Michaël Zeeman en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Vespers voor Maria

I

De bus naar Krakau, ja ziek was ik er
zieker dan thuis, bezweter mijn kleren
versteender mijn huid – het steen
van tochtige, jichtige grotten,
weerbarstige pijn niet te stillen
dorst die nauwelijks water verlangt.
Bewijzen zijn onaandoenlijke documenten
van mensen die men niet meer horen kan;
de grond is daar al lang niet zompig meer
de lucht om andere redenen bewolkt.

Er is te veel dat mijn schaamte verwekt,
te veel dat zonder een teken van klacht
mij altoos beschuldigt huiver en vrees
zonder een naam kennis van dreiging
terwijl zij allen ogenschijnlijk sluimeren.

Zij roepen er U aan, Maria, wat doet het
er toe voor wie zo weinig gelooft;
maar als wij aan de poorten zijn geraakt
heb ik meermalen om jou zitten roepen;
een oude stem schrikbarend schor piepend
als die van tortels en een aftandse hond
een lang gesloten deur die na moeite opent.
Ik word een zwaar beschaamde man die zich
onder zijn kleren en achter zijn ogen
wil verbergen om de lucht niet langer te zien.

Namen, Maria, verheven de jouwe als van
verleden geliefden of een gestorven verwant –
heeft niet destijds reeds een profeet onbekend
met Uw naam U schaamteloos geprezen
aan wat de poorten van de morgen heetten?

Zij, zij branden er kaarsen om en dragen
hun beelden de straten door zingen
hun dreunende lied zonder gedachten en
ik, ik raakte vertrouwd met de kracht
van een andere rede, grotere argwaan
vragen, nooit bedoeld om antwoord te krijgen
verzoeken, zonder met inwilliging te rekenen
wie veel heeft gezocht ziet zelfs wat hij vindt
wantrouwend aan betwijfelt zijn herinnering aarzelt
tenslotte te vinden wat zo bezeten werd verbeden.

 

II

De kerk in Leuven, ja, ik ben er weer
aan de abdij geweest nog veertien monniken,
wat kippen en een half verlamde haan –
de vijftiende had men er juist begraven.
Het onaanzienlijk sentiment te staren van
het voeteneind (een dode bidder in een doos)
plichtmatig zuchten van de koster de kraai
geen stof rest straks tussen die wortels
noch zal men later dansen bij bazuingeschal
de klok verstomt dan dempt het zand gezang.

Verwelkte nachtgeluiden brengen geen
keerpunt aan van tekens is geen sprake
afwachtend staat men aan het open raam
sterren boven moreel besef van binnen
wijsheid is een ijdel spel dat tijd verdrijft.

Maria zei: je was verdwenen plotseling
en voor wie ver weg was moest gebeden;
wellicht hecht ik doorgaans te min geloof
aan al dat zoets dat men elkander biedt.
Thans weet ik echter niet waar ik U zoek
te goed ken ik het misverstand van plaatsen,
namen noemen en hopen dat geprevel helpt;
armzalig geestesoog, het bleke kinderhoofd
stuntelig verbeeld. Nabijheid legt de nadruk op
verschil, wat eender is vraagt groter afstand.

Een vrijwel naakte man te moe om te gaan
slapen kleren angstvallig bij elkaar gelegd
op doortocht laat men licht een spoor,
een sok, een potlood of wat scheergerei,
onschuldig teken van een afgemat gemoed.

Het gaat zoals het vaker ging en ik,
ik ben alweer die ik reeds eerder was.
Mijn kamer ligt vandaag aan een rivier
spottend gefluister door de hele nacht
een posttrein schuifelt langs de overkant
nog altijd tel ik onbeholpen de wagons
naamloze mensen berichten elkaar
vernemen bestaan in andermans hoofd
troost uit nooit gesproken woorden –
hun gebeden blijven ieder altijd onbekend.

Michaël Zeeman (18 september 1958 – 27 juli 2009)


*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het vijfde van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Arnhem, 2 mei 1996,

Lieve Bart,

Uwe Klein, Polizeisprecher aus Essen, denk maar niet, Kenan, dat wij iets te horen krijgen voordat het de politie goeddunkt. – Ja. Dan moet je maar met de Bildzeitung dreigen. — En dan zeggen ze ook nog dat een taxichauffeur iets verkeerd begrepen heeft. – Psalm 143 en 144. Vooral, Kenan, vers 7 en 8. Straks ga ik weer naar mijn zonen als planten en mijn dochters als zuilen. De regering van Mexico zou trouwens eens aan vers 14 kunnen denken.

Duitsland roept een crisis in de scheepsbouw uit en vakbonden pleiten meteen voor behoud van de werkgelegenheid en noemt dat industriebeleid met hightech. Verspreekt zich over ware bedoelingen: Wij willen Kriegsschiffe bouwen. Gelijk hebben ze. En ze hebben het van snelle Wim afgekeken of van razende Hans. dat wil ik even in het midden laten.

Geef die 200 Berlijnse jongeren een PC en je houdt ze, na vrolijke tips over wat je er mee kunt doen van de straat. En politie-agenten uit het ziekenhuis of de ziektewet. (Ik brand nog steeds een kaarsje voor Cor).

Goed. Arie werkt – voor hoe lang – in Samson. Zwolle – Nijmegen via Arnhem. Ach, Bartje hij spreidt er mijn bedje maar.

10.14 uur. Arie’s telefoonnummer bevestigd. En hem al vast weer even gesproken.

Braunschweig, Halle en Leipzig. (Kenan, ik ben naar de COOP). Zo meteen ga ik wel even bij de Aldi langs hoor. Ik heb geen koffie meer. Eerst even weer wat soep eten. Dezelfde als gisteren. Daarna maak ik die weer zelf.

11.55 uur. Kers heeft gebeld. Er zijn geen ongelukken gebeurd met de deur, al had ik de sleutel aan de binnenkant laten zitten. Als Jeffrey inderdaad minder streng en hard is dan zij is alle schade echt nog te overzien. Want Paradox was wel zeker een ernstige zorg. Ik moet daar vrijdag – zij besmuikt glimlachend – weer binnen kunnen wandelen.

Soms zou ik ook alleen van die lieve dingen willen zeggen.”

Café Samson in Nijmegen


Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2017 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.

H.H. ter Balkt en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

Lied voor de nog niet afgestreken lucifer bij de paleizen van het geheugen

Wat de beademde slangenarend in de schemering zong:
De paleizen van het geheugen zijn dan groot, dan klein.
Je schrikt soms van wat je ziet, als de regen even ophoudt.
Sommige spreuken en beraadslagingen vliegen
naar Smeerenburg waar de walvissen gekookt werden,
andere worden as in de gevallen adderburchten
of tolden over schaapachtige heuvels.
Brand niet op, niet afgestreken lucifer
al is Tsjitsjikovs koets nog niet door ‘t duister
opgeslokt. Oude ar kamfer moe: Ik
de zoon van een verschrikte, wil liever niet
op het uur van de wandelende tak mijn dwaas hoofd
180 graden draaien.

 

1800

De honderd steden met poorten ’s nachts op slot.
In de grachten, tollend van vuil, roeit de bacil
van cholera asiatica aan. Venen tussen de steden
dof overstromend. Droge gronden hoeden jager en

herder. Aan de oostgrens rondom de dorpen weiden;
akkers met meekrap, vlas, hop, hennep. Laagveen
daalde in ’t water af. Soms, in de mistflarden, bij
vuurvliegjes, dwaallichten, zweeft als uit een bijt

gehakt, ivoor, het oudste beeldje aan van een eerst
gezicht, haar hals omlijst door geplooid doek boven
de laatste wolf en bever. Haar neus ruikt de geur

van het onland, pinksterbloem en zuring. Drijfnat,
hard en onherbergzaam zijn duister toevluchtsoord
grijze dorpen; koud volkje zit bij houtrook en vuur.

 

Vier Wespenzangen

1
In de Doorlichtingsbarak
vol gevaarlijke straling
hangt een groengeel affiche
‘Lucht het behoud van uw longen’

Vrolijk kleppende harten luiden
’t vet de kerk uit,
zoals te zien op plakkaten
in ’t huis van dokter Hartenaas.

Fonkelende spar, geschilderd
op de loods van Zagerij Denneboom!
Houtspaanders jagen als wespen de stad door, geel, honinggeel.

Iedereen moet gezond zijn.
Iedereen moet heel gezond zijn,
blaken van gezondheid, vrolijk zijn
als een hakmes uit Solingen!

De Lower Manhattan Skyline
lacht ons toe op de ansicht,
maar hoor je dan niet op 5th Avenue
Kojaks lugubere sirene?

Valium brult achter loketten
in de traanogende apotheken;
dronken keizers Unilever en Unox
steken de bloedvaten in brand.

Plaag de kinderen, wespen.
Doordrenk ze van werkelijkheid.
Het affiche is onze vijand.
De wespen zijn onze vrienden.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)


*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het vierde van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Arnhem, 4 mei 1996

Lieve Peter,

Hoe is het zondag met je broer afgelopen ? Ik heb je gemist in de Spring en dat heeft haast fatale gevolgen gehad voor Paradox. Het is maar goed dat Kers de vrouw is die zij is en dat mijn 9 maanden training bij en door de AA vrucht bleek te hebben gedragen, anders was er een klein menselijk drama ontstaan waar in eerste instantie Bavaria, maar uiteindelijk niemand meer iets positiefs had uit kunnen destilleren.

Ik heb er gelukkig nog op tijd om kunnen lachen door mij uit de directe omstandigheden terug te trekken en boven het kleinsteedse geroezemoes uit te stijgen. Ik rij tegenwoordig dan met de DASA naar Esso of Shell en zie het in het licht van de vredespolitiek in het Midden-Oosten en dan valt het allemaal weer reuze mee.

Wou jij niet iets met Jezus doen, Peter ? Mij staat ook steeds dat beeld voor ogen van Christus die op het punt staat zijn kruis op te nemen om het zo zijn leerlingen voor te doen. Hij zet er echt zijn schouders onder. Die gevoelswaarde heeft die daad dan. En dán gebeurt er iets. noem het een wonder. Want die leerlingen raken geïnspireerd ( de voorbereiding op Pinksteren zogezegd, voel je Reve ? ) en gaan er dan 66k voor !

Het inspirerende nu is dat Jezus, want ik schilder dat tafereel helemaal uit, dat Jezus dat doet om niet. Voor noppes. Nou ja : pro Deo.

9.33 uur. Cor gebeld. Omdat ik dacht – ten onrechte – dat hij vandaag op vakantie zou gaan. Maar dat is pas de negende. En dan voor drie weken. Dit soort notities er even tussendoor kan ook zo mooi op de tekstverwerker. Tenslotte kan ik het straks weghalen of verplaatsen. Cor gaat naar Florence. Bella Italia. “Mijn biologische klok loopt zes dagen voor op andere mensen.” Nou nee, het zijn er eerder zeven. Zo viel Bevrijdingsdag voor mij op 28 april !

Het is goed dat ik je gisteren nog gezien heb. Zo kan ik je mij nog levendig voor de geest halen en even tegen je aan praten alsof je hier bent. Ik ben hevig aan het werk en doe zeven dingen tegelijk. Spontaan, zonder orde en discipline, en dat allemaal in de hoop om tot echte rust te komen. Ik drink er nu maar een Bavaria malt bij, want de ergste schrik is voorbij en de rode spa was bij de COOP uitverkocht. Behalve die dure die mijn moeder altijd drinkt. ( Stik toch mens IK kan dat niet betalen, want er wordt niet gewerkt in dit land.

Ik ben met schrijven bezig en ik heb zelfs heel moeilijke boeken uit de bibliotheek gehaald om mij af te leiden en mij zo nodig met zinnigere dingen te kunnen vermoeien dan de Derde Wereldoorlog of zo. Ik heb toch al weer twee jaar geleden op Koninginnedag in Wessem al geroepen dat die niet zou komen en dat is ook niet gebeurd. Het is 4 mei en een prachtige dag om dat te gedenken.

Kenan, gooi eens een lijn open naar het Witte Huis.

Michael P. Steinberg is lecturer in the Collegiate Division of the Social Sciences at the University of Chicago. Quote : “This study reveals Broch as a major historian as well, one who believes that true historical understanding requires the faculties of both poet and philosopher”.

Kijk, Peter, dan zit ik ineens in een stuk literatuurgeschiedenis te graven, in mijn eigen verleden en via allerlei dwarsverbindingen in mijn eigen brein met de actualiteit. Vrije associatie als het ware.

Maar goed dat wij daar al over gesproken hebben. Dat tekstverwerken ten dele bestaat uit schuiven met stukken die in flitsen bij je opkomen en in een gewone tekst gevoegd nogal ongestructureerd en ongeordend en verward overkomen. Maar je kunt later bij elkaar passende en horende stukken bij elkaar voegen en er zo verschillende coherente teksten van maken. Al vraag ik mij af of het dan nog wel literatuur is.

Op radio 10 gold is het 1974, Kenan.

18:03:20, uur

Ik denk aan Stefan, na een middagsluimering en met Sky-radio op de achtergrond.”

Michael P. Steinberg

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2018.

Breyten Breytenbach en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)

“Rattegif zou niet veel helpen want dat strooien ze ‘s morgens al samen met de as van een eerste sigaret over hun pap. De enige manier om aan hem te ontkomen leek het dak, onze koffers met touwen om de nek en onze schoenen in de jaszakken, als dieven in andermans nacht. Gelukkig zijn hoernalisten even lui als ze beginselloos zijn. De snor uit Londen besloot dat het dichtstbijzijnde café zijn beste uitkijkpost zou zijn en dáár heeft het bruine of rode vocht te goeder tijd zijn visie vertroebeld en zijn jachtinstinkt afgestompt. Over schoenen gesproken: Ashoop zou de pelgrimstocht samen met ons maken. Ik bedoel, ik wil Ashoop nu maar meteen tot het relaas toe laten. We hebben hem omgepraat om mee te gaan en een paar dagen geleden maakte hij zijn opwachting uit Rome, met splinternieuwe schoenen, van die bruine Volkswagentjes met dikke Zolen en nog dikkere hakken. ‘Speciale sneeuwbanden’ zou je ze kunnen noemen, of het soort schoenen dat Alan Ladd altijd droeg als hij in films tegenover Ava Gardner speelde en waarbij ze haar in een gat in de grond lieten staan zodat ze tijdens het schieten van liefdesscènes op wederzijdse mondhoogte konden zijn.
 We hebben maar weinig geslapen. Op straat was het nog stikdonker. Een taxichauffeur die, zoals voorzien door de voorzienigheid, in onze straat woont, schoof zojuist nog halfslapend achter het stuur om zijn dagdienst te beginnen. Hebbes. Hij legde een draagbaar rood tapijt en zijn jasje voor onze voeten, want we waren op reis naar het Grote Groot. Zwaar bepakt en bezakt kiest zijn taxi koers door de grauwe voorsteden, op naar Le Bourget. Onderweg wisselen we mondjesvol woorden. De stad sluimert nog en het besef dat we aan de pas geboren grijze dag gaan ontsnappen, weg uit de winter, is fantastisch, haast ongelooflijk. De chauffeur praat met een accent uit de Midi. Zuid!

We konden onze zitplaatsen aan boord op een kaart kiezen, zodat je weet waar en hoe je er uitdondert als het ding op een bergspits tot sterven komt. Toen moesten we wachten op de aankondiging van onze vlucht, op de inscheping. Opeens konden we bijna niet meer recht op onze voeten staan. Je waagt het ook niet ergens te gaan zitten uit vrees dat je onmiddellijk wegtuimelt in de zich openende nacht van bewusteloosheid of dat je uit woordeloos plezier je broek zal natmaken. Dan maar sterke koffie drinken. Nu begin je te vitten en je humeur verfloddert. Is alles en iedereen nu hier? Waar is alle handbagage? Ik heb jullie toch gezegd dat onze spullen te zwaar zijn. Wie draagt wiens camera zonder uitvoerbewijs. Wat zitten ze dan te donderjagen.”

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het derde van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Nijmegen, 3 april 2005

Lieve Cor

Jouw motor en Amsterdam, dat geloof ik allemaal wel, maar een verborgen passie voor houtzagen? En vooral het detail dat je je aanbiedt in een kleine advertentie.

Ik kan er niets aan doen, maar sinds onze samenwerking enkele jaren geleden„ geloof ik het dan achteraf toch niet meer helemaal.

Nu heb ik niet meteen een passend kaartje in huis, maar godzijdank wel een printer (ik zou er zo een kaartje bij kunnen downloaden), maar goed, het is een brief geworden.

Ik veronderstel dus maar bij deze gelegenheid dat je me hebt willen vertellen dat je je in Arnhem bezig houdt met natuur en milieu en dat hetgeen je op dat terrein doet in het verlengde ligt van onze samenwerking destijds? De ondeugende blik en de ondertoon zijn kenmerkend voor jou bij dit soort mededelingen over houtzagen… Cor vertelt mij iets en het is net als in een gedicht van Achterberg: “Lees maar, er staat niet wat er staat.”

Ik had er waarschijnlijk mee moeten leren leven als ik de liefde van je leven was geworden. Nou ja moeten… zoiets doe je dan graag nietwaar? Bovendien hou ik van poëzië.

Ik vroeg je: Hoe is het met de liefde, Cor? en toen zei je: “Daarom ben ik hier”. Nou geloof ik niet dat je op onze leeftijd op zo’n feest als de Kiss Kiss Club nog de liefde van je leven tegenkomt, al is het nooit uitgesloten natuurlijk. Oude liefdes kom je er wel regelmatig tegen en in het geval van gisteren had ik het geluk jou weer eens te zien.

Alleen al met onze begroeting had ik er het entreekaartje helemaal uit… De ene kus is immers de andere niet en deze van gisteravond wordt in mijn geheugen opgeslagen naast de herinnering aan onze ontmoeting bij Wil, de spelletjesavond op de Henri Dunatstraat en je bezoek aan mij in Nederasselt.

In de persoon van mijn tennisvrienden Aryan en Frank had ik trouwens genoeg liefde zelf meegenomen en misschien is dat wel de beste manier om nog naar zo’n feest als de Kiss Kiss te gaan. Dan is het bij voorbaat al geslaagd. Maar gisteren waren er dus zelfs twee extraatjes.

Een politieman op het podium en een in de zaal. Het was leuk, Cor. Vandaar deze brief.

En graag tot ziens,

Het oude Doornroosje in Nijmegen, jarenlang de locatie voor de Kiss Kiss Club


Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2018.

Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter en schilder Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook alle tags voor Lucebert op dit blog.

de schoonheid van een meisje
of de kracht van water en aarde
zo onopvallend mogelijk beschrijven
dat doen de zwanen

maar ik spel van de naam a
en van de namen a z
de analphabetische naam

daarom mij mag men in een lichaam
niet doen verdwijnen
dat vermogen de engelen
met hun ijlere stemmen

maar mij het is blijkbaar is wanhopig
zo woordenloos geboren slechts
in een stem te sterven

 

het gelijk – een chanson

het gelijk van vissen vingers
het kwintet van de complicaties en braille
het gelijk van de ogen op borsten
het aanraken van de taille der vertedering
het gelijk van honderd tegelijk zingende bossen

het gelijk van het gelijken
op een grote gek die door drinken denkt
– in de rivieren drijft de hemel
mee met de aarde en de werelddelen
stomen naar elkaar op door de zeven
wereldzeeën – een processie van de progressie

– wind gelijk honing stroop tussen de
personen de meest frivole tronie van de
adem het meest idolate gelaat van de
eenzaat – mimicry als leitmotiv

het gelijk van twee bokkingen op een bord
in een kamer te huur
twee geheime schaduwen aan de muur
spuwen een wachtwoord naar elkaar
het gelijk oversteken
is een geluid in de lekke goot
twee eendere handen zitten samen in het haar
de eenzame honden zoeken hun brood

 

oorlog & oorlog

zij komen glanzend overgevlogen
onder de bloedende moeder
smelt de eerste sneeuw

onder wuivende palmen
monstert hij de nieuwe limousine van zijn schoonzoon

Lucebert (15 september 1924 – 10 mei 1994)
Lucebert – Pythia 1960


De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

Dialogue Mystique

‘O marinero
en esta fonda’.

‘O lichtmatroos,
Wat zoek je toch
In deze kroeg?’

‘k Zit in mijn hoek
En drink een glas,
Ik lig niet graag
Des nachts in ’t gras.

– Neen, neen, matroos,
Je hebt toch drank
Aan boord genoeg.

‘k Was derdhalfjaar
Ter walvisvangst.
En voor de stilte
Heb ik angst.

– Maar in het dok
Begint ’t lawaai,
Al ’s morgens vroeg!

Neen, ik hoor graag
Valse muziek.
’t Geknars van winches
Maakt mij ziek.

– Neen, neen, matroos,
Je luistert niet.
Je bloed zingt jou
Een ander lied.

Nu ja, ’t is waar,
Ik kwam om jou.
‘k Zag in drie jaar
Geen blanke vrouw.

‘k Zoek jou met huid,
Haar en de rest,
In deze kroeg.

– Matroos, dat ’s best.
Verbras je buit.
Ik ben genoeg.

– Je hebt plezier,
Betast mijn been.
Boy, come here,
One bottle champaign.

– Buig je maar over
Mijn boezem heen.
Steek je hand erin;
Two bottle champaign.

– Wil je nog meer,
Kom dan boven,
Ik doe meer
Dan alleen beloven.

Neen, Dolly, neen,
Dat zoek ik niet –
Van kroeg tot kroeg.
Dat wil ik niet –

– Maar wat dan wel?
Ik weet het niet.

– Matroos, matroos,
Je bent geen man.
Geen drank geen vrouw,
Wat zoek je dan?

Ik weet het niet,
Het is ook niet
In deze kroeg.

Ik heb nooit wat
En heb ik wat,
Dan is ’t niet dat.

– Je bent een held,
Maar niet bij de hoeren
Geef mij mijn geld,
‘k Heb tijd verloren,

Hier, alles, neem,
‘k Ga weer op zee.
Mijn hart barst nog
Van woede en wee.

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)
Cover


De Colombiaanse dichter, schrijver, hoogleraar en journalist Sergio Esteban Vélez werd geboren op 15 september 1983 in Medellín. Zie ook alle tags voor Sergio Esteban Vélez op dit blog.

EL ALMA PESA VEINTIÚN GRAMOS

El alma pesa veintiún gramos,
afirman los filósofos
esotéricos.
La energía suprema
encadenada a un cuerpo
y sólo dos postigos
trémulos
le muestran un rincón
desierto
del universo.

La pseudovida
sometida al tiempo;
los sueños,
a unos huesos,
y el amor,
a unos átomos de humo.

Todo en un cenicero.

Son sólo veintiún gramos
eternos.

Sergio Esteban Vélez (Medellín, 15 september 1983)

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

 Uit: Half of a Yellow Sun

“Ugwu tried to read the titles, but most were too long, too difficult. Non-Parametric Methods. An African Survey. The Great Chain of Being. The Norman Impact Upon England. He walked on tiptoe from room to room, because his feet felt dirty, and as he did so he grew increasingly determined to please Master, to stay in this house of meat and cool floors. He was examining the toilet, running his hand over the black plastic seat, when he heard Master’s voice.

“Where are you, my good man?” He said my good man in English.

Ugwu dashed out to the living room. “Yes, sah!”

“What’s your name again?”

“Ugwu, sah.”

“Yes, Ugwu. Look here, nee anya, do you know what that is?” Master pointed, and Ugwu looked at the metal box studded with dangerous–looking knobs.

“No, sah,” Ugwu said.

“It’s a radiogram. It’s new and very good. It’s not like those old gramophones that you have to wind and wind. You have to be very careful around it, very careful. You must never let water touch it.”

“Yes, sah.”

“I’m off to play tennis, and then I’ll go on to the staff club.” Master picked up a few books from the table. “I may be back late. So get settled and have a rest.”

“Yes, sah.”

After Ugwu watched Master drive out of the compound, he went and stood beside the radiogram and looked at it carefully, without touching it. Then he walked around the house, up and down, touching books and curtains and furniture and plates, and when it got dark he turned the light on and marveled at how bright the bulb that dangled from the ceiling was, how it did not cast long shadows on the wall like the palm oil lamps back home. His mother would be preparing the evening meal now, pounding akpu in the mortar, the pestle grasped tight with both hands. Chioke, the junior wife, would be tending the pot of watery soup balanced on three stones over the fire. The children would have come back from the stream and would be taunting and chasing one another under the breadfruit tree. Perhaps Anulika would be watching them. She was the oldest child in the household now, and as they all sat around the fire to eat, she would break up the fights when the younger ones struggled over the strips of dried fish in the soup. She would wait until all the akpu was eaten and then divide the fish so that each child had a piece, and she would keep the biggest for herself, as he had always done.”

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)


*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tweede van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

« Arnhem, 4 mei 1996

Lieve Stefan,

Love is the same old situation… Hoe zijn jouw de eerste werkdagen in de regen bevallen? Is our romance to continue? My love is mellow and my hopes are strong…

Dit wordt voor mij een heel relaxte dag om thuis wat op mijn dooie gemak te klungelen. Het is zo’n dag om uit te slapen, maar in dit jaargetijde gaat mij dat nu eenmaal slecht af. Gisteren was ik in Entre Nous en ik was pas om 4.00 uur thuis en dan vanmorgen toch weer om 8.00 uur op. Eerder zelfs.

(Rob heeft er ook meteen werk van gemaakt bij Ravage. Nog iets op de harde schijf gevonden ? Wat nemen ze het hoog op, Kenan, snap jij dat nou ? Omdat het vlak bij mij is? Ja, Toronto is ook vlabij, Kenan.)

Je kunt wel stellen dat de dag om 8.11 uur is begonnen te werken.

Weet je, Stefan, dat ik gisteren een fiat heb gekregen van de coordinator van Paradox ? Of was het een Fiat Jeffrey ? Als jij me kust, Stefan, kan de rest van de wereld kapotvallen, wist je dat al?

Captain Jack. Op Volkel starten een paar F 16’s, Yarci. De piloten denken dat hun opdracht strikt vertrouwelijk is, want ze weten niet meer dan : Maastricht. “Spanje heeft Nederland de oorlog verklaart”, zegt Yarci tegen Raphaël.

Villa Franca. De boordcomputer.

Rihad : Nederland wil binnenkort meer olie importeren.

Den Haag : Mimnister Zalm heeft aangekondigd dat een verhoging van de gasprijs noodzakelijk is.

Bette Midler : To deserve you, Arie, moet nog een hit worden. Trendy Arie. Charmant, nietwaar?

Psalm 149:5, Bart.

Tot zover deze lezing.

Dat was net een variant van Jurriaan met Arie en Pim, Bart. Die zaken moeten toch wel iets met viriliteit te maken hebben.

Fokker had gewoon aan een overname van Antonov moeten denken in plaats van aan een overname dóór DASA. Laten wij de les leren die deze ervaring ons biedt en overgaan tot de orde van de dag misschien kan DASA alsnog zelf Antonov overnemen ).

Çiller tegen haar minister van cultuur : “Wat lees jij tegen-woordig ?” – “Verveel je je, Tansu?” –

Amsterdam : Nordholt vindt dat politie voorbeeld kan nemen aan Colombiaanse collega’s.

Bill tegen Hilary : “Dat proberen ze al te analyseren, dear. Dat proberen ze al.”

Wij moeten naar de Aldi, Kenan. 11.32 uur. Daar waren ze alert: LB SF 93. Wij moeten naar het park, Kenan. Eendjes voeren.

Vorige week om deze tijd was ik net van Cor terug…gesprek met Lies over Raphaël.”

Tansu Çiller (Istanboel, 24 mei 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Hans Faverey en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop
op beloning, ook niet uit angst voor straf,
de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren waarin leegte zich meedeelt,
zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

 

Bij herhaling blijkt het zelfs…

Bij herhaling blijkt het zelfs goed
om te zijn in de werkelijkheid;

maar voor een gedicht is het meestal

niks. Bronmos markeert wel de plaats
waar zich de bron bevindt, maar tevens
talloze andere plaatsen waar van
een bron allang geen sprake meer is,

laat staan van mos. Zo gaat het ook
met bronnymfen en vinders van bronnen,
met makers van verzen en met slagen
van wieken langs de hemeltergende
knechtende hemel.

 

Net als ik zeg

Net als ik zeg: er is niets meer,
ik ben niets meer, hoor ik wat.

En het begint weer helemaal
opnieuw:
daar heb je mij weer.

Als ik het zelf niet was,
help jij mij dan zeggen
wie ik ben.

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tweede van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

Dinsdag 4 juni 1996, 0.18 uur.

Liefste Stefan,

Terug van de Kringavond. Voor het eerst heel “lieve” gevoelens voor Wil, die onder het rondje dan ook diverse keren zelf lief mijn kant op keek,

Daarvoor zag ik kans toch nog even naar jou, Steefje, te bellen om je succes te wensen morgen, Je had bij je moeder gegeten om, 19,00 uur, was je daar natuurlijk nog niet van terug.

De Europese Ariane 5 start vandaag. Kosten : 10 miljard. Vooruitbesteld zijn echter al 14 stuks. Er gebeurt dus toch nog wat in de ruimtevaart.

Citaat Alex : “Het prachtige van hoger bewustzijn is dat wat het beste voor jou is, het beste voor ieder ander is.” Alex is een zeer bijzondere man.

Ander citaat : Als je op het vierde of een hoger niveau gaat leven, verandert je stralend innerlijk wezen op een creatieve wijze de gevoelens en handelingen van de mensen en de vibraties van de situaties waarmee je in contact komt. Je geeft ze het grootst mogelijke geschenk – je stemt je af op de mooie plek in hen, die achter hun lager-bewustzijns-spelletjes ligt. Je hebt een harmonieus contact met ze, op het vierde niveau, waar zij zuivere liefde zijn. En dit kan zelfs gedaan worden met niets meer dan een liefdevol oog-in-oog-contact of een glimlach.

Hier staat beschreven wat er – in elk geval tussen Wil en mij -gisteravond gebeurde. (het is 01.14 uur)

Ik hoorde trouwens een wat beklemmend gesprek in een Turkse supermarkt hier in het Spijkerkwartier over twee broers die bij een aanslag of iets dergelijks om het leven waren gekomen. De COOP was namelijk wegens een verbouwing gesloten en ik moest mijn kipfilet ergens anders vandaan halen.

Morgen nog eens nagaan of het de Türkiyem Market was of een andere. (2.48 uur) Terug van een wandeling door deze kant van het centrum. Bij de Rabobank : “Bestellen Sie dem  Stefan schöne Grüße!“ Daarna mijn weg langs V en D, van Dam (sic) vervolgd. Via het politiebureau en de Damstraat weer terug naar mijn bankje in het park. Om deze tijd rijden er praktisch alleen nog taxi’s. En behoorlijk wat. Mercedes-Benz is het wat de klok slaat.

Het blijkt een slapeloze nacht te zijn. Een nacht om te werken, Stefan.

Wist je al, Kenan, dat Zuid-Korea een licentie wil hebben van Mercedes-Benz ? De eerste serie plannen ze natuurlijk in decent legergroen. Ach, ja, je roddelt wat af in zo’n nacht na volle maan…

Arie ! Ik lees nog steeds Kundera en vraag mij plotseling bij hoofdstuk 4 af of jij je met Tereza identificeert, want jij werkt nu zelf dan wel niet als serveerster in een restaurant, maar wel als ober in een café…?”

 

Zie voor de schrijvers van de 14 september ook mijn blog van 14 september 2018.

Tõnu Õnnepalu en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

Uit: Flanders Diary (Vertaald door Miriam McIlfatrick)

“The first to push this anticipation further into the future was perhaps the Church itself, when it started to build heavy stone churches, crypts, beneath which the chosen dead had to await the Resurrection. The very thickness of the walls shows that this event is not likely to to come about any time soon.
I have not lived in other cultures so I do not know if anticipation occupies such an important place in them. Some claim that it does not, but I do not place much trust in such external observation of foreign cultures. You see what you are looking for there. And if you live it as your own, you do not see anything other than life.
This civilisation that I see here in the heart of Europe, in old Flanders, on my salutary bicycle trips through these endlessly branching and snaking little concrete roads, this is our civilisation and yet it is not. I am as much inside it as outside it. It is a question of a small shift of time and space. I am still not used to everything being ready, concreted, smoothed, fully constructed, in order and reliable. But I have seen the speed and enthusiasm with which Estonia has in recent years aspired to this state, and with some success, though “a great deal still has to be done”. I have never really believed that we will ever achieve this state in our country. We made it to the party-table at the very last minute, we did make it but a wee bit too late. Just in time for dessert. Soon the waiters will start clearing the table, the party is over, the guests are tired and a little drunk, everyone is going home. We probably will not achieve such a level of concreting, mechanisation and welfare, because before getting there the spiritual and material preconditions will have been lost. Boredom and fear will destroy the spiritual preconditions, mother nature will take care of the material preconditions.
Because what will happen, I am thinking on the spiritual plane, when everything is ready? What is left for people then? Boredom, because there is nothing else to do except everyday aimless (yes, aimless, because it changes practically nothing) pottering about, though of course like Sisyphus people always try to get ahead, bring home a new computer, install a faster internet browser, fly away to some even further part of the globe. And come back no wiser because how far away was it really? And fear, when they occasionally stop to think about things (and this moment comes every day), just like when we walk past the mirror and see ourselves, before it occurs to us to make that face that we usually make when we look in the mirror. We are afraid because we have so much. Or it seems to us that we have so much, i.e., we have so much to lose. Or just as much to escape from?
Creating well-being has for some time been purely fictitious. As there is actually nothing more to add, appearances are added. What is human well-being? To eat your fill (and not just anything, but what tastes good), to be protected from the elements, to sleep in a warm enough room between cool clean sheets, to “have” a husband or wife, preferably children too, who appreciate and love you, not to spend every minute in fear for your life. In short, peace, a fear-free existence, just enough excitement … Voilà. Of course, the trouble with this is that well-being is very hard to define. Because it does not exist. It is where we are not. If your stomach is full of delicacies, it starts to hurt, your health.”

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)
Cover

 

*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het eerste van een nog nader te bepalen aantal.

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Arnhem, 1 juni 1996, 14.12 uur

Lieve Stefan,

Ik heb je net aan de telefoon gehad, dus studeer maar ijverig verder met al je moeheid. Gefeliciteerd met je uitzicht op promotie, hoe dan ook. Dat je je bij al die drukte niet lekker voelt kan ik me voorstellen. Ik denk dat je op dit moment meer geleefd wordt dan zelf leeft. Dat is heel vermoeiend.

(Voorhoeve kletst nog altijd uit zijn nek en ik vergeet ook steeds weer dat die klojo minister van defensie is. En dat wou ik nou even kwijt.)

14.43 uur. De wasmachine weer eens aangezet. Raar. Ik heb daar maar twee minuten werk aan en toch moet ik mij er iedere keer toe dwingen. 0 Mama Mia.

Naar de Aldi, Kenan.

Ik moet zeggen : je undercover uitvoering met de twee flessen goedkope Martini is perfect. Die goeie ouwe tijd toch in het Kronenburgerpark. Ik heb maar flink wat Primus Inter Pares ingeslagen. ( 15.43 uur ).

Sorgdrager en Dijkstal hebben ook iets opgepikt over een hoeveelheid andere mentaliteit, gezien hun opdracht aan mr. C. Ficq.

Albrecht Nederland zit in Culemborg. Weten wij dat ook weer. Zou Albrecht veel lezen ?

V en D, Kenan, en daarna de COOP.

Ik sta iets zeer eenvoudigs te koken, nu om 18.28 uur, later dan normaal. De computer staat aan. Ik luister naar mijn nieuwe cd van Sinatra. De t.v. staat aan en af en toe lees ik in een boek en ik geniet eigenlijk van deze vrijheid c.q. chaos. En net als ik denk dat ik eenzaam ben – niet dus – belt Deny.

Zegt van Mierlo tegen Bolkestein : Wij willen Tommel best kwijt als jullie Voorhoeve wegdoen.

19.29 uur. Cappuccino met “One for my baby”.

Stefan, kun jij een rekening op beider naam openen ? Dan ben jezelf hoofdverantwoordelijke voor wat ermee gebeurd. Als je wil weten waarom zal ik het je uitleggen. It’s my kind of town Chicago is !

20.57 uur. Deny heeft om half acht opnieuw gebeld. Daarna ben ik maar de eendjes gaan voeren en de kleine wilde gansjes in het park. De zon was toen echter al weer weg. De muggen vlogen laag en dat noemde mijn moeder vroeger altijd een teken voor goed weer op de volgende dag. Wij hebben afgesproken morgen naar Nijmegen, naar de Waalkade te gaan als het werkelijk mooi wordt. Voor de wandeling nog met Arno’s vriendin Martine gepraat. Arno is twee dagen niet te bereiken. Pas maandagavond weer thuis. Het zou toch wel heerlijk zijn hem terug te zien. Ik hoop dat hij dus het komende weekend tijd heeft.

Een jaar heeft – prachtig gegeven – 31.536.000 seconden. Wat een rijkdom ! En daarvan heb ik er dit jaar nog 15.768.000 over zo ongeveer. En je kunt er mee doen wat je wil !

23.23 uur. Slot. Op weg naar Entre Nous.

Zondag 2 juni 1996, 13.27 uur.

Arie gebeld om te kijken of hij thuis was of moest werken. Maar hij was weer een stem op het antwoordapparaat. Gezegd dat wij misschien Samson zouden binnenvallen.

Een broer van Netanyahu is gesneuveld als een held in de terroristenbestrijding. (De Amerikanen blijven optimistisch. Wij ook)

In Entre Nous heb ik je gemist – goede middag trouwens – Steefje. Te moe ? Of Torch song trilogy? Leo, Piet waren er wel en tot mijn troost vanaf 3.00 uur Peter. (En Pim natuurlijk, Arie, zoals altijd. )

De Amerikanen blijven ook de wens uitspreken Karadić zo snel mogelijk – het liefst in een koffertje – naar Den Haag te brengen. Deny zal er zo zijn, want het is 13.47 uur. Dus over en sluiten. 22.00 uur Terug van een wandeling door het park. Ik type even blind, om te oefenen, zoals je kunt zien.

Arie was weer niet in Samson vanmiddag. Daar zijn Deny en ik als eerste naar toe geweest. Maar hij werkt er wel nog, heeft ergens in deze week weer dienst. Aldus Frits.

Overigens heb ik de Rabobank op de gebruikelijke manier laten weten dat ze jou niet naar Den Haag moeten wegpromoveren, Steefje. “Dan krijgen jullie problemen met de computer.”

Verder nog Radovan Karadić die in Genève besproken is. De VS oefenen nog steeds druk uit, maar het lijkt allemaal nog wegens een gebrek aan harmonieuze doortastendheid getraineerd te kunnen worden. Wat dan ook gebeurt.

Kundera, Arie, schrijft inderdaad hele mooie zinnen.”

Ontwerp voor een cover

Ballade van het uiterlijke leven (Hugo von Hofmannsthal)

Dolce far niente

 

Big Eye children door Christian – Montmartre, 1964 (Fragment)


BALLADE DES ÄUSSEREN LEBENS

Und Kinder wachsen auf mit tiefen Augen,
Die von nichts wissen, wachsen auf und sterben,
Und alle Menschen gehen ihre Wege.

Und süße Früchte werden aus den herben
Und fallen nachts wie tote Vögel nieder
Und liegen wenig Tage und verderben.

Und immer weht der Wind, und immer wieder
Vernehmen wir und reden viele Worte
Und spüren Lust und Müdigkeit der Glieder.

Und Straßen laufen durch das Gras, und Orte
Sind da und dort, voll Fackeln, Bäumen, Teichen,
Und drohende, und totenhaft verdorrte …

Wozu sind diese aufgebaut? und gleichen
Einander nie? und sind unzählig viele?
Was wechselt Lachen, Weinen und Erbleichen?

Was frommt das alles uns und diese Spiele,
Die wir doch groß und ewig einsam sind
Und wandernd nimmer suchen irgend Ziele?

Was frommts, dergleichen viel gesehen haben?
Und dennoch sagt der viel, der »Abend« sagt,
Ein Wort, daraus Tiefsinn und Trauer rinnt

Wie schwerer Honig aus den hohlen Waben.

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)


Ballade van het uiterlijke leven

En kinderen groeien op met diepe ogen
Die van niets weten, groeien op en sterven
En alle mensen gaan hun eigen wegen.

En bittere vruchten worden zoet en sterven
En vallen “s nachts als dode vogels neer
En liggen enkele dagen en bederven.

En altijd waait de wind en altijd weer
Vernemen wij en spreken vele woorden
En voelen lust en moeheid in de leden

En straten lopen door het gras en oorden
Zijn hier en daar, vol fakkels, bomen, dijken,
En dreigende, en dodelijk verdorde…

Waarom zijn zij toch opgebouwd?
En lijken Nooit op elkaar? En zijn ontelbaar vele?
Wat wisselt lachen, wenen en bezwijken?

Wat baat dat alles ons en deze spelen,
Daar wij toch groot en eeuwig eenzaam zijn
En zwervend door geen doel worden geboeid?

Zoveel gezien te hebben, kan dat baten?
En nochtans zegt hij veel die “avond” zegt,
Een woord, waaruit diepte en droefheid vloeit

Als zware honing uit de holle raten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Zie voor de schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2018.