Michaël Zeeman, Doris Mühringer

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Vespers voor Maria

III

Speel ik piano in de nacht verlies ik
in étude keer op keer mijn houvast zweven
mijn altijd stramme vingers weg verklinkt
een lichte melodie in hoekig bonzen –
nooit hoort men dat bij nachtegalen er
is een veel te helder vergezicht als iets
wat men beleefd heeft of gelezen maar er
zo slecht een beeld bij weet of zo’n haastig
sentiment dat dwingt maar onbenoemd moet
blijven omdat er minder taal dan toestand is.

Het is een mooie juninacht Maria en ik mis je.
Ik mis je zoals je alleen maar iemands warmte
kan missen die zomaar niet je bed beslaapt
een zoom aanwezigheid verwacht die er ontbreekt
te weten dat er naast je niemand zwijgt.

Toen op een namiddag in mei ik langs de grachten
ben gegaan (het weer als altijd hier besluiteloos
loshangende jassen) en heb vermalen de minuten
tot kwartieren de tijd van voorgewende willekeur
komt altijd zo omzichtig een achteloos moment.
Ik heb U toen gevonden aan de smalle trappen
van jouw afgedankte achterhuis een kleine maar
wel ernstig smalle vrouw met een wat viezig kind.
Wat ik voordien aan rituelen had bedacht mocht
toen wel weer vervallen: er is zo weinig dat verandert.

Het is zover: ik schat de vrouwen met wie ik
naar ik meen nog niet geslapen heb ik speel
die dwaze dialogen allemaal lankmoedig uit,
tel dan de uren die ons scheiden van de dag
en zegen wie dezelfde avond nog vertrekt.

Er is niet veel meer over welbeschouwd en ik,
ik schijn nog jong maar toch al veel te oud
mijn straffe metaforen zijn bedoeld om bomen
hun namen uit hun schors te schillen brieven
uit andermans dressoir weer terug te praten
mijn schaamte geldt fossielen van wat leugens
zijn gebleken met terugwerkende kracht.
Muziek in de nacht stoort de mensen hiernaast
en vogels bevuilen de was – hooguit wat orgel
twee keer per week of een meeuw op maandagmorgen.

 

Michaël Zeeman (18 september 1958 – 27 juli 2009)

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Doris Mühringer werd geboren op 18 september 1920 in Graz. Zie ook alle tags voor Doris Mühringer op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Vragen en antwoorden

Heb je je net over de hele wereld
uitgeworpen?
Ik heb mijn net uitgeworpen.
Waar heb je het van gebreid?
Van garen.
Wat voor soort garen heb je gebruikt?
Zijde, netel, spinnenweb en staal.
Waar heb je het van gewonnen?
Zijde uit het grijze haar van mijn moeder.
Netel uit de ogen van mijn man in het huwelijksbed.
Spinnenweb uit de bruidsring
van mijn zus.
Staal uit de houten rozenkrans
van mijn zoogster.
Hoe lang heb je aan het net gebreid?
Honderd jaar.
Waar heb je je net over uitgeworpen?
Over bergen en valleien.
Wat heb je erin opgevangen?
Kleine veertjes. Kleine veertjes.
Is dat genoeg?
Het is de wereld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Doris Mühringer (18 september 1920 – 26 mei 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2019 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

Uit: Laaglandse hymnen

1.

‘9-keto-trans-2’
Estetica, stekeblind, ging van huis;
er vond een grote bijentelling plaats
in herberg ‘De Uitgehongerde Bij’,
ook wel genoemd Q’s ijzige droomdoos.
‘De Rustende Jager’ heet nu ‘Intensz’;
leven kan niet vroeg genoeg óndergaan,
was ook het credo voor het koude brein
waarin wij schaterend herschapen zijn.
Red de bijenkoningin van de wet
die nu rondgaat in de gedaante van
velerlei vermomming en stofwolk; keer
Cycloon van Borculo, even terug, blaas
de knekelhuizen weg van de akkers,
ach poëzie, kom in Laagland terug.

2.

‘9-keto-trans-2’
Alleen op daken is de bij veilig,
bijvoorbeeld in Amsterdam of Berlijn;
maar niet in Gent, daarginds niet want daarzo
kantelt de stoorzender Q de raten.
Scheef, scheef, alles schuin, schuin de raten; in
blauw tl-licht bungelt een lamp; een zak
infuusvloeistof voedt niets meer en leidt dan
nergens heen, ja, namens de wetenschap.
De bijenhersentjes moesten sterven,
rolwagens met lucht aan boord toeren rond.
‘Contemporary art’, roepen gidsen
en suppoosten op verlaten velden
en in leegstaande zalen waar het geil
van hofnarren een vale huifkar verft.

3.

‘9-keto-trans-2’
Alsof sculpturen kunnen groeien!
Het zijn de schuttingbouwers die bouwen,
zogenaamd dan, eerder nog bouwt de wind
of ’t veld waar de paasvuurstapels staan.
Wassenbeeldenmuseum van koud gips
legt het af tegen één levende bij;
op het stoppelveld vloeit de gentiaan;
leven en dood zijn niet kaartje egaal.
Zelfs van de Skythen zijn de zeisen stil
neergevallen, en om de dooie dood
zijn wij, gelukkig maar, nog niet ons brein.
Q’s knekelhuis spreidt zijn duistere gloed
spoorslags in ’t rond, oh keto-trans
maar de wind zingt boven ’t arme brein.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

Blizzard

Snow:
years of anger following
hours that float idly down —
the blizzard
drifts its weight
deeper and deeper for three days
or sixty years, eh? Then
the sun! a clutter of
yellow and blue flakes —
Hairy looking trees stand out
in long alleys
over a wild solitude.
The man turns and there —
his solitary track stretched out
upon the world.

 

Danse Russe

If I when my wife is sleeping
and the baby and Kathleen
are sleeping
and the sun is a flame-white disc
in silken mists
above shining trees,—
if I in my north room
dance naked, grotesquely
before my mirror
waving my shirt round my head
and singing softly to myself:
“I am lonely, lonely.
I was born to be lonely,
I am best so!”
If I admire my arms, my face,
my shoulders, flanks, buttocks
against the yellow drawn shades,—

Who shall say I am not
the happy genius of my household?

 

Donderdag

Ik heb mijn droom gehad – net als anderen –
en er kwam niets van terecht, zodat
ik nu zorgeloos
met de voeten op de grond geplant blijf
en omhoog kijk naar de lucht –
ik voel mijn kleren om mij heen,
het gewicht van mijn lichaam in mijn schoenen,
de rand van mijn hoed, lucht die in en uit stroomt
langs mijn neus – en besluit niet meer te dromen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams
(17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2018.

Theodor Storm, William Carlos Williams

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Wenn die Äpfel reif sind

„Der Junge renkte sich fast den Hals aus, um das alles zu betrachten. Dabei schienen ihm allerlei Gedanken zu kommen; denn er verzog den Mund bis an die Ohren und stellte sich breitspurig auf zwei gegenüberstehende Äste, während er mit der einen Hand das geschädigte Kleidungsstück zusammenhielt.
“Nun, wird´s bald?” fragte der andere.
“Es wird schon”, sagte der Junge.
“So komm herunter!”
“Es ist nur”, erwiderte der Junge, und biß in einen Apfel, daß der Jäger es unten knirschen hörte, “es ist nur, daß ich just ein Schuster bin!”
“Was denn, wenn du kein Schuster wärst?”
“Wenn ich ein Schneider wäre, würde ich mir das Loch von selber flicken.” Und er fuhr fort seinen Apfel zu verspeisen.
Der junge Mann suchte in seiner Tasche nach kleiner Münze, aber er fand nur einen harten Doppeltaler. Schon wollte er die Hand zurückziehen, als er von unten her ganz deutlich ein Klinken an der Gartentür vernahm. Auf dem Kirchturm drüben schlug es eben zwölf. ? Er fuhr zusammen. “Dummkopf!” murmelte er und schlug sich vor die Stirn. Dann griff er wieder in die Tasche und sagte sanft: “Du bist wohl armer Leute Kind?”
“Sie wissen schon”, sagte der Junge, “´s wird alles sauer verdient.”
“So fang und laß dir flicken!” Damit warf er das Geldstück zu ihm hinauf. Der Junge griff zu, wandte es prüfend im Mondschein hin und wider und schob es schmunzelnd in die Tasche.
Draußen auf dem langen Steige, an dem der Apfelbaum in den Rabatten stand, wurden kleine Schritte vernehmlich und das Rauschen eines Kleides auf dem Sande. Der Jäger biß sich in die Lippen; er wollte den Jungen mit Gewalt herunterreißen; der aber zog sorgsam die Beine in die Höhe, eins ums andere; es war vergebene Mühe. “Hörst du nicht?” sagte er keuchend. “Du kannst nun gehen!”
“Freilich”, sagte der Junge, “wenn ich den Sack nur hätte!”
“Den Sack?”
“Er ist mir da vorher hinabgefallen.”
“Was geht das mich an?”
“Nun, lieber Herr, Sie stehen just da unten!”
Der andere bückte sich nach dem Sack, hob ihn ein Stück vom Boden und ließ ihn wieder fallen.
“Werfen Sie dreist zu!” sagte der Junge, “ich werde schon fangen.”
Der Jäger tat einen verzweifelten Blick in den Baum hinauf, wo die dunkle, untersetzte Gestalt zwischen den Zweigen stand, sperrbeinig und bewegungslos. Als aber draußen die kleinen Schritte in kurzen Pausen immer näher kamen, trat er hastig auf den Steig hinaus.
Ehe er sich´s versah, hing ein Mädchen an seinem Halse.“

 

Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Standbeeld in Heiligenstadt

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De jager

In de flitsen en zwarte schaduwen
van juli
lijken de dagen, in elkaars armen geklemd,
stil
zodat eekhoorns en gekleurde vogels
op hun gemak over
de takken en door de lucht gaan.
Waar zal een schouder splijten of
een voorhoofd open gaan en de overwinning zijn?
Nergens.
Beide kanten worden ouder.
En je mag er zeker van zijn
dat geen enkel blad zichzelf optilt
vanaf de grond
en weer vast gaat zitten aan een takje.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Portret door Emmanuel Romano, 1959

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Tõnu Õnnepalu, Werner Dürrson

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

Uit: Border State (Vertaald door Madli Puhvel)

“Where did I come from, my crime and I, Franz and I (“France?” you said, because I pronounced it badly. No not France, but Franz. By the way, he was half French, half Ger-man, from Strasbourg, where we met), my grandmother and I? I saw her in a dream yesterday … Yes, I saw my grandmother and a cat called Milvi. Actually, they are both dead, although I’m not sure about Milvi. She disappeared. Maybe she’s still prowling the neighbourhood, and who can ever be sure about my grandmother!
As you see, I have a hard time finding a beginning. And yet I don’t have much to do here except think about this letter. I walk through empty, blank days, briefcase in hand, carrying photocopies of the poems my old men have written (that’s my “work”; I’ll tell you about it later) and a pocket edition of Madame de Sevigne’s letters. I walk through Montsouris Park, where late-flowering double jasmines are still blooming. I stop under the cedar of Lebanon, smell the resin, and dive into the underground world of the Metro. I meet ghosts there as well as people .
Actually, I’m constantly thinking about my testimony, because I will have to testify. I weigh the trifling words I have to say about myself as a human being, about my trivial crime in a world . . . If only I knew where to begin, then there would be no problem! Should I start with what I saw a long time ago, in that other century, through the first-floor window of that prefabricated apartment house, the window that Grandmother never allowed to be opened? Or with Amsterdam, that sweet, crime-ridden city? Or with the garbage bin that I threw the newspaper into, the one with Franz’s name printed in big fat letters? Should I start with what was, or what is, if what is still is, this vertigo, this blindness, this blinding sunshine! Yes, sunshine. If I am to start at random, then I’ll start with sunshine. I yearned for sunshine. I had a passion for sun, and it was following this passion that brought me to this town where so much of the world’s beauty and wealth is gathered, so many gifts of the sun, as well as ugliness, pain, and want, which even gold and jewels cannot hide. Ultimately, to the town where you appeared before me, from out of nowhere, so that I could tell you my story. My story! Just like the fairy tale told in bygone days beside a cozy fire. A story that also had neither a beginning nor an end but was unhurried and grisly, where one would encounter wolves that killed, snakes that talked, and fairies. But you did not emerge from the blizzard into a flickering light. Nor are you a gray-bearded old man. On the contrary, you are young and desirable. You are my mirror, my double and opposite. You emerged from the cool Sunday sunshine that engulfed the strollers who had stopped to window-shop, or who stood as though entranced on the terrace of the cafe; unreal figments of light, summoned by the senseless pealing of the bells of Saint Eustache or Notre Dame or Saint Merri.”

 

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

In de open lucht

Gevangen in het systeem
van het verkochte landschap rest mij

nog het meer, ga ik op voor-
geschreven weg door

borden bespied de helling af
langs muren hekken

voorbij het kasteel
bij het gevangenispoortbrede stuk kust
van de bezitlozen:

ruimte die
zich opent, vreemde uitgestrektheid

schaduwloos licht frisse
met wind om mijn heupen kan ik

door verdikt slib door modder
in sociaal rioolwater waden

met verre stranden voor ogen weg-
zwemmen tot  de uitputting volgt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en eveens deel 2.

Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

Klimduin

De dag breekt aan, kou uit een open ijskast:
een lap los zand tussen dor hakhout ingeklemd
onder de lucht die leger is van diepte
nu het gezichtsveld vol met wit zand is doortrapt.

Een trap, een voor de vorst te hoge duintrap in
een onontgonnen en barbaars Versailles van
geen enkele tree voorzien.

 

Dalmatiner onweer

Het blaffen is begonnen
de bastaards spuwen vuur,
licht rent, in plassen spat
het hoog om duizend poten.

Mijn hond, de kop omlaag
hij bibbert in zijn stippen,
draalt om de tafelpoot.

 

Raam vol nachtvlinders

Zij trillen tot zij zitten op
hun plaats als het niet waait, het raam
verlicht, stil tot het einde van
de nacht, stijf op een doel gericht,
uit op bezweren van het licht.

Zij dragen niet als opgeprikten
op vleugels van stilleven as
van ’t ademloze om de naald,
maar levend stof van licht beogen
als van de nacht die ademhaalt.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Dagdroom met föhn

Boven op de heuvel lag ik in het
druivenseizoen tussen de bronnen
en dronk niet
droomde in plaats daarvan van jou en van
slechtere gebieden –
plotseling ontwaken bij de knal van het
gaskanon de zwartheid
van wegruisende spreeuwen
een kasteel twee kerken
drie villa’s aan mijn voeten wist ik weer
de gruwel is een
uitvinding
het smeulen van verwoestende branden
een klein aardappelloofvuurtje
daar ginds
het gezochte opsporingsbericht is een beukenblad
dat in mijn slaap
op mijn gezicht viel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

Murat Isik, Mary Oliver

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Verloren grond

“Ondanks de vele gesprekken die mijn vader jaren later voerde met de dorpsoudsten, die zonder uitzondering ongeletterde boeren waren, bleef onduidelijk waarom de Armenen uit Sobyan waren vertrokken. Sommigen zeiden dat ze verjaagd waren, anderen hielden het erop dat ze onder invloed van missionarissen vertrokken waren naar de Verenigde Staten en Rusland, voordat ze, zoals in omliggende dorpen, met geweld van de staat te maken kregen. De oudste man van het dorp, de wijze Memla die ik nooit heb gekend, staarde zwijgend voor zich uit toen mijn vader hem vroeg naar het lot van de vorige inwoners van ons dorp, en zei ten slotte: ‘De Armenen hebben vreselijk geleden, jongen. Geen volk in Anatolië heeft zo moeten afzien.’ Nadat de overgrootouders van mijn moeder zich met hun groep in Sobyan hadden gevestigd, nam het inwoneraantal snel toe. De verhalen over een dorp waar stenen huizen met boomgaarden en moestuinen beschikbaar waren en waar behoefte was aan hard werkende landarbeiders, bereikten al vlug de dorpen in de wijde omgeving. Het leidde tot de komst van jonge gezinnen en eenzame dagloners die hun spierkracht graag ter beschikking stelden in ruil voor wat eten en een slaapplaats. Alle nieuwkomers waren Zaza en hingen net als mijn familie het alevitisme aan. In de prilste jaren van mijn leven werd ik in Sobyan overladen door de liefde van mijn zus Zilda, mijn broer Yusuf en mijn ouders. Het was een periode vol warmte en geluk, tot het noodlot toesloeg en mijn zus Zilda overleed. Na mijn tweelingbroers Salman en Muse moesten mijn ouders opnieuw een kind begraven. Er volgde een periode van intense rouw die pas werd verbroken toen mijn moeder een jaar late merkte dat ze weer zwanger was. Toen ik vijf was, werd mijn zusje Eli-da geboren. Ze bracht licht en vreugde terug in ons leven en werd meteen de lieveling van het gezin. En zoals mijn zus Zilda mij altijd eindeloos vertroetelde, zo knuffelde ik Elida onophoudelijk en weekgeen moment van haar zijde. Maar het geluk kwam voor mijn moeder misschien te snel, want in de eerste maanden was ze ervan overtuigd dat Zilda voortleefde in Elida. Ik keek verward op als ze de baby die ze stevig in haar armen hield Zilda noemde, totdat mijn vaderhaar smeekte daarmee op te houden omdat het noemen van haarnaam zijn hart opnieuw deed huilen.
We woonden in een groot stenen huis met een plat dak. Door het ontbreken van ramen waren we voor daglicht aangewezen op het gat in het plafond dat met een glasplaat was afgedekt. Het weinige licht dat door het gat ter grootte van een flinke watermeloen naar binnenviel, werd versterkt door olielampjes die op meerdere plekken in huis hingen. In het midden van de woonkamer bevond zich een openhaard met daarboven een brede schoorsteen waar in de winter een13
snijdende wind doorheen joeg die telkens het vuur dreigde uit te blazen. Op die dagen zocht ik verkleumd de grote stal op die vanuit het woonvertrek via een nauwe gang te bereiken was. Het was er veel aangenamer door de warme lijven van de koeien, schapen en geiten.”

 

Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Herfstlied

Weer een jaar voorbij, zijn rijke gekruide resten overal
achterlatend: wijnstokken, bladeren,

de niet opgegeten vruchten brokkelen vochtig af
in de schaduw, die onverschillig terug kwam

van het bijzondere eiland
van deze zomer, dit NU, dat nu nergens is

behalve onder de voeten, vermolmd
in dat zwarte onderaardse kasteel

van niet-waarneembare mysteries – wortels en verzegelde zaden
en de omzwervingen van water. Dit

probeer ik me te herinneren wanneer de maat van de tijd
pijnlijk schuurt, bijvoorbeeld wanneer de herfst

uiteindelijk opvlamt, onstuimig en zoals wij verlangt
om te blijven – hoe alles leeft, verschuift

van het ene heldere uitzicht naar het andere, voor altijd
in deze vluchtige weilanden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver 10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Franz Werfel, Mary Oliver

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Werfel werd op 10 september 1890 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Franz Werfel op dit blog.

Uit: Lied der Bernadette

„Und so geschieht es. Nie seit Sperrung der Grotte wird das Verbot so unbedingt beobachtet wie in den Tagen, da dem Präfekten eine stillschweigende Nichtbeobachtung die willkommenste Lösung wäre. Der Plankenverschlag, das Sperrseil, die Warnungstafeln stehn in dem schon herbstlich scharfen Licht übergenau da, wie Marterwerkzeuge einer unbekannten Passion. Mancher gänzlich Gleichgültige, der vorübergeht und nicht das geringste von der Dame und der Quelle hält, sagt dennoch ärgerlich:
»Es ist unerhört, daß man diese Grotte wie einen Mordplatz absperrt und freie Menschen wie Verbrecher behandelt …«
Einmal, als der Präfekt mit dem Kommissär über die Place Marcadale geht, winkt Jacomet ein junges Mädchen im weißen Capulet heran:
»Dies ist Bernadette Soubirous, Euer Exzellenz.«

»So, so, hm hm«, meint der Baron, äußerlich stumm, während sein Herz zu klopfen beginnt. Er schämt sich dieser Erregung, die er nicht begreift. Seine Gewandtheit verläßt ihn. Er findet kein Wort. Bernadette sieht ihn an, wie sie alle Machthaber ansieht, mit aufmerksam großen Augen, die auf der Hut sind. Endlich reicht der Verlegene dem Mädchen die Hand, zieht seinen Glanzhut ziemlich tief und wendet sich zum Gehen. Nach einigen Schritten sagt er zu Jacomet:
»Sie haben mir das Mädel falsch geschildert. Die ist ja gar nicht so grob und gewöhnlich …«
»Wenn Euer Exzellenz sie früher gekannt hätten«, verteidigt sich der Jacomet. »Sie hat sich ganz und gar verändert seit den Erscheinungen.«
»Herrliche Augen hat das Mädel«, erwidert Baron Massy sehr versonnen.

Während der Präfekt den letzten Tag in Lourdes weilt, haben sich die Minister Fould und Roulland nach Biarritz begeben. Dort kommt es zu einem äußerst peinlichen Auftritt zwischen dem Souverän und seinen berufenen Männern. Der Kaiser fühlt sich auf einer seiner Schwächen ertappt. Und so stark ist auch der Stärkste nicht, daß er die Entlarvung einer Schwäche den Entlarvern verzeihen könnte. Louis Napoleon hat damit gerechnet, daß der Präfekt der Hochpyrenäen seinen Befehl unverzüglich ausführen und daß die Regierung, vor die vollzogene Tatsache gestellt, keine Einwendungen erheben werde. Nun aber hat dieser unverschämte Massy es gewagt, seinen Befehl nicht nur zu mißachten, sondern ihn sogar der Regierung zuzusenden wie die fehlerhafte Hausaufgabe eines dummen Jungen. Das Gesicht des Kaisers ist quittengelb, und die langen Schnurrbartenden zittern. Zu alledem beginnen diese Idioten noch sein eigenes Lied von den Liberalen und Freimaurern zu singen, denen man jetzt entgegenkommen müsse. Soll er ihnen etwa zurufen: Ein Monarch hat das gute Recht abergläubisch zu sein. Ein Monarch hat es Tag und Nacht mit dunklen Gewalten zu tun, von welchen die Kausalitäten bestimmt werden. In eurer Plattheit ahnt ihr nichts von diesen Gewalten. Er aber sagt nur:
»Ich mache Sie verantwortlich, meine Herren, für die Nachlässigkeit, mit der man meine Entscheidungen in den Wind zu schlagen beliebt.«

 

Franz Werfel (10 september 1890 – 26 augustus 1945)
Gedenkplaat aan het geboortehuis van Werfel in Praag

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De zomerdag

Wie heeft de wereld gemaakt?
Wie heeft de zwaan en de zwarte beer gemaakt?
Wie heeft de sprinkhaan gemaakt?
Deze sprinkhaan, bedoel ik-
die zichzelf uit het gras heeft geslingerd,
die suiker eet uit mijn hand,
die zijn kaken heen en weer beweegt in plaats van op en neer-
die rondkijkt met zijn enorme en ingewikkelde ogen.
Nu tilt hij zijn bleke onderarmen op en wast hij zijn gezicht grondig.
Nu klapt hij zijn vleugels open en zweeft weg.
Ik weet niet precies wat een gebed is.
Ik weet niet hoe ik aandachtig moet zijn, hoe ik moet vallen
in het gras, hoe ik moet knielen in het gras,
hoe ik lui en gezegend moet zijn, hoe ik door de velden moet slenteren,
wat ik de hele dag gedaan heb.
Zeg me, wat had ik anders moeten doen?
Gaat niet alles uiteindelijk dood, en zo snel?
Vertel me, wat ben je van plan te doen?
Met je enige wilde en kostbare leven?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2..

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

De zoon

voor Aert v.d. Goes van Naters
der Affe wird zu blau

Het licht joeg uit het water goudfazanten,
een lam liep rond met anemonen in z’n vacht,
het chlorophyl ontwaakte in de planten
en dook toen spiernaakt in de gracht.

Waar hij langs kwam werd er met respect gelachen
een lenig groen gelach en heel niet opgeschroefd;
in hem gonsde de honing van zijn krachten
alsof de wereld van zijn lichaam had geproefd.

Toen – en of natbezwete haren sloegen
in zijn verblauwde ogen en eensklaps gedrang
van bomen die hun plaats niet meer verdroegen
en zich aan hem platdrukten in hun angst –

werd hij uit een heldere lucht getroffen,
een vlerk, dacht hij, een blinde vogel, in het rond
als hagel hoorde hij de vruchten ploffen:
een hand lag voor hem op de grond,

smal en gestorven, maar met strakke spieren
en een verwonderd volgehouden aderklop,
eenzaam – de bomen sidderden als dieren
en gillend klom hij bij hun schouders op.

 

Identiteit

Wat weet ik van je:

je hebt veel slaap nodig
en koffie verdraag je slecht;

dat je houdt van je hond
en ten dele waarom;

dat je gelukkig bent
of verdrietig kan ik zien
en horen met eigen ogen
en oren;

en je houdt van mij.

Maar welke droom heeft je veranderd
in zwarte panter, witte raaf;
hoeveel gezichten heb je willen kussen
of slaan, het waarom niet gedaan.

Wat ik niet weet: hoe zou je zonder mij
geweest zijn, waar, met welke mensen,
wie in mijn plaats – ik weet het niet.

Noch hoe je dood zult gaat,
noch ook de dag waarop.

 

Op overdekt balkon

Als het ’s middags regent
verwacht ik dat er iemand komt
ik troost me met de gedachte
dat ik zijn natte kleren
in de badkamer zou hangen
en kranten in zijn schoenen stoppen
oneindig teder

Langs het balkon plenst de regen
ik luister naar de bel die niet gaat
ik zou trouwens elke bezoeker van verre zien
ik tel fonteintjes op de tegels
van het trottoir – uit vroomheid moet ik nu
gaan zingen of ik zal schaamteloos wenken als een vrouw
van lichte zeden

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Jacqueline Kasemier, 1993

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Lied voor de herfst

Stel je je nu niet voor dat de bladeren dromen
hoe comfortabel het zal zijn om de aarde
aan te raken in plaats van het
niets van de lucht en de eindeloze
vlagen van de wind? En denk je niet dat
de bomen, vooral die met
bemoste holtes, beginnen uit te kijken naar

de vogels die zullen komen – zes, een dozijn – om te slapen
in hun lichaam? En hoor je niet hoe
de guldenroede afscheid fluistert,
het eeuwige wordt gekroond met het eerste
tufje sneeuw? De vijver
verstijft en het witte veld waarover
de vos zo snel rent doet zijn lange blauwe schaduwen
mooi uitkomen. De wind kwispelt met
zijn vele staarten. En in de avond
verschuift het opgestapelde brandhout een beetje
dat verlangt om onderweg te zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver
(10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.:

Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Maar misschien wel goddelijk

telkens staat een boom
met één been in de grond

kapotte enkel, stompe voet in skischoen
scheenbeen is verwond

maar toch: Hermes!
Boodschapper van de goden

zet zich af van deze heuvel
vleugels bewegen driftig

aan zijn hiel en in zijn kroon.

 

Ik zag het als mijn opdracht

Ik zag het als mijn opdracht
haar van alle onheil

te ontdoen, van alle
ongemak te zuiveren

haar te verpuren tot
het klare, mijn leed te

logenstraffen, haar in
mijn leven tot die ene

te maken, tot die ware –
ik zag haar als mijn lot.

Zij, wel gemaakt van spier
en bot, leek mij op water

stromend uit een beek of
kraan en haar kwikzilveren

schoonheid werd als alle
water, voor mijn voortbestaan

even ongrijpbaar als
noodzakelijk.

 

Als ik niet aan je denk of raak

Als ik niet aan je denk of raak
Wens ik mij denkend met je te verstaan –
Dat is volmaakt –

Dat ik niet met je slaap maakt echter
Dat ik denken moet je aan te raken
Waardoor ik waak –

En aangezien ik je niet meer zag
Moet ik zelfs volstaan met in gedachten je te spreken –
En ik raak van slag

Wat de verbeelding niet vermag!
Uit niets schept zij je naakt en dat je praat
En dat je naast me bent.

Dag en nacht neem je mijn gedachten in beslag –
Dat ik je één moment
Vergeten mag.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Bidden

Het hoeft niet de blauwe iris
Te zijn, het zou onkruid
Kunnen zijn op een braakliggend terrein, of een paar
Kleine stenen, wees gewoon
Attent en voeg
Een paar woorden bij elkaar en probeer ze niet
Doorwrocht te maken, dit is geen
Wedstrijd maar de open deur
Naar dankzegging, en een stilte waarin
Een andere stem kan spreken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver
(10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Edith Sitwell

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: De geur van miljoenen

“‘Heeft hij je gezien?’
‘Nee, hij was uiteraard weer volledig verdiept in zijn krant.’
In Maris’ hoofd verscheen het beeld van Alexandre Molenaar die aan hun keukentafel zat en daar urenlang niet van was weg te slaan. De Telegraaf lag uitgespreid op diezelfde tafel. Maris begreep nooit hoe je zoveel uren kon doorbrengen met het lezen van deze krant.
De enkele keer dat hij zich had laten verleiden tot een politieke discussie met deze cryptofascistische jongen, die bij een studentenschietvereniging zat en regelmatig onsmakelijke grapjes maakte over allochtonen, was hij woedend geworden. Maar Maris was iemand die zich geen raad wist met woede. Waarschijnlijk had Alexandre Molenaar niet eens gemerkt dat hij boos was.
‘Wat doen we nu?’ vroeg Anna.
‘Wat mij betreft doen we niks,’ antwoordde hij. ‘We blijven rustig zitten en we vergeten dat hij daar ook zit.’
‘Maar die man is een oplichter!’
In 2005 woonden Anna en hij samen in een appartement in de Tweede Looiersdwarsstraat. Het was een smal en tamelijk bouwvallig huis, dat ondanks alle gebreken was voorzien van een royale huurprijs. Ze zaten allebei in de eindfase van hun studie. Omdat ze met z’n tweeën de maandelijkse huur niet konden betalen, en omdat er bovendien makkelijk drie of eigenlijk zelfs vier studenten in zouden kunnen wonen, moesten ze op zoek naar een derde huurder.
In hun eigen omgeving vonden ze niemand die bij hen wilde intrekken, wat niet zo vreemd was, want er is weinig vervelender dan een derde wiel aan de wagen te zijn. Daarom organiseerden ze op een maandagavond een hospiteerronde. En zo ontmoetten ze Alexandre Molenaar.
Hij ergerde zich ineens ontzettend aan dat ‘Alexandre’. Waarom heette hij niet gewoon Alexander? Een Franse achtergrond kon hij onmogelijk hebben, want Maris had hem eens het woord ‘entrecôte’ horen uitspreken.
Misschien heette hij eigenlijk wel heel anders.
‘Je hebt gelijk,’ zei hij, ‘we moeten iets doen.’ Hij legde zijn tijdschrift weg.
‘Gaan we naar hem toe?’ Ze wilde al opstaan.
Alleen al de gedachte aan een openbare ruzie in het vliegtuig, of nog erger: een scène, stond hem verschrikkelijk tegen.”

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

Poëzie

Veredelt het hart en de ogen,
en onthult de betekenis van alle dingen
waarbij het hart en de ogen verwijlen.
Zij ontdekt de geheime stralen van het universum,
en herstelt voor ons vergeten paradijzen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edith Sitwell (7 september 1887 – 9 december 1964) Portret door Roger Fry, 1915

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2018.