Charles Harpur, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Nescio, Willie Verhegghe, Albert Besnard, Dolce far niente

Dolce far niente

 

Landschap in de vroege zomer door Johan Krouthén, 1917


Early Summer

’Tis the early summer season, when the skies are clear and blue;
When wide warm fields are glad with corn as green as ever grew,
And upland growths of wattles engolden all the view.
Oh! Is there conscious joyance in that heven so clearly blue?
And is it a felt happiness that thus comes beating through
Great nature’s mother heart, when the golden year is new?

When the woods are whitened over by the jolly cockatoo,
And swarm with birds as beautiful as ever gladdened through
The shining hours of time when the golden year was new?

 

Charles Harpur (23 januari 1813 – 10 juni 1868)
Windsor, New South Wales, de geboorteplaats van Charles Harpur

 

De Nederlandse dichter en schilder Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

Averij  

Zo lang er schepen vergaan is er leven:
er drijft weer van alles.

Onder het zwarte scherm van de hemel verdelen
ze haastig de buit, de zee iets, het strand wat.

Boven de vloedlijn een zootje plasma-tv ‘s, 
in hoge nood door een schip uitgedreven.

In het licht van mijn lamp ontvouwt zich
drama op drama.

Alles wil worden gefilmd tegenwoordig,
tot aan de pokken en schimmels op het wrakhout,

zelfs onze wratten willen bewegend in beeld.
Wij zwervers en jutters willen bedoeld zijn,

niet ergens toevallig gegroeid.

 

De raadselestafette

Droevige warmte hangt in de bomen.
Winters mogen voorbij gaan, maar zomers.

Onder de heg wacht een lijster. Waarop?
Op applaus?

Waar stront taalt naar strontvlieg en zaad
zich verplaatst in de darmen van vogels,
daar kun je alles verwachten.

Terug redenerend ontdek je patronen zo
grillig alsof ze blind zijn getekend.

We moeten evenwel verder.
Het raadsel dragend, de een aflossend de ander,
en zo maar voort,

je weet niet eens wat je doorgeeft.

Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)
Dansfeest door Henk van Loenen / Julien Holtrigter, z.j.

 

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

Dit gedicht

Ik laat mezelf
niet navertellen.

Ook met je oor tegen dit raam
blijf ik stil.
Gedichten spreken niet
uit zichzelf.

Roddels doen dat
en geruchten.

Ik hou me koest
tussen mijn woorden
met geduld van beton
en de kleur van wind.

Haal pas adem

wanneer iemand
mijn letters
met lippen
aan elkaar knoopt.

 

Zullen we een bos beginnen?

Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.

Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt

of in de zondagzon
samen zwijgen.

En als ze ’s avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)


De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

Uit: Insula Dei

“Februari 1942. Een grauwe, ijzige, dooie dag. Een stijve noordooster, eenige graden vorst, een bedekte lucht en sneeuw op de straten. Rulle, harde sneeuw, bijeengeveegd in bergjes aan de randen van de trottoirs, smalle, platgetrapte paden, waar de menschen achter elkaar, moeizaam en soms strompelend loopen, kijken naar elkaars beenen, elkaar aanraken bij ’t passeeren, elkaar aanraken bij ’t inhalen. In de zijstraten ligt op den rijweg de sneeuw dik en rul.
Een onherbergzame wereld en een havelooze wereld. Kou en armoede. Armoede in de vele gegroefde, magere gezichten, armoede in de gesloten luiken voor vele winkels, armoede in de bevroren winkelruiten, armoe in de tramrails waar geen tram over rijdt al is daar de sneeuw zoo wat geruimd, armoede in het rijtje menschen bij den hoek voor den winkel van Jamin bij een sneeuwbergje twee meter hoog, armoede in de stalletjes met bevroren visch, waar niemand koopt, armoede in wat je opvangt van de gesprekken.
‘Ik heb nog een sakkie kolen en wat turfe.’ Een vrouw is in gesprek met een andere en roept ’t over de heele breedte van de straat. Een ander, een eind verder: ‘Ik heb nix meer in huis.’
Armoe in de hoofden: bonnen, eten en brandstoffen. En: ‘hoe lang nog?’ Vooral de kinderen in hun groei, van veertien tot twintig, die hebben zoo veel noodig.
De winkel van den poelier is niet te vinden. Hij heeft groote vellen geel carton voor z’n ramen en zwart papier voor ’t glas van z’n deur, hij heeft geen naam of ander opschrift op z’n ruiten, hij is onherkenbaar en verdwenen, een vrouwtje komt uit z’n deur, er is niets bizonders aan haar, behalve dat ze uit zoo’n mysterieus huis komt.
Dit is niet zoo maar een dag in Februari, dit is een dag in de laatste Februarimaand, waarna geen maand meer komt. Een heer met hoed, boord en das en een heel fatsoenlijke duffelsche overjas trekt een klein sleetje achter zich aan met een klein beetje anthraciet er op, hij wil probeeren deze maand Februari te overleven, ondanks de pijnlijke, witte onbegaanbare wereld beneden en de genadeboze grauwe lucht er boven en de ijzige wind. Wij willen ’t allemaal, behalve de menschen, die de bevroren visch niet knopen van de kleumende en trappelende venters op ’t Dapperplein, die in hun handen blazen. Waarom koopt niemand die visch? Is die visch zoo duur, dat de gedachte deze maand Februari misschien te overleven, er eindelijk bij bezwijkt?”

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)
Cover

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

Eddy Merckx

Zeus Merckx
wielergod en millimetersleutelaar
die uit de ijle hoogten van zijn flitsend rijk
met bovenaardse kracht uit dij en kuit
meer dan de helft van duizend palmen
op gouden vingers aan het ivoren kromstuur
telt en telt.

Tussen Milano en San Remo zeven keer
de roes van Poggio en feestfontein,
ongekroonde keizer van Tre Cime di Lavaredo,
Ballon d’Alsace, Ventoux en Izoard,
één uur Montezuma – Merckx in Mexico.

Heerser over allen die hun lamme lijf
in de schaterende schaduw van zijn wurgend wiel
te pletter en aan splinters fietsen.
Alom geweeklaag, geknars van tand en wielen.

Meer omnivoor van alle wielervoer
dan kannibaal van Meensel-Kiezegem.
Nu haute-couture-fietsenbaas in Meise.

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)
Eddy Merckx


De Nederlandse dichter Albert Pierre Adolphe Aloysse Besnard werd geboren in Den Haag op 22 juni 1887. Zie ook alle tags voor Albert Besnard op dit blog.

Avond

I

Aan het Strand

En immer, sinds den vollen middag, neeg
De zon, tot hij het gulden
Gelaat in neev’len hulde
En peinzend in de zee ten onder zeeg…

En heel de stille moede aarde zweeg,
Die geene klanken duldde
Zoolàng zijn stralen vulden
Den purp’ren einder, zij het vaag en veeg
…………….
…………….

Het goud op ’t stervend vlinderwiekje kwijnt
En huiv’rend wordt geboren
Een bleek en weenend gloren
Dat als een wade op de golven deint…          

II

In het Bosch

Als over ’t woud de avondsluier is gedaald
Kom liefste met me naar de wond’re dingen luist’ren
Waarvan in hunne kruin de oude boomen fluist’ren
En hoor hoe ’t woud van liefde eeuwenoud verhaalt.

Op moede vleugel van de stille nachtwind dwaalt
De zoet geheime huiver van het heilig duist’ren;
Dàn voelt mijn ziel in wonderbare ban zich kluistren
En zoekt een woord, dat weif’lend op de lippen draalt.

Een zweem van sterven wijlde in uw kwijnend oog
Zooals bij nacht de bloemen die, hun kelken geloken,
Met vaag verlangen beiden, tot in schemering gebroken,
De nacht verzwijmt, en ’t licht voorbij de kimmen toog…

Albert Besnard (22 juni 1887 – 1 oktober 1966)
Den Haag – Scheveningen


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Charles Harpur

De Australische dichter Charles Harpur werd geboren op 23 januari 1813 in Windsor, New South Wales, als derde kind van Joseph Harpur – oorspronkelijk afkomstig uit Kinsale, County Cork, Ierland, en Sarah, geboren Chidley uit Somerset. Harpur volgde het basisonderwijs in Windsor. Dit werd waarschijnlijk grotendeels aangevuld door privéstudie; hij was een enthousiaste lezer van William Shakespeare. Harpurs vroege poëtische aspiraties vonden een uitlaatklep in de vorm van talloze krantenpublicaties, waardoor zijn werk bekend werd. Hij publiceerde zijn eerste gedicht “The Wreck” op 20 december 1833, in The Australian, op de leeftijd van 20 jaar. Dit werd gevolgd door honderden anderen in de daaropvolgende 35 jaar. Harper verzamelde knipsels van deze individuele werken in plakboeken en schreef ze op in bloemlezingen, die hij probeerde te publiceren, maar er waren weinig uitgevers in Australië in het begin van de 19e eeuw, dus zijn gebrek aan succes is niet verrassend. In totaal schreef hij meer dan 700 gedichten, die hij voortdurend herzag, zodat er ongeveer 2.200 versies van bestaan. Tot zijn meest opvallende werken behoren “The Nevers of Poetry”, een reeks instructies over poëtische kunst en “The Creek of the Four Graves”, waarin de dood van een inboorling en drie kolonisten wordt beschreven in een nachtelijke aanval op hun kamp. In Sydney ontmoette hij Henry Parkes, Daniel Deniehy, Robert Lowe en W. A. ​​Duncan, die in 1845 het eerste bundeltje van Harpur, “Thoughts, A Series of Sonnets” publiceerde. Harpur was twee jaar eerder uit Sydney vertrokken en werkte samen met een broer aan de rivier de Hunter als boer. In 1850 trouwde hij met Mary Doyle en werkte hij enkele jaren met wisselend succes.schapenfokker. In 1858 werd hij benoemd tot goudcommissaris in Araluen met een goed salaris. Hij bekleedde de functie acht jaar en had ook een boerderij op Eurobodalla. Harperkreeg tuberculose in de harde winter van 1867 en stierf op 10 juni 1868. Een editie van de verzamelde gedichten van Harpur werd pas gepubliceerd in 1883.

The End Of The Book

My work is finished that has been to me
My only solace for this many a day.
But whether it in other company
May so beguile the time and hue the ray
Of loneliness and thought, I dare not say;
Nor whether with the future it shall be
A thing of note, nor whether presently
’Tis doomed to waste like a thin mist away.
Yet whatsoever be its worldly lot,
I know that, hive-like, it with love is stored,
And that through all its pages I have not
Written one wilfully misleading word,
Or traced one feeling that my heart ignored—
One line that truth has counselled me to blot.

 

Modern Poetry

How I hate those modern Poems
Vaguer, looser than a dream!
Pointless things that look like poems
Only, to some held-back theme!
Wild unequal, agitated,
As by steam ill-regulated –
Balder-dashie steam!
And if (in fine) not super-lyrical,
Then vapid, almost to a miracle.

 

Sonnet

SHE loves me! From her own bliss-breathing lips
The live confession came, like rich perfume
From crimson petals bursting into bloom!
And still my heart at the remembrance skips
Like a young lion, and my tongue too trips
As drunk with joy! while every object seen
In life’s diurnal round wears in its mien
A clear assurance that no doubts eclipse.
And if the common things of nature now
Are like old faces flushed with new delight,
Much more the consciousness of that rich vow
Deepens the beauteous, and refines the bright,
While throned I seem on love’s divinest height
’Mid all the glories glowing round its brow.

Charles Harpur (23 januari 1813 – 10 juni 1868)