. Neil C. Garcia (Manilla, 1969)
Een regenboogvlag in Amsterdam

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

Een belvedère op het heelal

Het was een huis vol kleine confidenties.
De deuren stonden altijd op een kier:
ik kon de bibelots soms horen praten,
de glans van tafelzilver leek een teken.
Ook woonden ouders er nog ernstig in leven.

Ik durfde ’s avonds niet te komen
waar slechts fantomen mochten wonen,
eendrachtig samenhokkend in de nok,
met schilferige stemmen in falset
die doedelden rondom mijn hoofd.

Nooit was ik banger voor de nacht,
hoewel mij op een lichter uur
het altijd open zolderraam
het ruimste raam ter wereld leek,
een belvedère op het azuur.

Men stierf hier wat en sloot een raam.
En leegstaand lijkt het huis verbaasd
zo zorgeloos nog overeind te staan,
als wou geen mens de muren slopen
rondom een kindertijd vol spoken.

 

Oma’s metafysica

Oma’s metafysiek: nooit komt daar eens een barstje in.
Zij drinkt white spirit uit een soepterrine, slurpt
cyaankali met een rietje of propt zich tussendoor
met ijzervijlsel vol. Waarna één boer, en opgelost!

Zij zingt ook zelf de lof van heel haar lijf.
Zij hinkt met stoere kuiten door het dorp, bezit
de elegantste kromme neus, het sterkste kunstgebit.
En wie heeft een zo virtuoze wandelkruk als zij?

Eenieder met een beetje mensenkennis
beweert dat ik haar idealiseer. Dat zij bijvoorbeeld
amper weet of het vandaag of gisteren of morgen is.
En dat zij kaarsen brandt voor een of andere louche Heer.

Maar het is heerlijk om haar op te hemelen.

 

Soorten thuiskomst

Oké, je komt dan wel eens thuis en wil meteen weer weg,
maar moesten wij dan kiezen tussen eb en vloed?
En moest er plotseling niet meer ontmoet?
Wij waren jong die zomer aan het strand

en niemand wilde weg, maar ieder zou terug. WIj trokken
langs een huis waar iemand pas iets nietigs had verwekt.
Geen donder wist hij van het kind in haar en ook het kind
nog niets van hem. Maar ramen stonden op een kier;

de ochtend bracht een bries van zilte golven, vroege
soep en jonge koffie bij ons binnen. Zo woei het daar
dat het wel leek of er geen uur verliep en wij
nog kansen hadden, honderd soorten ergens.

Toch gingen wij er weg om bijtijds thuis te zijn,
of het nu vloed of laag tij was. Wii wilden huiswaarts
om te kunnen zeggen. Om eindelijk te kunnen
zeggen aan de liefste: hierop heb ik gewacht.


Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog

An Arundel Tomb

Side by side, their faces blurred,
The earl and countess lie in stone,
Their proper habits vaguely shown
As jointed armour, stiffened pleat,
And that faint hint of the absurd—
The little dogs under their feet.

Such plainness of the pre-baroque
Hardly involves the eye, until
It meets his left-hand gauntlet, still
Clasped empty in the other; and
One sees, with a sharp tender shock,
His hand withdrawn, holding her hand.

They would not think to lie so long.
Such faithfulness in effigy
Was just a detail friends would see:
A sculptor’s sweet commissioned grace
Thrown off in helping to prolong
The Latin names around the base.

They would not guess how early in
Their supine stationary voyage
The air would change to soundless damage,
Turn the old tenantry away;
How soon succeeding eyes begin
To look, not read. Rigidly they

Persisted, linked, through lengths and breadths
Of time. Snow fell, undated. Light
Each summer thronged the glass. A bright
Litter of birdcalls strewed the same
Bone-riddled ground. And up the paths
The endless altered people came,

Washing at their identity.
Now, helpless in the hollow of
An unarmorial age, a trough
Of smoke in slow suspended skeins
Above their scrap of history,
Only an attitude remains:

Time has transfigured them into
Untruth. The stone fidelity
They hardly meant has come to be
Their final blazon, and to prove
Our almost-instinct almost true:
What will survive of us is love.

 
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
The Philip Larkin pub in Coventry, genoemd naar de dichter

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Kouwenaar op dit blog.

Tuin

Achter het oog gezeten, opengezet
op alles wat al gebeurd is, de bliksem
waarmee de wimper het boek dichtslaat

hoor hoe de roodstaart onzichtbaar
zich in de bruidssluier opwindt en ontzeg
het potlood het doodgaan

de hond die opkijkt naar de verbazing
zijn licht dat blind op iets nieuws wacht

de boom waaruit langzaam
een slang valt, steeds langer
tot hij ophoudt –

 

Een glas om te breken

Liggend in zwart in de helderste kamer
bevat men volmaakt wat het afschrift onteigent
vult men gedwee zijn inhoud met leegte

omdat vlees moet geschreven verhongert de hemel
omdat taal doet ontleven moet men ontbinden
lidwoorden longen lipletters speeksel

niets dat hier klopt is meer dan een stilte
uren herhalen zich zonder beginnen
het ogenblik zoekt een glas om te breken

 

Aankomst

Zoals men aankomt op een station
in een reiziger uitstapt, met zijn ballast
vastloopt in een passant, dit is

het ogenblik, men is vacant, op slag
beslaat de inhoud het glas, taal past
haarfijn haar mal, niet gemond, ongehoord, totaal
onoorbaar, vlees, zoals het hoort

dat men dit mangat moet instaan, dit niks
moet uitleven in een snik, eindelijk
de navel van zijn bestaan, men laat

zijn leeftocht vallen, niets klopt, alles
verpopt in het wachtglas, achter de adem
stilt zich de made.

 
Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 – 4 september 2014)

 

De Nederlandse schrijver Jan van Aken werd geboren in Herwen-en-Aerdt op 9 augustus 1961. Zie ook alle tags voor Jan van Aken op dit blog.

Uit: De ommegang

“Op de stoffige wegen van Italië, in de vroege lente van het jaar 1415, kwam ik een tweetal reizigers achterop. Een jonge vrouw leidde een bepakt muildier aan de hand en voor haar uit ging een rijzige grijsaard met zekere tred, al viel me op dat hij zijn reisstaf gebruikte als blindenstok. De vrouw droeg op haar linkerslaap een klein litteken als een zilveren spinnetje; ooit had een vaardige heelmeester daar een wond gehecht. Ik groette in het voorbijgaan zoals gebruikelijk is langs de pelgrimswegen en wierp een vlugge blik op de man. Ogen als lege ijsvelden.
Ik richtte mijn ogen alweer op de weg, toen de man me bij mijn naam riep. ‘Isidoor?’
Ik bleef staan en draaide me naar hem om. Voor mijn geestesoog zag ik hem nu twintig jaar jonger en in de kracht van zijn leven, toen zijn haar en baard nog donker waren en niets die felle blik ontging. Ook toen had hij een vrouw bij zich gehad en zij op haar beurt droeg een klein meisje op haar arm. Dat moest deze jonge vrouw zijn, die nu het muildier leidde.
Bij de herinnering hoorde een naam. ‘Maelgys,’ zei ik. ‘Ben jij het echt? Hoe vaak heb ik niet aan onze goede tijd in Trebizonde gedacht!’ Ik wrong me uit de draagriemen van mijn reiskist en zette die voorzichtig op de grond.
Maelgys lachte. ‘Ik herkende je aan je stem. En je kent mijn dochter? Haar naam is…’
‘Lorea,’ zei ik. ‘Natuurlijk ken ik haar nog.’ Ik maakte een hoofse buiging. Een volksvrouw zou erom gegiecheld hebben, maar zij aanvaardde het met een knikje. Afgezien van haar gebruinde gezicht leek ze sterk op haar moeder, die destijds net zo oud moest zijn geweest als zij nu. En om me haar te herinneren had ik geen geheugenkunst nodig. Hoeveel mensen leven, worden oud en sterven, zonder dat ze ooit een dergelijke schoonheid zien?
‘Vooruit,’ zei de man. ‘Er is maar één weg en we kunnen een tijdlang samen reizen. Ik hoor de instrumenten rinkelen in je kist. Die mag je op Gigi laden, hij kan zo’n last beter aan dan jij.’
Ik ontmoet genoeg volk onderweg, eenlingen of groepen, en soms loop ik een stukje op met iemand die ik sympathiek vind, maar lang houd ik het nooit vol. Anders dan de meesten voel ik niet de noodzaak om stilten te vullen met ijdel gepraat en zelden kom ik iemand tegen die werkelijk iets te zeggen heeft. Alleen tijdens eenzame voetreizen kan een mens zijn gedachten laten uitwaaieren, zijn kennis nalopen, herschikken en tot nieuwe inzichten komen. Daarnaast wil ik me niet inhouden voor traag gezelschap. Maar voor mijn oude vriend en zijn dochter maakte ik een uitzondering.
‘Je herkende me aan mijn stem,’ zei ik, terwijl wij onze weg vervolgden. ‘Dat is verbazingwekkend. Wat is jullie reisdoel?’

 
Jan van Aken (Herwen-en-Aerdt, 9 augustus 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

De monniken van Sénanque

Zij stierven er snel en stil
en zonder overtollige reutel spoedden zij zich heen
van sterfplaats naar sterfplaats,
jaren ouder van jaren verlangen.

Als zonderlinge geliefden woonden zij in het landschap,
aan alle wensen der weelde ontwend,
zachtmoedig als wat niet meer wordt gevreesd.
Zij kenden geen verhuizen meer.

En wij, gekomen uit de oorden
van het roekeloos woekerend woord,
wisten tussen stof en steen en stilte
de ampere galm van hun stappen nog bewaard,

en zwegen, als voorgoed ontheemd,
in de leerzaamheid van zeldzame minnaars.
En van jaren verlangen
werden wij jaren en jaren ouder.

 

Album

Een klas met veel te hoge ramen.
De aarde hangt er zomaar aan de wand.
En tweeëndertig stijve meisjesrompen
zijn rij aan rij, in melkwit licht,
aan banken vastgeklonken.

De toekomst in hun ogen moet voorbij.
Men geeuwt er al verleden uit.
Maar één van hen, de mooiste, jij,
nog niet verlegen met haar leven,
is met de aarde iets van plan.

Ik wil haar schooljaar overdoen:
haar smoezen, fratsen, onvoldoendes,
haar appelflauwtes om een niets,
de droesem in een oude droom.
Wat onder ede werd verzwegen,
daar luistert nu geen mens meer naar.

 

Pronkstuk

’s Nachts mompelen juwelen in hun slaap.
Zij fonkelen tot in hun dromen,
proberen zo vermaard te glanzen
als de tranen van een dame.

Dat komt, zij zijn soms zeer alleen,
gekluisterd in hun kist van nacht.
Zij willen jubelen in zilver,
in goud, briljant of diamant,

maar pralen slechts met wat zij missen:
een hals, een pols, een simpele pink.
O, ziek van heimwee naar knap vlees.
De nacht is lang. Wordt het ooit dag?

 
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

Continue reading “Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev”

Dolce far niente, Jürgen Becker, Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer

Dolce far niente

 

 
Zomerbui op de Singel (Amsterdam) door Thomas Schmall, 2010

 

Sommerregen. Schwarzer Abend…
In memoriam Donald Barthelme

Sommerregen. Schwarzer Abend. An den Rand
einer Todesmeldung gekritzelt die verfügbaren Daten,
die das Interview in Gang setzen, die Erinnerung
an entrückte Begegnungen, von denen
wir uns mehr Zukunft versprochen hatten.

Der neue New Yorker bleibt offen liegen.
Was heißt Zukunft, wenn sich das letzte Gespräch
per Bandschleife endlos wiederholen läßt
und ein Nachruf zehn Jahre liegt im Archiv.
Trockener Sommer. Der Abend ist hell.

Eine Reise ist vorzubereiten. Man muß
durch eine Nebelfront, deren Weiß so weiß
wie chinesische Trauer ist. Bitte keine Zitate.
Thema vom Tisch. Die Gerstenfelder sind leer,
und man liest, kompliziert sind die Städte.

 

 
Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)
Keulen in de regen. Jürgen Becker werd geboren in Keulen

Continue reading “Dolce far niente, Jürgen Becker, Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer”

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

De feestelijke verliezer

Ik had het fijnste gaas van het verlangen lief
zoals een zachte bries het lichaam van de baadster
en waar ik mij begaf, omgaf er mij een waas
van angstaanjagend aangenaam verwelken.
En een seizoen lang werd het avond.

En toen – het hart hoog op de wind –
verlangen zich bezeerde aan begeerte,
hoe lief had ik dan niet dat feestelijk verlies,
alsof een hartstocht mij verloren blies,
al werd ternauwernood gezoend

de monstrans van één enkele mond.
En elke avond werd het herfst.

En telkens als de sierlijkste der herfsten
mij in de wind een onderkomen bood,
vond ik in ruisen en in beven
een huis om dakloos in te zijn.

 

Oma’s memo

zij ruimt de rommel op die niet meer dient:
een fotolijst, een hoornen bril,
verlovingsjurk van anno dertig,
de prullenkraam van een bestaan
dat eens vol meesterwerken was.

haar mooiste meesterwerk ben ik,
haar mausoleum voor een dochter,
de hare, die mij baarde en toch stierf,
de missing link die ons verbindt,
gemis dat vlees werd, stof en as.

uit alles blijkt dat zij zich traint in blijven,
in voortbestaan, inpakken van wat was.
en met een stem vol moederschap
laat zij een opdracht aan de planten na:
wees daar, eis water, als ik niet meer ben.

alles wat weerloos is en eindigt
verdient een voortbestaan. geen ding.
zo eindigt ook haar kunstgebit
met gouden stift, dat nu nog elke avond
in een glaasje gaat, straks in een kist.

 

Kanker I

God, herstel deze vrouw. zij is nog niet
voltooid. zij moet mij nog ten grave dragen.
o, leg haar straks, al stijf van ouderdom,
met beide borsten in een kist.

ik weet dat u soms voorkomt in het wild
naast aasgier, lynx en tijgerkat:
fouileer haar niet tot op het bot
of daar nog ergens kanker zat.

ook ik lijd honger aan haar lijf.
wees niet bekommerd om uw maal:
ik wil een ander kwijt in ruil voor haar.
ik wil een ander kwijt, of minstens mij.

 

 
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

Continue reading “Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann”

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

Moedermuseum

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht,
suppoost vooruitbetaald om over haar te waken.
Zij zat voortdurend aan zichzelf te knagen
tot enkel kraakbeen van haar overbleef.

Er kwam een firma langs om haar te stutten,
om lichaamsdeel na lichaamsdeel te restaureren
tot zij weer sexy presentabel voor de wereld was.
Onder woonachtigheid ging zij gebukt,

onder herinnering waaraan zij vast bleef kleven
en onder wijdverspreide wankelmoedigheid,
die grotendeels uit zwangerzucht bestaat.

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht
waar zij door tallozen zo mateloos bewonderd wordt
dat zij haar soms met zoutzuur naar het leven staan.

 

Trappen

Er zijn er naar beneden en naar boven.
Ze lijken zo verdomd goed op elkaar
dat men ze meestal met elkaar verwart.
Wel gaat het altijd sneller naar beneden.

Tussen muffe kelders en fier firmament
is waar ik woon, waar het hedendaagse
ondermaanse mij meedogenloos voorbijziet
of mij – trap op, trap af – juist breeduit salueert,

misschien zelfs rakelings langs een Vermeer
of langs licht loensende, zeegroene ogen.
‘Er heerst hier veel te veel beneden,’ mokt de een.

‘O, al dat loze boven,’ zucht een ander. En ook: ‘Waar
gaat toch alles wat verdwijnen moet naartoe? Naar boven?
Naar beneden? En zijn daar dan voldoende trappen voor?

 

Het Winkeltje

Ik heb nog een antiquariaatje
van geel verkleurde dromen
op de oever van groot failliet.
Veel komen er niet, maar die er komen,
kopen met tweedehands verdriet.

 
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

Continue reading “Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann”

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

 

Mutter Courage

Aan elke heer die bellen blies
in haar hoofd van waspoeder en zeep
bood zij haar mond van eeuwen aan,
haar hele ziel in ondergoed,

opdat zij niet voorbij zou gaan.
Maar debuterend in de malle troost
van kinderneuzen vol met snot,
heeft zij voor eeuwigheid geen tijd.

Het regent, maar zij blijft gezond,
gezond zoals een moeder moet
– een trage, weldoorvoede kloek,
voorgoed begraven in haar kroost.

Zo leert zij leven van recepten
en van remedies tegen zeer
dat, eer het komt, genezen wordt.
En eeuwigheid is kinderspel.

 

Lamento voor Juul

Juul heeft de allertraagste fiets,
bestemd om nergens aan te komen.
Hij loopt ernaast als naast een ouwe ezel
bepakt met ouwe ezelsdromen.
Maar nu is Juul plots dood.
Plots foetsie naar een beter niets?
Juul had zelf ook een ezelskop.
Waarschijnlijk van Henri Matisse.
Het is de vraag hoezeer hij niet meer is,
want niemand, niemand die hem mist.
Al is dit altijd zo geweest, het blijft baldadig triest
in alle straten waar hij loopt noch fietst.

 

 

Hoevenzavel

Men opent een raam en zegt Ziehier de wereld.
Men bootst het wonen na in tal van talen.
En het dorp wordt een stad en de stad
de wereld, als ging de hele wereld in een straat.
Soms staat men voor een horizon als voor een hek,
maar de straat wordt een dorp en de stad de wereld

die ruikt naar sjasliek, shish kebab en moussaká,
naar al dat elders van te ver en van te velen.
En men verlaat zijn straat, op zoek naar een dorp.
Men droomt van grootse liefdes in betere steden
en men kijkt uit het raam in een huis in een dorp.
En het dorp wordt een stad en de stad de wereld.

 

 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

Continue reading “Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer”

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Een zoon van niemendal

Sterven was het snelste wat je deed:
van zoveel vlees had ik verwacht
dat het kilo per kilo overleed
met veel vertoon en varieté.
Een stuip volstond en dat was dat.

Je lichaam was je lievelingsplek.
Het kon heel stijlvol vadsig zijn.
Je ging alleen om te bewijzen
hoe het gelijk van vaders is
en hoe het ongelijk van lijken.

Voor afscheid had je geen talent.
Nog pest je mij vanuit je kist
met al je trots, verkeerd belegd
in mij, een zoon van niemendal:
een ziekte met vier poten en een kop.

Ik moest het altijd beter doen,
nooit goed in woede en in moed,
zelfs onderdanig aan je lijk:
dat waardig lijk dat vader bleef
en waar geen gram van rest.

 

Een man en een vrouw

Zij hadden de tafel af vijftig jaar
niet meer afgeruimd, een man en een vrouw,
en bleven levenslang samen,

omringd door eierdopjes, koffiekopjes,
portretten van oude beminden
wier namen zij vergeten waren.

Zij spelden al vijftig jaar, dag in dag uit,
de krant van dezelfde dag,
een man en een vrouw,

om de wereld eindelijk stil te doen staan:
jong en fleurig
om een ijzersterke as.

Maar op de tafel werd alles oud.
Zelfs hun messen en hun vorken.
Alleen zij niet, die man en die vrouw.

Geen twee woonden intiemer samen
dan die twee, stikkend in hun rommel,
twistend om de laatste lucht.

Zo werden zij ten slotte gevonden:
bleek, jong, met wijd open monden,
nog hevig snakkend naar elkaar.

 

Romance

Het laatste woord trok op zoek
naar het voorlaatste en vond het niet.
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Het eerste en het laatste woord
trokken zwijgend verder, arm in arm.
Zij waren eenzaam, misten iets, maar wat?
Waren verliefd, maar wisten niet op wat.
Alle woorden die tussen hen kwamen?
Een verhaal? Ja. Ja, dat.

gruwez 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Days

What are days for?
Days are where we live.
They come, they wake us
Time and time over.
They are to be happy in:
Where can we live but days?

Ah, solving that question
Brings the priest and the doctor
In their long coats
Running over the fields.

 

How Distant

How distant, the departure of young men
Down valleys, or watching
The green shore past the salt-white cordage
Rising and falling.

Cattlemen, or carpenters, or keen
Simply to get away
From married villages before morning,
Melodeons play

On tiny decks past fraying cliffs of water
Or late at night
Sweet under the differently-swung stars,
When the chance sight

Of a girl doing her laundry in the steerage
Ramifies endlessly.
This is being young,
Assumption of the startled century

Like new store clothes,
The huge decisions printed out by feet
Inventing where they tread,
The random windows conjuring a street.

 

Since The Majority Of Me

Since the majority of me
Rejects the majority of you,
Debating ends forwith, and we
Divide. And sure of what to do

We disinfect new blocks of days
For our majorities to rent
With unshared friends and unwalked ways,
But silence too is eloquent:

A silence of minorities
That, unopposed at last, return
Each night with cancelled promises
They want renewed. They never learn.

larkin

 Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Een gedicht als een ding

een glazen draaideur en de chinese ober
die steeds terugkeert met andere schotels

een parkwachter die zijn nagels bijvijlt
tussen siberische kinderen uit maine

een venus van de voortijd samen met
een spin op de snelweg

een glas moedermelk, een geel
gesteven smoking

een bij, een pennemes
beide stekend, een vliegtuig
dat oplost in dorpsregen

een gedicht als een ding.

 

men is er niet

Men is er niet, men ligt in zich, men ziet
vooruit in tijd terug, dit kan dus niet

dit is vandaag, een wig, eenvoud van niets
alsof men zich onteigent in een ding

binnen en buiten breekt hetzelfde licht, spiegel
die niet kan kiezen, tweeling, ik of ik

men ziet wat was terwijl men is, door zich
te zien wat blind is, onzin, kan dus niet

bestaat dus niet, dit liegt, wist uit in wit
alles is niets dan zwarter, witter zelfs –

 

een geur van verbrande veren

Men komt thuis, het is maart, men ontsluit
het verwinterde huis, afzijn gebrek
hebben webben gestrikt, mee-eters verteerd, de uil
door de schoorsteen de dood in gedreven

de vloer vol hulpeloos dons, de boeken kalk
wit bescheten, de glazen aan gruizels
op het eeuwige bed een proper karkas
met machtige vleugels

wat heeft men gedaan vandaag?
takken geraapt, de kwijnende vlier beklaagd
vuur gestookt van afval –

kouwenaar

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)
Hier met Nol Gregoor (l)

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Lieve zuster Ursula

‘De hele faculteit stinkt trouwens!’ zei de Amerikaanse schor. ‘Allicht – als je iemand als Broomfield binnenhaalt -’ Haar sigarettenkoker zwaaide verontwaardigd. Broomfield! ‘Het is al dadelijk begonnen toen -’
‘Wat?’
Peter Roskam stond wat terzijde, een bemist glas vochtig in zijn vochtige hand. Hij liet de stemmen om hem heen hun raadselachtig werk in vrede doen.
‘Wat?’ vroeg hij.
‘O, ik praatte met, met, met, met mevrouw -’ Ze rukte haar hoofd naar links, het duivels ongeduld. ‘Mevrouw Biesbos of zoiets,’ zei ze, ‘wat een namen hebben jullie hier, ik moet zeggen – die mevrouw met dat grijze haar, ze is in een bestuur of in een raad of zoiets geheimzinnigs. Ja, dan moet je niet zo hard naar haar kijken,’ lachte ze. ‘Iets van kunstzaken of zoiets. En ze vroeg me of ik van Amerika houd en ik zei, nee, afschuwlijk. En toen vroeg ze of ik wel van Holland houd en ik zei nee, verschrikkelijk. Ik woon hier nu al twee jaar, bijna drie jaar, hier, dat wil zeggen in het Gooi en ik ken hier nog bijna niemand. En laatst belde iemand van een of andere krant, die vroeg of mijn man een artikel wilde schrijven voor de, de – voor welke krant was dat? Herb! Herb! Welke krant was dat?’ Voor de derde maal die avond dwaalde Peters blik af naar de exotische vogel aan de muur, een litho in kleuren waarvoor hij ‘joelend’ had bedacht, een vogel in een vonkenregen opvliegend uit schuwheid over zoveel vreemde mensen. Hij hoorde fladderen, het krijsen, de spotlach boven ieders hoofd.
‘Wat?’ vroeg de Amerikaanse. ‘Ja, zoiets was het wel.’ En ze herhaalde de naam van de krant en blies hem weg in de rook van haar sigaret. ‘En Herb zei: maar ik ken u helemaal niet. En hij zei, ik ben van de, hoe heet die krant nou ook weer – Herb!’
‘Maar als u twee jaar in Nederland heeft gewoond dan mag u toch de naam van die krant wel kennen,’ zei Peter.“

meijer

Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Gnade (Vertaald door Ina Kronenberger)

“Als ihm der junge Arzt nach einigem Hin und Her die neue Diagnose offenbarte und sich ein wenig halbherzig darüber ausließ, welche Behandlungsmethoden seiner Meinung nach angemessen wären, ohne jedoch zu verheimlichen, dass das Elend meinen Freund Johan Sletten am Ende das Leben kosten würde, schloss Johan die Augen und dachte an Mais Haare.
Der Arzt war ein junger Mann mit hellen Haaren, der nichts dafür konnte, dass er große, veilchenblaue Augen hatte, die einer Frau viel besser zu Gesicht gestanden hätten. Er erwähnte den Tod mit keinem Wort.
Das Wort, das er benutzte, war »alarmierend«.
»Johan!«, sagte der Arzt und versuchte, den Blick des anderen einzufangen. »Bitte hören Sie mir zu.«
Johan gefiel diese Verwendung des Vornamens nicht. Außerdem hatte die Stimme des Arztes etwas Schrilles.
Es hörte sich an, als hätte er den Stimmbruch nie ganz hinter sich gebracht oder als wäre er als Kind womöglich von den Eltern kastriert worden, die sich eine Zukunft als Eunuch für ihn erhofft hatten, überlegte Johan, der das mit dem Vornamen und dem Nachnamen ansprechen wollte, vor allem im Hinblick auf den Altersunterschied. Der Arzt war jünger als Johans eigener Sohn, mit dem er seit acht Jahren nicht mehr gesprochen hatte. Doch es ging nicht nur um die Erziehung, wenn er meinte, dass jüngere Menschen ältere Menschen nicht einfach mit dem Vornamen anreden sollten, nein, Johan hatte immer Wert darauf gelegt, eine gewisse Distanz zu wahren. Jegliche Form von Intimität zwischen Fremden – beispielsweise die Unart, sich in sozialen Situationen zu umarmen (oder vielleicht nicht wirklich zu umarmen, sondern lediglich flüchtig die Wange des anderen mit der eigenen zu berühren) – empfand er als unangenehm und im Grunde respektlos. Er zog es, wie gesagt, vor, dass man ihn, wenn man nicht mit ihm verheiratet war, Sletten nannte.

 ullmann

Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Mary Poppins

„And, of course, besides these there was Katie Nanna, who doesnt really deserve to come into the book at all because, at the time I am speaking of, she had just left Number ­Seventeen.

“Without by your leave or a word of warning. And what am I to do?” said Mrs. ­Banks.

“Advertise, my dear,” said Mr. Banks, putting on his shoes. “And I wish Robertson Ay would go without a word of warning, for he has again polished one boot and left the other untouched. I shall look very ­lopsided.”

“That,” said Mrs. Banks, “is not of the least importance. You havent told me what Im to do about Katie ­Nanna.”

“I dont see how you can do anything about her since she has disappeared,” replied Mr. Banks, “But if it were me—I mean I—well, I should get somebody to put in the Morning Paper the news that Jane and Michael and John and Barbara Banks (to say nothing of their Mother) require the best possible Nannie at the lowest possible wage and at once. Then I should wait and watch for the Nannies to queue up outside the front gate, and I should get very cross with them for holding up the traffic and making it necessary for me to give the policeman a shilling for putting him to so much trouble. Now I must be off. Whew, its as cold as the North Pole. Which way is the wind ­blowing?”

And as he said that, Mr. Banks popped his head out of the window and looked down the Lane to Admiral Booms house at the corner. This was the grandest house in the Lane, and the Lane was very proud of it because it was built exactly like a ship. There was a flagstaff in the garden, and on the roof was a gilt weathercock shaped like a ­telescope.“

travers

P.  L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Gide et Maître Pierre (post op blog e-gide)  

“En 1922, Rilke recommande le peintre polonais Erich Klossowski à André Gide. Klossowski veut mettre ses deux fils à l’école du Vieux Colombier: le plus jeune a quatorze ans et se prénomme Balthasar (il deviendra Balthus) ; l’aîné a dix-sept ans et se prénomme Pierre. Le jeune Pierre Klossowski n’est pas intimidé par Gide. Il a fréquenté Rilke qui est l’amant de sa mère. En 1923, il écrit une lettre à André Gide :

«Et voilà qu’une chance inespérée s’offrait à moi de faire une sorte apprentissage moral et matériel auprès de l’homme même que j’avais désigné comme mon directeur de conscience. Or c’est moi qui avait choisi cet homme pour le consulter. Gide, au reçu d’une longue lettre où je lui exposais mon dépaysement moral avec assez de lucidité pour l’intriguer fort, m’attendait et m’accueillit. Ca ne lui arrivait pas tous les jours de voir venir à lui un adolescent qui l’avait pareillement lu, déchiffré et deviné.» (Le peintre et son modèle, entretiens avec Pierre Klossowski, Jean-Maurice Monnoyer, Flammarion, Paris, 1985)

Cette lettre mettait en avant «des obsessions au gré d’une anomalie qui nous était commune» confie toujours en 1985 Pierre Klossowski à Jean-Maurice Monnoyer. Gide apprécia le ton de ce jeune homme venu d’un milieu bohème qui osait s’affranchir des préjugés. Il décida de le prendre sous son aile et le fit venir à Cuverville afin de décider ce qu’il ferait de celui qui allait désormais devenir «Maître Pierre».

klossowski

Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)

 

 De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Flowers for Algernon

„I dont think I passd the raw shok test.

3d progris riport

martch 5-Dr Strauss and prof Nemur say it dont matter about the ink on the cards. I tolld them I dint spill the ink on them and I coudnt see anything in the ink. They said maybe they will still use me. I tolld Dr Strauss that Miss Kinnian never gave me tests like that only riting and reeding. He said Miss Kinnian tolld him I was her bestist pupil in the Beekman School for retarted adults and I tryed the hardist becaus I reely wantd to lern I wantid it more even then pepul who are smarter even then me.

Dr Strauss askd me how come you went to the Beekman School all by yourself Charlie. How did you find out about it. I said I dont remembir.

Prof Nemur said but why did you want to lern to reed and spell in the frist place. I tolld him because all my life I wantid to be smart and not dumb and my mom always tolld me to try and lern just like Miss Kinnian tells me but its very hard to be smart and even when I lern something in Miss Kinnians class at the school I ferget alot.“

keyes

Daniel Keyes (New York, 9 augustus 1927)
Boekomslag

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: The Crushed Flower (Vertaald door Herman Bernstein)

His name was Yura. He was six years old, and the world was to him enormous, alive and bewitchingly mysterious. He knew the sky quite well. He knew its deep azure by day, and the white-breasted, half silvery, half golden clouds slowly floating by. He often watched them as he lay on his back upon the grass or upon the roof. But he did not know the stars so well, for he went to bed early. He knew well and remembered only one star—the green, bright and very attentive star that rises in the pale sky just before you go to bed, and that seemed to be the only star so large in the whole sky. But best of all, he knew the earth in the yard, in the street and in the garden, with all its inexhaustible wealth of stones, of velvety grass, of hot sand and of that wonderfully varied, mysterious and delightful dust which grown people did not notice at all from the height of their enormous size. And in falling asleep, as the last bright image of the passing day, he took along to his dreams a bit of hot, rubbed off stone bathed in sunshine or a thick layer of tenderly tickling, burning dust. When he went with his mother to the centre of the city along the large streets, he remembered best of all, upon his return, the wide, flat stones upon which his steps and his feet seemed terribly small, like two little boats. And even the multitude of revolving wheels and horses’ heads did not impress themselves so clearly upon his memory as this new and unusually interesting appearance of the ground.“

andreyev

Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)
Portret door Louis Leopold Boilly

 

De Engelse dichter en vertaler John Oldham werd geboren in Shipton Moyne (Gloucestershire) op 9 augustus 1653. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

The Careless Good Fellow (Fragment)

A pox of this fooling, and plotting of late,
What a pother, and stir has it kept in the state?
Let the rabble run mad with suspicions, and fears,
Let them scuffle, and jar, till they go by the ears:
Their grievances never shall trouble my pate,
So I can enjoy my dear bottle at quiet.

What coxcombs were those, who would barter their ease
And their necks for a toy, a thin wafer and mass?
At old Tyburn they never had needed to swing,
Had they been but true subjects to drink, and their king;
A friend, and a bottle is all my design;
He has no room for treason, that’s top-full of wine.

I mind not the members and makers of laws,
Let them sit or prorogue, as his majesty please:
Let them damn us to woollen, I’ll never repine
At my lodging, when dead, so alive I have wine:
Yet oft in my drink I can hardly forbear
To curse them for making my claret so dear.

oldham

John Oldham (9 augustus 1653 – 9 december 1683)

 

De Engelse schrijver Izaak Walton werd geboren in Stafford op 9 augustus 1593. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: The Life Of Mr. George Herbert


George Herbert was born the Third day of April, in the Year of our Redemption 1593. The place of his birth was near to the Town of Montgomery, and in that Castle[1] that did then bear the name of that

Town and County; that Castle was then a place of state and strength, and had been successively happy in the Family of the Herberts, who had long possessed it; and with it, a plentiful estate, and hearts as liberal to their poor neighbours. A family, that hath been blessed with men of remarkable wisdom, and a willingness to serve their country, and, indeed, to do good to all mankind; for which they are eminent: But alas! this family did in the late rebellion suffer extremely in their estates; and the heirs of that Castle saw it laid level with that earth, that was too good to bury those wretches that

were the cause of it.

The Father of our George was Richard Herbert, the son of Edward Herbert, Knight, the son of Richard Herbert, Knight, the son of the famous Sir Richard Herbert of Colebrook, in the County of Monmouth, Banneret, who was the youngest brother of that memorable William Herbert, Earl of Pembroke, that lived in the reign of our King Edward the Fourth.

walton

 Izaak Walton (9 augustus 1593 – 15 december 1683)