Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Emma Cline, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“In de voortuin was niet veel anders te zien dan de scheve boom met het beeld eronder, en aan de wegkant een laag muurtje van afgebrokkelde grijze blokken steen. De weg lag diep uitgesleten tussen de twee steile groene bermen, waarop de bomen stonden, een soort sparren met kromme takken en lange grijsgroende naalden, die ruisten in de wind. Het was een vreemde weg, zo nauw en ingezakt onder de bomen, zo stil en verlaten, er kwam bijna nooit iemand langs de weg. Wie zou er langs de weg hebben moeten komen? Aan de achterkant van het huis, kijkende uit het raam van de woonkamer – daar was een hele wereld -, vlak achter het huis een ravijn, een groot, diep en groen ravijn vol boomvarens, en verderop begon een bos, en overal groen bergruggen. Maar over dat alles heen – verweg en in de diepte – lag de vlakte, als opengevouwen, lichtgeel, wazig en zonnig. En uit die vlakte rezen twee bergen op – zo ineens , ten voeten uit, naast elkaar. Overdag schenen zij soms verdwenen achter de warme heiige lucht; maar in de middag als het helder werd, waren zij er weer – leikleurig of blauw of paars – naast elkaar, oprijzende uit de vlakte, uit hun nevels. De tweelingen van de oude meneer.
Er was iets met hem, Riek had het nooit begrepen. Familie van mama, en toch weer niet, hij was korte tijd met haar moeder getrouwd gweest, maar die leefde al lang niet meer, hij was ook haar vader niet. Mama zei nooit iets anders dan – meneer – tegen hem, en als zij over hem sprak – de oude meneer zoals iedereen. Zo erg oud was hij niet eens, maar wel mager en geel; en mama zei dat hij een kwaal had en dikwijls pijn, en hij rook soms naar een scherpe medicijn, net teer. Zijn dun zwart haar werd wit aan de slapen, en opzij van zijn neus liep langs de mond tot aan de kin, aan beide zijden gelijk, een diepgegroefde rimpel, alsof iemand het er met een griffel ingekrast had.
Hij was erg knap, hij sprak goed Javaans – hoog en laag en midden -, hij wist alles van planten en kruiden, en de geschiedenis en alle verhalen van vroeger, van het Hindoerijk – het oude Rijk-, zei hij. En dan deed hij ook nog aan hokus-pokus, dat zei papa. Het was iets met een kalender die hij gemaakt had. ‘De dag waarop je moet trouwen, of doodgaan, of een kind krijgen, of uit stelen gaan zonder gepakt te worden’, zei papa, ‘is het niet zo, An?’ Maar mama gaf er geen antwoord op, zij vond het niet prettig als papa daarover sprak.
Eenmaal was de oude meneer zelf over de hokus-pokus begonnen.”


Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

Uit: Not Fade Away

« I read a small pile of books in that little room—long hours pregnant with time to kill—but only one left an impression, Hemingway’s posthumous Garden of Eden. It’s a joke to say I read Hemingway on these nights, in Africa, away to war. They should take away my writing license for saying such a thing. It’s a joke. But not really. I didn’t know it was a joke. Instead of college I’d studied dishwashing (among other ineffective ways of attempting to support a young family) before finally giving up to join the army. I was twenty-two years old in Somalia, but still a year shy of reading A Farewell to Arms and For Whom the Ben Tolls. I’d read “Old Man at the Bridge” and “Soldier’s Home” in high school but was three months shy of reading them again and understanding. So I read Hemingway at 2 A.M. in an African war zone, blameless and innocent, as reading should be. It was a hardback of the first printing of Garden of Eden, with a torn jacket and $1.00 sticker. My mother bought it at a library sale and mailed it to me along with a pound of beef jerky and film for my camera. I was twenty-two and didn’t know anything about anything, about this novel and its place in the scheme or Hemingway himself or who thought what about this or that. None of it colored me as I opened the cover and cracked the spine, nothing shading my view as I read the front leaf then the back then the copyright page then the first sentence. The first sentence became the second then the third then it was just me and David and none of that other stuff, just me and the story. They were on the Mediterranean coast and the quiet, sad tale unfolded in colors of salt and white sky with a mouthful of dark wine and sharp, strong marinated olives. David was remembering Kenya and just months before I’d been where he’d been, briefly, and now his world was falling apart and oh I’d been there, too. He would swim and fish in the sun and I would stretch, washing down a stale MRE cracker with a cup of cold coffee, wiping my mouth and listening to the French whispers down the hall then finally back on the floor to my place on the page. “

 
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Zweite Schöpfung

Wie wir es schaffen, hat keine Bedeutung.
Wir hatten seit letztem Sommer schon dicht
am Ziel geforscht. Nur der letzte Schritt fehlte.
Ich zitterte, als ich sagte: Ein Zwergmammut wird
unseren Sohn herumtragen, Sibirische Tiger unsere
Töchter beschützen. Ein Tag wird wie der andere sein,
wenn wir die Hirne der Großsäuger knacken: ekstatisch,
verträumt, voller Verluste. Zweihundert Milliarden
Nervenzellen, aufgelöst, ineinander vertäut wie
Boote im offenen Meer. Gehirn, Seele und Sinne
fahren zusammen hinaus, eine Flotte in Formation.
Nenn es Krieg, nenn es Wahnsinn: Dies ist
die Freiheit der Liebe: neue Wesen zu schaffen,
sie uns zur Seite zu stellen. Dies ist die Freiheit
unserer Art, neue, andere Arten zu machen.
Gott hat uns mit einem Bausatz beschenkt.

 

Das Dorf

In meinen Erinnerungen ist immer Winter. Sie sagten,
eine Märchengestalt hätte das Dorf erträumt.
Schwäne und Schimmel sollten hier leben. Einzelne Menschen,
weißgekleidet, kalt. Menschen, die ohne Licht leben können.
Die die frische Flockendecke nicht zerstören. Es schien mir damals alles
richtig, intakt. Nur das Mädchen, das irgendwo in einem der Häuser saß
und mit dem Finger, von innen, die Eisblumen im Fenster berührte, war
nicht vorgesehen.
Ich war in hellblauen Briefen unterwegs zu dir,
aber die Schneekönigin hatte dich lange zuvor erwischt.

Ich träumte
von den Tatzen des Eisbärs,
er griff einfach durch deinen Körper
hindurch, nahm sich den kalten
Splitter und ließ
dein Herz unversehrt.
Im Traum gelang es ihm
dich mit der Wärme seines Körpers aufzutauen.
Gestohlene Zeit tropfte auf den
Boden, gefror erneut. 

 
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Nederlandse schrijver, redacteur en radio- en televisiepresentator Hugo Borst werd geboren in Rotterdam op 15 juni 1962. Zie ook alle tags voor Hugo Borst op dit blog.

Uit: Ma

“Mijn vader hoopte dat ik net zo boodschappen zou doen als hij deed. Die hoop, een eis was het niet, bevreemdde me, omdat hij me nooit iets had opgelegd. Anders dan ma gaf hij me vrijblijvende adviezen en als ik die in de wind sloeg, nam hij daar geen aanstoot aan.
Zo niet die vrijdag. Het boodschappenlijstje dat hij me in handen had gedrukt, getuigde van militaire precisie. De producten stonden in de volgorde van de ideale looproute door de Plus in winkelcentrum Binnenhof in Ommoord. Op de een of andere manier vond ik dat poëtisch.
Ook de caissière zei mijn vader persoonlijk gedag. Hij groette haar terug op de wijze waarop hij dat die dag bij iedereen had gedaan: hartelijk, uit de grond van zijn tot op de draad versleten hart. Dat de conditie ervan zo slecht was, wisten we op dat moment niet.
Ik was druk bezig zijn schitterende hartelijkheid goed in mij op te nemen. Ik vond het wonderlijk. Gedag zeggen is in de kern een alledaagse, routinematige handeling. Maar mijn vader maakte mij die dag inzichtelijk dat het ook anders kan.
Hij begroette in de Plus mensen alsof hij oprecht blij was ze weer te zien, met een warmte die je in de grote stad niet meer ontmoet.
Bij onze terugkeer met de gevulde boodschappentrolley vond ik mijn moeder aan de strenge kant. Mijn vader had te veel gehakt meegenomen voor twee personen. Terwijl zij hem vermanend toesprak, snapte ik de ernst waarmee mijn vader zich had gekweten van mijn inwijding. Ma was kritisch en veeleisend, ze verdroeg improvisatie slecht. Pa had me die vrijdag willen zeggen: maak er geen potje van, neem het boodschappen doen niet te licht op, je moeder pikt dat niet.
Zes dagen later moest hij onder het mes. De ingreep slaagde, maar zijn hart was niet sterk genoeg. Hij raakte in coma. Twaalf dagen na mijn officiële inwijding stierf hij.
Sinds de dood van pa doen mijn vrouw en ik om beurten boodschappen voor mijn moeder. Het laatste jaar is ma’s boodschappenlijstje met de week onvollediger geworden.
Toen het bibberig beschreven papiertje nauwelijks nog houvast bood, zijn we zelf het lijstje maar gaan samenstellen, ma’s oorspronkelijke voorkeuren indachtig. We kijken in de koelkast, we kijken in de voorraadladen, we kijken in de kast waar de lekkernijen staan. We maken de balans op.”

 
Hugo Borst (Rotterdam, 15 juni 1962)
Cover

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

Song Of The Heart

This intimate music will never cease as,
consumed in an embrace of gold,
Charity and Love exchange a kiss.

Do you hear the heart’s diapason?
Hear in its multiple note the din of
those to come and those long gone?

My brothers from throughout the ages
in me find their common silent note,
their shared laments, their self-same rages.

I am the voice of leaves that covered
the germinal bosom of the druid bard
who took the woods as goddess and lover.

I am the pool where Scheherazade,
a pearl beneath ajeweler’s loupe,
swims her crystalline glissade.

And I become an aspiring Christian
when I page through the beatitudes
of the virgin who was my catechism.

And the new delight that accommodates
the tango-colored hypnotism
of the price of fashion and the fashion plate.

I stun the rotundity of Creation,
courting all objects and all women
with a pagan and Nazarene dedication.

0 Psyche, o my soul, sound the start
of a modem, a jungle, an orgiastic song:
the song of Mary, the song of the heart!

 

Vertaald door Margaret Sayers Pedan

 

 
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)
Cover

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit: Les Croix de bois

“— Ce qu’il est lourd, fit-il. Qu’est-ce que tu as pu foutre là-dedans… Tu y as mis des pavés ?
— Juste ce qu’on m’avait dit.
— C’est les cartouches qui pèsent, intervint le caporal… Ils vous en ont donné combien ?
— Deux cent cinquante… Mais je ne les ai pas dans mon sac.
— Où ça alors ?
— Dans ma musette. Vous comprenez, j’aime mieux ça. Si tout d’un coup on était attaqués.
— Attaqués ?
Les autres le regardèrent, étonnés. Puis, tousensemble partirent à rire, d’un rire énorme qu’ils forçaient encore, étouffant, gesticulant, échangeant de lourdes claques sur les épaules comme des caresses de battoirs.
— Attaqués, qu’il dit… Tu parles d’un mec qui s’en ressent.
— Mais non, il a les foies…
— Attaqués, qu’il dit… Au fou… Lâchez les chiens !
Cette candeur inouïe nous faisait rire jusqu’à la suffocation. Le père Hamel en pleurait. Fouillard lui, ne riait pas. Il haussait les épaules, tout de suite hostile, regardant déjà de travers ce soldat trop propre qui parlait poliment.
— Un gars aux sous qui veut nous en mettre plein la vue, dit-il à Sulphart.
Le rouquin, uniquement préoccupé de parler plus que les autres, considérait le nouveau avec compassion.
— Mais, mon pauvre gars, lui dit-il, tu ne crois pas qu’on se bat comme ça ; c’était bon le premier mois. On ne se bat plus maintenant. Tu ne te battras peut-être jamais.
— Sûrement, approuva Lemoine, tu ne te battras pas, mais t’en baveras tout de même.
— Tu n’tirero jamais un coup de fusil, prophétisa Broucke, le « ch’timi » aux yeux d’enfant.
Le nouveau ne répliqua rien, pensant sans doute que les anciens cherchaient à l’épater. Mais l’oreille tendue, sans entendre Sulphart discourir, il écoutait le canon qui ébranlait le ciel à grands coups de bélier, et il aurait voulu être déjà là-bas, de l’autre côté descoteaux bleus, dans la plaine inconnue où se jouait la guerre au parfum de danger.”

 
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1932

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

 

Le Voltigeur – Souvenir de Châteauguay

Sombre et pensif, debout sur la frontière,
Un Voltigeur allait finir son quart ;
L’astre du jour achevait sa carrière,
Un rais au loin argentait le rempart.
Hélas, dit-il, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne,
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

Un bruit soudain vient frapper son oreille :
Qui vive… point. Mais j’entends le tambour.
Au corps de garde est-ce que l’on sommeille ?
L’aigle, déjà, plane aux bois d’alentour.
Hélas, etc.

C’est l’ennemi, je vois une victoire !
Feu, mon fusil : ce coup est bien porté ;
Un Canadien défend le territoire,
Comme il saurait venger la Liberté.
Hélas, etc.

Quoi ! l’on voudrait assiéger ma guérite ?
Mais quel cordon ! ma foi qu’ils sont nombreux !
Un Voltigeur, déjà prendre la fuite ?
Il faut encor, que j’en tue un ou deux.
Hélas, etc.

Un plomb l’atteint, il pâlit, il chancelle ;
Mais son coup part, puis il tombe à genoux.
Le sol est teint de son sang qui ruisselle.
Pour son pays, de mourir qu’il est doux !
Hélas, etc.

Ses compagnons, courant à la victoire,
Vont jusqu’à lui pour étendre leur rang.
Le jour, déjà, désertait sa paupière,
Mais il semblait dire encor en mourant :
Hélas ! c’est fait, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne.
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

 
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
De bibliotheek in het François-Xavier Garneau.Huis in Québec

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Emma Cline werd geboren in 1989 in Sonoma in Californië. Zie ook alle tags voor Emma Cline op dit blog.

Uit: The Girls

“Every day after school, we’d click seamlessly into the familiar track of the afternoons. Waste the hours at some industrious task: following Vidal Sassoon’s suggestions for raw egg smoothies to strengthen hair or picking at blackheads with the tip of a sterilized sewing needle. The constant project of our girl selves seeming to require odd and precise attentions.
As an adult, I wonder at the pure volume of time I wasted. The feast and famine we were taught to expect from the world, the countdowns in magazines that urged us to prepare thirty days in advance for the first day of school.
Day 28: Apply a face mask of avocado and honey.
Day 14: Test your makeup look in different lights (natural, office, dusk).
Back then, I was so attuned to attention. I dressed to provoke love, tugging my neckline lower, settling a wistful stare on my face whenever I went out in public that implied many deep and promising thoughts, should anyone happen to glance over.
As a child, I had once been part of a charity dog show and paraded around a pretty collie on a leash, a silk bandanna around its neck. How thrilled I’d been at the sanctioned performance: the way I went up to strangers and let them admire the dog, my smile as indulgent and constant as a salesgirl’s, and how vacant I’d felt when it was over, when no one needed to look at me anymore.
I waited to be told what was good about me. I wondered later if this was why there were so many more women than men at the ranch. All that time I had spent readying myself, the articles that taught me life was really just a waiting room until someone noticed you—the boys had spent that time becoming themselves.”

 
Emma Cline (Sonoma, 1989)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannah van Wieringen werd geboren in 1982 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Hannah van Wieringen op dit blog.

 

Over wat poëzie

de hele grote onmogelijkheid van het enorme volle alles
die knappende ballon in je uitklappende gogogadget borstkas
die de aardbol omvat inclusief wereldzeeën
woestenijen van ver voor onze tijden
ver voor de eerste kikkervis

dat ontsnapte gas van oermaterie
dat neer te halen met een mazig vlindernetje
koddige schep uit de lucht hop

en dan
die opgeschepte onmogelijke veelheid
verbinden aan het verbijsterend kleine niets
laten we zeggen

aan het sneeuwklokje in het aardewerken potje
dat in een vensterbank licht staat te verzamelen
als een pietà

bedaard het sneeuwklokje laten openklappen
pop zegt het klokje
open de tijd
adem uit

de stilte daarna
de afwezigheid van
dat geluid

 

 
Hannah van Wieringen (Haarlem, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen, Emma Cline, Hannah van Wieringen

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit:Les Croix de bois

« Le nouveau s’était redressé, vexé, un pli barrant son petit front têtu. Mais, tout de suite décontenancé par l’attitude railleuse de l’ancien, il détourna la tête et rougit. Le rouquin se contenta de ce succès flatteur. Il descendit de son trône et, pour montrer qu’il ne songeait pas à s’acharner sur un copain irresponsable, il haussa ses critiques jusqu’à l’autorité militaire, dont tous les actes, suivant lui, étaient dictés par la sottise et le désir évident de molester le soldat.
— J’dis pas ça pour toi, tu sais pas encore. Mais les autres enfifrés qui vous font passer les gamellesà la pâte au sabre pour qu’elles reluisent mieux, tu crois qu’on devrait pas tous les fusiller… Ils trouvent qu’on ne se fait pas assez viser comme ça ?… Tu me refileras ta musette, tiens, j’te la noircirai au bouchon, et on passera vos bouteillons, vos galetouses et tout l’truc à la fumée de paille, y a pas meilleur.
Lemoine, qui ne quittait jamais Sulphart d’un pas, haussa lentement les épaules.
— Tu vas pas déjà abrutir ces mecs-là avec tes boniments à la graisse, lui reprocha-t-il de sa voix traînante. Laisse-les au moins débarquer.
Le nouveau à la musette blanche s’était assis sur une brouette. Il semblait épuisé. La sueur, en rigoles noires, avait tracé des accolades de ses tempes au bas de ses joues. Il déroula ses molletières, mais n’osa pas retirer ses chaussures, de beaux brodequins de chasse aux semelles débordantes.
— J’ai le talon tout écorché, me dit-il. Je dois avoir le pied en sang. Je suis tellement chargé.
Lemoine soupesa son sac. »

 
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Gedenktplaat op Monmartre 

Doorgaan met het lezen van “Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen, Emma Cline, Hannah van Wieringen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“Mama keek eerst rond of er onder de passagiers niet iemand was die zij kende, dan praatte en lachte zij wel; anders zat zij rechtop, keek naar buiten door de hor en wees telkens iets aan: ‘Kijk eens Riek!’ alsof Riek het niet zelf zag, en fluisterde: ‘Je moet niet naar vreemde mensen kijken, Riek.’ Na een paar uur stapten zij uit, daar moesten zij overstappen, en ’s middags laat kwamen zij in een grote plaats en sliepen een nacht in een hotel. De volgende morgen stond er een postwagen te wachten.
Een echte postwagen!
Het leek op een tentvvagen, maar er waren vier paarden voor, wel kleine magere, maar toch vier. Een gewone koetsier op de bok en dan nog twee lopers, die stonden achter op een plank als palfreniers. Maar zodra de weg steil werd, sprongen zij eraf en liepen naast de paarden, lieten de korte zwepen knallen, klakten met de tongen, riepen ‘rrrt’, als een roffel op een trom, en schreeuwden. Soms grepen zij de voorste paarden bij de toom en sjorden en trokken mee. Als er een vlak stuk kwam, bleven zij even staan en sprongen weer op de plank om uit te rusten, maar hun adem bleef nog lang zo zwaar gaan, met horten en stoten. Onderweg stonden zij stil om te verspannen. Riek en mama bleven in de postwagen zitten en aten wat uit hun mandje. Opzij van de weg onder de hoge tamarindebomen was een klein winkeltje; de koetsier en de lopers, ook de mannen die de verse paarden gebracht hadden, en Oerip op haar sloffen stonden ervoor en dronken koffie en aten een koekje. Daarna hurkten de mannen neer om te praten en strootjes te roken, maar Oerip klom weer in de wagen, zij zat tegenover Riek en mama op de kleine bank; als zij ging zitten, zei zij: ‘Vergeving mevrouw.’
Dat hoorde zo.
Bij het winkeltje stond het ineens vol met Javaanse kinderen die naar hen keken; één stak een hand uit en vroeg om snoepgeld, dat maakte Oerip boos.
‘Hinder de grote mevrouw en de grote juffrouw niet,’ maar mama zei: ‘Ach kassian Oerip,’ en gaf hun toch wat. En zij reden weer verder.
Het was een lange weg en steil. Het werd ook veel kouder. De nieuwe paarden liepen langzamer, zij werden moe, er stond schuim op hun flanken. In de korte pozen rust ging de adem van de lopers knarsend als een zaag.”

 
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Doorgaan met het lezen van “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Hannah van Wieringen”

François-Xavier Garneau, Roland Dorgelès, Trygve Gulbranssen, Hannah van Wieringen

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

Les oiseaux blancs

Salut, petits oiseaux, qui volez sur nos têtes,
Et de l’aile, en passant, effleurez les frimas;
Vous qui bravez le froid, bercés par les tempêtes,
Venez tous les hivers voltiger sur mes pas.

Les voyez-vous glisser en légions rapides
Dans les plaines de l’air comme un nuage blanc,
Où le brouillard léger que le soleil avide,
À la cime d’un mont, dissipe en se levant ?

Entendez-vous leurs cris sur l’orme sans feuillage ?
De leur essaim pressé partent des chants joyeux.
Ils aiment le frimat qui ceint comme un corsage
Les branches du cormier, qui balancent sous eux.

Quand un faible rayon de l’astre de lumière
Brille sur le crystal qui recouvre les bois,
Le doux frémissement de leur aile légère
Partout frappe les airs où soupirent leurs voix.

Fuyez, petits oiseaux, dont l’épaisse feuillée
Ne peut plus recueillir l’amour comme au printemps;
Des bouleaux pour vos nids la branche est dépouillée,
Et le froid aquilon siffle dans leurs troncs blancs.

Mais l’air est obscurci d’épais flocons de neige;
Leur vol est plus rapide à l’entour de nos toits.
Sur la balle du grain s’agite leur cortège
À la grange où bondit le van du villageois.

Oh! que j’aime à les voir au sein des giboulées
Mêler leur voix sonore avec le bruit du vent.
Ils couvrent mon jardin, inondent les allées,
Et d’arbre en arbre ils vont toujours en voltigeant.

Quelle main a placé sur la branche qui plie
De perfides réseaux pour arrêter leurs pas?
Ah ! fuyez – mais hélas ! j’en entends un qui crie,
Le cruel oiseleur va causer son trépas.

Poussant des cris plaintifs ils fuient dans la plaine;
Mes yeux les ont suivis derrière les côteaux;
Mais ils avaient déjà le soir perdu leur haine,
Et je les vis encor passer sous mes vitraux.

Ils revinrent souvent butiner à ma porte.
Mais de l’arbre perfide ils n’approchaient jamais.
Ils repartent enfin; l’aile qui les emporte
Semble par son doux bruit augmenter mes regrets.

Adieu, petits oiseaux, qui volez sur nos têtes,
Et de l’aile en passant effleurez les frimas.
Vous qui bravez le froid, bercés par les tempêtes,
Venez tous les hivers voltiger sur mes pas.

François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
Standbeeld inVille de Québec
Doorgaan met het lezen van “François-Xavier Garneau, Roland Dorgelès, Trygve Gulbranssen, Hannah van Wieringen”

Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.


Now, as Never…

Now, as never, you fill me with love and sorrow;
if any tear is left me, I quicken it
to wash our two obscurities.

Now, as never, I need your presiding peace;
yet already your throat is but a whiteness
of suffering, suffocating, coughing, coughing,
and our whole being but a screed of dying strokes
overflowing with dramatic farewells.

Now, as never, your essence is venerable
and frail your body’s vase, and you can give
me only the exquisite affliction of
a clock of agonies, ticking for us towards
the key minute when the feet we love
must tread the ice of the funereal boat.

From the bank I watch you embark; the silent
river sweeps you away, and you distil
within my soul the climate of those evenings
of wind and dust when only the church-bells chime.

My spirit is a cloth of souls, a cloth
of souls of an eternally needy church,
it is a cloth of souls bedabbled with wac,
trample and torn by the ignoble herd.

I am by a penurious parish nave,
a nave where endless obsequies are held,
because persistent rain prevents the coffin
from being bought out on the country roads.

The rain without me and within the hollow
clamour of a psalmist, louder and louder;
my conscience, by the water sprinkler aspersed,
is a cypress sorrowing in a convent garden.

Now my rain is flood, and I shall not see
the sunshine on my ark, because my hear
on the fortieth night must break for good;
my eyes preserve not even a faint gleam
of the solar fire that burned my corn;
my life is nothing but continuance
of exequies under baleful cataracts.

Vertaald door Samuel Beckett

 

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

Portret door  Rastasaurio

Doorgaan met het lezen van “Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: Toeti

„Nog meer ingespannen dan tevoren, haar gezicht donker, haar zwarte ogen bedroefd, de mond getrokken. “Ach,” zei zij, en toen, “ach ja, je hebt wel gelijk dat wij alleen… maar zeg dat maar niet hardop, waarvóór eigenlijk, het doet zoveel verdriet om alleen te zijn hé Tsjalie, en soms,” haar hele gezicht oplichtend in haar glimlach, “soms even zijn wij toch niet alleen, als wij…” Zij zweeg, verschrikt voor het grote woord liefhebben.’

(…)

‘Een ogenblik bleven Charles en zij achter in de binnengalerij, zij liepen naast elkaar; zonder iets te zeggen nam Charles haar hand in de zijne, hield die vast zoals mensen dat doen die straks afscheid van elkaar zullen nemen. “Toeti,” zei hij tegen haar naast hem. Hij liet haar hand weer los voordat zij de achtergalerij inliepen. Hij dacht – waarom wist hij zelf niet -aan een ander afscheid, en hoe zijn moeder gezegd had “trouw moet blijken”. Hij herinnerde het zich heel duidelijk alsof het nu was: hij hoorde de woorden, zó was het! Hij keek even naast zich, en dít was het’.

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Doorgaan met het lezen van “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009 en ook mijn blog van 15 juni 2010.

 

Uit: De tienduizend dingen

„Het woei daarboven altijd.
De koeien van mevrouw van Kleyntjes werden in de heuvels geweid, en de wilde hertjes kwamen er stilletjes grazen.
De drie kleine meisjes speelden daar wel, ’s middags in de zon, als er niemand was — de afgevallen rozenblaadjes hadden weer overal in het rond gelegen! — zei de koeherder, ‘laat ze maar’ zei mevrouw van Kleyntjes.
En soms, niet dikwijls, zaten zij alle drie naast elkaar gehurkt op het strandje aan de binnenbaai onder de plataanbomen, een eind van het huis af, om te kijken wat voor horentjes er aangespoeld waren? Zij krabbelden het zand wat weg (dat was later duidelijk te zien) horentjes verstoppen zich wel — ssst.“

(…)

“Felicia kwam met de lege melkprauw mee terug uit de stad aan de buitenbaar. Er was post: een brief van Himpies. Hij schreef bijna nooit en dan ineens een ellenlang epistel over alles en nog wat: hij zette wel eens ten eerste, ten tweede voor aan een regel als om het voor zich zelf uit elkaar te houden.

Ten eerste was hier: nu geef ik u te raden! Mingoes teruggevonden na bijna twintig jaar (nou meneer Himpies, zo lang is het nog niet). Hij zegt wel eens toean Himpies in plaats van toean luitnant tot groot vermaak van de rest. Zonder toean gaat het blijkbaar niet; waarom eigenlijk niet?

Hij is nu onze door een ieder geëerbiedigde sergeant!”

 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

Doorgaan met het lezen van “Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen”

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, Trygve Gulbranssen, François-Xavier Garneau, Bernard Wesseling

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

Uit: De goede slang

„Dan komen de andere dieren.
‘Het dwerghertje, slim!’ en haar vingers stappen nog stijver, nog omzichtiger dan tevoren.
‘Het civetkatje, de mungo, met zijn lange pluimstaart, zijn oogjes zien lichtrood,’ zegt zij, en snuift even door haar neus; en wij ook ruiken de vreemde doordringende muskuslucht in de kamer, meteen weer vervlogen.
Zo gaat zij verder, één voor én, langzaam, en noemt de kleine dieren van de wildernis.
‘De leguaan, als een klein groen draakje.
Het honingbeertje, zachtjes grommende.
De boskat, vals, die gele ogen van hem.
De kleine luiaard, veel te lui om hard te lopen.’
Wanneer zij zegt ‘Bottol-muntji’, dat zijn de dwergen, breekt ineens de jongen de ban, de bijna te grote spanning.
‘Hoe zien z’er uit Louisa?’
Het is jammer, ook Louisa is gestoord, zij kijkt om zich heen.
‘Ach,’ zegt zij na een tijd ongeduldig, ‘dat weet je toch wel, met rood haar en vooruitstekende tanden, net als een eekhoon, maar dan zonder staart en ze lopen rechtop!” De jongen en het meisje kijken elkaar even aan- natuurlijk!
‘Je moet stil zijn,’ fluister ik. ‘Luister toch.’
Louisa sluit haar ogen, spreekt niet en dan, langzaam, heft zij haar ene hand weer op, de andere, beweegt de vingers op en neer, gespannen, gespannen, klauwtjes-pootjes-voetjes, en zij neemt ons weer mee terug in de wildernis, in het duistere stille bos, met de vogels, de dieren, al de andere, die aan komen lopen, trippelen, springen, schuifelen, sluipen, er is ook een klein bosspookje met groene ogen waarvan de voetjes achterste voren staan, en dat met scheve sprongetjes lopen moet, zó; zij zijn voorzichtig, o zo voorzichtig, omdat zij bang zijn, bang voor elkaar, bang voor het donker, bang voor honger en pijn en dood, bang voor onnoembare dingen.“

MariaDermout

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 15 juni 2009.

Uit: Not Fade Away

I’d be hard pressed to tell you exactly what I did in the war—ten years gone and it fades, man, it fades—but I can still tell you what I read there.

Most of my time in Somalia I was outdoors, shirtless and sweating in a dusty white-hot port compound near the southern city of Kismaayo. But the end of my tour—a week? two? it fades, man, it fades—was spent in a cramped, second-floor room in the port’s headquarters building, awake all night, every night. There was a radiophone on the room’s only table; it rang every few hours. My mission was to take a message.

I’d requisitioned a folding chair but it was so uncomfortable I skipped it completely and took to the floor, stretched out with a book on the gritty concrete. I would stand every half hour, wiping dust from my pants and concrete burns from my arms. I couldn’t leave the room for more than a few minutes at a time, but I’d step into the stuffy, dark hallway lined with sleeping staff soldiers, boots peeking out from under the poncho liners they used for blankets. Down to my right the open door of an office and a constant, quiet conversation in French; my Belgian army equals, two of them minding the radio in there over a stack of Penthouse magazines. They never stopped talking, those two. Perhaps they worried what might happen if they did. To my left, the offices were all as dark as the hall, almost everyone sleeping. There was an American colonel at the end of the hall, and he watched CNN on satellite all night. As far as I could tell, it was his job“.

ChristianBauman
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe.

Der Tag an dem die Möwen zwe istimmig sangen

Während das Wasser zurückgeht und Quallen liegenbleiben
unbehelligt vom Salz
von der Oxydation und der Sonne
neidest du den Kindern die mit in den Sand gestoßenen
Fersen nach Muscheln stochern ihre Sicherheit
mit einer dich vollkommen
verblüffenden Gewalt
Dein Auge ist gereinigt hat jetzt schärfere Pupillen
während die Brandung sich ins Meer zurück frißt
fehlt dir etwas
einige Jahre
in Happen klein wie die Rückseite einer Briefmarke
weiß wie Oktopusfleisch haben die Möwen mitgenommen
Da ist ein Schmerz mit gekappter Verbindung zum Kopf
Sehnige Schlieren aus Öl bedecken
die Wellen führen durch Schaumränder

nach früher
und in
die Zeit
in der du langsam zerzaust die Treppe des Abschieds
heruntergegangen bist bis an den Strand hier
– Schwimmen kannst du noch, aber du schwimmst dich
nicht mehr frei –
Ich weiß dich erstaunt an den Quallen
die Fähigkeit häßlich und dennoch durchsichtig zu sein
und ich weiß daß du gleich
schreiend die Auskunft verlangst was ich anderswo suche
in der Hoffnung ich fragte zurück

Silke_Scheuermann
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens.

Uit: Les Croix de bois

« Entre deux salves, on vit quelque chose s’agiter dans les trous d’obus, une forme se relever, un des survivants avait dénoué sa ceinture de flanelle, une large ceinture rouge, et, agenouillé sur le bord de son trou, à trente pas des Allemands, il agitait son fanion, le bras levé très haut.

– Rouge ! Il demande qu’on allonge le tir, cria la tranchée.

Secs, tragiques, des coups de mauser claquèrent. Le soldat s’était recouché, touché peut-être… Des obus piochèrent encore le point maudit, arrachant un tourbillon de terre dans la fumée lourde. Anxieux, nous attendions que le nuage s’écartât…

Non, il n’était pas mort. L’homme se redressait en levant le bras très haut, il agitait sa ceinture d’un grand geste rouge. Encore une fois les Boches tirèrent. Le soldat retomba…

On hurlait…

– Salauds ! Salauds !

– Il faut attaquer, criait Gilbert hagard.

Entre deux bordées de tonnerre, le soldat se relevait toujours, son fanion au poing, et les balles ne le faisaient coucher qu’un instant. « Rouge ! Rouge ! » répétait la ceinture agitée. Mais notre artillerie prise de folie continuait de tirer, comme si elle eût voulu les broyer tous. Les obus encerclaient le groupe terré, se rapprochaient encore, allaient les écraser…

Alors, l’homme se leva tout droit, à découvert, et d’un grand geste fou, il brandit son fanion, au-dessus de sa tête, face aux fusils. Vingt coups partirent. On le vit chanceler et il s’abattit, le corps cassé, sur les fils acérés dont les liens le reçurent. »

croix-bois-roland-dorgeles
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Cover

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009.

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008 en ook mijn blog van 15 juni 2009. 

Because of this Modest Style

It’s how she spreads, without a sound, her scent
of orange blossom on the dark of me,
it is the way she shrouds in mourning black
her mother-of-pearl and ivory, the way
she wears the lace ruff at her throat, and how
she turns her face, quite voiceless, self-possessed,
because she takes the language straight to heart,
is thrifty with the words she speaks.
It’s how
she is so reticent yet welcoming
when she comes out to face my panegyrics,
the way she says my name

mocking and mimicking, makes gentle fun,
yet she’s aware that my unspoken drama
is really of the heart, though a little silly;
it’s how, when night is deep and at its darkest,
we linger after dinner, vaguely talking
and her laughing smile grows fainter and then falls
gently on the tablecloth; it’s the teasing way
she won’t give me her arm and then allows
deep feeling to come with us when we walk out,
promenading on the hot colonial boulevard. . .

Because of this, your sighing, modest style
of love, I worship you, my faithful star
who like to cloud yourself about in mourning,
generous, hidden blossom; kindly
mellowness who have presided over
my thirty years with the self-denying singleness
a vase has, whose half-blown roses wreathe with scent
the headboard of a convalescent man;
cautious nurse, shy
serving maid, dear friend who trembles
with the trembling of a child when you revise
the reading that we share; apprehensive, always timid
guest at the feast I give; my ally,
humble dove that coos when it is morning
in a minor key, a key that’s wholly yours.

May you be blessed, modest, magnificent;
you have possessed the highest summit of my heart,
you who are at once the artist
of lowly and most lofty things, who bear in your hands
my life as if it was your work of art!

O star and orange blossom, may you dwindle
gently rocked in an unwedded peace,
and may you fade out like a morning star
which the lightening greenness of a meadow darkens
or like a flower that finds transfiguration
on the blue west, as it might on a simple bed.

 

Vertaald door Michael Schmidt

Velarde
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007.

Uit: Heimkehr nach Björndal

es war noch dunkel, als Mekkal, der Holzfäller, sich auf den Weg machte. Schnell und so leise wie möglich ging er über das Doppelfeld des abgeernteten Ackers. Er musste sich fest auf seinen Stock stützen, um über den Graben zu kommen, und als er mit einem weiteren Schritt auf der Fahrstraße landete, krachte das Eis der gefrorenen Wasserpfützen zu laut, dass er vor Schrecken beinahe in den Graben gefallen
wäre. Vorsichtig ging er auf der Gras kannte neben dem Weg weiter, wandte jedoch den Kopf immer wieder lauschend zum Hof zurück. Aber kein anderer Laut war hörbar als das Knistern des steifgefrorenen Glases, durch das seine Füße streiften, in der Windhauch, wie er in stillen Spätherbstlichnächten eigen ist. Zwar vermeinte er die Dachgiebel des Hofes gegen den Himmel zu erkennen, aber es war so dunkel, dass er dies wohl eher glaubte als wirklich sah. Die Stille rings um ihn und der Gedanke, dass er ungehindert und unbemerkt zu Landstraße hinuntergelangt war, ließen ihn nun nach der Spannung zur Ruhe kommen, und er blickte wehmütig zu den Häusern zurück, die in der Dunkelheit verborgen lagen….

Gulbranssen

Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec.

Chanson Québec

Partout on dit, l’oeil fixé sur les flots,
L’esquif brisé s’abîme sous l’orage.
O Canada ! ton nom n’a plus d’échos,
Et tes enfants chéris ont fait naufrage.
Mais non, ils ne périront pas,
Une voix tout-à-coup s’écrie :
Le soleil dore au bout des mâts
Le vieux drapeau de la patrie,
De la patrie.

Canadien, tu connus cette voix ;
Le ciel pour nous, souvent l’a fait entendre :
Dans nos malheurs, hélas, combien de fois
Nous avons cru notre Ilion en cendre ?
Enfants jetés hors des berceaux,
On nous expose sur le Tibre,
Mais Rome sortit des roseaux…
Et Rome aussi bientôt fut libre,
Bientôt fut libre.

Mais si la nue éclipsa dans les cieux,
Plus d’une fois notre étoile sacrée ;
Après l’orage à son front radieux
On reconnut sa gloire à l’empyrée.
Phare qui ne s’éteint jamais,
Elle éblouit la tyrannie,
Qui droit sur l’écueil des forfaits
Ira jeter sa barque impie,
Sa barque impie.

francois-xavier-garneau

François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
Standbeeld in Ville de Québec.

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 juni 2009.

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978) woont en werkt als podiumdichter in Amsterdam. In 2004 won hij de VU poëzieprijs. Bernard Wesseling heeft met zijn debuutbundel Focus de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2007 gewonnen. Eerder verscheen van hem de roman De favoriet. Zie ook mijn blog van 3 april 2006.

Breng je helden om

Sta ze tegen een muur
op volgorde van grootte, goed en kwaad wat jij wil
blinddoek ze niet je moet ze recht in de kokkers zien
je gaat hier je bankroet teniet doen

goed
laat ze nog één keer:
– horloge en lucht controleren alsof er nog iets aankomt waar jij niet bij kan
– met de laars een peuk opsteken, de lege colt aaien
– een gitaar in de hens zetten
– dassen schikken, sikken strijken, kop in de nek gooien en bulderen
– iets ongekend bijdehands roepen dat je nog geen boterhamzak durft op te blazen
of iets Amerikaans met
Saiofuckinnara op het eind

beheersing, behéérsing-
richt. je. afgewogen. vuurwapen. en. vuur.
vuur!
vuur een zee
vuur met ogen dicht desnoods
vuur de engelen die ze komen halen ondersteboven
vuur de aarde rond en voel de kogels in je eigen rug terug

en kijk:
staande gebleven ben je zelf
ongenadig, rokend

vanaf de vlakte ziet er een omhoog naar je zwavelomzwachtelde bokkenpoten.

wesseling

Bernard Wesseling (Amsterdam, 1978)

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès, Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

  Uit: Nog pas gisteren

“En ook de dood vreesde Riek.
Niet zoals de oude meneer was gestorven omdat hij oud en ziek was; en bij hem paste niets van verschrikking.
Maar op een keer was Roos de naaister zo maar ineens ’s morgens dood. Haar man, de schrijver van het fabriekskantoor, kwam het vertellen aan papa en mama, hij hurkte neer.
‘Ja… zo… erg benauwd was zij… zo ineens…’, zei hij, en knikte een paar maal met zijn hoofd. En toen papa en mama verder vroegen, zei hij het nog eens, precies het zelfde.
Hij was een kleine stijve man, mager en gespierd, keurig gekleed; zijn ogen staarden recht en star voor zich uit, zonder enige uitdrukking.
Mama wond zich erg op. ‘Maar waarom heb je ons niet geroepen?… en… en… en… Oerip? of Mangoen? de wasman? die woont toch vlak naast je!’ Maar hij herhaalde alleen maar, ‘zo ineens… ja…’ Er zou een dokter moeten komen, maar de Hollandse dokter in de stad was al een tijdlang zelf ziek, en de Javaanse dokter juist die dag op reis. Papa en mama gingen wel kijken, maar Roos was dood, en moest begraven worden nog voor zonsondergang.
Op de trappen van de achtergalerij zaten ’s middags Riek en de nichtjes en regen witte melatti’s aan draden voor de begrafenis, dat had Oerip hen gewezen. Daarna was Oerip met mama naar de linnenkast gegaan, en even later kwam zij weer voorbij met een blok ongebleekt katoen in haar handen.
‘Voor Roos, om haar aan te kleden!’ fluisterde As-si gewichtig.
Riek keek haar aan. Roos in ongebleekt katoen! dat zo lelijk is en goor, met harde zwarte pukkeltjes, en dat muf ruikt!
‘En waarom niet in haar eigen batikkain en baadje? en haar onderlijfje met gouden pondjes?’
‘Mag niet’, zei Assi.
‘En haar ringen en oorknoppen en bloemen?’
‘Mag ook niet’, zei Assi.
Riek had ineens een hekel aan Assi, en reeg verder aan de slingers, zonder meer iets te zeggen. Het werden mooie lange witte bloemslingers, voor Roos.”

dermout

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Met haar beide kinderen, Ettie en Hans, in 1912

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zijn opleiding kreeg hij aan de North Hunterdon High School nabij Clinton, New Jersey,. In 1983-84 bracht zijn familie een jaar door in Nepal en Sri Lanka. In zijn eerste twee romans verwerkte hij zijn ervaringen als soldaat. Hij ging in het leger toen hij 21 was en diende vier jaar, o.a. in Somalië in 1992-93 en in Haïti in 1994. De jaren die volgden op het leger bracht hij schrijvend en guitaar spelend door in het Noordamerikaanse folk circuit. In 2002 verscheen de roman The Ice Beneath You waarin een klein gedeelte van de verhalen die hij in die tijd schreef verwerkt is.

Uit: Voodoo Lounge

Dawn came with engines half, running the north side of Île de la Gonâve. The immense aircraft carrier Eisenhower stood a mile off their port quarter. The white hospital ship Comfort with the big red cross steamed closer and closing, a few points off the starboard quarter. It described an arc, the measure between the two bigger ships; a starting point and an ending.

Through the purple of sunrise she could see mountains now, misty gray-green jungle, glowing orange points of fire and black-blue plumes of smoke and cloud rising over it all. When they cleared Île de la Gonâve it was laid out in front of them, the inside of a crescent, green and shimmering, wind thick with salt and overripe fruit again, shades of charcoal and diesel and dung. And now, faintly, noise — the sound of Haiti. A low thump with no steady rhythm, a deep-bass heartbeat working an invisible echo inside the bowl of the Port-au-Prince basin.

The kitchen private Cain crept up the catwalk to the bow with coffee in a canteen right before all this, right before the dawn. “Y’all kill ‘em dead now, hear?” the skinny cook whispered, then scurried back to the house. Temple stowed the warm canteen then rolled to his side and pissed down into the open well-deck, sprinkling the tops of the unmanned trucks and Humvees lined up twenty feet below; their cargo, the port-opening package for 10th Mountain Division. Jersey, having thought this through, scrambled behind a mound of sandbags and, in the last moment before daylight made them visible to the bridge, pushed her pants down clear of hips and squatted over a Styrofoam cup. In one motion her left hand drew her BDUs back up while her right tossed the overfilled cup over the side.

“Nice,” Temple said, packing his smiling jaw with a chew. “Be all you can be.”

They heard Riddle’s voice on the radio, asking the bridge if they were allowed to smoke yet.“

ChristianBauman

Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

Die Art wie Gedichte arbeiten

Die Art wie Gedichte arbeiten
indem sie glitzern
in allergrößter Beiläufigkeit
oder sich öffnen und
hypnotisch leuchten
oder wirklichkeitsfremd
sind die Welt schwierig finden
verfliegen
Die Art wie Gedichte arbeiten
gewöhnlich und fähig
sich selbst zu illustrieren
sich der Ferne zu nähern
so dass sie fern bleiben darf
Die Art wie Gedichte arbeiten
mit Aufenthaltserlaubnis
und Flugschein
ist dem Winter durch Leugnen
immer näher zu kommen
Letztlich ein vollkommener
Kreis um die Kälte
und dabei immer
ein wenig über ihr
wie eine Boeing
die noch nicht landen darf
aber dadurch für alle unten
sichtbarer wird
Die Art wie Gedichte arbeiten
um aufzufangen und die
dreißig Seiten die nie irgendwer
geschrieben hat
in sich aufnehmen
als Fracht die du in
den Händen hältst
in der du den Himmel erkennst
den Atemzug abpasst
der dich glücklich macht
Die Art wie Gedichte arbeiten
ist zufällig
mutwillig
und von gleißend heller
Selbstverständlichkeit

Scheuermann

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

Uit: Quand j’étais montmartrois

“Ceux d’entre nous qui peignaient ne trouvaient, pour acheter leurs toiles, que des amateurs lésineurs ou bien des marchands en plein vent, qui leur offraient dix francs d’un paysage qu’on revendrait un jour vingt mille. Les écrivains devaient intriguer, jouer des coudes, pour parvenir à glisser un sonnet dans des revues insoupçonnées qu’eux seuls savaient découvrir chez quelque imprimeur famélique, et si, ayant besoin de manger, ils se risquaient dans la grande presse, on leur offrait deux sous la ligne pour rédiger des faits divers, ou bien on leur payait vingt francs un conte de deux colonnes, que le rédacteur en chef avait l’air de prendre avec des pincettes.

C’est un aveu qui me coûte, mais nos physionomies ne plaisaient guère aux gens en place. Ils nous trouvaient encombrants, insolents, arrivistes, ignorants, mal élevés, bref tout ce que les personnes d’un certain âge ont coutume de reprocher à leurs cadets. Pas un de nous, pas un seul, ne fut aidé par un aîné illustre -écrivain ou peintre arrivé- qui aurait pris le débutant par la main pour lui faciliter les premiers pas. Ce parrainage, sans doute, était passé de mode. Les hommes célèbres nous ignoraient résolument, et je crois que cela devait les distraire de nous voir nous débattre, rageurs et honteux, avec les marchands, les éditeurs, les directeurs, qui ne se lassaient pas de nous répondre “non” et multipliaient les embûches devant nous, comme si nous avions joué au jeu de l’oie.”

Dorgelès

Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook mijn blog van 15 juni 2007 en ook mijn blog van 15 juni 2008.

Because of this Modest Style

It’s how she spreads, without a sound, her scent
of orange blossom on the dark of me,
it is the way she shrouds in mourning black
her mother-of-pearl and ivory, the way
she wears the lace ruff at her throat, and how
she turns her face, quite voiceless, self-possessed,
because she takes the language straight to heart,
is thrifty with the words she speaks.
It’s how

she is so reticent yet welcoming
when she comes out to face my panegyrics,
the way she says my name
mocking and mimicking, makes gentle fun,
yet she’s aware that my unspoken drama
is really of the heart, though a little silly;
it’s how, when night is deep and at its darkest,
we linger after dinner, vaguely talking
and her laughing smile grows fainter and then falls
gently on the tablecloth; it’s the teasing way
she won’t give me her arm and then allows
deep feeling to come with us when we walk out,
promenading on the hot colonial boulevard. . .

Because of this, your sighing, modest style
of love, I worship you, my faithful star
who like to cloud yourself about in mourning,
generous, hidden blossom; kindly
mellowness who have presided over
my thirty years with the self-denying singleness
a vase has, whose half-blown roses wreathe with scent
the headboard of a convalescent man;
cautious nurse, shy
serving maid, dear friend who trembles
with the trembling of a child when you revise
the reading that we share; apprehensive, always timid
guest at the feast I give; my ally,
humble dove that coos when it is morning
in a minor key, a key that’s wholly yours.

May you be blessed, modest, magnificent;
you have possessed the highest summit of my heart,
you who are at once the artist
of lowly and most lofty things, who bear in your hands
my life as if it was your work of art!

O star and orange blossom, may you dwindle
gently rocked in an unwedded peace,
and may you fade out like a morning star
which the lightening greenness of a meadow darkens
or like a flower that finds transfiguration
on the blue west, as it might on a simple bed.

 

Vertaald door Michael Schmidt

Velarde

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Hij schreef o.a. een driedelige geschiedenis van de Frans Canadese natie tussen 1845 en 1848. Het werk was een reactie op het Durham rapport waarin gepleit werd voor een assimilatie van het Franse Canada aan Engels Canada.

Au Canada (Fragment)

« Pourquoi mon âme est-elle triste? »
Ton ciel est pur et beau; tes montagnes sublimes
Élancent dans les airs leurs verdoyantes cimes;
Tes fleuves, tes vallons, tes lacs et tes côteaux
Sont faits pour un grand peuple, un peuple de héros.
A grands traits la nature a d’une main hardie
Tracé tous ces tableaux, oeuvres de son génie.
Et, sans doute, qu’aussi, par un dernier effort,
Elle y voulut placer un peuple libre et fort,
Qui pût, comme le pin, résister à l’orage,
Et dont le fier génie imitât son ouvrage.
Mais, hélas! le destin sur ces hommes naissants
A jeté son courroux et maudit leurs enfants.
Il veut qu’en leurs vallons, chassés comme la poudre,
Il ne reste rien d’eux qu’un tombeau dont la foudre
Aura brisé le nom que l’avenir, en vain,

Voudra lire en passant sur le bord du chemin.
De nous, de nos aïeux la cendre profanée
Servira d’aliment au souffle de Borée;
Nos noms seront perdus et nos chants en oubli,
Abîme où tout sera bientôt enseveli.

Francois-Xavier_Garneau

François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 15 juni 2007.

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894.