Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Sascha Reh, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Alun Lewis, George Sand

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

Brieven aan N.

1.
Er zijn gedichten die niet mogen
omdat ze te naakt zeggen waar het op staat
zo zou ik je willen schrijven maar
ik durf niet, lieve N., zou ik willen
schrijven, ik denk soms aan je
hoe je daar woont in dat kleine vervallen huis
met je kind dat je kind niet is
maar dat moeke zegt en aandacht vraagt
met de man die wel jouw man is
die geen aandacht vraagt maar stilte
die jou alleen laat met je warme lichaam
bij de kolenkachel terwijl je kind speelt
en geen lawaai mag maken, want de man
schrijft zulke ontroerende brieven
aan de jongen die zijn zoon niet is.

2.
Je bent koud geworden van alle kou
die op je afkomt, je verlangt naar de een
terwijl je het kind draagt van de ander
mooi praten kunnen mensen over onfatsoen
maar jij geeft liefde en je krijgt het kind
van een ander en verwijten over nutteloos
gefantaseer, lieve N., hier zit ik ver
van je bed en denk aan warmte
je kind redt zich wel, maar jij N.?

3.
Je kust je moeder niet meer in het ziekenhuis
evenmin je man als je weer thuis bent
thuis in de caravan naast de afbraak
waar de kolenkachel al weg is
was je je handen onder de dunne straal
verpieterd water om de besmetting
weg te wassen. ik hoor je stem door de telefoon
die niet besmet, warmte op afstand
ik denk aan je kind dat niets weet
dat blank in je slaapt, zich vast besloten voedt
laat het huis klaar zijn als het kind komt.

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Dode hoek

Mensen die je kent, mensen
die je best had kunnen kennen.
Een mevrouw die op een schoolplein stond
om haar kinderen weg te brengen, op te halen,
net als jij daar wachtte, soms met iemand sprak
maar meestal in gedachten – een gezicht
dat je als je het ergens anders tegenkwam
in verwarring bracht.

Zoals je winkeliers
alleen maar in hun winkel snapt.
Daarbuiten klopt iets niet.

Een gezicht dat jaren later
zomaar ergens op een fietspad fietst,
je was het jaren kwijt,
je weet het weer,
hebt bijna spijt.

 

De danser op de kade

Dagelijks denk ik aan de man
hier in de buurt die als de brug geopend was
wild begon te dansen
langs de Kosterverlorenvaart
en met zijn dans de schepen begeleidde
die zand naar IJburg brachten

hij sliep in een verloren hoekje
naast het skatepark en het hondenveld
in de beschutting van een elektriciteitshuisje
onder een struik en zijn matras
was altijd van urine nat

en sommige baasjes
ruimen de drollen niet op
om goed duidelijk te maken
dat ze schijt aan je hebben
dat het smerig is om buiten te slapen

en mijn man woonde daar
sliep in een klein hoekje
tussen verachting en respect
en nu is hij weg maar

hij danst voort in mijn gedachten.

F. Starik (1 juli 1958- 16 maart 2018)


De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

Uit: Veelbelovend

‘Wat is dat voor geschreeuw, godverdomme!’
Gras schudde het hoofd, ‘Gespreeuw is het. En wat is dat voor gevloek, godverdomme!’
‘Weet u wel hoe laat het is?’
De veelbelovende kunstenaar: ‘Nee!’
‘Het is drie uur in de nacht!’
‘Dankuwel!’
Vandaag was het halfvijf. Waar was zijn auto. Niet zoals gebruikelijk half op de stoep voor de deur. Ook niet een eindje verderop met twee wielen in het gras.
Ach! Hij had ‘m gisterenochtend vroeg total loss gereden, was hij even vergeten. Terwijl het toch geen geringe klap was. Meteen maar zelf de politie gebeld. ‘Betrokken geraakt bij een aanrijdinkje. Zouden we best samen zonder uw medewerking kunnen regelen, u heeft het tenslotte vast druk genoeg, nietwaar. Toch zou ik graag zien dat u gauw kwam, anders ben ik bang dat dit niet tot blikschade beperkt blijft maar dat er ook een ambulance aan te pas moet komen. Heb me hier verschanst want… Laat me met rust! Au! Niet doen! Blijf van me af!’
Hij had gejammerd, en geklapperd met de ijzeren deur van de telefooncel. ‘Waar? Achter het Paleis! Help!’ Hij hing op, belde een taxi en liep kalm terug naar zijn oude Toyota, die uit elkaar was gevallen. Een gezette vijftiger in een te krap pak monsterde de glimmende Mercedes die slechts een geschonden neus leek te hebben opgelopen. De man, een louche zakentype met zorgvuldig over de kalende schedel gedrapeerde haarsliertjes, kwam op hem af en beet hem toe: ‘Lijkt mij een duidelijke zaak, misselijk stuk langharig werkschuw tuig.’
‘Moet u kijken hoe mijn auto erbij ligt. U reed veel te hard!’
‘Kan wel zijn, maar ik werk ook hard en ben elke dag vroeg op pad om zelf mijn brood te verdienen.’
‘Ik had wel dood kunnen zijn.’
‘Dat was dan mooi je eigen schuld geweest. Want jij sloeg links af en ik kwam voor jou van rechts, dus. Nietsvermoedend.’
‘Nietsvermoedend? Je had gewoon beter uit je doppen moeten kijken, lul. Ik zat al lang en breed in die bocht toen jij met een noodgang kwam aanzetten.’
‘En volgens mij heb jij een flinke slok op.’

Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Duitse schrijver Sascha Reh werd geboren op 1 juli 1974 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Sascha Reh op dit blog.

Uit: Gegen die Zeit

„Während draußen geschossen wurde, blieb ich in meinem Zimmer, hungrig, in dumpfer Sorge vor einer Infektion, in Gedanken bei Ana. Ich tat nichts als darauf zu warten, dass sie mich holten. Es würde sich nicht ankündigen. Die Soldaten würden in der Nacht kommen oder am frühen Morgen, sie wür-den nicht klopfen. Ich malte mir aus, wie sie mich aus dem Haus schleifen und auf die Ladefläche eines ihrer Trucks prügeln würden. Ich stellte mir vor, wie ein Gewehrkol-ben meinen Kiefer bräche, fuhr mit der Zungenspitze über die Stelle, wo ein Zahn gewesen sein würde. Versucht; mich vorgreifend an den Verlust von Dingen zu gewöh-nen, die mir bislang selbstverständlich und teuer gewesen waren. Dachte an meine Freunde, für die meine Gedan-kenspiele womöglich in diesen Augenblicken Wirklichkeit wurden, an öscar, unser Team im CORPO und bei INTEC. Meine Sorge lähmte jedes Handeln, betäubte mein Wollen, sogar den Hunger. Seiiora Lorca, meine Vermieterin, hatte weder Telefon noch Fernseher, im Radio waren nur schnarrende Anwei-sungen zu hören, ansonsten Arbeiterlieder oder preußi- sehe Märsche, je nach Sender. Ich wusste und erfuhr nichts über die Lage draußen, konnte sie nur am Kreisen der Helikopter ermessen, mit denen man die Einhaltung der Ausgangssperre kontrollierte, und an der Häufigkeit der Feuergarben. Die Ereignisse schienen mich zu verhöhnen: Ich hatte im CORFO an der Beschleunigung unserer Infor-mationen gearbeitet, an einem System, das alles erfährt und nichts vergisst, einem rauschenden Strom allen Wissens. Mit einem Mal war dieser Strom versiegt. Sefiora Lorca hatte das Haus schon vor Monaten in Richtung Punta Arenas verlassen, wo ihr Bruder wohnte. Ich wusste, das war ein schlechtes Zeichen. Sie hatte am »Marsch der leeren Töpfe« teilgenommen, den scheinhei-ligen Protesten gegen die Mangelwirtschaft, vorgebracht von jenen, die die Lebensmittel in ihren eigenen Kellern und Garagen horteten: den Momios. Sie hatte sich aus dem Staub gemacht, weil sie wusste, dass etwas bevorstand. Die Stimme Pinochets im Radio war verzerrt, Frequen-zen pfiffen und knarzten, doch ich verstand alles, worauf es ankam. Ich redete mir ein, das Regime sei lediglich ein Provisorium, gültig für eine, vielleicht zwei Wochen, Dik-tatur auf Zeit. Ich dachte es, ohne daran zu glauben; mein Körper, von Panik vergiftet bis in die zitternden Nerven-spitzen, wusste es besser.“

Sascha Reh (Duisburg, 1 juli 1974)


De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Afgang (Het Bureau 6)

“Hij schoof zijn bordje in, bekeek het poortje tussen de loge en de keuken, stapte de keuken in, groette Wigbold, die aan zijn tafel zat en toekeek, en bekeek het ook aan de andere kant. ‘Zijn ze nu klaar?’ vroeg hij, zich tot Wigbold wendend. ‘Het moet alleen nog geverfd.’ Maarten knikte. ‘Het is mooi geworden.’
‘Als ze maar niet denken dat ik daar ga zitten.’
‘Dat hoeft ook niet. Als u er maar bij kunt.’
‘En dan almaar heen en weer lopen zeker.’
‘Ik heb er nu drie keer gezeten,’ hij bedwong zijn irritatie, ‘er komen hooguit vijftien telefoontjes op een dag.’
‘Nou, dan hebt u zeker stille dagen gehad.’
‘Dat kan,’ hij had geen zin daarover in discussie te gaan, ‘maar in ieder geval hoeft u nu niet meer om te lopen,’ hij wendde zich af, de hal in, ging de klapdeur door, nam de post van de balie en klom de achtertrap op naar zijn kamer. Hij sloot de deuren van de bezoekerskamer en de kaartsysteemkamer, legde de post op zijn bureau, zette zijn tas onder zijn schrijfmachine, zette het raam op een kier, hing zijn jasje op, knipte zijn bureaulamp aan en zette zich achter zijn bureau. Hij pakte zijn briefopener, nam de bovenste brief van de stapel en sneed hem open. Het was een mededeling van de vereniging voor historici dat ze drs. M. Grosz bereid hadden gevonden als spreker op te treden op het eind maart te houden congres over mentaliteitsgeschiedenis, in de plaats van drs. De Vlaming. Het bericht verraste hem. Hij las het nog een keer over, zich afvragend waarom Mark hem dat niet gezegd had en herinnerde zich dat hij hem de laatste weken opvallend onvriendelijk had gevonden.
Terwijl hij daarover nadacht, kwam Joop de kamer in. ‘Morgen,’ zei ze. ‘Dag Joop,’ zei hij afwezig.
Ze bleef bij zijn bureau staan. ‘Kan ik eigenlijk niet mee naar Münster?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, alleen de mensen van het boedelbeschrijvingsonderzoek.’ Ze verborg haar teleurstelling. ‘Nou, dan heb ik het eens een dag lekker rustig.’
‘Ik denk erover om als dat congres achter de rug is een keer met zijn allen naar het Zeemuseum te gaan,’ zei hij om haar te troosten. ‘Zoals toen naar Arnhem.’ Hij knikte. ‘Is dat wat?’
‘Zeker weten!’ Hij lachte. Terwijl ze zich afwendde en de kaartsysteemkamer binnenging, legde hij de brief opzij en pakte de volgende.”

J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)


De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Verdacht

“Victor gooit een kussen naar Brahims hoofd. Dan trekt hij Tess naar zich toe en kust haar. Tess heeft het gevoel alsof ze zweeft. Ze hebben al een halm aar verkering, maar ze kan niet geloven dat het ooit uit zal gaan. Victor streelt Tess’ haar. Ze voelt zich zo gelukkig.
Ze pakt Victors gezicht en kust hem opnieuw.
Ze schrikken op als Rachel de deur opengooit.
‘Nee hè, zijn ze weer aan het zoenen? Ik dacht dat jullie aan het werk waren?’
‘Dat mocht toch niet van jou,’ zegt Tess. ‘We moesten op je wachten.’
‘En dat dóén jullie? Nounou, dat ik zo’n macht heb,’ zegt Rachel. ‘Nooit gedacht. Hé, luilak, wakker worden.’ Ze gaat op Brahims benen staan.
‘Au!’ Kreunend komt Brahim overeind. ‘Wat een beul ben jij.’ Hij grijpt Rachel, smijt haar op de grond en begint haar te kietelen. Maar als Victors moeder binnenkomt met cola en cake houdt hij gauw op.
‘Weten jullie wat ik net hoor?’ Victors moeder kijkt hen aan. ‘De juwelier in de Schoutenstraat is overvallen.’
‘Hè?’ zegt Victor. ‘Daar komen we net vandaan. ‘Is eh… is hij dood?’
‘Die arme man ligt met ernstige verwondingen in het ziekenhuis.’
‘Het is de vader van Fabian,’ zegt Brahim. ‘Wat erg voor hem.’
‘Ik ben er helemaal van in de war,’ zegt Victors moeder. ‘Je hoort dit zo vaak, maar dat het hier zo dichtbij gebeurt.’
‘Hebben ze op hem geschoten?’
‘Nee, de juwelier had een honkbalknuppel voor dit soort gevallen klaarliggen, maar die werd door dat tuig afgepakt. Ze hebben geen enkel spoor.’
‘Had hij geen beveiligingscamera dan?’
‘Geen idee,’ zegt ze. ‘We zullen het vanavond wel uitgebreid horen op het journaal.’ Dan gaat ze weer naar beneden.
Beduusd staren ze voor zich uit.
‘My god! Arme Fabian. Laat die stomme opdracht maar even zitten,’ zegt Brahim. ‘Daar heb ik nu even geen zin meer in.’
De anderen knikken. ‘Waar slaat het allemaal nog op,’ zegt Tess, ‘als je zoiets hoort…?’

Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)


De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Sonnets Called “On the Sacredness” (Fragment)

Close by the jerkwater rancheros tonight, the round
gloom longs, a window in the gloom, an attitude in the window, a pleading
in the attitude, an unwitnessed
ravishment in the pleading. A man stands there in the window
thinking about how naked the water looks,
thinking the water looks like emptiness, it looks
like nothing. His heart
aches to think how many gamblers have broke down

on this highway? How many princesses of ice?
I know I’m suburban, I’ve got a shitty whiskey in my hand,
I work a job like eating a knife . . .
Everyone’s sperm all over my life,
the sad waiting. Here’s to the simple and endless
desperate person lifting this glass.

• • •

If you imagine you’re at the base of a cross coming out of your chest,
that its vertical beam is a café
and its crossbeam a bar of inebriates running along the rear of the café,
that you’re in a soft booth in the vertical beam of the cross
facing a blonde over whose shoulder you happen to glance
at the instant the TV above the bar
broadcasts the unmistakable image of fate,
the Vietnamese man getting a bullet shot into his ear,
then you understand that I had to stop
eating my squid stew. I started to cry.
Susan tried to make
some gesture, baby
playing in front of the cobra’s den,
and it was enough: I was lodged in the moment, we were the treasure.

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)


De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zie ook alle tags voor Alun Lewis op dit blog.

Burma Casualty
(To Capt. G.T. Morris, Indian Army)

I

Three endless weeks of sniping all the way,
Lying up when their signals rang too close,
— Voeee, Ooee,’ like owls, the lynx-eyed Jap, —
Sleeplessly watching, knifing, falling back.
And now the Sittang river was there at last
And the shambles of trucks and corpses round the bridge
And the bridge was blown. And he laughed.

And then a cough of bullets, a dusty cough
Filleted all his thigh from knee to groin.
The kick of it sucked his face into the wound.
He crumpled, thinking ‘Death’. But no, not yet.
The femoral artery wasn’t touched.
Great velour cloaks of darkness floated up.
But he refused, refused the encircling dark,
A lump of bitter gristle that refused.
The day grew bloodshot as they picked him up.

Alun Lewis (1 juli 1915 – 5 maart 1944)
Cover biografie


De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor George Sand op dit blog.

Uit: Histoire du Rêveur


« Deuxième partie, Le grillon
– Qu’as-tu, créature mortelle, me dit un soir le bon Tricket, je ne te reconnais plus. D’où vient cet air sombre et abattu ? Quel malheur t’a donc frappée ? quelque argent mal employé, dissipé, perdu ? quelque mortification du sot amour-propre, car, vous autres, voilà vos affaires dans la vie. L’or et la vanité, c’est de quoi vous arracher des larmes et déchirer vos coeurs.
– Injuste ami, lui dis-je, quel plaisir prends-tu à humilier le genre humain dans ma personne, quand tu sais si bien que je n’ai pas l’esprit d’occuper ma vie avec les passions qui remplissent celle de mes semblables ? Un chagrin véritable flétrit mon coeur dans ce moment, et quand je t’en aurai fait le douloureux récit, tu pleureras avec moi.
– Voyons donc, dit Tricket, en s’appuyant sur le lumignon de ma lampe, conte-moi cela.
– Je vais te le lire, lui dis-je.
– Pouah ! dit Tricket ! de la douleur écrite ! ça ne vaudra pas le diable.
– Il ne s’agit pas de ce que tu crois : ce que je vais te lire est tout simplement ma lettre, que j’écris à Jane.
– A Jane ! dit Tricket. Ah ! quand donc le Grand Pouvoir qui dispose de moi m’enverra-t-il habiter le cerveau d’un être comme Jane ?
– C’est trop d’ambition pour toi, petit Tricket ; tu n’y gagnerais au reste pas tant que tu crois, car, avec moi, quelque fou que tu sois, tu conserves toujours une certaine supériorité de raison et de science qui me rend sensible à tes remontrances, au lieu qu’avec Jane tu serais si peu de chose ! Esprit fantasque, tu règnes ici, contente-toi de ma société.
– C’est bon, c’est bon, dit Tricket, mais je ne puis sans soupirer me rappeler Jane aux cheveux noirs, au long regard, à la voix douce, au sourire caressant ; cette créature n’est pas de la même argile que vous, ma chère.
– Aussi, Tricket, mon amitié pour elle est une sorte de culte. Mais écoute ma lettre et sache auparavant que Jane m’ordonna un jour de lui écrire un gros volume sur tel sujet qui me plaisait. Je commençai. Je n’achevai pas.
– C’est pour ne pas changer d’habitude, dit Tricket.
– Sans doute ; maintenant, je tâche d’éluder sa demande, en lui soumettant toutes les difficultés qu’entraîne son exécution. »

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Hugh Grant als Chopin en Judy Davis als George Sand in de film „Impromptu“ uit 1991


Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Alun Lewis, George Sand, Juan Carlos Onetti

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

Lezer

Waar in de bibliotheek zij zat
te lezen hoe woorden zich laten voegen
en niet begreep hoe een ander
moest lachen om de woorden
van een dichteres en vroeg
wat en hoe, waarom poëzie?

Hij, verbaasd dat niet iedere lezer
begreep waarom die woorden aandacht
trekken door hun muziek en betekenis
begon te begrijpen hoe klein de sekte was.

Vele jaren later steeds als hij
daar langs kwam, zag hij haar zitten
streng, gedisciplineerd en begreep
dat hij haar nooit bereiken zou
en ze wuifden naar elkaar zonder woorden.

 

De libellen

Waar de zwaan zwemt met vier jongen
over het kleine kratermeer Monticchio
zweven de blauwe libellen Calopterix Virgo.

Waar de vader zwaan de jongen bedreigt
die aan komt rennen om te vissen
vliegen rusteloos de blauwe libellen.

Waar de vader van de jongen zijn zoon redt
– angstig staat de jongen te wachten
tot de hand op zijn schouder hem rustig
leidt langs de blazende zwaan –

Daar dansen de blauwe libellen
over het water en schrijven hun brieven
over de zwaan, de jongen, het kratermeer.


Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Uit: O teder lied. Bij Rainer Maria Rilkes Nieuwe gedichten

“Staat u mij dus toe een cruciale regel uit de eerste elegie in het Duits te citeren. Zo moeilijk is dat nu ook weer niet. En we gaan die engel straks nog nodig hebben. ‘Wie, als ik riep, zou mij dan horen uit de reien der engelen? En stel eens, één nam mij plotseling aan het hart: ich verginge von seinem stärkeren Dasein.’ Het is hier vertaald als ‘ik zou vergaan door zijn sterker bestaan’. Ik vind dat geen gelukkige keuze. Ik weet ook niet hoe dat beter moet, misschien is het een onoplosbaar probleem, maar wat had ik graag gezien dat Peter Verstegen zich met zijn wendbare elegantie hier eens aan waagde.
Het is tijd om op te merken dat Peter Verstegen de Neue Gedichte weergaloos heeft vertaald. Het lezen van een vertaling van Peter Verstegen is een verhelderende en plezierige exercitie; je valt van de ene verbazing in de andere. Hoe handig en slim hij dat heeft gedaan. Hoe hij goochelt met rijmschema’s, ritme, metrum, betekenis, stijl. Hoe hij, door soms ogenschijnlijk fors van het origineel af te wijken, dat origineel juist heel dicht nadert. Verstegen swingt.
In diezelfde intuïtief gerangschikte boekenkast moet zich ergens een exemplaar bevinden van de twintig liefdesgedichten van Rilke die Menno Wigman in 1997 heeft vertaald. Ik leen dus maar het exemplaar dat mijn geliefde in haar keurig alfabetisch geordende collectie heeft staan. Er is alleen even verwarring of het onder de W van Wigman dan wel de R van Rilke zal zijn gerubriceerd. Het blijkt de W van Wigman. Terecht: Wigman blijft in zijn vertalingen dicht bij zijn eigen stijlkenmerken als dichter. Het sluw verborgen halfrijm. De retorische drieslag van de opsomming. Verstegen is in de eerste plaats vertaler, al heeft hij zowel onder eigen naam als onder het pseudoniem Igor Streepjes enige poëzie gepubliceerd.”


F. Starik (1 juli 1958- 16 maart 2018)

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

Uit: Veelbelovend

“Het afgewogen gat dat Harry en Hein lieten vallen in hun door anderhalve man en een paardenkop op gepaste afstand beluisterde tweespraak over Hegeliaanse dialectiek in het denken van Marx, werd prompt opgevuld met de zinsnede ‘en dan heb je nog je gas en je licht!’, toegevoegd door de aanschuivende, gemoedelijk ogende oude dikke gedragskunstenaar Gras Heyen. ‘Als het ware,’ nuanceerde een uit Gras Heyens schaduw opduikende magere jonge veelbelovende kunstenaar. Daar hadden de grote denker en de beroemde schaker niet van terug. ‘Eenieder wordt vriendelijk verzocht nu op te rotten, uw portier heeft ook recht op een seksleven,’ klonk aansluitend door het onherbergzame sociëteitslokaal. Hier en daar wat protest. Geruzie met de barman. Een gerenommeerd dichter sloeg met nieuwe vriendin en barkruk en al ruggelings tegen de vloer.
Lang geen gekke avond, stelde de veelbelovende kunstenaar vast. Veel onzin uitgekraamd, nog meer onzin opgevangen, een uur lang tot ergernis van velen weer eens fijn quatre-mains gespeeld met Gras Heyen, en passant gewonnen met sjoelbakken, mooie dingen bedacht – ook weer vergeten, maar toch. Geflikflooid met vrouwvolk. Misschien was zijn aanpak op het laatst te abrupt en/of te doortastend geweest want ze was er ineens vandoor, maar dat was voor een volgende keer dan wel weer een mooi aanknopingspunt, al had hij daar nu natuurlijk niet veel aan. En er viel niks te betalen want hij had hier en daar goed getimed een praatje aangeknoopt en onopvallend van rondjes geprofiteerd.
Weer eens als laatste kloste hij de steile houten trap af. Uitdagend gloorde de ochtend hem tegemoet. Hij schopte een berg kartonnen dozen vol horeca-afval van de stoep. Hij miste het geruststellende geritsel van de twee grote populieren die tot voor kort sinds jaar en dag, ver verheven boven het lamlendig struikgewas en het sleetse gras met in perkjes gevangen timide bloeiende plantjes, het aanzien van het pleintje bepaalden. De gemeentelijke plantsoenendienst had kennelijk ingezien dat die populieren er wel wat raar bij stonden en gedacht die misstand te kunnen rechtzetten, niet met het verplaatsen van de laag-bij-de-grondse begroeiing, maar met het omzagen van de hoge bomen. Daarmee waren ook de traditionele spreeuwen beroofd van een riante verzamelplek voor de trek. Eens, in een heldere oktobernacht, had hij Gras Heyen gewezen op zo’n bijeenkomst. Die wendde zich tot het vogelvolk, sprak en zei: ‘Dondert op met uw gekwetter! Vliegt op! En wel nu!’ En zie, zij vlogen op, scheerden in duikvlucht om de mannen heen en trokken zuidwestwaarts. Waarop Gras riep: ‘Niet zo bedoeld, kom maar weer terug, het spijt me!’ Maar ze wilden hem niet meer horen. Of ze hoorden hem echt niet. Die spreeuwen, welteverstaan. Want her en der werden ramen opengeschoven.”

 
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Das Büro 1: Direktor Beerta (Vertaald door Gerd Busse)

“Waren Sie gerade am Arbeiten?” fragte er.
“Ich bin immer am Arbeiten”, antwortete Beerta. Er sah Maarten unbewegt an. “Ich hab dich lange nicht gesehen.” Es klang vorwurfsvoll.
“Wir haben ein Jahr in Groningen gewohnt”, sagte Maarten. “Ich war dort Lehrer.”
Beerta nickte. “Ich war auch Lehrer”, erwiderte er, so, als wenn das die Sache damit besser machte. “Und was tust du jetzt?”
“Nichts.”
“Nichts!” wiederholte Beerta. Er spitzte seine Lippen, halb erstaunt, halb ironisch. “Ich glaube, ich wäre darüber nicht so begeistert.” Er stand auf. “Wollt ihr vielleicht noch eine Tasse Tee?”
“Ob es ihm paßt, daß wir hergekommen sind?” fragte Nicolien, als Beerta das Zimmer verlassen hatte.
“Natürlich paßt es ihm”, sagte Maarten entschieden, aber er war sich seiner Sache nicht sicher. Er ließ seinen Blick über die große, eingerahmte Zeichnung eines Bauernjungens schweifen, ein Werk von Toorop oder von van Konijnenburg, betrachtete das Batiktuch, das dahinter über den Kaminsims drapiert war, sowie die dunklen Möbel und bestickten Kissen, die dem Raum etwas Unvergängliches gaben, ein Eindruck, der durch das langsame Ticken einer Pendeluhr im vorderen Zimmer noch verstärkt wurde. Es hing ein etwas drückender, leicht parfümierter Geruch im Raum, der ihn vage an das Zimmer seiner Großmutter erinnerte, in den letzten Jahren vor ihrem Tod.
“Von Klaas de Ruiter höre ich auch nichts mehr”, sagte Beerta, als er wieder in den Raum kam. Vorsichtig hantierte er mit einer Teekanne, die in einem in den Farben Rosa, Braun und Blau gestrickten Kannenwärmer steckte und aus der nur der Griff und der Ausguß herausragten.
“Der ist auch Lehrer”, sagte Maarten.
“Das weiß ich”, entgegnete Beerta trocken. “Aber ist das ein Grund, mich nicht mehr zu besuchen?”
“Vielleicht hat er viel zu tun”, wandte Nicolien ein. Sie lachte nervös.
“Wir haben alle viel zu tun”, sagte Beerta und verzog dabei ironisch seine Mundwinkel, “außer Maarten natürlich. Möchtet ihr Milch und Zucker?”
Sie bekamen einen Keks aus einer alten Blechtrommel, deren Blümchenmuster bereits an mehreren Stellen verschlissen war.“


J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: #Laatstevlog

“Roos kijkt ongeduldig naar Femke, die in de aula bij de koffi eauto- maat met Jesse staat te praten. Ze wil naar hen toe gaan, maar weet niet of ze hen wel kan storen, want het gesprek ziet er heel serieus uit. Een eindje bij hen vandaan gaat ze zitten en ze haalt haar tablet uit haar rugzak Als ze dan toch moet wachten, dan kan ze mooi even haar Instagram-account checken. Roos bekijkt de foto die ze gisteravond heeft gepost. Chill! Al meer likes dan bij de vorige foto. Jammer genoeg heeft ze vandaag geen tijd om nog meer te posten. Ze moeten taarten bakken. Misschien hebben ze er nog wel meer bestellingen bijgekregen vanochtend. Roos checkt haar mail. Zie je wel, nog een bestelling. Dat zijn al drie taarten! Femke moet nu wel opschieten.
De deur van de aula gaat open. Gijs staat in de deuropening. Hij kijkt naar Femke. Wat een timing! Femke pakt Jesse vast en geeft hem een knuff el. Roos schrikt van Gijs’ kwade gezicht. Zal ze naar hem toe gaan en zeggen dat het niet is wat hij denkt? Femke is niet verliefd op Jesse, ze zijn gewoon vrienden. Maar Gijs draait zich om en loopt woedend weg. Laat maar, denkt Roos. Femke lost het wel weer op. Ze hebben wel vaker ruzie. Als het niet om Jesse is, dan gaat het wel ergens anders over.
Roos kijkt weer naar haar telefoon. Als ze ziet hoe laat het is, schrikt ze. Nu moet Femke toch echt komen, anders krijgen ze de bestellingen nooit af. Net op het moment dat Roos haar vriendin wil waarschuwen, geeft Femke Jesse een kus en komt naar haar toe.
‘Hèhè,’ verzucht Roos.
‘Sorry!’ Femke wacht tot Jesse de deur van de aula achter zich dichtdoet. ‘Ik moest echt even naar Jesse luisteren. Hij was zo zielig.”


Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)
Cover

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Heat

Here in the electric dusk your naked lover
tips the glass high and the ice cubes fall against her teeth.
It’s beautiful Susan, her hair sticky with gin,
Our Lady of Wet Glass-Rings on the Album Cover,
streaming with hatred in the heat
as the record falls and the snake-band chords begin
to break like terrible news from the Rolling Stones,
and such a last light—full of spheres and zones.
August,
you’re just an erotic hallucination,
just so much feverishly produced kazoo music,
are you serious?—this large oven impersonating night,
this exhaustion mutilated to resemble passion,
the bogus moon of tenderness and magic
you hold out to each prisoner like a cup of light?

 

Quickly Aging Here

1
nothing to drink in
the refrigerator but juice from
the pickles come back
long dead, or thin
catsup. i feel i am old

now, though surely i
am young enough? i feel that i have had
winters, too many heaped cold

and dry as reptiles into my slack skin.
i am not the kind to win
and win.
no i am not that kind, i can hear

my wife yelling, “goddamnit, quit
running over,” talking to
the stove, yelling, “i
mean it, just stop,” and i am old and.

 
Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

De Engelse (Welshe) dichter Alun Lewis werd geboren op 1 juli 1915 in Cwmaman, in de buurt van Aberdare in Cynon Valley, Zuid-Wales. Zie ook alle tags voor Alun Lewis op dit blog.

Goodbye

So we must say Goodbye, my darling,
And go, as lovers go, for ever;
Tonight remains, to pack and fix on labels
And make an end of lying down together.

I put a final shilling in the gas,
And watch you slip your dress below your knees
And lie so still I hear your rustling comb
Modulate the autumn in the trees.

And all the countless things I shall remember
Lay mummy-cloths of silence round my head;
I fill the carafe with a drink of water;
You say ‘We paid a guinea for this bed,’

And then, ‘We’ll leave some gas, a little warmth
For the next resident, and these dry flowers,’
And turn your face away, afraid to speak
The big word, that Eternity is ours.

Your kisses close my eyes and yet you stare
As though god struck a child with nameless fears;
Perhaps the water glitters and discloses
Time’s chalice and its limpid useless tears.

Everything we renounce except our selves;
Selfishness is the last of all to go;
Our sighs are exhalations of the earth,
Our footprints leave a track across the snow.

We made the universe to be our home,
Our nostrils took the wind to be our breath,
Our hearts are massive towers of delight,
We stride across the seven seas of death.

Yet when all’s done you’ll keep the emerald
I placed upon your finger in the street;
And I will keep the patches that you sewed
On my old battledress tonight, my sweet.


Alun Lewis (1 juli 1915 – 5 maart 1944)
Cover brievenboek

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor George Sand op dit blog.

Uit:Journal intime

„L’homme se sait nécessaire à la femme.
Il a trop d’imbécile confiance et, soit cupidité, soit galanterie, soit vanité, la plupart des femmes sont trop intéressées par leur amour pour qu’il ne s’arroge pas un pouvoir despotique sur elles, dans l’amour, comme dans la haine.
La femme n’a qu’un moyen d’alléger son joug et de conserver son tyran, quand son tyran lui est nécessaire : c’est de le flatter bassement. Sa soumission, sa fidélité, son dévouement, ses soins, n’ont aucun prix aux yeux de l’homme ; sans tout cela, selon lui, il ne daignerait pas se charger d’elle. Il faut qu’elle se prosterne et lui dise : « Tu es grand, sublime, incomparable. Tu es plus parfait que Dieu ! Ta face rayonne, ton pied distille l’ambroisie, tu n’as pas un vice et tu as toutes les vertus. Aucun mortel ne peut t’être comparé, je ne dis pas par moi qui suis éblouie de l’éclat de tes regards, mais par ce peuple stupide qui devrait se prosterner quand tu passes et t’élire roi de l’univers ; quand tu me frappes, je suis glorieuse , quand tu me repousses du pied, mon sort est préférable à celui de tous les êtres, t’appartenir est une telle gloire que le genre humain tout entier voudrait se mettre à ma place s’il savait quel honneur y est attaché. » Et pourtant, ces aberrations sont quelquefois dans l’amour le plus pur et le plus vrai. Mais si elles ne sont suivies de réactions violentes, n’y crois pas, homme imbécile, car celle qui t’adore sans cesse, te méprise en secret, celle-la seule qui t’accepte imparfait, et te subit injuste, t’aime avec désintéressement. Mais, fat imprudent, tu ne veux pas qu’on te pardonne, tu veux qu’on croie et qu’on prétexte n’avoir rien à te pardonner. Tu veux qu’on baise la main qui frappe et la bouche qui ment. Cherche donc l’objet de ton amour dans la fange, et empêche tout un rêve d’en sortir tant que tu seras toi-même une idole debout, car si la femme n’ennoblissait, tu serais forcé, pour demeurer son supérieur, de t’ennoblir et de te purifier aussi et c’est ce que tu ne sais, ne peux, ni ne veux faire.”


George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Cover Engelse uitgave

 

De Urugayaanse schrijver Juan Carlos Onetti werd geboren op 1 juli 1909 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Juan Carlos Onetti op dit blog.

Uit: Das kurze Leben (vertaald door Curt Meyer-Clason)

“Santa Rosa
“Verrückte Welt”, sagte noch einmal die Frau, als zitiere, als übersetze sie.
Ich hörte sie durch die Wand. Ich stellte mir ihren Mund vor, wie er sich vor dem nach gärenden Nahrungsmitteln riechenden eisigen Atem des Kühlschrankes bewegte oder vor dem braunen Holzperlenvorhang, der vermutlich steif zwischen dem Abend und dem Schlafzimmer hing und die Unordnung der jüngst eingetroffenen Möbel verdunkelte. Zerstreut lauschte ich den abgehackten Sätzen der Frau, ohne an das zu glauben, was sie sagte.
Als ihre Stimme, ihre Schritte, ihr Morgenrock und ihre dicken Arme – so stellte ich sie mir vor – von der Küche ins Schlafzimmer wanderten, wiederholte ein Mann einsilbige Worte, stimmte zu, ohne sich völlig dem Spotten zu überlassen.
Die Hitze, welche die Frau im Gehen durch schnitt, schloß sich wieder, füllte die Ritzen und legte sich schwer auf alle Zimmer, auf die Hohlräume der Treppen, in die Ecken des Gebäudes.
Die Frau ging in dem einzigen Raum der Wohnung nebenan auf und ab, ich hörte sie vom Bad aus, den Kopf unter den fast unhörbaren Regen der Dusche gebeugt.
“Auch wenn es mir das Herz in winzige Stücke zerreißt”, sagte die Stimme der Frau leicht singend, nach jedem Satz den Atem anhaltend, als tauche jedes Mal ein hartnäckiges Hindernis auf, um sie davon abzuhalten, etwas zu bekennen, “schwöre ich, werde ich ihn nicht auf den Knien anflehen. Er hat es so gewollt, und nun hat er es. Auch ich habe meinen Stolz. Auch wenn es mir weher tut als ihm.”
“Komm, komm”, sagte der Mann versöhnlich. Kurze Zeit lauschte ich der Stille in der Wohnung, in dessen Mitte jetzt Eisstückchen in Gläsern quirlten. Der Mann war vermutlich in Hemdsärmeln,
vierschrötig und dicklippig; sie zog nervöse Grimassen, trübselig wegen des Schweißes, der ihr von der Oberlippe und der Brust rann.“


Juan Carlos Onetti (1 juli 1909 – 30 mei 1994)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Hans Bender, George Sand, Juan Carlos Onetti, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Zie ook alle tags voor Hans Bender op dit blog.

Vierzeiler

Vertraute Wörter, Rhythmen, Reime,
vier Zeilen, leicht zu verstehn.
Schön, meine Freundinnen und Freunde
bei der Lektüre lächeln zu sehn.

 

Im Louvre

An vielen Bildern geht er vorüber –
doch eben bleibt er stehen,
Fragonards Die Badenden
lang und lüstern anzusehen.

 

Wie es kommen wird

Bei mir behalten?
Oder weitersagen?
Du wirst alt sein
Und wie Hiob klagen.

 
Hans Bender (1 juli 1919 – 28 mei 2015)
Portret door  Eva Zippel, 2000

Doorgaan met het lezen van “Hans Bender, George Sand, Juan Carlos Onetti, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner”

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Hans Bender, George Sand

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

Brief

Uit het duister schrijf ik
je een brief, gesloten
in mijn huis, mijn hand
in het licht, peinzend

over hoe het papier
in jouw hand komt.
Ik zie geen letters meer
jouw beeld in mijn hoofd.

Het geeft niet of je dit
hoe lang je ernaar kijkt.
Je hoeft niet te komen.
Je bent er als adres.

 

Kunst

Er liep een meisje
met een dooie hond
aan een riem door
het museum, zij sleepte

hem de trap af
langs de schilderijen
over zijn wollen poten
tilde hem soms op

streelde zijn oren.
Haar meedravende zus
besteedde niet de minste
aandacht aan de hond.

 
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Doorgaan met het lezen van “Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson, Hans Bender, George Sand”

Remco Ekkers, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner, Maria Barnas

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook mijn blog van 1 juli 2009 en ook mijn blog van 1 juli 2010.

 

Eerste Woord

Mijn eerste woordd was r aa m

Het hing in de eerste klas

vlak onder het raam

Later zag ik ook d eu r.

Je kon naar buiten

dan waren de woorden weg

maar hun beeld zweefde

nog in mijn hoofd.

Ik leerde dat de letters

van het woord vrij

konden fladderen

maar deze bleven samen.

Tot ik een naam

gaf aan bijna alle

dingen in de klas.

Het raam ging open staan

 

Compliment

Dat was goed van jou!

Wat was goed van mij?

Nou, wat je gedaan hebt!

Wat heb ik dan gedaan?

Ik heb het water afgezet

ik heb het gas onder de ketel

dichtgedraaid: was dat goed van mij?

Is dat het enige wat mijn vader

kan zeggen? Is dat het enige

wat ik goed kan doen?

Een knop omdraaien.

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Doorgaan met het lezen van “Remco Ekkers, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner, Maria Barnas”

Remco Ekkers, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook mijn blog van 1 juli 2009.

Twee paarden

Twee paarden stonden tegenover elkaar.
Het was lente en zomer tegelijk.

Tegenover en naast elkaar
lente en zomer tegelijk.
Twee paarden met het hoofd
tegen de hals van de ander.

Verloren in de warmte
van het andere lijf
kijkend naar de horizon.

Zo staan en het gras vergeten.

Ekkers

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook mijn blog van 2 juli 2006 en ook mijn blog van 1 juli 2007 en ook mijn blog van 1 juli 2008 en ook mijn blog van 1 juli 2009.

 

Uit: Lettres choisies

 

« À ALFRED DE MUSSET [Paris, 24 juin 1833]

Je suis fière aujourd’hui d’avoir écrit quelques pages que vous avez lues, Monsieur, et qui vous ont fait songer un instant. J’avais eu parfois la fatuité de croire qu’il existait entre Hassan et Raymon, entre Frank et Lélia une secrète et douloureuse fraternité. Mais outre le génie qui a présidé à vos créations, ces créations sont par elles-mêmes bien autrement belles que les miennes. Vos types de souffrance morale ont de la jeunesse, de l’avenir. Ces désirs que vous personnifiez arriveront à être la volonté. Le lecteur peut l’espérer et après avoir contemplé d’abord ces grandes pensées avec effroi, il se prend à les comprendre, à les révérer sous la forme dont vous savez les vêtir. Mes figures sont d’une réalité plus saisissable et plus grossière. Elles ont traversé ces temps de prose et de mesquinerie. Don Juan n’est-il pas misérablement travesti sous l’habit de Raymon ? au lieu qu’on le retrouve dans son éclat, dans sa poésie, dans sa grandeur sous les traits que vous lui donnez. Vos peintures appartiennent à la jeunesse de l’âme. Les années, l’oubli, la moquerie, peut-être, ont effacé la vigueur et abâtardi la physionomie des miennes. Si je réponds par de la critique littéraire à des vers si beaux de pensée et de sentiment c’est que je suis bien embarrassée de répondre aux questions du poète qui me les adresse. Je n’ai pas le droit de résoudre la dernière surtout, car je ne puis oublier que le poète a vingt ans, qu’il est assez heureux
de douter encore, pour interroger, et que j’aurais bien mauvaise grâce à lui révéler les tristes secrets de mon expérience. Je le prierais bien de jeter les yeux dans quelques jours sur les feuilles de Lélia : mais Lélia est déjà publiée et résumée tout entière dans une strophe de Namouna et je tremblerais d’instruire davantage une âme si jeune et déjà si savante.
Lorsque j’ai eu l’honneur de vous voir je n’ai point osé vous engager à venir chez moi. Je crains encore que la gravité de mon intérieur vous effraie et vous ennuie. Cependant, si dans un jour de fatigue et de dégoût de la vie active vous étiez tenté d’entrer dans la cellule d’une recluse, vous y seriez reçu avec reconnaissance et cordialité.
George Sand „

 

 george_sand_calamatta

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Portret door Luigi Calamatta, 1837

 

 

De Duitse schrijver en natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in Ober-Ramstadt bij Darmstadt op 1 juli 1742. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007 en ook mijn blog van 1 juli 2009.

 

Uit: »Sudelbuch« B

 

„Wenn er seinen Verstand gebrauchen sollte, so war es ihm als wenn jemand, der beständig seine rechte Hand gebraucht hat, etwas mit der linken tun soll.

 

Er hatte zu nichts Appetit und aß doch von allem.

 

Der Pöbel wünscht sich Gold und Chargen und würde sich betrogen finden wenn er sie hätte. Unter den Großen ist es nun auch Mode geworden, die Quelle und den Strohsack dem Bauern zu beneiden, mancher würde sich auch in diesem Zustand betrogen finden. Der Dichter versteht aber ein Ideal wird man sagen, wer weiß aber ob nicht der Bauer sich den Zustand des Großen auch idealisiert.

 

Mich dünkt immer die ganz schlechten Schriftsteller sollte man immer in den gelehrten Zeitungen ungeahndet lassen, die gelehrten Zeitungsschreiber verfallen in den Fehler der Indianer die den Orang Outang für ihres gleichen, und seine natürliche Stummheit für einen Eigensinn halten, von welchem sie ihn durch häufige Prügel vergeblich abzubringen suchen.

 

Es gibt eine gewisse Art von Büchern, und wir haben in Deutschland eine große Menge, die nicht vom Lesen abschrecken, nicht plötzlich einschläfern, oder mürrisch machen, aber in Zeit von einer Stunde den Geist in eine gewisse Mattigkeit versetzen, die zu allen Zeiten einige Ähnlichkeit mit derjenigen hat, die man einige Stunden vor einem Gewitter verspürt. Legt man das Buch weg, so fühlt man sich zu nichts aufgelegt, fängt man an zu schreiben, so schreibt man eben so, selbst gute Schriften scheinen diese laue Geschmacklosigkeit anzunehmen, wenn man sie zu lesen anfängt. Ich weiß aus eigener Erfahrung, daß gegen diesen traurigen Zustand nichts ge
schwinder hilft als eine Tasse Kaffee mit einer Pfeife Varinas.“

 

 lichtb02

Georg Christoph Lichtenberg (1 juli 1742 – 24 februari 1799)
Standbeeld op de markt in Göttingen

 

 

 

De Belgische pater en schrijver Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

 

Uit: Zonnestralen van vriendschap

 

Vriendschap

 

Vriendschap is het mooiste en het kostbaarste geschenk
dat mensen elkaar kunnen geven.
Het is trouwens de diepste zin van alle geschenken,

 

Een geschenk als teken van vriendschap
is nooit zwaar en hoeft niet groot te zijn.
Het wordt rustig gedragen op de golven van sympathie,
waardering en goedheid, die van het ene hart overslaan naar het andere.

 

Als het geschenk een teken van vriendschap is,
mag men het in geuren en kleuren verpakken
met lintjes van vrolijkheid en originaliteit.

 

Maar laat de vriendschap vrij als een vlinder.
Als mens een vlinder inpakt, kan hij niet meer vliegen.
Als men vriendschap inpakt, stikt ze.

 

phil-bosmans

Phil Bosmans (Gruitrode, 1 juli 1922)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 1 juli 2007.

 

De Zwitserse schrijver Heinrich Wiesner werd op 1 juli 1925 in Zeglingen geboren.

 

 

J. J. Voskuil, Hans Bender, Wim T. Schippers, Juan Carlos Onetti, F. Starik, Remco Ekkers, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Heinrich Wiesner, Phil Bosmans

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook mijn blog van 1 juli 2008.

Uit: Het Bureau 4

 “’Vertel eerst eens, boe gaat het met Beerta?’ vroeg Kaatje Kater, zich tot Maarten wendend.
,Slecht,’ zei Maarten. Hij is half verlamd, hij kan niet mee praten, en volgens Ravelli ligt hij de hele dag te huilen.’
Buitenrust Hettema richtten zich wat op en stak zijn kin voortuit.
‘En de prognose?’ vroeg Kaatje Kater.
‘Volgens de neuroloog is er geen enkele kans op herstel.’
Kaatje Kater keek hem van opzij aan. Haar ogen waren achter haar brilleglazen heel groot, wat haar op een uil deed lijken.
‘Ja,’ zei Maarten verontschuldigend. Hij moest zich inhouden om niet te glimlachen.
‘Mevrouw de voorzitter,’zei Stelmaker,’ik vraag mij af of wij als Commissie misschien iets kunnen doen om ons medeleven te betuigen.’
‘We zouden hem in ieder geval een bos bloemen kunnen sturen,’ opperde Goslinga, zich over de tafel buigend.
‘Kunnen we iets doen? Vroeg Kaatje Kater aan Maarten. ‘Ik bedoel maar.’
‘Op het ogenblik niet,’ antwoordde Maarten. ‘Volgens Ravelli is hij onbereikbaar. Hij wil ook niemand zien.’
‘Dat kan ik me heel goed voorstellen,’ zei Buitenrust Hettema droog. ‘Je moet er niet aan denken.’
‘Maar misschien wel als er zich een verbetering voor mocht doen?’ opperde Vervloet voorzichtig.
‘Dat wilde ik juist voorstellen, mevrouw de Voorzitter,’ zei Van der Land, zijn pijp uit zijn mond nemend.
Dat is ook wat ik bedoelde,’ merkte Stelmaker op.”.

han_voskuil

J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Hans Bender is vandaag dus precies 90 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

Meine Vierzeiler

Unbrauchbar
für die Frankfurter Anthologie.
Für Interpreten zu kurz,
sogar verständlich sind sie.

 

Gedichte älterer Jahrgänge

Ein Reim, ein Vergleich,
eine Metapher sogar,
zu erinnern daran,
wie Lyrik früher war.

 

Verwunderung

Irgendetwas will in dir
wie in deiner Jugend keimen.
Deine Wörter, deine Zeilen
wollen wie von selbst sich reimen.

 

Vermutung

Satirische Epigramme finden sich
seltener in unseren Tagen.
Die Dichter scheinen sich heute
besser als früher zu vertragen.

Bender

Hans Bender (Mühlhausen, 1 juli 1919)

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007 en ook mijn blog van 1 juli 2008.

Uit: Barend in België

“fritbakker
Hohoho! Nee! Dat gaat zomaar niet! We nemen gewoon voor één frank fritten terug. (pakt een hand fritten uit het zakje van Barend en propt die in zijn mond) Barend krabt op zijn hoofd, in de andere hand houdt hij het zakje frit: frozen frame, daaroverheen titel: ‘BAREND IN BELGIË’, de Brabançonne barst los en zakt weer af, Barend krijgt geheel onverwacht een massa mayonnaise op zijn frit geworpen, het stroomt over zijn mouw
Voilà, alsteblieft, zo zijn wij ook wel weer.
Barend
Nou, dankuwel. (tot de kijker) Die Belgen vallen eigenlijk best mee, (ontdekt de saus op zijn jas) hoewel. (loopt weg) Mmmmmmmm, dat gaan we eens lekker op mijn gezellige Belgische kamer oppeuzelen. Patates frites vult goed. Hoewel… Wacht eens, moet ik nu rechtsaf of linksaf, of gewoon rechtdoor.
– er komt een bezadigd, ietwat overdressed echtpaar aanwandelen –
Ik weet het al. Ik vraag het gewoon aan deze Belgen. Ach meneer, ik ben de weg kwijt, kunt u mij ook zeggen waar …
Man
(kijkt begerig naar het zakje frit) Jazeker wel! (neemt frit, kauwend) U gaat gewoon even recht uit, (neemt opnieuw frit) bij het tweede stoplicht bij die gasfabriek, (eet verder) over die doorgezakte brug heen, dan bij de zesde frittenzaak, dan (geeft zijn vrouw ook een fritje) komt u bij de hoeren. Daar gaat u langs, en (vingert de laatste fritten uit het zakje) over de onbewaakte overweg, en dan zijt ge er. Zo. Op. Lekker.
Barend
Maar ik dacht dat het hier precies om de hoek was, als het ware, maar tenslotte bent ú Belg…”

Schippers

Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Urugayaanse schrijver Juan Carlos Onetti werd geboren op 1 juli 1909 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007 en ook mijn blog van 1 juli 2008.

Uit: De werf (Vertaald door Barber van der Pol)

“Larsen begreep terstond dat er iets onbestemds te gebeuren stond; dat voor hem alleen de vrouw met de laarzen gold, maar dat alles via de andere moest lopen, met behulp van haar medeplichtigheid en tandenknarsende instemming. Die andere, het dienstmeisje, dat een pas afstand bewaarde – haar stevige, korte benen iets uit elkaar, haar handen voor haar buik gekruist, een donker hoekje om haar hoofd, zonder enige emotie op haar gezicht behalve dat bevroren, bewust inhoudloze lachje –, kon Larsens verveling niet verbreken; zij hoorde tot een overbekend type dat zonder meer classificeerbaar was en zich altijd weer zonder noemenswaardige verschillen herhaalde, als een machineproduct of een dier; eenvoudig of gecompliceerd, hond of kat, dat was een tweede. Hij bestudeerde de eerste vrouw die nog altijd lachte en met haar rijzweep tegen de blikken barrand tikte; zij was groot en blond, zag er soms uit als dertig, dan weer als veertig.”

(…)

“Als Larsen die middag ook acht had geslagen op zijn honger, als hij er niet de voorkeur aan had gegeven tussen symbolen te vasten, in een epiloogsfeer die hij onbewust – met het intense gevoel van liefde, herkenning en rust waarmee men de lucht van zijn geboortegrond inademt – liefhad en voedde, dan had hij zichzelf misschien nog kunnen redden of tenminste zijn ondergang kunnen voortzetten zonder erin te berusten, zonder er een openlijk, lachwekkend schouwspel van te maken.”

Onetti

Juan Carlos Onetti (1 juli 1909 – 30 mei 1994)

 

De Nederlandse dichter, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook mijn blog van 1 juli 2008.

Aan de telefoon

Ze merkt het altijd, als men stiekem toch
terwijl ze spreekt de afwas doet, het etiket
afweekt van de fles met Songloed, een mail
beantwoordt met het toetsenbord
ergens iets afschuimt, opzoekt.

Je zult dat nooit meer vinden
zegt ze, en even later
je luistert niet.

Alsof ze door de telefoon heen
ziet. Ja maar, zegt men dan.
Men luistert al zo lang.

starik

F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Hij groeide op in Bergen en Den Helder. Ekkers studeerde Nederlands in Groningen en doceerde tot 1999 letterkunde en drama aan de Noordelijke Hogeschool te Leeuwarden.  In 1984 debuteerde hij met de jeugdpoëziebundel Haringen in sneeuw die in 1985 onderscheiden werd met De zilveren griffel. Het was de eerste maal dat deze prijs voor jeugdliteratuur aan een dichtbundel werd toegekend. In 1986 verscheen zijn eerste bundel met poëzie voor volwassenen Een faun bij de grens. Hij publiceerde gedichten en verhalen o.a. in de Revisor, Tirade, De Gids, Hollands Maandblad, Maatstaf, Raster. Ook schreef en schrijft hij kritieken in de Gentse Poëziekrant, De Gids en in de Leeuwarder Courant.

Lezer

Waar in de bibliotheek zij zat
te lezen hoe woorden zich laten voegen
en niet begreep hoe een ander
moest lachen om de woorden
van een dichteres en vroeg
wat en hoe, waarom poëzie?

Hij, verbaasd dat niet iedere lezer
begreep waarom die woorden aandacht
trekken door hun muziek en betekenis
begon te begrijpen hoe klein de sekte was.

Vele jaren later steeds als hij
daar langs kwam, zag hij haar zitten
streng, gedisciplineerd en begreep
dat hij haar nooit bereiken zou
en ze wuifden naar elkaar zonder woorden.

ekkers

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook mijn blog van 2 juli 2006 en ook mijn blog van 1 juli 2007 en ook mijn blog van 1 juli 2008.

Uit: La Mare au diable

« Je venais de regarder longtemps et avec une profonde mélancolie le laboureur d’Holbein, et je me promenais dans la campagne, rêvant à la vie des champs et à la destinée du cultivateur. Sans doute il est lugubre de consumer ses forces et ses jours à fendre le sein de cette terre jalouse, qui se fait arracher les trésors de sa fécondité, lorsqu’un morceau de pain le plus noir et le plus grossier est, à la fin de la journée, l’unique récompense et l’unique profit attachés à un si dur labeur. Ces richesses qui couvrent le sol, ces moissons, ces fruits, ces bestiaux orgueilleux qui s’engraissent dans les longues herbes, sont la propriété de quelques-uns et les instruments de la fatigue et de l’esclavage du plus grand nombre. L’homme de loisir n’aime en général pour eux-mêmes, ni les champs, ni les prairies, ni le spectacle de la nature, ni les animaux superbes qui doivent se convertir en pièces d’or pour son usage. L’homme de loisir vient chercher un peu d’air et de santé dans le séjour de la campagne, puis il retourne dépenser dans les grandes villes le fruit du travail de ses vassaux.

De son côté, l’homme du travail est trop accablé, trop malheureux, et trop effrayé de l’avenir, pour jouir de la beauté des campagnes et des charmes de la vie rustique. Pour lui aussi les champs dorés, les belles prairies, les animaux superbes, représentent des sacs d’écus dont il n’aura qu’une faible part, insuffisante à ses besoins, et que, pourtant, il faut remplir, chaque année, ces sacs maudits, pour satisfaire le maître et payer le droit de vivre parcimonieusement et misérablement sur son domaine. »

delacroix-sand

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)
Portret door Eugène Delacroix

 

De Duitse schrijver en natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in Ober-Ramstadt bij Darmstadt op 1 juli 1742. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

Uit: Sudelbuch A

“Vom 1. Julii 1765 an.

Jeder Gedanke hat gewiß bei uns eine besondere relative Stellung der Teile unsers Körpers, die ihn allemal begleitet, allein Furcht oder überhaupt Zwang ersticken und hemmen sie oft ohnerachtet sie freilich nicht allemal so heftig sind, daß sie andern in die Sinne fallen, so sind sie doch da und der Geist zeigt sich desto freier je weniger er diese äußere Bewegungen an sich halten darf, denn ein solches Zurückhalten schadet dem freieren Fortgang der Gedanken ebensosehr als der Zorn, den man nicht darf ausbrechen lassen. Daher sieht man warum in einer Versammlung von den vertrautesten Freunden die guten Gedanken sich selbst nach und nach herbeiführen. [A 34]

Am 4ten Julii 1765 lag ich an einem Tag, wo immer heller Himmel mit Wolken abwechselte, mit einem Buche auf dem Bette, so daß ich die Buchstaben ganz deutlich erkennen konnte, auf einmal drehte sich die Hand, worin ich das Buch hielt, unvermutet, ohne daß ich etwas verspürte, und weil dadurch mir einiges Licht entzogen wurde, so schloß ich es müßte eine dicke Wolke vor die Sonne getreten sein, und alles schien mir düster, da sich doch nichts von Licht in der Stube verloren hatte. So sind oft unsere Schlüsse beschaffen, wir suchen Gründe in der Ferne, die oft in uns selbst ganz nahe liegen. [A 35]

Lichtenberg

Georg Christoph Lichtenberg (1 juli 1742 – 24 februari 1799)
Standbeeld op de markt in Göttingen

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zij volgde een toneel- en musicalopleiding aan de Stage School of Music, Dance and Drama in Hamburg en het Lee Strasberg Institute in New York. Zij publiceerde in diverse tijdschriften en bloemlezingen. In 2004 verscheen haar bundel Sonntags. In 2008 volgde de bundel Das Alibi der Abwesenheit.

der frühling und der tod

den scherben entsprungen
teppiche streicheln

zurück
in den zeilen
die kinder geweckt

die schirme
in den regen geworfen

alle hände sind sicher
die wurzeln
in die erde gestampft

bis in den hals lebtest du still.

Imhof

Sabine Imhof (Brig, 1976)

 

 Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 1 juli 2007.

De Zwitserse schrijver Heinrich Wiesner werd op 1 juli 1925 in Zeglingen geboren.

De Belgische pater en schrijver Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922.

Juan Carlos Onetti, Wim T. Schippers, F. Starik, J. J. Voskuil, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Hans Bender, Heinrich Wiesner, Phil Bosmans

De Urugayaanse schrijver Juan Carlos Onetti werd geboren op 1 juli 1909 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

Uit: Lassen wir den Wind sprechen (Vertaald door Anneliese Botond)

Drei Nächte lang, wie eine jungfräuliche Hirtin in Erwartung der Göttlichen Erscheinung oder des nie vernommenen Klanges der Stimmen, wartete Medina hinter seinem Fenster im Plaza auf die donnernde Ankunft der Heiligen Rosa. Er erwartete sie im Dunkeln, weil er am Nachmittag nur vereinzelte, im Tageslicht aufgelöste Blitze gesehen und sehr weit entfernten Donner gehört hatte; und weil sich die großen Träume nachts verwirklichen.
Bevor Gurisa eingeschlafen und glücklich war mit der doppelten Dosis Seconal, die ihr Medina gegeben und die sie ahnungslos getrunken hatte, hatten sie sich geliebt: sie mit ihrer natürlichen Mischung aus Unschuld und Perversion; er mit einer erstaunlichen Männlichkeit, die ihm, jedesmal, fremd und krankhaft erschien.
Sie in der Dunkelheit des Bettes atmend, er angewurzelt vor der unveränderten Landschaft des Fensters.
In der dritten Nacht kamen endlich ferne Belohnungen. Das Wetterleuchten und die zuckenden, sarkastischen Blitze, der reichliche und kurze Regen, ein entfesselter Wind, der die Bäume von links nach rechts drückte und einen Augenblick lang, hastig und respektlos, das Standbild auf dem Platz, Sockel, Pferd und Reiter, umtanzte.
Aus Furcht, sich Illusionen zu machen, aus Furcht vor der fast sicheren Enttäuschung ging Medina ins Bad, um sich einen kratzenden, warmen Bademantel anzuziehen. Im Schrank lag seine wenig gebrauchte Uniform und hing die Pistolenhalfter. Er steckte die schwere, störende Waffe in die Tasche des Bademantels und schaffte es, die Ruhe zu bewahren, während er durch das Zimmer lief, um sich erneut an die Schwärze im Fenster zu stellen. Er konnte nur den Glanz einiger Pfützen auf der Straße erkennen, die das schwache Licht des Hotel-Schriftzuges widerspiegelten.
Vergebens versuchte er die Uhrzeit zu erkennen, den Verlauf der Minuten auf seiner Armbanduhr zu messen. Die Zeit verging – er spürte sie auf seinen Schultern, am Schweiß auf der Brust -, ohne Spuren zu hinterlassen, ohne zu erlauben, dass jemand sie fing und maß. Plötzlich ein neuer Ermüdungsschmerz in den Waden und eine Ankündigung von Helligkeit, sehr schwach und fern am linken Horizont der Stadt. “Der Westen”, dachte Medina, “es kann kein vorzeitiger Tagesanbruch sein. Und ich hatte ihm gesagt, dort nicht.”
Gurisa bewegte sich in dem großen Bett und murmelte unverständlich, verärgert; gleich darauf kehrte der schwache Laut ihrer kindlichen Atmung zurück.
Das Licht, immer noch links, begann sich zu bewegen und zu wachsen. Schon sehr hoch rückte es über der Stadt vor, drängte mit Gewalt das nächtliche Dunkel auseinander, duckte sich ein wenig, um sich wieder zu erheben, jetzt bereits mit dem Getöse großer Tücher, die der Wind schüttelt.
Medina spürte sein angestrahltes Gesicht und den fast unerträglichen Anstieg der Hitze. Er zitterte, ohne sich zu widersetzen, Opfer einer seltsamen Angst, des immer enttäuschenden Endes des Abenteures. “Das wollte ich seit Jahren, deshalb kam ich zurück.”
Er hörte das Bersten einer Fensterscheibe an der Stelle der Wohnung, die Küche genannt wurde. Mit der Pistole in der Hand näherte er sich dem Bett. Er fühlte das fast unwiderstehliche Verlangen, Gurisa zu küssen, fürchtete aber, sie schon vor dem Geschrei zu wecken, das nun von der Straße zu kommen begann, aus dem Hotel, vom Dach und Himmel.”

onetti

Juan Carlos Onetti (1 juli 1909 – 30 mei 1994)

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

De allegorie van de Vette Jus
Zuurkool met vette jus
soep vooraf, ja dat is mijn menu
kaantjes met bruine bonen
flink veel ei, niet van dat gewone
blokken kaas met mayonaise
warme frites en ook saucijzen
sperciebonen uit het vet
pap van brood, zo is ’t maar net
warme kip, zo van het spit
flink veel aardappelen waar al een korstje aan zit
een lekker prakje met een kuiltje jus
gehakte spek, dat is wat ik lust
gebakken meel versierd met een sprotje
zure bonen uit een potje
ossetong in hete brij
gegarneerd met dampende prei
zwanenhals gevuld met druiven
paardehoef om af te kluiven
wat dacht u van een pudding met bessesap
en als toetje garnalenpap
slappe thee en vruchtenijsjes
lendelappen met veel radijsjes
gebraden haring, druipend vet
koffie toe en dan naar bed
hutspot met wat croquetten
en een doekje om dat op te betten
oude kaas in vele talen
oude vis, kan veel verhalen
rode wijn en pruimedanten
zeer veel drank en ook fazanten
tonnen bier en stapels brood
harde worst vol kokosnoot
een witte saus van weleer
ach, wat wil een mens nog meer!

wimtschippers

Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Nederlandse dichter, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Frank Starik richtte met Adriaan Bontebal en Arthur Lava de dichtersgroep ‘H.J. van de BijL’ op. Van deze dichtersgroep maken ook Jaap Blonk, Koos Dalstra en Eddie Kagie deel uit. Stariks eerste dichtbundel was ‘Mot, (of de neerslag van de twijfel)’ uit 1977, werd uitgegeven door Kees de Jongen. Starik wordt tot de Maximalen gerekend, vanwege zijn bijdrage aan de bloemlezing ‘Maximaal’. Hij is zanger van de Willem Kloos Groep.

The Birthday Party

Toen God de wereld schiep en alle rare
dieren bedacht Hij een goedkopere giraf.
Of de okapi zich schaamde voor zijn lange tong
of gewoon verlegen was hij

hield zich eeuw na eeuw verborgen
deep in the woods. Honderd jaar geleden
werd hij voor het eerst door een mens gezien,
gevangen, in een dierentuin te kijk gezet.

Ook deze morgen wacht hij, lusteloos
en alleen, in een hoek van zijn verblijf
op zijn enige bezoeker, die om hem lacht.

’s Nachts ligt hij op de koude vloer
en weent en weent, met heel zijn lijf.
Likt zijn eigen oor.

Starik

F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Na zijn studie Nederlands aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam werkte Voskuil als vertaler bij de EGKS in Straatsburg en vervolgens in het seizoen 1955/56 als leraar aan een kweekschool in de stad Groningen. Teruggekeerd in Amsterdam werkte hij als student-assistent mee aan een uitgave van de werken van P.C. Hooft. In 1957 trad hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het tegenwoordige Meertens Instituut. Voskuil was getrouwd met Lousje Haspers. Beiden waren dierenbeschermers. In 1997 richtte Voskuil de dierenwelzijnsorganisatie Stichting Varkens in Nood op, gesteund door o.a. de schrijver Koos van Zomeren. Veel elementen uit het persoonlijke leven van het echtpaar, zoals het niet willen bezitten van een auto, het hebben van katten, het wonen aan de Lijnbaansgracht nr. 84-hs (1956-1969) en de Herengracht nr. 60 (1969-2008) in Amsterdam, hun wandelvakanties in Auvergne, staan beschreven in zijn boeken.

Voskuils literaire debuut was de autobiografische roman Bij Nader Inzien waarin zijn studietijd centraal staat. Het kostte aanvankelijk veel moeite om een uitgever te vinden voor het dikke manuscript – met 1207 bladzijden is het werk tot op heden een van de meest omvangrijke romans uit de Nederlandse literatuur – maar in 1963 verscheen het boek uiteindelijk in twee banden bij G.A. van Oorschot te Amsterdam. De omvang van Bij Nader Inzien werd ruimschoots overtroffen door Voskuils zevendelige romancyclus Het Bureau, die zijn dertigjarige ambtelijke loopbaan bij het Meertens Instituut (‘Het Bureau’) tot onderwerp heeft, de periode 1957-1987 overspannend. In dit werk, verschenen tussen 1996 en 2000. Voskuil overleed op 1 mei van dit jaar. Zie ook mijn blog van 5 mei 2008.

Uit: De moeder van Nicolien

“Zijn schoonmoeder zat in de woonkamer, in de baan zon die door de vitrages naar binnen viel. Nicolien zat in de stoel bij de tussendeuren en zag hem binnenkomen toen hij de buitendeur openduwde.
‘Ha, die Jansen,’ zei hij tegen zijn schoonmoeder.
‘Ha, die Pietersen,’ antwoordde ze terwijl hij zich naar haar overboog en haar een zoen gaf. ‘Nog wel gefeliciflapstaart.’
Hij lachte en gaf Nicolien ook een zoen.
‘Wat ben je vroeg,’ zei ze. ‘Hoe was het?’
‘Omdat ik jarig ben.’
‘Hoe was het?’ herhaalde ze.
‘Eerst even verkleden.’ Hij trok de tussengordijntjes dicht, verkleedde zich en waste zijn handen.
‘En je hebt ook een baantje, hè?’ zei zijn schoonmoeder toen hij de kamer weer inkwam.

Hij knikte.
‘O, jongen, wat heerlijk! Daar nemen we er toch zeker een op?’
Hij lachte. ‘Daar nemen we er een op.’
‘En, hoe was het?’ vroeg Nicolien gespannen.
Hij ging op de divan zitten. ‘Idioot.’
‘Idioot?’ – er was verontwaardiging in haar stem. ‘Niet verschrikkelijk?’
‘Ach, verschrikkelijk…’ Het woord was hem te groot. Als het verschrikkelijk was, zou de gedachte dat hij er morgen weer naar toe moest helemaal onverdraaglijk zijn.
‘En wat moet je daar nou doen?’ vroeg zijn schoonmoeder.
Hik keek naar haar. ‘Ik moet een stuk schrijven over de kabouters.’
‘Over de kabouters?’ Ze begon te lachen, ongelovig. ‘Je houdt me voor de mal.’
‘Ik houd u nooit voor de mal.’
‘Over kabouters! Een volwassen man.’

voskuil

J. J. Voskuil (1 juli 1926 – 1 mei 2008)

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook mijn blog van 2 juli 2006 en ook mijn blog van 1 juli 2007.

Uit: Histoire de ma vie

J’étais fortement constituée, et, durant toute mon enfance, j’annonçais devoir être fort belle, promesse que je n’ai point tenue. Il y eut peut−être de ma faute, car à l’âge où la beauté
fleurit, je passais déjà les nuits à lire et à écrire. étant fille de deux êtres d’une beauté parfaite, j’aurais dû ne pas dégénérer, et ma pauvre mère, qui estimait la beauté plus que tout, m’en faisait souvent de naïfs reproches.

Pour moi, je ne pus jamais m’astreindre à soigner ma personne. Autant j’aime l’extrême propreté, autant les recherches de la mollesse m’ont toujours paru  insupportables.

Se priver de travail pour avoir l’oeil frais, ne pas courir au soleil quand ce bon soleil de Dieu vous attire irrésistiblement, ne point marcher dans de bons gros sabots de peur de se déformer le cou−de−pied, porter des gants, c’est−à−dire renoncer à l’adresse et à la force de ses mains, se condamner à une éternelle gaucherie, à une éternelle débilité, ne jamais se fatiguer quand tout nous commande de ne point nous épargner, vivre enfin sous une cloche pour n’être ni hâlée, ni gercée, ni flétrie avant l’âge, voilà ce qu’il me fut toujours impossible d’observer. Ma grand’mère
renchérissait encore sur les réprimandes de ma mère, et le chapitre des chapeaux et des gants fit le désespoir de mon enfance ; mais, quoique je ne fusse pas volontairement rebelle, la contrainte ne put m’atteindre. Je n’eus qu’un instant de fraîcheur et jamais de beauté. Mes traits étaient cependant assez bien formés, mais je ne songeai jamais à leur donner la moindre expression. »

George_Sand

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)

 

De Duitse schrijver en natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in Ober-Ramstadt bij Darmstadt op 1 juli 1742. Zie ook mijn blog van 1 juli 2007.

Abschieds Complimente der Chineser

Der Deutsche, der wohl unter allen Europäischen Nationen die meisten Umstände beym Weggehen macht, steht doch darin dem Chineser weit nach. Der Hausherr pflegt bey ihnen seinen Gast vor die Thür zu begleiten, und wünscht ihn zu Pferd sitzen zu sehen. Der Gast hingegen wünscht, daß Himmel und Erde eher vergehen möchten, als daß er im Angesichte des Hausherrn aufsteigen sollte. Wenn nun dieser sieht, daß er nichts ausrichten kann, so begiebt er sich auf einen Augenblick weg, kehrt aber sogleich wieder um, wenn er glaubt, der Gast säße. Hier giebt es nun wieder neue Umstände. Endlich wenn der Fremde um die erste Ecke herum ist, wird ihm oft ein Bedienter nachgeschickt, der ihn noch einmal im Namen seines Herrn decomplimentirt. Du Halde, der dieses erzählt, merkte an, daß diese Complimente hauptsächlich unter Kaufleuten gebräuchlich wären, und daß der von beyden immer die meisten und schönsten mache, der den anderen betrogen habe.

lichtenenberg

Georg Christoph Lichtenberg (1 juli 1742 – 24 februari 1799)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 1 juli 2007.

De Duitse schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau).

De Zwitserse schrijver Heinrich Wiesner werd op 1 juli 1925 in Zeglingen geboren.

De Belgische pater en schrijver Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922.

Wim T. Schippers, Juan Carlos Onetti, Hans Bender, George Sand, Georg Christoph Lichtenberg, Heinrich Wiesner, Phil Bosmans

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Na zijn studie richtte Schippers zich op het maken van a-dynamische kunst. Hij liet zich inspireren door Marcel Duchamp en andere dadaïsten; het gedachtegoed viel samen met de ideeën van de Fluxusbeweging van George Maciunas. Een project van Schippers dat de aandacht trok en zelfs landelijk nieuws werd is het toneelstuk “Going to the dogs” (1986). Het bijzondere hiervan was dat de acteurs geen mensen waren maar herdershonden. De honden liepen op het podium rond, blaften wat, en keken naar de televisie. Volgens Schippers volgden zijn acteurs nauwgezet het script; de meeste toeschouwers waren hiervan minder overtuigd. De voorstelling leidde tot kamervragen. Andere stukken die hij schreef zijn: “Zonder Titel” voor Toneelgroep Amsterdam (première in 2000) en “Relapsus” voor Orkater (1995).

Wie zegt mij

Wie zegt mij
dat wij niet zijn
een losse flodder Gods?

Dat ons universum niet meer is
dan een vuiltje tussen Gods
kleine teen en jubelteen?

Maar wie zegt mij dat dien God
op zijn beurt niet slechts met
andere Goden deel uitmaakt
van een heelal dat op haar beurt
weer een vuiltje is tussen
– voor de verandering – de grote en de
wijsteen van een nog hogere God.
En zo maar door ad infinitum!

wimtschippers

Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

De Urugayaanse schrijver Juan Carlos Onetti werd geboren op 1 juli 1909 in Montevideo. Hij publiceerde vanaf 1939 opmerkelijke kritieken en vertellingen waarmee hij een kleine kring van fervente bewonderaars verwierf. Zijn literaire doorbraak vond plaats in het begin van de jaren zestig met de roman De werf en sindsdien wordt hij in één adem genoemd met auteurs als Borges, Fuentes, Cortazar en Vargas Llosa. In 1981 ontving hij de Premio Miguel de Cervantes, de belangrijkste literatuurprijs voor het Spaanse taalgebied.

Onetti

Juan Carlos Onetti (1 juli 1909 – 30 mei 1994)

 

De Duitse schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Na WO II begon hij zijn literaire loopbaan met het schrijven van gedichten en korte verhalen en met het uitgeven van het literatuurtijdschrift Konturen. In 1954 richtte hij samen met Walter Höllerer het tijdschrift Akzente op, dat al snel een van de belangrijkste literaire tijdschriften in het Duitse taalgebied werd.

Der junge Soldat

In die Blumen ihrer Haare
rieselte die listge Erde.
Auf die Särge ihrer Brust
klopften unsre stummen Würfe.
Sieben gelbe, warme Gräber
trocken in der Julisonne.

Wiesenweg durch heißen Mohn.
Wälderweg durch kalte Tannen.
Weg, der blind im Sumpf ertrinkt.
Ungewisser Minenweg –
Dann vorbei an hellen Hütten.
Vorhangfalten, Fensterglas.

Beerentrauben in den Gärten.
Rosen, Gladiolengarbe.
Brunnen, dran der Eimer schwappt.
Vor den Zäunen steife Mädchen.
In die Löcher der Pupillen
Haß, vom Schreck hineingebohrt.

Trauer durch den Sommer tragen,
Schultergurt und rauhes Tuch.
Handgranate, Spaten, Helm,
das Gewehr und die Geschosse.
Messer, eingekerbt die Rille
für das Blut der stumpfen Rücken.

Sieben fette Krähen wehen
aus den Ästen roter Föhren.
Sieben schwarze Federn fallen
in die Raupenspur der Tanks.

Bender

Hans Bender (Mühlhausen, 1 juli 1919)

 

De Franse schrijfster George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zie ook mijn blog van 2 juli 2006. 

Uit: Teverino (1846)

Exact au rendez-vous, Léonce quitta, avant le jour, l’hôtel des Etrangers, et le soleil n’était pas encore levé lorsqu’il entra dans l’allée tournante et ombragée de la villa : les roues légères de sa jolie voiture allemande tracèrent à peine leur empreinte sur le sable fin qui amortissait également le bruit des pas de ses chevaux superbes. Mais il craignit d’avoir été trop matinal, en remarquant qu’aucune trace du même genre n’avait précédé la sienne, et qu’un silence profond régnait encore dans la demeure de l’élégante lady.

Il mit pied à terre devant le perron orné de fleurs, ordonna à son jockey de conduire la voiture dans la cour, et, après s’être assuré que les portes de cristal à châssis dorés du rez-de-chaussée étaient encore closes, il s’avança sous la fenêtre de Sabina, et fredonna à demi-voix l’air du Barbier :

Ecco ridente in cielo,

Già spunta la bella aurora…
… E puoi dormir così1 ?

Peu d’instants après la fenêtre s’ouvrit, et Sabina, enveloppée d’un burnous de cachemire blanc, souleva un coin de la tendine et lui parla ainsi d’un air affectueusement nonchalant :

— Je vois, mon ami, que vous n’avez pas reçu mon billet d’hier soir, et que vous ne savez pas ce qui nous arrive. La duchesse a des vapeurs et ne permet point à ses amants de se promener sans elle. La marquise doit avoir eu une querelle de ménage, car elle se dit malade. Le comte l’est pour tout de bon ; le docteur a affaire, si bien que tout le monde me manque de parole et me prie de remettre à la semaine prochaine notre projet de promenade.

george-sand-1-sized
George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)

 

De Duitse schrijver en natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in Ober-Ramstadt bij Darmstadt op 1 juli 1742. Lichtenberg was de eerste Duitse hoogleraar in de experimentele natuurkunde en de eerste Duitse auteur van aforismen. Vanaf 1764 noteerde Lichtenberg in zijn zogenaamde Sudelbücher (kladboeken) in aforistische vorm gedachtesplinters, invallen, leeservaringen en natuurwetenschappelijke vaststellingen die postuum werden gepubliceerd.

Aforismen

“Ich vergesse das meiste, was ich gelesen habe; nichtsdestoweniger aber trägt es zur Erhaltung meines Geistes bei.”

“Er hatte seine Bibliothek verwachsen, so wie man eine Weste verwächst. Bibliotheken können überhaupt der Seele zu enge und zu weit werden.”

“Zur Aufweckung des in jedem Menschen schlafenden Systems ist das Schreiben vortrefflich, und jeder, der je geschrieben hat, wird gefunden haben, daß Schreiben immer etwas erweckt, was man vorher nicht deutlich erkannte, ob es gleich in uns lag.”

stamp_lichtenberg

Georg Christoph Lichtenberg (1 juli 1742 – 24 februari 1799)

 

De Zwitserse schrijver Heinrich Wiesner werd op 1 juli 1925 in Zeglingen geboren. Hij volgde een lerarenopleiding in Schiers en werkte jaren lang als docent. Sinds 1981 woont Wiesner als zelfstandig schrijver in Reinach (Kanton Baselland). Naast (kort)proza en gedichten schrijft hij ook kinder- en jeugdboeken.

Die würdige Greisin

Als Anna mitten in der Nacht erwachte, hatte sie ein Unglücksgefühl, das sie nicht sogleich orten konnte. Etwas war geschehen, aber was? Plötzlich wurde ihr klar: Ich bin nicht mehr daheim, ich bin im Altersheim. Man hat mich ins Altersheim getan, wo das Leben für mich keinen Sinn mehr hat, weil mir die Arbeit fehlt. Jeden Montagvormittag drei Stunden lang Wäsche zusammenlegen ist zwar eine Arbeit, aber ich tu sie für andere, nicht für mich, und mein verdienter Lohn, die AHV, geht Tag für Tag drauf. Sie deckt nicht einmal die Kosten, so dass ich meine Ersparnisse angreifen muss, die paar Tausender im Büchlein. Daheim hätte ich noch lange mein Leben gehabt auch ohne Tageshilfe und ohne diese Essbeutel, die der Essdienst bringt. Ich bin nun einmal anderes Essen gewohnt. Warum man das nicht begreift? Eine Rösti bring ich allemal zustande. Aber du hast doch ein schönes Zimmer, sogar ein Eckzimmer, hörte sie Edith sagen. Und das neue Sofa? Und der Sessel, Stil Voltaire? Und und und? Was ist ein schönes Zimmer, haderte Anna, im Vergleich zum eigenen Haus, auch wenn es alt und verlebt ist.

wiesner-heinrich

Heinrich Wiesner (Zeglingen, 1 juli 1925)

 

De Belgische pater en schrijver Phil Bosmans werd geboren in Meeuwen-Gruitrode op 1 juli 1922. In 1941 trad hij in Rotselaar in bij de paters Montfortanen. Hij bleef er tot het einde van de oorlog. In 1945 trok hij naar Oirschot in Nederland waar hij op 7 maart 1948 priester werd gewijd. Uitgeverij Lannoo kwam met de idee honderd telefoonboodschappen die hij geschreven had, te bundelen tot het boek ‘Menslief, ik hou van jou’. Het verscheen in 1972. Het werd het meest verkochte boek in Vlaanderen. Het is ondertussen aan zijn zesenvijftigste druk toe. Alleen in Vlaanderen en Nederland werden er 800.000 exemplaren verkocht. In Duitsland werden meer dan twee miljoen exemplaren verkocht. Het boek is zelfs vertaald naar het Esperanto.

Uit: Menslief, ik hou van jou

“TROOST

Je kunt niet leven zonder troost!

Troost is echter geen alcohol, geen slaappil, geen spuit, die je slechts even verdoven, om je daarna in een nog zwartere nacht te storten.

Troost bestaat niet in een vloed van woorden.

Troost is als een milde zalf op ’n diepe wonde.

Troost is als een onverwachte oase in een grote woestijn, die je weer doet geloven in het leven.

Troost is als een zachte hand op je hoofd die je tot rust brengt.

Troost is als een zacht gelaat vlakbij van iemand die je tranen begrijpt, die luistert naar je gemarteld hart, die bij je blijft in je angst en je vertwijfeling en die je een paar sterren laat zien.”

BosmansKleur

Phil Bosmans (Gruitrode, 1 juli 1922)

Hermann Hesse en George Sand

Geboren op 2 juli 1877 in Calw, in het noorden van het Zwarte Woud, als kind van piëtistische ouders, die o.a. missionarissen in India zijn geweest, groeide Hermann Hesse op in een beschermde en intellectuele sfeer. In het ouderlijk huis werd hij al vroeg met de wereldliteratuur bekend, dankzij de uitgebreide bibliotheek van zijn beroemde en erudiete grootvader Hermann Gundert. Hier verrichtte Hesse zijn eerste studies naar o.a. het boeddhisme. Het resultaat zou later in het boek Siddharta te herkennen zijn. Al vanaf 1923 waarschuwde hij in geschriften voor het gevaar van het opkomende nazisme en fascisme en vanaf 1932 is zijn huis een rustplek en doorgangshuis voor talloze, door het nazi-regime vervolgde schrijvers. Thomas Mann en Berthold Brecht zijn de eersten van een lange rij die in zijn huis opvang vonden en verder werden geholpen.

 Werk o.a. : 1919 Demian Die Geschichte einer Jugend, 1920 Klinsors letzter Sommer, 1922 Siddhartha Eine indische Dichtung, 1927 Der Steppenwolf, 1930 Narziss und Goldmund.

 

 

Das Glasperlenspiel

Musik des Weltalls und Musik der Meister
Sind wir bereit in Ehrfurcht anzuhören,
Zu reiner Feier die verehrten Geister
Begnadeter Zeiten zu beschwören.

Wir lassen vom Geheimnis uns erheben
Der magischen Formelschrift, in deren Bann
Das Uferlose, Stürmende, das Leben
Zu klaren Gleichnissen gerann.

Sternbildern gleich ertönen sie kristallen,
In ihrem Dienst ward unserm Leben Sinn,
Und keiner kann aus ihren Kreisen fallen
Als nach der heiligen Mitte hin.

 

 

 

Uralte Buddha-Figur in einer
japanischen Waldschlucht verwitternd

Gesänftigt und gemagert, vieler Regen
Und vieler Fröste Opfer, grün von Moosen
Gehn deine milden Wangen, deine großen
Gesenkten Lider still dem Ziel entgegen,
Dem willigen Zerfalle, dem Entwerden
Im All, im ungestaltet Grenzenlosen.
Noch kündet die zerrinnende Gebärde
Vom Adel deiner königlichen Sendung
Und sucht doch schon in Feuchte, Schlamm und Erde,
Der Formen ledig, ihres Sinns Vollendung,
Wird morgen Wurzel sein und Laubes Säuseln,
Wird Wasser sein, zu spiegeln Himmels Reinheit,
Wird sich zu Efeu, Algen, Farnen kräuseln, —
Bild allen Wandels in der ewigen Einheit.  

 

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

In mijn “persoonlijke” verjaardagskalender ontbrak gisteren de beroemdste vriendin van Chopin. George Sand (pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin) werd op 1 juli 1804 geboren in Parijs. Zij maakte deel uit van de eerste generatie schrijvers die daadwerkelijk van hun pen konden leven in de negentiende eeuw. Deze generatie omvatte schrijvers zoals Honoré de Balzac, Victor Hugo, Alexandre Dumas père en Eugène Sue. Sand was wel de enige vrouw in dit selecte gezelschap. Zij was evenwel niet de enige vrouwelijke schrijfster, maar wel de enige die het succesvol tot haar beroep had gemaakt. Sand maakte haar debuut als journaliste bij de krant Le Figaro. Zij werkte ook samen met La Revue de Paris en met La Revue des Deux Mondes. Ook haar ontmoetingen met Michel de Bourges en Lamennais zetten haar aan tot het schrijven van artikels.

 

Citaat:

 

“La fantaisie ne peut rien prouver, et l’artiste qui se livre à une fantaisie pure ne doit prétendre à rien de semblable. Est-il donc nécessaire, avant de parler à l’imagination du lecteur, par un ouvrage d’imagination, de lui dire que certain type exceptionnel n’est pas un modèle qu’on lui propose ? ce serait le supposer trop naïf, et il faudrait plutôt conseiller à ce lecteur de ne jamais lire de romans, car toute lecture de ce genre est pernicieuse à quiconque n’a rien d’arrêté dans le jugement ou dans la conscienc
e. (extrait de la notice de 1852 de Teverino)”

 

 

George Sand (1 juli 1804 – 8 juni 1876)