Jan Van Loy, Claire Goll

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

Uit: Veertig jaar liefde

Ik zou u al de feiten kunnen vertellen over uw ‘natuurlijke’ stamboom tot in de zeventiende eeuw, maar verre voorouders zijn ver, een vierenzestigste of honderdachtentwintigste of een nog kleiner deel van uw erfelijk materiaal. Ik ben uw vader. Ik ben de helft. Mijn ouders, een kwart. Zij waren geboren te Hinterlee, in mijn jeugd bewoond door twintigduizend boeren en burgers. De ‘smaragd der Kempen’ is ten opzichte van het dorpje waar u bent getogen ‘het lokale verkeers-, handels- en dienstencentrum’ (Winkler Prins Encyclopedie, zesde druk). Ik werd te Hinterlee geboren, en gij zoudt te Hinterlee worden geboren. Mijn vader was tijdens de Eerste Wereldoorlog kapitein in het Belgische leger, omdat élke dokter begon in de kapiteinsrang. Het Belgische leger was echter niet zijn leger, en hij zou ervoor zorgen dat het ook niet mijn leger werd. Wij Vlamingen, zei mijn vader, waren de onderdrukte natie van België. Elke staat was tot op zekere hoogte kunstmatig, jawel, maar België, zei mijn vader, was anorganisch. In het leger verzamelde hij klachten van soldaten die een oog of een lidmaat hadden verloren omdat ze het bevel van hun Franstalige officier niet hadden verstaan. De Vlamingen, vond hij, hadden het recht om bevelen te krijgen in hun eigen taal. Die taal, dacht ik als kind, was het Hinterlees. Op school hoorde ik afwijkende geluiden, van de onderwijzer, of van een jongen uit Bremhout, die werd uitgelachen om zijn ‘gehakkel’. `Vanaf nu,’ zei mijn vader, ‘spreken wij thuis beschaafd ‘ Dat was een taal die geleek op die van de onderwijzer. Mijn vader wist zelf niet altijd hoe hij zijn Hinterleese gedachten moest omzetten in dat ‘beschaafd’ en nam soms zijn toevlucht tot het Frans, de taal waarin hij had gestudeerd. Veel patiënten konden dat beschaafd Nederlands trouwens niet verstaan. Niettemin werd hij lid van een nationalistische groep van Vlaamse demobilisanten, de Frontbeweging. Mijn vader was een Fronter, mijn levende ooms waren Fronters en mijn gesneuvelde ooms zouden het ook zijn geweest. Ik was een paar maanden oud toen de oorlog was afgelopen en dus bijna een geboren Fronter. Niet elke flamingant was Fronter, maar elke Fronter was flamingant. Het devies luidde: ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus.’ Christus, zonder Vlaamse K, was voor mijn vader louter vanzelfsprekend, maar mijn moeder was verzot op Meneer Jezus, van wie ze twee schoendozen met `votiefprentjes’ had, afbeeldingen die ze aan haar boezem drukte of zelfs tegen haar lippen. Het dressoir diende als een votiefkast en sommige muren werden gedecoreerd als een votiefwand. Op Jezus was ik niet jaloers, want ik vond mijn moeder een zeurkous en hij mocht haar hebben. Zij sprak alleen over praktische zaken en de Heer Jezus, een uiterst onpraktisch verschijnsel, leek mij, dat het leven alleen maar bemoeilijkte. Zoals mijn vader nam ik werktuiglijk deel aan de kerkelijke geplogenheden: elke zondag eucharistie, prevelgebedje aan tafel, zelfs meelopen in de driejaarlijkse processie van Sint-Konradijn.

 

Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

 

De Duits – Franse schrijfster Claire Goll werd geboren op 29 oktober 1890 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Claire Goll op dit blog.

 

Ik heb de Avondster

Ik heb de Avondster
Mijn favoriete sieraad
In een taxi verloren
Ik heb mijn geliefde
Op de speelplaats der engelen
Tussen Mars en Frankrijk verloren
Een regenseizoen begint in mijn ogen
De raven dragen rouw
De jonge vogels houden op te groeien
Mijn liefste en de Avondster
Waren een – en dezelfde:
Bloemen staakt met mij: hou op te glimlachen!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claire Goll (29 oktober 1890 – 30 mei 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2018 en ook mijn blog van 30 oktober 2017 en ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Matthias Zschokke, Claire Goll

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Ein Sommer mit Proust

„Intermittierend mag im Französischen ein geläufiges Wort sein, auf Deutsch ist es ein theoretisches, wissenschaftliches. Ich frage Dich, weil ich fürchte, dass ich vielleicht an der Übersetzung scheitern könnte und gar nicht an Proust? Werde ich von der Übersetzerin dazu gezwungen, das Bildungsbürgerross zu besteigen und auf diejenigen herabzuschauen, die prunefarben nicht verstehen (zu denen gehöre ich immerhin nicht, kann ich stolz vermelden, frage mich aber, ob es nicht ebenso gut pflaumenfarben heißen könnte) oder die nach jedem dritten Satz verwundert ausrufen, hä?, was hat er gesagt?, versteh ich nicht … und irgendwann das Werk entnervt weglegen, nicht weil es ihnen zu hoch ist, sondern weil es in ein zu hohes Deutsch übersetzt ist? Bevor ich nun dauernd an dieser Frage herumnage, wollte ich sie Dir stellen, weil ich denke, dass sie alt ist und von Dir leicht beantwortet werden kann. Danach werde ich Dich in Ruhe lassen. Unabhängig davon habe ich bereits auf diesen ersten zweihundertfünfzig Seiten schöne Passagen gelesen und umarmenswerte Charaktere kennengelernt und habe den Eindruck, Proust habe einen feinen Humor und denunziere die Zeitgenossen nicht, die er abschreibt. Ich glaubte immer, die Arroganz, Verachtung und giftige Ironie, die eingeschworene Proustleser ausströmen, hätten sie bei ihm abgeschaut; doch er scheint unschuldig zu sein daran; er hat wohl bloß das Pech, die falschen Leser anzuziehen. Wobei ich, je älter ich werde desto mehr, den Verdacht habe, dass jeder von uns selbst verantwortlich ist für die Anhänger, die er um sich schart. Zum Beispiel wäre James Joyce längst zu einem Autor geworden, an dem ich mir die Zähne ausgebissen hätte, wenn er vom Pech verfolgt worden wäre, die gleichen mitleidlosen Bildungsbürger anzuziehen wie Proust. Doch das tat und tut er nicht. Mir übrigens unbegreiflich, dass beide immer in einem Atemzug genannt werden, wenn es darum geht, die Geburtsstunde der sogenannt neuen oder modernen Literatur festzulegen, da Proust meines Erachtens mit keiner Silbe neu ist — im Gegenteil, er steht für die auf die Spitze getriebene und bis ins Extrem verfeinerte Konvention —, während Joyce im Ulysses tatsächlich Regeln brach und wohl als radikal bezeichnet werden kann. Mindestens habe ich das damals, als ich ihn las, so empfunden.
An einen Freund, die ersten beiden Bände habe ich inzwischen gelesen. Ich fürchte, ich werde nicht durchhalten. Das ist mir alles viel zu mastig Eine Perle an die andere gereiht; Perlendünnpfiff Ich kann mir vorstellen, dass man als Leser niederkniet vor einem solch bravourösen Umgang mit Sprache, dass man sich benebeln lässt von der Parfumwolke und dem schwülen Bombast, in denen das alles daherkommt. Doch ich fürchte, ich habe mich schon an den ersten zwei Bänden überfressen und kriege das triefend süße Zeug nicht bis zum letzten Band runter. Aber noch gebe ich nicht auf.”

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

De Duits – Franse schrijfster Claire Goll werd geboren op 29 oktober 1890 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Claire Goll op dit blog.

 

Droomde ik slechts

Droomde ik slechts
Dat ik in een gouden taxi
Met jou door de maandag reed?
Zat je echt naast me?
En hield je mijn hand vast
Die mijn lichaam trillen deed?
De bloemenkiosken op de boulevards
Drongen door de ramen binnen,
Het dak was gemaakt uit hemel
En alle neonreclames laaiden op:
Ik hou van je.

Of droomde ik
Dat de auto stopte
En we op aarde aankwamen?
Zit ik niet nog altijd
In een gouden taxi naast je,
Rij door de tedere maandag
Het paradijs in?
Hou ik niet voor eeuwig je hand vast
En laat je nooit meer uitstappen
Uit mijn droom?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claire Goll (29 oktober 1890 – 30 mei 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Evelyn Waugh, István Kemény

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“From the moment he arrived the newcomer took charge, talking in a luxurious, self-taught stammer; teasing; caricaturing the guests at his previous luncheon; telling lubricious anecdotes of Paris and Berlin; and doing more than entertain–transfiguring the party, shedding a vivid, false light of eccentricity upon everyone so that the three prosaic Etonians seemed suddenly to become creatures of his fantasy.
This, I did not need telling, was Anthony Blanche, the “æsthete” par excellence, a byword of iniquity from Cherwell Edge to Somerville, a young man who seemed to me, then, fresh from the sombre company of the College Essay Society, ageless as a lizard, as foreign as a Martian. He had been pointed out to me often in the streets, as he moved with his own peculiar stateliness, as though he had not fully accustomed himself to coat and trousers and was more at his ease in heavy, embroidered robes; I had heard his voice in the George challenging the conventions; and now meeting him, under the spell of Sebastian. I found myself enjoying him voraciously, like the fine piece of cookery he was.
After luncheon he stood on the balcony with a megaphone which had appeared surprisingly among the bric-à-brac of Sebastian’s room, and in languishing, sobbing tones recited passages from The Waste Land to the sweatered and muffled throng that was on its way to the river.
“‘I, Tiresias, have foresuffered all,'” he sobbed to them from the Venetian arches–
“Enacted on this same d-divan or b-bed,
I who have sat by Thebes below the wall
And walked among the l-l-lowest of the dead….”
And then, stepping lightly into the room, “How I have surprised them! All b-boatmen are Grace Darlings to me.”
We sat on sipping Cointreau while the mildest and most detached of the Etonians sang “Home they brought her warrior dead” to his own accompaniment on the harmonium.
It was four o’clock before we broke up.
Anthony Blanche was the first to go. He took formal and complimentary leave of each of us in turn. To Sebastian he said: “My dear, I should like to stick you full of barbed arrows like a p-p-pin-cushion,” and to me: “I think it’s perfectly brilliant of Sebastian to have discovered you. Where do you lurk? I shall come down your burrow and ch-chivvy you out like an old st-t-toat.”
The others left soon after him. I rose to go with them, but Sebastian said: “Have some more Cointreau,” so I stayed and later he said, “I must go to the Botanical Gardens.”

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966) Portret door Henry Lamb, 1928

 

De Hongaarse dichter en schrijver István Kemény werd geboren op 28 oktober 1961 in Boedapest. Zie ook alle tags voor István Kemény op dit blog.

 

Verdrietig

Je zou het verstand moeten verliezen.
Zoals de zelfmoordenaar als hij achteruit leeft.
Haal het puntje van de i,
maar zet het terug, mocht de plek leeg blijven.

Het is beter als alles blijft zoals ik het aantrof,
het was niet eens zo slecht.
Veracht het onrustige bed, slaap op de grond.
Dan zal gisteren weer heel zijn.

Het was een geschenk. Ik hoor de inslag
zelfs voordat het valt, al veel eerder.
Een engel zweeft voorbij, de orde wordt hersteld,
Het papier laat los, het onderwerp valt eruit.

Begin dan gewoon opnieuw
Zoals de zelfmoordenaar als hij achteruit leeft
Vergeet de hele zaak hier
Schrijf memoblaadjes: melk, brood
………………………..Melk brood

 

Vertaald door Frans Roumen

 

István Kemény (Boedapest, 28 oktober 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jan Wolkers, Andrew Motion

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: De perzik van de onsterfelijkheid

“Onherroepelijk weg en voorbij. Voor wie voeren ze die maskerade eigenlijk op. Te goed doorvoed. De koppen passen niet meer in de helmen. Waar zijn die vurige ogen en die holle kaken gebleven. Het is allemaal uitgedoofd. Heldendom is na het gevaar belachelijk. Uitsloverig. Nutteloos ben je als alles afgelopen is. Een paar jaar had je leven zin, de rest is vodden. Als je over die grens heen gaat vind je geen aansluiting meer. Je voelt je buitengesloten. Uitgestoten. Je hebt beslist over dood en leven. Dan wordt de rest prullerig. Heb ik die fles sherry nou uit haar handen getrokken en tegen de muur kapotgegooid? Hoe heb ik haar in bed gekregen? Een willoos lijf is dubbel zo zwaar. Als ik me kwaad maak kan ik haar optillen. Al meer dan vijfendertig jaar geleden. Mijn god, een half mensenleven. Je blijft het voor je zien of het pas gebeurd is. Met dat bleke kindergezicht uit die hoofddoek. Die kaalhoofdige verrader. Met zo’n lief meisjesstemmetje, ‘Meneer Kraayendonk!’ Beng! Beng! Je schrok je rot dat het echt gebeurde. Die opgevulde winterjas die midden op straat achterbleef. Dat fietswiel dat doordraaide. Je hoorde het een fractie van een seconde. Je blijft het je hele leven horen. Een speeldoos die kapot is. Toen ze voor het eerst met die bromfiets ging rijden en viel. Een rotsmak. Zag gisteravond dat litteken nog in haar knie. Je hoorde ook dat wiel. Ze moet eraan gedacht hebben. Ze wilde er niet meer op rijden. Opgeborgen op de waranda onder plastic. De liefde bedrijven terwijl er jacht op je gemaakt werd, plichtmatig en vreugdeloos omdat je toch maar tweede keus was. Je moest het kwijt. Maar je wist dat ze alleen maar aan Henk kon denken. Sommige vriendschappen moeten platonisch blijven, anders slaat de ziekte erin. Godverdomme, vorige week had ze de rol closetpapier in haar eigen pis in de plee laten vallen. Ging hem uithangen tussen de stoelen om te drogen. De wijkverpleegster mocht het niet opruimen. Behandelt haar als een klein kind. U bent een fantasierijke dame. Wat krijsen die vogels vervloekt. Zo hoor je het op de tuin nooit. Zeker omdat ze hier maar zo’n klein stuk grond tussen de huizen hebben. Te weinig bomen en struiken.
Langzaam deed hij zijn ogen open. De muur tegenover hem werd al warm grijs van de opkomende zon, maar verder was alles duister en kleurloos. Hij keek of hij scherven van de sherryfles zag liggen, maar hij kon het vanaf het divanbed niet zien.
Oppassen dat ik er straks niet in trap met m’n blote poten. Meteen m’n pantoffels aandoen. Bevrijdingsdag vandaag. Het mag weer eens gevierd worden van de klootzakken. Ieder jaar, dat is zeker te veel vrijheid. En de vuilnisman komt ook maar gewoon.“

 

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Anne Frank Huis

Zelfs nu, na tweemaal haar levensduur vol smart
en woede op exact deze plek, wie er ook komt
om deze smalle trappen te beklimmen, ontdekt hoe
de boekenkast opzij schuift en dan vanuit de
schaduw zonovergoten kamers inloopt, kan niet anders

dan opnieuw haar geheimhouding verbreken. Enkel luisteren
is al een vorm van schuld: de Westerkerk herhaalt
zichzelf buiten, alsof alle tijd toewerkte
naar haar angst, en elke slag wegsterven
liet op bewaakte straten. Stel je voor-

vier jaar van fluisteren en eenzaamheid,
en dag na dag de geallieerde linie uitzetten
in Europa met een geel krijt. Welke hoop
ze had op gewone liefde en interesse
overleeft haar hier, boven het bed geëtaleerd

als foto’s van haar familie; een paar acteurs;
mode gekozen door prinses Elizabeth.
En degenen die bukken om ze te zien vinden
niet alleen geduld dat zijn beloning mist,
maar een blijvend verlangen naar mogelijkheden

zoals de mijne: om zo eenvoudig te vertrekken
zoals ik, en op mijn gemak te wandelen
door stoffige met bomen omzoomde lanen, of
een stil schip te zien verschijnen onder bruggen
die hun weerspiegeling vinden in de blauwe gracht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Willem Wilmink, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

Kunstgenot
(Wijze: Beethoven’s Negende, Slotkoraal)

Vader moeder zuster broeder
kind en kraai en man en vrouw
gaan vanavond weer genieten
in het oud Concertgebouw:
Ma die draagt haar fraaiste knotje,
dochter is als maagd verkleed,
en zo kan men gaan genieten
van het componistenleed.

Vader moest nog even kuchen,
moeder is met hijgend hert
op de violist aan ’t letten,
die begint met zijn concert:
O wat prachtig, wat gevoelig,
o wat hypersensueel,
welk een fraaie strijkstokvoering,
welk een heerlijk snaargestreel!

In de pauze praten dames
op een muzikaal niveau:
‘O dat jonge dirigentje –
was mijn eigen zoon maar zo!’
‘En jouw kind is groot geworden,
’t is een dametje, zowaar!’
‘Ja, mevrouw, dat is geen wonder,
ze is tweeëndertig jaar.’

Aan de pauze komt een einde,
na de pauze komt Ravel,
als dat maar niet té modern is –
maar gelukkig gaat het wel.
Kopje koffie nog bij Keijzer
als besluit van ’t kunstgenot:
ja, muziek dat is iets heerlijks,
ja, muziek is iets van God.

 

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water
en dronk daarna te veel in de woestijn.
Dat was het einde, het begin kwam later.
Soms kort de tijd de afstand tot die pijn,
maar dan kan ik in treurnis vrolijk zijn,
zoals in ’t najaar ’t voorjaar herbegint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik stel geen prijs op wat wordt aangeprezen,
ik stel mij pas echt open als ik dicht,
hoe meer ik lees, hoe meer ik nog moet lezen,
al wat ik nader raakt steeds meer uit zicht,
hoe dichterbij, hoe verder weg het ligt,
ik zoek altijd wat anders dan ik vind,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik kan niet ernstig zijn dan door te spelen,
ik spreek de waarheid als ik me vergis,
niet bang alleen, maar eenzaam tussen velen,
vol doodsgedachten als er bruiloft is,
vol levensvreugde bij een dodenmis
en een verliezer ziende in wie wint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Prins, wat ik dicht, is als een oud verhaal,
dat nieuwer wordt, hoe meer ik het herhaal.
Ik ben de man die nooit iets nieuws verzint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

 

Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Gezegend wie de wereld trots veracht

Gezegend wie de wereld trots veracht,
Want voor haar valsheid moeten woorden falen.
Wreed schenkt zij al ons leed in schalen,
Geeft het als drank aan wie op redding wacht

Uit wie ze steeds als werktuig heeft gedacht,
Perst zij mijn lied met duizend helse kwalen.
Door verre tijden laat zij ’t wellicht stralen.
Ik echter word als offerdier geslacht.

Al wie jaloers is op mijn dichterleven,
En in ’t geluk van mijn beroep geloven,
Hoe lang kun je toch zo in dwaling zweven?

Liet ik mij niet door werelds gif verdoven,
Nooit was ik naar de hemel blijven streven,
Had nooit volbracht wat jullie zozeer loven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

August Graf von Platen
(24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Standbeeld in Ansbach

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

Doe-het-zelf

Na zichzelf, met een witte lijn,
te hebben omkrijt, herrijst hij
van de plaats delict, hijst zich
stap voor stap in nieuwe voeten,
past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
omgordt zich met een schaambeen

en
een buik van genereuze omvang.

Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
zijn middenrif, zijn twaalfde rib
schragen hart en longen die hij inslikt
uit het niets, zo zonder mond nog,
zonder tong, alsof hij licht schiep
dat kortelings voorafging aan de zon.

Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
losjes zijn armen om zich heen, lijnt
zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
en nagelvast. Staat als een huis.

Als kroon op het werk welt meesterlijk
het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens,

hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond.

 

Seamus Heaney in Bellaghy

Een grappenmaker hoogstwaarschijnlijk
heeft het bordje dat de weg wijst naar zijn graf
de andere richting op gedraaid

Als we het dan aantreffen, bijna terug bij af
en in de ban nog van zijn schrijven (graven)
dat in het aan hem gewijde heiligdom

gevierd wordt biedt het
behalve naam – jaartallen – liggend streepje dat het leven
tekent plus een regel goede raad

uitzicht op een heuvel die dat uitzicht dichtschuift
Zijn woordenschat in kiezels waar hij ligt
tegen beter weten in liep over lucht

 

Ruim

De meevliegende meeuwen zijn het niet, dat gillen
dat langgerekte janken dat pas aanvangt
als de ferry trillend afstoot en een schok
door het onverdachte casco golft

Hemelsgrauwe hemel, de geur van vis en stookolie
en wat je dacht te horen dat zolang je vaart je bijblijft
al zwijgt het als inmiddels
veilig vaarwater bereikt is

De meevliegende meeuwen maken bommetjes

De weeklacht van een paar honderd alarmen
die de afvaart niet vertrouwden:
autodekken gangenstelsels monsterstations

liepen ermee vol en legden je het spreken op
‘O oneindeloze zee onder een hemelszwarte hemel
draag ons of het uitmaakt door de kosmos’

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Als ik moet sterven wil ik als de lichte

Als ik moet sterven wil ik als de lichte
Sterren  snel en onbewust verbleken,
Bezwijken wil ik aan de dood zijn streken,
Zoals Pindaros volgens de geschriften.

Ik wil toch niet in leven of in dichten
De grote onbereikbare bereiken,
Ik wil, vriend, in de dood slechts op hem lijken;
Maar lees hier het mooiste der berichten!

In  ’t theater zat hij, door een melodie
Bewogen en had, vermoeid zijn wang gelegd 
Op zijn lievelings welgevormde knie:

Toen het gezang aan ’t einde was gekomen
wou wekken hem, die zo aan hem gehecht,
maar hij was bij de goden opgenomen
.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

August Graf von Platen
(24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Portret door Moritz Rugendas, ca. 1830

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Michel van der Plas, Masiela Lusha

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

Uit: Uit het rijke Roomsche leven

“De hemel leek veruit te verkiezen boven de aarde; zij is dat weliswaar, maar het ‘hier op aard is geen beklijven’ dient niet te leiden tot een miskenning van de aarde als te vervolmaken woonplaats. Het lijkt er, in een blik achterom, op alsof men van jongsaf stelselmatig werd geoefend in een wereldwarsheid die kluizenaars is voorbehouden.
Uit een (in dit boek opgenomen) predikatie van pater Borromaeus de Greeve O.F.M. zou men een citaat kunnen lichten dat als motto kan dienen, niet alleen voor het overheersende aspect in de opvoeding van de toenmalige katholieke jeugd, maar ook voor de katholieke samenleving als zodanig. ‘Wereld, mag ik eens met u spreken?’ vraagt de predikant, – om vervolgens een aantal aspecten van de wereld op te sommen dat bepaald niet representatief, laat staan volledig is, en tenslotte uit te roepen dat hij zich van haar afwendt, van ‘de wereld, die ik als christen moet haten.’ En ik geloof dat hier nu juist de kern ligt van de spanningen waarmee de in het geschetste beschermde katholieke milieu opgevoede jeugd later te maken kreeg, toen de tweede wereldoorlog en de verwarrende jaren erna schoksgewijze het ‘veilige huis’ leken te ondermijnen en ‘de wereld’ aan de meest beschermden opdrongen. Vanzelfsprekend vereiste ook de loutere adolescentie een nadere kennismaking met ‘de wereld’, die het van huis meegekregene aan beginselen en idealen op zijn waarde zou toetsen. Maar ik geloof (met de hierachter volgende bloemlezing) te kunnen aantonen dat in de behandelde periode aan jongeren en ouderen een indoctrinatie werd opgedrongen, die de toetsing van hun waarheden en waarden aan de wereld wel noodzakelijk tot een pijnlijke moest maken. ‘De wereld’ bleek bij nadere kennismaking er nu eenmaal totaal anders uit te zien dan zij in de zwartwit-tekening verbeeld was en geheel andere houdingen te vereisen dan de ‘wereldwarsheid’ waartoe de kinderen van ‘Het Rijke Roomsche Leven’ waren opgevoed.
Onmiskenbaar lijkt het dat het eigen huis met zijn daar geldende strenge opvattingen te zeer verheerlijkt werd en bovendien dat dit teveel geschiedde ten koste van de ‘andersdenkenden’. Tot deze conclusie moet men wel komen na een nader onderzoek naar hetgeen de gemiddelde katholiek in de jaren 1925-1935 dacht, geloofde, hoorde en las. Officieel werden de Nederlandse katholieken door hun geestelijke en wereldlijke voormannen van hoog tot laag, in woord en geschrift, toegesproken op een wijze die het zelfbewustzijn slechts kon versterken. Niet zonder trots woog de Nederlandse katholiek zijn verworvenheden af tegen die van zijn geloofsgenoten elders. Een bepaald superioriteitsgevoel was hem niet vreemd. Waar, zo riepen zijn voormannen voor hem uit, was zulk een bloeiend geloofsleven? Waar zulk een groot aantal roepingen tot de geestelijke staat, zulk een veelvuldig ontvangen der Sacramenten? Waar vond men de katholieke scholen gelijkberechtigd als hier?”

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Een man van veertig

Een man van veertig. Veertig jaar het kind.
Zijn ogen zien niet mij, maar zijn moeder.
Zijn verleden. En als een kind dwaalt hij
Onschuldig door de tunnels van zijn tijd.
En raakte de logica kwijt en vond spijt.
Zijn geschiedenis speelt in zijn ogen,
En zijn vingers spelen met zijn pijn,
Hij speelt niet met logica. Logica
Is niet te vinden in het lot van dit kind.
En als een moeder zorg ik voor hem.
Maar ik ken hem niet … Hij schijnt mij te kennen
En kan niet glimlachen. Zijn ogen dwalen alleen maar
Van mijn lippen naar het haar van zijn moeder;
En zonder een woord onthult hij zijn polsen.
Zijn mannelijke polsen met kleine pijnplekjes.
Als ik kon, zou ik zijn polsen kussen.
Als ik half zo moedig was om zijn pijn te aanvaarden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

Arjen Lubach, Jan Wagner

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend

“Dit is het verhaal van mijn schuldgevoel: gedeeltelijk zoals het was en hoofdzakelijk zoals ik het me herinner. De laatste zeven maanden schrijf ik in de leeszalen van de Koninklijke Bibliotheek aan het Søren Kierkegaards Plads in Kopenhagen.
Ik ben nu zo’n zeventien maanden aan het schrijven en ik denk dat ik klaar ben. Het heeft moeite gekost me alles te herinneren en dingen zo weer te geven dat ze niet afleiden van waar het mij om ging. Of waar het Lotte om ging. Of mijn moeder. Of oom Otto.
Het denken aan vroeger is niet per se moeilijk. In de bibliotheek sluit ik soms mijn ogen en dan komt alles voorbij als een diavoorstelling in de filmzaal van een museum: ganzen op een boerderij waar ik logeerde, stickers op mijn slaapkamerdeur, de voorraad shampooflessen van mijn moeder, wakken in bevroren sloten, het schrift waar ik dingen in schreef die ik niet wilde vergeten om vervolgens te vergeten waar ik het schrift had verstopt, het gezicht van de buurman, de verschillende tegels op weg naar school – absoluut drie overslaan, anders komt mama straks niet meer thuis –, het cassettebandje met mijn eigen stem waardoor ze dacht dat ik in mijn kamer was, terwijl ik buiten zocht naar duidelijke aanwijzingen voor een schat.
De beelden zijn redelijk helder. Het allermoeilijkste is het aanbrengen van een volgorde. Om met een botte naald een draad te rijgen door alle jaren om te komen waar ik nu ben en te weten wat ik nu weet.
Ik ben vierentwintig jaar oud. Zoals de meeste verhalen kent dit verhaal grotere en kleinere schakels. Schakels die wanneer je ze weghaalt het verhaal in stukken zouden doen vallen en schakels die niemand ooit zou missen, hoe vaak het verhaal ook verteld wordt.
Meneer Sieber is de eigenaar van een hotel in Duitsland waar ik vroeger regelmatig kwam. Hij is een kleine schakel geworden, ergens achterin; roestig en te klein om echt van belang te zijn.
Meneer Sieber zei dat hij het leven net een bergwandeling vond. Dat deze theorie enige uitleg behoeft laat zich raden, maar op dit moment heb ik geen tijd om dingen uit te leggen en al helemaal geen tijd voor raadspelletjes.
Hij zei ook dat hij geboren is in de loopgraven omdat zijn moeder de eerste Duitse soldaat was die zwanger naar het front werd gestuurd. Maar dat heeft volgens mij niemand ooit geloofd.”

 

Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

de beer

is daar buiten ergens, belegert
de bijenkorven en vijvers, laat
in het gras de rood gemarkeerde schaapskarkassen
als grensstenen terug. een depressie die ruste-

loos verder trekt, van erf naar erf, waar in de stilte
van de nacht een hond blaft, waar de knecht te laat
komt aangesneld, in de kippenhokken
nog alleen de sneeuwstorm van witte veren ziet.

het bladeren door de oude sprookjesboeken
en kranten. Het wachten bij geslo-
ten deuren, drukinkt aan de handen.
de kat die zich achter de kachel uitrekt.

hoe lang is het geleden dat helikopters
de lucht verkavelden? een eeuwigheid
ook, sinds de processie van donker gekapte
boeren voorbij kwam, met zwaaiende zeis, kettingen

en fakkels. vanuit de veiligheid van de kamer
staar je naar de plek waar het zwijgen aandringt,
met de heraldiek van koude tralies
het lege wapen van een kooi te pronken staat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2018.

Martin Bril, Jan Wagner

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Drank

“We bevonden ons in een koude loods van golfplaten aan de rand van Amsterdam. Voor de deur lag een kanaal te glimmen in de herfstzon. Verderop stond een molen. In de lucht hing laag een vliegtuig dat ging dalen op Schiphol, de wielen uit de buik gestoken, de vleugels wiebelend. Het leek alsof het monster niet vooruit kwam. Het was vroeg in de ochtend.
Ik had een kater en moest op de foto. Daartoe zat ik op een krukje. Er was geen koffie. Ik zag dat mijn handen trilden en had problemen met mijn maag. Last van koud zweet. Plus dat ik stonk, een uur in de wind.
Ik zette mijn zonnebril op. Het werd donker. Ik hoorde mezelf praten, de fotograaf moest erom lachen. Dat al die tekst eruit kwam was trouwens een wonder. Met zo’n droge bek. Ik kon niet stil zitten en stond weer op.
De muren van de loods hingen vol polaroids van mensen die ik niet kende. Mooie meiden, negers, junks klungelend met crack. Het zei me niets.
Toen brak de foto aan.
Ik moest in een decor staan dat prompt wankelde toen ik erin stapte. Het hield nog net stand.
‘Wat nu?’
‘Kijk maar triest,’ zei de fotograaf.
Dit was het moment om op te stappen. Ik liet het passeren en ging onhandig staan klooien met een sigaret die uit mijn mond moest hangen. Beetje duizelig werd ik er wel van. Ik had dorst, zin in bier.
Mijn hoofd dreunde.
Het was niet best. Het ergste was nog dat ik nu al weken bezig was met drinken te stoppen. En hier was ik dan, zo gekaterd dat ik nog steeds dronken was. Gelukkig kon ik me weinig herinneren van de nacht. Een puinhoop, maar ik was desondanks thuis wakker geworden, op de bank, kleren aan. Mijn vrouw joeg me de deur uit voor de kinderen aan de pap gingen. Ooh God. En ik hoefde voorlopig ook niet terug te komen. Ik was een klootzak. Het begon nou toch aardig te dagen.
‘Bijna klaar,’ zei de fotograaf. ‘Kijk eens naar de grond.’
Niks liever. Er was alleen niets te zien. De grond, mijn schoenen. Bruine schoenen. Brown shoes won’t make it, zeggen ze wel eens. Zo was het. Ik dacht dat ik mijn voeten rook. We waren klaar. Ik kreeg een glaasje water en vertrok, de wereld in die zo mooi stil lag te wachten. Na vandaag zou ik nooit meer een druppel drinken. Vanaf morgen. Ja. Een beetje toekomst begint met goede voornemens. Je moet ergens beginnen. Toen verzoop ik de auto.”

 

Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

KOALA’S

zoveel slaap in slechts één boom,
zoveel ballen van bont
in alle vertakkingen, een bohème
van traagheid die steevast in de toppen blijft zitten

en zitten met een paar klimijzers
als klauwen, nooit geprezen eerste klimmers
boven de fluitende terrassen
van regenwoud, verwarde stoïcijnen,

slordige boeddha’s, sterker dan vergif,
dat in de bladeren groeit met hun watten
oren, immuun voor verlokkingen
in een uithoekje van de wereld: geen water-

loo voor hen, geen gang naar canossa.
bekijk ze, neem ze goed op voordat
het te laat is- dit zachte knabbel-
gezicht, de tronie van een fietser

kort voor de etappewinst, aan de aarde ontrukt,
en toch binnen handbereik hun verlopen
grijs – voordat elk van hen weer gaapt, zich uitstrekt,
wegzinkt in een droom uit eucalyptus.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hans Warren, Monika Rinck

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek 1949 – 1951 (Deel 3)

“1949 15 nov., aan de Noordnol.
Ik ben met dit schrift naar de zeedijk gegaan, in de overtuiging dat ik hier in de heldere atmosfeer van deze novemberdag ook helderder en meer in rust denken kan. Ik twijfel aan de juistheid van mijn veronderstelling, want hoewel ik een eenzame plek heb uitgekozen, word ik al lastig gevallen door een strandjutter die iets ziet dobberen op het water van de Honte, en die vraagt of hij mijn verrekijker even gebruiken mag. Ik heb die, onvoorzichtig genoeg, naast me neergelegd. Verder informeert hij welke vogeltjes er zo schreeuwen op het strand, en of die ook zwemmen kunnen.
Na mijn te korte antwoorden verdwijnt hij, zijn klompen klotsend over het basalt. Nu komt de zon verblindend op dit papier schijnen en valt er een zwerm minuscule insecten over me heen. Ik kijk naar de luidruchtige vogeltjes op het fijngeribbelde strand. Zwarte silhouetjes aan de blinkende vloedlijn. Ze fluiten vrolijk, en een ervan vecht met een kleine meeuw, wier wieken en uitwaaierende staart van puur zonlicht lijken. Het platgeslagen donkerbruine zeewier aan mijn voeten geurt zilt, de insectjes drijven als goudstofjes voorbij. Grote zeeschepen varen stampend langs, het water glanst verblindend, en uit mijn door de zon beschenen winterjas stijgt een lucht van warme wol.
Al deze uiterlijkheden, terwijl ik wil zoeken in mijn binnenste naar waarheden die ik in de beslotenheid van mijn kamer niet vinden kan. Nu is de man toch weg, al liet hij zijn fiets achter me staan. Kraaien krassen somber, en ver weg, in de polder, schittert de vergulde haan op de toren. Daar gaat ook Sebastiaan ergens achter een met drie paarden bespannen ploeg. Om over Sebastiaan te denken ben ik hier gekomen, om me te bezinnen over het weinig constante van mijn gevoelens. Elke nieuwe geliefde of vriend is voor mij tegelijk slavernij en bevrijding. De een verdrijft de ander, hoeveel dode genegenheden draag ik al niet in me om. Op een bepaald moment ben ik bereid alles te geven. Door een of andere oorzaak vermindert de interesse en dan sterft het gevoel af. Zelfs de grootste liefde laat nauwelijks een spoor na. Er komt een wassen beeld bij in het museum van de herinnering. Nu heerst Sebastiaan. Hij vermoedt het nog niet eens, maar ik kan van te voren precies het verloop schetsen: ik word zijn beste vriend, merk dat het nooit iets worden kan, geef het op, et l’histoire se répète, Sebastiaan in het museum.”

 

En marge

I
Ik kan alle lentes buitensluiten
als jij maar binnen mijn lichaam ligt
ik kus mijn boeken voor het venster
nu je achter mij slaapt in bed
de ogen waarmee ik je vorm daar raad
nog rood en mijn bloed nog prikkend
in alle poriën van mijn handen.
Als een bandjir stroomde mijn lichaam
nu kalmeer ik boven witte bladen
koel op mijn ogen geur van drukinkt
onhoorbare strijkstokken je adem
mijn leeftocht voor een nieuw bestaan.

heb je mij dan lief, dat je
telkens als een duif terugkeert
op de til van mijn hart

II
Sneeuw en regen stuiven door gonzende straten
mijn lippen vinden in je haar het voorjaar;
lage wolken verflarden in huilende draden
ik kniel en leg mijn hoofd in een warm nest.

maar heb je mij lief

in het park van la Malmaison
preludiëren de lijsters
je lippen krullen trots als smeedijzer
over heuvels en zwarte bossen
valt de storm uit
je ogen slaan kou en donker om me op.

in het park van la Malmaison
kloppen de spechten een rouwmars
waar ben je waar ben je
de zwaan op de vijver van Joséphine
zwelt zijn hals voor een schemerig spiegelballet.

III
Ik vecht met het woord en ik vecht met de rede
opdat je leven zult in een woning
die het wat langer uithoudt dan dit hart
ik ben verdwaald in ’t vicieuze stroomgebied van aders

en in de doolhof van mijn hersens voor
’t rechtvaardigen van je bestaan in mij.
Was je een spie onder mijn ooglid
ik wist je pijn
maar je bent een zwarte ster wier vonk
mij jaren na de dood bereikt
een woekerende cel in mijn onwetend lichaam.

 

Hans Warren
(20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

het was voorbij

het was voorbij – de zomer was het zeker
de zon kende alleen nog tegenstellingen
en waar ze weg was, was ze weg.
vanaf zondag veel koeler maar
nog niet – wat voor een licht
dat ons verlengde en de gevels
in de juiste hoek bracht, harde schaduwen
iets geometrisch – een strak ingesnoerd pakket
was de som van deze zomer – een momentje
meneer dokter benn veegt nog even
de zware rozen weg –

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.