Dolce far niente, Murat Isik, Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Justus van Maurik

Dolce far niente

 


City Sphere Bijlmer: Overpass (man) door Baukje Spaltro, 2016

 

Uit: Wees onzichtbaar

“Het riante appartement in de Bijlmermeer met drie slaapkamers, een ruime woonkamer, centrale verwarming en een badkamer zo groot dat die mij deed denken aan de gemeenschappelijke badhuizen die ik uit Hamburg kende, stond symbool voor de duizelingwekkende vooruitgang.
Hoe moeizaam de eerste jaren van hun huwelijk ook waren geweest, toen mijn ouders na elf jaar voor het eerst een huis hadden dat alleen hun toebehoorde, moet hen dat als mens veranderd hebben. Het gaf ze onmiskenbaar een stuk van hun waardigheid terug, het schonk ze een tot dusver ontbrekend stukje levensgeluk en de hoop dat hun leven er vanaf dat moment anders zou inzien, omdat ze een weg waren ingeslagen die hun nog meer voorspoed zou brengen, een degelijke Hollandse weg in poldergebied, met bewegwijzering, heldere verlichting en een vluchtstrook voor de moeilijke momenten die ieder leven kent.
Misschien veranderden mijn ouders daardoor in die eerste jaren in de Bijlmer in de echtgenoten die ze nooit waren geweest, en leerden die twee zo wezenlijk van elkaar verschillende man en vrouw het iets beter met elkaar te vinden. Want niet langer werden ze alleen maar geconfronteerd met hun onoverbrugbare verschillen, niet langer was het gezin het enige wat hen bond; er was nu plotseling het nieuwe en gedeelde Hollandse geluk, dat net zo romig en vol was als de melk en kaas die we hier in overvloed leerden drinken en eten.
Het moet dat onbekende geluksgevoel zijn geweest dat ik als kind in die eerste jaren zo fel zag schitteren. Het schonk mijn kleine wereld een heerlijke warme gloed. En hoe vanzelfsprekend en vertrouwd dat geluk op een gegeven moment ook aanvoelde, het was broos. Maar dat zagen we toen niet, en ik als kleine jongen al helemaal niet. We wisten niet dat we dat geluk moesten koesteren. We wisten niet dat het maar kort zou duren. “


Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)
Izmir

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog.

Beasts Bounding Through Time

Van Gogh writing his brother for paints
Hemingway testing his shotgun
Celine going broke as a doctor of medicine
the impossibility of being human
Villon expelled from Paris for being a thief
Faulkner drunk in the gutters of his town
the impossibility of being human
Burroughs killing his wife with a gun
Mailer stabbing his
the impossibility of being human
Maupassant going mad in a rowboat
Dostoyevsky lined up against a wall to be shot
Crane off the back of a boat into the propeller
the impossibility
Sylvia with her head in the oven like a baked potato
Harry Crosby leaping into that Black Sun
Lorca murdered in the road by Spanish troops
the impossibility
Artaud sitting on a madhouse bench
Chatterton drinking rat poison
Shakespeare a plagiarist
Beethoven with a horn stuck into his head against deafness
the impossibility the impossibility
Nietzsche gone totally mad
the impossibility of being human
all too human
this breathing
in and out
out and in
these punks
these cowards
these champions
these mad dogs of glory
moving this little bit of light toward us
impossibly.


Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Hier met de acteur Mickey Rourke (r) op de set van Barfly in 1987

 

De Duitse dichter en schrijver Reiner Kunze werd geboren op 16 augustus 1933 in Oelsnitz, Erzgebirge. Zie ook alle tags voor Reiner Kunze op dit blog.

Zuflucht noch hinter der Zuflucht
(für Peter Huchel)

Hier tritt ungebeten nur der wind durchs tor

Hier
ruft nur gott an

Unzählige leitungen läßt er legen
vom himmel zur erde

Vom dach des leeren kuhstalls
aufs dach des leeren schafstalls
schrillt aus hölzerner rinne
der regenstrahl

Was machst du, fragt gott

Herr, sag ich, es
regnet, was
soll man tun

Und seine antwort wächst
grün durch alle fenster

 

Nach der Geschichtsstunde

Die damals, der
Tamerlan war der
grausam: zehntausende seiner gefangenen ließ er

binden an pfähle, mit mörtel und lehm
übergießen lebendig
vermauern

Tochter, die teilweise ausgrabung
jüngster fundamente
wird bereits
bereut

 

Die Mauer

Als wir sie schleiften, ahnten wir nicht,
wie hoch sie ist
in uns

Wir hatten uns gewöhnt
an ihren horizont

Und an die windstille

In ihrem schatten warfen
alle keinen schatten

Nun stehen wir entblößt
jeder entschuldigung


Reiner Kunze (Oelsnitz, 16 augustus 1933)
Cover

 

De Duitse (toneel)schrijver Moritz Rinke werd geboren op 16 augustus 1967 in Worpswede bij Bremen. Zie ook alle tags voor Moritz Rinke op dit blog.

Uit: Also sprach Metzelder zu Mertesacker …

“Es gab schon viele Momente, in denen ich zu einem Bewunderer von Franz Beckenbauer hätte werden können. 1974 zum Beispiel, während der WM, da war ich sechs. Mein Großvater, der eigentlich seit 1945 die Schnauze voll hatte von Lichtgestalten, sagte immer: »Ohne Franz und die Nacht von Malente hätten wir die Holländer nie geschlagen!« Die Nacht von Malente fand in der schleswig-holsteinischen Sportschule statt nach der 0:1-WM-Niederlage gegen die DDR durch das Tor von Sparwasser. In Malente gab es winzige Zimmer, Toiletten und Waschräume nur auf dem Gang. In irgendeinem dieser Waschräume soll Beckenbauer zur Lichtgestalt geworden sein. Mein Großvater war Maschinist bei der »Kaiserbrauerei Beck & Co« in Bremen. 1974 hielt auch mein Großvater im kleinen Aufenthaltsraum der Maschinisten, die ihre Arbeit niederlegen wollten, eine Rede im Geiste von Beckenbauer und Malente. Kurze Zeit später expandierte die Produktion vom Hemelinger (so eine Art Sparwasser) zum landesweiten Beck’s als Fassbier. Als mein Großvater fünfundzwanzig Jahre nach sei-nem letzten Arbeitstag beerdigt wurde, habe ich auf dem Friedhof in Bremen von Malente gesprochen. Und vom Aufenthaltsraum der Maschinisten. Von Beck’s-Bier war keiner da, vermutlich waren jene, die meinen Großvater noch kannten, schon tot. Eine Woche später habe ich dann Beckenbauer beim DFB-Pokalfinale im Berliner Olympiastadion kennengelernt, wir wurden uns sogar vorgestellt, vom Altbundeskanzler, ich glaube, der dachte, ich sei Brdarid von seinem Heimatklub Hanno-ver 96. Ich will ja nicht mit Namen um mich werfen, aber Karl-Heinz Rummenigge und Oliver Bierhoff standen auch daneben. Mensch BIER hoff, dachte ich, das ist doch ein Zeichen! »Mein Großvater hat Sie sehr verehrt, obwohl er Bremer war und Sie Bayer«, sagte ich zu Beckenbauer. »Mein Großvater sprach oft von der Nacht von Malente.« »Ach, Malente«, sagte Beckenbauer. Er schien gerührt. Der Altbundeskanzler sagte noch: »Ich habe so etwas mal auf dem Parteitag in Mannheim erlebt, wenn man plötzlich zusammenrückt!« Auch der Altbundeskanzler war nun gerührt, inmitten des Trubels in dieser Ehrenhalle der Selbstdarsteller. Beide schienen zurückzublicken, der eine nach Mannheim, wo er dicht an der Basis war; der andere nach Malente, wo ein großer Geist in einem winzigen Zimmer war. »Sie schreiben also Gedichte?«, fragte Beckenbauer, ich hatte ihm mittlerweile erklärt, dass ich nicht Brdaric von Hannover 96 bin, sondern Schriftsteller. »Nein, Herr Beckenbauer«, antwortete ich, »aber ein Kollege von mir aus München schreibt sogar Gedichte über Fußball. Kennen Sie die Ode an Kahn?« »Es gibt eine Ode an Kahn?«, fragte Beckenbauer begeistert und erkundigte sich bei Rummenigge, ob er diese Ode kenne, aber Rummenigge sagte nur: »Hm, nee, Ode??«, und sprach schon mit einem anderen.“

 
Moritz Rinke (Worpswede, 16 augustus 1967)

 

De Hongaarse dichter Ferenc Juhász werd geboren op 16 augustus 1928 in Biatorbágy. Zie ook alle  tags voor Ferenc Juhász op dit blog.

Eternal Moment

What you don’t trust to stone
and decay, shape out of air.
A moment leaning out of time
arrives here and there,

guards what time squanders, keeps
the treasure tight in its grasp –
eternity itself, held
between the future and the past.

As a bather’s thigh is brushed
by skimming fish – so
there are times when God
is in you, and you know:

half-remembered now
and later, like a dream.
And with a taste of eternity
this side of the tomb.

 

Rayfiower

Rayflower
about the head
so flickery
then fled

Above the shoulders
below the chin
a lonely night-light
is carried in

In front of the chest
lace-foam flying
already the fire there
fading dying

In the swelling
of the belly
a shadow spreads
enormously

Ina dark sea
no foot lingers
fearing to leave
the lucifer finger

 

Vertaald door Sandor Weöres

 
Ferenc Juhász (16 augustus 1928 – 2 december 2015)

 

De Nederlandse schrijver en sigarenfabrikant Justus van Maurik werd geboren in Amsterdam op 16 augustus 1846. Zie ook alle tags voor Justus van Maurik op dit blog.

Uit:Toen ik nog jong was

“- En nu krijg je dan je zin, hè? We gaan strakjes op den toren; bij me blijven, nergens aankomen en precies doen, wat ik zeg, begrepen?
‘k Hoor nog den vriendelijk-stelligen toon, waarop mijn vader me dat zei. Ik was nog maar een klein ventje, hoe oud, weet ik niet juist meer, maar wel herinner ik me, dat ik destijds nog een grijs kieltje droeg met een zwart-lederen riem erom, waarvan de sluiting, een vergulde leeuwenkop, mijn bijzondere voorliefde had.
Mijn lieve, zorgzame moeder trok mijn kieltje glad, streek even over mijn omgeslagen wit boordje, en strikte het gekleurde dasje wat netter er onder, terwijl ze min of meer angstig vroeg: – En beloof je me, dat je je goed zult vasthouden op die steile, donkere trappen! Zul je niet op de balustrade klimmen, of er te ver over gaan hangen? Kindlief, denk erom, er kwam geen stuk van je terecht, als je van zoo’n hoogte naar beneden viel! Heel bedaard blijven, geen haantje de voorste willen wezen en voorzichtig zijn, hoor, vent!
Trappelend van ongeduld – vader stond al op de stoep – beloofde ik alles. Ik luisterde eigenlijk maar half naar hetgeen moeder me zoo bezorgd en vriendelijk zei; het denkbeeld: we gaan boven op den Oudekerkstoren, beheerschte mij volkomen. Ik had zoo dikwijls erom gevraagd, al zoo lang naar dat oogenblik gewenscht – en nu was het gekomen. Ik trilde van zenuwachtige haast en ontworstelde mij eensklaps aan moeders handen, die nog in moeilijkheid waren met de weerbarstige veters van mijn rijglaarsjes.
Moeder keek ons na, toen we samen de straat opgingen en schudde langzaam, vriendelijk glimlachend het hoofd, als wilde zij zeggen: – er is geen zalf aan jou te strijken, kind!
– Gaan we heelemaal naar boven, tot aan ’t haantje toe. – Zien we den torenwachter ook? Mag ik zelf met hem spreken? Ik kreeg een kleur van opwinding, toen ik dat vroeg. Mijn vader lei onder ’t gaan een paar malen zijn kalme hand op mijn petje en zei glimlachend: – Bedaard aan, ventje! vraag niet zoo alles door elkaar, je zult zoo aanstonds je adem wel noodig hebben op de steile trappen.”

 
Justus van Maurik (16 augustus 1846 – 18 november 1904)
Portret door Johan Braakensiek, ca. 1900

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e augustus ook mijn blog van 16 augustus 2016 en ook mijn blog van 16 augustus 2015 deel 2.

Dolce far niente, Willen van Toorn, Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Justus van Maurik

Dolce far niente

 

 
Mercatorplein, Amsterdam

 

Uit: De rivier

“Onze weg liep dood op een soort half plein, waaraan de enorme bakstenen katholieke kerk lag met zijn pastorie en zusterhuis, en daartegenover het broederhuis en een jongens- en meisjesschool, omsloten door hoge muren. De Hoofdweg, een brede weg met bomen die onze weg kruiste, eindigde zowel links als rechts in een plein. Rechts lag het Mercatorplein, links het Surinameplein. Het Mercatorplein was het mooiste plein van de wereld; het had twee vierkante, bakstenen torens met bogen eronder, in het midden een plantsoen met een opgewekt tramhuisje en winkels onder galerijen. Het veel grotere Surinameplein was maar half af; aan de ene kant had je dezelfde galerijen als op het Mercatorplein; ertegenover lag net zo’n tramhuisje middenin een open zandvlakte, onder een groepje populieren. Je vergat nooit dat je aan de rand van de stad woonde. Alle straten die parallel liepen aan onze weg eindigden op een kade van een brede vaart; daarachter lag ‘de polder’, een gebied van kwekerijtjes met kassen, verbonden door smalle looppaden. Je kon de polder alleen in over hoge, houten bruggetjes die ’s nachts met een hek werden afgesloten. Het land van de kwekers lag meters lager dan de stad. Het mooist kon je de ontmoeting tussen stad en polder zien bij de overhaal achter de katholieke kerk; het was een enorme ijzeren installatie, die de roeibootjes waarin de kwekers hun groente naar de stad brachten uit de lage poldervaart tilde en knarsend neerliet in het kanaal dat naar de Centrale Markt leidde. De meeste kwekers waren katholiek, en ze gebruikten hun bootjes niet alleen om hun waren naar de markt te brengen maar, omdat er in de polder geen ander vervoer mogelijk was, ook om voor plechtigheden naar de kerk te gaan. Mijn broers en ik stonden aan de kade en keken hoe complete bruidsstoeten, of een bootje met een doodskist en volgboten vol familieleden in het zwart, of feestelijk geklede families met een huilende dopeling door het ijzeren toestel de stad in werden getild. De Centrale Markt kenden we vanwege de groentewinkel. Af en toe mochten we in de vakantie mee om te kijken. Vaak liepen we erheen, een wandeling van een halfuur door de nog slapende, donkere stad. Mijn vader en Henk waren dan allang op de fiets gegaan. Je kwam op de markt door een hek dat door twee politiemannen werd bewaakt. Wij zeiden dat we voor Hiemstra kwamen en dan mochten we doorlopen. Hiemstra was de man van wie mijn vader de winkel had overgenomen; veel grossiers dachten dat mijn vader een broer van die Hiemstra was en spraken hem zo aan.”

 


Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)
Amsterdam, Postjesweg. Aan deze weg werd Willem van Toorn geboren.

Continue reading “Dolce far niente, Willen van Toorn, Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Justus van Maurik”

My Computer Ate My Homework 2, Dolce far niente, Charles Bukowski

Dolce far niente

 


Computers And Wires door Tommy Midyette, 2011

 

 

My computer

My Computer

“what?” they say, “you got a
computer?”

it’s like I have sold out to
the enemy.

I had no idea so many
people were prejudiced
against
computers.

even two editors have
written me letters about
the computer.

one disparaged the
computer in a mild and
superior way.
the other seemed
genuinely
pissed.

I am aware that a
computer can’t create
a poem.
but neither can a
typewriter.

yet, still, once or
twice a week
I hear:
“what?
you have a
computer?
you?”

yes, I do
and I sit up here
almost every
night,
sometimes with
beer or
wine,
sometimes
without
and I work the
computer.
the damn thing
even corrects
my spelling.

and the poems
come flying
out,
better than
ever.

I have no
idea what causes
all this
computer
prejudice.

me?
I want to go
the next step
beyond the
computer.
I’m sure it’s
there.

and when I get
it,
they’ll say,
“hey, you hear,
Chinaski got a
space-biter!”

“what? “

“yes, it’s true!”

“I can’t believe
it!”

and I’ll also have
some beer or
some wine
or maybe nothing
at all
and I’ll be
85 years old
driving it home
to
you and me
and to the little girl
who lost her
sheep.
or her
computer.

 


Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Andernach. Charles Bukowski werd in Andernach geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2015 en ook mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Alice Nahon

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010. 

Bluebird

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say, stay in there, I’m not going
to let anybody see
you.
there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I pour whiskey on him and inhale
cigarette smoke
and the whores and the bartenders
and the grocery clerks
never know that
he’s
in there.

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say,
stay down, do you want to mess
me up?
you want to screw up the
works?
you want to blow my book sales in
Europe?
there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too clever, I only let him out
at night sometimes
when everybody’s asleep.
I say, I know that you’re there,
so don’t be
sad.
then I put him back,
but he’s singing a little
in there, I haven’t quite let him
die
and we sleep together like
that
with our
secret pact
and it’s nice enough to
make a man
weep, but I don’t
weep, do
you?

 

And The Moon And The Stars And The World

Long walks at night–
that’s what good for the soul:
peeking into windows
watching tired housewives
trying to fight off
their beer-maddened husbands.

 
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Portret door Graziano Origa, 2008

Continue reading “Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Alice Nahon”

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Alice Nahon

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

An Almost Made Up Poem

I see you drinking at a fountain with tiny
blue hands, no, your hands are not tiny
they are small, and the fountain is in France
where you wrote me that last letter and
I answered and never heard from you again.
you used to write insane poems about
ANGELS AND GOD, all in upper case, and you
knew famous artists and most of them
were your lovers, and I wrote back, it’ all right,
go ahead, enter their lives, I’ not jealous
because we’ never met. we got close once in
New Orleans, one half block, but never met, never
touched. so you went with the famous and wrote
about the famous, and, of course, what you found out
is that the famous are worried about
their fame –– not the beautiful young girl in bed
with them, who gives them that, and then awakens
in the morning to write upper case poems about
ANGELS AND GOD. we know God is dead, they’ told
us, but listening to you I wasn’ sure. maybe
it was the upper case. you were one of the
best female poets and I told the publishers,
editors, “ her, print her, she’ mad but she’
magic. there’ no lie in her fire.” I loved you
like a man loves a woman he never touches, only
writes to, keeps little photographs of. I would have
loved you more if I had sat in a small room rolling a
cigarette and listened to you piss in the bathroom,
but that didn’ happen. your letters got sadder.
your lovers betrayed you. kid, I wrote back, all
lovers betray. it didn’ help. you said
you had a crying bench and it was by a bridge and
the bridge was over a river and you sat on the crying
bench every night and wept for the lovers who had
hurt and forgotten you. I wrote back but never
heard again. a friend wrote me of your suicide
3 or 4 months after it happened. if I had met you
I would probably have been unfair to you or you
to me. it was best like this.

 
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

Continue reading “Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Alice Nahon”

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Alice Nahon

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

Friends Within The Darkness

I can remember starving in a
small room in a strange city
shades pulled down, listening to
classical music
I was young I was so young it hurt like a knife
inside
because there was no alternative except to hide as long
as possible–
not in self-pity but with dismay at my limited chance:
trying to connect.

the old composers — Mozart, Bach, Beethoven,
Brahms were the only ones who spoke to me and
they were dead.

finally, starved and beaten, I had to go into
the streets to be interviewed for low-paying and
monotonous
jobs
by strange men behind desks
men without eyes men without faces
who would take away my hours
break them
piss on them.

now I work for the editors the readers the
critics

but still hang around and drink with
Mozart, Bach, Brahms and the
Bee
some buddies
some men
sometimes all we need to be able to continue alone
are the dead
rattling the walls
that close us in.

 

Hooray Say The Roses

hooray say the roses, today is blamesday
and we are red as blood.

hooray say the roses, today is Wednesday
and we bloom wher soldiers fell
and lovers too,
and the snake at the word.

hooray say the roses, darkness comes
all at once, like lights gone out,
the sun leaves dark continents
and rows of stone.

hooray say the roses, cannons and spires,
birds, bees, bombers, today is Friday
the hand holding a medal out the window,
a moth going by, half a mile an hour,
hooray hooray
hooray say the roses
we have empires on our stems,
the sun moves the mouth:
hooray hooray hooray
and that is why you like us.

 
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

Continue reading “Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Alice Nahon”

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog.


Are You Drinking?

 

washed-up, on shore, the old yellow notebook
out again
I write from the bed
as I did last
year.
will see the doctor,
Monday.
“yes, doctor, weak legs, vertigo, head-
aches and my back
hurts.”
“are you drinking?” he will ask.
“are you getting your
exercise, your
vitamins?”
I think that I am just ill
with life, the same stale yet
fluctuating
factors.
even at the track
I watch the horses run by
and it seems
meaningless.
I leave early after buying tickets on the
remaining races.
“taking off?” asks the motel
clerk.
“yes, it’s boring,”
I tell him.
“If you think it’s boring
out there,” he tells me, “you oughta be
back here.”
so here I am
propped up against my pillows
again
just an old guy
just an old writer
with a yellow
notebook.
something is
walking across the
floor
toward
me.
oh, it’s just
my cat
this
time

 

 

As The Sparrow

 

To give life you must take life,
and as our grief falls flat and hollow
upon the billion-blooded sea
I pass upon serious inward-breaking shoals rimmed
with white-legged, white-bellied rotting creatures
lengthily dead and rioting against surrounding scenes.
Dear child, I only did to you what the sparrow
did to you; I am old when it is fashionable to be
young; I cry when it is fashionable to laugh.
I hated you when it would have taken less courage
to love.

 

 

De Duitse dichter en schrijver Reiner Kunze werd geboren op 16 augustus 1933 in Oelsnitz, Erzgebirge. Zie ook alle tags voor Reiner Kunze op dit blog.

 

 

Antwort

 

Mein Vater, sagt ihr,

Mein Vater im Schacht,

Habe Risse im Rücken,

Narben,

Grindige Spuren niedergegangenen Gesteins,

Ich aber, ich

Sänge die Liebe

 

Ich sage:

Eben, deshalb

 

 

Sensible Wege

 

Sensibel

Ist die Erde über den Quellen: kein Baum darf

Gefällt, keine Wurzel

Gerodet werden

 

Die Quellen könnten

Versiegen

 

Wie viele Bäume werden

Gefällt, wie viele Wurzeln

Gerodet

 

In uns

 

 

Düsseldorfer Impromptu

 

Der Himmel zieht die Erde an

Wie Geld Geld

 

Bäume aus

Glas und Stahl, morgens

Voll glühender Früchte

 

Der Mensch

Ist dem Menschen

Ein Ellenbogen

 

 

 

Reiner Kunze (Oelsnitz, 16 augustus 1933)

 

 

 

De Duitse (toneel)schrijver Moritz Rinke werd geboren op 16 augustus 1967 in Worpswede bij Bremen. Zie ook alle tags voor Moritz Rinke op dit blog.

 

Uit: Die Nibelungen

 

“HAGEN:

Haltet ein! Es hat nicht den geringsten Sinn. An ihrem  schönen Stolz, da wird die Welt zerbrechen.

GERNOT:

Das wär nicht gut, und ich sag dir, Hagen, auch wenn  sie meine Schwester ist: Dies Elend da von Männern, bleich  und abgewiesen, die jetzt nach Hause gehen und aus lauter  Trübsinn ihr Reich und das Regieren vergessen, das muss ein  Ende haben! Wir sind seit Wochen voll beschäftigt! Nur den  König scheint das nicht zu sorgen.

GISELHER:

Schwester, ich kann mich nicht jeden Tag mit der Aus- wahl von Gatten befassen! Ich bin Ritter! Die Sachsen sind,  wenn sie so weiter reiten, in sieben Wochen hier! Und was  ist mit den Dänen? Verhandeln wir, oder schlägt Burgund  zurück?

GERNOT nimmt sich einen Bewerber:

Hier! Schwester, schau dir  den an, der hat Diamanten am Saum! Weißt du, was das für  Brustriemen sind? Pöchlarner Hochadel!

KRIEMHILD:

Ich will nicht! Ich will nicht! Hagen, Hilfe!

HAGEN:

Gernot, den würd ich auch nicht nehmen.

GERNOT

läuft mit dem Pöchlarner Bewerber zurück:

Und was, wenn  die am Ende auch noch als Feinde alle wiederkehren? Eingesammelt von den Sachsen und erneut in unser Land geführt?  Gunther?

GUNTHER:

Wo denkst du hin? Lachhaft! Es wird die Welt doch  nicht ins Schlachtfeld ziehen, weil Frauen Frauen sind und  stolz, wenn sie so schön sind?

HAGEN:

Schlechte Politik, mein König.”

 

 

 

Moritz Rinke (Worpswede, 16 augustus 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.